bij3. Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Supermarkten centrum Bergen.pdf
Tekst van het document
25 mei 2021 20191292-NZI_0001IF I. de Feijter T. Gerritsma gemeente Bergen
ontwerpbestemmingsplan Supermarkten gemeente Bergen (NH) -
Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Supermarkten centrum Bergen’ heeft met ingang van zaterdag 2 mei 2020 voor een periode van zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van ter inzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze naar voren brengen bij het college. Gedurende deze periode zijn 8 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn tijdig ingediend en ontvankelijk. Nr
Reclamant
Datum zienswijze
1
Stibbe Advocaten en notarissen namens Albert Heijn BV & Ahold Europe Real Estate & Construction BV
12-06-2020
2
Poelman van den Broek advocaten namens Lidl Nederland GmbH,
10-06-2020, aangevuld op 30-07-2020
3
Hehenkamp Van Riessen Eisenberger advocaten, namens een bewoner
11-06-2020]
4
Stichting Mr. Frits Zeiler
11-06-2020
5
Winkeliersvereniging Bijzonder Bergen
10-06-2020
6
Van Eijck Van Heslinga advocatuur namens diverse partijen
08-06-2020
7
AKD namens Aldi Zaandam B.V. en Aldi Vastgoed B V
08-06-2020
8
Diverse bewoners
07-06-2020
Bovenstaande zienswijzen worden in hoofdstuk 2 per reclamant weergegeven en beantwoord. Als de ingediende zienswijzen aanleiding geven tot wijziging van het bestemmingsplan, is dat eveneens per zienswijze aangegeven. In hoofdstuk 3 worden de ambtshalve aanpassingen benoemd.
nr.
Zienswijze reclamant 1
Beantwoording gemeente
1
In de zienswijze wordt door reclamant aangetoond dat de huidige vestiging van de Albert Heijn-supermarkt op de bestaande locatie en in de bestaande omvang wordt vastgelegd. Het ontbreken van de uitbreidingsmogelijkheden voor de Albert Heijn-supermarkt is voor reclamant moeilijk te rijmen met de toelichting op het Ontwerpbestemmingsplan. In het Ontwerpbestemmingsplan staat namelijk dat het juist wenselijk is dat de huidige supermarkten in het centrum van Bergen, waaronder dus onder andere de Albert Heijn, in het centrum kunnen uitbreiden. In de zienswijzen wordt dit door middel van meerdere citaten uit het bestemmingsplan als het ten grondslag daaraan liggende rapport ‘Beleid supermarkten Centrum Bergen’ onderbouwd.
Overweging college Door de gemeenteraad is op 9 mei 2019, op grond van artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening (Wro) juncto in combinatie met artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht (Awb), een voorbereidingsbesluit genomen om:
Reclamant begrijpt niet goed waarom in het Ontwerpbestemmingsplan de omvang van de Albert Heijnsupermarkt is gefixeerd op de huidige omvang, terwijl de gemeente juist een uitbreiding van de supermarkt wil. In lijn met die wens zijn Reclamant en de gemeente al enkele jaren in gesprek over een uitbreiding. Deze gesprekken hebben geleid tot concrete kader en contouren voor de uitbreiding. Reclamant verwijst naar een gezamenlijk gedragen tekening van de gemeente uit 2017 (zie bijlage 4 in zienswijze 1) voor het gemeentelijk parkeerterrein. Hierop is de toekomstige uitbreiding van de Albert Heijnsupermarkt alvast gearceerd meegenomen. Naast bovengenoemde concepttekening zijn er de afgelopen tijd meerdere schetsen met de gemeente uitgewisseld. Er is op dit moment nog geen aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Wel vindt er geregeld overleg plaats tussen Reclamant en de gemeente. Ook onlangs, op 9 april 2020, heeft er een overleg plaatsgevonden. Gezien bovenstaande concrete ontwikkelingen richting het realiseren van de uitbreiding van de Albert Heijn-supermarkt ligt het naar Reclamant meent voor de hand dat de uitbreiding van de Albert Heijn-supermarkt wordt meegenomen in het bestemmingsplan. Dat zou kunnen door uitbreiding van het bouwvlak inclusief functieaanduiding 'supermarkt' conform bovenstaande schets met daarbij bijvoorbeeld een maximum van 500 m2 wvo toevoeging.
Daarmee blijft Ahold ruim binnen de 700 - 1200 m2 wvo die de gemeenteraad wenselijk acht voor de uitbreiding van twee supermarkten. Een alternatief is het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid met bovenstaande strekking.
●
te verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gebied Bergen Centrum,
●
te bepalen dat het verboden is het (feitelijke en/of toegestane) gebruik van gronden en/of bouwwerken binnen het voornoemde gebied te wijzigen voor de verplaatsing en/of nieuwvestiging van supermarkten.
Zoals in paragraaf 2.3 van de toelichting wordt aangetoond is op grond van het bestemmingsplan Bergen Centrum en het bestemmingsplan Bergen Centrum – Beschermd Dorpsgezicht binnen diverse bestemmingen, waarbinnen detailhandel is toegestaan, de vestiging van een supermarkt niet uitgesloten. In het voorliggende ontwerp-bestemmingsplan is een definitie van het begrip ‘supermarkt’ opgenomen en wordt het gebruik als supermarkt expliciet uitgesloten, met uitzondering van de supermarkten die op de verbeelding als zodanig zijn aangeduid. Op de verbeelding worden de bestaande supermarkten, zoals de Albert Heijn-supermarkt aan de Breelaan, op de bestaande locatie en in de bestaande omvang aangeduid. Het voorliggende ontwerp-bestemmingsplan heeft geen ander doel dan invulling te geven aan het voorbereidingsbesluit door binnen het centrum van Bergen de vestiging van een nieuwe supermarkt als recht tegen te gaan. Vandaar dat gekozen is voor een facet-bestemmingsplan waarbij slechts één onderdeel van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen wordt herzien, zoals toegelicht in hoofdstuk 4 van de toelichting.
Een concrete aanvraag voor een omgevingsvergunning of indiening van een Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is niet bebouwplan is in dit stadium (nog) niet vereist. Het is aan de gemeenteraad om doeld om initiatieven, zoals een uitbreiding van een beaan reclamant tijdig aan te geven welke gegevens nog nodig zijn voor de be-
2/26
nr.
Zienswijze reclamant 1
Beantwoording gemeente
oordeling van het initiatief en waarover het gemeentebestuur zelf niet beschikt of redelijkerwijs niet kan beschikken. Reclamant treedt daarover graag nader in overleg.
staande supermarkt, op voorhand af te wegen en planologische-juridisch te borgen. Enerzijds omdat voorafgaand daaraan de haalbaarheid en het bijbehorend draagvlak moet zijn aangetoond en anderzijds omdat het niet past binnen de gekozen wijze van regelen middels een facetbestemmingsplan. Het is correct dat de gemeente en reclamant al geruime tijd in overleg zijn over de uitbreiding van de bestaande supermarkt aan de Breelaan. Mochten de plannen zover geconcretiseerd zijn dat er omgevingsvergunning kan worden aangevraagd zal een bijbehorende planologischjuridische procedure doorlopen moeten worden. Het ligt voor de hand om op basis van het concrete plan de uitvoerbaarheid en het draagvlak te bepalen. Standpunt college Het college geeft aan dat met het voorliggende ontwerpbestemmingsplan invulling wordt gegeven aan het voorbereidingsbesluit van 9 mei 2019. Het voorliggend ontwerpbestemmingsplan is niet bedoeld om op voorhand nieuwe initiatieven mogelijk te maken. De gemeente is met reclamant in overleg met betrekking tot uitbreiding van de supermarkt, maar gaat voor planologisch-juridische borging, met de bijbehorende onderbouwing uit van een separate procedure. De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
nr.
Zienswijze reclamant 2
1
Reclamant heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een supermarkt in het voormalige bankgebouw op het adres Plein 29 in Bergen. Hoewel het gebruik van het pand voor detailhandel (vooralsnog) bij recht is toegestaan, heeft het college de aanvraag geweigerd. Er zou niet worden voldaan aan de geldende parkeernormen. De achtergrond van de weigering is naar mening van reclamant er echter met name in gelegen dat het college de vestiging van een extra supermarkt in het centrum van Bergen niet wenselijk acht. Die wens wordt met het onderhavige ontwerpplan bestendigd.
3/26
Beantwoording gemeente
Overweging college Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan heeft tot doel om binnen het centrum van Bergen de vestiging van nieuwe supermarkten als recht onmogelijk te maken. In het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is een definitie van het begrip ‘supermarkt’ opgenomen en wordt binnen de ter plaatse geldende bestemmingen die detailhandel mogelijk maken het gebruik als supermarkt expliciet uitgesloten. Uitzonderingen betreffen de bestaande supermarkten die op de verbeelding als zodanig zijn aanHet ontwerpplan bepaalt namelijk dat voor zover de vigerende bestemmings- geduid. plannen een gebruik voor detailhandel toestaan, supermarkten hiervan zijn Op de door reclamant beoogde locatie aan het Plein 29 is
nr.
Zienswijze reclamant 2
Beantwoording gemeente
uitgesloten. Dat betekent dat het initiatief van Lidl voor ontwikkeling van een deze aanduiding ‘supermarkt’ vooralsnog niet opgenosupermarkt, dat vooralsnog bij recht is toegestaan, planologisch onmogelijk men. wordt gemaakt. De gemeente heeft voor deze locatie de omgevingsverTegen de beslissing op bezwaar van 11 december 2019, waarbij de weigering gunning geweigerd. Tegen de beslissing op het bezwaar omgevingsvergunning te verlenen is gehandhaafd, heeft Reclamant beroep is door reclamant beroep ingesteld. Op 3 maart 2021 ingesteld. Indien uit de beroepsprocedure blijkt dat het college de aangeheeft de rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan: volvraagde omgevingsvergunning niet kon weigeren en deze dus alsnog wordt gens de rechter is de vergunning terecht geweigerd, verleend, wordt het vergunde bouwplan meteen onder overgangsrecht gewaarbij de gemeentelijke overwegingen t.a.v. parkeren bracht. Dat wenst reclamant te voorkomen. worden gevolgd. Met dit bestemmingsplan wordt helderheid gebracht in een situatie die al jarenlang voor veel onduidelijkheid zorgt binnen de gemeente Bergen. Standpunt college De gemeente heeft de aanvraag omgevingsvergunning van reclamant terecht geweigerd en ziet geen reden om een ander standpunt in te nemen. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2
4/26
Uit de plantoelichting blijkt dat de aanleiding voor het ontwerpplan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het centrum van Bergen is. Verblijfskwaliteit en kleinschaligheid zijn daarbij te koesteren kwaliteiten. Om deze kwaliteiten te kunnen blijven koesteren dient onnodig autoverkeer in de openbare ruimte geweerd te worden. Een van de belangrijke aspecten daarbij is het beperken van het aantal grootschalige veelal met de auto bezochte winkels. Deze zouden niet centraal in het centrum gevestigd moeten zijn, maar op andere goed bereikbare locaties. Voorts is het ontwerpplan een uitwerking van het (concept) 'Beleid supermarkten Centrum Bergen' (supermarktbeleid), dat voorziet in een (geactualiseerd) beleidskader voor de ontwikkeling van supermarkten in het centrum van Bergen. De strekking van dat beleid is - kort gezegd - een (te) dominante rol van supermarkten in het centrum te voorkomen, omdat dit de positie en rol van speciaalzaken en de daarmee in samenhang functionerende horeca en winkels in mode en luxeartikelen in gevaar zou brengen.
Overweging college Het voorliggende facet-bestemmingsplan is niet de plaats om opnieuw een afweging te maken omtrent het verzoek van reclamant. Zoals al onder punt 1 is aangegeven heeft reclamant beroep ingesteld tegen de weigering op de aangevraagde omgevingsvergunning en is dit beroep ongegrond verklaard.
Reclamant meent dat het ontwerpplan enerzijds haar doel voorbij schiet, bijvoorbeeld in relatie tot de Dienstenrichtlijn, en anderzijds dat het initiatief van Lidl aan het Plein daarmee in overeenstemming is zodat die locatie positief zou moeten worden bestemd. Omdat de haar geweigerde omgevingsvergunning had moeten worden verleend, hetgeen onderwerp van geschil is in een beroepsprocedure, meent Reclamant dat in dit ontwerpplan bovendien rekening had moeten worden gehouden met dat bouwplan.
Standpunt college De gemeente heeft de aanvraag omgevingsvergunning van reclamant terecht geweigerd en ziet geen reden om een ander standpunt in te nemen.
Overigens staat het voorliggende ontwerp-bestemmingsplan de vestiging van een city-winkel met een bruto vloeroppervlak van minder dan 400 m² bvo niet in de weg. Omdat bij de omschrijving van een supermarkt een ondergrens wordt gehanteerd van 400 m² bvo. Voor een winkel met een dergelijke ondergrens zijn geen beperkingen opgelegd.
De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan
nr.
Zienswijze reclamant 2
Beantwoording gemeente
Reclamant stelt dat het initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijk supermarkt beleid. De Lidl-vestiging waarvoor omgevingsvergunning is aangevraagd, zal wat inrichting en assortiment zijn afgestemd op de locatie in het centrum van het dorp én het relatief beperkte winkelvloeroppervlak (soort 'city format'). Zo is het assortiment sterker gericht op versproducten (groente en fruit, brood) en service en gemak ('to go' en toepassing van meer zelfscan/stakassa's in plaats van de traditionele afloopbandkassa's om mandjesklanten zo goed en snel mogelijk te bedienen). Er is maar beperkt schapruimte gereserveerd voor bulk en non-food. Verder wordt gewerkt met kleinverpakkingen om zo goed mogelijk aan te sluiten bij een klantprofiel dat primair met de fiets of te voet naar de supermarkt komt en daardoor minder tegelijk kan kopen. Kenmerkend voor dit klantprofiel is dat de bezoekfrequentie (per week) aan de supermarkt aanmerkelijk hoger ligt (en dus niet vergelijkbaar is met de bezoekfrequentie van een standaard- discounter). In de zienswijze wordt ingegaan hoe met het beoogde initiatief wordt aangesloten op de nagestreefde kleinschaligheid en verblijfskwaliteit van het centrum van Bergen. Ook wordt aangegeven dat er op grond van het supermarktbeleid sprake is van voldoende distributieplanologische ruimte (700 – 1.200 m2 wvo).
En er is sprake van een versterking van de detailhandelsstructuur. Reclamant concludeert dan ook dat haar initiatief voor een supermarkt in het centrum van Bergen juist past in het conceptbeleid ten aanzien van supermarkten. Het initiatief is kleinschalig, trekt vooral klanten te voet en op de fiets en voorziet daarmee in een perfect op het centrum van Bergen afgestemd supermarktformat waarvoor voldoende distributieve ruimte bestaat. De bestaande detailhandelsstructuur zal hier alleen maar mee versterken. Zij verzoekt dan ook de mogelijkheden voor exploitatie van een supermarkt aan het Plein 29 in Bergen te handhaven en dus positief te bestemmen. 3
5/26
In het verlengde van het voorgaande acht Reclamant het ontwerpplan in Overweging college strijd met de Dienstenrichtlijn. In het bijzonder meent reclamant dat de beGelet op het opleggen van beperkingen binnen de geperking - want daarvan is onbetwist sprake - evenredig is: bruiksmogelijkheden voor detailhandel is toetsing aan de Ten eerste is de maatregel volgens reclamant niet geschikt om het beoogde Dienstenrichtlijn bij dit plan onbetwist aan de orde. doel te bereiken, althans die geschiktheid is niet aangetoond. De geschiktheid van het plan is volgens reclamant namelijk niet onderbouwd aan de hand van Om die reden is in de beleidsnotitie supermarkten een een analyse met specifieke onderzoeksgegevens, zodat de effectiviteit van de onderbouwing als toets aan de dienstenrichtlijn opgenomaatregel niet vaststaat. men. Niet bestreden wordt dat de beperking en onderIn de tweede plaats wordt de maatregel volgens reclamant niet coherent en bouwing van de beperking voldoet aan de criteria van systematisch toegepast. Enerzijds volgt uit het beleid dat het huidige supernoodzakelijkheid en het discriminatieverbod. marktaanbod in het centrum van Bergen qua positionering en koopgedrag compleet, evenwichtig en complementair is. Anderzijds is het ontwerpplan De evenredigheid van de beperking wordt bestreden.
erop gericht de supermarkten op twee locaties aan de rand van het centrum te concentreren, zodat de bestaande situatie kennelijk niet voldoet. Uit jurisprudentie blijkt dat het uitsluiten van supermarkMede gelet op het voorgaande is volgens reclamant ook niet duidelijk of de ten binnen de bestemming waarbinnen detailhandel momaatregel een zinvolle bijdrage levert aan het gestelde doel.
nr.
Zienswijze reclamant 2
Beantwoording gemeente
Verder meent Reclamant dat de beperking verder gaat dan nodig om het nagestreefde doel te bereiken. In zijn algemeenheid wordt volgens reclamant gesteld dat supermarkten kapitaalkrachtig zijn waardoor zij locaties kunnen ontwikkelen en daardoor de structuur kunnen bepalen. De groei in dominantie van supermarkten zou daarom alleen kunnen worden beperkt door de mogelijke vestigingslocaties te beperken. Vervolgens wordt opgemerkt dat Bergen hierop juist een uitzondering is. Juist vanwege die uitzonderingspositie is volgens reclamant een toelichting van de algemene tendens onvoldoende om de proportionaliteit en subsidiariteit van de maatregel te onderbouwen. Zo is niet duidelijk waarom ook een 'city format' moet worden uitgesloten, terwijl dat format andere gevolgen heeft dan een gebruikelijke 'full service' supermarkt. Verder is volgens reclamant niet onderbouwd dat, gelet op de huidige slechte uitgangspositie van Aldi, er toch voor moet worden gevreesd dat Aldi niet zal worden gedwongen te sluiten, simpelweg door concurrentie van bijvoorbeeld de nieuwe Lidl-vestiging. Met andere woorden: laat de marktwerking zijn gang gaan. Tot slot is niet toegelicht waarom niet kan worden volstaan met een maximaal aantal van drie supermarkten in het centrum, zoals nu ook het geval is en zoals - kennelijk - in nagenoeg perfecte balans is.
gelijk is, de enige effectieve manier is waarop de vestigingsmogelijkheden van supermarkten binnen centrumgebieden kunnen worden gestuurd. De Advocaat-Generaal van het Europese hof stelt hierover in zijn conclusie in de zaak Appingedam: “De maatregel lijkt evenredig en niet verder te gaan dan wat nodig is om het doel ervan te bereiken. Winkelcentra buiten de binnenstad hebben een zichzelf versterkend effect. Wanneer bepaalde winkels zich eenmaal buiten de stadskern bevinden en de inwoners daar met de auto heen gaan, wordt die locatie ook aantrekkelijker voor andere winkels die tot dusverre in de binnenstad waren gevestigd. De enige manier om de negatieve gevolgen van een verkeerstoename en een lege binnenstad te vermijden is dus om de mogelijkheden voor dienstverrichters om zich buiten de binnenstad te vestigen, te be
perken.” Ook uit jurisprudentie (o.a. Schijndel 201600624 /2/R3) komt naar voren dat men zich in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat alternatieven zoals verruiming van planologische mogelijkheden in het centrum, city-management, transformatie naar woningen, investeringen in het openbaar gebied en de infrastructuur, het vaststellen van een leegstandsverordening of het invoeren van leegstandsbelasting of leegstandsboetes, niet toereikend zijn voor het bereiken van de met brancheringsmaatregelen beoogde doelen. In samenhang daarmee wordt aangegeven dat men daarom redelijkerwijs kan concluderen dat regelingen met betrekking tot het beperken van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel buiten de aangewezen bestaande centrumgebieden niet verder gaat dan nodig is om het beoogde doel te bereiken en dat doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt.
In de notitie beleid supermarkten Bergen wordt zowel op basis van algemeen onderzoek als op basis van specifieke gegevens onderbouwd dat de maatregel geschikt is om het beoogde doel te bereiken: het ondersteunen van de vitaliteit van het centrumgebied door het in stand houden van de specifieke winkelstructuur, winkelidentiteit en daarmee samenhangende modal-split van vervoerwijze
6/26
nr.
Zienswijze reclamant 2
Beantwoording gemeente naar het centrumgebied van Bergen centrum en daarmee het tegen gaan van leegstand. De hiermee samenhangende maatregelen worden coherent en systematisch toegepast. Immers, het centrumgebied van Bergen is het enige centrumgebied binnen de gemeente Bergen waar een compleet én specifiek winkelen horeca aanbod aanwezig is. De samenstelling van dit aanbod past bij de identiteit van de kern Bergen. De maatregel ziet daarom alleen toe op dit winkelgebied. De maatregel gaat ook niet verder dan noodzakelijk omdat het uitsluiten van supermarkten binnen de bestemming waarbinnen detailhandel mogelijk is, de enige effectieve manier is waarop de vestigingsmogelijkheden van supermarkten binnen centrum-/winkelgebieden kunnen worden gestuurd. Dit is ook erkend in jurisprudentie. Standpunt college Het college acht het plan voldoende onderbouwd ten aanzien van de Dienstenrichtlijn. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan
4
Reclamant meent dat sprake is van een ongerechtvaardigde bevoordeling van bestaande supermarkten boven nieuwe toetreders tot de markt. Het plan verstoort het gelijke speelveld van marktpartijen, zonder dat daarvoor een genoegzame rechtvaardiging bestaat. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is het feit dat Aldi niet wordt wegbestemd, terwijl de huidige vestiging op meerdere vlakken in strijd is met het supermarktbeleid (o.a. verkeersaantrekkende werking) en ook zeker méér in strijd met dat beleid dan de door Reclamant gewenste supermarkt.
Overweging college Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan heeft tot doel om binnen het centrum van Bergen de vestiging van nieuwe supermarkten niet zonder meer als recht mogelijk te maken. Daarbij wordt in eerste instantie uitgegaan van de bestaande supermarkten. Deze zijn op de verbeelding aangeduid. Dat de bestaande vestiging van de ALDI op de bestaande locatie niet optimaal is, is helder. Met de betreffende ondernemer wordt dan ook gekeken naar de mogelijkheden van een verplaatsing naar een meer voor de hand liggende locatie. De verplaatsing naar een mogelijk nieuwe locatie wordt niet op basis van dit bestemmingsplan gefaciliteerd. Daarbij wordt opgemerkt dat er wel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen is om de aanduiding van de bestaande supermarkten te schrappen. Standpunt college Het college is van oordeel dat het bestemmingsplan het
7/26
nr.
Zienswijze reclamant 2
Beantwoording gemeente beoogde doel, geen nieuwe supermarkten toe te staan, afdoende reguleert. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
5
Zoals reeds opgemerkt heeft reclamant een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor een Lidl-supermarkt aan het Plein in Bergen. Op dat moment stond het vigerende bestemmingsplan de vestiging van een supermarkt bij recht toe, zodat sprake is van een gebonden beschikking. Indien de rechtbank in de beroepsprocedure over de weigering van de vergunning tot de conclusie komt dat wel degelijk aan de parkeernormen werd voldaan, kan de conclusie niet anders luiden dat alsnog omgevingsvergunning moet worden verleend. Daartoe is overigens alle aanleiding.
Overweging en standpunt college In de beantwoording van deze zienswijze wordt in punten 1 t/m 4 ingegaan op de verschillende onderdelen van de zienswijze. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
Aldus verzoekt Reclamant ook daarom het perceel Plein 29 positief te bestemmen voor de vestiging van een supermarkt.
nr.
Zienswijze reclamant
1
Reclamant is eigenaar van het appartementsrecht (tweede, derde en vierde bouwlaag) aan de Breelaan 21A te Bergen. Onder de woning van reclamant (de eerste bouwlaag van het pand) is lange tijd een restaurant gevestigd.
8/26
Beantwoording gemeente
Overweging college Door de gemeenteraad is op 9 mei 2019, een voorbereidingsbesluit genomen om te bepalen dat het verboden is het (feitelijke en/of toegestane) gebruik van gronden Op het perceel gelegen naast dat van reclamant wordt binnen afzienbare ter- en/of bouwwerken binnen het gebied Bergen Centrum voornoemde gebied te wijzigen voor de verplaatsing mijn een nieuw hotel gerealiseerd door Parkhotel Bergen Beheer B.V. en/of nieuwvestiging van supermarkten. (hierna: Parkhotel Bergen). In het kader van de realisering van het nieuwe hotel zijn reclamant en de eigenaar van Parkhotel Bergen in onderhandeling Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan heeft geen getreden over de van cliënte gewenste medewerking. In dat verband is het reclamant zeer recentelijk gebleken dat de gronden aan ander doel dan invulling te geven aan het voornoemde voorbereidingsbesluit door binnen het centrum van BerBreelaan 21A krachtens de regels van het vigerende bestemmingsplan 'Bergen de vestiging van een nieuwe supermarkt als recht tegen Centrum' de bestemming 'Hotelbedrijf pension' (Hp) hebben. gen te gaan.
Vandaar dat gekozen is voor een facet-bestemmingsplan waarbij slechts één onderdeel van de ter Dit betekent dat als toegestaan gebruik van de gronden aan Breelaan 21A plaatse geldende bestemmingsplannen wordt herzien, geldt, de uitoefening van het horecabedrijf in een pension en in verband daarmee het gebruik van daartoe dienende gebouwen waaronder dienstwo- zoals toegelicht in hoofdstuk 4 van de toelichting. ningen (artikel 12 lid 1). Een dienstwoning is, gelet op de daaraan gegeven definitie, een woning in of bij een gebouw kennelijk bestemd voor (het gezin Standpunt college van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is niet begebouw, noodzakelijk is (artikel 1 onder x). doeld om situaties, zoals het herbestemmen van een bedrijfswoning naar een reguliere woonfunctie. Daarvoor Ten behoeve van het wijzigen van de bestemming tot 'Wonen' dient reclazal de nut en noodzaak afdoende moeten zijn aangemant hierbij de navolgende zienswijze in. Hoewel het ontwerp bestemmings- toond. Bovendien is de haalbaarheid van het initiatief plan ziet op de wijziging van de bestemming 'Detailhandel' in het centrumge- niet aangetoond. bied van Bergen, ligt de woning van reclamant blijkens de verbeelding in het
nr.
Zienswijze reclamant
Beantwoording gemeente
plangebied. Het opnemen van de bestemming 'Wonen' ten behoeve van het gebruik van de gronden op de tweede, derde en vierde bouwlaag aan de Breelaan 21A zou reclamant veel tijd, geld en energie besparen. Ruimtelijk planologisch gezien bestaat voor het overige geen bezwaar deze beperkte omzetting op grond van een goede ruimtelijke ordening toe te staan. De tot op heden bewoonde 'dienstwoning' zal in gebruik immers geen enkele verandering ondergaan indien deze als (gewone) woning zal worden gebruikt.
De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan
nr.
Zienswijze reclamant 4
Beantwoording gemeente
1
In principe zijn wij het geheel eens met de intentie in het centrum van Bergen Overweging college Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan heeft uitsluigeen nieuwe supermarkten toe te staan. tend tot doel om binnen het centrum van Bergen de vesHet is correct de bestaande supermarkten als begrip te definiëren en positief tiging van nieuwe supermarkten als recht onmogelijk te maken. te bestemmen en als zodanig aan te duiden op de Verbeelding van het beVoor een eventuele verplaatsing of verruiming van een stemmingsplan. Deze Verbeelding is op de website 'Ruimtelijkeplannen.nl' supermarkt is een nieuwe planologisch-juridische proceechter moeilijk te vinden. dure nodig. Het bestemmingsplan omvat een Toelichting en de Regels. Aan de Toelichting De wijze waarop het facet-bestemmingsplan op ruimtelijis een 'Notitie' toegevoegd met de titel 'Beleid supermarkten Centrum keplannen.nl gepresenteerd wordt heeft te maken met Bergen'. Dit document is onder andere een analyse van de huidige situatie het feit dat het een facetbestemmingsplan zonder bevan het winkelbestand, waarin de supermarkten een belangrijke rol spelen. stemmingen. Het betreft een aanvulling op onderdelen Dit document wordt uitgebreid geciteerd in de Toelichting van het bestem(facetten) op de onderliggende bestemmingsplannen. mingsplan.
Eén van de conclusies is dat er voor een vierde supermarkt geen Beleidsnotitie 'Beleid supermarkten Centrum Bergen' stand zal verschralen. Dit is een belangrijk facet in de beoordeling van het be- Ter onderbouwing van het bestemmingsplan is voor het centrum van de kern Bergen in de notitie 'Beleid superstemmingsplan. Anderzijds wordt geconstateerd dat zowel Albert Heijn en markten Centrum Bergen' nieuw beleid voor supermarkAldi te klein zijn en naar uitbreiding streven. ten vastgelegd. Op grond hiervan beschikt de gemeente over een actueel ruimtelijk afwegingskader voor het beWij zijn van mening dat vergroting van beide supermarkten even riskant is oordelen van de aanvragen. Dit geactualiseerde beleidsvoor de diversiteit van het winkelbestand als vestiging van een vierde superkader vormt tevens de basis voor het actualiseren/aanmarkt. In ieder geval noopt dit tot grote omzichtigheid in het toestaan van passen van de vigerende bestemmingsplannen op dit asuitbreidingen van beide. Dit is één van de redenen niet akkoord te gaan met pect voor het gebied. verplaatsing en vergroting van Aldi naar de Harmonielocatie. Dit te meer ruimte is omdat dan het risico groot is dat de diversiteit van het winkelbe-
door de grote verkeer aantrekkende werking die daarvan zal uitgaan. Juist dit In de beleidsnotitie wordt aangegeven dat om de bestaande supermarkten optimaal te laten functioneren als aspect is een belangrijke reden dat het bestemmingsplan De 7 Dorpelingen geen genade heeft gevonden; niet bij de burgers van Bergen en (indirect) ook kwaliteit voor het centrum van Bergen, het gewenst is om deze te concentreren op twee locaties aan de belangniet bij de Raad van State. rijkste toegangsroutes aan de uiteinden van het centrumHet doet dan ook uiterst vreemd aan om in paragraaf 2.2.2 van de Toelichting gebied (het zogenoemde haltermodel). Daarmee vormen (getiteld Visie op de ontwikkeling en locatie van supermarkten) te lezen, dat
9/26
nr.
Zienswijze reclamant 4
Beantwoording gemeente
de supermarkten natuurlijke bronpunten voor het centrum en zorgen ze ervoor dat de auto zo veel mogelijk locatie wordt genoemd. Ook figuur 2.4 geeft deze locatie aan. aan de rand van het centrumgebied blijft. Reclamant is daar absoluut tegenstander van! Reclamant kan zich niet voorstellen dat de gemeenteraad deze passage zal la- Hierdoor blijft er zo veel mogelijk ruimte vrij voor de (hoge) kwaliteit van de openbare ruimte en verblijven (in ten passeren! combinatie met horeca). In de beleidsnotitie wordt aangegeven dat de huidige locaties van Albert Heijn en Deen De Toelichting geeft gelukkig aan het eind van paragraaf 3.3.2 terecht aan, aan deze uitgangspunten voldoen. dat het indertijd vastgestelde gemeentelijk beleid ten aanzien van de Harmoals tweede optie voor de eventuele verplaatsing van Aldi naar de Harmonie-
nielocatie niet meer van toepassing is.
Voor wat betreft de huidige locatie van de Aldi aan de Jan Oldenburglaan wordt in de beleidsnotitie geconstateerd dat deze niet aan deze uitgangspunten voldoet. De supermarkt ligt niet aan een belangrijke toegangsroute naar het centrum, waardoor deze supermarkt autoverkeer het centrum in trekt. De huidige winkel is bovendien zo klein dat deze geen toekomstwaarde heeft. Uitbreiding in voldoende mate is op de huidige locatie economisch niet mogelijk, maar ook niet wenselijk. Indien de Aldi wordt verplaatst zou het in principe uitgesloten moeten worden dat op de huidige locatie een supermarkt terug kan komen. De beleidsnotitie is inmiddels (december 2020) door de gemeenteraad in aangepaste vorm vastgesteld. In de vastgestelde beleidsnotitie wordt de Harmonielocatie niet langer genoemd als mogelijke locatie voor de Aldi indien verplaatsing naar een locatie buiten het centrum niet mogelijk blijkt. De vastgestelde beleidsnotitie wordt verwerkt in (de toelichting van) het bestemmingsplan. Standpunt college Het voorliggende bestemmingsplan maakt de verplaatsing van de Aldi naar de Harmonielocatie niet mogelijk. In de beleidsnotitie wordt voor een nieuwe locatie van de Aldi ingezet op een goed bereikbare locatie buiten het centrum van Bergen. De Harmonielocatie wordt niet langer genoemd als mogelijkheid als verplaatsen naar een locatie buiten het centrum niet mogelijk blijkt.
De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan in die zin dat de aangepaste en vastgestelde beleidsnotitie wordt verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan.
2
Reclamant heeft enkele aanvullende op-/aanmerkingen.
De wijzigingsbevoegdheid als vermeld in artikel 6 is op zich terecht. Het ware echter gewenst een dergelijk besluit aan algemene inspraak en goedkeuring door de gemeenteraad vooraf te laten gaan.
10/26
Overweging college De wijzigingsbevoegdheid in lid 6.1 heeft betrekking op het verwijderen van een aanduiding ‘supermarkt’. Een wijzigingsbevoegdheid is wettelijk voorbehouden aan
nr.
Zienswijze reclamant 4
Beantwoording gemeente
Lid 7.1 lid b is in het onderhavige geval volstrekt overbodig en zelfs in te- B&W als bevoegd gezag. Voor het opstellen van een wijzigingsplan geldt de unigenspraak met de eerste zin van lid a. Dit lid b behoort te worden verforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb wijderd. (afdeling 3.4). Het overgangsrecht voor bouwwerken, zoals opgenomen in lid 7.1, wordt op grond van artikel 3.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), voorgeschreven. Een uitzondering is opgenomen voor het percentage zoals opgenomen in lid b van het bestemmingsplan. Dit mag lager worden bepaald. Er is geen dringende reden om het percentage van 10% te verlagen, omdat de aanduiding ‘supermarkt’ zoals aangegeven op de verbeelding niet groter wordt. In het facet-bestemmingsplan is hiervoor geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Standpunt college Gezien het voorgaande is er geen aanleiding om de planregels aan te passen. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
nr.
Zienswijze reclamant 5
Beantwoording gemeente
1
De gemeenteraad heeft op 9 mei 2019 besloten om een voorbereidingsbesluit te nemen voor het gebied centrum Bergen omdat een evenwichtige verdeling van supermarkten wordt nagestreefd, waarbij moet worden voorkomen dat door een overaanbod van supermarkten ontwrichting van het evenwichtige winkelbestand ontstaat.
Overweging college Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan heeft uitsluitend tot doel om binnen het centrum van Bergen de vestiging van nieuwe supermarkten als recht onmogelijk te maken.
Reclamant is verbaasd dat in de Toelichting, behorend bij dit ontwerp bestemmingsplan, wordt gesteld dat er in het centrum van Bergen nog een marktruimte van 1.100-1.400 m² BVO zou bestaan en dat dit vervolgens wordt toebedeeld aan supermarkten. Dit zal er, in tegenstelling van wat de gemeente beweert, toe leiden dat het evenwicht wordt verstoord. Voor zover er in het centrum van Bergen nog marktruimte zou bestaan dient deze evenzeer ten goede te komen aan speciaalzaken. Na het weggeven van de geconstateerde maximale ruimte van 1.400 m² aan twee van de bestaande supermarkten zal de gemeente op grond van het eigen onderzoek en de daaruit getrokken conclusies moeten vaststellen dat dan de ruimte voor uitbreiding van andere winkels ontbreekt.
In de toelichting wordt op basis van de notitie ‘Beleid Supermarkten Centrum Bergen’ de keuze voor de uitbreiding van bestaande supermarkten evenals een mogelijke verplaatsing benoemd. Het beoogde beleid is er juist op gericht om tot een zodanige opbouw van het winkelaanbod te komen dat daarmee het specifieke karakter van het centrum van Bergen wordt ondersteund. In de notitie is onderbouwd dat er ruimte is voor uitbreiding van het winkelaanbod. De supermarkten functioneren op dit moment zeer goed en hebben een hogere omzet per winkelmeter dan gewenst. Uitbreiding van de supermarkten (met name Albert Heijn) is gewenst, niet zozeer om de omzet toe te
11/26
nr.
Zienswijze reclamant 5
Beantwoording gemeente
Het huidige supermarktareaal beslaat 3.136 m2 bvo. Een toename van het supermarktaanbod met 1.400m2 bvo (+45%) vormt een enorme bedreiging voor overige detaillisten en speciaalzaken in het centrum en dan blijft er niet veel over van het nu zo geroemde goed functionerende winkelgebied.
laten nemen, maar meer om de huidige omzet goed vast te houden en de operationele kosten van de supermarkt te verlagen door een ruimere supermarkt met meer schapmeters en meer ruimte in de winkel waardoor de kosten van het vullen van de winkel kunnen dalen en het out of stock (misgrijpen door de consument omdat een product is uitverkocht) wordt beperkt. Dit zal niet ten koste gaan van de speciaalzaken, maar beperkt het uitwijken van consumenten naar Alkmaar, waar ruimere supermarkten beschikbaar zijn.
Daarnaast heeft de huidige Corona-crisis verstrekkende gevolgen voor de detailhandel. Supermarkten hebben hun positie verder kunnen versterken en hun omzet zien stijgen, terwijl speciaalzaken door de overheidsmaatregelen juist hard zijn getroffen en hun omzet hebben zien dalen. Volgens reclamant zou de gemeente juist oog moeten hebben voor de positie van de speciaalzaken, maar in plaats daarvan biedt de gemeente uitbreidingsmogelijkheden voor supermarkten met 1.400m² wvo en maakt de gemeente de positie van supermarkten juist dominanter. De notitie Beleid Supermarkten Centrum Bergen die bij de stukken zit, dateert van 15 april 2020. Toen was de Corona-crisis zowat op zijn hoogtepunt, maar de gevolgen van deze crisis zijn in het stuk nergens te vinden. Het woord Corona komt in die notitie zelfs niet voor. Onbegrijpelijk. Reclamant verzoek de gemeente dringend de Toelichting aan te passen, zodat deze aansluit op de regels en de strekking van het ontwerp bestemmingsplan, namelijk het verbod op nieuwvestiging en verplaatsing van supermarkten. Ook zou er niet alvast een beleidskeuze moeten worden opgenomen waarbij mogelijke marktruimte op voorhand wordt toegedeeld aan twee supermarkten. De gemeente dreigt met deze Toelichting namelijk het goed functionerende winkelgebied Bergen-Centrum naar de knoppen te helpen.
Het bestemmingsplan is gericht op het faciliteren en reguleren van ontwikkelingen voor een periode van 10 jaar. Ten tijde van de beleidsnotitie was de Corona pandemie in de eerste golf. Inmiddels is duidelijk geworden dat de Corona pandemie heeft geleid tot een hoger aandeel online boodschappen doen enerzijds en een hogere besteding aan met name luxere artikelen in speciaalzaken en supermarkten als het gaat om voedingswaren en dranken anderzijds. Uit onderzoeken naar de corona-impact op winkelgedrag en de vitaliteit van winkelgebieden (zie Retailinsiders en aanvullingen op KSO Oost Nederland) blijkt dat per saldo de supermarkten en speciaalzaken beter zijn gaan functioneren. Voor de langere termijn is het van belang dat zowel supermarkten als speciaalzaken een zodanige (ruime) huisvesting hebben dat zij “beleving op de winkelvloer kunnen creëren” als tegenhanger voor het stijgende online aandeel. Het zorgen voor supermarkten en speciaalzaken met een voldoende ruime maat dat de consument een kwalitatief hoogwaardige winkelbeleving geboden kan worden, is hierbij van groot belang, zeker in een setting als het centrum van Bergen. Feitelijk zit deze aanpak al verwerkt in de beleidsnotitie en daarmee in de regeling van het facet bestemmingsplan, waardoor aanpassing niet noodzakelijk is.
Standpunt college De toelichting van het bestemmingsplan wordt aangevuld met de bovenstaande nadere motivering. Voor het overige behoeft het bestemmingsplan op dit punt geen aanpassing. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van de toelichting van het bestemmingsplan
12/26
nr.
Zienswijze reclamant 6
Beantwoording gemeente
1
Volgens reclamant wordt In de toelichting gesteld dat de specifieke samenstelling van het winkelaanbod voor een subtiel samenspel zorgt van supermarkten, speciaalzaken, winkels in mode en luxeartikelen en horeca. Dit leidt tot een eigen vitaliteit van het centrum van Bergen, waarbij geen sprake is van structurele leegstand en waarbij Bergen het ten opzichte van het Nederlands gemiddelde juist door de afwijkende verdeling tussen speciaalzaken en supermarkten goed doet. Geen van de genoemde vormen van winkelaanbod domineert. Vervolgens wordt gesteld dat het aandeel supermarkten niet substantieel dominanter moet worden omdat dit zal leiden tot minder speciaalzaken en het veranderen van het profiel van het centrumgebied. Het risico bestaat dan dat een gewoon boodschappengebied ontstaat waardoor het aantal winkels juist zal afnemen met een verminderde vitaliteit en leegstand tot gevolg. Deze conclusies zijn voor relamant begrijpelijke en rechtvaardigen het voorbereidingsbesluit voor het verbod op vestiging van supermarkten in het centrum van Bergen.
Overweging college Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan heeft uitsluitend tot doel om binnen het centrum van Bergen de vestiging van nieuwe supermarkten als recht onmogelijk te maken. Dit is mede onderbouwd vanuit de unieke structuur en kenmerken van het centrumgebied van Bergen. Het facet bestemmingsplan legt beperkingen ten aanzien van het aantal en de locatie van supermarkten en biedt mogelijkheden voor uitbreiding van de bestaande supermarkten, maar evenzeer aan de speciaalzaken.
Reclamant is van mening dat de marktruimte van 1100-1400 m2 BVO vanwege het beschreven unieke evenwicht niet uitsluitend kan worden toebedeeld aan uitsluitend supermarkten. Dit immers zal, gelet op de voornoemde overwegingen, ertoe leiden dat het subtiele evenwicht wordt verstoord. Voor zover er in het centrum van Bergen nog marktruimte zou bestaan dient deze ruimte evenzeer ten goede te komen aan speciaalzaken, winkels in mode en luxeartikelen en horeca. Uit de toelichting komt verder naar voren dat gemeente overweegt dat de marktruimte volledig toe te kennen aan twee van de drie bestaande supermarkten, namelijk de Albert Heijn en de Aldi. Reclamant is van mening dat de gemeente daarmee een voorschot op de gestelde te verdelen ruimte op een wijze die zich niet verdraagt met de gemeentelijke taak, namelijk het verzorgen van een goede ruimtelijke ordening zonder onderscheid te maken tussen concurrerende bedrijven in dezelfde branche. Het toekennen van de veronderstelde aanwezige uitbreidingsruimte aan uitsluitend supermarkten (en dan nog slechts twee van de bestaande supermarkten) betekent dat de gemeente gelijktijdig elke uitbreiding en ontwikkeling en/of nieuwvestiging voor winkels voor dagelijkse boodschappen op slot zet.
Reclamant stelt dat na het weggeven van de maximale marktruimte van 1400 m2 aan 2 van de bestaande supermarkten de gemeente op grond van eigen onderzoek en de daaruit getrokken conclusies zal moeten vaststellen dat helaas ruimte voor uitbreiding van andere winkels dan supermarkten ontbreekt. Reclamant concludeert dat de gemeentelijke analyse van de actuele situatie juist is, maar dat de wijze waarop de in de toekomst het subtiele samenspel van supermarkten, speciaalzaken, winkels in mode en luxeartikelen en ho-
13/26
Op basis van onderzoek wordt in de beleidsnotitie aangegeven dat het gewenst is om, gelet op de beoogde kwaliteit van het aanbod in het centrum van Bergen, tenminste een deel van de uitbreidingsruimte te gebruiken voor de kwalitatief gewenste uitbreiding en verplaatsing van supermarkten. In tegenstelling tot wat reclamant beweert, wordt nieuwvestiging en uitbreiding van speciaalzaken niet beperkt met dit facet bestemmingsplan. Het bestemmingsplan heeft geen enkel gevolg voor de mogelijkheden voor winkels in niet-dagelijkse artikelen, waaronder mode en luxe artikelen. Standpunt college Het college ziet gelet op het bovenstaande en het doel van het bestemmingsplan geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
nr.
Zienswijze reclamant 6
Beantwoording gemeente
reca, waarbij geen van de verschillende onderdelen dominant is, wilt waarborgen tot het onvermijdelijke einde van de goed functionerende eigen identiteit van het centrum van Bergen zal leiden. Daarbij wordt door reclamant opgemerkt dat de huidige Corona-crisis verstrekkende gevolgen heeft voor detailhandel. De van overheidswege opgelegde sluiting en de geleidelijke heropening onder voorwaarden en onder het treffen van maatregelen heeft het subtiele evenwicht onder druk gezet. Supermarkten hebben in dezelfde periode hun positie verder kunnen versterken en hun omzet juist aanzienlijk zien stijgen. Reclamant stelt dat, ter waarborging en/of tot herstel van het ook door de gemeenteraad zo belangrijk geachte evenwicht tussen speciaalzaken en supermarkten in het centrum van Bergen, de aandacht en ondersteuning uit zal moeten gaan naar de bestaande detailhandel en waar mogelijk de uitbreiding daarvan in plaats van naar vergroting van supermarkten in het centrum. Reclamant stelt dan ook de vraag of het beleid supermarkten Centrum Bergen, dat aan dit bestemmingsplan ten grondslag is gelegd, door de door de corona-uitbraak in een stroomversnelling geraakte veranderingen inmiddels niet als achterhaald moet worden beschouwd. De notitie is gedateerd 15 april 2020 maar rept met geen woord over de corona- crisis hoewel deze op dat moment al in volle omvang zichtbaar was.
Nu het hier nog een concept betreft kan dit in de definitieve versie nog worden hersteld. In uw toelichting geeft de gemeente terecht aan dat voor het verder verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het centrum het noodzakelijk is onnodig autoverkeer in de openbare ruimte aldaar te weren. Daarbij stelt de gemeente terecht dat een belangrijk aspect daarbij is het aantal grootschalige veelal met de auto bezochte winkels te beperken en supermarkten niet centraal in het centrum te vestigen maar op andere goed bereikbare locaties. Reclamant laat het weten dat zij dit uitgangspunt volmondig onderschrijven. 2
In het voorgaande bestemmingsplan Bergen centrum van 21 juni 1977 zijn een groot aantal percelen in het centrum van Bergen voorzien van een bestemming waarin de functie detailhandel is toegestaan. Het in artikel 5 van dit ontwerpbestemmingsplan opgenomen verbod tot gebruik als supermarkt richt zich volgens reclamant uitsluitend op gronden met een bestemming ten behoeve van detailhandel. Voor de percelen gelegen naast de Deen (de zogenaamde Harmonie-locatie) geldt dat in het bestemmingsplan uit 1977 deze percelen zijn voorzien van de bestemming "openbare doeleinden". Nu het verbod tot gebruik als supermarkt slechts van toepassing is op percelen met een bestemming van detailhandel is het volgens reclamant niet begrijpelijk en onzorgvuldig om, voor percelen die niet binnen de reikwijdte
14/26
Overweging college Een verbod op het realiseren van supermarkten geldt zoals bepaald in artikel 5.1. op alle percelen en binnen alle bestemmingen waar detailhandel volgens de vigerende bestemmingsplannen is toegestaan. Gesproken wordt over gronden en bouwwerken waar het gebruik ten behoeve van detailhandel is toegestaan. Dat kunnen dus ook andere bestemmingen dan Detailhandel zijn. Daar waar de huidige bestemmingsregel geen detailhandel (dus ook geen supermarkt) toelaat, heeft het uitsluiten van supermarkten geen enkel nut. Standpunt college Het college ziet geen aanleiding het bestemmingsplan
nr.
Zienswijze reclamant 6
Beantwoording gemeente
van dit bestemmingsplan en dit verbod vallen, alvast een voorschot te nemen op een eventuele bestemming als supermarkt.
op dit punt aan te passen omdat binnen bestemmingen waar geen detailhandel is toegestaan nu reeds geen supermarkten zijn toegestaan.
Bovendien haalt de gemeenteraad hiermee, al dan niet bedoeld, volgens reclamant een discussie binnen over eventuele planschade. In dit bestemmingsplan wordt mede gelet op de toelichting op percelen met de bestemming openbare doeleinden een voorschot genomen om een supermarkt toe te staan, terwijl op percelen waar een supermarkt is toegestaan op grond van het geldend bestemmingsplan deze mogelijkheid tot gebruik als supermarkt juist wordt uitgesloten. De planologisch stap van de functie openbare doeleinden naar supermarkt is uiteraard aanzienlijk groter dan de stap van detailhandel waar een supermarkt niet is uitgesloten naar supermarkt.
De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
Tegenover derden die mogelijk een supermarkt op een perceel met de bestemming detailhandel, waar een supermarkt niet is uitgesloten, willen realiseren is het, volgens reclamant, dan ook verstandiger om niet gelijktijdig andere minder voor de hand liggende percelen (geen detailhandel) aan te duiden als "mogelijk geschikt voor een supermarkt". Een dergelijke voor de uitleg van de regels overbodige en onlogische motivering dient niet in de toelichting van dit bestemmingsplan te worden opgenomen. Volgens reclamant belemmert het de gemeenteraad bovendien in het nemen van ruimtelijke besluiten voor het plangebied behorend bij dit bestemmingsplan. De raad wordt immers gebonden aan een uitgesproken beleidskeuze waarop zij maar moeilijk terug zal kunnen komen, een gevolg dat de raadsleden zich mogelijk niet realiseren. 3
In hoofdstuk 2.2.2 van het ontwerp bestemmingsplan heeft de gemeente een visie op de ontwikkeling en locatie van supermarkten opgenomen. Daarin spreekt de gemeenteraad zich uit over het beleid dat zij verder wenst te ontwikkelen om het bijzondere karakter en de bestaande vitaliteit van het winkel -en horeca-aanbod in het centrum van Bergen in stand te houden. Er worden aan de hand van deze beleidsnotitie twee opties benoemd om de Aldi te moderniseren naar een maatvoering van 1100-1400 m2 BVO. Daarbij wordt primair gedacht aan een goed bereikbare locatie (ook vanuit de andere kernen) buiten het centrum van Bergen. Volgens reclamant onderkent de gemeente daarbij dat de Aldi niet essentieel is voor het functioneren van het centrum van Bergen maar dat het wel belang acht is er een discount-supermarkt gevestigd blijft binnen de kern Bergen. Volgens reclamant stelt de gemeente vervolgens onder optie 2 dat indien het verplaatsen naar een locatie buiten het centrum niet mogelijk blijkt de Aldi eventueel zou kunnen worden verplaatst naar het naast de Deen gelegen kavel (de zogenaamde Harmonie-locatie) aan het plein. Hiermee wordt een duidelijk voorschot genomen op de verplaatsing van de Aldi vanaf de huidige locatie naar de Harmonie-locatie.
Los van het feit dat een dergelijke verplaatsing in dit bestemmingsplan niet thuishoort en ook niet in de regels is terug te vinden ondermijnt een dergelijke benadering de kansen van het realiseren van optie 1.
15/26
Overweging college Verwezen wordt naar punt 1 van deze zienswijze. Voorts wordt opgemerkt dat de beleidsnotitie inmiddels (december 2020) door de gemeenteraad in aangepaste vorm is vastgesteld. In de vastgestelde beleidsnotitie wordt de Harmonielocatie niet langer genoemd als mogelijke locatie voor de Aldi indien verplaatsing naar een locatie buiten het centrum niet mogelijk blijkt. De vastgestelde beleidsnotitie wordt verwerkt in (de toelichting van) het bestemmingsplan. Standpunt college In de beleidsnotitie wordt voor een nieuwe locatie van de Aldi ingezet op een goed bereikbare locatie buiten het centrum van Bergen. De Harmonielocatie wordt niet langer genoemd als mogelijkheid als verplaatsen naar een locatie buiten het centrum niet mogelijk blijkt.
nr.
Zienswijze reclamant 6
Beantwoording gemeente
Het zou de betrokken partijen (eigenaar/gebruiker) goed kunnen uitkomen om een alternatieve locatie buiten het centrum, maar in de kern van Bergen, te blokkeren om zo het enige door de gemeente aangereikte alternatief, het toelaten van een supermarkt op de Harmonie-locatie, te bewerkstelligen. Reclamant vindt dat de gemeente zich ook hiermee volledig afhankelijk stelt van de goede wil en oprechtheid van rechthebbenden (eigenaar/gebruiker) van de huidige locatie van de Aldi. Voor zover bij reclamant bekend is de (mede)eigenaar van het huidige pand van de Aldi aan de Jan Oldenburglaan 21 niet voornemens toe te staan dat de aanduiding "supermarkt" wordt verwijderd.
De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan in die zin dat de aangepaste en vastgestelde beleidsnotitie wordt verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan.
In hoofdstuk 3.3.2 stelt de gemeente onder het kopje "De Zeven Dorpelingen" dat de vestiging van een supermarkt op de Harmonie-locatie integraal is vernietigd bij de uitspraak van Raad van State van 10 april 2019. Inmiddels heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan "De Zeven Dorpelingen" zoals oorspronkelijk op de daarvoor bestemde website www.ruimtelijkeplannen.nl verwijderd, zowel in de ontwerp als in de vastgestelde versie. Dit in procedure gebrachte bestemmingsplan heeft, evenals de daarvan onderdeel gemaakte documenten geen juridische status meer. 4
Uit de toelichting en de bijlage bij de toelichting kan volgens reclamant worden afgeleid dat de gemeente bij het opstellen van dit bestemmingsplan ook aandacht heeft willen besteden aan de Europese dienstenrichtlijn. Recent, namelijk bij uitspraak van 15 april 2020 heeft de Raad van State met betrekking tot het bestemmingsplan "Winkeldiversiteit-Centrum" van de gemeenteraad van Amsterdam de wijze van toepassing van de Europese dienstenrichtlijn bij een bestemmingsplan dat beoogt een monocultuur aan winkels en voorzieningen in het centrum tegen te gaan door een aanscherping van het al bestaande beleid in het bestemmingsplan toe te passen. De uitspraak van de Raad van State toepassend op dit ontwerpbestemmingsplan kan worden geoordeeld dat het in het kader van een goede ruimtelijke ordening mogelijk is om regels in een bestemmingsplan zodanig aan te scherpen dat een te eenzijdig aanbod wordt voorkomen. Daarbij kan worden bepaald dat de overheersende branche alleen nog mag plaatsvinden binnen de winkels die dit ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan reeds legaal deden. In Amsterdam ging het om winkels voor toeristen, in het centrum van Bergen gaat het om supermarkten. In Amsterdam werd gekozen voor een categorische uitsluiting van nieuwvestiging en/of verplaatsing.
In Bergen lijkt uw gemeenteraad ervoor te kiezen om enerzijds het gebruik van panden met detailhandelsbestemming door supermarkten te verbieden en gelijktijdig een uitzondering toe te staan voor een perceel zonder detailhandelsbestemming. Bij toetsing van het gebruiksverbod aan de voorwaarden gesteld in artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn zal volgens reclamant moeten worden geconstateerd dat een territoriale beperking niet te verenigen valt met het gelijktijdig daarin opnemen van de verplaatsing/nieuwvestiging van één specifiek aangeduide supermarkt (de Aldi).
16/26
Overweging college In het bestemmingsplan zijn beperkingen opgelegd voor het vestigen van supermarkten. Deze beperkingen zijn onderbouwd, ook op het aspect Dienstenrichtlijn in de beleidsnotitie supermarkten Bergen. In tegenstelling tot hetgeen reclamant beweerd, voorziet het bestemmingsplan niet in het specifiek verplaatsen van één supermarkt, maar in het beperken van de vestigingsmogelijkheden voor supermarkten in het centrum van Bergen. De consequentie van deze beperking is dat als een gevestigde supermarkt, zoals Aldi verder wil uitbreiden, daar in het centrum van Bergen geen mogelijkheden voor zijn. De opgenomen regeling is dus een regeling die een algemene beperking oplegt. Deze regeling maakt geen uitzondering voor Aldi en is daarmee niet in strijd met de toepassing van de Dienstenrichtlijn. Standpunt college Het college is van mening dat de regeling het doel- het uitsluiten van nieuwe supermarkten- borgt. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
nr.
Zienswijze reclamant 6
Beantwoording gemeente
5
De beperking voor het gebruik van percelen binnen het plangebied met de functie detailhandel is opgenomen in artikel 5.1. Daarin staan de bestaande legaal aanwezige supermarkten als toegestaan en voor alle overige percelen met de bestemming detailhandel uitgesloten. Dit artikel geeft volgens reclamant de basis om geen nieuwe supermarkten binnen het plangebied toe te laten. Het opnemen van artikel 6 bevat een wijzigingsbevoegdheid geldend voor de drie aanwezige supermarkten (de Deen, Albert Heijn en Aldi), waarbij is opgenomen dat de aanduiding voor het perceel zal worden verwijderd wanneer het gebruik van dat perceel als supermarkt gedurende een periode van ten minste 12 maanden aaneengesloten niet heeft plaatsgevonden dan wel met rechthebbenden (eigenaar/gebruiker) zou zijn overeengekomen.
Overweging college Zoals al eerder is aangegeven heeft het voorliggende ontwerpbestemmingsplan uitsluitend tot doel om binnen het centrum van Bergen de vestiging van nieuwe supermarkten als recht onmogelijk te maken. Er is geen sprake van een verplaatsing op grond van dit bestemmingsplan.
Deze wijzigingsbevoegdheid geeft geen sluitende afdwingbare regeling. Immers, indien op een andere locatie één van de drie supermarkten een nieuwe vervangende bestemming voor het gebruik als supermarkt verkrijgt dient terstond het gebruik als supermarkt te worden beëindigd en te worden wegbestemd. De nu opgenomen wijzigingsregel geeft de mogelijkheid om binnen 12 maanden in de "verlaten" locatie opnieuw een supermarkt te vestigen. Er wordt volgens reclamant derhalve nu reeds een mogelijkheid opgenomen om onder het wegnemen van de mogelijkheid tot gebruik van de gronden als supermarkt uit te komen. Dit is volgens reclamant niet alleen een onwerkbare en onlogische benadering maar bovendien iets wat de gemeenteraad niet beoogt. Volgens reclamant kan het er immers toe leiden dat de gemeenteraad instemt met een nieuwe locatie voor een supermarkt en daarmee (wanneer de wijzigingsbevoegdheid niet wordt toegepast) geconfronteerd wordt met een nieuwe vierde supermarkt. Dat wordt echter volgens reclamant gelet op het uitgangspunt van dit ontwerp bestemmingsplan door de gemeenteraad onwenselijk geacht.
Verondersteld mag worden dat deze wijzigingsbevoegdheid wordt opgenomen om de aanduiding supermarkt op de oude locatie te kunnen wegnemen op het moment dat de supermarkt op de nieuwe locatie zijn deuren opent zodat op de oude locatie de supermarkt niet kan worden voortgezet of opnieuw zich hier een (andere) supermarkt kan vestigen. Daarnaast wordt volgens reclamant de mogelijkheid tot toepassing van de wijzigingsbevoegdheid opgenomen op het moment dat rechthebbenden dit zijn overeengekomen. Hiermee wordt de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid afhankelijk gesteld van een civiel nog te sluiten overeenkomst. Natuurlijk kan het bereiken van een dergelijke overeenkomst als een voorwaarde worden beschouwd voor het toestaan van een supermarkt op een andere locatie in de kern Bergen maar een dergelijke onzekere civiele rechtshandeling dient volgens reclamant niet onderdeel gemaakt te worden van een bestemmingsplan.
17/26
Vandaar dat in de nu opgenomen wijzigingsbevoegdheid is vastgelegd dat de aanduiding geheel of gedeeltelijk verwijderd kan worden als het gebruik van het perceel als supermarkt gedurende een periode van ten minste 12 maanden aaneengesloten is onderbroken of zoveel eerder als met rechthebbenden (eigenaar/ gebruiker) is overeengekomen. Voorgestelde aanpassing van de planregels is alleen relevant als op grond van dit bestemmingsplan de mogelijkheid aanwezig zou zijn om op een ander perceel door middel van een nieuwe aanduiding ‘supermarkt’ een de verplaatsing of nieuwvestiging mogelijk is. Dit is op basis van dit facet-bestemmingsplan niet mogelijk. Voor de nieuwvestiging of verplaatsing van een supermarkt moet de noodzakelijkheid eerst worden aangetoond in het kader van een aparte planologisch-juridische procedure. In dat geval heeft het zin om het verwijderen van de aanduiding op de bestaande locatie als een voorwaardelijke verplichting op te nemen. De opgenomen wijzigingsbevoegdheid zal echter- om ongewenste situatie te voorkomen wel worden aangepast en zal komen te luiden: “Burgemeester en wethouders kunnen vanaf een jaar na vaststelling van dit bestemmingsplan de aanduiding 'supermarkt', als bedoeld in lid 5.1, onder a, geheel of gedeeltelijk verwijderen wanneer de exploitatie van een supermarkt voor een periode van een maand is beëindigd “.
Standpunt college Er is geen reden om in de betreffende wijzigingsbevoegdheid het verwijderen van de aanduiding ‘supermarkt’ als voorwaarde te verbinden aan de verplaatsing van een bestaande supermarkt. De verplaatsing van een supermarkt is in het kader van dit facetbestem-