C1 bij brf aan RvS dd 1 nov 2023 verzoek aanhouden procedure(24483438.1).pdf
Tekst van het document
alcd AANGETEKEND aan
Afdeling bestuursrechtspraak
VAN
van de Raad van State t.a.v. de heer F, Keijzer Postbus 20019
mr. drs. H. Doornhof | advocaat en partner mr. A.J.G. Vegt | jurist (external counsel)
TELEFOON
+31 88 2535223
FAX
+31 88 2535258
hdoornhof@akd.nl
bezoekadres
Wilhelminakade 1
2500 EA DEN HAAG 3072 AP ROTTERDAM POSTADRES
Postbus 4302 3006 AH ROTTERDAM Nederland
datum
1 november 2023
onderwerp
Bergen (NH) Verleende vergunningen
UW KENMERK
202203014/1/R1
ONS KENMERK
1008467
internet
www.akd.nl
Dorpsplein Bergen - verzoek aanhouding
Hoogedelgestreng College, Namens cliënt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, Noord-Holland (hierna: het College) bericht ik u in bovengenoemde beroepsprocedure als volgt. De beroepsprocedure is gericht tegen de volgende gecoördineerd voorbereide besluiten van het College (de Bestreden besluiten): •
de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het L-gebouw (20 appartementen, commerciële ruimten en/of horeca in de plint en een parkeergarage (met kenmerk:
•
D323092)). de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het Pleingebouw (9 appartementen aan de kant van de Jan Oldenburglaan (met kenmerk: D323121)),
•
de besluiten ex artikel 6, eerste lid, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen voor het toekennen van huisnummers.
Bij uitspraak van 17 oktober 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2973) heeft de voorzieningenrechter van uw Afdeling de eerste twee van de Bestreden besluiten bij wijze van voorlopige voorziening geschorst. Daartoe overwoog de voorzieningenrechter dat het College naar zijn voorlopig oordeel ten onrechte geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) aan de raad had gevraagd alvorens de omgevingsvergunningen te verlenen en dat het evenmin bevoegd was de gemeentelijke coördinatieregeling van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) toe te passen.
In Nederland wordt de praktijk uitgevoerd door AKD N.V., statutair gevestigd in Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de algemene voorwaarden van AKD N.V. van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 26/2022 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op https://www.akd.eu/.
#24459998v1
22978724v1
akd datum
ONS KENMERK pagina
1 november 2023 1008467 2 van 2
In het verlengde daarvan overwoog de voorzieningenrechter dat de besluiten niet in stand zullen blijven zonder een vvgb en het niet op voorhand vaststaat dat de raad een vvgb zal afgeven. Naar aanleiding van deze uitspraak heeft het College de raad verzocht alsnog een vvgb af te geven en een coördinatiebesluit als bedoeld in artikel 3.30 Wro te nemen. Aanvankelijk zou de raad omstreeks eind maart 2023 besluiten omtrent dit verzoek. Met het oog daarop heeft het College uw Afdeling bij brief van 1 februari 2023 verzocht de beroepsprocedure aan te houden c.q. de behandeling van het beroep ter zitting voorlopig uit te stellen, in elk geval tot nadat de raad heeft beslist omtrent de vvgb en het coördinatiebesluit. Op die manier zou het door de voorzieningenrechter geconstateerde procedurele gebrek namelijk kunnen worden hersteld, voordat het beroep ter zitting wordt behandeld. Bij brief van 6 maart 2023 heeft uw Afdeling dit aanhoudingsverzoek gehonoreerd en de behandeling van het beroep aangehouden tot 1 juni 2023. Tot op heden heeft de raad nog niet beslist omtrent het verzoek van het College om alsnog een vvgb af te geven en een coördinatiebesluit te nemen als bedoeld in artikel 3.30 Wro. Dit houdt onder meer verband met de gevoeligheid en complexiteit van de kwestie. Wanneer de raad daaromtrent alsnog beslist, kan het College niet met zekerheid zeggen.
Wat wel duidelijk is, is dat de raad en het College niet hebben stilgezeten en dat er op dit moment in elk geval geen sprake van is dat de verzochte vvgb niet zou worden afgegeven. Het College is (nog steeds) van mening dat het niet opportuun is om het beroep ter zitting te behandelen voordat de raad heeft beslist omtrent de vvgb en het coördinatiebesluit. Gelet daarop verzoekt het College uw Afdeling hierbij opnieuw om de beroepsprocedure aan te houden c.q. de behandeling van het beroep ter zitting voorlopig uit te stellen, in elk geval tot nadat de raad heeft beslist omtrent de vvgb en het coördinatiebesluit. Wat het College betreft komt dat een effectieve geschilbeslechting ten goede en wordt geen van de betrokken partijen daardoor in hun belangen geschaad (de werking van de Bestreden besluiten is immers geschorst, dus appellanten ondervinden geen nadeel van een verdere aanhouding). Graag verneem ik uw reactie op deze brief, Hooaachtend,
Arthur Vegt AKD
#24459998v1
22978724V1