bij1 2021-06-01 BP T&O Toelichting terrein bergen.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING VAN HET ONTWERP BESTEMMINGSPLAN
T EN O TERREIN BERGEN GEMEENTE BERGEN (NH)
Opdrachtnummer
: 99.445
IDnr.
: NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001
Datum
: mei 2021
Versie
:5
Auteurs
: mRO b.v.
Vastgesteld d.d.
:
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 42 • info@mro.nl • www.mro.nl
INHOUDSOPGAVE VAN DE TOELICHTING 1 1.1 1.2 1.3 1.4 2 2.1 2.2 2.3 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4 4.1 4.2 4.3 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 6 6.1 6.2 6.3 7 7.1 7.2
INLEIDING ................................................................................. 3 Aanleiding .............................................................................. 3 Ligging en begrenzing plangebied .............................................. 3 Het geldende bestemmingsplan ................................................. 4 Opzet van de toelichting ........................................................... 6 BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE ....................................... 7 Inleiding ................................................................................. 7 Gebiedsbeschrijving ................................................................. 7 Plangebied en directe omgeving ................................................ 7 BELEIDSKADER ........................................................................ 11 Inleiding ................................................................................ 11 Rijksbeleid ............................................................................. 11 Provinciaal beleid .................................................................... 12 Regionaal beleid ..................................................................... 15 Gemeentelijk beleid ................................................................
16 PLANBESCHRIJVING ................................................................ 18 Inleiding ................................................................................ 18 Het beoogde initiatief T&O terrein ............................................. 18 Verkeer en parkeren ............................................................... 21 RANDVOORWAARDEN – MILIEUASPECTEN ............................... 22 Inleiding ................................................................................ 22 Geluid ................................................................................... 22 Bodem .................................................................................. 23 Luchtkwaliteit ......................................................................... 24 Externe veiligheid ................................................................... 26 Bedrijvigheid en milieuzonering (omgevingsanalyse) ................... 28 Water .................................................................................... 29 Ecologie ................................................................................ 34 Archeologie ............................................................................ 36 Cultuurhistorie .......................................................................
39 Kabels en leidingen ................................................................. 40 Duurzaamheid ........................................................................ 40 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ................................................... 40 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ............................................ 42 Algemeen .............................................................................. 42 Opbouw regels en verbeelding .................................................. 43 Artikelgewijze toelichting ......................................................... 43 UITVOERBAARHEID .................................................................. 46 Economische uitvoerbaarheid ................................................... 46 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................. 46
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
1
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Bijlagen bij toelichting: 1. Van der Poel B.V., ‘Verkennend bodemonderzoek, Kogendijk 42a Bergen’, 3 maart 2020; 2. EcoTierra, ‘Quickscan flora en fauna, Kogendijk 42A te Bergen (NH)’, 20 februari 2020. 3. Els & Linde, stikstofdepostie T&O terrein Bergen, 8 maart 2020. 4. ArcheoPro, Inventariserend Veldhonderzoek, bureau onderzoek en verkennend booronderzoek, Jaap Weijandweg Bergen (Nr. 20014), mei 2020. 5. Verslag info bijeenkomst KennemerWonen, 16 oktober 2019. 6. Verslag info bijeenkomst KennemerWonen, 19 november 2019. 7. Aanmeldnotitie vormvrij mer-beoordeling, mRO september 2020.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
2
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Woningbouwvereniging Kennemer Wonen heeft een plan ontwikkeld voor de bouw van 24 sociale huurwoningen op het terrein van Tuin en Oostdorp (T&O-terrein) in de kern Bergen (Noord-Holland). In de nieuwe woongebouwen is ook de mogelijkheid om een nieuw buurthuis te vestigen ter vervanging van het huidige verouderde wijkgebouw. In het geldende bestemmingsplan ‘Bergen-Dorpskern Zuid’ hebben de gronden echter nog een recreatieve bestemming, een groenbestemming en een maatschappelijke bestemming, waarop geen woningen kunnen worden gebouwd. Met dit bestemmingsplan is beoogd om de woningbouw op het T&O-terrein planologisch mogelijk te maken en daartoe de nu nog geldende recreatieve-, groenen maatschappelijke bestemming voor het terrein te vervangen door een passende woonbestemming. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is aan de zuidoostzijde van de kern Bergen gesitueerd, in de oksel van de Bergerweg en de Van Blaaderenweg.
Figuur 1 – Globale ligging plangebied op een topografische kaart, de aan zuidoostzijde kern Bergen (rode ster). Bron: PDOKviewer.
Het perceel wordt aan de noordzijde begrensd door de achtertuinen van de woningen aan de Kogendijk, aan de westzijde door de achtertuinen van de woningen aan de Achterweg, aan de zuidzijde en de zuidoost- en oostzijde door de achterkanten van de woningen aan de Jaap Weijandweg. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 5.200 m2. De ligging en begrenzing van het plangebied is in figuur 1 en 2 weergegeven.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
3
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Figuur 2 – Begrenzing plangebied op een luchtfoto, in combinatie met de digitale kadastrale percelen (bron: PDOK)
1.3
Het geldende bestemmingsplan
In het geldende bestemmingsplan ‘Bergen-Dorpskern Zuid’ hebben de gronden van het T&O-terrein gedeeltelijk de bestemming ‘Recreatie (volkstuinen)’, gedeeltelijk de bestemming ‘Groen’ en gedeeltelijk de bestemming ‘Maatschappelijk (ontmoetingscentrum)’. Zie ook figuur 3. Op de voor ‘Recreatie (volkstuinen)’ en ‘Groen’ aangewezen gronden zijn geen gebouwen toegestaan. Wel zijn op de voor ‘Groen’ aangewezen gronden overkappingen toegestaan en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De bouwhoogte van lantaarnpalen mag hier maximaal 9 meter bedragen en de bouwhoogte van overige bouwwerken maximaal 3 meter. Op de voor ‘Recreatie (volkstuinen)’ aangewezen gronden zijn erfafscheidingen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 2 meter en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3 meter. Op de voor ‘Maatschappelijk (ontmoetingscentrum)’ aangewezen gronden zijn voorzieningen toegestaan inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren. Verder zijn ter plaatse van de aanduiding ‘ontmoetingscentrum’ ook buurthuizen, sociaal culturele centra en ontmoetingscentra toegestaan.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
4
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Figuur 3 - Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Bergen-Dorpskern Zuid’ ter hoogte van het T&Oterrein, met rood omlijnd het plangebied
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
5
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Op deze gronden zijn de maatschappelijke gebouwen binnen het bouwvlak toegestaan. Het op de verbeelding aangeduide bouwvlak mag voor maximaal 60% worden bebouwd met maatschappelijke gebouwen waarvan de bouwhoogte maximaal 4 meter mag bedragen. In het maatschappelijke bouwvlak mag ook een bedrijfswoning van maximaal 450 m³, met bijgebouwen worden gebouwd. Daarnaast zijn de gronden van het T&O-terrein aangewezen als Archeologisch waardevol gebied. Op deze gronden is eerst archeologisch onderzoek nodig alvorens er gebouwd kan worden of grondbewerkingen kunnen worden uitgevoerd. 1.4
Opzet van de toelichting
De toelichting is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie van het plangebied. Het van toepassing zijnde beleid op zowel rijks-, provinciaal-, en gemeentelijk niveau wordt in hoofdstuk 3 verwoord. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de toekomstige situatie beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op een aantal relevante milieu/ en omgevingsaspecten, ook wel de randvoorwaarden van het plan genoemd, waarna in hoofdstuk 6 ‘Juridische planbeschrijving’, een toelichting op de verbeelding (plankaart) en de planregels volgt. Hoofdstuk 7 omvat de uitvoerbaarheid van het plan, waarbij wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid (de resultaten van de inspraak en het vooroverleg).
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
6
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
2
BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Alvorens wordt ingezoomd op de planlocatie, wordt in eerste instantie kort de bestaande structuur van het omliggende gebied beschreven. 2.2
Gebiedsbeschrijving
Het perceel maakt deel uit van de oostelijke uitbreiding van de dorpskern zuid van Bergen. Bij de beschrijving is gebruik gemaakt van de Welstandsnota van de gemeente Bergen. De oostelijke uitbreiding wordt gevormd door de woongebieden oostelijk gelegen van de Koninginneweg en de Bergerweg. Het woongebied is overwegend planmatig van opzet met gevarieerde bebouwing. Een deel van de woningen is al in de jaren ’20 van de vorige eeuw gebouwd en een deel is gebouwd in de jaren '70, '80 en '90. Het deelgebied is hoofdzakelijk samengesteld uit verschillende buurtjes, vaak ruim van opzet en heeft een heldere, ruimtelijke structuur van woonstraten, woonerven en woonpaden. Deze structuur wordt ondersteund door de plaatsing van de woonbebouwing. De woningen zijn dicht op elkaar en op enige afstand van de weg gebouwd. De afzonderlijke woonblokken staan in ieder geval in een strakke rooilijn. Opvallend element binnen de wijk is het stratenpatroon zonder trottoirs. Verder valt het groene karakter op. De woningtypen variëren: er staan rijwoningen, tweeonder-een-kapwoningen, bungalows, gestapelde woningen en vrijstaande woningen. De woningen staan overwegend met hun lengterichting langs de straat, met de entree op de straat gericht. De kapvorm en kaprichting van de woningen varieert, zowel langskappen als dwarskappen komen voor. Aanbouwen zijn voornamelijk aan de achterzijde geplaatst.
Om blinde gevels te voorkomen, is er op de kopgevels een verbijzondering. De gebouwen hebben een standaarddetaillering met eenvoudig materiaalgebruik. 2.3
Plangebied en directe omgeving
2.3.1 Bebouwing, verharding en groen Het T&O terrein is een binnenterrein achter de woningen aan de Kogendijk, de Jaap Weijandweg en de Achterweg. Op het terrein zijn de gebouwen van het Ontmoetingscentrum Tuin & Oostdorp (wijkcentrum) aanwezig in de noordoosthoek van het plangebied. Deze gebouwen hebben een oppervlakte van circa 420 m² en zijn in 1 bouwlaag met een kap gebouwd. Centraal op het terrein is een open skatebaan aanwezig waarop een tijdelijke zeecontainer is geplaatst. De skatebaan is geasfalteerd en dit gebied heeft een totale oppervlakte van circa 440 m². Het terrein is op de skatebaan na overwegend onverhard. In de noordwesthoek zijn volkstuinen aanwezig. De ontsluitingen vanaf de Jaap Weijandweg en vanaf de Kogendijk zijn wel verhard. Het groen op het binnenterrein maakt geen deel uit van de groenstructuur van Bergen zoals de laanbomen langs de Kogendijk daar wel deel van uit maken. Op het binnenterrein is diverse haagbeplanting aanwezig. Zo is het ontmoetingscentrum omgeven door een groene haag. Ook langs de achtertuinen
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
7
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
van de woningen met de Jaap Weijandweg zijn groene hagen aanwezig. Langs de achtertuinen van de woningen aan de Achterweg en de Kogendijk is haagbeplanting en staan 2 esdoorns, 2 eiken, een moerbei, een pruim, 2 appelbomen en een taxus. Ook ten westen van de ontsluiting aan de Jaap Weijandweg zijn een aantal solitaire bomen aanwezig. Opvallend zijn de diepe achtertuinen rondom het binnenterrein, wat dit binnenterein een groene uitstraling geeft.
Figuur 4 – Ligging en begrenzing plangebied op een luchtfoto (bron: PDOK)
Figuur 5 – Wijkgebouw in het groen
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
8
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
2.3.2 Verkeersstructuur Het Ontmoetingscentrum is vanaf de Kogendijk met een verhard voetpad toegankelijk. De toegang is afgesloten met een hek. Het binnenterrein is toegankelijk vanaf de Jaap Weijandweg via een smalle verharde weg tussen de woningen Jaap Weijandweg 26 en 28. Deze weg heeft een breedte van circa 4 meter. De Jaap Weijandweg is een woonstraat met haakse parkeervakken die aansluit op de wijkontsluitingsweg Kogendijk naar het noordoosten en op de doorgaande Bergerweg via de Oude Bergerweg naar het westen.
Figuur 6 - De woonstraat Jaap Weijandweg richting Oude Bergerweg.
Figuur 7 – De doorgaande Bergerweg bij de kruising met de Oude Bergerweg.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
9
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
10
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
3
BELEIDSKADER
3.1
Inleiding
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met het beleid van de diverse (hogere) overheden. De meest relevante beleidsaspecten die betrekking hebben op het plangebied worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Onderscheid is aangebracht in rijksbeleid (paragraaf 3.2), provinciaal beleid (paragraaf 3.3), regionaal beleid (paragraaf 3.4) en gemeentelijk beleid (paragraaf 3.5). 3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte en heeft als credo "Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig". De SVIR omvat drie hoofddoelen, die als volgt zijn geformuleerd: 1. Concurrerend Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Bereikbaar Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Leefbaar en veilig Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Hiermee wordt de ruimtelijke ordening in toenemende mate neergelegd bij gemeenten en provincies. De nationale belangen hebben onder andere betrekking op bijvoorbeeld ruimte voor waterveiligheid, behoud van nationale unieke cultuurhistorische kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur.
Uitgangspunt is dat de ruimte zorgvuldig wordt benut en overprogrammering wordt voorkomen. Om beide te bereiken, gaat de SVIR voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen uit van een ladder voor duurzame verstedelijking die ook is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2 Bro). Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Deze houdt in dat indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, de behoefte aan die ontwikkeling moet worden beschreven en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, gemotiveerd moet worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
11
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ten behoeve van de bescherming van de in de SVIR genoemde nationale belangen, zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels opgenomen die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. In het Barro worden de kaderstellende uitspraken uit de SVIR bevestigd. Doel van dit Besluit is om bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) te verwezenlijken, danwel te beschermen. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: − Rijksvaarwegen; − Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; − Elektriciteitsvoorziening; − Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; − Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur); − Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; − IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Relatie met het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van de bovengenoemde gebieden. Dat betekent dat de beoogde ontwikkelingen in voorliggend bestemmingsplan niet strijdig zijn met het nationaal ruimtelijk belang, zoals neergelegd in het Barro. 3.2.3 Milieuwetgeving Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteit, de Erfgoedwet, de Wet natuurbescherming, de Wet geluidhinder, etc. Op deze aspecten zal in hoofdstuk 5 nader worden ingegaan.
3.2.4 Toetsing rijksbeleid In het rijksbeleid worden geen concrete uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Gezien de aard, omvang en ligging van het project (een herstructurering van een binnenstedelijke locatie in het stedelijk gebied van de kern Bergen) zijn niet direct nationale belangen in het geding. Verder wordt opgemerkt dat de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ van toepassing is, aangezien het plan voorziet in de bouw van 24 wooneenheden in bestaand stedelijk gebied. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bij de bouw van 12 woningen of meer sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In paragraaf 3.4 (regionaal beleid) is dit aspect nader toegelicht, waarnaar wordt verwezen. 3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 ‘Balans tussen economische groei en leefbaarheid’ vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijnambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie wil koesteren. Tegelijkertijd wordt met de visie geprobeerd in te spelen op veranderingen en transities die (ook) tijd nodig hebben. De visie geeft daarmee enerzijds richting en houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
12
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Met de visie wordt dus geen eindbeeld voor 2050 gegeven, maar laat in algemene zin wel zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. De provincie streeft daarbij naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid, wat in de omgevingsvisie de hoofdambitie wordt genoemd. Dit betekent onder meer dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd: de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuur inclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Om de ambities waar te maken kiest de provincie voor de aanpak: ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Die bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Vanuit een groot vertrouwen in initiatiefnemers en andere overheden is de provincie terughoudend met het opstellen van regels.
Daarnaast worden in de visie 5 samenhangende bewegingen geschetst voor de ontwikkeling van de leefomgeving: • Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. • Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. • Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden of te ontwikkelen. • Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. • Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een ruimtelijk beperkte ontwikkeling, namelijk 24 wooneenheden en een buurthuis in bestaand stedelijk gebied.
Hierna is dan ook alleen het concrete beleid uit de Omgevingsvisie samengevat met betrekking tot deze beperkte ontwikkeling. Daarbij gaat het om de volgende ontwikkelprincipes: • Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen. • Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd. • Nieuwe stedelijke ontwikkelingen worden geconcentreerd in kernen met een centrumfunctie in het regionale netwerk. In de omgevingsvisie is daarover onder meer het volgende opgenomen:
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
13
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Sterke kernen, sterke regio’s: Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers. Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en –dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurt wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses). Deze wordt afgelezen aan de hand van demografische ontwikkelingen (afspraken over uitleglocaties worden aan de actuele prognoses aangepast), periodieke monitors over woonwensen en woonbehoefte-onderzoeken. Deze ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende afspraken worden regionaal ingevuld met ruimte voor maatwerk en herijking. De omvang en verschijningsvorm is passend bij de kernen waarbij grofweg drie typen kernen vallen te onderscheiden. Centrumsteden, Groenstedelijke kernen en Dorpskernen. Bergen is volgens de Omgevingsvisie een groenstedelijke kern. Groenbinnenstedelijke kernen en dorpskernen horen bij het regionale netwerk, versterken dat en zijn aanvullend op wat de centrumstad te bieden heeft en andersom. Zij bieden een woon- en werkmilieu passend bij dit type kern. Het beleid is erop gericht om kernen hun eigen identiteit te laten behouden.
Groenstedelijke kernen bouwen binnenstedelijk. Ontwikkelingen bij groenstedelijke kernen en dorpskernen vinden zoveel mogelijk binnenstedelijk plaats, nabij OV-knooppunten. 3.3.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening In de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2019 (PRV) worden regels gesteld waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. Het betreft onder andere de juridische vertaling van de provinciale omgevingsvisie en heeft als doel om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Zo worden er aan de hand van diverse kaarten regels gesteld aan thema’s die voor de gehele provincie gelden (zoals nieuwe stedelijke ontwikkelingen), maar ook specifiek voor het landelijk gebied en de zogenaamde ‘Groen Ruimte’ (o.a. natuurnetwerken, erfgoed, bufferzones) en ‘Blauwe Ruimte’ (regionale waterkeringen) en energie. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de PRV regelmatig aangepast en geactualiseerd. De laatste wijziging van de PRV is op 14 januari 2019 door Provinciale Staten vastgesteld. Ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen is in de Omgevingsverordening bepaald dat een bestemmingsplan alleen kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.
In de PRV staat de regionale afspraken op onder meer woningbouw centraal. Voor woningbouw worden de regionale afspraken in Regionale Actie Programma’s (RAP’s) vastgelegd (zie paragraaf 3.3). 3.3.3 Ontwerp pprovinciale Ruimtelijke Verordening Provincie Noord Holland heeft vanaf 18 februari 2020 een ontwerp omgevingsverordening ter inzage liggen. Met de nieuwe omgevingsverordening worden 21 verordeningen samengevoegd tot 1 verordening. De omgevingsverordening zal vervolgens vóór de zomer door Provinciale Staten worden vastgesteld. Met de ontwerp-verordening worden meer plannen mogelijk en krijgen gemeenten meer zeggenschap. Een belangrijk uitgangspunt blijft de bescherming van de bijzondere landschappen.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
14
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
De ontwerp verordening biedt mogelijkheden voor woningbouwprojecten tot maximaal 11 woningen aan de rand van kernen en aan dorpslinten, mits wordt voldaan aan de rijksregels. 3.3.4 Toetsing provinciaal beleid De beoogde bouw van de 24 wooneenheden in het bestaande stedelijke gebied van Bergen is in overeenstemming met het provinciale beleid en de daarmee samenhangende regionale afspraken. Deze afspraken voor het onderdeel woningbouw zijn vastgelegd in het zogenaamde “Regionale Afspraken stedelijke ontwikkelingen Alkmaar” (RAP). Als algemene regel geldt verder dat wordt ingestemd met binnenstedelijke woningbouwlocaties die in het RAP zijn opgenomen dan wel geen evidente afbreuk doen aan de doelstellingen van het RAP en de Regionale Woonvisie. Met de bouw van 24 wooneenheden in het binnenstedelijk gebied wordt daaraan voldaan. 3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Regionale woonvisie Regio Alkmaar 2016-2020 De regionale woonvisie is door de gemeenten uit de regio, professionals en belanghebbenden op interactieve wijze gezamenlijk gemaakt. Woningcorporaties, marktpartijen, zorgorganisaties, burgers, belangenbehartigers en de betrokken gemeenten worden opgeroepen om ieder op zijn eigen wijze en eigen terrein invulling te geven aan deze regionale woonvisie. Einddoel is om de regio mooier, completer en duurzamer te maken. Dit einddoel wil de regio bereiken met het maken van een aantal belangrijke afspraken; 1. Inzetten op een flexibel, licht en gericht RAP; 2. Inzetten op een woningaanbod dat aansluit op de vraag; 3. Kiezen voor plannen die een ruimtelijke versterking van de regio betekenen; 4. Werken in de geest van de Ladder voor duurzame verstedelijking; 5. Duurzaam bouwen; 6. Versterken van woningmarktsegmenten waar een tekort is; 7. Bouwen met benutten van het gemeentelijk aandeel in de prognose 8. Goede monitoring. Woningbouwafspraken en programmering regio Alkmaar 7 februari 2019 Laatste afspraak betekent dat actueel inzicht in de woningmarkt nodig is en op basis daarvan een geactualiseerde kwalitatieve woningbouwprogrammering. De regio wil daarmee komen tot woningbouwafspraken voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Voornoemd woningbouwafspraken van februari 2019 vormt daarvan de resultante.
De afspraken zijn daarin nog eens nader onderzocht en in perspectief geplaatst. De doelstellingen blijven overeind en leiden tot concrete(re) invullingen en (proces)afspraken. Belangrijk onderdeel daarin is de programmering die in verschillende scenario’s is uitgewerkt. Het eerste scenario gaat uit van de lokale en regionale verwachtingen van bevolkingsontwikkeling. Daarin is voor de eerste jaren ook enige overloop vanuit de MRA meengenomen (in aansluiting op de recente ontwikkelingen). Daarvoor is conform de provinciale bevolkingsprognose een toevoeging van 1.200 woningen per jaar nodig tot 2023. Een tweede scenario biedt naast de lokale en regionale opgave ook ruimte aan een meer dan trendmatige overloop uit de Amsterdamse agglomeratie, waar vanuit de
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
15
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
ervaring van woningaanbieders vraag naar is. Vanuit deze trend is toevoeging van 400 tot 600 woningen per jaar extra nodig. Als deze locaties niet tijdig ontwikkeld worden, blijft ook bij dit aantal de krapte-indicator op het huidige (te) lage niveau. Een derde scenario gaat uit van de Propositie Wonen in Noord-Holland-Noord, bedoeld om een bijdrage te leveren aan de provinciale verstedelijkingsopgave. Hierin is een ruimtelijke analyse gemaakt van de bouwmogelijkheden in de regio (bron: Uhrhahn). Daaruit volgt dat in Noord-Holland Noord circa 40.000 woningen extra te realiseren zijn. Dit aantal is afgeleid van de behoefte in de MRA naar ruim 230.000 woningen tot 2040. Van de mogelijkheden in de propositie Noord-HollandNoord zouden circa 20.000 woningen in de regio Alkmaar gerealiseerd kunnen worden (ten opzichte van het tweede scenario circa 16.000 woningen extra, waarvan de helft te realiseren in de eerste tien jaar: dus 800 woningen per jaar). 3.4.2 Toetsing regionaal woonbeleid Met het plan is de bouw van 24 wooneenheden in bestaand stedelijk gebied beoogd. Het voorziet in een verduurzaming van de woningvoorraad en bevordert de doorstroming op de woningmarkt. Met name de starterswoningen en de 4 nultrede woningen liggen in een woonsegment waar sprake is van een groot tekort in de regio en in Bergen.
De voorgenomen toevoeging van de woningen in dit segment voldoet aan de gemaakte regionale woningbouwafspraken. 3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Wonen in de gemeente Bergen 2015-2020 De gemeente Bergen streeft naar een kwalitatief goed en gedifferentieerd woningaanbod dat aansluit op de vraag van haar huidige en toekomstige inwoners. De gemeente heeft voor de periode tot 2020 de navolgende beleidsdoelen geformuleerd: ➢ Het zorgen voor een kwalitatief goed woningaanbod (geschiktheid, kwaliteit en duurzaamheid); ➢ Het realiseren van een gedifferentieerd woningaanbod; ➢ Het vergroten van de betaalbaarheid; ➢ Het huisvesten van de huidige en toekomstige inwoners (doelgroepen); ➢ Flexibiliteit en maatwerk. Aan de beleidsdoelen is een uitvoeringsprogramma gekoppeld. De gemeente Bergen richt zich bij het zorgen voor een kwalitatief goed woningaanbod op geschiktheid, kwaliteit en duurzaamheid. Het streven van de gemeente Bergen is onder meer zoveel mogelijk woningen levensloopgeschikt te maken, zowel in de bestaande voorraad als in de nieuwbouw. Het vergroten van de betaalbaarheid geschiedt onder meer door prestatieafspraken met Kennemer Wonen en de huurdersorganisaties te maken, in te zetten op sociale huurwoningen in plaats van sociale koopwoningen en het stimuleren van het uitbreiden van het aanbod vrije sectorhuurwoningen. 3.5.2 Welstandsnota Bergen, 2014 Het welstandsbeleid is opgenomen in de welstandsnota Bergen, juni 2004. De belangrijkste uitgangspunten voor het welstandsbeleid van Bergen zijn: •
Welstandstoezicht als instrument voor gebiedsgericht ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Redelijke eisen van welstand zijn niet alleen op het object gericht maar kunnen, op basis van gebiedsgerichte welstandscriteria per straat of per gebied verschillen. De welstandscriteria zijn per gebied gebaseerd op de
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
16
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
kwaliteiten van de bestaande gebouwde omgeving, zodat gebouwen die daaraan voldoen wel-staan in hun straat of op hun plek. •
Goede balans tussen zekerheid en flexibiliteit. Welstandscriteria moeten volgens de Woningwet ‘zo concreet mogelijk’ zijn. Flexibiliteit is wel mogelijk, maar daarbij geldt de stelregel: hoe groter de afwijking ten opzichte van de bestaande omgeving, hoe hoger de kwaliteitseisen die aan het bouwwerk zelf worden gesteld.
•
Openbaarheid, inzichtelijkheid en maatschappelijk draagvlak. Het welstandstoezicht moet objectiever en transparanter voor de burgers worden, door duidelijke welstandscriteria en door een open(bare) werkwijze. Het welstandsbeleid moet een onderwerp van publieke discussie zijn en blijven. Welstandsbeleid moet geworteld zijn in de samenleving en bijdragen aan het democratiseren van (de discussie over) welstand en architectuur in Bergen.
Het plangebied is gesitueerd in de oostelijke uitbreiding van Bergen, waar een regulier welstandniveau geldt. Dit betekent onder meer dat het welstandstoezicht moet bijdragen de basiskwaliteit van het gebied te behouden. 3.5.3 Toetsing aan het gemeentelijke beleid Het bouwplan wordt als passend in het gemeentelijk beleid beoordeeld.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
17
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
4
PLANBESCHRIJVING
4.1
Inleiding
Het initiatief dat in het voorliggende bestemmingsplan planologisch mogelijk wordt gemaakt heeft betrekking op het bebouwen van een binnenterrein in de wijk Tuin & Oostdorp. Het binnenterrein is deels in gebruik voor moestuinen en deels voor een skatebaan, met in de noordhoek het gebouw van de stichting ontmoetingscentrum (T&O gebouw). Het betreft een kleinschalig buurtcentrum, ooit opgezet door zelfwerkzaamheid door de buurtbewoners als gebouw bij de speelplaats. Het gebouw huisvest onder meer activiteiten van de stichting Welzijn Bergen, zoals de huiskamer voor senioren, eens per 2 weken op de dinsdagochtend; het Repaircafe Bergen, eens per 2 weken op de vrijdagochtend etc. Beoogd wordt een ontwikkeling met woningbouw, waarin ook nieuwbouw voor het buurthuis een plek kan krijgen. 4.2
Het beoogde initiatief T&O terrein
De nieuwe ontwikkeling gaat uit van maximaal 24 wooneenheden, waarvan er 2 tot 4 kunnen worden ingevuld met een buurthuisfunctie. De wooneenheden kunnen als volgt worden uitgesplitst: - 6 appartementen; - 4 zogenaamde ‘nultrede’ woningen (wonen op begane grond zonder drempels); - 12 grondgebonden drie kamer woningen; In figuur 9 is een indicatieve inrichting van het binnenterrein weergegeven. Rondom een centraal groenplein/ruimte worden vier woonblokken gerealiseerd. De blokken omvatten 4 wooneenheden per blok. Op de begane grond is plaats voor de vier ‘nultrede’ woningen. De overige eenheden worden gevormd door de grondgebonden drie kamer woningen dan wel de appartementen. De woonblokken worden uitgevoerd in één bouwlaag met kap. De maximale nokhoogte is afhankelijk van de woontypes in de blokken en varieert van ca. 7,5 tot 9,5 meter maximaal. De ontsluiting van het binnenterrein vindt plaats via de Jaap Weijandweg tussen de bestaande woningen nr. 26 en 28.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
18
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Figuur 8 – Indicatie inrichting T&O terrein (bron; Hooyschuur architecten & adviseurs)
De woningtypes en bouwmassa is passend in de omgeving, waar ook overwegend sprake is van één bouwlaag met kap. Het meest zuidelijke blok heeft een mansarde kap en onder de kap kunnen 4 wooneenheden worden gerealiseerd. De begane grond is bedoeld voor het buurthuis. Deze 4 woningen op de begane grond kunnen gebruikt worden als woning of als buurthuis. De uitwisseling tussen beide functies is hier mogelijk. De navolgende figuren laten impressies van de boogde woonblokken zien. Allen in één laag met kap.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
19
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Figuur 11 - Impressie Buurthuis met appartementen
Figuur 10 - appartementendriekamerwoningen
De dwarsprofielen geven een goed beeld van de massa die in overeenstemming en passend is in deze omgeving.
Figuur 9 - Impressie grondgebonden woningen
Figuur 12 - Dwarsprofielen beoogde situatie (bron: Hooyschuur Architecten en adviseurs)
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
20
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
4.3
Verkeer en parkeren
De ontsluiting van het terrein vindt plaats via de bestaande in- en uitgang op de Jaap Weijandweg tussen nummer 26 en 28. De toegangsweg krijgt een breedte van ca. 4,20 meter. Het parkeren vindt plaats aan de zuidzijde van het binnengebied. Ter plaatse kunnen 19 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het maximaal aantal wooneenheden bedraagt 24 eenheden, wat een grotere parkeerbehoefte vraagt. Conform de gemeentelijke parkeernorm zijn nog eens 15 parkeerplaatsen nodig, die buiten het plangebied worden gerealiseerd aan de jaap Weijandweg. Uitgangspunt is een parkeernorm van ca, 1,4 parkeerplaats per woning. De beoogde inrichting voorziet in een achterpad van voldoende breedte achter de bestaande woningen. Het pad wordt ca. 2,80 meter breed, waarmee de bewoners de garages op de achter terreinen ook kunnen bereiken via dit pad.
Figuur 14 - Profiel toegangsweg
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
Figuur 13 - Toegangsweg met parkeerplaatsen bij entree
21
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
5
RANDVOORWAARDEN – MILIEUASPECTEN
5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een aantal milieu- en omgevingsaspecten toegelicht die bij een ruimtelijk plan in beschouwing moeten worden genomen. Na een algemene beschrijving, gebaseerd op beleid en regelgeving, wordt voor elk onderdeel ingegaan op de relatie met het plan(gebied). 5.2
Geluid
5.2.1 Beleid en normstelling De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen, worden beschermd tegen geluidhinder ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. Het beschermen van bijvoorbeeld het woonmilieu gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer in op geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. In de Wgh zijn geluidgevoelige objecten benoemd. Voor deze objecten gelden de geluidswaarden die de Wgh opgeeft. Geluidsgevoelige objecten zijn woningen, woonwagenstandplaatsen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, en speciaal benoemde gezondheidszorggebouwen. In het kader van dit bestemmingsplan is alleen het onderdeel wegverkeerslawaai van belang. Er liggen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan geen gezoneerde bedrijventerreinen en/of spoorwegen. Wegverkeerslawaai Geluidzones In de Wgh is bepaald dat elke weg van rechtswege een geluidszone heeft (art. 74 lid 1). Een uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen in een 30 km/uur-zone of in een woonerf. De breedte van de geluidszones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van een weg.
Aantal rijstroken
Zonebreedte
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2
-
200 meter
3 of meer
-
350 meter
-
1 of 2
250 meter
-
3 of 4
400 meter
-
5 of meer
600 meter
Tabel 1 – Zonebreedtes wegen Wgh
Grenswaarden Geluidsgevoelige objecten die worden gerealiseerd binnen de geluidszones dienen te worden getoetst aan grenswaarden van de geluidsbelasting die zijn aangegeven in de Wgh. Hierbij geldt een voorkeursgrenswaarde voor nieuwe situaties. Voor nieuwe woningen bedraagt deze 48 dB. Indien deze waarde wordt overschreden, kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor een hogere waarde. Volgens het geluidbeleid van de gemeente Bergen geldt een
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
22
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
maximale ontheffingswaarde van 58 dB (inspanningsverplichting) en een wettelijke maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Bij de ontheffing dient het college te motiveren waarom bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn en waarom het plan gewenst is. Ook dient het in de Wgh vastgelegd binnenniveau gewaarborgd te worden. Geluidsniveaus bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die hoger zijn dan de wettelijke maximale ontheffingswaarden zijn niet toegestaan. 5.2.2 Geluid in relatie tot het plangebied Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 24 wooneenheden op een bestaand binnenterrein mogelijk. De omliggende wegen betreffen allen woonstraten met een maximum snelheidsregime van 30 km/uur gebied, met relatief weinig verkeer / een lage verkeersintensiteit. Dat neemt niet weg dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel gekeken moet worden of er in het 30 km/u-gebied geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die wel voor geluidhinder kunnen zorgen. Dat is hier niet het geval. De woningen zijn voorzien op een binnenterrein en worden door de bestaande woningen langs de weg nog afgeschermd van het 30 km/u gebied. Verder ligt het plangebied buiten de geluidzones van andere gezoneerde zoals Bergerweg. Daarmee wordt verondersteld dat in dit binnengebied de geluidsbelasting ruim lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A).
5.2.3 Conclusie Het aspect geluid staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. 5.3
Bodem
5.3.1 Beleid en normstelling In het kader van een ruimtelijk plan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 5.3.2 Bodem in relatie tot het plangebied Ten behoeve van de beoogde woningbouwontwikkeling binnen het plangebied is door adviesbureau Van der Poel B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd 1. Het integrale onderzoek is als bijlage 1 achter deze toelichting opgenomen. Hierna zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het onderzoek beschreven. Resultaten verkennend bodemonderzoek Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit zand, matig fijn, zwak siltig. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 0,77 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn, behoudens een zwakke bijmenging of resten baksteen geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen.
1
Van der Poel B.V., “Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Kogendijk 42a te Bergen” (projectnummer 192302), 3 maart 2020
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
23
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is navolgende naar voren gekomen. Grond: In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond overschrijden de gehalten lood en/of PAK de achtergrondwaarden. In het geanalyseerde mengmonster van de ondergrond overschrijden de gehalten zink en PAK de achtergrondwaarden. Indicatieve toetsing RBk: De monsters zijn indicatief getoetst aan RBk. De toetsing is indicatief omdat het onderzoek niet is uitgevoerd als partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit. Opgemerkt wordt dat er geen analyses op PFAS zijn uitgevoerd, hetgeen mogelijk noodzakelijk is indien de grond wordt afgevoerd van de locatie. Grondwater: In het geanalyseerde monster van het grondwater overschrijdt het zink gehalte de streefwaarde. Geconcludeerd wordt dat in de boven- en ondergrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve formeel verworpen.
Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, luidt de conclusie dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. 5.3.3 Conclusie Het aspect bodemkwaliteit staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. 5.4
Luchtkwaliteit
5.4.1 Beleid en normstelling De hoofdlijnen van de regelgeving voor luchtkwaliteit zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit (Wlk) genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de Wet Luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³. Aspecten van de regelgeving op grond van de Wlk worden in afzonderlijke uitvoeringsregelingen uitgewerkt. De belangrijkste zijn: • Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Besluit NIBM;
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
24
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
• •
Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Regeling NIBM; Besluit gevoelige bestemmingen.
Besluit NIBM Het Besluit NIBM legt vast wanneer een project met ruimtelijke gevolgen niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Hiervan is sprake als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 of NO2. Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Overigens geldt vanaf 1 januari 2015 dat het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook moet toetsen aan zwevende deeltjes in de atmosfeer, waarvan de omvang (aerodynamische diameter) kleiner is dan 2,5 micrometer. Deze worden aangeduid met PM2,5. PM2,5 is in dit kader een deeltje uit de fractie PM10. De grenswaarde voor PM2,5 is gesteld op 25 µg/m3. Regeling NIBM In de Regeling NIBM is de 3%-bijdrage doorvertaald naar getalsmatige grenzen van diverse functies, onder andere voor kantoren en woningen. Zo is aangegeven dat bij 1.500 woningen of 100.000 m2 kantooroppervlak de 3%- grens wordt overschreden en er luchtkwaliteitberekeningen dan wel - onderzoek nodig is. Besluit gevoelige bestemmingen In het verlengde van een goede ruimtelijke ordening, gebaseerd op de Wet milieubeheer, is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht.
Dit besluit is gericht op functies voor gevoelige groepen voor langdurig verblijf. Hierbij kan worden gedacht aan zorginstellingen, kinderopvang, scholen en bejaardentehuizen. Deze functies mogen niet worden gerealiseerd in gebieden met overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden ten gevolge van provinciale wegen en rijkswegen. 5.4.2 Luchtkwaliteit in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan voorziet in een bestemmingswijziging voor de bouw van maximaal 24 wooneenheden. Hiermee draagt het plan ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Regeling NIBM wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg immers gerekend tot een zogenoemd ‘niet in betekenende mate’ project. Dit betekent dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wlk gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. Voor wat betreft de bijdrage van het plan aan de concentratie PM 2,5 kan het volgende opgemerkt worden. PM2,5 maakt deel uit van de bijdrage PM 10. Dit betreft immers alle stofdeeltjes met een diameter van 10 µm of kleiner. Aangezien de bijdrage PM10 lager is dan 1,2 μg/m³, is de bijdrage PM2,5 dat ook. Voorts zijn woningen in het Besluit gevoelige bestemmingen niet aangemerkt als een gevoelige bestemming.
Het plan voorziet derhalve niet in de realisatie van gevoelige bestemmingen.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
25
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
5.4.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.5
Externe veiligheid
5.5.1 Beleid en regelgeving Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's dienen binnen aanvaardbare grenzen te blijven. Binnen externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd: • het plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; • het groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Belangrijke beleid- en regelgeving voor het aspect Externe Veiligheid is: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); - Basisnet. Hierbij geldt dat bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10 -6-contour van het PR rond bedrijven waarin opslag en/of verwerking gevaarlijke stoffen plaatsvindt, danwel langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Verder geldt dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Er dient een verantwoording GR opgesteld te worden indien een bestemming gepland is binnen het invloedsgebied (200 m) van de transportas.
Gemeentelijk beleid De gemeente heeft een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld, “Beleidsvisie externe veiligheid Bergen” uit 2014. De beleidsvisie is gemaakt om de gemeente, de veiligheidsregio en de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord een duidelijk kader te geven voor het omgaan met externe veiligheid. De visie geeft aan waar ontwikkelingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Het gemeentelijk beleid sluit aan op het wettelijke kader. Verder is er in de nota gekozen voor een gebiedsgerichte benadering, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen woongebieden, buitengebied en bedrijventerreinen.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
26
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Tabel - Ambitieniveau Externe veiligheid woongebieden, gemeente Bergen
Voor woongebieden geldt het uitgangspunt dat de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico (PR) niet mag worden overschreden in nieuwe situaties. Dit geldt eveneens voor de overschrijding oriënterende waarde (OW) groepsrisico. 5.5.2 Externe veiligheid in relatie tot het plangebied Op basis van de risicokaart kan een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied worden gemaakt. Zie in dit kader ook figuur 16. Hieruit blijkt dat er in- en nabij het plangebied gebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Ditzelfde geldt voor transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Ook ligt de planlocatie niet binnen het invloedsgebied van het GR van de beschouwde risicobronnen.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
27
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Figuur 15 - Uitsnede Groepsrisicokaart in relatie tot het plangebied (in blauw) (bron: Risicokaart.nl)
5.5.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid staat niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.6
Bedrijvigheid en milieuzonering (omgevingsanalyse)
5.6.1 Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijven op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze richtafstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties.
Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
28
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
5.6.2 Milieuzonering in relatie tot het plangebied Het plangebied is gesitueerd in een rustige woonwijk. In de directe omgeving zijn enkel beroepen- en bedrijven-aan-huis aanwezig die passen in een rustige woonomgeving en die door de onderhavige nieuwe woning niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Omgekeerd is ter plaatse van de nieuwe woningen een voldoende woon- en leefklimaat verzekerd. 5.6.3 Conclusie Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ staat niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.7
Water
5.7.1 Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoetsproces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Bergen wordt het waterkwantiteitsen waterkwaliteitsbeheer gevoerd door het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). 5.7.2 Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief).
Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap HHNK nader uiteen wordt gezet. Europa • Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal • Nationaal Waterplan 2010 (NW); • Waterbeleid voor de 21 eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Waterwet. Provinciaal • Provinciale Watervisie 2021; • Provinciale Ruimtelijke Verordening. Regionaal / lokaal (waterschap HHNK) • Waterprogramma 2016-2021 • Keur 2016.
gemeente Bergen (NH) Bestemmingsplan T en O terrein Bergen mRO b.v. / TOE / 99.445 – v5 / mei 2021
29
NL.IMRO.0373.BPG01014TenOterrein-B001 ontwerp
Op alle bestuursniveaus worden dezelfde basisprincipes gehanteerd over hoe om te gaan met water, te weten: Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit); Schoon houden - scheiden - zuiveren(waterkwaliteit); Waarborg tegen overstroming - overstromingsrobuust bouwen(veiligheid). Uitgangspunt is dat het water zoveel mogelijk binnen een plangebied wordt vastgehouden en dat relatief schoonwater ook relatief schoon blijft. Daarbij geldt dat het regenwater, dat op verharde oppervlaktes valt en schoon genoeg is (zoals van gevels en daken), zoveel mogelijk wordt vastgehouden of wordt geïnfiltreerd. Het waterschap HHNK is primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied. Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt geadviseerd hoe om te gaan met hemelwater en worden er eisen gesteld aan watercompensatie voor initiatieven met een toename aan verhard oppervlak, aangezien er dan meer hemelwater versneld tot afvoer komt. De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van eventuele grondwaterproblemen.
Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016- 2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels van de keur.