CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Nader ecologisch onderzoek.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 12: GEEN BESLUIT OVER GENOMEN: Voorstel betreft in te stemmen met het plan Dorpsplein centrum Bergen3.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORTAGE SOORTGERICHT ONDERZOEK huismus, gierzwaluw en vleermuizen

Plein, Bergen

COLOFON

Rapportage soortgericht onderzoek, huismus, gierzwaluw en vleermuizen – Plein, Bergen Opdrachtgever:

Bot Bouw

Contactpersoon:

Mevr. Anouk van Dam

Uitgevoerd door:

Bureau Buitenwaard Bosweg 27 3922 GK Elst (Ut) t. 06 22089164 e. info@bureaubuitenwaard.nl w. www.buitenwaard-ecologie.nl

Kamer van Koophandel: BTW nr: IBAN

77768116 NL861135404B01 NL51 KNAB 0737 2769 75

Tekst en samenstelling: Controle en toetsing

Mevr. I van der Horst Dhr. D.J. Gijsbertsen MSc.

Status:

Definitief

Datum:

8 oktober 2021

1 INHOUDSOPGAVE 1.

2

3

4

5

6

INLEIDING ................................................................................................................................ 2 1.1

Aanleiding .............................................................................................................................. 2

1.2

Vraagstelling .......................................................................................................................... 2

1.3

Leeswijzer .............................................................................................................................. 2

ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................................... 3 2.1

Algemeen ............................................................................................................................... 3

2.2

Onderzoeksmethode huismussen ......................................................................................... 3

2.3

Onderzoeksmethode gierzwaluwen ...................................................................................... 3

2.4

Onderzoeksmethode vleermuizen......................................................................................... 4

2.5

Volledigheid inventarisatie .................................................................................................... 5

ONDERZOEKSGEBIED EN VOORNEMEN .................................................................................... 6 3.1

Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................... 6

3.2

Voornemen ............................................................................................................................ 6

ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................................................................... 7 4.1

Resultaten huismusonderzoek .............................................................................................. 7

4.2

Resultaten gierzwaluwonderzoek.......................................................................................... 7

4.3

Resultaten vleermuisonderzoek ............................................................................................ 7

TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING ...................................................................... 9 5.1

Effectanalyse.......................................................................................................................... 9

5.2

Toetsing ................................................................................................................................. 9

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ............................................................................................ 11 6.1

Algemeen ............................................................................................................................. 11

6.2

Resultaten ............................................................................................................................ 11

6.3

Effecten................................................................................................................................ 11

6.4

Toetsing ............................................................................................................................... 11

6.5

Aanbevelingen ..................................................................................................................... 11

BIJLAGE 1 – FOTO IMPRESSIE ......................................................................................................... 13

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

1

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

In opdracht van Bot Bouw heeft Bureau Buitenwaard BV, een soortgericht onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vaste rust en verblijfplaatsen van gierzwaluwen en vleermuizen in plangebied het Plein, 1861 JZ te Bergen (Noord-Holland). De initiatiefnemer is voornemens enkele panden te amoveren ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie. Het voornemen is een ondergrondse stallinggarage, winkels en appartementen te realiseren. Bij deze ontwikkeling worden enkele bomen gekapt. Ter voorbereiding op hierop is in het kader van de Wet natuurbescherming een ecologische quickscan uitgevoerd (Het plein te Bergen, toetsing in het kader van de natuurwetgeving, Van der Goes & Groot 2018). Tijdens deze quickscan is geconstateerd dat de ingreep mogelijk negatieve effecten op gebouwbewonende vogels en vleermuizen heeft. Deze soortgroepen en hun verblijfplaatsen zijn beschermd onder artikel 3.1 (vogels) en 3.5 (vleermuizen) van de Wet natuurbescherming. Om bij uitvoering van het voornemen tijdig rekening te kunnen houden met eventueel aanwezige beschermde verblijfplaatsen is onderhavig soortgericht onderzoek uitgevoerd. In onderhavige rapportage worden de bevindingen uit dit onderzoek beschreven.

1.2

Vraagstelling

Met dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: 1. Welke beschermde soorten komen in het plangebied voor? 2. Welke functie(s) heeft het plangebied voor deze soorten? 3. Leidt de ingreep tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming? 4. Wat kan worden gedaan om (mogelijke) schade aan beschermde soorten en hun verblijfplaats te voorkomen? 5. Is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk?

1.3

Leeswijzer

Onderhavige rapportage beschrijft de bevindingen van het soortgericht onderzoek naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethode beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft het onderzoeksgebied en de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 4 worden de onderzoeksresultaten beschreven. Hoofdstuk 5 bevat de effectanalyse en toetsing aan de Wet natuurbescherming. Het laatste hoofdstuk (6) sluit af met de conclusie en aanbevelingen.

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

2

2 ONDERZOEKSMETHODE 2.1

Algemeen

De veldonderzoeken zijn uitgevoerd door ecologisch deskundigen 1 van Bureau Buitenwaard. Zij hebben aantoonbaar ervaring met het inventariseren van de onderzochte soorten. De onderzoeksinspanning is afgestemd om de omvang en aard van het plangebied. Het onderzoek naar huismussen is uitgevoerd door één persoon, het gierzwaluw onderzoek door twee en het vleermuisonderzoek door drie personen.

2.2

Onderzoeksmethode huismussen

Bij onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen (nesten) van de huismus (Passer domesticus) hanteert Bureau Buitenaard de richtlijnen van het bevoegd gezag zoals deze zijn opgenomen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017). Hierin worden twee veldbezoeken in de periode tussen 1 april en 15 mei voorgeschreven. De veldbezoeken worden uitgevoerd onder gunstige omstandigheden en met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Het eerste huismussen onderzoek in het plangebied is uitgevoerd door een ecoloog bij Van der Goes en Groot. Het tweede huismussenonderzoek is uitgevoerd door een ecoloog van Bureau Buitenwaard. Bij de veldbezoeken is specifiek gelet op: •

Nest indicerend gedrag zoals nestbouw, transport van voedsel en bedelende jongen,

•

Territorium indicerend gedrag zoals zingend mannetje, paarvorming bij een nestplaats, paring of ander sociaal gedrag.

Het onderzoek naar de huismus is uitgevoerd op zicht en geluid, bij het veldwerk is gebruik gemaakt van een lichtsterke verrekijker (Swarovski EL 10x42). De geluidswaarnemingen werden met het blote oor gedaan. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder voor huismussen gunstige omstandigheden: droog, weinig wind en milde temperaturen. In onderstaande tabel (1) zijn de onderzoeksmomenten en omstandigheden samengevat. Tabel 1 | Overzicht huismusonderzoeken en omstandigheden

Nr.

Datum

Soort

Tijdstip

Weersomstandigheden

1

22 april

Huismus

16:30 – 17:30

10 °C | weinig wind, onbewolkt en zonnig

2

6 mei

Huismus

09:15 – 10:15

8 °C | Bft ZZW 2 halfbewolkt en droog

2.3

Onderzoeksmethode gierzwaluwen

Het onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen (nesten) van de gierzwaluw (Apus apus) is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van het bevoegd gezag zoals deze zijn opgenomen in de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2017) en het Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12, 2017). Om de aanwezigheid van de gierzwaluw te onderzoeken zijn in de periode tussen 1 juni en 15 juli 2021 ‘s avonds drie onderzoeken uitgevoerd. Tussen de onderzoeksmomenten lagen minimaal tien dagen, en minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig). De onderzoeken vonden vanaf 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang plaats. 1 https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

3

Bij dit onderzoek is specifiek gelet op de aanwezigheid van: ●

Nestindicerend gedrag zoals aantikken, gier-vluchten en bedelende jongen,

●

Waarneming in potentieel broedbiotoop zoals invliegen van gierzwaluwen.

Het onderzoek naar de gierzwaluw is uitgevoerd op zicht en geluid, bij het veldwerk is gebruik gemaakt van een lichtsterke verrekijker (Swarovski EL 10x42). Indien hier aanleiding toe was zijn gierzwaluw geluiden bij een mogelijke nestlocatie afgespeeld, met als doel beantwoording van de roep door op het nest aanwezige vogels uit te lokken. De geluidswaarnemingen werden met het blote oor gedaan. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder voor gierzwaluwen gunstige omstandigheden: geen regen, geen harde wind of koude. In tabel (2) zijn de onderzoeksmomenten en omstandigheden samengevat. Tabel 2 | Overzicht gierzwaluwonderzoeken en omstandigheden

Nr.

Datum

Soort

Tijdstip

Weersomstandigheden

1

14 juni

Gierzwaluw

20:00 - 22:00

19 °C | Bft N 3

2

24 juni

Gierzwaluw

20:00 - 22:00

16 °C | Bft WNW 3

3

5 juli

Gierzwaluw

20:00 - 22:00

18 °C | Bft Z 2

2.4

Onderzoeksmethode vleermuizen

Het onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is uitgevoerd conform de richtlijnen uit het door het bevoegd gezag goedgekeurde Vleermuisprotocol (2021). Dit protocol is ontwikkeld door de Zoogdiervereniging en het Netwerk Groene Bureaus in samenwerking met de Dienst Landelijk Gebied en de Gegevensautoriteit Natuur. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder voor vleermuizen gunstige omstandigheden: niet te harde wind, milde temperaturen en weinig tot geen neerslag. Tijdens de veldbezoeken werdt op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (Pettersson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar gemaakt voor mensen. Wanneer een soort op grond van frequentie, klank en ritme niet met zekerheid kon worden gedetermineerd, is een opname gemaakt met een extern opnameapparaat (Roland Edirol R-05). Met behulp van computersoftware zijn deze opnamen geanalyseerd om een soort op naam te brengen. Door tijdens een onderzoek zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en het gedrag vastgesteld. Voor de visuele waarneming is gebruik gemaakt van een krachtige zaklamp (1000+ lumen). In dit naderonderzoek is naar aanleiding van de bevindingen uit het verkennend onderzoek (Van der Goes & Groot 2018) specifiek gelet op de aanwezigheid van: ● Zomerverblijfplaatsen, ●

Kraamverblijfplaatsen,

●

Paarverblijfplaatsen,

●

Winterverblijfplaatsen.

Van de soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, grootoorvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis.

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

laatvlieger,

gewone

4

Onderzoek zomer- en kraamverblijfplaatsen Het onderzoek naar de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen bestond uit twee avondbezoeken en één ochtendbezoek in de periode tussen 15 mei en 15 juli 2020. Beide avondbezoeken starten rond zonsondergang, het ochtendbezoek eindigde rond zonsopgang. De onderzoeken duurden elk twee uur en zijn uitgevoerd met een interval van minimaal 20 dagen tussen beide avondbezoeken. Onderzoek paarplaatsen De aanwezigheid van paarplaatsen is onderzocht tijdens twee veldbezoeken in de periode tussen 15 augustus en 30 september 2020. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd vanaf zonsondergang (ivm mogelijke aanwezigheid van meervleermuis) tot drie uur na zonsondergang. Tenminste één onderzoek is uitgevoerd rond middennacht. Beide onderzoeken duurden twee uur. De bezoeken zijn uitgevoerd met minimaal 20 dagen tussentijd. Onderzoek overige gebiedsfuncties Het onderzoek naar de aanwezigheid van andere voor vleermuizen belangrijke gebiedsfuncties zoals vliegroutes, foerageergebied en winterverblijfplaatsen is integraal meegenomen in het onderzoek naar verblijfplaatsen. In tabel (3) zijn de onderzoeksmomenten en omstandigheden samengevat. Tabel 3 | Overzicht vleermuisonderzoeken en omstandigheden

Nr.

Datum

Soortgroep

Tijdstip

Weersomstandigheden

1

31 mei

Vleermuizen

2:30 - 5:30

9 °C | Bft NO 2

2

14 juni

Vleermuizen

22:00 - 0:30

18 °C | Bft N 2

3

5 juli

Vleermuizen

22:00 - 0:30

17 °C | Bft Z 2

4

15 aug.

Vleermuizen

21:00 - 0:00

18 °C | Bft ZW 3

5

5 sept.

Vleermuizen

20:15 - 23:15

15 °C | Bft NO 2

2.5

Volledigheid inventarisatie

Dit onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van het bevoegd gezag. Zo is voldaan aan de onderzoeksinspanning die vereist is om een eventuele ontheffing op de Wet natuurbescherming te kunnen verkrijgen, of is in afdoende mate aangetoond dat de onderzochte soorten en gebiedsfuncties niet binnen het onderzochte gebied aanwezig zijn. Een inventarisatie is een steekproef gebaseerd op momentopnames. Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat soorten en functies die niet waargenomen zijn op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs verwacht kan worden. Met de gekozen onderzoeksmethode en inspanning is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Met het onderhavige onderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden.

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

5

3 ONDERZOEKSGEBIED EN VOORNEMEN 3.1

Gebiedsbeschrijving

Het plangebied (fig. 1) betreft enkele aaneengeschakelde gebouwen, drie losstaande gebouwen en enkele bomen op het plein. Het gebied ligt midden in het centrum van Bergen. Aan alle zijden wordt het plangebied omsloten door wegen en stedelijke bebouwing. Langs de straten bevinden zich lanen met bomen.

Figuur 1 | Het plangebied (rood omkaderd) in context van de omliggende ruimte (bron ondergrond: OpenTopo.nl)

3.2

Voornemen

De initiatiefnemer is voornemens diverse panden te amoveren voor de herontwikkeling van het plein. In de nieuwe situatie zullen een ondergrondse stallinggarage, winkels en appartementen gerealiseerd worden. Ook zullen enkele bomen gekapt worden.

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

6

4 ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1

Resultaten huismusonderzoek

Tijdens de onderzoeken naar huismussen zijn in het plangebied geen dieren aangetroffen. Ook in de directe omgeving (omliggende plein en gebouwen zoals een kleine kiosk/snackbar) zijn geen huismussen waargenomen. Op grond hiervan kan de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (nesten) van huismussen binnen het plangebied uitgesloten worden.

4.2

Resultaten gierzwaluwonderzoek

Tijdens de onderzoeken naar gierzwaluwen zijn geen dieren binnen het plangebied aangetroffen. Wel zijn er verscheidene nesten aangetroffen in de bebouwing aan de westzijde van het plangebied aan de overzijde van de Breelaan. Deze waarnemingen zijn echter niet van invloed op het plangebied.

4.3

Resultaten vleermuisonderzoek

Tijdens de veldbezoeken zijn in en om het plangebied drie soorten vleermuizen waargenomen: ●

Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

●

Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)

●

Rosse vleermuis (Nyctalus noctula)

De gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis zijn beide gebouw bewonende soorten. De rosse vleermuis is een boombewonende soort. Onderzoek zomer- en kraamverblijfplaatsen De gewone dwergvleermuis is als meest voorkomende soort tijdens alle onderzoeken waargenomen. Het maximaal aantal waargenomen gewone dwergvleermuizen tijdens een onderzoek betrof twee tot drie dieren. Dit waren voornamelijk passerende of kort foeragerende dieren. Het is dus over het algemeen vrij rustig qua vleermuis aanwezigheid in en om het plangebied. De meeste activiteit is waargenomen aan de noordzijde en oostzijde van het gebouw. Op de noordoosthoek is in het hoge deel van het gebouw tijdens het ochtend bezoek één verblijf aangetroffen. Dit betrof een invliegende gewone dwergvleermuis op de hoek van het gebouw. Hier bevindt zich een zomerverblijf in/achter een kier tussen het metselwerk en houten boeiboord. De precieze locatie van de verblijfplaats is weergegeven in figuur 2 aan het einde van dit hoofdstuk. In de fotobijlage is een afbeelding van de verblijfplaats opgenomen. De rosse vleermuis is op 31 mei één keer waargenomen. De ruige dwergvleermuis is op 14 juni één keer waargenomen. Dit betrof beide passerende dieren zonder verdere binding met de gebouwen binnen het plangebied.

Onderzoek paarverblijfplaatsen Tijdens het paarperiode onderzoek is een baltsende ruige dwergvleermuis waargenomen buiten het plangebied. Tevens is ten oosten van het plangebied een baltsende gewone dwergvleermuis gehoord. Beide waarnemingen betroffen dieren zonder verdere binding met het plangebied.

Overige gebiedsfuncties Dit onderzoek was primair gericht op de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen in de gebouwen. Desondanks kan op grond van de gedane waarnemingen de aanwezigheid van overige voor vleermuizen belangrijke gebiedsfuncties zoals winterverblijfplaatsen, vliegroutes of essentieel foerageergebied worden uitgesloten. Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

7

Figuur 2 | Plangebied (groene kader) met indicatief de locatie van de aangetroffen verblijfplaats. De gele stip markeert een zomerverblijfplaats (bron ondergrond: GoogleEarthPro).

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

8

5 TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 5.1

Effectanalyse

Huismussen Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van de huismus aanwezig. Bij uitvoering van het voornemen worden daarom geen verblijfplaatsen aangetast. Negatieve effecten op verblijfplaatsen of andere voor deze soort belangrijke gebiedsfuncties kunnen op basis van dit onderzoek uitgesloten worden. Gierzwaluwen Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van de gierzwaluw aanwezig. Bij uitvoering van het voornemen worden daarom geen verblijfplaatsen aangetast. Negatieve effecten op verblijfplaatsen of andere voor deze soort belangrijke gebiedsfuncties zijn daarom uitgesloten. Vleermuizen In het plangebied is één zomerverblijf van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze verblijfplaats bevindt zich aan de noordoostzijde van het gebouw. De vleermuis vliegt in op de hoek van het gebouw in een kier tussen de muur en houten daklijst. Bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden (het amoveren van het gebouw) zal dit verblijf vernietigd worden. Schade aan de verblijfplaatsen en de hiervan gebruik makende vleermuis kan zonder voorzorgsmaatregelen niet worden uitgesloten. Negatieve effecten op andere voor vleermuizen belangrijke gebiedsfuncties zoals essentieel foerageergebied of een vliegroute kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten.

5.2

Toetsing

Uit de effectanalyse blijkt dat bij uitvoering van het voornemen negatieve effecten op een vaste rusten verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis optreden. Uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling leidt tot overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming doordat gewone dwergvleermuizen gedood kunnen worden (lid 1), gewone dwergvleermuizen verstoord kunnen worden (lid 2) en als gevolg van de voorgenomen ingreep een zomerverblijf van de gewone dwergvleermuis verdwijnt (lid 4). Bij het uitvoeren van werkzaamheden ter plaatse van het verblijf dat zich aan de noordzijde in een kier tussen de muur en het de houten daklijst bevindt, wordt de hier aanwezige verblijfplaats permanent vernietigd. Tevens kan schade aan het hier verblijvende dier, zonder voorzorgsmaatregelen niet worden uitgesloten. Voor het uitvoeren van de voorgenomen ontwikkeling en het treffen van voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van schade aan de in het gebouw verblijvende gewone dwergvleermuis dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Uit de effectanalyse blijkt dat bij uitvoering van het voornemen geen negatieve effecten voor de huismus of gierzwaluw optreden. Overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming is daarom niet aan de orde.

Om eventuele effecten van de voorgenomen ontwikkeling op incidenteel foeragerende vleermuizen te beperken, worden op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel (Wnb, artikel 1.11) in het volgende

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

9

hoofdstuk voorzorgsmaatregelen aanbevolen. Voor het toepassen van deze maatregelen is geen ontheffing noodzakelijk.

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

10

6 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 6.1

Algemeen

Het soortgericht onderzoek naar de huismus, gierzwaluw en vleermuizen heeft plaatsgevonden volgens de wettelijke goedgekeurde protocollen en richtlijnen voor het onderzoek naar deze soort(en)groepen. Er kan daarom worden vastgesteld dat het plangebied afdoende onderzocht is. Bij het onderzoek is één vaste rust- en verblijfplaats aangetroffen. Voor het beschadigen van een vaste rust- en verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en het treffen van maatregelen om schade aan exemplaren van deze soort te voorkomen is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

6.2

Resultaten

In het plangebied is één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. De aanwezigheid van andere verblijfplaatsen of essentiële gebiedsfuncties voor de huismus, gierzwaluw of vleermuizen kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten.

6.3

Effecten

Bij uitvoering van de werkzaamheden zal één verblijf vernietigd worden. Om het doden of verwonden van hier verblijvende dieren te voorkomen zijn voorzorgsmaatregelen van toepassing. Negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling op andere voor vleermuizen belangrijke gebiedsfuncties zijn redelijkerwijs uitgesloten.

6.4

Toetsing

Met het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden worden lid 1, 2 en 4 van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden.

6.5

Aanbevelingen

Voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient een ecologisch werkprotocol opgesteld te worden. Hierin worden de periode waarin en wijze waarop de voorzorgsmaatregelen uitgevoerd dienen te worden concreet uitgewerkt. Ook wordt hierin aangegeven op welke momenten in het werkproces begeleiding door een deskundig ecoloog noodzakelijk is. Door op deze wijze te werken wordt zo veel als mogelijk voorkomen dat gewone dwergvleermuizen gedood of verwond (lid 1) of verstoord worden (lid 2). In dit protocol dienen ten minste de tijdelijke en permanente mitigatie te zijn uitgewerkt: ●

De verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis dient minimaal 6 maanden (alleen de periode waarin vleermuizen actief zijn telt mee) voor de werkzaamheden gemitigeerd te worden door het beschikbaar stellen van vier alternatieve (tijdelijke) verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied. De vorm en locatie van deze mitigatie dient te worden vastgesteld in overleg met een ecoloog.

●

In de toekomstige situatie dient de op te heffen verblijfplaats te worden gecompenseerd door middel van minimaal vier permanente verblijfplaatsen. Deze kunnen in de nieuwbouw of in omliggende gebouwen gerealiseerd worden. De vorm en locatie van deze mitigatie dient te worden vastgesteld in overleg met een ecoloog.

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

11

Bij het uitvoeren van de werkzaamheden en de toekomstige inrichting van het plangebied wordt geadviseerd rekening te houden met de aanwezigheid van incidenteel foeragerende vleermuizen Dit kan door het toepassen van de volgende maatregelen: ●

De voorgenomen werkzaamheden zo veel als mogelijk overdag uitvoeren.

●

Bij toepassing van tijdelijke bouwplaats verlichting en permanent verlichting in de nieuwe situatie, gebruik maken van objectgerichte verlichting. Op deze wijze wordt uitstraling van licht naar de omgeving voorkomen en blijft het maximaal donker rondom het plangebied.

●

Waar mogelijk behouden van de aanwezige groenstructuur in en om het plangebied. Door in de toekomstige situatie te zorgen voor voldoende onverharde delen van het terrein (gazon, borders etc.) en verspreid over het terrein bomen en struiken aan te planten ontstaan aantrekkelijke omstandigheden voor foeragerende vleermuizen.

●

Bij uitvoering van werkzaamheden is te allen tijde en voor alle soortgroepen de algemene zorgplicht van toepassing (Wnb, artikel 1.11). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen van ruimtelijk inrichting en ontwikkeling (en bestendig beheer en onderhoud) voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden algemeen beschermde soorten als bosmuis, egel of gewone pad worden aangetroffen, zij de ruimte en tijd moeten krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren voorzichtig verplaatst worden naar een naastgelegen locatie waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden.

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

12

BIJLAGE 1 – FOTO IMPRESSIE

Foto 1 | Verblijfplaats gewone dwergvleermuis in het plangebied, de pijl markeert de opening die toegang geeft tot het verblijf.

Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4850/documents/36140