Bijlage 1 plan van aanpak Vitale Kernen.pdf
Tekst van het document
Plan van aanpak “Vitale Kernen” Vastgesteld college 4 april 2023
1
Inhoud 1. Aanleiding & achtergrond 2. Doelstellingen, planning en participatie 3. Leefbaarheid en vitaliteit 4. Vitaliteit en woningbouw 5. Ruimtelijk beleid in het buitengebied 6. Aanpak per kern 6.1 Egmond-Binnen 6.2 Egmond aan den Hoef 6.3 Groet 7. Projectorganisatie
Gebruikte foto’s: omslag: bron: Egmondopznkop.nl pag 3: bron: dorpsvereniging Groet pag 4: bron: omgevingsvisie provincie pag 6: bron: de Schulp RTV80 pag 9: bron: Dietz Strategie & communicatie pag 14: bron: dorpsvereniging Groet
2
1. Aanleiding & achtergrond In de gemeente Bergen wordt al jaren gezocht naar mogelijkheden om de leefbaarheid in de dorpen op peil te houden. Door een sterke vergrijzing krimpen de inwoneraantallen en neemt met name het aantal jongere inwoners af. Deze krimp zorgt er mede voor dat de leefbaarheid in de kleinere dorpen onder druk komt te staan. Om de krimp het hoofd te bieden en de beschikbaarheid van woningen voor met name jongeren te vergroten, bevindt de gemeente zich in een continue zoektocht naar geschikte woningbouwlocaties Tot de raad besloot tot het niet vaststellen van bestemmingsplan Dorp & Duin, heeft de gemeente ingezet op de locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost en Noord. Deze locaties zijn in de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Door met een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te gaan vóór de vaststelling van deze verordening, wilde de gemeente gebruik maken van het overgangsrecht in de verordening, waardoor deze gebieden onder het regime van de oude Provinciale Ruimtelijke Verordening zouden vallen. De door de gemeente Bergen gekozen route komt voort uit de discussie die in aanloop naar de vaststelling van de omgevingsverordening is gevoerd tussen provincie en meerdere gemeenten over de invulling en aanwijzing van het BPL.
Voor een gemeente als Bergen zijn er nauwelijks mogelijkheden voor uitbreiding buiten de bestaande kernen aangezien bijna al het buitengebied binnen BPL valt. De provincie heeft via een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan en in de ambtelijke overleggen daarna, laten weten de gevolgde route niet te ondersteunen. Tijdens een bestuurlijk overleg eind 2021 en een daaropvolgende schriftelijke reactie heeft de gedeputeerde aangegeven de grote opgave van de gemeente Bergen te herkennen en te erkennen en deed hij de handreiking om samen met de gemeente te zoeken naar geschikte woningbouwlocaties. Op 7 juli 2022 is het bestemmingsplan besproken in de gemeenteraad. De Raad heeft na de inhoudelijke behandeling besloten niet in te stemmen met het voorstel het plan vast te stellen. Een van de argumenten van de Raad om niet in te stemmen met het plan was dat men de verhouding en samenwerking met de provincie wil verbeteren. De Raad wil de handreiking van de provincie oppakken en gezamenlijk komen tot een aanpak die moeten leiden tot gedragen woningbouwlocaties. Vandaar dat we ons in dit plan van aanpak richten op Egmond-Binnen en Egmond aan den Hoef. Het dorp Groet wordt hieraan toegevoegd. Vanuit dit dorp komen ook al langere tijd signalen dat de leefbaarheid onder druk staat.
Als eerste stap in de aanpak is er in september 2022 een intentieovereenkomst gesloten tussen de beide colleges (GS & B&W). Daarin is vastgelegd dat gemeente en provincie samen aan de slag gaan met de vraag hoe de leefbaarheid in Egmond-Binnen, Egmond aan den Hoef en Groet kan worden versterkt. Daartoe is dit plan van aanpak opgesteld. De aanpak is gericht op het versterken van de leefbaarheid en vitaliteit in de kernen. Dat is uiteindelijk het doel wat we nastreven. Dat betekent dat er een brede inventarisatie nodig is van de redenen waarom de leefbaarheid onder druk staat en de maatregelen die kunnen bijdragen aan het vergroten van deze leefbaarheid. Het is voor de provincie van belang om ook de beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en woningen 3
in omliggende dorpen mee te nemen. In haar omgevingsvisie omschrijft de provincie middels het ontwikkelprincipe “Sterke kernen sterke regio’s” hoe de verschillende kernen ten opzichte van elkaar zouden moeten functioneren met als doel de krachtige identiteit die de kernen zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. Als woningbouw als middel wordt ingezet zijn lastige ruimtelijke keuzes nodig, wellicht ook afwijken van bestaand ruimtelijk beleid. Bij die afweging is het van belang de effecten op de leefbaarheid aantoonbaar te hebben en een integrale afweging te kunnen maken. Uit de omgevingsvisie NH2050: De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. En om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. In het regionale netwerk zijn de verschillende typen kernen complementair aan elkaar. Daarbij zijn krachtige centrumsteden van cruciale betekenis voor de leefbaarheid van de hele regio vanwege de regionale voorzieningen en de stedelijke woon- en werkmilieus die er te vinden zijn. Zij kunnen jonge mensen en bedrijven aantrekken, wat leidt tot dynamiek en gezonde regio’s.
Door de centrumsteden te versterken, verbetert het vestigingsklimaat en worden deze steden nog interessanter voor woonconsumenten en bedrijven die zich in een stedelijke omgeving willen vestigen. Groen-binnenstedelijke kernen en dorpskernen horen bij het regionale netwerk, versterken dat en zijn aanvullend op wat de centrumstad te bieden heeft en andersom. Zij bieden een woon- en werkmilieu passend bij dit type kern. Het beleid is erop gericht om kernen hun eigen identiteit te laten behouden. Versterking van de relatie met het landschap kan helpen hun identiteit krachtiger te maken. Groenblauwe structuren tussen de kernen door kunnen een voorbeeld daarvan zijn.
4
2. Doelstellingen, planning en participatie Doelstellingen Het in kaart brengen van het huidige niveau van de leefbaarheid van de kernen Egmond-Binnen, Egmond aan den Hoef en Groet Het opstellen (aanvullen) van een leefbaarheidsagenda per kern Het versterken van de sociale basis van de dorpen Een verbeterde samenwerking tussen gemeente en provincie bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied Een afwegingskader op basis van leefbaarheid in het landelijk gebied Planning 2023 mei t/m juni
Onderzoek naar de leefbaarheid in de dorpen vallend binnen de scope van het project, toetsing klankbordgroep
juli t/m augustus
Verwerken opbrengst eerste fase in leefbaarheidsagenda’s
september t/m oktober
Brede participatie op leefbaarheidsagenda’s
december
Bestuurlijke besluitvorming
Participatie In ieder dorp wordt een klankbordgroep geformeerd, bestaande uit leden van de dorpsverenigingen. Deze kan worden aangevuld met andere geïnteresseerden. In de eerste fase zullen zij helpen de vraagstellingen op te stellen en fungeren als vraagbaak voor de projectorganisatie. Zij zijn de ervaringsdeskundigen en hebben veel kennis over hun dorp. Na de zomer toetsen we de opbrengst en de mogelijke maatregelen om de leefbaarheid te verbeteren onder een brede groep bewoners. De activiteiten zullen nader worden ontworpen in samenwerking met de klankbordgroepen.
5
3. Leefbaarheid & vitaliteit We hebben als een gemeente en provincie de opgave om de leefbaarheid van onze kernen te verbeteren. De begrippen leefbaarheid en vitaliteit zijn subjectieve begrippen en verschillen per kern en zelfs per individu. Wat voor de één bijdraagt aan een leefbare omgeving, is wellicht voor de ander niet van belang. Jongeren zoeken bijvoorbeeld naar voorzieningen voor hun kinderen, ouderen hebben een zorgbehoefte. In het dorp is de basisschool een plek van ontmoeting, maar met hoeveel leerlingen kan de school haar functie goed blijven vervullen? Hoe functioneert het verenigingsleven en wat is het probleem als er een tekort is aan jonge vrijwilligers? Hoe lossen we de problemen op die ontstaan bij een tekort aan mantelzorg? En gaan bewoners ondanks de aanwezigheid van een supermarkt toch voor de wekelijkse boodschappen naar die grotere winkels een dorp verderop? Wat als de brandweer niet kan functioneren door een tekort aan vrijwilligers. We sluiten met dit plan van aanpak aan bij het integraal beleidskader Sociaal Domein. Een van de doelen van dit kader is het versterken van de sociale basis. De sociale basis helpt mensen om zelfredzaam te zijn, hun talenten te ontwikkelen, om veerkrachtiger te zijn en mee te doen in hun omgeving. Onderdeel van deze basis is het versterken van de sociale omgeving.
Dit omdat de basis van effectieve ondersteuning ligt in de dagelijkse omgeving van mensen: het sociale netwerk, de wijk, school, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Onze inwoners hebben baat bij een breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen buurt of wijk. Dat aanbod, of dat nu op initiatief van inwoners zelf, professionele organisaties, vrijwilligersorganisaties of door de gemeente wordt georganiseerd, noemen we de sociale basis. Dit betekent dus dat onze aanpak zich nadrukkelijk niet alleen richt op woningen. De dorpen kennen een rijk verenigingsleven, mensen kijken naar elkaar om door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te doen. Samen gaan we nog meer werken aan het versterken van het aanbod activiteiten en evenementen gericht op ontmoeting. Dorpen zijn alleen vitaal als de inwoners ook gezond zijn. Vitaliteit bevorderen kan al eenvoudig door gezond eten en drinken te stimuleren, door ontspanningsmogelijkheden onder de aandacht te brengen door de inzet van de buurtsportcoach, door het meedoen aan activiteiten (welzijn, sport, kunst, cultuur) te stimuleren en door voldoende beweging te stimuleren en verbinding met anderen door bijvoorbeeld burenhulp of vrijwilligerswerk. Gezien de vergrijzing in de dorpen neemt de behoefte aan vrijwilligers toe.
We zien dat inwoners bereid zijn kortdurende vrijwilligerstaken op zich te nemen, in plaats van langdurig vrijwilligerswerk. Ouderen blijven langer thuiswonen en ook steeds meer groepen wonen zelfstandig, vaak wel met de behoefte aan ondersteuning. Het beroep op mantelzorgers neemt daarmee ook toe. Goed bereikbare, nabije en toegankelijke sociale accommodaties en sportvoorzieningen zijn belangrijk in het bereiken van inwoners met het activiteiten- en ondersteuningsaanbod. De kracht van deze sociale infrastructuur is medebepalend voor de leefbaarheid van de dorpen. De beschikbaarheid van voorzieningen voor inwoners is één van de factoren die bepaalt of inwoners hun leefomgeving als leefbaar beschouwen. Niet alle voorzieningen hoeven in een dorp aanwezig te zijn. Vanuit kostenoverwegingen, maatschappelijke ontwikkelingen of bijvoorbeeld schaalvergroting zien we voorzieningen veranderen. Dit hoeft niet altijd een probleem te zijn. Soms heeft men liever een stevige voorziening een dorp verderop dan een beperkte in het eigen dorp. Dan kan door het aanpakken van de bereikbaarheid een leefbaarheidsprobleem aangepakt worden. De aanpak Sterke Kernen, Sterke Regio’s start bij het bepalen van het leefbaarheidsniveau per kern ervan uitgaande dat de grotere kernen een functie vervullen voor de kleinere kernen.
6
Tijdens een werkbezoek van de gedeputeerde hebben vertegenwoordigers van dorpsverengingen uit de dorpen hun zorgen helder geuit. De gedeputeerde heeft uitgelegd dat het ruimtelijk beleid van de provincie er niet voor niets is, maar benadrukte nogmaals dat hij bereid is om samen met de gemeente de (on)mogelijkheden in beeld te brengen. Het gesprek begint niet bij bouwlocaties maar het verbeteren van leefbaarheid in een brede context. Mocht het onvermijdelijk blijken, kan er daarna een gesprek gevoerd worden over eventuele ontgrenzing van BPL. Ook compensatiemogelijkheden, zoals het elders begrenzen of het mogelijk maken van aanvullende NNN- (Natuur Netwerk Nederland) gebieden, worden daarin betrokken. Per kern voeren we het gesprek over leefbaarheid. Onderzoek samen met de provincie is hier het startpunt. Wat vinden we passende definities voor leefbaarheid en vitaliteit per kern? Hoe heeft het voorzieningenniveau zich ontwikkeld? Wat vinden we dat er minimaal (en in welke omvang) in het dorp aanwezig moet zijn? Hoe staat het met de beschikbaarheid van mantelzorgers en vrijwilligers? Wat is de binding van de inwoners met hun dorp. Wat is de absolute en relatieve afstand tot voorzieningen in een andere kern? We brengen het (gewenste) voorzieningenniveau per kern in beeld met de gewenste maatregelen om het voorzieningenniveau duurzaam in stand te houden. 4.
Vitaliteit en woningbouw Er bestaat een relatie tussen vitaliteit en woningbouw. Als er nieuwe woningen worden gebouwd leidt dit tot de aanwas van nieuwe gezinnen. Door de bouw van seniorenwoningen kan een doorstroomeffect ontstaan doordat door verhuizing eengezinswoningen vrijkomen. Dit zorgt voor nieuwe leerlingen voor de school, nieuwe leden en vrijwilligers bij de verenigingen en nieuwe klanten voor de winkels. Toch is woningbouw niet het enige middel, en soms ook niet het juiste middel om in te zetten om de vitaliteit van een dorp duurzaam te verbeteren. Wellicht kan door het nemen van verkeersmaatregelen of de inzet van openbaar vervoer de bereikbaarheid van een voorziening een dorp verderop verbeterd worden, of is er door benodigde schaalvergroting toch al geen toekomst voor die ene winkel. Deze inzichten zijn nodig om de keuze voor woningbouw weloverwogen te maken. Als er woningen worden bijgebouwd in de kleine kernen moet dat op een manier gebeuren die maximaal bijdraagt aan het verstevigen van de leefbaarheid. Het effect van de bouw moet langjarig zijn om een stabiele basis te kunnen vormen voor het voorzieningenniveau. Dat betekent dus dat het programma en de aantallen moeten aansluiten bij de vraag van het dorp. De nieuwe woningen moeten een aanvulling zijn op de bestaande voorraad om ook daar beweging in te krijgen. De locaties waar dat kan zijn beperkt.
Er wordt uitgegaan van inbreiding voor uitbreiding vanwege de kwaliteit van het landschap rond de dorpen en het daarmee samenhangende ingewikkelde ruimtelijke beleid.
7
Vanuit het principe dat woningbouw zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaats moet vinden brengen we in beeld wat de ruimte is binnen de bestaande kernen en of deze ook kwalitatief kan aansluiten bij de behoefte. Vervolgens onderzoeken we of het vanuit de leefbaarheid nodig is om aanvullend buiten de huidige contouren te bouwen. We wegen de ruimtelijke beperkingen, andere oplossingen om de leefbaarheid te verbeteren en woningbouw integraal af. 5. Ruimtelijk beleid in het buitengebied Het gesprek over leefbaarheid is natuurlijk niet nieuw. Met name in Egmond-Binnen komt al jaren de roep om woningen als middel voor het verstevigen van de leefbaarheid van de kernen. De conclusie van “Geef Egmond-Binders de ruimte” luidt dat het dorp door het beleid van gemeente en provincie op slot zit en geeft als aanbeveling; geef ruimte. Dat dit niet zo simpel is, blijkt wel uit dat er ondanks de ambitie, zoektocht en visies, geen locaties buiten de huidige contouren zijn bestemd voor woningbouw. Het huidige ruimtelijk beleid is daar een belangrijke oorzaak van. Momenteel bestaat het beeld dat het beleid gewenste ontwikkelingen op slot draait en in de ogen van onze inwoners onevenredig zwaar weegt in relatie tot waarvoor de regels zijn opgesteld. Maar dat beleid voor het buitengebied is niet zomaar ontstaan.
Zowel gemeente als provincie willen het buitengebied zoveel mogelijk vrijwaren van bebouwing. Het beleid is met een reden vastgesteld door de bevoegde organen. Het beschermt het landschap, de belangen en bedrijfsvoering van agrariërs of de bollenteelt. Het is ook bedoeld om deze kwaliteiten voor de inwoners in de regio te waarborgen. Hier is tijdens de behandeling van bestemmingsplan Dorp & Duin door verschillende belangenorganisaties op gewezen. In het komende proces moeten deze organisaties worden betrokken bij het zoeken naar mogelijke oplossingen. We onderzoeken of de belangen van verschillende ondernemers, overheden en organisaties ook de sleutel tot de oplossing kunnen zijn. Door bijvoorbeeld grondposities te ruilen kunnen soms meerdere doelen behaald worden waardoor draagvlak ontstaat. Ook de veranderde situatie rond de voetbalfusie kan hier wellicht aan bijdragen. We inventariseren op welke plaatsen welk ruimtelijk beleid van toepassing is en mogelijk belemmerend is in de ontwikkeling van woningbouw. We zoeken samen met bewoners en gebiedspartijen naar oplossingen. We betrekken de belemmeringen en oplossingen in de integrale afweging.
8
6. Aanpak per kern Zoals hierna omschreven hebben de drie kernen die binnen de scope van dit plan van aanpak vallen een vergelijkbare problematiek en de ambitie om de leefbaarheid te verbeteren. De omstandigheden verschillen echter per kern. Zo wordt in Egmond-Binnen de discussie over leefbaarheid al jaren gevoerd en is er een visie en een onderzoek opgeleverd. In Egmond aan de Hoef zal de bouw van Delversduin de komende jaren starten en van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid. In Groet wordt al wel gesproken over leefbaarheid, maar is het nog niet tot een concrete uitvoeringsagenda gekomen. De aanpak om tot een toekomstperspectief te komen vraagt naast een overkoepelende visie om een aanpak per kern. We starten in iedere kern met onderzoek (of actueel maken van) naar de vitaliteit en de effecten die verschillende ingrepen daarop hebben. Per fase zullen we deze evalueren en de aanpak van de volgende fase daar op aanpassen. We zijn ook scherp op het parallel laten lopen van processen. 6.1 Egmond-Binnen In de dorpsvisie Egmond-Binnen 2017-2027 hebben de betrokken inwoners zelf opgeschreven hoe zij aankijken tegen de vitaliteit van hun dorp. Langs vijf thema’s wordt de visie van het dorp verwoord en worden ideeën aangereikt om de leefbaarheid te verbeteren. Vervolgens is in “Geef Egmond-Binders de ruimte” (Atrivé 2018) het onderdeel vitaliteit en woningbouw verder uitgewerkt.
Het wegtrekken van jongeren als gevolg van het niet-beschikbaar komen van geschikte woningen wordt als grote bedreiging voor de leefbaarheid geadresseerd. Dat het plan Dorp & Duin niet is vastgesteld heeft tot onvrede bij een deel van de bewoners geleid. De bevolkingsomvang in Egmond-Binnen laat al decennia een krimp zien. Deze krimp wordt in grote mate veroorzaakt door de vergrijzing. De leefbaarometer, een monitoringsinstrument van het ministerie van BZK, laat zien dat met name de beschikbaarheid van voorzieningen onder druk staat. Dit bleek ook uit de voorzieningenscan in de nota “Bergense Behoefte” (Stec & gemeente Bergen 2021). Daarin zien we dat een flink aantal voorzieningen specifiek voor jongeren een kritiek draagvlak hebben, waaronder basisscholen, kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang. Het gevaar dreigt dat deze voorzieningen door de toenemende vergrijzing onder de kritieke grens komen, met mogelijke sluiting tot gevolg. Wat dan vervolgens weer een negatief effect kan hebben op de aantrekkelijkheid van Egmond-Binnen voor jongeren. Egmond-Binnen Fase 1: We onderzoeken hoe de vitaliteit van Egmond-Binnen zich heeft ontwikkeld de laatste jaren. We beantwoorden de vragen zoals benoemd in de paragraaf leefbaarheid. Dit doen we door onderzoek en het bij elkaar brengen van beschikbare data en gesprekken met een klankbordgroep vanuit het dorp.
Met de klankbordgroep gaan we in gesprek over leefbaarheid en vitaliteit in Egmond-Binnen. Welke problemen worden ervaren en welke oplossingen zijn daarvoor aan te reiken. We starten niet bij nul. De afgelopen jaren is het gesprek over leefbaarheid meermaals gevoerd.
9
Gemeente, provincie en belangenorganisaties verkennen met elkaar de ruimtelijke ambities die er liggen voor het buitengebied. Welke mogelijkheden zijn er om de ambities te realiseren door de verschillende belangen te verbinden? We onderzoeken de geïnventariseerde oplossingen op effecten en daarbij ook het effect van woningbouw als middel om de leefbaarheid te verbeteren. We willen onder andere de volgende vragen beantwoord hebben: - Welke voorzieningen, bevolkingsopbouw, huizenvoorraad, zorgniveau zijn nodig om de kern duurzaam vitaal te houden? - Welke maatregelen kunnen bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid? - Wat zijn de effecten van woningbouw op de leefbaarheid? - Hoe werk je aan een passend woningaanbod voor de lange termijn? Fase 2: Op basis van het resultaat van fase 1 wordt een leefbaarheidsagenda opgesteld. In deze agenda staan de maatregelen genoemd die provincie en gemeente, ieder vanuit haar verantwoordelijkheid, gaan nemen om de leefbaarheid te versterken. We gaan uit van een breed integraal pakket aan maatregelen. Indien woningbouw tot een van de oplossingen behoort, worden mogelijke woningbouwlocaties hierin afgewogen op hun effect op de leefbaarheid. Deze locaties zullen allemaal verschillende omgevingsfactoren hebben waardoor ontwikkelen niet vanzelf gaat.
We inventariseren het ruimtelijk beleid per locatie en scoren de locaties op kansrijkheid en wenselijkheid. De leefbaarheidsagenda wordt op verschillende manieren voorgelegd aan het dorp waarna de input verwerkt wordt. Fase 3: In de leefbaarheidsagenda worden beleids- en/of locatievoorstellen gedaan. Deze worden ter besluitvorming voorgelegd aan het daarvoor bevoegde orgaan.
10
6.2 Egmond aan den Hoef Met zijn iets meer dan 3500 inwoners is Egmond aan den Hoef de grootste van de drie kernen die binnen de scope van dit plan van aanpak vallen. Ook in deze plaats is vergrijzing en de daarmee samenhangende krimp goed voelbaar. De laatste 10 jaar is het inwoneraantal met zo’n 7% afgenomen (allecijfers.nl) en laat de leefbaarometer zien dat de voorzieningen onder druk staan. De twee basisscholen die het dorp had zijn in de afgelopen jaren samengegaan. Aan de rand van het dorp is een moderne winkelvoorziening voor de dagelijkse boodschappen, Egmond a/d Hoef heeft in de afgelopen decennia een aantal uitbreidingen gekend waarvan het gebied rond de Mossellaan (2004) als laatste van enige omvang. Inmiddels is het bestemmingsplan Delversduin onherroepelijk. Wanneer de omgevingsvergunning is verleend zullen hier de komende jaren zo’n 150 woningen worden gebouwd.
Egmond aan den Hoef Fase 1: We onderzoeken hoe de vitaliteit van Egmond aan den Hoef zich heeft ontwikkeld de laatste jaren. We beantwoorden de vragen zoals benoemd in de paragraaf leefbaarheid. Dit doen we door onderzoek en het bij elkaar brengen van beschikbare data en gesprekken met een klankbordgroep vanuit het dorp. Met de klankbordgroep gaan we in gesprek over leefbaarheid en vitaliteit in Egmond aan den Hoef. Welke problemen worden ervaren en welke oplossingen zijn daarvoor aan te reiken. Gemeente, provincie en belangenorganisaties verkennen met elkaar de ruimtelijke ambities die er liggen voor het buitengebied. Welke mogelijkheden zijn er om de ambities te realiseren door de verschillende belangen te verbinden? We onderzoeken de geïnventariseerde oplossingen op effecten en daarbij ook het effect van woningbouw als middel om de leefbaarheid te verbeteren. We willen de volgende vragen beantwoord hebben: - Welke voorzieningen, bevolkingsopbouw, huizenvoorraad, zorgniveau zijn nodig om de kern duurzaam vitaal te houden? - Welke maatregelen kunnen bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid? - Wat is het effect van de komst van Delversduin op de leefbaarheid? Fase 2: Op basis van het resultaat van fase 1 wordt een leefbaarheidsagenda opgesteld.
In deze agenda staan de maatregelen genoemd die provincie en gemeente, ieder vanuit haar verantwoordelijkheid, gaan nemen om de leefbaarheid te versterken. We gaan uit van een breed integraal pakket aan maatregelen. Indien woningbouw tot een van de oplossingen behoort, worden mogelijke woningbouwlocaties hierin afgewogen op hun effect op de leefbaarheid. Deze locaties zullen allemaal verschillende omgevingsfactoren hebben waardoor ontwikkelen niet vanzelf gaat. We inventariseren het 11
ruimtelijk beleid per locatie en scoren de locaties op kansrijkheid en wenselijkheid. De leefbaarheidsagenda wordt op verschillende manieren voorgelegd aan het dorp waarna de input verwerkt wordt. Fase 3: In de leefbaarheidsagenda worden beleids- en/of locatievoorstellen gedaan. Deze worden ter besluitvorming voorgelegd aan het daarvoor bevoegde orgaan.
12
6.3 Groet Het inwoneraantal van Groet is in de afgelopen jaren van bijna 1600 tot onder de 1500 inwoners gedoken. Waar basisschool “Het Klimduin” in het schooljaar 2014-2015 nog 151 leerlingen had, is dit teruggelopen naar zo’n 90 leerlingen nu (allecijfers.nl). Voor wat betreft de overige voorzieningen zijn er een paar winkels voor de dagelijkse boodschappen. Door de nabijheid van Schoorl is men voor een deel op dit dorp aangewezen. Het dorp heeft een actieve dorpsvereniging waar vanuit vele activiteiten worden georganiseerd. Ook de discussie over het verbeteren van de leefbaarheid is een terugkerend onderwerp op de agenda van de vergaderingen. Men is zich zeer bewust van de ligging van het dorp in een uniek en cultuurhistorisch bijzonder landschap.
Groet Fase 1: We onderzoeken hoe de vitaliteit van Groet zich heeft ontwikkeld de laatste jaren. We beantwoorden de vragen zoals benoemd in de paragraaf leefbaarheid. We doen onderzoek en brengen de beschikbare data bij elkaar. We willen weten hoe de demografie zich ontwikkelt de komende jaren en wat dat betekent voor het voorzieningenniveau. We brengen verhuisbewegingen in beeld en de effecten op de leefbaarheid daarvan. De vraagstelling en het toetsen van de uitkomsten doen we samen met een klankbordgroep vanuit het dorp. Fase 2: Op verschillende manieren gaan we met het dorp in gesprek over leefbaarheid. We starten met een gesprek met bewoners vanuit verschillende invalshoeken zoals verenigingen, de school en ondernemers. We hebben het over voorzieningenniveau van vroeger, nu en in de toekomst. Wat is er nodig om Groet een vitale gemeenschap te laten zijn? We organiseren een breed dorpsgesprek waar we de opbrengst uit de eerste fase bespreken met de rest van het dorp. Herkennen zij zich daarin en welke aanvullingen hebben ze? We halen concrete ideeën op die de leefbaarheid kunnen verbeteren. Op basis hiervan stellen we een leefbaarheidsagenda op met concrete projecten. Gemeente en provincie bespreken deze samen met de bewoners hoe deze agenda tot realisatie kan komen.
Fase 3: Gezien de kwetsbaarheid van het landschap rond het dorp zijn er nadrukkelijk geen woningbouwlocaties in beeld. Mocht het komen tot een behoefte aan een locatie, is het van belang om de discussie over het “waar dan” zorgvuldig te voeren. Natuur en cultuurhistorische elementen van het landschap zijn leidend bij verdere gebiedsontwikkeling. Bij deze discussie betrekken we Scoronlo en de dorpsvereniging, evenals bijvoorbeeld instanties als de RCE (Rijksdienst Cultureel Erfgoed).
13
Bestaande grondposities mogen geen leidend principe zijn in de te maken afwegingen. Het is vanuit de volkshuisvesting en ruimtelijke kwaliteit van belang dat gemeente en provincie zich beraden op welk instrumentarium en ontwikkelstrategie zij in wil zetten om een zo groot mogelijk effect te bereiken op genoemde belangen. Fase 4: In de leefbaarheidsagenda worden beleids- en/of locatievoorstellen gedaan. Deze worden ter besluitvorming voorgelegd aan het daarvoor bevoegde orgaan.
14
6. Projectorganisatie Het project vitale kernen kent verschillende doelstellingen met een integraal karakter. In de eerste fase is er behoefte om vanuit een objectieve blik te kijken naar de leefbaarheid en de oplossingsrichtingen die daarbij horen. Binnen de provincie krijgt het thema leefbaarheid steeds meer aandacht. Er is meer behoefte om de afwegingen die te maken zijn in het landelijk gebied integraal af te wegen en de leefbaarheid van de dorpen daarin te betrekken. In de omgevingsvisie staat de beweging sterke kernen sterke regio’s omschreven, het principe wat invulling moet geven aan het op steeds meer plekken gevraagde maatwerk. In de door de gemeente Bergen en de provincie gesloten intentieovereenkomst is afgesproken een pilot te starten. De provincie is bereid om in het proces zoals verwoord in het plan van aanpak te investeren. Naast de strategisch beleidsadviseur RO zullen verschillende disciplines aanhaken. We onderzoeken mogelijkheden om vanuit bestaande programma’s van de provincie delen van de puzzel te onderzoeken en waar mogelijk financieel te dekken. Dit gebeurt in de eerste plaats in de projectgroep. Daar worden de verschillende stappen per kern uitgezet, vindt de organisatie van de benodigde dialogen plaats en worden externe partijen aangestuurd.
In de verschillende stappen zullen de verschillende afdelingen van provincie en gemeente worden aangehaakt en gevraagd worden om te adviseren, deel te nemen aan de dialogen en de producten te beoordelen. De bestuurlijke afstemming tussen wethouder(s) en gedeputeerde(n) moet structureel plaatsvinden. We doen dit in de vorm van een stuurgroep. Zo blijven de bestuurders dicht bij de inhoud en zorgen we voor gedragen oplossingen bij beide overheden. Raad en Staten worden vanuit de stuurgroep geïnformeerd en waar nodig in de besluitvorming betrokken. Er zal een gezamenlijk werkbezoek georganiseerd worden waar, naast gesprekken met inwoners, ruimte is voor de onderlinge dialoog. Projectteam De integraliteit van de opgave en de veelheid aan betrokken partijen (zowel intern als extern) vraagt om een goede interne borging. Het projectteam zal bestaan uit een gemeentelijk en provinciaal projectleider. Zij worden ondersteund door een externe procesbegeleider. Beide gebiedsregisseurs maken deel uit van het projectteam Onderzoek demografie, voorzieningen & leefbaarheid In de eerste fase wordt onderzoek gedaan naar de leefbaarheid in de dorpen vallend binnen de scope van het project. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de aanwezige data bij provincie en gemeente.
Om dit tot een bruikbaar en overzichtelijk geheel te verwerken , inclusief antwoorden op onderzoeksvragen en mogelijke oplossingsrichtingen wordt externe expertise ingehuurd. Ruimtelijk beleid Ruimtelijk beleid zal snel in het proces worden aangehaakt aangezien de dilemma’s en kansen zich op dit gebied zich het meest zichtbaar voordoen. Het is het beleidsveld waar de belangen snel tegenstrijdig zijn en de benodigde oplossingen vraagt om afstemming tussen gemeente en provincie. We proberen hier de samenwerking op te verbeteren. Vandaar dat bij overleg hierover interne medewerkers worden betrokken. 15
Procesbegeleiding & participatie Bij het project zijn naast de twee overheden zijn nog verschillende andere stakeholders betrokken. Het gaat hier in eerste instantie met name om maatschappelijk organisaties en dorpsverenigingen. In een latere fase zal op bredere schaal geparticipeerd worden. De procesbegeleiding en participatie wordt extern georganiseerd. Projectgroep: Projectleider gemeente Projectleider provincie Gebiedsregisseurs Egmonden en Schoorl Procesbegeleider (extern) Advisering beleidsvelden (gemeente & provincie): Welzijn, Wonen, Landschap & cultuurhistorie, Verkeer, Juridische zaken, Grondbeleid, Communicatie
16