CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Nota zienswijzen pleingebouw.pdf

Algemene Raadscommissie 19 januari 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 3: Voorstel betreft in te stemmen met het plan Dorpsplein centrum Bergen15.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Planschade Bij verlening van deze vergunningen zal zonder meer de nodige schade voor omliggende percelen ontstaan. Dergelijke (plan-) schade komt voor rekening van de gemeente Bergen, tenzij daarover middels een anterieure overeenkomst vooraf bindende afspraken zijn gemaakt. Een anterieure overeenkomst wordt in de documenten niet genoemd, laat staan dat uit de ter inzage gelegde documenten volgt dat dit risico volledig is afgewenteld. Daarbij

ontbreekt een gedocumenteerde berekening van de planschade die verwezenlijking van dit plan tot gevolg zal hebben. Beantwoording 1. Huisnummers Pleingebouw Inderdaad is het huisnummer 4 (met een letter) toegekend aan panden aan de Breelaan. Juist omdat Breelaan 6 al bestaat, is het niet wenselijk om voor deze panden een huisnummer aan de Jan Oldenburglaan toe te kennen. Dit is op verzoek van de Veiligheidsregio. Voor uw zienswijze dat het bestaande pand wordt ingesloten verwijzen naar het onderstaande antwoord (ad. 2). 2. Pleingebouw Door de toepassing van variatie in hoogtes en de toepassing van verschillende materialen is de uitstraling minder massief gemaakt, zodat de gebouwen passen in het karakter van het centrum. Het Pleingebouw als geheel is ten opzichte van de contourenkaart wat naar het westen geschoven waarbij de doorgang langs Julies’ breder is geworden en het Dorpsplein aan de noordkant meer begrenzing heeft gekregen. Dit bakent het plein wat meer af. Ook wordt, komende van de Breelaan, het centrumgebied door de versmalde doorgang, meer bewust betreden. 3. Horeca Horeca is van belang voor de levendigheid in het dorp. Het gemeentelijke horecabeleid biedt dan ook ruimte voor nieuwe horeca. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van horeca in categorie 1, zoals verwoord in de Horecanota.

Dit betreft lichte horeca welke qua exploitatie aan de detailhandelsfunctie is verwant (1a), overige lichte horeca zoals een restaurant (1b) en horeca met een oppervlak groter dan 250 m2 (1c). De voorziene horeca in deze categorieën past goed bij de mix aan functies die de voorgenomen ontwikkeling beoogd en sluit daarmee ook goed aan bij het creëren van een hoogwaardige woonkern met kwaliteitshoreca en de realisatie van een aantrekkelijk centrumgebied. Naar aanleiding van de zienswijze wordt de maximale oppervlakte aan horeca in het bouwplan opgenomen. Dit wordt ook gespecificeerd per horecacategorie. 4. Bouwtekeningen Het klopt dat bouwtekeningen geen onderdeel uitmaken van de aanvraag om omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning betreft het afwijken van het bestemmingsplan. Bouwtekeningen maken uiteraard wel deel uit van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, die nog moet worden aangevraagd. De ruimtelijke onderbouwingen bieden voldoende inzicht in de plannen, zodat wij op basis van de onderbouwingen de omgevingsvergunningen kunnen verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan. Voor de duidelijkheid passen wij de situatietekening in de ruimtelijke onderbouwing voor het L-gebouw aan, zodat de locatie van parkeergarage en gebouw helder zijn.

5. Bezonning Inderdaad zorgt het bouwplan voor schaduwwerking. Hierbij merken wij op, dat ook in de bestaande situatie zonlicht wordt weggenomen door de bestaande bebouwing. Ook in de nieuwe situatie kan de zon een deel van de dag gewoon bij het terras komen, zeker in de zomerse avonduren. We zien dan ook geen aanleiding om het plan aan te passen. 6. Pad Breelaan/Jan Oldenburglaan De bevoorrading vindt net als in de huidige situatie plaats op het Plein en de Jan Oldenburglaan. In het kader van de herinrichting van de openbare ruimte worden zaken als bevoorrading en de stalling van rolcontainers opnieuw in ogenschouw genomen (zie ook de beantwoording van zienswijze 4, onderdeel 1). 7. Hoogte bouwplan Het gebouw past qua binnen de gestelde randvoorwaarden. Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijze 4, onderdeel 3. Wij merken nog op dat in de ruimtelijke onderbouwing de goothoogte van het gebouw ontbrak. Die bedraagt maximaal 8,5 meter en wordt alsnog in de ruimtelijke onderbouwing opgenomen. 8. Planschade Als u van mening bent dat er sprake is van planschade, dan heeft u de mogelijkheid een verzoek om planschadevergoeding in te dienen bij de gemeente, nadat de vergunningen onherroepelijk zijn. De gemeente heeft een overeenkomst met Bot bouw gesloten om eventuele planschade te vergoeden.

Conclusie De zienswijze heeft aanpassingen van de ruimtelijke onderbouwing tot gevolg. Naar aanleiding van de zienswijze is de maximale oppervlakte aan horeca in het bouwplan opgenomen. Dit wordt ook gespecificeerd per horecacategorie. In de ruimtelijke onderbouwing is de situatietekening aangepast en is de goothoogte van het bouwplan opgenomen. Daarnaast is de paragraaf over cultuurhistorie aangevuld met de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat. De zienswijze heeft geen aanpassing het objectnummerbesluit tot gevolg.

Zienswijze 8 22ip.00448 Samenvatting 1. Het bouwplan Dorpsplein West Hoogte Met verwijzing naar het memo 'Ruimtelijke randvoorwaarden Dorpsplein, 30 november 2020, waarin de volgende tekst staat: "Belangrijke afspraak is dat de nieuwbouw in hoogte moet aansluiten bij de bestaande panden. Het karakteristieke pand

waarin restaurant Julie's is gevestigd blijft staan.", geeft mij aanleiding tot de volgende reactie. Het ontwerp wat nu door Bot Bouw wordt gepresenteerd voldoet daar slechts gedeeltelijk aan, immers de naast (o.a Wokke en Julie) en andere achterliggende panden aan de Jan Oldenburglaan zijn - inclusief de plint - max. 10 meter hoog. Het ontwerp van Bot Bouw gaat voor zowel Projekt 1, als project 2 uit van 4 lagen (inclusief plint) En gaat daarmee uit van een hoogte van ca. 15 meter. Voor de naastliggende gebouwen aan de Jan Oldenburglaan is dit m.i. onacceptabel. Bovendien is de doorloop naar Julie vanwege de massaliteit van projekt 1 te beperkt. Omvang Project 2. (gebouw tegenover Wokke) De omvang van het gebouw is gelet op het straatbeeld van de Jan Oldenburglaan te kolossaal. Een minder groot gebouw geeft tevens meer mogelijkheden voor een groter Plein, zoals ook oorspronkelijk bedoeld en beschreven in Mooi Bergen 1.0, t.w een ruim Plein waar diverse evenementen, markten, bijeenkomsten, etc. kunnen worden gerealiseerd. Een ander punt betreft de verkeersveiligheid in de Jan Oldenburglaan, die m.i in gevaar komt vanwege de in-uitrit van de parkeergarage.

Ook de bevoorrading annex afvoer materiaal van detailhandel en/of horeca van genoemde 2 projekten zijn i.v.m de verkeersveiligheid nagenoeg kansloos aan de Jan Oldenburglaan en vragen daardoor aandacht naar mogelijk andere oplossingen. Uiteraard zijn eveneens van belang het materiaal- en kleurgebruik, hetgeen moet overeenstemmen met het dorpse karakter van Bergen. 2. Communicatie naar en participatie door inwoners van Bergen Met wederom een verwijzing naar het memo 'Ruimtelijke randvoorwaarden Dorpsplein, 30 november 2020, citeer ik: “Ontwikkelaar Bot Bouw kan nu een plan maken dat past binnen die voorwaarden. We bespreken dat plan met de inwoners.”. Verbazingwekkend is dat juist met een doortimmerde recent vastgestelde participatienota de inwoners van Bergen in het geheel niet zijn geïnformeerd en betrokken bij dit belangrijke centrumplan. Dat samen gewerkt wordt met de Bewonersvereniging Bergen Centrum over de voorwaarden lijkt in eerste instantie correct. Doch ook bij de BBC ontbreekt verdere participatie indien het informatie- en participatietraject stopt bij het bestuur! Als betrokken centrumbewoner zou ik zeggen, dat kan en moet anders. In dit kader nog een aanvullende opmerking: niet alleen centrumbewoners voelen zich betrokken bij de centrumplannen, het gaat om alle Bergenaren, want het is immers hun centrum! Beantwoording 1.

Het bouwplan Dorpsplein West (Bot Bouw) Hoogte Het gebouw past qua hoogte en oppervlakte binnen de gestelde randvoorwaarden.

Voor wat betreft de schaduwwerking levert dit gebouw geen problemen op. Uit de bezonningsstudie blijkt dat de afname van bezonning beperkt is in vergelijking met de bestaande situatie, zeker in de avond. Wij merken nog op dat in de ruimtelijke onderbouwing de goothoogte van de gebouw ontbrak. Die bedraagt 8,5 meter en wordt alsnog in de ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Omvang Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt de komende maanden in overleg met de omgeving een ontwerp gemaakt. De criteria zoals gesteld in de vastgestelde beeldkwaliteitsdocumenten, zullen hierbij leidend zijn. De modellering van de gebouwen geeft alle ruimte voor een evenwichtige verdeling tussen enerzijds terrassen en uitstallingen en anderzijds circulatie- en openbare verblijfsruimte met groen en bomen. Wij zijn met u van mening dat er voldoende ruimte op het Plein moet blijven. De voorgenomen ontwikkeling staat hier niet aan in de weg. Het is voorts niet de bedoeling dat het Plein volledig wordt ingenomen door terrassen en uitstallingen van de winkels. De geplande doorlopen aan beide zijden van het Pleingebouw en langs het L-gebouw moeten en zullen voldoende breed blijven. De bevoorrading en afvoer van materialen vinden net als in de huidige situatie plaats op het Plein en de Jan Oldenburglaan.

In het kader van de herinrichting van de openbare ruimte wordt de bevoorrading opnieuw in ogenschouw genomen 2. Communicatie naar en participatie door inwoners van Bergen Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze, wordt verwezen naar zienswijze nr. 1, onderdeel 3. Conclusie De zienswijze heeft een aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing tot gevolg. In de ruimtelijke onderbouwing is de goothoogte van het bouwplan opgenomen. De zienswijze heeft geen aanpassing het objectnummerbesluit tot gevolg.

Zienswijze 9 22ip.00456/22ip.00520 Samenvatting Mede namens de Stichting Mr. Frits Zeiler en op verzoeken van bewoners in Bergen maken wij bezwaar tegen de ontwerpbesluiten. 1. De ontwerp omgevingsvergunningen zijn in meerdere opzichten in strijd met de voor het gebied geldende ruimtelijke en duurzaamheidregels en een goede ruimtelijke ordening. 1.1. Strijdigheid met bestemmingsplannen 1.1.1. Voor het betreffende gebied geldt het inmiddels 45 jaar oude bestemmingsplan Bergen Centrum uit 1977, hetwelk de gemeente elke 10 jaar had moeten herzien (zij het dat daarvoor vanaf eind 2006 uitzonderingsregels gelden) maar dat ten onrechte heeft nagelaten. Overigens geldt voor het betreffende plangebied een inmiddels op 09052019

vastgesteld maar op grond voorbereidingsbesluit (NL.IMRO.0373.VBCentrumBergenC001) dat evenwel niet tijdig is verlengd (art. 3.7.1 Wro). 1.1.2. De beoogde bebouwing als aangegeven op de ter inzage gelegde stukken is zo goed als geheel in strijd met het bestemmingsplan Bergen Centrum de bestemmingen; hetgeen ook expliciet erkend wordt in de ter visie gelegde Ruimtelijke onderbouwingen. Dit betreft niet alleen de bestemmingsregels en bestemmingsvlakken maar ook de daarbij behorende bebouwingshoogte, zonder dat daar op grond van enige bepaling een vrijstelling voor mogelijk is, anders dan een wijziging van het bestemmingsplan. Gezien de verstrekkendheid van de afwijkingen en de samenhang met de beoogde opvolgende ingrepen is toepassing van de zgn. kruimelregeling niet mogelijk en niet acceptabel, zie ook 1.2.6. 1.1.3. De voor de beoogde nieuwbouw benodigde sloop is op grond van het in artikel 7 lid 1 van het bestemmingsplan opgenomen sloopverbod zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders niet toegestaan.

Omdat op grond van lid 3 tweede alinea sloop slechts toelaatbaar is "indien daardoor, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect, te verwachten gevolgen het karakter en de stedebouwkundige waarden van dit overige deel van het plangebied niet op onevenredige wijze worden of kunnen worden aangetast" en sloop in tegendeel de ultieme aantasting van het karakter en de stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische, erfgoed- en belevingswaarden betekent, is een vergunning daarvoor niet toelaatbaar, ook niet met toepassing van de in lid 2 opgenomen uitzonderingen. 1.2. Strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening. 1.2.1. Om de strijdigheid met het bestemmingsplan te rechtvaardigen zijn door Mees Ruimte & Milieu -al vele jaren de vaste stedenbouwkundige adviseur van de gemeente Bergen, in dit geval in opdracht van Bot Bouw-voor beide bouwplannen Ruimtelijke onderbouwingen opgesteld als verplichte Goede Ruimtelijke Onderbouwing van de afwijking van het vigerende bestemmingsplan. Helaas zijn beide vrijwel identieke stukken op voor ons bezwaar belangrijke punten eenzijdig en onvolledig, zoals: 1.2.2. De beoogde bebouwing is expliciet bedoeld als essentiële fase in de realisering van het structuurplan Mooi Bergen 2.0 d.d.

29-01-2015 (NL.IMRO.0373.SVMooiBergen-0401), in het bijzonder het daarin van meet af aan opgenomen "Signaal" dat - zoals het woord aangeeft het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt het ambitieuze op ingrijpende herstructurering gerichte plan moest worden. Over de bebouwing en bebouwings-contouren in dit deel van het structuurplan heeft overigens nimmer enige openbare discussie, laat staan participatie, plaatsgevonden, zie ook 3.3 hierna. 1.2.3. Waarom er gekozen is voor twee afzonderlijke omgevingsvergunningen met twee afzonderlijke vrijwel identieke Ruimtelijke onderbouwingen wordt niet genoemd maar zal ongetwijfeld een slimme juridische reden hebben. De beoogde bouwplannen zijn weliswaar gefaseerd dan wel als elkaar deels overlappende bouwstromen gepland (beide worden genoemd) maar als één plan ontwikkeld. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is dit echter niet te verdedigen en zeker niet zonder voorafgaand bestemmingsplan, zie 2.1 hierna, en mag derhalve enige verantwoording niet ontbreken. 1.2.4. Als enige doel en motivatie voorde ingrijpende sloop-nieuwbouwplannen wordt verwezen naar de in paragraaf 3.3.2 van de Ruimtelijke onderbouwingen aangehaalde

Economische Visie gemeente Bergen: "Bergen wil zich blijven ontwikkelen als een kwalitatief hoogwaardige kern waar het goed wonen en goed verblijven is. Daarbij horen een topaanbod van kunst en cultuur, kwaliteitshoreca en een hoogwaardige ruimtelijke inrichting". Deze inzet is typerend voor de Ruimtelijke onderbouwing; alles wat in die zin niet te pas komt wordt genegeerd of weggewuifd. 1.2.5. Wat de bouwplannen betreft vermeldt de geciteerde tekst "De voorgenomen ontwikkeling draagt aan deze ontwikkelingsrichting bij door de gronden behorende bij de projectlocatie te herontwikkelen tot een hoogwaardig gebouw waarin wonen, werken en ontmoeten met elkaar wordt gecombineerd. De voorgenomen ontwikkeling voorziet immers in de sloop van het bestaande, verouderde pand en in de nieuwbouw". Kennelijk worden sloop en nieuwbouw dus zonder enige kritische reserve als juist en enig middel gezien om de top-ambitie van de gemeente Bergen te verwezenlijken. Over de mogelijkheden en wenselijkheden om dat doel te bereiken middels hoogwaardige renovatie en herontwerp van de bestaande bebouwing geen woord, hoewel voor een goede ruimtelijke ordening enige verantwoording om meerdere redenen niet mag ontbreken. 1.2.6. Conform de contouren van het structuurplan is de zuidgevel van het zgn. L-gebouw Plein blijkens de plantekeningen dichter naar de rijbaan verschoven.

Het bouwplan loopt derhalve vooruit op de sloop van de dan nog resterende winkelstrip. Nog afgezien van het feit dat dit mede daarom niet hapsnap vergund behoort te worden middels twee afzonderlijke omgevingsvergunningen zonder een daartoe strekkend bestemmingsplan, zie ook 3.1, is het impliciet legitimeren hiervan middels twee afzonderlijke Ruimtelijke onderbouwingen beslist geen goede ruimtelijke ordening. 1.2.7. De met de ontwerp-besluiten beoogde bebouwing met twee 4 laagse 15 m hoge blokken vormt een grove inbreuk op het karakter en de kleinschaligheid van de bestaande en omringende bebouwing. 1.2.8. De afmetingen en situering van de blokken schaadt de bezonning van de tegenoverliggende bebouwing aan de Jan Oldenburglaan en verhoogt de kans op valwinden en hittestress. 1.2.9. Ten opzichte van de huidige situatie is de suggestie van een plein zoals in de titel van de ontwerpbesluiten opgenomen enigszins misleidend.

De in de plannen resterende pleinruimte is duidelijk minder dan de bestaande onder de flat doorlopende ruimte tussen het Plein, de Breelaan en de Jan Oldenburglaan het plan van Bakema was ook in dat opzicht goed doordacht! En of de oppervlakte voldoende geschikt is voor de al decennia gebruikelijke activiteiten als kunsten boekenmarkten en centrum van jaarlijkse festiviteiten als Koningsdag, Bevrijdingsdag enzovoorts die hier plaatsvinden valt zeer te betwijfelen terwijl een vervangende geschikte pleinruimte in het centrum ontbreekt. 1.2.10. Dat zoals in paragraaf 4.1.2. van de Ruimtelijke onderbouwingen onder Cultuurhistorie gesteld op de projectlocatie geen cultuurhistorische of monumentale waarden aanwezig zijn is gezien het hieronder in 2. gestelde een niet aangetoonde onacceptabele vooringenomenheid. 1.2.11. Zoals in paragraaf 3.4 van de Ruimtelijke onderbouwing aangegeven is het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele

besluiten nagestreefd. In de betreffende paragraaf wordt die afweging echter ten onrechte versimpeld tot de vraag of aan de geplande bestemmingsfuncties behoefte is. 1.2.12. Ook hetgeen in paragraaf 4.5. over duurzaamheid gesteld wordt is een schrale onvolledige weergave van de opgave zoals die anno 2022 zou moeten luiden. Duurzaamheid is inmiddels veel méér dan de daarin weergave van wat de gemeente Bergen er onder zou verstaan, namelijk beperkt tot "het bevorderen van een aantrekkelijke en leefbare omgeving om in te wonen, werken en recreëren voor nu en in de toekomst” plus het beheersbaar houden van de energielasten voor de gebruiker, zie ook hieronder in 1.3. 1.2.13. Alles bijeen schieten de Ruimtelijke onderbouwingen tekort als verplichte Goede Ruimtelijke Onderbouwing van de afwijking van het vigerende bestemmingsplan en moet goedkeuring derhalve worden onthouden. 1.3. Strijdigheid met duurzaamheidsregels. 1.3.1. Sloopafval is de grootste milieubedreigende afvalstromen in Europa. Sloopafval hoort dan ook die stromen in te dammen door het stellen van vergaande regels vanaf de bron tot en met de controle op optimaal hergebruik (Kaderrichtlijn 2008/98/EG). 1.3.2.

Hoewel die regels nog niet compleet zijn en in Nederland nog niet geïmplementeerd in afdwingbare regelgeving, heeft de overheid de inspanningsverplichting om daar nu al zo veel mogelijk op te anticiperen in het beleid en de handhaving, zoals de beoordeling van het ruimtelijke beleid. Dat is overduidelijk bij de onderhavige bouwplannen niet gebeurd, en dat is anno 2022 niet meer acceptabel. 2. De ontwerp-besluiten impliceren de onomkeerbare vernietiging van onvervangbaar architectonisch en cultuurhistorisch erfgoed van nationaal belang. 2.1. Architectonisch en cultuurhistorisch erfgoed. 2.1.1. Bakema's Plein in Bergen (NH), het kleine zusje van zijn Lijnbaan in Rotterdam, is een van de eerste winkelcentra destijds een geheel nieuw gebouwtype in een kleine kern. Het stond daarom niet voor niets in de top van de laatste shortlist voor nieuwe monumenten van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (bijlage A). Aanwijzing tot rijksmonument heeft helaas door de opheffing en overgang naar de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed niet meer plaatsgevonden. Bakema's Plein staat wel al jarenlang op de lijst van bedreigd erfgoed van erfgoedvereniging Heemschut, zie www.heemschut.nl/nieuws/bedreigd-erfgoed/details/winkelcentrumpleinbergen.

Hoewel het aan de gebouwen is af te zien dat er sprake is geweest van door langdurige sloopdreiging veroorzaakt achterstallig onderhoud en liefdeloze verwaarlozing (in de vakliteratuur bekend als "planners blight"), en diverse losse bijgebouwen zijn verdwenen en/of onherstelbaar zijn verknoeid, blijkt uit deze waarderingen dat er sprake is van onvervangbaar architectonisch en cultuurhistorisch erfgoed van nationaal belang dat - ook al heeft het nooit een gepaste monumentenstatus gekregen - bescherming verdient en derhalve niet zomaar zonder goede gronden en grondige onafhankelijke beoordeling mag worden afgebroken. En zeker niet met argumenten als 'niet mooi', 'niet van deze tijd' en 'niet passend bij de status van het huidige Bergen' zoals de totstandkoming van het structuurplan Mooi Bergen decennialang etaleerde.

3. De gang van zaken en de daarbij door het gemeentebestuur gevolgde procedures zijn in strijd met regels van goed bestuur en democratische besluitvorming. 3.1. Gang van zaken en gevolgde procedures 3.1.1. De beoogde bebouwing is expliciet bedoeld als essentiële fase in de realisering van het structuurplan Mooi Bergen 2.0 d.d. 29-01-2015 (NL.IMRO.0373.SVMooiBergen-0401) dat een vergaande ambitieuze ingreep in het Plein-gebied beoogt, zie ook 1.2.4 en 1.2.5 hiervoor. Een structuurplan is een indicatief plan dat niet zo ver mag gaan dat door de verregaande mate van gedetailleerdheid het plan, ondanks de benaming van structuurplan, materieel moet worden aangemerkt als een (globaal) bestemmingsplan. Voor het vaststellen en goedkeuren van zo een plan is immers een eigen wettelijke procedure vereist als bepaald in de artikelen 23 en volgende van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (ECLI:NL:RVS:2002:AF2478). 3.1.2. Afzonderlijke incidentele bouwplannen kunnen weliswaar vergund worden middels een uitgebreide procedure of de zgn. 'kruimelregeling', maar voor de realisering van de in een structuurplan beoogde ontwikkeling is derhalve een voorafgaande vastlegging in een bestemmingsplan nodig.

Voor de onderhavige ontwerp besluiten, die immers bedoeld zijn als verankering van de uitvoering van het structuurplan en ook vergaande gevolgen hebben voor aanpalende delen van het gebied, is een voorafgaand bestemmingsplan dat de plannen legitimeert derhalve een vereiste. 3.1.3. Het door de gemeente Bergen gevolgde beleid staat hier echter haaks op. Het doordrukken van de gemeentelijke ambitie was van meet af aan hoofdzaak. Hoewel aanvankelijk gepoogd werd om zoveel mogelijk draagvlak voor de plannen te vergaren, werd al snel geprobeerd om de uitvoering van het slechts op een structuurplan gebaseerde plan in één keer aan een projectontwikkelaar uit te besteden hetgeen als voorspeld mislukte. Na groeiende tegenstand van de bevolking werd vervolgens een onaangekondigde anterieure overeenkomst met de beoogde ontwikkelaar van de zgn. "Harmonie locatie" gesloten als voldongen feit, hetgeen ondanks dreiging met een forse schadeclaim niet kon voorkomen dat het bezwaar daartegen van de Initiatiefgroep Mooier Bergen door de Raad van State werd gehonoreerd. 3.1.4.

Hoewel dit - mede door de inmiddels opgetreden jarenlange tijdsverlies en de als gevolg daarvan voortschrijdende verloedering en onzekerheid bij eigenaren, winkeliers en bewoners - had moeten leiden tot het besef dat een zekerheid gevend bestemmingsplan noodzakelijk was, werd in tegendeel ook voor de onderhavige locatie "Dorpsplein" dezelfde weg bewandeld, weer met een onaangekondigde anterieure overeenkomst. Het is de vraag hoe dit alles, ondanks de betrokkenheid van ervaren adviesbureaus, kon gebeuren. 3.1.5. Tot nu toe zijn bij alle plannen voor het gebied - afgezien van de ambtelijke ondersteuning door de intergemeentelijke De BUCH - steeds dezelfde adviseurs (o.a. het Qteam en Mees Ruimte & Milieu) betrokken. Hoewel de ervaring leert dat periodieke wisseling van adviseurs nodig is om de ondersteuning fris en scherp te houden, is dat al heel lang niet gebeurd. 3.2. Anterieure overeenkomst met grondverkoop 3.2.1. Ook de wijze waarop de uit het zicht gehouden onderhandse anterieure overeenkomsten als voldongen feit tot stand zijn komen - met potentiële schadeclaims als belemmerende rem op andersluidende besluitvorming van de gemeenteraad - staat op gespannen voet met de regels voor goed bestuur.

3.2.2. De anterieure overeenkomst met Bot Bouw is bovendien in strijd met de mededingingsregels waaraan een overheidslichaam zich moet houden. In het Didam arrest d.d. 26-11-21 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat overheden bij de verkoop van grond gelegenheid moeten bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen. Dat betekent dat overheden niet zonder meer vrij zijn om grond te verkopen aan een partij naar keuze. Overheden moeten gelijke kansen bieden bij uitgifte van grond, daartoe criteria op te stellen en de sectieprocedure tijdig vooraf bekend te maken. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor grondverkoop voor de realisering van daarin begrepen bouwplannen. 3.2.3. Het Didam arrest kent enkele omstandigheden die een onderhandse overeenkomst toestaan, zoals dat bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt. Bij voornoemde gronduitgifte voor bouwplannen kan dat ook het geval zijn in bij bestaande grondposities van de bouwpartij. 3.2.4. Bij de overeenkomst met Bot Bouw is geen sprake geweest van open vooraf kenbaar gemaakte mededinging, laat staan gelijke kansen. Bot Bouw heeft zich al geruime tijd geleden opgeworpen als initiatiefnemer en werd vervolgens de uitverkoren partij.

Overigens is de hierbij betrokken gemeentelijke projectleider niet lang daarna ontslagen wegens ambtelijke corruptie. Het argument dat Bot Bouw al aan tafel zat en de overeenkomst is gesloten vóór het Didam arrest is niet valide want de overeenkomst werd krap 5 weken voor het arrest gesloten en het daarin bevestigde vereiste van open mededinging gold ook toen al en is welbewust genegeerd. 3.2.5. Bot Bouw was zich kennelijk bewust van een mede hierdoor onzekere positie, want de kleine grondpositie (een smalle winkel-kavel in de winkelstrip) is pas later in het proces verworven, naar aan te nemen valt ten behoeve van een bouwclaim. Het betreft bovendien niet voldoende aaneengesloten grond om de bestemming op doelmatige wijze zelf te kunnen realiseren en mag derhalve geen reden zijn voor het zonder meer toestaan van een ondershandse overeenkomst zonder mededinging. 3.2.6. Alles bijeen is de anterieure overeenkomst duidelijk in strijd met het Didam arrest. Hoewel het volgens het inmiddels uitgegeven "Factsheet uitgifte van onroerende zaken en het bieden van gelijke kansen" van het ministerie van BZK dd.

10-01-2022 op dit moment niet voor de hand ligt dat overeenkomsten waarin de door de Hoge Raad voorgestane mededingingsruimte destijds niet is geboden alsnog zonder meer nietig of vernietigbaar zouden zijn, zal dit steeds mede afhangen van de specifieke omstandigheden van het geval. Zoals hierboven aangegeven zal dat in dit geval moeten betekenen dat de overeenkomst ten minste opnieuw zal moeten worden beoordeeld, bij voorkeur in of na behandeling door de gemeenteraad. 3.3. Participatie 3.3.1. Volgens vaste jurisprudentie heeft participatie bij ruimtelijke plannen primair ten doel het verkrijgen van maatschappelijk draagvlak. De enkele omstandigheid dat dit draagvlak zou ontbreken kan, wat daar ook van zij, geen dragend argument zijn voor het weigeren van de planologische medewerking. Anderzijds kan de, mede door het ontbreken van voldoende participatie, aantasting van de individuele belangen van omwonenden en de inbreuk op de woon- en leefomgeving wel een reden zijn om de gevraagde medewerking aan de betreffende ruimtelijke ontwikkeling niet te verlenen.

3.3.2. In het voorjaar van 2017 is door Bot Bouw een ontwerp van de bebouwing van het Dorpsplein gepresenteerd en voorgelegd aan het gemeentelijke Q-team van deskundigen en enkele burgers. Open participatie was niet aan de orde; bewoners en andere belanghebbenden moesten het doen met berichtgeving in de lokale pers en een nieuwsbericht van Bot Bouw dat het plan was goedgevonden. Om onduidelijke redenen is dit bouwplan echter verlaten. 3.3.3. In het voorjaar van 2020 heeft het college aan de Bewonersvereniging Bergen Centrum (BBC) gevraagd een eerste voorstel te doen voor nieuwe ruimtelijke randvoorwaarden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een proces waarvan het resultaat is vastgelegd in het memo 'Randvoorwaarden ruimtelijke ontwikkeling Dorpsplein Bergen Centrum' d.d. 30 november 2020 (paragraaf 5.2 van de Ruimtelijke onderbouwing van Mees Ruimte & Milieu). Ook hier was dus geen sprake van open participatie. De randvoorwaarden Dorpsplein zijn destijds wel aan de leden van de BBC gezonden, maar niet besproken. Het bestuur van de BBC had bovendien geen mandaat van de leden, nog afgezien van het feit dat de BBC een door de gemeente geïnitieerde en gesubsidieerde organisatie is, lang niet alle bewoners representeert noch de individuele belangen van omwonenden en andere belanghebbenden. 3.3.4.

Wat betreft de bestreden ontwerpbesluiten betreft is dus geen sprake geweest van voldoende open op voldoende draagvlak gerichte participatie hetgeen dus mede reden kan - zo niet moet - zijn om de gevraagde medewerking aan de betreffende ruimtelijke ontwikkeling niet te verlenen. Beantwoording 1. De ontwerp omgevingsvergunningen zijn in meerdere opzichten in strijd met de voor het gebied geldende ruimtelijke en duurzaamheidregels en een goede ruimtelijke ordening. 1.1. Strijdigheid met bestemmingsplannen De bouwplannen voldoen niet aan het genoemde bestemmingsplan. Daarom wordt met de omgevingsvergunningen afgeweken van het bestemmingsplan. Als de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden, worden de omgevingsvergunningen te zijner tijd opgenomen in het Omgevingsplan. Anders dan in de zienswijze wordt gesteld, is de gemeente niet uitgegaan van een de kruimelgevallenregeling. Voor de plannen wordt dan ook een uitgebreide procedure doorlopen. Voor de sloop is inderdaad een zogeheten sloopvergunning nodig. Deze is reeds verleend op 18 januari 2022. 1.2. Strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening. U geeft aan dat de omgevingsvergunningen als één plan worden ontwikkeld. Beide bouwplannen kunnen echter los van elkaar worden uitgevoerd. Het L-gebouw en de bijbehorende parkeergarage kan worden gebouwd zonder dat het Pleingebouw wordt gebouwd.

Als de parkeergarage is gebouwd, kan daarop vervolgens een ander bouwplan worden gerealiseerd. Daarom is ook gekozen voor twee omgevingsvergunningen. Beide vergunningen vallen onder de door u genoemde ‘Regels Kleine en grote plannen’. Het college kan de vergunningen dan ook verlenen zonder dat een verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig is.

De plannen voor het dorpscentrum zijn vastgelegd in de Structuurvisie Mooi Bergen 2.0. Om daadwerkelijk tot realisatie te komen heeft de gemeente Bergen begin 2020 het plan opgevat om voor ontwikkelingen op de locatie van het Dorpsplein maatschappelijk gedragen ruimtelijke randvoorwaarden te creëren waarbinnen een ontwikkeling tot stand kan komen. In dit kader heeft het college van B&W aan de Bewonersvereniging Bergen Centrum (BBC) gevraagd een eerste voorstel te doen voor die nieuwe ruimtelijke randvoorwaarden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een proces waarvan het resultaat is vastgelegd in het memo ‘Randvoorwaarden ruimtelijke ontwikkeling Dorpsplein Bergen Centrum’ d.d. 30 november 2020. Dit document is vervolgens vastgesteld door het college. De ruimtelijke randvoorwaarden zien toe op de maatvoering van de nieuwe gebouwen (dit moet passen bij de pluriforme stijl en dorpsidentiteit van Bergen), de functies die landen in een nieuw plan (deze moeten passen binnen de gedachte aan diversiteit en dient te voorzien in de Bergense behoefte), verkeer en parkeren (deze aspecten gaan verder dan alleen de ontwikkeling van het Dorpsplein en zien toe op alle ontwikkelingen in het centrum van Bergen).

Het gebouw als geheel is ten opzichte van de contourenkaart naar het westen geschoven waarbij de doorgang langs Julies’ wat breder is geworden en het dorpsplein aan de noordkant iets meer begrenzing heeft gekregen. Dit bakent het plein meer af. Ook wordt, komende van de Breelaan, het centrumgebied door de versmalde doorgang, meer bewust betreden. De ‘pleinpoot’ van het L-gebouw manifesteert zich door de massavorming en de architectuur als een separaat gebouw. Dit is t.o.v. de contourenkaart iets naar voren gekomen op het plein. Op het binnengebied aan de achterzijde is overigens meer ruimte gekomen. Aan de pleinkant is de ‘pleinpoot’ door middel van een terugliggend tussenlid verbonden met de ‘Dreefpoot’ van het L-gebouw. De ‘Dreefpoot’ steekt wat door de voorgevelllijn van de ‘Pleinpoot’. Dit accentueert de opdeling van het L-gebouw in separate bouwdelen, wat de verschijningsvorm als van aparte gebouwen onderstreept. Bovendien wordt middels dit doorsteken het plein wat meer afgebakend en krijgt het een meer intieme atmosfeer. Aan de Dreefkant volgt de gevel de lijn van Mooi Bergen 2.0, met een geringe doorsteek ten behoeve van de integratie van de buitenruimtes in de bouwmassa. Voor bezonning is een studie uitgevoerd. De schaduwwerking zal toenemen, maar deze is ons inziens niet aan de orde (zeker niet in de zomerse avonduren).

Een toename aan hittestress is ten opzichte van de huidige situatie, waar in grote mate verstening aanwezig is, niet te verwachten. Het reduceren van hittestress vormt wel een aandachtspunt bij de herinrichting van de openbare ruimte. Verder zijn de gebouwen met een maximale hoogte van 15 meter niet zo hoog dat grote valwinden dan wel een onaanvaardbaar windklimaat verwacht mogen worden. De dakhuisjes op het L-gebouw zijn weliswaar 2 meter hoger, maar de dakhuisjes zijn relatief klein in oppervlakte, zijn terugliggend gesitueerd en deels verscholen achter de dakrand. Grote valwinden als gevolg van de dakhuisjes wordt derhalve eveneens niet verwacht.

Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt de komende maanden in overleg met de omgeving een ontwerp gemaakt. De criteria zoals gesteld in de vastgestelde beeldkwaliteitsdocumenten zullen hierbij leidend zijn. De modellering van de gebouwen geeft alle ruimte het inrichten van een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte alsmede voor een evenwichtige verdeling tussen enerzijds terrassen en uitstallingen en anderzijds circulatie- en openbare verblijfsruimte met groen en bomen. Er moet voldoende ruimte op het Plein blijven. Het is niet de bedoeling dat het volledig wordt ingenomen door terrassen en uitstallingen van de winkels. De geplande doorlopen aan beide zijden van het Pleingebouw en langs het L-gebouw moeten voldoende breed blijven. Voor wat betreft het gestelde ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat artikel 3.1.6, lid 2 (het artikel waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd is) bepaalt dat voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling de behoefte aan die ontwikkeling moet worden beschreven. Wanneer de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, waar in casu sprake van is, is een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte voldoende. In de ruimtelijke onderbouwing is een dergelijke beschrijving opgenomen.

Slechts wanneer de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een aanvullende motivering vereist. Daar is in deze situatie geen sprake van. 1.3. Strijdigheid met duurzaamheidsregels. De gemeente is voorstander van duurzaamheid. Echter, de gemeente mag geen eisen stellen aan de duurzaamheid die verder gaan dan de wettelijke bepalingen. Materiaal dat niet direct kan worden hergebruikt, wordt zoveel mogelijk op locatie gescheiden en vermaakt tot grondstof. Deze grondstoffen worden vervolgens bij producenten aangeleverd. 2. De ontwerpbesluiten impliceren de onomkeerbare vernietiging van onvervangbaar architectonisch en cultuurhistorisch erfgoed van nationaal belang. Architectenbureau van den Broek en Bakema is in Nederland vooral bekend geworden door toonaangevende ontwerpen in de Nederlandse architectuurgeschiedenis ten tijde van de Wederopbouwperiode. Vooruitlopend op de Structuurvisie Mooi Bergen is onderzoek gedaan naar de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat. Geconcludeerd is dat de sloop van het pand niet onaanvaardbaar is. Op basis hiervan heeft de raad in 2009 bij het vaststellen van de uitgangspunten van de Structuurvisie Mooi Bergen besloten dat de flat geamoveerd kon worden. Vervolgens zijn plannen gemaakt voor de herontwikkeling van het plein in de Structuurvisies Mooi Bergen (2011) en Mooi Bergen 2.0 (2015).

Ook in uitwerking in de Ruimtelijke randvoorwaarden in 2020 werd uitgegaan van herontwikkeling en daarmee sloop van het bestaande pand. Inderdaad zijn de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat ten onrechte niet opgenomen in de ruimtelijke onderbouwingen. Deze worden alsnog opgenomen in de paragraaf over cultuurhistorie. 3. De gang van zaken en de daarbij door het gemeentebestuur gevolgde procedures zijn in strijd met regels van goed bestuur en democratische besluitvorming.

De herontwikkeling van het centrum van Bergen is al decennia onderwerp van planvorming en gesprek. Voor de ontwikkeling van het Dorpsplein (het L-gebouw en Pleingebouw tezamen) werden binnen dat kader al verschillende plannen gemaakt, maar deze plannen hebben nooit tot realisatie geleid. Wel zijn de Structuurvisie Mooi Bergen (versie 1.0 en 2.0) en het beeldkwaliteitskader en -plan in samenspraak met de omwonenden opgesteld en vervolgens vastgesteld. Om daadwerkelijk tot realisatie te komen heeft het college van burgemeester en wethouders begin 2020 het plan opgevat om voor ontwikkelingen op de locatie van het Dorpsplein maatschappelijk gedragen ruimtelijke randvoorwaarden te creëren waarbinnen een ontwikkeling tot stand kan komen. In dit kader heeft het college aan de Bewonersvereniging Bergen Centrum (BBC) gevraagd een eerste voorstel te doen voor die nieuwe ruimtelijke randvoorwaarden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een proces waarvan het resultaat is vastgelegd in het memo ‘Randvoorwaarden ruimtelijke ontwikkeling Dorpsplein Bergen Centrum’ d.d. 30 november 2020. Dit document is vervolgens vastgesteld door het college.

De ruimtelijke randvoorwaarden zien toe op de maatvoering van de nieuwe gebouwen (dit moet passen bij de pluriforme stijl en dorpsidentiteit van Bergen), de functies die landen in een nieuw plan (deze moeten passen binnen de gedachte aan diversiteit en dient te voorzien in de Bergense behoefte), verkeer en parkeren (deze aspecten gaan verder dan alleen de ontwikkeling van het Dorpsplein en zien toe op alle ontwikkelingen in het centrum van Bergen). Op basis van de Structuurvisie, Beeldkwaliteitsplan en Ruimtelijke Randvoorwaarden is door initiatiefnemer het plan uitgewerkt. De stedenbouwkundige van de gemeente en de gemandateerde van de welstand hebben vervolgens het door de initiatiefnemer uitgewerkte plan getoetst aan de eerder genoemde (beleids)documenten. Hierbij merken wij op dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, wordt getoetst of de plannen voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Op basis van de randvoorwaarden is een uitgebreide procedure doorlopen. In deze procedure heeft iedereen zienswijze kunnen indienen. Gesteld wordt dat het niet wenselijk is dat de adviseurs niet gewisseld zijn, merken wij op dat het college het bevoegd gezag is om een besluit over de omgevingsvergunningen te nemen. Dit staat los van de adviseurs. 3.2.

Anterieure overeenkomst met grondverkoop Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze, wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze nummer 1, onderdeel 2. 3.3. Participatie Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze, wordt verwezen naar de beantwoording van bovenstaand onderdeel 3.1. en wat de BBC betreft de beantwoording van zienswijze 2. Aanvullend wordt daarbij nog het volgende opgemerkt: a. de ruimtelijke randvoorwaarden zijn vastgesteld door het college. Hiervoor hebben meerdere factoren een rol gespeeld. De belangrijkste factor in deze is dat de randvoorwaarden een nadere concretisering c.q. uitwerking betreffen van reeds door de raad vastgestelde kaders zoals de structuurvisie, het beeldkwaliteitskader- en

plan. Daarnaast is de gemeenteraad door het college geïnformeerd over de voorgenomen plannen voor het Dorpsplein. Vaststelling van de ruimtelijke randvoorwaarden door de gemeenteraad werd derhalve niet noodzakelijk geacht. b. Graag attenderen wij indiener van de zienswijze erop dat ook in de procedure voor de omgevingsvergunning het mogelijk op de In het plannen te reageren mogelijk is, in de vorm van een zienswijze en eventueel beroep. U heeft gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid om deel te nemen aan de formele inspraak door een zienswijze in te dienen. c. het gevoerde participatieproces is in lijn met de Participatieverordening Bergen 2021. De voorgenomen ontwikkeling betreft een plan dat is aan te merken als een ‘extern initiatief’ zoals bedoeld in de Participatieverordening (artikel 10). Dit artikel stelt dat participatie moet worden toegepast, maar dat de wijze waarop door de gemeente niet kan worden verplicht. In onderhavige situatie heeft zowel de gemeente als de initiatiefnemer bijgedragen aan het participatieproces. De gemeente door het – in samenspraak met de BBC – creëren van maatschappelijk gedragen randvoorwaarden en de initiatiefnemer door het actief informeren over de verdere uitwerking van de plannen. Conclusie De zienswijze heeft een aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing tot gevolg.

De paragraaf over cultuurhistorie is aangevuld met de cultuurhistorische waarden van de Bakemaflat. De zienswijze heeft geen aanpassing het objectnummerbesluit tot gevolg.

3. Aanpassingen ruimtelijke onderbouwing Naast de wijzigingen in de ruimtelijke onderbouwing die voortvloeien uit de voorgaande hoofdstukken, is gebleken dat er nog een ambtshalve aanpassing nodig is. De aanpassingen staan hieronder opgesomd. Aanpassingen n.a.v. zienswijzen  Opnemen goothoogte van het bouwplan.  Aanvulling paragraaf cultuurhistorie met cultuurhistorische waarden Bakemaflat.  Impressietekening opnemen met perspectief vanuit vanaf straatniveau.  Maximale oppervlakte horeca opnemen. Dit wordt ook gespecificeerd per horecacategorie. Ambtshalve wijzigingen Maximale oppervlakte detailhandel opnemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4849/documents/35835