CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij1 2021-06-01 BP T&O Toelichting terrein bergen.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 11.: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan T&O plangebied Bergen14.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.7.3 Water in relatie tot het plangebied Oppervlaktewater en waterkeringen In het plangebied, alsook in de directe omgeving daarvan is geen oppervlaktewater aanwezig. Er zijn ook geen waterkeringen of kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding (zoals gemalen, stuwen of sluizen) in het plangebied aanwezig. Grondwaterbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermingszone ten behoeve van grondwaterwinning.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

30

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Bebouwing en verharding Het voorliggende bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van het terrein van Tuin en Oostdorp (T&O-terrein) in de kern Bergen mogelijk, gelegen op een binnenterrein tussen de achtertuinen van de woningen aan de Kogendijk, Achterweg en Jaap Weijandweg. De planlocatie heeft een omvang van in totaal ca. 5.200 m2. Op het terrein zijn de gebouwen van het Ontmoetingscentrum Tuin & Oostdorp (wijkcentrum) aanwezig in de noordoosthoek van het plangebied. Deze gebouwen hebben een oppervlakte van circa 420 m² en zijn in 1 bouwlaag met een kap gebouwd. Vooral aan de zuidzijde van dit gebouw is erfverharding aanwezig. Centraal op het terrein is nog een open skatebaan aanwezig waarop een tijdelijke zeecontainer is geplaatst. De skatebaan is geasfalteerd en dit gebied heeft een totale oppervlakte van circa 440 m². Het terrein is op de skatebaan na overwegend onverhard. In de noordwesthoek zijn volkstuinen aanwezig. De ontsluitingen vanaf de Jaap Weijandweg en vanaf de Kogendijk zijn wel verhard. De totale verharding in het plangebied in de huidige situatie bedraagt daarmee ca. 1.640 m2. Het terrein wordt op initiatief van woningbouwvereniging Kennemer Wonen herontwikkeld voor de bouw van 24 sociale huurwoningen. In een deel van de woningen kan ook een nieuw buurthuis worden gevestigd, ter vervanging van het huidige verouderde T&O-gebouw.

Ook wordt voorzien in parkeerplaatsen en ontsluiting van het terrein. In dit kader is de verhouding ten opzichte van het verhard oppervlak in de huidige situatie en de toekomstige situatie van belang. Hiervoor wordt verwezen naar figuur 17, in combinatie met tabel 2. In de nieuwe situatie bedraagt de verharding in het plangebied ca. 3.450 m2, een verhardingtoename van 1810 m2. Daarbij is voor de tuin/ het erf behorend bij de woningen een aanname gedaan dat 60% hiervan wordt verhard.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

31

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Figuur 16 – Overzicht verharding nieuwe situatie (bron; Hooyschuur architecten & adviseurs) Functie (verhardingsgraad in %)

Huidige situatie (in m2)

Nieuwe situatie (in m2)

Saldo (in m2)

-

+ 1.005

-

1.005 (woningen en bergingen) 405 (60% van 675)

420 290

295 30 (60% van 50)

- 125 - 260

Verharding openbaar; wegen, paden en parkeren

930

1715 (409+271+915+120)

+ 785

Totaal verhard oppervlak

1.640

3.450

+ 1.810

Wonen Gebouwen -

Erf / tuin (80%)

Wijkgebouw Bebouwing Verhard Erf

+ 405

Tabel 2 - Overzicht verharding (uitgesplitst in diverse functies) in zowel de huidige situatie alsook na de beoogde planontwikkeling (nieuwe situatie)

Verharding en compenserende maatregelen In het plangebied neemt de verharding als gevolg van de nieuwe bebouwing toe met 1.810 m2. Door deze toename aan verharding zal neerslag versneld worden

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

32

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

afgevoerd naar het oppervlaktewater, al dan niet via het rioolstelsel. Dit leidt tijdens extreme situaties tot pieken in de waterstand met wateroverlast als gevolg. Om ervoor te zorgen dat de waterhuishoudkundige situatie niet verslechtert ten gevolge van de verhardingstoename zullen er in het desbetreffende peilgebied compenserende maatregelen getroffen moeten worden in de vorm van extra wateroppervlak. Het waterschap HHNK hanteert bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een verhardingstoename tot 2.000 m2 de vuistregel dat 10% van de toename aan verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd door middel van het inrichten van nieuwe waterberging. Uitgangspunt is dat de compensatie wordt gerealiseerd binnen het plangebied. In verband met de afstand van het plangebied naar een bestaand watersysteem en het feit dat de compensatie binnen het plangebied niet in de vorm van oppervlaktewater kan worden gerealiseerd, betreft dit maatwerk en daarom is nadere afstemming nodig. Naar aanleiding van de digitale watertoets is met het HHNK overleg gepleegd over de wijze van compenseren in relatie tot het voorliggende plan. Afgesproken is dat de compensatieopgave, via alternatieve vormen (zoals infiltratievoorzieningen) invulling zal krijgen.

De bestemmingen binnen dit plangebied staan allen watercompensatie toe door in de bestemmingsomschrijving expliciet aan te geven dat de gronden bestemd zijn voor “voorzieningen ten behoeve van waterafvoer en waterberging”, en zijn hiermee afgestemd op diverse maatregelen zoals waterdoorlatende verharding, een vertragende onderlaag of waterberging op straat en in verlaagde groenstroken. Met het HHNK is concreet afgesproken dat de maatregelen worden uitgewerkt en afgestemd met HHNK en gemeente en dat de maatregelen zullen worden vastgelegd in een aan te vragen watervergunning. Klimaatadaptie De planlocatie ligt ingeklemd tussen achtertuinen behorend bij bestaande woningen. Het hemelwater kan hier in pieksituaties tot overlast leiden. Door infiltratievoorzieningen in te zetten kan dit worden voorkomen. Daarbij is het van belang om niet alleen normopvullend te werken, maar om ook rekening te houden met wat er gebeurt wanneer er een boven normatieve regenbui valt. Zo wordt invulling gegeven aan een klimaat adaptieve maatregel en er is via infiltratie een duurzame aanvulling van de zoete grondwatervoorraad. Zoals eerder is aangegeven worden hiervoor in overleg met het HHNK maatregelen nader uitgewerkt, die specifiek zijn afgestemd op en kunnen worden toegepast in het nieuwe woningbouwplan. Deze maatregelen zullen worden vastgelegd door het aanvragen van een watervergunning.

Riolering en waterkwaliteit Het vuile afvalwater vanuit de nieuw te bouwen woningen zal worden afgevoerd via een nieuw aan te leggen vuilwaterriool/DWA-riool, als onderdeel van een gescheiden rioleringssysteem. De vuilwaterriolering kan vervolgens ook worden aangesloten op het bestaande (gemengde) rioleringssysteem in de directe omgeving. Via dit rioleringssysteem wordt het afvalwater afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

33

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Daarbij wordt opgemerkt dat als onderdeel van de aanvraag voor de omgevingsvergunningen voor het woningbouwplan er een rioleringsplan zal worden opgesteld waarin dit nader wordt uitgewerkt. Om het hemelwater van verhardingen en daken zo schoon mogelijk te houden, zodat het zuiveringsproces zo eenvoudig mogelijk is (bij afvoer via het gescheiden systeem), is het gewenst om bij het bouwen rekening te houden met de materiaalkeuze. Hiertoe zal het gebruik van zink, lood of andere uitlogende materialen bij het bouwen zoveel mogelijk worden vermeden. 5.7.4 Conclusie Om de beoogde herontwikkeling klimaatadaptief vorm te geven is overleg gepleegd met het HHNK over maatregelen die worden toegepast in het plangebied. Door toepassing van deze maatregelen wordt de toename aan verharding gecompenseerd en wordt wateroverlast in de toekomst zoveel als mogelijk voorkomen. De te treffen maatregelen worden vastgelegd in een watervergunning. Het bestemmingsplan staat alle watercompenserende maatregelen toe. Het aspect waterhuishouding staat de voorliggende ontwikkeling niet in de weg 5.8

Ecologie

5.8.1 Beleid en regelgeving Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de ‘gebiedsbescherming’ en de ‘soortenbescherming’. Gebiedsbescherming Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Natuurnetwerk Naast de bescherming op grond van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Nationaal Natuurnetwerk (NNN, voorheen EHS genoemd). Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De provincie Utrecht heeft dit in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (herijking 2016) vastgelegd.

Uitgangspunt is dat plannen, handelingen en projecten in het NNN niet toegestaan zijn indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant aantasten. Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

34

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. 5.8.2 Ecologie in relatie tot het plangebied Om te beoordelen wat de effecten zijn van de planontwikkeling op de natuur is door ecologisch adviesbureau EcoTierra een natuurtoets uitgevoerd in de vorm van een quickscan flora en fauna2. De rapportage met de onderzoeksresultaten van de Quickscan zijn integraal als bijlage bij plantoelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies worden hierna weergegeven. Beschermde gebieden Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN. Extra toetsing wordt niet noodzakelijk geacht.

Het plangebied is gelegen ligt op circa 1.400 meter afstand van een Natura2000gebied. De verwachting is dat er door de beoogde ingrepen geen rechtstreekse of indirecte aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, verdroging, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) zal plaatsvinden op soorten die voor dit Natura2000-gebied zijn aangewezen. Om deze verwachting te staven is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Stikstofdepositie Het plangebied is op circa 1,3 km van het Noordhollands Duinreservaat en 2,4 km van de Schoorlse Duinen gelegen, beiden stikstofgevoelige Natura 2000duingebieden. De woningen en het buurthuis worden echter gasloos uitgevoerd. Het aantal woningen is dermate beperkt dat de uitstoot van het verkeer als gevolg van deze woningen, gelet op de binnenstedelijke situering met afschermende gebouwen en beplanting daaromheen, niet tot depositie op het Natura2000-gebied zal leiden. Om dat te onderbouwen en ook de bouwfase (eventuele sloop buurthuis) daarbij te betrekken is een Aerius berekening uitgevoerd door Els & Linde3. De integrale rapportage van deze berekeningen is integraal als bijlage achter deze toelichting opgenomen. Volgens de rapportage is er als gevolg van de gebruiksfase en de bouwfase geen sprake van een verhoogde depositie op de verschillende Natura 2000-gebieden. Soortgroepen Flora Er zijn geen beschermde wilde soorten aangetroffen. 2

EcoTierra, “Quickscan flora en fauna, Kogendijk 42A te Bergen (NH)”, 20 februari 2020

3

Els & Linde, Memo stikstofdepositie TenO terrein Bergen, 8 maart 2020.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

35

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied. Binnen het plangebied kunnen algemeen voorkomende vogels broeden. De verstorende werkzaamheden en ingrepen dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden of er dient voorafgaande aan deze werkzaamheden een vogelcheck uitgevoerd te worden. Een andere optie is om voor de aanvang van het broedseizoen te starten met de verstorende werkzaamheden. Grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nietvrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde soorten komen voor. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- en/of voortplantingsplaatsen aangetroffen binnen het plangebied. Er zullen door de ingreep geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes verloren gaan. Amfibieën, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nietvrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde amfibiesoorten kunnen voorkomen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen.

Conclusie en aanbevelingen quickscan Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de onderzochte situatie geen procedurele gevolgen zijn ten gevolge van voorgenomen ingrepen: • Nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; • Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; • Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; • De zorgplicht is altijd van toepassing. 5.8.3 Conclusie Het aspect ecologie staat niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.9

Archeologie

5.9.1 Beleid en regelgeving Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed was tot voor kort vastgelegd in de Monumentenwet uit 1988, inclusief de wijzigingen op gronde van de Wet op de Archeologische MonumentenZorg (Wamz) uit 2007. Met deze wijzigingswet zijn de

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

36

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

uitgangspunten van het Verdrag van Valetta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden waarmee de Monumentenwet 1988 is vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet, is in het overgangsrecht van de Erfgoedwet bepaald dat de regels met betrekking tot archeologie uit de Monumentenwet 1988 ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Belangrijke uitgangspunten uit de Monumentenwet 1988, zoals de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem en het inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening en de financiering van onderzoek (‘de verstoorder betaalt’), blijven dus onverminderd van kracht. 5.9.2 Archeologie in relatie tot het plangebied Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is archeologisch onderzoek gedaan in het plangebied door ArcheoPro. Het integrale rapport van dit archeologische onderzoek is als bijlage opgenomen achter deze toelichting4.

De belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het rapport luiden aldus: Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel kunnen in de diepere ondergrond archeologische resten vanaf het neolithicum worden verwacht in duinen strandafzettingen. Hierin kunnen ook resten van bewoning aanwezig zijn uit de bronstijd, de ijzertijd en de Romeinse tijd. De kans op de aanwezigheid hiervan is middelhoog. Ook kunnen resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd aanwezig zijn. De kans op resten van bewoning uit deze perioden is echter laag doordat het plangebied op historische kaarten niet in de nabijheid van bebouwing lag en bovendien nergens aan een weg grensde. Uit deze periode zullen hooguit ontginningssporen aanwezig zijn zoals ook zijn aangetroffen bij de talrijke in de wijde omgeving van het plangebied uitgevoerde proefsleuven-onderzoeken. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied elf gutsboringen gezet in een dichtheid van twintig boringen per hectare. Bovenin de boringen is een humusrijke toplaag aangetroffen die op tien van de elf boorpunten minimaal tachtig centimeter dik is. Deze is in eerste instantie waarschijnlijk ontstaan door akkerbouw en vervolgens vergraven tijdens de bouwen inrichtingswerkzaamheden die in de twintigste eeuw binnen het plangebied hebben plaatsgevonden.

Op slechts één boorpunt is dit pakket minder dan een halve meter dik en komt in de top van het hieronder gelegen zand een zwak venig niveau voor. Dit niveau is op alle overige boorpunten verloren gegaan. Tot ongeveer drie meter beneden het maaiveld is verder slechts ongeoxideerd zand aangetroffen. Hierin zijn geen (cultuur)lagen of bodemhorizonten aangetroffen die zouden kunnen wijzen op voor bewoning geschikte omstandigheden. In verband hiermee, en gezien de over het geheel genomen tot minimaal tachtig centimeter diepte verstoorde bodem, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere 4

ArcheoPro, Inventariserend Veldhonderzoek, bureau onderzoek en verkennend booronderzoek, Jaap Weijandweg Bergen (Nr. 20014), mei 2020 .

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

37

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.

5.9.3 Conclusie Het aspect archeologie staat niet in de weg aan de met het bestemmingsplan beoogde ontwikkeling.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

38

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

5.10

Cultuurhistorie

5.10.1 Algemeen Goede ruimtelijke ordening betekent dat er onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. 5.10.2 Cultuurhistorie in relatie tot het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een bijzondere historische structuur. De Kogendijk is wel een historische dijk/weg en de bebouwing langs dit gedeelte van de Kogendijk maakt wel deel uit van Tuindorp Oostbuurt, een historische structuur van zeer hoge (bouwkundige) waarde. Tuindorp Oostbuurt is in de periode 19221930 ontstaan. Hier werden het stedenbouwkundig patroon en de kleinschalige, geschakelde bebouwing als samenhangend ontwerp opgevat. Het T&O terrein grenst aan de zuidkant van deze historische structuur maar maakt daar geen deel van uit.

Figuur 17 – Cultuurhistorische waardenkaart Bergen

5.10.3 Conclusie Het plan past in de karakteristiek van het gebied. Cultuurhistorische waarden zijn niet in het geding.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

39

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

5.11

Kabels en leidingen

Voor planologisch relevante kabels en leidingen gelden verschillende beschermingsen veiligheidsafstanden waar bij de bestemmingslegging van onder andere nieuwe functies rekening mee moet worden gehouden. Ook zijn er geen hoogspanningslijnen, straalpaden of telecomverbindingen in de omgeving van het plangebied gelegen. Er wordt daarom geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan. 5.12

Duurzaamheid

De gemeente Bergen is op weg naar een klimaatneutrale gemeente in 2040. Bergen wil daarom het gebruik van duurzame energie stimuleren, door onder meer samen te werken met inwoners, ondernemers en organisaties. Het bouwplan zal niet worden aangesloten op het gasnet en zal bestaan uit duurzame bouwmaterialen. Bij de definitieve uitwerking van de plannen in het kader van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor bouwen zullen alle verplichte documenten met betrekking tot het aspect duurzaamheid en energie worden toegevoegd. 5.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

5.13.1 Regelgeving De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit m.e.r. en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: • C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; • D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de 3 volgende hoofdcriteria: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

40

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

5.13.2 Beoordeling plan In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen (indicatieve drempelwaarden): • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Met voorliggend bestemmingsplan wordt op het terrein van Tuin en Oostdorp (T&Oterrein) in de kern Bergen, gelegen op een binnenterrein tussen de achtertuinen van de woningen aan de Kogendijk, een nieuw woningbouwplan mogelijk gemaakt. Het betreft een locatie van ca. 5.200 m2 waar op initiatief van woningbouwvereniging Kennemer Wonen in totaal 24 sociale huurwoningen en een nieuw wijkgebouw worden voorzien. De ontwikkeling blijft daarmee ver onder de drempelwaarden. Omdat de ontwikkeling in onderdeel D van het Besluit m.e.r. voorkomt (stedelijke ontwikkeling), dient wel te worden nagegaan of sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu die de uitvoering van een m.e.r. noodzakelijk maken. Daarom zijn alle mogelijke milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling onderzocht en beschreven in een ‘Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling’ 5. Deze notitie is opgenomen als bijlage bij de toelichting.

Hieruit blijkt dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Op grond van deze aanmeldnotitie is voor het bestemmingsplan dan ook geen mer-procedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.. 5.13.3 Conclusie Het plan leidt niet tot bijzondere omstandigheden die het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk maken.

5

mRO bv, ‘Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling T&O terrein Bergen, PM

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

41

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

6

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

6.1

Algemeen

6.1.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe de nieuwe situatie is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de (analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan.

Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende zaken, worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. 6.1.2 Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliseringsverplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten.

Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO Standaarden 2012 verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze nieuwe standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden. Het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig deze vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor eenieder.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

42

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

6.2

Opbouw regels en verbeelding

6.2.1 Regels De planregels zijn opgesteld volgens het SVBP2012 en voldoen tevens aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. Daarbij is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met Inleidende regels (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de bestemmingsregels, de algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de overgangs- en slotregels. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: - Bestemmingsomschrijving; - Bouwregels; - Afwijking van de bouwregels; - Specifieke gebruiksregels; - Afwijking van de gebruiksregels; - Omgevingsvergunning voor de uitvoering van een werk, geen bouwwerk zijnde en van werkzaamheden; - Wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dat een bestemmingsregel niet alle elementen bevat, dit verschilt per bestemming. Naast de SVBP2012 speelt ook de afstemming met het aangrenzende bestemmingsplan ‘Bergen-Dorpskern Zuid’ een belangrijke rol. Vooral de opbouw en formulering van de regels is hierbij van belang. 6.2.2 Analoge verbeelding (plankaart) Uit de SVBP2012 volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond.

Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, evenals de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes, zijn verplicht voorgeschreven. Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), waar nodig aangevuld met de Digitale Kadastrale Kaart (DKK). De analoge verbeelding is op een schaal van 1:1000 geplot. 6.3

Artikelgewijze toelichting

In deze paragraaf worden de artikelen uit de planregels kort toegelicht. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de planregels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor de begripsomschrijvingen is aangesloten bij het SVBP2012 en het bestemmingsplan ‘Bergen-Dorpskern Zuid’.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

43

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen, moeten worden gemeten. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Gemengd Deze bestemming is gebruikt voor het buurthuis met daarboven en daarnaast woningen. Het buurthuis (de maatschappelijke functie) is alleen op de begane grond toegestaan. De woningen ook op de verdiepingen. Om die reden is ook een aanduiding Artikel 4 Groen Deze bestemming is gebruikt voor de gronden die ook echt groen moeten blijven of worden ingericht. De bestaande hagen zijn daarin opgenomen en in het middenstuk is ook een groenvoorziening opgenomen die tevens dienst kan doen als waterberging. Artikel 5 Tuin Deze bestemming is gebruikt om de voortuinen vrij te houden van hoge bebouwing. Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied Met deze bestemming is beoogd aan te geven dat hier geen doorgaande verkeersverbindingen zijn beoogd, en de inrichting ook is afgestemd op het langzame verkeer (voetgangers en fietsers). Om de bereikbaarheid van de tuinen en bijgebouwen van de woningen langs de Jaap Weijandweg en de Achterweg bereikbaar te houden hebben deze de aanduiding ‘verkeer’ gekregen en is de minimumbreedte van 2.50 meter in de regels voorgeschreven. Op de meeste stukken zijn deze paden breder dan 2.50 meter, maar de smalste stukken komen op 2.50 meter uit.

Artikel 7 Wonen De geschakelde woningen (de hoofdgebouwen) zijn opgenomen in een bouwvlak. Per bouwvlak is aangeduid hoeveel woningen daarbinnen maximaal mogen worden gerealiseerd. Ook de maximum goothoogte en de maximum bouwhoogte zijn op de verbeelding aangeduid. Achter de bouwvlakken is ruimte voor bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen. Onder voorwaarden is maximaal 50 m² aan deze bouwwerken toegestaan. Artikel 8 Waarde – Archeologie - 3 De gronden in het plangebied hebben een archeologische verwachtingswaarde. Om die zeker te stellen hebben de gronden deze archeologische dubbelbestemming. Dat betekent dat als er bouwwerkzaamheden of grondbewerkingen plaatsvinden met een oppervlakte van meer dan 500 m², eerst een archeologisch onderzoek nodig is om te bepalen of er geen archeologische waarden verloren gaan. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Deze regel dient om te voorkomen dat indien in het bestemmingsplan bij een bepaald gebouw een zeker open terrein is geëist, dat terrein nog eens meetelt bij het beoordelen van een aanvraag voor een ander gebouw, waaraan een soortelijke eis wordt gesteld.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

44

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Artikel 10 Algemene bouwregels Hier staan de bouwregels die binnen elke bestemming gelden. Zo is hier bepaald dat de bouwgrenzen kunnen onder voorwaarden worden overschreden door erkers, trappenhuizen en andere ondergeschikte bouwdelen. Bestemmingsgrenzen mogen niet worden overschreden. In de algemene bouwregels is een parkeerregeling opgenomen die is overgenomen uit het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’. Dat is nodig omdat door de inwerkingtreding van de 'Reparatiewet BZK 2014' (Staatsblad 2014, 458) per 29 november 2014, de bouwverordening voor ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, beheersverordeningen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen) niet meer van toepassing is. Regelingen met betrekking tot stedenbouwkundige bepalingen, waaronder de parkeerbepalingen, dienen daarom in ruimtelijke plannen te worden opgenomen. Artikel 11 Algemene gebruiksregels Hier is bepaald wat in ieder geval moet worden aangemerkt als gebruik in strijd met dit bestemmingsplan. Zo is de opslag van goederen op het erf niet zo maar toegestaan. In de algemene gebruiksregels is een parkeerregeling opgenomen die is overgenomen uit het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’.

Dat is nodig omdat door de inwerkingtreding van de 'Reparatiewet BZK 2014' (Staatsblad 2014, 458) per 29 november 2014, de bouwverordening voor ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, beheersverordeningen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen) niet meer van toepassing is. Regelingen met betrekking tot stedenbouwkundige bepalingen, waaronder de parkeerbepalingen, dienen daarom in ruimtelijke plannen te worden opgenomen. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Voor ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan is een algemene afwijkingsmogelijkheid opgenomen. De onderhavige regeling voorziet in verband met de gewenste duidelijkheid, in een objectieve begrenzing van het toepassingsbereik van de afwijking. Artikel 13 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van kleine overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht In artikel 3.2.1 van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Artikel 15 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het onderhavige bestemmingsplan.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

45

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

7

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Tussen de gemeente Bergen en initiatiefnemer zal voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan een anterieure overeenkomst worden gesloten. Door het opstellen van een overeenkomst is het kostenverhaal verzekerd en hoeft geen exploitatieplan (ex. art. 6.12 Wro) door de gemeenteraad te worden vastgesteld. 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1 Voorbereidingsfase Vooroverleg Conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de wettelijke overlegpartners. In dat kader zal hen het concept ontwerpbestemmingsplan voor advies worden toegezonden. De eventuele ontvangen overlegreacties worden betrokken bij de verdere procedure. Inspraak Kennemerwonen heeft een tweetal informatiebijeenkomsten georganiseerd met de buurt, waarin de beoogde woningontwikkeling op het T&O terrein is toegelicht en besproken. De beknopte verslagen van deze bijeenkomsten zijn als bijlage achter deze toelichting opgenomen. Tevens is tijdens de renovatie van de woningen van het aangrenzende Kogendijk en de Jaap Weijandweg uitgebreid overleg gevoerd met de klankbordgroepen. 7.2.2 Ontwerpfase De formele bestemmingsplanprocedure start met de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. Volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening is op de voorbereiding van een bestemmingsplan het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat het college van burgemeester en wethouders het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken, voor een periode van 6 weken ter inzage dient te leggen. Gedurende deze periode kan een ieder zienswijzen naar voren brengen.

Van de eventueel ontvangen zienswijzen wordt te zijner tijd in deze paragraaf verslag gedaan Vaststellingsfase Na de ter inzage legging neemt de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan en neemt daarbij ook een standpunt in met betrekking tot eventueel ingediende zienswijzen. Vervolgens wordt het vaststellingsbesluit en het bestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegd.

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

46

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Bijlage 2

Quickscan flora en fauna

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Bijlage 3

Memo stikstof

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Bijlage 5

Verslag info bijeenkomst KennemerWonen, 16 oktober 2019

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Bijlage 6

Verslag info bijeenkomst KennemerWonen, 19 november 2019

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

Bijlage 7

Aanmeldnotitie vormvrij mer-beoordeling, september 2020

gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021

NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp

mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4494/documents/31907