CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Nota zienswijzen pleingebouw.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 12: GEEN BESLUIT OVER GENOMEN: Voorstel betreft in te stemmen met het plan Dorpsplein centrum Bergen15.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota zienswijzen behorende bij de omgevingsvergunning en het objectnummerbesluit Dorpsplein Pleingebouw (WABO2102110) Maart 2022

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Beantwoording zienswijzen 3. Aanpassingen ruimtelijke onderbouwing

1. Inleiding De ontwerp omgevingsvergunningen en het ontwerp objectnummerbesluit voor het pleingebouw op het Dorpsplein in Bergen heeft vanaf 27 december 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn er 9 zienswijzen ingekomen. In het volgende hoofdstuk worden deze zienswijzen zakelijk weergegeven en van reactie voorzien. In hoofdstuk 3 worden eventuele aanpassingen op geleide van de zienswijzen weergegeven. Het doel van deze nota is een korte zakelijke weergave van de binnengekomen zienswijzen en het standpunt daarover van het college van burgemeester en wethouders van Bergen. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijzen is de ruimtelijke onderbouwing op enkele punten aangepast. De voornaamste aanpassingen betreffen de opname van de goothoogte van het bouwplan en de aanvulling van de cultuurhistorische paragraaf met de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat. Voor een volledig overzicht van de aanpassingen wordt verwezen naar hoofdstuk 3. De zienswijzen hebben geen aanpassing het objectnummerbesluit tot gevolg.

2. Beantwoording zienswijzen In dit hoofdstuk worden de zienswijzen zakelijk weergegeven en van een reactie voorzien. Alle zienswijzen zijn tijdig ingekomen. De volgende reclamanten hebben een zienswijze gegeven: 1. Bewoner Karel de Grotelaan 2. Bewoner Sint Antoniusstraat 3. Stichting Mooier Bergen 4. Bewonersvereniging Bergen Centrum 5. Erfgoedvereniging Heemschut 6. Bewoner Nachtegalenlaantje 7. Van Eijk Van Heslinga advocaten 8. Bewoner Vijverlaan 9. LOSB Iedere unieke zienswijze wordt zoveel mogelijk zakelijk weergegeven. Vervolgens wordt op de zienswijze gereageerd met aan het eind van die reactie de conclusie of de zienswijze al dan niet aanpassing van de omgevingsvergunningen tot gevolg heeft. Zienswijze 1 22ip.00290 Samenvatting 1. Gemeenteraad Zienswijze Voor ondergetekende is het als lid van de Gemeenteraad van Bergen misschien ongebruikelijk om een zienswijze in te dienen. Maar dat heeft een reden. Want ondanks het feit dat het hier gaat om een majeur en beeldbepalend bouwproject in het centrum van het dorp Bergen, heeft het college de gemeenteraad niet in het besluitvormingsproces betrokken. Daarmee miskent en negeert het college de volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad. Nota bene één van de drie hoofdtaken. Ondergetekende ziet dus op dit moment geen andere mogelijkheid dan het indienen van een zienswijze.

Indien wordt afgeweken van een bestemmingsplan, kan volgens artikel 6.5 van het Besluit Omgevingsrecht, de omgevingsvergunning niet worden verleend dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. De gemeenteraad kan echter categorieën gevallen aanwijzen waarin zo'n verklaring niet is vereist. Met de vaststelling van de 'Regels Kleine en Grote plannen gemeente Bergen 2020' heeft de gemeenteraad dergelijke categorieën vastgesteld. Onderhavig bouwproject valt hier echter zogezegd niet onder, omdat het hier gaat om een woningbouwproject binnen de bebouwde kom, waarbij 18 of meer woningen worden

toegevoegd. Bij het project L-gebouw gaat het om toevoeging van 20 woningen en bij het project P-gebouw om toevoeging van 9 woningen. Dat er twee aparte aanvragen voor omgevingsvergunningen om te mogen afwijken van het bestemmingsplan gedaan zijn, maakt nog niet dat het ook daadwerkelijk gaat om twee bouwprojecten. De constructie om met twee aanvragen voor een omgevingsvergunning te mogen afwijken van het bestemmingsplan is waarschijnlijk alleen gedaan zodat in het proces geen besluit van de gemeenteraad nodig is, omdat de gemeenteraad heeft besloten dat de raad niet meer betrokken hoeft te worden bij plannen anders dan woningbouwplannen van meer dan 18 woningen. Ter illustratie: de nieuwbouw van Hotel Nassau bestaat uit de realisatie van twee (hotel)gebouwen. De twee gebouwen worden onderling met elkaar verbonden. Deze verbinding is van buitenaf niet zichtbaar, maar hierdoor dient het volgens de ontwikkelaar en de gemeente gezien te worden als één gebouw en in ieder geval is er steeds sprake geweest van één bouwproject. Er is ook één omgevingsvergunning voor het project verleend. Ook op het Dorpsplein gaat het om twee gebouwen die onderling met elkaar verbonden worden door een parkeergarage. Er is dus geen reden om te veronderstellen dat het hier wel zou gaan om twee gescheiden bouwprojecten.

Bot Bouw zelf beschouwt het overigens ook als één project, gelet op de uitingen op hun website: In het centrum van Bergen wordt het project 'Dorpsplein Bergen' ontwikkeld. Het betreft een ontwikkeling van 29 appartementen in twee gebouwen met op de begane grond ruimte voor horeca en winkels en een ondergrondse stallingsgarage met 46 parkeerplaatsen. Conclusie: de omgevingsvergunning kan niet worden verleend, omdat de gemeenteraad níet heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. 2. Didam-arrest De Hoge Raad oordeelde op 26 november 2021 in het Didam-arrest dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, gelegenheid moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak, indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop, of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. Dit arrest van de Hoge Raad heeft consequenties voor de wijze waarop en voorwaarden waaronder de gemeente onroerende zaken kan verkopen. Een overheidslichaam kan niet langer onroerende zaken (gebouwd of ongebouwd) exclusief aan één partij te koop aanbieden zonder dit vooraf kenbaar te maken. In het plangebied zijn er 2 particulieren met een grondpositie van in totaal 163 m2 (Plein 5 en 11). Verder heeft Bot Bouw BV tot heden hier een grondpositie van slechts 83 m2 (Plein 9).

Voor het overige is alle grond in het plangebied eigendom van de gemeente. Deze verhouding in grondposities kan dus geen aanleiding zijn om Bot Bouw BV als enige serieuze gegadigde in aanmerking te laten komen. Toch is het voornemen van het college om de grond in het plangebied dat in gemeentelijk eigendom is, één-op-één te verkopen aan Bot Bouw BV. Dat is in strijd met voornoemd arrest van de Hoge Raad. Daardoor loopt de gemeente het risico op schadeclaims door eventueel andere geïnteresseerde gegadigden.

3. Participatie Het begon goed toen het college en het bestuur van de BBC Stedenbouwkundige randvoorwaarden formuleerden voor het Dorpsplein. Om in de beginfase de omgeving erbij te betrekken verdient lof. Maar daarna was het over met de pret. Geen ouderwetse klankbordavonden en geen informatieavonden. Kortom, geen enkele mogelijkheid voor inwoners om te participeren bij dit project. Niet op initiatief van de gemeente en niet op initiatief van de ontwikkelaar. En dat ondanks de Participatieverordening Bergen 2021. Naar nu moet worden aangenomen, wordt de gemeenteraad bij de besluitvorming gepasseerd. Daarmee is inwoners ook de formele mogelijkheid ontnomen om over dit onderwerp in te spreken. Gezien de lange voorgeschiedenis van planontwikkelingen in het centrum is dit onaanvaardbaar, ondemocratisch en doet geen recht aan de wens van de gemeenteraad en inwoners om een brede en representatieve inwonersconsulatie te organiseren bij dergelijke grote en beeldbepalende ontwikkelingen die het hele dorp aangaan. Verder is het de vraag wat er is gebeurd met inspraak en de keuze door het Q-team-plus in 2017 voor de ontwerpen van architectenbureau de Zwarte Hond voor de invulling van het Dorpsplein. Het afblazen van het bouwproject volgens dit ontwerp is kennelijk geen aanleiding geweest voor het college om het nieuwe ontwerp met inwoners te bespreken.

Zij moeten het doen met een filmpje op de website van de ontwikkelaar dat slechts een vage indruk biedt op de inpassing in de omgeving, korrelgrootte, etc. 4. Bestemmingsplan Bergen Centrum 1977 De omgevingsvergunningen zijn aangevraagd om te mogen afwijken van het bestemmingsplan Bergen Centrum uit 1977. Hoe oud ook, dit bestemmingsplan is destijds op democratische wijze vastgesteld door de gemeenteraad. Het zou logisch zijn om bij dergelijke ingrepen hetzelfde bestuursorgaan de afweging te laten maken of ingestemd kan worden met een wijziging van het bestemmingsplan als het om ingrijpende afwijkingen gaat. De hier gevraagde afwijkingen zijn veel te groot om, zonder democratische legitimatie door de gemeenteraad, te worden gehonoreerd. Beantwoording 1. Gemeenteraad U geeft aan dat sprake is van één groot plan. Beide bouwplannen kunnen echter los van elkaar worden uitgevoerd. Het L-gebouw en de bijbehorende parkeergarage kan worden gebouwd zonder dat het Pleingebouw wordt gebouwd en andersom. Als de parkeergarage is gebouwd, kan daarop tevens een ander bouwplan worden gerealiseerd. Het zijn dan ook twee plannen die beide vallen onder de genoemde ‘Regels Kleine en Grote plannen’. Het college mocht de betrokken vergunningen dan ook verlenen zonder een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad.

In december 2020 is de raad geïnformeerd over de herontwikkeling Dorpsplein met een digitale nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief staat onder andere het volgende: De randvoorwaarden zijn dinsdag 15 december door het college vastgesteld. Nu is het aan de ontwikkelaar BOT-bouw uit Heerhugowaard om een plan te maken dat past binnen die

voorwaarden. Dat plan zal met de inwoners worden besproken waarna een korte ruimtelijke procedure volgt. Omdat het bestemmingsplan niet hoeft te worden aangepast kunnen, wanneer juridische procedures uitblijven, de voorbereidingen voor de bouw eind 2021 beginnen. Voor de volledigheid wordt nog opgemerkt dat op 27 mei 2021, bij de presentatie van de plannen voor Bergen Centrum, de raad is geïnformeerd over het voornemen om de ontwikkeling van het Dorpsplein in 2 projecten onder te brengen. Dit om eventuele vertraging bij één van beide gebouwen niet van negatieve invloed te laten zijn op het andere gebouw. De presentatie vormde voor de raad kennelijk geen aanleiding voor de raad om één en ander te agenderen. 2. Didam-arrest In het Didam-arrest oordeelde de Hoge Raad dat overheden bij grondverkoop de gelegenheid moeten bieden om mee te dingen. Dit neemt niet weg dat onderhandsverkoop wel mogelijk is als slechts één serieuze partij in aanmerking komt. Bij de inbreng bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op basis van objectieve, toetsbare en redelijke criteria de initiatiefnemer van het project als enige serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. Daar speelt mee dat het bestaande grondeigendom van de initiatiefnemer maakt dat slechts door hem kan worden gekomen tot een doelmatige realisatie.

Hierbij wordt aansluiting gezocht bij het doelmatigheidscriterium uit het onteigeningsrecht, waarbij per project dient te worden gekeken naar algehele het grondeigenaarschap, de mogelijkheid tot realisatie van de gewenste stedenbouwkundige verkaveling, de integrale uitvoering van het plan, en de gemeentelijke (faserings)eisen. Dit standpunt van de gemeente wordt onderschreven in hoofdstuk 7 van de factsheet van het Ministerie van BZK: “bestaande grondposities maken dat slechts één partij als serieuze gegadigde in aanmerking komt, al dan niet in combinatie met een doelmatig gebruik van de grond.” In dit geval is Bot Bouw de enige partij die in aanmerking komt voor realisatie. Bot Bouw heeft ook de beschikking over de andere particuliere eigendommen (Vestering) en wil graag als projectontwikkelaar de integrale herontwikkeling op pakken. 3. Participatie De herontwikkeling van het centrum van Bergen is al decennia onderwerp van planvorming en gesprek. Voor de ontwikkeling van het Dorpsplein (het L-gebouw en Pleingebouw tezamen) werden binnen dat kader al verschillende plannen gemaakt, maar deze plannen hebben nooit tot realisatie geleid. Wel zijn de Structuurvisie Mooi Bergen (versie 1.0 en 2.0) en het beeldkwaliteitskader en -plan in samenspraak met de omwonenden opgesteld en vervolgens vastgesteld.

Om daadwerkelijk tot realisatie te komen heeft het college van burgemeester en wethouders begin 2020 het plan opgevat om voor ontwikkelingen op de locatie van het Dorpsplein maatschappelijk gedragen ruimtelijke randvoorwaarden te creëren waarbinnen een ontwikkeling tot stand kan komen. In dit kader heeft het college aan de Bewonersvereniging

Bergen Centrum (BBC) gevraagd een eerste voorstel te doen voor die nieuwe ruimtelijke randvoorwaarden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een proces waarvan het resultaat is vastgelegd in het memo ‘Randvoorwaarden ruimtelijke ontwikkeling Dorpsplein Bergen Centrum’ d.d. 30 november 2020. Dit document is vervolgens vastgesteld door het college. De ruimtelijke randvoorwaarden zien toe op de maatvoering van de nieuwe gebouwen (dit moet passen bij de pluriforme stijl en dorpsidentiteit van Bergen), de functies die landen in een nieuw plan (deze moeten passen binnen de gedachte aan diversiteit en dient te voorzien in de Bergense behoefte), verkeer en parkeren (deze aspecten gaan verder dan alleen de ontwikkeling van het Dorpsplein en zien toe op alle ontwikkelingen in het centrum van Bergen). Op basis van de Structuurvisie, Beeldkwaliteitsplan en Ruimtelijke Randvoorwaarden is door initiatiefnemer het plan uitgewerkt, waaronder de realisatie van onderhavig’. De stedenbouwkundige van de gemeente en de gemandateerde van de Welstand/ Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (ARK) hebben vervolgens het door de initiatiefnemer uitgewerkte plan getoetst aan de eerder genoemde (beleids)documenten. Hierbij merken wij op dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, wordt getoetst of de plannen voldoen aan de redelijke eisen van welstand. 4.

Bestemmingsplan Bergen Centrum 1977 Het bouwplan voldoet niet aan het genoemde bestemmingsplan. Daarom wordt met de omgevingsvergunningen afgeweken van het bestemmingsplan. Met de vaststelling van de 'Regels Kleine en Grote plannen gemeente Bergen 2020' heeft de gemeenteraad categorieën van plannen vastgesteld, waarvoor geen specifieke verklaring van geen bedenkingen voor nodig is. Om die reden is het college in deze bevoegd te besluiten. Conclusie De zienswijze heeft geen aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing en omgevingsvergunning dan wel objectnummerbesluit tot gevolg. Zienswijze 2 22ip.00293 Samenvatting Uit de media begreep ik dat het bestuur van de Bewonersvereniging Bergen Centrum (BBC) 'blij is met de bouwplannen' voor het zogeheten plandeel 'Dorpsplein'. Daarbij is er sprake van dat dit plandeel wordt ontwikkeld met slechts één partij, namelijk Bot Bouw B.V. uit Heerhugowaard. Van een open inschrijving is geen sprake. Allereerst: het bestuur van de BBC heeft bij het uitspreken van zijn blijdschap over dit uitermate belangrijke en ingrijpende project geen overleg gepleegd met de meer dan honderdvijftig (150!) leden. Er heeft geen ledenvergadering, ledenraadpleging (digitaal of 'analoog') of anderszins plaatsgevonden. Het ingediende oordeel 'namens de Bewonersvereniging Bergen Centrum' over dit project is het oordeel van slechts twee (2!) personen.

Zij vertegenwoordigen verder niemand.

Ten tweede: In de door het college gekozen en gevolgde procedure m.b.t. de ontwikkeling van dit plandeel ontbreekt elke vorm van bewonersparticipatie. Klaas kwam niet is de titel van een bekende essaybundel van Willem Frederik Hermans en lijkt hier nu ook op de verantwoordelijke wethouder te slaan. Het moge duidelijk zijn dat ook deze keuze tot bezwaren zal leiden van bewoners en andere betrokken partijen. Dat deze juridische bezwaren tot vertraging gaan leiden - en wellicht tot jarenlange vertraging - is in niemands belang, laat staan in het belang van onze mooie gemeente. Beantwoording Voor de herontwikkeling van Bergen Centrum heeft de bewonersparticipatie inmiddels langdurig, breed en met bevredigend resultaat plaatsgehad. Zo is voor de eerste structuurvisie gewerkt met de in breng van de bewoners. Deze bleek, nadat deze was vastgesteld, helaas niet haalbaar, waarop is besloten deze, wederom met de nodige participatie, aan te passen tot de Structuurvisie 2.0. Deze is vastgesteld door de gemeenteraad. Vervolgens is een verdieping gemaakt die heeft geleid tot beeldkwaliteitskaders en beeldkwaliteitsplan. Ook de herinrichting van de openbare ruimte is breed besproken. Hiermee is de basis voor de herontwikkeling van het centrum van Bergen naar tevredenheid van alle betrokkenen gelegd.

Per deelproject heeft op deze brede basis, in overleg met de bewoners, een concretisering plaatsgevonden (zie ook de beantwoording van zienswijze 1, onderdeel 3). Dit heeft geleid tot het tastbare resultaat met vaststellen van de Ruimtelijke Randvoorwaarden voor de deelprojecten Dorpsplein, Harmonielocatie en Winkelhart. Voor het deelproject Dorpsplein heeft de ontwikkelaar, Bot Bouw, de genoemde stukken als uitgangspunt meegekregen. Nu is er een ontwerp gemaakt dat voldoet aan al deze gedragen uitgangspunten. Daarmee heeft de bewonersparticipatie dus zijn actieve rol en inbreng gehad. Ons college heeft de planning van de planvorming en beoordeling door de BBC afgestemd met het bestuur van de BBC. In deze planning is met het bestuur afgesproken dat de gemeente hen eerst informeert en het bestuur vervolgens de leden van de BBC met een algemene ledenvergadering. De gemeente is er daarom vanuit gegaan dat het positieve oordeel het oordeel van de BBC is. Conclusie De zienswijze heeft geen aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing en omgevingsvergunning dan wel objectnummerbesluit tot gevolg.

Zienswijze 3 22ip.00265 Samenvatting 1. Participatieproces Net als bij de ontwikkeling van plandeel Harmonielocatie heeft de gemeente samen met het Bestuur van de Bewonersvereniging Bergen Centrum nieuwe Functionele en Stedenbouwkundige Randvoorwaarden voor de ontwikkeling Dorpsplein opgesteld. Deze opmaat naar participatie verdient in de initiatieffase lof en is betrokken partijen goed bevallen. Anders dan bij de Harmonielocatie zijn de Functionele en Stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de ontwikkeling Dorpsplein niet ter oordeels- en besluitvorming aan de algemene raadscommissie en gemeenteraad voorgelegd, maar alléén door het college vastgesteld. Inwoners hebben hierdoor niet kunnen deelnemen aan dit proces. Nu blijkt dat ook de bestemmeningsplan wijziging niet in de raad wordt behandeld, maar er rechtstreeks een omgevingsvergunning is ingediend door de initiatiefnemer. Dat vinden we zorgelijk. In de eerste plaats omdat het plan van de initiatiefnemer afwijkt van de Structuurvisie Mooi Bergen 2.0 die in 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld. En in de tweede plaats omdat inwoners hiermee zelfs de mogelijkheid wordt ontnomen om deel te nemen aan de formele inspraak.

Gezien de lange voorgeschiedenis waaraan ook de projectwethouder veelvuldig refereert, is deze procedure onnavolgbaar, ondemocratisch en doet bovenal geen recht aan de gedragen wens van de gemeenteraad (en ook van de Stichting) voor een brede en representatieve inwonersconsulatie bij ontwikkelingen die het hele dorp aangaan. Dat de gebiedsontwikkeling in het Centrum van Bergen brede belangstelling heeft bij inwoners, (maatschappelijke) ondernemers, recreanten etc., daarover mag na '50 jaar bakkeleien' geen twijfel meer bestaan. Wanneer heeft het bestuursorgaan bepaald deze participatieprocedure te volgen? We verwijzen in dit kader naar Hoofdstuk 2, artikel 4 uit de Participatieverordening Bergen 2021. Zoals u weet hecht de Stichting aan betekenisvolle en brede inwonersparticipatie. Want het is onze ervaring en overtuiging dat oprechte inwonersparticipatie leidt tot planoptimalisatie, procesverbeteringen, maar ook tot meer draagvlak en versnelling bij projecten. Omdat het huidige proces rondom de ontwikkeling Dorpsplein representatieve en betekenisvolle inwonersparticipatie in de weg staat, doen we een dringend beroep aan de gemeenteraad om voor de ontwikkeling Dorpsplein en alle volgende plandelen in de gebiedsontwikkeling Mooi Bergen 2.0 een transparant participatieproces vast te stellen conform de Participatieverordening Bergen 2021. 2.

Didam-arrest uitgifte van onroerende zaken en het bieden van gelijke kansen De gebiedsontwikkeling Mooi Bergen 2.0 heeft al jaren grote belangstelling van inwoners maar ook de belangstelling van marktpartijen. De projectwethouder bevestigt dit naar aanleiding van de recente marktconsultatie ter voorbereiding op de openbare aanbesteding van het plandeel Harmonielocatie die, zoals aangekondigd binnenkort via TenderNet van start zal gaan. Omdat bij de ontwikkeling Dorpsplein, net als bij het plandeel Harmonielocatie, gemeentelijke onroerende zaken betrokken zijn, willen we de gemeente op de risico's van de één- op-één verkoop aan Bot Bouw B.V. wijzen als gevolg van het Didamarrest:

De Hoge Raad oordeelde op 26 november 2021 in het Didam-arrest dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, gelegenheid moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak, indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop van de desbetreffende onroerende zaak of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. Dit arrest van de Hoge Raad heeft consequenties voor de wijze waarop en voorwaarden waaronder de gemeente onroerende zaken kan verkopen. Een overheidslichaam kan niet langer onroerende zaken (gebouwd of ongebouwd) exclusief aan één partij (in het geval ontwikkeling Dorpsplein aan Bot Bouw b.v.) te koop aanbieden zonder dit vooraf kenbaar te maken. In de factsheet van BZK wordt ingegaan op de gevolgen van het arrest van 26 november 2021 voor overheidslichamen en marktpartijen. We vragen u kennis te nemen van de factsheet van BZK, want gezien de grote belangstelling van marktpartijen voor het plandeel Harmonielocatie ligt het in de rede dat binnen dezelfde gebiedsontwikkeling Mooi Bergen 2.0, ook voor het plandeel Dorpsplein meerdere gegadigden zullen zijn dan enkel Bot Bouw B.V. Het Didam-arrest heeft immers ook gevolgen voor lopende onderhandelingen.

Wanneer de omgevingsvergunningen, die overigens een maand ná dit arrest ter inzage zijn gelegd, worden verleend en de gemeente Bergen overgaat tot verkoop van haar onroerende zaken aan Bot Bouw B.V., vrezen wij voor verder oplopende vertraging en hoge kosten ten gevolge van het Didamarrest. De Stichting doet naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad in het Didam-arrest een dringend beroep aan het college en de gemeenteraad om de omgevingsvergunningen voor de ontwikkeling Dorpsplein niet te verlenen en ook voor het plandeel Dorpsplein, net als bij het plandeel Harmonielocatie, een vorm van aanbesteding in overweging te nemen. Een aanbestedingsprocedure met heldere selectiecriteria biedt ook een uitgelezen kans voor meer dan één plan, waaruit het mooiste plan gekozen kan worden voor deze unieke plek in het centrum van Bergen. Laten we hier samen voor gaan. Dat verdient Bergen. Beantwoording 1. Participatieproces Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze, wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze nummer 1, onderdeel 3. Aanvullend wordt daarbij nog het volgende opgemerkt: a. het is correct dat de ruimtelijke randvoorwaarden zijn vastgesteld door het college. Hiervoor hebben meerdere factoren een rol gespeeld. De belangrijkste factor in deze is dat de randvoorwaarden een nadere concretisering c.q.

uitwerking betreffen van reeds door de raad vastgestelde kaders zoals de structuurvisie, het beeldkwaliteitskader- en plan. Daarnaast is de gemeenteraad door het college geïnformeerd over de voorgenomen plannen voor het Dorpsplein. Vaststelling van de ruimtelijke randvoorwaarden door de gemeenteraad werd derhalve niet noodzakelijk geacht.

b. gesteld wordt dat inwoners de mogelijkheid wordt ontnomen om deel te nemen aan formele inspraak, nu de omgevingsvergunning niet door de gemeenteraad wordt behandeld. Graag attenderen wij indiener van de zienswijze erop dat ook in de procedure voor de omgevingsvergunning het mogelijk op de In het plannen te reageren mogelijk is, in de vorm van een zienswijze en eventueel beroep. U heeft gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid om deel te nemen aan de formele inspraak door een zienswijze in te dienen. c. het gevoerde participatieproces is in lijn met de Participatieverordening Bergen 2021. De voorgenomen ontwikkeling betreft een plan dat is aan te merken als een ‘extern initiatief’ zoals bedoeld in de Participatieverordening (artikel 10). Dit artikel stelt dat participatie moet worden toegepast, maar dat de wijze waarop door de gemeente niet kan worden verplicht. In onderhavige situatie heeft zowel de gemeente als de initiatiefnemer bijgedragen aan het participatieproces. De gemeente door het – in samenspraak met de BBC – creëren van maatschappelijk gedragen randvoorwaarden en de initiatiefnemer door het actief informeren over de verdere uitwerking van de plannen. 2. Didam-arrest uitgifte van onroerende zaken en het bieden van gelijke kansen Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze, wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze nummer 1, onderdeel 2.

Conclusie De zienswijze heeft geen aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing en omgevingsvergunning dan wel objectnummerbesluit tot gevolg.

Zienswijze 4 22ip.00346 Samenvatting 1. Inrichting Plein Voor wat betreft de inrichting van Plein gaan we ervan uit dat bestaande bomen zoveel mogelijk gehandhaafd blijven en er zoveel mogelijk passende bomen worden geplant. Het monument van Lucebert zal verplaatst worden, evenals de startpunten van de wandelingen. Er moet voldoende ruimte op het Plein blijven. Het is niet de bedoeling dat het volledig wordt ingenomen door terrassen en uitstallingen van de winkels. De geplande doorlopen aan beide zijden van het Pleingebouw en langs het L-gebouw moeten voldoende breed blijven. In de plannen worden voornemens geuit met betrekking tot het gebruik van de plint als commerciële ruimtes. Deze voornemens passen binnen het kader van het eerder vastgestelde memo. Horeca zoveel mogelijk aan de zijde van de Breelaan en een divers aanbod van niet al te grote eenheden in het overige deel, zodat een levendige en aantrekkelijke structuur ontstaat. 2. Verkeer, vrachtverkeer en parkeren In figuur 1 is de voorgestelde parkeervoorziening weergegeven. Wij hebben geen bezwaren

tegen de voorgenomen omvang van de parkeervoorziening. Wel vinden we dat de parkeervoorziening aan zou moeten sluiten bij het algemene parkeerbeleid van de gemeente. Dat betekent bijvoorbeeld dat de parkeervoorziening nodig voor de oostzijde van het winkelhart hierbij zou moeten kunnen aansluiten. Onderzocht zou moeten worden of met deze parkeergarage een oplossing kan bieden voor de parkeerbehoefte van het Parkhotel. We zouden liever zien dat de parkeergarage aan zou sluiten bij bestaande openbare parkeervoorzieningen. Het vaststellen van een parkeerbeleid door de gemeente moet geen vertraging opleveren voor dit project. Op zich hebben we geen problemen met de situering van de éénrichting-toegang/uitgang tot de parkeergarage aan de Jan Oldenburglaan. Wel maken we ons wel enige zorgen over de verkeerssituatie in de Jan Oldenburglaan. De Jan Oldenburglaan is een verkeersluwe straat en dient dit ook zo te blijven. Het aantal extra motorvoertuigen per dag neemt niet heel erg toe. Maar de bevoorrading van de winkels aan de achterzijde van het gehele winkelhart moet mogelijk blijven. Daar moet rekening mee gehouden worden bij de inrichting. Met name de bevoorrading van de (toekomstige) horeca is daarbij een punt van zorg. Hetzelfde geldt voor de opslag en afvoer van afval.

Een regulering van de aan en afvoer van materiaal met bijvoorbeeld een tijdsvenster en maximale grootte van voertuigen ligt dan voor de hand. Ook de planning voor het fietsparkeren is noodzakelijk. Voor het fietsparkeren worden voldoende plaatsen gerealiseerd, zonder dat deze de beschikbare ruimte significant beperken, inclusief de situering van enkele oplaadplaatsen. 3. Project 2, het Pleingebouw Wat opvalt in het ontwerp is de omvang van het gebouw. In de verschillende plannen wordt gesproken van twee tot drie bouwlagen. Hier zijn het er vier geworden. Ook de omvang van het gebouw is beduidend groter dan oorspronkelijk gepland in de structuurvisie en in Mooi Bergen 1.0. Het is eigenlijk net zo groot als het oorspronkelijke signaal 02 en het gebouw ‘woning van dokter Bok’ samen. Voor wat betreft de korrelgrootte en open structuur kunnen dezelfde opmerkingen gemaakt worden als bij project 2. Beantwoording 1. Inrichting Plein Zoals in de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de vergunning is opgenomen, is de inrichting van de openbare ruimte de verantwoordelijkheid van de gemeente Bergen. Wij zullen uw reactie daar waar mogelijk meenemen in de definitieve inrichting van de openbare ruimte. De inrichting van de openbare ruimte – evenals de realisatie van eventuele terrassen – valt echter buiten deze vergunningaanvraag.

Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt de komende maanden in overleg met de omgeving een ontwerp gemaakt. De criteria zoals gesteld in de vastgestelde beeldkwaliteitsdocumenten zullen leidend zijn. De modellering van de gebouwen geeft alle ruimte voor het inrichten van een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte alsmede voor een evenwichtige verdeling tussen enerzijds

terrassen en uitstallingen en anderzijds circulatie- en openbare verblijfsruimte met groen en bomen. 2. Verkeer, vrachtverkeer en parkeren De te realiseren parkeerkelder is bedoeld voor de parkeervraag van de erop te ontwikkelen woningen en commerciële ruimten en heeft geen openbare functie. Een openbare parkeergarage op deze locatie is niet wenselijk omdat het aantal verkeersbewegingen van en naar openbare parkeergarages groter is dan bij particuliere parkeergarages waardoor een winkelhart wordt herontwikkeld. Opgemerkt wordt dat de gemeente separaat aan deze procedure een onderzoek is gestart naar de parkeerbehoefte van het hele centrum. De inrichting van het plein moet nog worden gemaakt. De criteria zoals gesteld in de vastgestelde beeldkwaliteitsdocumenten zullen leidend zijn. De nu voorgestelde bebouwing geeft alle ruimte om dit te kunnen realiseren. De inrichting van de openbare ruimte en de daarbij behorende verkeersroutering voor autoverkeer, fietsers en voetgangers moeten dan ook nog nader worden uitgewerkt. Aandachtspunten daarbij zijn onder meer de bevoorrading van de verschillende functies (horeca, winkels) en het (huis)vuilophalen. Of en in hoeverre daarbij toegangsbeperkingen noodzakelijk zijn zal dan blijken. Dat geldt ook voor het stallen van fietsen.

In overleg met ondernemers zal onderzocht worden of het mogelijk is om oplaadplaatsen voor (elektrische) fietsen te realiseren. Vooralsnog kan de bevoorrading van de winkels en horecagelegenheden in de voorgenomen ontwikkeling plaatsvinden op maaiveld, zoals ook in de huidige situatie plaatsvindt. De verlading (binnen verkeer en parkeren) zal een specifiek aandachtspunt zijn. Daarboven zal de verlading bij de herinrichting van de openbare ruimte daar waar nodig een bepalende rol spelen. Hierbij worden vooralsnog geen belemmering verwacht. Bij de herinrichting van de openbare ruimte zal worden onderzocht of daarboven optimalisatie mogelijk is. 3. Project 2, het Pleingebouw Ten opzicht van de contourenkaart van Mooi Bergen 2.0 hebben enkele verschuivingen plaatsgevonden. Dit heeft het plein stedenbouwkundig wat sterker gemodelleerd. Het Pleingebouw (conform de uitgangspunten vier lagen waarvan de 4e laag een kap) heeft een grotere oppervlakte, voornamelijk vanwege het opnemen van de buitenruimtes in het bouwvolume. Het gebouw als geheel is ten opzichte van de contourenkaart naar het westen geschoven waarbij de doorgang langs Julie’s breder is geworden en het Dorpsplein aan de noordkant iets meer begrenzing heeft gekregen. Dit bakent het plein meer af. Ook wordt, komende van de Breelaan, het centrumgebied door de wat versmalde doorgang, meer bewust betreden.

Wij merken nog op dat in de ruimtelijke onderbouwing de goothoogte van het gebouw ontbrak. Die bedraagt maximaal 8,50 meter en wordt alsnog in de ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Conclusie De zienswijze heeft een aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing tot gevolg. De goothoogte van het bouwplan is opgenomen. De zienswijze heeft geen aanpassing het objectnummerbesluit tot gevolg.

Zienswijze 5 22ip.00387 Samenvatting 1. Stedenbouw Het Dorpsplein ligt in het hart van Bergen en kan worden gezien als een zeer kwetsbare plek in uw gemeente. Het plein is voor veel mensen een herkenningspunt en wordt dagelijks door veel van uw inwoners bezocht. Ontwikkeling van een dergelijk gevoelig gebied zal altijd met de grootst mogelijke voorzichtigheid moeten plaatsvinden. Het Dorpsplein ligt ook op de rand van het beschermde gezicht. Wie om zich heen kijkt op het Dorpsplein ziet dat de omgeving zich kenmerkt door lage bebouwing, met groen en veel vrije ruimten. Ook de huidige bebouwing gaat uit van dit kenmerk.

Voorliggende besluiten maken de weg vrij voor een sterke intensivering van deze bebouwing. Op de plek van de huidige laagbouw wordt de ruimte vrijgemaakt voor de bouw van appartementen die ruim vijf verdiepingen hoog worden. De getoonde impressies zijn getekend in vogelvluchtperspectief, een veel gebruikte techniek om de massaliteit van plannen te verhullen. De bebouwing lijkt op deze manier kleiner dan die in werkelijkheid zal zijn. Met het plan wordt verder de hoogte gezocht in het kwetsbare centrum van Bergen. Een goede stedenbouwkundige onderbouwing voor dit gebied en de directe omgeving zou het beginpunt moeten zijn van de planontwikkeling. Deze onderbouwing ontbreekt. Dit vinden wij op zijn zachtst gezegd onverantwoord. Zelf concludeert u in het stuk Conclusie beoordeling van het bouwplan aan de hand van de Kaderstukken, dat er punten zijn die ruimte laten voor interpretatie. Die gaan allemaal over twijfels over een verantwoorde stedenbouwkundige invulling en de bouwhoogte. Zonder gedegen stedenbouwkundige onderbouwing liggen er nu besluiten voor, die de weg vrij maken voor een sterke intensivering van de bebouwing. U maakt gebruik van uw bevoegdheid om het bestemmingsplan via de vergunning aan te passen waardoor de gemeenteraad niet wordt gekend in deze beslissing. Wij vinden dat niet deugen. 2.

Cultuurhistorie Op de plek van de appartementen staat nu een ontwerp van de architecten J.H. van de Broek en J.B. Bakema uit 1960/1961. Over dit specifieke ontwerp voor uw gemeente is in architectuurhistorische zin nog onvoldoende bekend, maar duidelijk is wel dat dit meer onderzoek behoeft. Dit architectenbureau, dat een voortzetting is van het wereldberoemde bureau Brinkman en Van der Vlugt (o.a. Van Nellefabriek Rotterdam) behoort tot de absolute top in de architectuur van de tweede helft van de twintigste eeuw en kan worden gezien als een begrip. Het bureau was door heel Nederland en Europa actief. Kenmerkend voor het bureau Van de Broek en Bakema was een milde functionele architectuur. Eigentijdse constructiemethoden en moderne materialen als beton en glas werden gebruikt voor een combinatie van grootschalige projecten met een menselijke maat. Het bureau is in Rotterdam onder meer verantwoordelijk voor de alom bekende Lijnbaan. Bakema zette zich als lid van de baanbrekende Forum redactie met onder meer Aldo van Eyck en Herman Herzberger in voor een minder rigide interpretatie van het functionalisme. Het ontwerp voor het dorpsplein in Bergen is daar een illustratie van. Het is bijzonder te noemen dat u in uw gemeente een ontwerp van dit bureau heeft staan, dat specifiek voor deze plek is ontworpen. Hier is tot op heden onvoldoende aandacht voor.

Het bestaande pand is de afgelopen jaren sterk verwaarloosd, al dan niet bewust. Onder het verwaarloosde uiterlijk is nog steeds het hoogwaardige ontwerp van een groot (kwalitatief, niet kwantitatief) architectenbureau herkenbaar. Een bureau, waarvan het werk voldeed aan de hoogste kwaliteitseisen. Ook op het Dorpsplein van Bergen. Als het pand zou worden opgeknapt, dan heeft u binnen uw gemeente een parel uit de Wederopbouwperiode: een belangrijke (architectonische) tijdlaag. Wij missen in voorliggende besluiten een onderzoek naar de bestaande waarden van het gebied en de bestaande bebouwing. Er is geen cultuurhistorische paragraaf, alleen een paragraaf die ingaat op de archeologische waarden die abusievelijk ook cultuurhistorie in de

titel heeft, terwijl dat wel is verplicht. U maakt door het ontbreken van deze paragraaf geen belangenafweging op het gebied van cultuurhistorie. 3. Bevoegdheid U schrijft in de concept beschikkingen dat de aanvragen vallen binnen de door de gemeenteraad aangewezen categorieën van gevallen, waardoor een verklaring van geen bedenkingen niet noodzakelijk is. Daarbij verwijst u naar het besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2020 waarbij de raad uitspreekt waarin zij wel of niet gehoord wil worden bij het verlenen van toestemming voor bouwprojecten. In dat stuk spreekt de raad uit dat bouwplannen van meer dan 18 woningen moeten worden betiteld als grote bouwprojecten. Projecten met minder dan 18 woningen kunnen worden betiteld als kleine bouwprojecten. Daarbij stelt de raad zich op het standpunt dat bij kleine bouwprojecten door het college versnellingsmiddelen mogen worden ingezet. U verwijst in de conceptbeschikking naar dit besluit alsof hierdoor geen verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is door uw raad. Wij lezen dat niet terug in het raadsbesluit. Wij lezen dat één van de conceptbeschikkingen gaat over de toevoeging van 20 woningen (besluit L-gebouw) en wij lezen dat beide besluiten gaan over de toevoeging van 29 woningen.

Beide besluiten kunnen als één worden gelezen, ook om een zogeheten ‘salamitactiek’ te voorkomen door het voorleggen van meerdere kleine vergunningen. Maar zelfs als we dat niet doen, dan verhoudt de beschikking voor het toevoegen van 20 woningen zich niet tot het raadsbesluit van 25 juni 2020 en is daarmee in strijd. Beantwoording 1. Stedenbouw De stedenbouwkundige onderbouwing is vastgelegd in de Structuurvisie Mooi Bergen 2.0 en de ruimtelijke randvoorwaarden. Om daadwerkelijk tot realisatie te komen heeft de gemeente Bergen begin 2020 het plan opgevat om voor ontwikkelingen op de locatie van het Dorpsplein maatschappelijk gedragen ruimtelijke randvoorwaarden te creëren waarbinnen een ontwikkeling tot stand kan komen. In dit kader heeft het college aan de Bewonersvereniging Bergen Centrum (BBC) gevraagd een eerste voorstel te doen voor die nieuwe ruimtelijke randvoorwaarden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een proces waarvan het resultaat is vastgelegd in het memo ‘Randvoorwaarden ruimtelijke ontwikkeling Dorpsplein Bergen Centrum’ d.d. 30 november 2020. Dit document is vervolgens vastgesteld door het college.

De ruimtelijke randvoorwaarden zien toe op de maatvoering van de nieuwe gebouwen (dit moet passen bij de pluriforme stijl en dorpsidentiteit van Bergen), de functies die landen in een nieuw plan (deze moeten passen binnen de gedachte aan diversiteit en dient te voorzien in de Bergense behoefte), verkeer en parkeren (deze aspecten gaan verder dan alleen de ontwikkeling van het Dorpsplein en zien toe op alle ontwikkelingen in het centrum van Bergen). Het gebouw als geheel is ten opzichte van de contourenkaart wat naar het westen geschoven waarbij de doorgang langs Julie’s wat breder is geworden en het Dorpsplein aan

de noordkant iets meer begrenzing heeft gekregen. Dit bakent het plein meer af. Ook wordt, komende van de Breelaan, het centrumgebied door de wat versmalde doorgang, meer bewust betreden. Wat betreft het vogelvluchtperspectief betreft, merken wij op dat in de ruimtelijke onderbouwing een geveltekening is opgenomen om inzicht te geven in de ruimtelijke uitstraling van het gebouw. Voor de volledigheid wordt in de ruimtelijke onderbouwing een impressietekening opgenomen met perspectief vanuit straatniveau. 2. Cultuurhistorie Architectenbureau van den Broek en Bakema is in Nederland vooral bekend geworden door toonaangevende ontwerpen in de Nederlandse architectuurgeschiedenis ten tijde van de Wederopbouwperiode. Vooruitlopend op de Structuurvisie Mooi Bergen is onderzoek gedaan naar de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat. Geconcludeerd is dat de sloop van het pand niet onaanvaardbaar is. Op basis hiervan heeft de raad in 2009 bij het vaststellen van de uitgangspunten van de Structuurvisie Mooi Bergen besloten dat de flat geamoveerd kon worden. Vervolgens zijn plannen gemaakt voor de herontwikkeling van het plein in de Structuurvisies Mooi Bergen (2011) en Mooi Bergen 2.0 (2015). Ook in uitwerking in de Ruimtelijke randvoorwaarden in 2020 werd uitgegaan van herontwikkeling en daarmee sloop van het bestaande pand.

Inderdaad zijn de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat ten onrechte niet opgenomen in de ruimtelijke onderbouwingen. Deze worden alsnog opgenomen in de paragraaf over cultuurhistorie. 3. Bevoegdheid Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze nr. 1, onderdeel 1. Conclusie De zienswijze heeft aanpassingen van de ruimtelijke onderbouwing tot gevolg. In de ruimtelijke onderbouwing is een impressietekening opgenomen met perspectief vanuit straatniveau. Ook is de paragraaf over cultuurhistorie aangevuld met de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat. De zienswijze heeft geen aanpassing het objectnummerbesluit tot gevolg.

Zienswijze 6 22ip.00436 Samenvatting 1. Het cultuurhistorisch belang van het ontwerp-Bakema Het Plein is altijd een controversiële plek geweest. Directe oorzaak daarvan is het collectieve trauma van de Bergenaren over het verdwijnen van de tram, die de opbloei van het dorp mogelijk had gemaakt. De invulling van het geslagen gat zou voor iedere architect en stedebouwkundige een bijna onoplosbaar probleem zijn geweest. Dat Bakema, de schepper

van de fameuze Lijnbaan in Rotterdam, de opdracht heeft aanvaard is daarom misschien wel een klein mirakel. Zijn oorspronkelijke ontwerp voorzag in een verbinding tussen het oude 19e-eeuws centrum en het nieuwe vroeg 20e-eeuwse, met een belangrijke plaats voor voetgangers en een aantal centrale voorzieningen. Onder die laatste waren de VVV en het busstation, waaraan de komst van de Kunstzaal van het KCB luttele jaren na de oplevering een uiterst waardevolle toevoeging betekende. De langs de Breelaan aanwezige horeca zorgde voor een goede, niet alles overheersende component van de centrumfuncties, temeer omdat het daar aanwezige groen (Oranjehotel en Rustende Jager) een rol in de dorpse sfeer kon blijven spelen. De door Bakema boven de winkelplint (met kleine zaken!) ontworpen woonflat zorgde voor een 'hoogteaccenť, dat evenwel niet uitstak boven het hoogste dak van de omringende bebouwing (Rusthuis Blok, nu Julies). Ook na verschillende veranderingen in het oorspronkelijke plan, en toevoegingen die daarmee absoluut strijdig waren, werd het ontwerp als 'kleine Lijnbaan' door terzake kundige instanties, waaronder de oude Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de Erfgoedvereniging Heemschut geroemd als een van de beste voorbeelden van de wederopbouwarchitectuur in een stads- of dorpscentrum in Nederland. Deze signalen zijn door de gemeentelijke overheid nooit opgepakt.

Er heeft zelfs nimmer een cultuurhistorische waardestelling annex bouwhistorisch onderzoek plaatsgevonden - en dat is iets waarvoor Bergen met zijn faam als kunstdorp zich eigenlijk diep zou moeten schamen. Dat er al veertig jaar wordt gepraat over voltooiing van het Plein is waar, maar de grote fout is geweest dat bij die discussies het basisontwerp nooit meer als uitgangspunt is genomen. Dat heeft tot een bonte verzameling van bouwwerken geleid, die geen enkele eenheid vertonen behalve hun volume en hun soms schrille architectuur, van een kakofonie aan stijlen tot volkomen stijlloosheid. De enige plek die geslaagd kan worden genoemd is de hoek met de Bibliotheek ook qua functie een welkome bestemming. De baksteengevels sluiten aan bij de dorpse vormen en materialen, terwijl hier ook ruimte genoeg was om de bouwhoogten van de achterliggende woningen te laten aflopen naar de fijnmazige structuur van de Karel de Grotelaan en het Middenpad. (Spijtig genoeg moest daar wel een bijzonder Jugendstilpand voor wijken, een stijl die in Bergen al nauwelijks vertegenwoordigd was.) Bij het complex 'Hartje Bergen' was die ruimte er niet, waardoor de overgang aan de achterzijde naar de dorpse bebouwing van de Dokter van Peltlaan behoorlijk abrupt is. Met de nu beoogde bebouwing op het westelijk deel van het Plein zal dat effect des te schrijnender blijken te zijn.

Ik op kom daar nog op terug. 2. De qua hoogte en bouwvolume ongewenste omvang van de geplande bebouwing In het dorp Bergen zoals het zich ontwikkelde vanaf het begin van de twintigste eeuw tot de eerste naoorlogse jaren is afwisseling altijd een sterk element geweest, zowel in stedenbouwkundig opzicht als in architectuur. Wanneer men de bebouwing rond de Ruïnekerk beziet, die voor tweederde stamt uit de periode 1900-1940, valt het op dat met name de bouwhoogten voortdurend verspringen. Er is niet één en dezelfde norm, er zijn huizen met één of twee verdiepingen, alle onder een kap, hetgeen een aangenaam afwisselend beeld oplevert. Ook langs de Breelaan, de 'pensionstraať waar de huizen vanwege hun functie groter en ruimer zijn, valt die afwisseling op, en ook daar levert hij een

prettig gevarieerd beeld op voor de voorbijganger. De charme van Bergen en dus de aantrekkingskracht voor bezoekers wordt daardoor, zoals u ongetwijfeld weet, voor een niet gering deel bepaald. Op het Plein is dat na de voltooiing van het Bakemaproject een heel andere kant uitgegaan. Niet alleen is daar de maximale bouwhoogte met meestal drie lagen boven de (hoge!) plint, en bij 'Centre Ville' zelfs vier lagen, veel hoger dan de gemiddelde 'hoge' woonhuizen, winkelpanden en pensions, maar is deze ook aanwezig bij vrijwel alle in de afgelopen decennia gebouwde complexen. Er is hier een skyline ontstaan die vrijwel nergens meer wordt onderbroken en die mede door het bouwvolume geen enkele dorpse uitstraling meer heeft. Daarbij is het groen, zoals dat hierboven als in 1960 nog bestaand werd genoemd, vrijwel geheel verdwenen. De bomen die op de plantekeningen voor het PleinWest zijn ingetekend moeten niet alleen worden opgevat als het door architecten zo grif gebruikte 'schaamgroen', maar zijn ook regelrechte voordegekhouderij. Op een zo versteend plein met uitsluitend hoge gebouwen, waarvan de wanden de hittestress alleen maar zullen verergeren, en met een bodem vol leidingen en parkeerkelders, komt geen gezonde boom ooit meer tot wasdom.

De hoogte van beide beoogde gebouwen het L-vormige op de plaats van de eerste winkelrij en het vierkante op de hoek Breelaan/Jan Oldenburglaan zal bovendien laatstgenoemde straat in een permanente schaduw zetten en visueel overheersen. Men bedenke dat zich hier een rijksmonument bevindt, de drankhandel in Amsterdamse Schoolstijl, dat een soort lilliputter wordt zonder de voor het genieten ervan benodigde ruimte om zich heen. Het hoekgebouw zal bovendien een visuele blokkade opleveren voor het nu nog ruime zicht op de drukbezochte hoek. De Bakemafiat heeft als voordeel (een principe van de architect!) dat men er onderdoor kan lopen, zodat er een beleving van echte openbare ruimte ontstaat. Dit dichtbouwen en de zonzijde te bestemmen voor terrassen (alwéér terrassen) zou een stedenbouwkundige blunder zijn van de eerste orde. Handhaving van de Bakemafiat en ophoging van de winkelstrook met afwisselende kappen zou een veel passender alternatief zijn. Helaas is er nooit over gedacht om een dergelijk idee uit te werken. Daarbij wordt in het gepresenteerde ontwerp 'vergeten', dat het Plein een doorgaande verkeersweg is door het dorp naar Bergen aan Zee en terug. De verkeersdrukte is het gehele jaar door, en niet alleen meer in het zomerseizoen zoals vroeger, al nauwelijks beheersbaar en acceptabel voor ingezetenen en bezoekers.

Dit aspect negeren, en alleen wat rafelranden aanstippen als bevoorrading van winkels en horeca alsmede ondergrondse parkeergelegenheid met in- en uitritten voor de nieuwe woningen, is een planologische vergissing van formaat. 3. De ondoorzichtige en niet door de volksvertegenwoordiging getoetste procedure Uw college is voornemens het bouwproces (onderwerp van deze zienswijze) en de daaraan voorafgaande sloop (waarvoor de vergunningaanvrage vorige week is gepubliceerd) geheel buiten de volksvertegenwoordiging om te realiseren. Ik zal niet de enige zijn, die zich nu in gemoede afvraagt, of er wel lering is getrokken uit de rampzalige gang van zaken rond de Harmonie-locatie. De stellige indruk bestond toch, dat vriend en vijand het erover eens waren dat het nooit meer op deze wijze zou moeten gaan.

Zeker, dit plandeel is al eerder aan de orde geweest, maar daarover is evenmin discussie geweest in de gemeenteraad. Er was een jaar of zes geleden een merkwaardig soort 'commissie' aan het werk, die openbare zittingen organiseerde over de toen ingediende, nog geheel vrijblijvende ontwerpen. Er is toen door die commissie gekozen voor het plan met de merkwaardige naam 'De Zwarte Hond', maar dit plan is nooit voorgelegd aan de volksvertegenwoordigers. Sterker nog, de publieke tribune zat vol met betrokken burgers en met raads- en commissieleden. 'Kijk eens, wat een belangstelling voor het onderwerp!' riep de voorzitter. Een ronduit beschamende vertoning. Dat uw college nu naast dit passeren van raad en burger opnieuw, net als bij het vermaledijde plan voor de Harmonielocatie, een niet-openbare anterieure overeenkomst heeft gesloten met een projectontwikkelaar, is een nieuwe klap in het gezicht van de Bergenaar. (Dat deze overeenkomst in strijd is met regels voor openbare aanbesteding, laat ik nu maar even buiten beschouwing.) Beantwoording 1. Cultuurhistorie Architectenbureau van den Broek en Bakema is in Nederland vooral bekend geworden door toonaangevende ontwerpen in de Nederlandse architectuurgeschiedenis ten tijde van de Wederopbouwperiode. Vooruitlopend op de Structuurvisie Mooi Bergen is onderzoek gedaan naar de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat.

Geconcludeerd is dat de sloop van het pand niet onaanvaardbaar is. Op basis hiervan heeft de raad in 2009 bij het vaststellen van de uitgangspunten van de Structuurvisie Mooi Bergen besloten dat de flat geamoveerd kon worden. Vervolgens zijn plannen gemaakt voor de herontwikkeling van het plein in de Structuurvisies Mooi Bergen (2011) en Mooi Bergen 2.0 (2015). Ook in uitwerking in de Ruimtelijke randvoorwaarden in 2020 werd uitgegaan van herontwikkeling en daarmee sloop van het bestaande pand. Inderdaad zijn de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat ten onrechte niet opgenomen in de ruimtelijke onderbouwingen. Deze worden alsnog opgenomen in de paragraaf over cultuurhistorie. 2. De qua hoogte en bouwvolume ongewenste omvang van de geplande bebouwing Om daadwerkelijk tot realisatie te komen heeft de gemeente Bergen begin 2020 het plan opgevat om voor ontwikkelingen op de locatie van het Dorpsplein maatschappelijk gedragen ruimtelijke randvoorwaarden te creëren waarbinnen een ontwikkeling tot stand kan komen. In dit kader heeft het college aan de Bewonersvereniging Bergen Centrum (BBC) gevraagd een eerste voorstel te doen voor die nieuwe ruimtelijke randvoorwaarden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een proces waarvan het resultaat is vastgelegd in het memo ‘Randvoorwaarden ruimtelijke ontwikkeling Dorpsplein Bergen Centrum’ d.d. 30 november 2020.

Dit document is vervolgens vastgesteld door het college. De ruimtelijke randvoorwaarden zien toe op de maatvoering van de nieuwe gebouwen (dit moet passen bij de pluriforme stijl en dorpsidentiteit van Bergen), de functies die landen in een nieuw plan (deze moeten passen binnen de gedachte aan diversiteit en dient te voorzien in de Bergense behoefte), verkeer en parkeren (deze aspecten gaan verder dan alleen de ontwikkeling van het Dorpsplein en zien toe op alle ontwikkelingen in het centrum van Bergen).

Het gebouw als geheel is ten opzichte van de contourenkaart wat naar het westen geschoven waarbij de doorgang langs Jules’ wat breder is geworden en het dorpsplein aan de noordkant iets meer begrenzing heeft gekregen. Dit bakent het plein meer af. Ook wordt, komende van de Breelaan, het centrumgebied door de wat versmalde doorgang, wat meer bewust betreden. Wij merken nog op dat in de ruimtelijke onderbouwing de goothoogte van de gebouw ontbrak. Die bedragen 10,50 meter (L-gebouw) en 8,5 meter (Pleingebouw) en worden alsnog in de ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Het Plein in Bergen heeft twee functies: het is een verblijfsgebied en de doorgaande verbinding voor autoverkeer van Alkmaar naar Bergen aan Zee loopt ook over het Plein zonder dat er een reële alternatieve route aanwezig is. De inrichting van de openbare ruimte en de daarbij behorende verkeersroutering voor autoverkeer, fietsers en voetgangers moet nog (verder) worden uitgewerkt. Bij deze uitwerking moeten beide functies worden gecombineerd. Aandachtspunten daarbij zijn onder meer de bevoorrading van de verschillende functies (horeca, winkels), het (huis)vuil ophalen en de routes voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). Indien noodzakelijk kunnen de verkeerssoorten niet alleen ruimtelijk maar ook in de tijd worden gescheiden, bijvoorbeeld door toegangsregelingen.

Voorgaande valt echter buiten de scope van de vergunningsaanvraag. 3. De ondoorzichtige en niet door de volksvertegenwoordiging getoetste procedure De stedenbouwkundige onderbouwing is vastgelegd in de structuurvisie Mooi Bergen 2.0 en de ruimtelijke randvoorwaarden. Begin 2020 heeft de gemeente voor ontwikkelingen op de locatie van het Dorpsplein maatschappelijk gedragen ruimtelijke randvoorwaarden gecreëerd waarbinnen een ontwikkeling tot stand kan komen. In het voorjaar van 2020 heeft het college van B&W van gemeente Bergen aan de BBC) gevraagd een eerste voorstel te doen voor nieuwe ruimtelijke randvoorwaarden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een proces waarvan het resultaat is vastgelegd in het memo ‘Randvoorwaarden ruimtelijke ontwikkeling Dorpsplein Bergen Centrum’ d.d. 30 november 2020. De ruimtelijke randvoorwaarden zien toe op de maatvoering van de nieuwe gebouwen (dit moet passen bij de pluriforme stijl en dorpsidentiteit van Bergen), de functies die landen in een nieuw plan (deze moeten passen binnen de gedachte aan diversiteit en dient te voorzien in de Bergense behoefte), verkeer en parkeren (deze aspecten gaan verder dan alleen de ontwikkeling van het Dorpsplein en zien toe op alle ontwikkelingen in het centrum van Bergen). Voor de volledigheid wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1, onderdeel 1.

Wat betreft de openbare aanbesteding wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1, onderdeel 2. Conclusie De zienswijze heeft aanpassingen van de ruimtelijke onderbouwing tot gevolg. In de ruimtelijke onderbouwing is de goothoogte van het bouwplan opgenomen. Ook is de paragraaf over cultuurhistorie aangevuld met de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat. De zienswijze heeft geen aanpassing het objectnummerbesluit tot gevolg.

Zienswijze 7 22ip.00446 Samenvatting De zienswijze is ingediend namens een (mede) eigenaar van de percelen Breelaan 6 en Jan Olenburglaan 2 alsmede exploitant restaurant Julie’s. Het perceel Jan Oldenburglaan 2 heeft in het oude bestemmingsplan Bergen Centrum de bestemming Detailhandel met bedrijfserf (bed) en verharde Tuin. Het perceel mag derhalve bebouwd en bewoond worden in het kader van detailhandel in winkelhuizen. Bebouwd mag het worden met een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 7 meter. Het perceel bevindt zich op 23 meter afstand van de percelen waarop de ontwerpbesluiten betrekking hebben. Het perceel Breelaan 6 bevindt zich op de hoek van de Jan Oldenburglaan met de Breelaan en grenst direct aan het betreffende plangebied. Het perceel heeft de bestemming Horecabedrijven (H) met een aanduiding die horeca in pension mogelijk maakt (Hp) met een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter. Het perceel Breelaan 6 wordt gebruikt ten behoeve van het restaurant (Julie's) en daarboven voor bewoning. Voor beide percelen geldt dat de ontwikkelingen aan de Breelaan, Jan Oldenburglaan en Plein zoals thans in ontwerp voorzien grote invloed zullen hebben. 1.

Huisnummers Pleingebouw Ten aanzien van het concept objectnummerbesluit waarmee huisnummers (Breelaan 4 A tot en met 4 H, 4 K en 4 M en 4 N) worden toegekend wijs ik u er uitdrukkelijk op dat juist dit huisnummerbesluit duidelijk zichtbaar maakt dat het perceel Breelaan 6 door de toekomstige bebouwing zal worden ingesloten en worden afgesloten van de Breelaan. Gelet op het huisnummer dat aan Breelaan 6 is toegekend is dat onacceptabel. 2. Pleingebouw Het door u als project 2 aangeduide gebouw bevindt zich naast Breelaan 6 op een stuk grond dat tot heden nagenoeg volledig onderbouwd bleef. In het geldende bestemmingsplan heeft dit perceel de bestemming W oftewel voetgangersgebied. De bouwvlakken die op de bestemming voetgangersgebied zijn opgenomen zijn bescheiden van omvang en kennen een bouwhoogte van 3 meter. Ze hebben de bestemming dagwinkels gekregen. Vastgesteld moet derhalve worden dat het perceel waarop thans project 2 is geprojecteerd nagenoeg geen bouwmogelijkheden kende. Het perceel Breelaan 6 is grotendeels georiënteerd op dit voetgangersgebied en staat daarmee direct in nauwe relatie. Tegen het restaurant Julie’s aan bevinden zich terrassen die afhankelijk zijn van openheid daar omheen, bezonning en toegankelijkheid.

De wijziging van bestemming zoals voorzien van onbebouwd voetgangersgebied naar hoogbouw is, zeker nu op geen enkele wijze rekening is gehouden met de bestaande naastgelegen bestemming (noch met Breelaan 6, noch met Jan Oldenburglaan 2), zodat de ruimtelijke onderbouwing op dit punt ernstig tekortschiet. 3. Horeca Niet alleen de omvangrijke en veel te dichtbij geplaatste voorgenomen bebouwing, maar ook de daaraan te geven functie ten behoeve van horeca zijn voor de bestaande functie van

restaurant voor Julie's onverenigbaar. 4. Bouwtekeningen Door het College zijn tot en met 7 februari 2022 een groot aantal bijlagen ter visie gelegd, maar duidelijke bouwtekeningen die de exacte maatvoering weergeven ontbreken daarbij. De vraag is hoe het College meent een omgevingsvergunning te kunnen verlenen op basis van stukken waarbij de essentiële documenten, namelijk de daaraan ten grondslag liggende bouwtekeningen, ontbreken. 5. Bezonning Pleingebouw Als gevolg van het ontbreken van tekeningen kunnen de in de ruimtelijke onderbouwing opgenoemde maten niet worden gecontroleerd. Er wordt gesteld dat het Pleingebouw maximaal 15 meter hoog zal worden en een bruto vloeroppervlakte van 420 m2 krijgt. Het krijgt een horecafunctie zoals een restaurant op de begane grond met een oppervlakte van meer dan 250 m2 en erboven worden 9 appartementen gerealiseerd. Bij gebreke van tekeningen zal moeten worden aangenomen dat het volledige gebouw 15 meter hoog wordt. Een dergelijk gebouw zal het restaurant Julie's volledig aan het zicht onttrekken en bovendien volledig van zonlicht ontdoen. Het restaurant zelf zal daardoor binnen veel donkerder worden en de terrassen buiten zullen in bepaalde perioden onbruikbaar blijken.

De bezonningstekeningen laten, hoewel daarop het nodige valt af te dingen nu reeds duidelijk zien dat in de bestaande situatie het terras en het restaurant Julie's vrij zonlicht ontvangen terwijl in de beoogde toekomstige situatie (met name) gebouw II nagenoeg alle licht op dit perceel blokkeert. 6. Pad Breelaan/Jan Oldenburglaan Een goede ruimtelijke onderbouwing vergt een goede afstemming en afweging met de bestaande functies in de omgeving en daarvan blijkt uit deze "ruimtelijke onderbouwing" in het geheel niet. Tussen het perceel Breelaan 6 en Jan Oldenburglaan 2 loopt een smal pad waar kennelijk bij deze planontwikkeling zowel ten behoeve van project 1 als project 2 een zwaardere functie aan wordt toegekend. Het pad is daar absoluut niet voor geschikt en bovendien loopt het pad zo vlak langs de naastgelegen bebouwing dat dit een ruimtelijk onwenselijk is. Het pad leent zich niet om als inrit gebruikt te worden en het plaatsen van een rolcontainers zoals nu reeds gebeurt geeft reeds een groot probleem. 7. Hoogte bouwplan Beide gebouwen worden zo dicht bij de bestaande bebouwing (Breelaan 6 en Jan Oldenburglaan 2) gesitueerd dat naast verlies van zonlicht de privacy op beide percelen door het groot aantal zichtvensters dat in beide gebouwen wordt gerealiseerd ernstig wordt aangetast. 8.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4850/documents/35979