Bijlagen bij raadsstukken_Toelichting wijzigingen leges 2025 Bergen per hoofdstuk.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING WIJZIGINGEN BERGEN 2025 HOOFDSTUK 1
LEGESTARIEVENTABEL
Paragraaf 1.10 Diversen In de bepalingen m.b.t. het ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk en ontheffing voor een motorvoertuig op het strand zijn de grondslagen in de APV toegevoegd. Voor nu zijn de bepalingen voor stand- of ligplaats met een voer- of vaartuig overgenomen zoals ze eerst in Titel 3 stonden, echter ontbreekt hier de grondslag.
TOELICHTING WIJZIGINGEN BERGEN 2025 HOOFDSTUK 2
LEGESTARIEVENTABEL
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen 1. Algemene bepalingen waar mogelijk in lijn gebracht met het werkmodel van de VNG. 2. Definitie van zowel de aanlegkosten als de bouwkosten zijn overgenomen uit de legesverordening onder Wabo. 3. Het eerste artikel is aangevuld met een aantal definities, namelijk het conceptverzoek, de omgevingstafel, de intaketafel en het integraal werkoverleg. Deze zijn toegevoegd om voor de aanvrager duidelijkheid te scheppen met betrekking tot de verschillende stappen die mogelijk in de voorfase doorlopen kunnen worden. 4. Ook is het eerste artikel aangevuld met een definitie ten behoeve van de kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hierin wordt verwezen naar bijlage 3, waarin duidelijk wordt bij welke gevallen hiervan sprake is. 5. Verder is het eerste artikel aangevuld met een definitie voor een geringe wijziging. Paragraaf 2.2 Voorfase 1. In overleg met de projectgroep is de voorfase opnieuw vormgegeven. De verschillende stappen die opgenomen waren in de legesverordening van 2024 waren niet in lijn met de werkelijke werkwijze binnen de gemeentes. De mogelijke routes bij een conceptverzoek zijn intern in een stroomschema opgenomen. Aan de hand van deze verschillende mogelijke routes zijn de onderdelen opgenomen in de legesverordening. 2. De tarieven zijn ten opzichte van de legesverordeningen uit 2024 verlaagd.
Met de werkgroep is bepaald om de keuze te maken voor meer dienstverlenende tarieven, welke wél hoger zijn dan in de situatie onder de Wabo, omdat de inzet die de gemeente hiervoor levert is toegenomen. Deze ingreep wordt enerzijds nodig geacht vanwege het groeiende belang van de voorfase en het aanmoedigen om hiervan gebruik te maken. Anderzijds is het een noodzakelijke ingreep met het oog op de kostendekkendheid. 3. Ten opzichte van 2024 is het tweede lid toegevoegd, waarin de tarieven betreffende welstand zijn opgenomen. Deze bouwsteen was in de situatie onder de Wabo ook al opgenomen bij de voorfase en is nu teruggebracht. Tarieven overgenomen uit de situatie van 2023. 4. Ten opzichte van 2024 is ook het derde lid toegevoegd, waarin een tarief
betreffende het advies van de agrarische commissie is opgenomen. Een vast instaptarief is hierbij voorgesteld, welke lager is dan de tarieven die verderop in de legesverordening voor het advies van de agrarische commissie zijn opgenomen.
2
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5/ Artikel 2.6 Bouwactiviteit (bouwtechnische- en ruimtelijke deel) 1. De splitsing tussen de artikelen 2.5 en 2.6 is een gevolg van de Wkb, waarbij de bouwtechnische toets voor gevolgklasse 1 door een private kwaliteitsborger wordt uitgevoerd. De gemeente blijft echter verantwoordelijk voor de ruimtelijke aspecten. In het omgevingsplan kan de gemeente ervoor kiezen om een vergunningplicht aan een bouwactiviteit te koppelen, maar kan ook besluiten om algemene regels of een meldingsplicht in te stellen. Deze splitsing was ook al opgenomen in de legesverordening voor 2024. 2. Daarnaast is een wijziging in de tariferingsmethodiek doorgevoerd. In 2024 werd een vast percentage van de bouwkosten doorbelast en was er sprake van een minimumtarief. Bij de huidige constructie kan het namelijk gebeuren dat projecten met verschillende bouwkosten (bijvoorbeeld €2,5 miljoen en €3 miljoen) uiteindelijk hetzelfde bedrag aan leges betalen. Dit komt doordat het minimumbedrag voor de categorie ervoor relatief hoog kan uitvallen, waardoor het percentage van de bouwkosten tot een bepaalde hoogte aan bouwkosten geen verschil meer maakt. Door met een basisbedrag te werken, wordt dit probleem voorkomen, omdat elk project een vast startbedrag betaalt, plus een percentage van de bouwkosten.
Dit zorgt ervoor dat de leges altijd oplopen naarmate de bouwkosten toenemen, zonder dat hier een minimumbedrag aan te pas dient te komen. 3. De maximum legesbedragen zijn aangepast ten opzichte van 2024. Hierbij is gebruikgemaakt van de voorgestelde tarieven voor 2025. De maximumtarieven zijn zo berekend dat deze worden bereikt wanneer sprake is van een bouwwerk met bouwkosten van € 15.000.000,00. 4. In bijlage 4 in het Dashboard van de gemeente Bergen wordt nader ingegaan op de wijze waarop de bouwtarieven zijn gewijzigd. Tevens kan in ieder Dashboard een blik worden geworpen op tabbladen 1 en 2 voor een verdere totstandkoming van de voorgestelde tarieven voor de activiteit bouwen. 5. In Bergen is een tweede lid toegevoegd aan het bouwtechnische deel van bouwactiviteit. Dit heeft in beide gevallen te maken met uitzonderingen/ voorwaarden die gelden voor bepaalde duurzaamheidsinitiatieven. Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk 1. In het model dat de VNG heeft opgesteld, wordt bij veel artikelen een structuur voorgesteld waarin onderscheid wordt gemaakt tussen binnenplanse omgevingsplanactiviteiten, binnenplanse omgevingsplanactiviteiten met wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. In 2024 is al de keuze gemaakt om hiervan af te wijken en een meer eenvoudige variant op te nemen met slechts één tarief. 2.
Eventueel kan gebruik worden gemaakt van de modaliteit ‘Planologische strijdigheid met het omgevingsplan (waarbij tevens of geen sprake is van een bouwactiviteit)’ om een verhoging op dit tarief te realiseren. 3. Het tarief is net als bij andere activiteiten een gevolg van uniformering. Hierbij is het gemiddelde tarief van de vier gemeentes gebruikt, de tarieven zijn afkomstig uit de situatie in 2024.
3
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed 1. Door de gemeente BUCH is de paragraaf ‘’Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed’’ ten opzichte van het werkmodel van de VNG vereenvoudigd opgenomen en zijn derhalve een aantal onderdelen samengevoegd. Voor de tarifering wordt een percentage van de som van sloop- en bouwkosten doorbelast aan de aanvrager. 2. De rijksmonumentenactiviteiten zijn ook opgenomen in de verordeningen, met dezelfde tarieven als de andere monumenten. 3. In overleg met zowel de projectgroep als de betrokken wethouders is gekozen om deze activiteiten kosteloos op te nemen. Dit mede omdat de aanvrager ook in ieder geval een legesbedrag betaalt voor de bouwactiviteit. Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten 1. In de modelverordening van de VNG hebben de milieubelastende activiteiten een zeer uitgebreide plek gekregen, terwijl de gemeentes slechts te maken krijgen met een handjevol aanvragen waarbij deze van toepassing zijn. Daarom is in 2024 al de keuze gemaakt om een vereenvoudigde variant op te nemen. 2. Voor 2025 is weer gekozen voor een vereenvoudigde variant, waarbij wel een verdere slag is gemaakt.
Binnen deze variant wordt ook onderscheid gemaakt tussen de ‘’reguliere’’ milieubelastende activiteiten en milieubelastende activiteiten die volgen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Ook wordt het onderscheid hier al gemaakt tussen reguliere- en uitgebreide procedures. Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten 1. Tarieven tussen de verschillende gemeentes met elkaar geüniformeerd, waarbij gebruik is gemaakt van het gemiddelde legesbedrag. Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten 1. Een aantal onderdelen binnen deze paragraaf, welke wel zijn opgenomen in de modelverordening van de VNG, staan op dit moment nog op gereserveerd. In plaats daarvan kan bij dergelijke gevallen op dit moment nog gebruikt worden gemaakt van artikel 28. Dit is een vangnetbepaling die gebaseerd is op de legesverordening onder de Wabo, maar die overeenkomt met de nieuwe modelverordening van de VNG. 2. De voorgestelde tarieven zijn geüniformeerde tarieven gebaseerd op de gemiddelde tarieven van de vier gemeentes. Paragraaf 2.8 Overige activiteiten 1. Betreft bepalingen die zijn gebaseerd op de legesverordening onder de Wabo, maar wel aansluiten op de nieuwe modelverordening van de VNG. 2. In de meeste gevallen is gekozen voor een geüniformeerd tarief, gebaseerd op het gemiddelde tarief van de vier gemeentes. 3. Tevens is ervoor gekozen om bij de laatste vangnetbepaling een versimpeling door te voeren.
Gekozen is voor één vast tarief. 4. De activiteit met betrekking tot de opslag van roerende zaken heeft een plek gekregen in Hoofdstuk 2 van de legesverordening en is niet langer opgenomen in Hoofdstuk 1 of 3 van de legesverordening. Dit omdat deze 4
activiteiten gekoppeld zijn aan de omgevingsvergunning. Met die reden is deze activiteit ook opgenomen in de Verordening Fysiek Leefomgeving. 5. De activiteit kappen is hier afwijkend opgenomen ten opzichte van de andere gemeentes, de beleidsneutrale situatie is hier overgenomen. Echter is het artikel tekstueel wel gewijzigd met het oog op een betere leesbaarheid. 6. Reclame en standplaatsen niet opgenomen, omdat deze in de situatie onder Wabo ook niet waren opgenomen in Titel 2.
5
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften 1. Deze paragraaf beschrijft de tarieven voor het behandelen van aanvragen voor maatwerkvoorschriften, die worden toegepast als er geen omgevingsvergunning nodig is. Als er wel een vergunning nodig is, worden de voorschriften opgenomen in de vergunning. De tarieven zijn verdeeld over bouwactiviteiten, milieubeheeractiviteiten (mba), en overige activiteiten Maatwerkvoorschriften zijn vastgelegd in artikel 4.5 van de Omgevingswet en worden vastgesteld door het bevoegd gezag wanneer dit in de wet- of regelgeving is toegestaan. Ze gelden alleen voor de aanvrager en kunnen bijvoorbeeld gaan over extra lozingsruimte voor koelwater of geluidsnormen. 2. De voorgestelde tarieven gelden per maatwerkvoorschrift. De tarieven zijn naar beneden bijgesteld ten opzichte van de legesverordening van 2024, omdat met de werkgroep is gekozen voor meer dienstverlenende tarieven. De milieubelastende activiteiten zijn hierop de uitzondering, daar is gekozen voor tarieven gebaseerd op meerdere voorstellen van verschillende omgevingsdiensten. Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid 1. Dit nieuwe artikel bevat de tariefbepalingen voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel. Deze tariefbepalingen zijn alleen van toepassing als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
De VNG heeft hier gekozen voor afzonderlijke tariefbepalingen voor een gelijkwaardige maatregel bij bouwactiviteiten, cultureel erfgoed, mba (hierbij voorstel gedaan op basis van voorstel OD) en overige activiteiten. 2. In de legesverordening van 2024 was gekozen voor een tariefstelling per uur. Hierop is de zgn. begrotingsconstructie van toepassing. Omdat het opstellen van een dergelijke begroting de nodige administratieve lasten met zich meebrengt en de activiteit naar alle waarschijnlijkheid slechts in geringe mate voor zal komen, is hier nu de keuze gemaakt voor een vast instaptarief. 3. In tegenstelling tot de legesverordening van 2024 is met de werkgroep gekozen om het onderdeel met betrekking tot cultureel erfgoed kosteloos op te nemen. Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit 1. Artikel 10.23, tweede lid, van de Ow bepaalt dat als de in de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit die betrekking heeft op een tijdelijk bouwwerk bepaalde termijn korter is dan vijftien jaar, deze termijn kan worden verlengd tot ten hoogste vijftien jaar. 2. Het tarief is net als bij andere activiteiten een gevolg van uniformering. Hierbij is het gemiddelde tarief van de vier gemeentes gebruikt, de tarieven zijn afkomstig uit de situatie in 2024. Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning 1.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is volgens de modelverordening van de VNG hetzelfde 6
tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. 2. In tegenstelling tot de modelverordening van de VNG is een tariefbepaling toegevoegd voor een geringe wijziging. Het tarief voor deze activiteit is net als bij andere activiteiten een gevolg van uniformering. Hierbij is het gemiddelde tarief van de vier gemeentes gebruikt, de tarieven zijn afkomstig uit de situatie in 2023. In de definities is een voorstel opgenomen voor de wijze waarop een geringe wijziging gedefinieerd kan worden. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan 1. In artikel 2.45 is een tariefbepaling opgenomen voor het op aanvraag wijzigen van het omgevingsplan. Legesheffing is mogelijk als de gevraagde wijziging van het omgevingsplan rechtstreeks en in overheersende mate het belang van de aanvrager dient, omdat dan sprake is van het genot van een door de gemeente verleende dienst. 2. Het tarief was in 2024 voor deze activiteit aanzienlijk lager dan het tarief in de gemeente Castricum. Dit was een gevolg van de tariefverschillen tussen het wijzigen van het bestemmingsplan onder de Wabo, doordat deze tarieven hiervoor zijn gebruikt.
Nieuwe tarieven zijn voor deze gemeentes voorgesteld, welke niet direct hetzelfde tarief zijn als in Castricum, maar al wel meer in lijn zijn. Daarvoor is gekozen vanuit het oogpunt uniformering en tevens omdat verwacht wordt dat deze activiteit veel inzet vergt van de gemeentes. Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag 1. Een vangnetbepaling is opgenomen in lijn met de modelverordening van de VNG. Het tarief is net als bij andere activiteiten een gevolg van uniformering. Hierbij is het gemiddelde tarief van de vier gemeentes gebruikt, de tarieven zijn afkomstig uit de situatie in 2024. Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.46a Planologische strijdigheid met het omgevingsplan (waarbij tevens of geen sprake is van een bouwactiviteit) 1. In tegenstelling tot de modelverordening van de VNG is een aparte bouwsteen opgenomen voor de planologische strijdigheid met het omgevingsplan. In de modelverordening van de VNG is deze bouwsteen verwerkt door de verordening heen is dit in meerdere gevallen opgenomen bij de activiteiten zelf. Dit sluit wel aan op een eerdere variant van de modelverordening. 2. Door gebruik te maken van de nummering ‘’Artikel 2.46a’’ kan de nummering van het werkmodel van de VNG in stand worden gehouden. 3. Het tarief was in 2024 voor deze activiteit aanzienlijk lager dan het tarief in de gemeente Castricum.
Dit was een gevolg van de tariefverschillen tussen het wijzigen van het bestemmingsplan onder de Wabo, doordat deze tarieven hiervoor zijn gebruikt. Nieuwe tarieven zijn voor deze gemeentes voorgesteld, welke niet direct hetzelfde tarief zijn als in Castricum, maar al wel meer in lijn zijn. Daarvoor is gekozen vanuit het oogpunt uniformering en tevens omdat deze activiteit veel inzet vergt. Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag 7
1. De extra legesheffing voor een achteraf ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning is van toepassing als er pas een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend nadat er al met de activiteit is begonnen of als de activiteit al is gerealiseerd. Dit zal zich vooral voordoen bij bouwwerken. In artikel 5.6 van de Ow staat dat het verboden is een bouwwerk of deel daarvan dat is gebouwd zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in stand te laten. Een gemeente kan de verhoging van het tarief rechtvaardigen vanuit het gevoerde beleid. Dan zijn de extra leges een financiële prikkel om voorafgaand aan het bouwen 'netjes' een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit aan te vragen. Maatvoering is hierbij belangrijk. De extra leges mogen niet zo hoog zijn dat het strafkarakter gaat overheersen. Een verhoging van 10% met een absoluut maximum van € 10.000,00 valt naar mening van de VNG binnen de redelijke grenzen. Overweeg om in de toekomst te gaan werken met deze maatstaven. Let hierbij op, met de extra legesheffing kan de gemeente niet de kosten van extra werkzaamheden die niet in relatie staan tot de dienstverlening verhalen. De rechtvaardiging ziet niet op extra kosten, maar is puur gebaseerd op het gevoerde beleid ter zake en ziet op een andere verdeling van het verhaal van de reguliere kosten. Zie ook o.a.
Hof ’s-Hertogenbosch 06-08-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2542. Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure 1. De uitgebreide voorbereidingsprocedure staat in afdeling 3.4 van de Awb. Deze procedure leidt tot extra werkzaamheden en kosten en daarom ook tot extra leges. Dit bedrag wordt opgeteld bij het bedrag dat wordt doorbelast voor de reguliere procedure. 2. In tegenstelling tot in 2024 is gekozen voor vaste tarieven in plaats van de begrotingsconstructie waarvoor eerder was gekozen. 3. De structuur van het artikel is tevens meer in lijn gebracht met het werkmodel van de VNG. Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten 1. Het kan voorkomen dat bij de behandeling van aanvragen een onderzoeksrapport moet worden beoordeeld. In dit artikel zijn in 2024 minder onderzoeksrapporten benoemd dan in het werkmodel van de VNG en is met behulp van een vangnetbepaling een versimpeling doorgevoerd. Deze opzet is in stand gehouden. 2. Het beoordelen van dergelijke rapporten kan zich voordoen bij o.a. bouwactiviteiten, sloopactiviteiten in een beschermd stads- of dorpsgezicht, mba, aanlegactiviteiten en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Daarom is de tariefbepaling in een apart artikel opgenomen, dat geldt voor alle activiteiten. Daarmee wordt tevens bereikt dat geen dubbele heffing optreedt bij een combinatie van activiteiten. 3.
Het tarief is net als bij andere activiteiten een gevolg van uniformering. Hierbij is het gemiddelde tarief van de vier gemeentes gebruikt, de tarieven zijn afkomstig uit de situatie in 2024. Artikel 2.50 Advies 1. Dit artikel betreft een verhoging van de leges in verband met adviezen van andere bestuursorganen of instanties die voor de behandeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning, maatwerkvoorschrift of ander besluit nodig zijn. 8
2. In de legesverordening van 2024 werd hier telkens gekozen voor begrotingsconstructies. In overleg met de werkgroep zijn nu vaste tarieven voorgesteld. 3. Voor een advies van de gemeenteraad is een vast tarief opgenomen, waarbij het gemiddelde tarief van de vier gemeentes voor de verklaringen van geen bedenkingen is gebruikt, afkomstig uit de situatie in 2023. 4. Voor advies over welstand wordt verwezen naar de constructie die is opgenomen in de voorfase. Voor andere adviezen van de gemeentelijke adviescommissie is een vast instaptarief opgenomen, in lijn met de tarieven die er zijn voor welstandsadviezen. 5. Ditzelfde tarief is opgenomen voor advies inzake landschappelijke waarde en/ of cultuurhistorie. 6. Voor de adviezen van de agrarische commissie zijn de tarieven overgenomen van de Stichting Agrarische beoordelingscommissie. 7. Het tarief opgenomen in de vangnetbepaling is gebaseerd op de andere tarieven opgenomen binnen dit artikel. Artikel 2.51 Instemming 1. Een besluit over instemming is vergelijkbaar met de verklaring van geen bedenkingen onder werking van de Wabo. De instemmingsfiguur is geregeld in artikel 16.16 van de Omgevingswet en uitgewerkt in afdeling 4.2 van het Ob. Instemming kan nodig zijn als het bestuursorgaan waaraan de bevoegdheid tot advies of instemming is toegekend, niet zelf bevoegd gezag is.
Advies en besluit over instemming zijn onderdeel van de aanvraagprocedure. 2. Gekozen is voor een vast instaptarief, gebaseerd op het tarief voor een advies van de gemeenteraad.
9
Paragraaf 2.13 Vermindering 1. Waar in 2024 bij een aantal gemeentes de vermindering niet langer was opgenomen, is met de werkgroep besloten om de vermindering van 100% weer terug te brengen. Dit met het oog op het dienstverlenende karakter van de gemeentes, het uitnodigend maken van de voorfase en tevens rekening houdend met de kostendekkendheid. 2. Tevens zijn de definities in lijn gebracht met de voorfase en wordt er dus gesproken over een conceptverzoek in plaats van een omgevingsoverleg. 3. De tekst uit de modelverordening van de VNG is daarnaast in het eerste lid aangevuld met een regel waarin wordt verduidelijkt dat de vermeerdering van toepassing is voor alle opgenomen onderdelen uit de voorfase (dus ook welstand en het advies van de agrarische commissie). 4. De vermeerdering bij meervoudige aanvraag is beleidsneutraal overgenomen. Paragraaf 2.14 Teruggaaf 1. Voorstel in lijn gebracht met de legesverordening van 2023 en 2024. 2. In artikel 2.60 is ten opzichte van de legesverordening van 2024 wel een aanpassing doorgevoerd. Hierdoor wordt het voor de activiteiten met betrekking tot planologische strijdigheid met het omgevingsplan (waarbij tevens of geen sprake is van een bouwactiviteit) wel mogelijk gemaakt om gebruik te maken van teruggaaf.
WIJZIGINGEN LEGESTARIEVENTABEL HOOFDSTUK 3
BERGEN
2025
Paragraaf 3.1 Horeca 1. De bepalingen voor artikel 3.1 m.b.t. het exploiteren van de openbare inrichting is grotendeels beleidsneutraal overgenomen. In Bergen, Uitgeest en Heiloo is in overleg met de projectgroep “zonder vrijstelling” toegevoegd achter “het exploiteren van de openbare inrichting. 2. In Uitgeest, Castricum en Heiloo is net zoals in Bergen een onderdeel opgenomen voor de aanvraag voor het eerste maal wijzigen van de handelsnaam, hierbij is hetzelfde tarief als Bergen gebruikt. 3. In Uitgeest is de bepaling voor een ontheffing van de sluitingstijd tekstueel verduidelijkt. 4. De bepalingen in artikel 3.2 m.b.t. het uitoefenen van horeca- of slijtersbedrijf is beleidsneutraal overgenomen. In Uitgeest is er echter alleen een onderdeel toegevoegd voor het wijzigen van een terrasvergunning, met een tarief dat in verhouding staat tot de terrasvergunning zelf. Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Dit onderdeel is beleidsneutraal opgenomen.
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Dit onderdeel stond in 2022 en eerder in Titel 1. Conform de VNGmodelverordening is dit artikel opgenomen onder Hoofdstuk 3, omdat dit ook onder de Europese dienstenrichtlijn valt. De tarieven zijn overgenomen zoals in 2022 10
bepaald.
11
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement 1. De volgorde van de soorten evenementen is aangepast om dit onderdeel duidelijker leesbaar te maken. Daarnaast zijn de letters m.b.t. de categorieindeling van het evenement verwijderd om verwarring te voorkomen. 2. De aanvragen voor een vergunning voor voorwerpen en reclame die onder evenementen vallen, zoals in Bergen en Castricum komen te vervallen omdat deze onder de Omgevingswet onder omgevingsvergunningen vallen. 3. Vergunningen op basis van artikel 5:23 van de APV van Heiloo is zoals in de VNG-modelverordening onder het artikel “organiseren markt” geplaatst. Ook Uitgeest verwees naar 5:23 van de APV in de oude situatie, deze is echter vervallen in de huidig geldende APV en is dus gereserveerd in de nieuwe situatie. Paragraaf 3.5 Standplaatsen 3. In overleg met de projectgroep is bepaald dat er in de nieuwe situatie een legestarief wordt opgenomen voor marktstandplaatsvergunningen. Deze bestond alleen in Castricum in 2022, daar is de bepaling beleidsneutraal opgenomen. Voor Bergen, Uitgeest en Heiloo is de bepaling tekstueel op dezelfde manier als Castricum opgenomen, maar de tarieven zijn, zoals in de werkwijze al werd gedaan, gebaseerd op het “vangnet” tarief. 4. De bepaling m.b.t. losse standplaatsen is beleidsneutraal overgegaan.
Echter is de grondslag in Uitgeest, Castricum en Heiloo van de APV naar de verordening fysieke leefomgeving verplaatst en is daarom hierop aangepast.
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 en Wet goed verhuurderschap Dit onderdeel is gereserveerd. Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit 3. Een aantal onderdelen binnen deze paragraaf, welke wel zijn opgenomen in de modelverordening van de VNG, staan op dit moment nog op gereserveerd. In plaats daarvan kan bij dergelijke gevallen op dit moment nog gebruikt worden gemaakt van artikel 3.18 als vangnetbepaling. 4. Bij de vier gemeenten is onder een extra toegevoegd artikel (afwijkend van de VNG-modelverordening) opgenomen voor teruggaaf van het legesbedrag bij het terugtrekken van de aanvraag. Dit is beleidsneutraal opgenomen uit de voorgaande situatie.
12