bij Verkennend en nader bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Opdrachtgever Contactpersoon Postbus of adres Postcode + plaats
: : : :
D.J. Management B.V. De heer H. Deen Natteweg 9 1862 CW Bergen
Datum Rapportnummer Status
: : :
9 februari 2021 20241-RAP-01 Definitief
Adviesbureau Postadres Postcode+plaats Telefoon Website E-mail
: : : : : :
Kwinfra BV Helderseweg 54 g-h 1817 BB Alkmaar 072 – 751 3930 www.kwinfra.nl milieu@kwinfra.nl
Opgesteld door: Handtekening
mevr. M.C. Bonke
Gecontroleerd door: Handtekening
dhr. M.V. Oortwijn
RAPPORT VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK OUDE BERGERWEG 2 TE BERGEN
SAMENVATTING
Algemeen
onderzoekslocatie kadastraal oppervlakte gebruik locatie aanleiding Doel
Oude Bergerweg 2 te Bergen Gemeente Bergen, sectie A, perceelnummers 3377 en 6286 Circa 4.260 m² Braakliggend terrein met monumentaal pand. Voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van seniorenappartementen. Vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Vaststellen van de aard en omvang van de aangetoonde sterke verontreiniging met lood in de grond en het bepalen of op de locatie (RE1) asbest in de grond aanwezig is boven de interventiewaarde. Vaststellen of op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met lood en/of asbest in grond.
Onderzoek soort onderzoek hypothese onderzoeksopzet
Verkennend en nader bodemonderzoek Nader onderzoek asbest in grond Verdacht NEN 5740+A1:2016 – strategie “onverdacht” (ONV-NL). NTA 5755:2010 ‘Onderzoeksstrategie voor het bepalen van de aard en omvang van bodemverontreiniging’. NEN 5707+C2:2017 nader onderzoek asbest
Resultaten, conclusie en advies analyseresultaat grond
analyseresultaat grondwater analyseresultaat asbest
conclusies en advies
De zintuiglijk schone bovengrond is plaatselijk sterk verontreinigd met lood (boringen 03 en 102). De sterke verontreiniging met lood is in verticaal vlak in voldoende mate afgeperkt. In horizontaal vlak is de sterke verontreiniging met lood tot aan het noordelijk deel van het huidige woonhuis afgeperkt. De zintuiglijk schone tot resten baksteenhoudende ondergrond is plaatselijk matig verontreinigd met lood (boringen 02 en 103). De overige grond is ten hoogste licht verontreinigd met diverse zware metalen, PCB en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper, kwik, molybdeen, nikkel en zink. Uit resultaten van het nader onderzoek asbest in grond blijkt dat ter plaatse van RE1 de interventiewaarde voor asbest niet wordt overschreden. Derhalve is ter plaatse geen asbesthoudende grond aanwezig. De opdrachtgever heeft de asbesthoudende golfplaten van de grondkering laten verwijderen na het uitvoeren van het nader onderzoek asbest in grond. Gezien de aangetoonde verontreinigingen wordt de hypothese verdacht bevestigd. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat naar verwachting in totaal circa 10 m³ grond, over een oppervlakte van circa 20 m 2, tot circa 0,5 m-mv sterk verontreinigd is met lood en dat niet aannemelijk is dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
De onderzoeksresultaten van onderhavig bodemonderzoek vormen ons inziens geen belemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning. De uiteindelijke beslissing voor afgifte van een omgevingsvergunning ligt echter bij het bevoegd gezag.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
2
Opgemerkt wordt dat de sterke verontreiniging met lood in de bovengrond aan de noordzijde van het woonhuis, niet is afgeperkt in zuidelijke richting onder de bebouwing. Aangezien voor de voorgenomen realisatie van zorgappartementen binnen het pand vooralsnog geen graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden volstaat ons inziens de huidige afperking van de sterke verontreiniging met lood. Indien er in de toekomst graaf- en/of funderingswerkzaamheden ter plaatse van de woning worden verricht dient rekening gehouden te worden de mogelijke aanwezigheid van sterk verontreinigde grond. Bij toekomstige graafwerkzaamheden ter plaatse van de woning wordt derhalve geadviseerd enkele aanvullende boringen uit te voeren om te bepalen of onder de woning al dan niet sterk verontreinigde grond aanwezig is. In verband met de toekomstige functie van tuin voor de zorgappartementen wordt geadviseerd de sterk verontreinigde grond te ontgraven en af te voeren naar een erkende verwerker/reiniger. Als alternatief kan gekozen worden de sterk verontreinigde grond af te dekken met een duurzame verharding van bijvoorbeeld klinkers, tegels of beton, om zodoende contactmogelijkheden uit te sluiten. Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit blijkt dat de sterk verontreinigde grond ten noorden van de woning niet toepasbaar is op basis van lood.
Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit blijkt dat de overige grond als klasse ‘achtergrondwaarde’, ‘wonen’, ‘industrie’ en ‘niet toepasbaar’ wordt geclassificeerd. Voor de uitvoering van graafwerkzaamheden in de sterk verontreinigde grond met lood is conform de CROW-400 indicatief de veiligheidsklasse ‘oranje, niet vluchtig’ van toepassing. Ten behoeve van de uit te voeren graafwerkzaamheden ter plaatse van de overige grondlagen is geen veiligheidsklasse conform de CROW-400 van toepassing. Hier geldt de basishygiëne. De definitieve vaststelling van de eventueel van toepassing zijnde veiligheidsklasse(n) en de bijbehorende veiligheidsmaatregelen dienen, voorafgaand aan de graafwerkzaamheden, door de uitvoerend aannemer in samenspraak met een veiligheidskundige te worden bepaald.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
3
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING
5
1.1 1.2
Kwaliteitsborging Leeswijzer
5 5
2.
VOORONDERZOEK
6
2.1 Locatiebeschrijving 2.2 Historische informatie 2.2.1 Bodembelastende activiteiten 2.2.2 Bodeminformatie 2.2.3 Bodemkwaliteitskaart 2.2.4 Demping/ophoging/halfverharding/funderingslaag (asbest) 2.2.5 Bodemopbouw 2.3 Onderzoeksopzet (hypothese en strategie) 2.4 Terreinverkenning
6 7 7 7 7 7 8 9 9
3.
10
VELDWERKZAAMHEDEN EN LABORATORIUMONDERZOEK
3.1 Veldonderzoek 3.1.1 Zintuiglijke waarnemingen 3.1.2 Veldwaarnemingen asbest 3.1.3 Afwijkingen op vigerende protocollen 3.2 Monsterselectie laboratorium
10 10 11 12 12
4.
INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN
13
4.1 4.2 4.3 4.4
Toetsingskader Grond Grondwater Asbest
13 14 15 15
5.
CONCLUSIES EN ADVIES
17
6.
REFERENTIES
19
BIJLAGEN Bijlage 1: Regionale ligging en situatietekening Bijlage 2: Boorstaten met zintuiglijke waarnemingen Bijlage 3: Toetsingskader Bijlage 4: Analyse- en toetsingsresultaten grond Bijlage 5: Analyse- en toetsingsresultaten grondwater Bijlage 6: Analysecertificaten asbest Bijlage 7: Berekening asbest
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
4
1.
INLEIDING
In opdracht D.J. Management B.V. is door Kwinfra B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Oude Bergerweg 2 te Bergen. Aanleiding voor de uitvoering van een bodemonderzoek is de voorgenomen realisatie van seniorenappartementen en de daarmee samenhangende aanvraag van een omgevingsvergunning. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Doel van het nader onderzoek asbest in grond is het vaststellen of asbest boven de interventiewaarde aanwezig is in de grond ter plaatse van de zuidzijde van de onderzoekslocatie. Doel van het nader bodemonderzoek is het vaststellen van de aard en omvang van de aangetoonde sterke verontreiniging met lood in de bovengrond ter plaatse van de noordoostzijde van de onderzoekslocatie. Daarnaast is het doel vast te stellen of op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met lood en/of asbest in de grond. Wij streven naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Grond- en grondwatermonsters worden steekproefsgewijs genomen. Lokale afwijkingen in de bodem kunnen daarom niet worden uitgesloten. Ook is het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname.
Na de uitvoering van het onderzoek kan de kwaliteit van bodem (grond en grondwater) beïnvloed worden door onder andere het bouwrijp maken van een terrein, de aanvoer/toepassing van grond van buiten de onderzoekslocatie zonder kwaliteitsgegevens of door de verspreiding van een verontreiniging via het grondwater vanaf een naburig terrein(deel). De onderzoeksresultaten hebben daarom een beperkte geldigheidsduur.
1.1
Kwaliteitsborging
Het veldwerk is uitgevoerd volgens de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Kwinfra BV is hiervoor door Normec Certification gecertificeerd. De veldwerkers staan geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. Tussen Kwinfra BV (zusterbedrijven of het moederbedrijf) en de opdrachtgever is op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek beïnvloedt. De analyses van de grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn uitgevoerd een RvA geaccrediteerd laboratorium.
1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 is de inleiding met kwaliteitsborging weergegeven. Het vooronderzoek met de onderzoeksopzet is beschreven in hoofdstuk 2. Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 zijn de analyseresultaten getoetst en besproken. De conclusies met eventueel advies zijn beschreven in hoofdstuk 5. Tot slot worden in hoofdstuk 6 enkele referenties weergegeven.
Rapport: 20242-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
5
2.
VOORONDERZOEK
Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 uitgevoerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt een hypothese opgesteld met een daarbij behorende onderzoeksstrategie waarmee de hypothese getoetst wordt. In het vooronderzoek wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven en is aangegeven of hier relevante informatie is aangetroffen. Tabel 1. Geraadpleegde bronnen Bron: Omgevingsdienst Noord Holland Noord Website Bodemloket Vigerende bodemkwaliteitskaart
Website PDOK/BAG viewer Website kadaster Google Earth Pro Dino loket Archief Kwinfra B.V.
2.1
Bronvermelding: www.odnhn.nl www.bodemloket.nl Lievense CSO, Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart, kenmerk 14M1136.RAP001, d.d. juli 2015 pdokviewer.pdok.nl www.kadaster.nl www.topotijdreis.nl www.google.nl/intl/nl/earth/ www.dinoloket.nl Diverse onderzoeken
Geschikte informatie: Ja Ja Ja
Ja Ja Ja Ja Geen informatie bekend
Locatiebeschrijving
Locatie Oppervlakte Kadaster Coördinaten Huidig gebruik Toekomstig gebruik
: Oude Bergerweg 2 te Bergen : circa 4.260 m² : gemeente Bergen, sectie A, perceelnummers 3377 en 6286 : X: 109188.41 / Y: 520023.52 : Wonen met tuin : Wonen met tuin
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Oude Bergerweg 2 te Bergen, ten zuiden van de Loudelsweg en ten westen van de Oude Bergerweg. De onderzoekslocatie is grotendeels braakliggend en begroeid met gras en bomen. Er is een monumentaal pand aanwezig in de noordoostelijke hoek van het perceel. In de toekomstige situatie worden ter plaatse van de huidige tuin, in het bestaande monumentale pand, zorgappartementen voor senioren gerealiseerd. De regionale ligging en situatietekening van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 1.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
6
2.2
Historische informatie
2.2.1 Bodem belastende activiteiten Ten zuiden van de onderzoekslocatie was ter plaatse van Oosterweg 2 in het verleden een autoreparatiebedrijf aanwezig. Ten oosten van de onderzoekslocatie, aan de overkant van de openbare weg (Oosterweg 2) was of is een ondergrondse HBO-tank aanwezig.
2.2.2 Bodeminformatie Uit informatie van Omgevingsdienst Noord-Holland Noord blijkt dat er in het verleden saneringsactiviteiten hebben plaatsgevonden op de openbare weg ten noorden van onderzoekslocatie. Op percelen ten zuiden van de onderzoekslocatie hebben mogelijk verontreinigende activiteiten plaatsgevonden in verband met het voormalige autoreparatiebedrijf. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend in het verleden geen bodemonderzoek uitgevoerd.
2.2.3 Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart (Lievense CSO, Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart, kenmerk 14M1136.RAP001, d.d. juli 2015) van de gemeente Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard Heiloo heeft de onderzoekslocatie de bodemfunctieklasse Wonen. De bovengrond ligt in de bodemkwaliteitszone B4 – Oudere woongebieden en bedrijven. De ondergrond in de bodemkwaliteitszone O5 – Overige woongebieden, bedrijven en buitengebied. De ontgravingsklasse voor de bovengrond betreft naar verwachting klasse Wonen. De ontgravingsklasse van de ondergrond betreft naar verwachting klasse Landbouw/natuur. De bovengrond van zone B4 is over het algemeen licht verontreinigd met kwik, lood, zink, PCB en PAK. Plaatselijk komen matige verontreinigingen met lood en zink voor. De ondergrond van zone O5 is over het algemeen licht verontreinigd met nikkel, zink, PCB en minerale olie.
2.2.4 Demping/ophoging/halfverharding/funderingslaag (asbest) Voor zover bekend zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen (asbest)verdachte dempings-/ophoog/halfverhardings-/funderingslagen aanwezig. De onderzoekslocatie is derhalve (vooralsnog) onverdacht op de aanwezigheid van asbest.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
7
2.2.5 Bodemopbouw Voor de algemene bodemopbouw is informatie geraadpleegd uit het Dinoloket welke is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 1. Algemene bodemopbouw
De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied en/of waterwingebied. Er bevinden zich in de nabijheid van de onderzoekslocatie geen grondwateronttrekkingen die de stromingsrichting van het grondwater ter plaatse kunnen beïnvloeden.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
8
2.3
Onderzoeksopzet (hypothese en strategie)
Op basis van de verkregen resultaten uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreinigende stoffen. Verwacht wordt dat met een onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie uit de NEN 5740+A1:2016 (ONVNL) voldoende wordt geanticipeerd op de locatie specifieke omstandigheden. Naar aanleiding van het aantonen van een sterke verontreiniging met lood is een nader bodemonderzoek uitgevoerd volgens de NTA 5755:2010 ‘Onderzoeksstrategie voor het bepalen van de aard en omvang van bodemverontreiniging’. Het nader onderzoek asbest is uitgevoerd overeenkomstig met de NEN 5707+C2:2017. De onderzoekslocatie betreft een kleinschalige locatie van één ruimtelijke eenheid (RE1) waarbij drie sleuven gegraven zijn tot in de zintuiglijk schone ondergrond. Met ingang van 2 juli 2020 is het (geactualiseerde) Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van kracht. Hierin zijn o.a. toepassingsnormen opgenomen met betrekking tot het hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Dit houdt onder meer in dat bij afvoer van grond vanaf de onderzoekslocatie naar een erkende verwerker/acceptant deze aanvullend onderzocht dient te zijn op PFASverbindingen. Op onderhavige onderzoekslocatie wordt naar verwachting geen grond afgevoerd, derhalve zijn er geen aanvullende analyses van PFAS in grond uitgevoerd.
2.4
Terreinverkenning
Ten behoeve van het vooronderzoek is door een medewerker van de Kwinfra BV op 6 januari 2021 een terreinverkenning uitgevoerd. De terreinverkenning is direct voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk uitgevoerd door de heer A. Dol en de heer P. de Ruijter. Uit de terreinverkenning is onder andere naar voren gekomen dat aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie een provisorische grondkering van asbestverdachte golfplaten is aangetroffen. Hierbij zijn enkele asbestverdachte golfplaatjes op het maaiveld aangetroffen. Opgemerkt wordt dat deze grondkering na uitvoering van het nader onderzoek asbest in grond door de opdrachtgever is laten verwijderen.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
9
3.
VELDWERKZAAMHEDEN EN LABORATORIUMONDERZOEK
3.1
Veldonderzoek
De boringen zijn verricht met de gangbare boorsystemen (edelmanboor, gutsboor, riverside boor, schep, zuigerboor e.d.). Het veldwerk is door dhr. A. Dol en dhr. P. de Ruijter uitgevoerd op d.d. 6 januari 2021. Op d.d. 13 januari 2021 is het grondwater door dhr. P. de Ruijter bemonsterd. Het veldwerk m.b.t. het nader bodemonderzoek is uitgevoerd op 22 januari 2021 door dhr. A. Dol. In onderstaande tabel zijn de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 2. Verrichte veldwerkzaamheden Werkzaamheden
Aantal
Coderingen
8 5 2
03, 04, 05, 06, 08, 10, 11, 14 01, 02, 09, 12, 13 07, 15
3
SL01, SL02, SL03
6
101 t/m 106
Verkennend bodemonderzoek Boring tot circa 0,5 m-mv Boring tot circa 2,0 m-mv Peilbuis Nader onderzoek asbest in grond Inspectiesleuf (2,0m x 0,3m x 0,5 m-mv)1 Nader bodemonderzoek Boring tot circa 1,5 m-mv 1
lengte x breedte x diepte;
De opgeboorde en opgegraven grond is zintuiglijk beoordeeld op de bodemkundige samenstelling en eventueel aanwezige verontreinigingen. De opgegraven grond is uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De peilbuizen zijn direct na plaatsing afgepompt voor het verwijderen van eventueel aanwezig sediment en zijn circa 1 week na plaatsing bemonsterd voor laboratoriumonderzoek. Tijdens de grondwaterbemonstering is het grondwater zintuiglijk beoordeeld en zijn de zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid (Ec) en troebelheid (NTU) bepaald. De locaties van de boringen, sleuven en peilbuizen zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 1, blad 2 van 2.
3.1.1 Zintuiglijke waarnemingen De profielbeschrijvingen met de bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn verwerkt tot boorstaten. Deze boorstaten zijn opgenomen in bijlage 2. Op basis van de verrichte boringen kan de lokale bodemopbouw als volgt worden omschreven. Tabel 3. Lokale bodemopbouw Diepte in m-mv
Textuur
0,00-1,40
Zand
1,40-1,85
Zand/lokaal veen
1,85-2,60*
Zand
* maximale boordiepte
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
10
Ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden is het grondwater op circa 0,9 m-mv vastgesteld. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijke waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een mogelijk verontreiniging van de bodem. Een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen is opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel 4. Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Diepte (m –mv)
Grondsoort
Bijmenging/waarneming
12 101 102 103 104 105 106 SL01
0,00 – 0,40 0,40 – 0,90 0,45 – 0,90 0,45 – 0,90 0,45 – 0,90 0,45 – 0,90 0,45 – 0,90 0,45 – 0,90 0,00 – 0,50
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
SL03 SL03
0,00 – 0,50 0,00 – 0,50
Zand Zand
Resten baksteen Matig baksteenhoudend Resten baksteen Resten baksteen Resten baksteen Spikkels baksteen Spikkels baksteen Resten baksteen, resten beton Dakpanresten, brokje baksteen, 1 asbestverdacht golfplaat stukje Dakpanresten, brokje baksteen Dakpanresten, brokje baksteen
In het veld zijn de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het bemonsterde grondwater bepaald. In onderstaande tabel zijn de gegevens van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 5. Grondwaterbemonstering Peilfilter
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zintuiglijke waarnemingen
07 15
1,40 - 2,40 1,60 - 2,60
0,60 1,28
6,3 6,2
228 1355
180 40
Troebel Helder
Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen aanwijzingen voor de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen waargenomen. De gemeten zuurgraad en elektrische geleidbaarheid zijn voor grondwater als normaal te beschouwen. De gemeten troebelheid van het grondwater uit beide peilbuizen is groter dan de norm voorschrijft (norm < 10 ntu). Opgemerkt wordt dat de voorpompprocedure met de langzaamste snelheid is uitgevoerd. Aangezien de detectiegrens van de organische parameters zelf niet is verhoogd, wordt aangenomen dat de verhoogde troebelheid niet heeft geleid tot verhoogde analysewaarden en kunnen de analyseresultaten derhalve als representatief worden beschouwd.
3.1.2 Veldwaarnemingen asbest Bij de maaiveldinspectie en bij de inspectie van het opgegraven materiaal zijn op het maaiveld ter plaatse van de asbestverdachte grondkering en in SL01 asbestverdachte materialen aangetroffen. De inspectie-efficiëntie is ingeschat op 85%.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
11
3.1.3 Afwijkingen op vigerende protocollen Volgens de richtlijn NEN 5740 dient de filterstelling van het peilfilter zich 0,5 m onder de freatische grondwaterspiegel te bevinden. Tijdens de bemonstering is een grondwaterstand van 1,28 m-mv gemeten. Hierdoor is de filterstelling niet meer conform de norm. Het filter is echter gesitueerd in het bovenste gedeelte van het freatisch grondwater. Verwacht wordt dat de gehanteerde filterstelling geen invloed heeft op de kwaliteit van het grondwatermonster. Opgemerkt wordt dat de conserveringstermijn voor de grondmonsters MM12 en M13 is overschreden. Hierdoor zijn de analyseresultaten voor minerale olie, PAK en PCB minder betrouwbaar. Indien er sprake was van een (sterke) verontreiniging met deze parameters dan waren deze, ondanks de overschrijding van de conserveringstermijn, naar voren gekomen. Aangezien er geen/zeer geringe gehalten boven de detectielimiet zijn gemeten en geen (sterke) verontreinigingen in de ondergrond worden verwacht kan er vanuit worden gegaan dat de resultaten voldoende representatief zijn. Verder zijn er geen afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften (BRL-SIKB 2000, protocol 2001, 2002 NENnormen).
3.2
Monsterselectie laboratorium
Vijf grond(meng)monsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het standaard NEN pakket grond bestaande uit: - voorbehandeling AS3000; - humus en lutum; - (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); - polychloorbifenylen (PCB); - minerale olie. Naar aanleiding van matig verhoogde gehalten aan lood in mengmonsters MM01 en MM02 zijn de 15 individuele grondmonsters geanalyseerd op de parameter lood, lutum en organische stof. Naar aanleiding van het nader bodemonderzoek zijn zes grondmonsters geanalyseerd op lood, lutum en organische stof. Twee grondwatermonsters zijn geanalyseerd op het standaard NEN pakket grondwater, bestaande uit: - voorbehandeling AS3000; - (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; - vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEX, inclusief naftaleen en styreen); - vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen; - minerale olie. Twee mengmonsters van de dakpanresten en brokjes baksteenhoudende bovengrond zijn geanalyseerd op asbest conform de NEN 5898. Een aangetroffen asbestverdacht plaatje uit sleuf SL01 is geanalyseerd op asbest conform de NEN 5898. Een op het maaiveld ter plaatse van sleuf SL01 aangetroffen asbestverdacht plaatje (grondkeringsmateriaal) is geanalyseerd op asbest conform de NEN 5898.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
12
4.
INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN
4.1
Toetsingskader
De uitkomsten van de chemische analyses van de grond en het grondwater zijn getoetst aan de toetsingsnormen uit de circulaire bodemsanering 2013 en de regeling bodemkwaliteit. Toetsing heeft plaatsgevonden met behulp van het door de overheid beschikbaar gestelde programma BoToVa (Bodem Toets & Validatieservice) versie 3.0.0 (grond) en 2.0.0 (grondwater). De interventiewaarden voor grond zijn bodemtype-afhankelijk en gebaseerd op standaardbodem met lutum percentage van 25% en een organisch stof percentage van 10%. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar de standaardbodem. Voor grondwater zijn de streef- en interventiewaarden voor zowel anorganische als voor organische verbindingen onafhankelijk gesteld van de grondsoort. Voor eventuele verontreiniging van grond en/of grondwater worden de volgende categorieën onderscheiden: • • •
voldoet aan achtergrondwaarde: geen overschrijding achtergrond-/streefwaarde verontreiniging/verhoging: overschrijding achtergrond-/streefwaarde sterke verontreiniging/verhoging: overschrijding interventiewaarde
Het resultaat van de asbest in grondanalyse is getoetst aan de interventiewaarde voor asbest uit de Circulaire bodemsanering 2013 welke is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. (concentratie serpentijnasbest vermeerdert met 10 maal de concentratie aan amfiboolasbest). Bij het aantreffen van puin in de grond is de bodem asbestverdacht (brief IL&T, asbestonderzoek bij puin(resten) en is een onderzoek conform de NEN5707 dan wel NEN5897 benodigd. Indien uit een verkennend bodemonderzoek NEN5707/NEN5897 een gehalte aan asbest < de helft van de interventiewaarde wordt aangetoond, dan is de verwachting dat geen asbest boven de interventiewaarde aanwezig is op de locatie. In bijlage 3 is een beschrijving gegeven van het toetsingskader waaraan de resultaten zijn getoetst.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
13
4.2
Grond
De analyse- en toetsingsresultaten van de grond zijn opgenomen in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten van de geanalyseerde grond(meng)monsters weergegeven. Tabel 6. Toetsingsresultaten grond (Meng)monster
Boringen
Diepte (m-mv)
Bodemlaag
MM01
01 t/m 07
0,00 - 0,50
Zand
DM01-1 DM01-2 DM01-3 DM01-4 DM01-5 DM01-6 DM01-7
01 02 03 04 05 06 07
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
MM02
08 t/m 11 en 13 t/m 15
0,00 - 0,65
DM02-1 DM02-2 DM02-3 DM02-4 DM02-5 DM02-6 DM02-7 DM02-8
08 09 10 11 13 14 15 15
M03 MM04 M05 MM12 M13
12 01, 02, 07, 09, 14 12 01, 07, 09, 12 09
Zintuiglijke waarnemingen
>AW
>T
>I
Bbk
-
Cd, Cu, Hg, Zn
Pb
-
IND
-
Pb Pb Pb Pb pb
Pb -
Pb -
WO IND NT WO WO WO WO
Zand
-
Hg, Zn, PAK
Pb
-
IND
0,00 - 0,50 0,00 - 0,40 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,08 - 0,20 0,20 - 0,65
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
-
Pb Pb Pb Pb Pb Pb Pb
-
-
IND WO WO WO IND WO AW WO
0,00 - 0,40 0,40 - 1,40 0,40 - 0,90 0,98 - 2,40 1,40 - 1,85
Zand Zand Zand Zand Veen
Resten baksteen Matig baksteenhoudend -
Hg, Pb, Zn, PCB Hg, Pb, PAK -
-
-
WO AW AW AW AW
Pb Pb Pb -
Pb Pb
Pb -
IND NT IND WO WO IND
Verkennend bodemonderzoek
Nader bodemonderzoek M06 M07 M08 M09 M10 M11
101 102 103 104 105 102
Verklaring >AW >T >I Zware metalen PAK PCB Bbk
Cursief
0,45 - 0,90 0,00 - 0,45 0,00 - 0,45 0,00 - 0,45 0,00 - 0,45 0,45 - 0,90
Zand Zand Zand Zand Zand Zand
Resten baksteen Resten baksteen Resten baksteen Spikkels baksteen Spikkels baksteen Resten baksteen
: geen overschrijdingen : concentratie Achtergrondwaarde : concentratie Tussenwaarde : concentratie > Interventiewaarde : cadmium (Cd), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb) en zink (Zn) : polycyclische aromatische koolwaterstoffen : polychloorbifenyl : indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit; Achtergrondwaarde (AW), Wonen (WO), Industrie (IND) : uitsplitsing MM01 en MM02
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
14
4.3
Grondwater
De analyse- en toetsingsresultaten van het grondwater zijn opgenomen in bijlage 5. Uit de toetsingsresultaten blijkt dat het grondwater licht verontreinigd is met barium, koper, kwik en zink (Pb07) en molybdeen, nikkel en zink (Pb15).
4.4
Asbest
De analysecertificaten asbest in grond en asbest plaatmateriaal zijn opgenomen in bijlage 6. De analyseresultaten asbest in plaatmateriaal zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel 7. Overzicht asbesthoudend materiaal Monster
MAsbpl01, SL01 (maaiveld) MAsbpl02, SL01 (0,0-0,5)
Soort
Type Asbest en Percentage Serpentijn Chrysotiel Amosiet Crocidoliet
Amfibool Anthophylliet
HechtGebonden Tremoliet
Actinoliet
Cement, golfplaat
10-15%
-
-
-
-
-
Ja
Cement, golfplaat
10-15%
-
-
-
-
-
Ja
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het aangetroffen plaatmateriaal 10-15% aan hechtgebonden chrysotiel bevat. De asbestberekening voor het totaal gehalte aan asbest in sleuf SL01 is opgenomen in bijlage 7. De berekende en gemeten totaal gehalten aan asbest zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 8. Totaal gehalten asbest in grond Monsters
Traject in m-mv
Concentratie asbest (mg/kg d.s.) Fractie Fractie (<20 mm) (>20 mm) Serpentijn Amfibool asbest asbest
0,0-0,5
6,0
<0,4
0,0-0,5
0,0
<0,4
Totaal (gewogen)1
Overschrijding Interventiewaarde (= 100 mg/kg d.s)
0,0
6,0
Nee
0,0
<0,4
Nee
RE1 MMAsb01, SL01 (grond) MMAsb02, SL02, SL03 (grond) 1
totaal gewogen gehalte aan asbest is concentratie serpentijn en 10 maal de concentratie amfibool
Uit bovenstaande tabel blijkt dat ter plaatse van RE1 de interventiewaarde voor asbest niet wordt overschreden.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
15
4.5
Verontreinigingssituatie lood in grond
Ter plaatse van boringen 03 en 102 is de bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) sterk verontreinigd met lood. Ter plaatse boringen 02 en 103 is de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) matig verontreinigd met lood. Daarnaast is de ondergrond (0,45 – 0,90) ter plaatse van boring 102 matig verontreinigd met lood. Ter plaatse van de overige boringen/grondlagen zijn ten hoogte lichte verontreinigen met lood aangetoond. De sterke verontreiniging met lood in de ondergrond ter plaatse van boring 03 uit het verkennend bodemonderzoek is hiermee verticaal in voldoende mate afgeperkt. In horizontaal vlak is de sterke verontreiniging afgeperkt tot aan de bebouwing van het woonhuis. Vooralsnog is onbekend of en tot waar de sterke verontreiniging met lood zich onder het woonhuis bevindt. De globale interventiewaarde contour van lood in de bovengrond aan de noordzijde van de woning is weergegeven op de situatietekening opgenomen in bijlage 1. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten uit onderhavig bodemonderzoek is ter plaatse van de tuin aan de noordoostzijde van de onderzoekslocatie circa 10 m³ grond, over een oppervlakte van circa 20 m3,tot maximaal circa 0,5 m-mv boven de interventiewaarde verontreinigd met lood.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
16
5.
CONCLUSIES EN ADVIES
Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten kan een oordeel worden gegeven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie. De zintuiglijk schone bovengrond is plaatselijk sterk verontreinigd met lood (boringen 03 en 102). De sterke verontreiniging met lood is in verticaal vlak in voldoende mate afgeperkt. In horizontaal vlak is de sterke verontreiniging met lood tot aan het noordelijk deel van het huidige woonhuis afgeperkt. De zintuiglijk schone tot resten baksteenhoudende ondergrond is plaatselijk matig verontreinigd met lood (boringen 02 en 103). De overige grond is ten hoogste licht verontreinigd met diverse zware metalen, PCB en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper, kwik, molybdeen, nikkel en zink. Uit resultaten van het nader onderzoek asbest in grond blijkt dat ter plaatse van RE1 de interventiewaarde voor asbest niet wordt overschreden. Derhalve is ter plaatse geen asbesthoudende grond aanwezig. Op aangeven van de opdrachtgever zijn de asbesthoudende golfplaten van de grondkering verwijderd na het uitvoeren van het nader onderzoek asbest in grond. Gezien de aangetoonde verontreinigingen wordt de hypothese verdacht bevestigd.
Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat naar verwachting in totaal circa 10 m³ grond, over een oppervlakte van circa 20 m2, tot circa 0,5 m-mv sterk verontreinigd is met lood en het niet aannemelijk is dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De onderzoeksresultaten van onderhavig bodemonderzoek vormen ons inziens geen belemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning. De uiteindelijke beslissing voor afgifte van een omgevingsvergunning ligt echter bij het bevoegd gezag. Hierbij wordt opgemerkt wordt dat de sterke verontreiniging met lood in de bovengrond aan de noordzijde van het woonhuis, niet is afgeperkt in zuidelijke richting onder de bebouwing. Aangezien voor de voorgenomen realisatie van zorgappartementen binnen het pand vooralsnog geen graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden volstaat ons inziens de huidige afperking van de sterke verontreiniging met lood. Indien er in de toekomst graafen/of funderingswerkzaamheden ter plaatse van de woning worden verricht dient rekening gehouden te worden de mogelijke aanwezigheid van sterk verontreinigde grond. Bij toekomstige graafwerkzaamheden ter plaatse van de woning wordt derhalve geadviseerd enkele aanvullende boringen uit te voeren om te bepalen of al dan niet verontreinigde grond onder het pand aanwezig is.
In verband met de toekomstige functie van tuin voor de zorgappartementen wordt geadviseerd de sterk verontreinigde grond te ontgraven en af te voeren naar een erkende verwerker/reiniger. Als alternatief kan gekozen worden de sterk verontreinigde grond af te dekken met een duurzame verharding van bijvoorbeeld klinkers, tegels of beton, om zo contactmogelijkheden uit te sluiten. Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit blijkt dat de sterk verontreinigde grond ten noorden van de woning niet toepasbaar is op basis van lood. Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit blijkt dat de overige grond als klasse ‘achtergrondwaarde’, ‘wonen’, ‘industrie’ en ‘niet toepasbaar’ wordt geclassificeerd.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
17
Voor de uitvoering van graafwerkzaamheden in de sterk verontreinigde grond met lood is conform de CROW-400 indicatief de veiligheidsklasse ‘oranje, niet vluchtig’ van toepassing. Ten behoeve van de uit te voeren graafwerkzaamheden ter plaatse van de overige grondlagen is geen veiligheidsklasse conform de CROW-400 van toepassing. Hier geldt de basishygiëne. De definitieve vaststelling van de eventueel van toepassing zijnde veiligheidsklasse(n) en de bijbehorende veiligheidsmaatregelen dienen, voorafgaand aan de graafwerkzaamheden, door de uitvoerend aannemer in samenspraak met een veiligheidskundige te worden bepaald.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
18
6. [1]
[2] [3] [4] [5] [6] [7]
REFERENTIES NEN 5740/A1:2016 nl, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Publicatiedatum: februari 2016. NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek Publicatiedatum: oktober 2017. Circulaire bodemsanering 2013, Staatcourant Nr. 16675, 27 juni 2013. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) op 1 januari 2008 is de eerste fase van het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. NEN 5707+C2:2017 nl, Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Nederlands Normalisatie-instituut, december 2017. CROW400: Werken in en met verontreinigde bodem, Richtlijn voor veilig, zorgvuldig en risicogestuurd werken, Tweede gewijzigde druk, december 2017. NTA5755:2010, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging.
Rapport: 20241-RAP-01 Verkennend en nader bodemonderzoek Oude Bergerweg 2 te Bergen
19
BIJLAGE 1.
REGIONALE LIGGING EN SITUATIETEKENING
BIJLAGE
Regionale ligging
Locatie:
Oude Bergerweg 2 te Bergen
Titel:
Verkennend bodemonderzoek
Opdrachtgever:
D.J. Management B.V.
Projectnr:
M20241
BIJLAGE 2.
BOORSTATEN MET ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
BIJLAGE
Pagina 1 / 5
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
6-1-2021
Datum:
6-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
GWS:
85
0
0
bosschage
1 - 3703053AA
50
3 - 3703013AA
85
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
100
Zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor, Planten resten
150
5 - 3703016AA 190
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
170
5 - 3703038AA 200
200
03
Boring:
04
Datum:
6-1-2021
Datum:
6-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
0
gras
50
50
0
0
Zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
1 - 3702936AA
Boring:
06
Datum:
6-1-2021
Datum:
6-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
50
Projectnaam: Oude Bergerweg 2 te Bergen Projectcode: 20241
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Edelmanboor
1 - 3703052AA 50
bosschage
bosschage Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Edelmanboor
1 - 3703042AA 50
bosschage
50
50
05
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Edelmanboor
1 - 3702630AA
Boring:
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, cremebeige, Edelmanboor
4 - 3703039AA
Boring:
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor
3 - 3702933AA 120
140 145
150
Zand, zeer fijn, matig siltig, geelbeige, Edelmanboor
2 - 3702930AA
90
100
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, grijsbeige, Edelmanboor
1 - 3703043AA
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
2 - 3703012AA
gras
45
50
50
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Edelmanboor
50
Pagina 2 / 5
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
6-1-2021
Datum:
6-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
GWS:
90
0
0
gras
1 - 3703048AA
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, Edelmanboor
Zand, matig siltig, cremebeige, Edelmanboor
2 - 3703051AA
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Edelmanboor
1 - 3702620AA
45
50
tuin
50
50
85
100
3 - 3703040AA 125
150
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak gleyhoudend, grijsbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
4 - 3703044AA 175
200
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
5 - 3703045AA 225
6 - 3703047AA
240
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
Boring:
09
Boring:
10
Datum:
6-1-2021
Datum:
6-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
GWS:
95
0
0
gras
1 - 3703054AA
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, grijsbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Edelmanboor
1 - 3703055AA
40
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
50 2 - 3631961AA 90
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
100 3 - 3631950AA 140
Veen, sterk zandig, grijsbruin, Edelmanboor
150 4 - 3703050AA 185
200
5 - 3703049AA
200
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbruin, Edelmanboor, Planten resten
Projectnaam: Oude Bergerweg 2 te Bergen Projectcode: 20241
50
gras
50
Pagina 3 / 5
Boring:
11
Boring:
12
Datum:
6-1-2021
Datum:
6-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
GWS:
90
0
0
bosschage
1 - 3703046AA 50
50
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Edelmanboor
0
erf
40
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten baksteen, bruinbeige, Edelmanboor
1 - 3702624AA
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, grijsbruin, Edelmanboor
50 2 - 3702679AA 90 98
100
Edelmanboor, Dakpan resten Zand, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
4 - 3702631AA 140
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
150 5 - 3702617AA 185
Boring:
13
Boring:
14
Datum:
6-1-2021
Datum:
6-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
GWS:
88
0
0
erf
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Edelmanboor, Op mv dakpan resten en losse brokjes baksteen zichtbaar
1 - 3703017AA 50
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
2 - 3703021AA 90
Zand, matig siltig, zwak gleyhoudend, grijsbeige, Edelmanboor
100 3 - 3703010AA
150
4 - 3703015AA
140 148
5 - 3703019AA 200
200
Veen, sterk zandig, roodbruin, Edelmanboor, Dun laagje planten resten ( veen achtig ) Zand, zeer fijn, matig siltig, cremebeige, Zuigerboor handmatig, Slap
Projectnaam: Oude Bergerweg 2 te Bergen Projectcode: 20241
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Edelmanboor
1 - 3542512AA 50
bosschage
50
Pagina 4 / 5
Boring:
15
Boring:
101
Datum:
6-1-2021
Datum:
22-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
GWS:
110
GWS:
90
0 8
0 2 - 3702937AA
50
20
klinker
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor, Opgebracht stopzand
3 - 3702939AA 65
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, grijsbruin, Edelmanboor
95
Zand, matig siltig, matig humeus, Edelmanboor
4 - 3702931AA 100 5 - 3702945AA 140
0
0
Edelmanboor
erf Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
1 - 3757927AA 45
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, resten baksteen, grijsbeige, Edelmanboor
2 - 3757925AA 90
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsblauw, Edelmanboor
100 3 - 3757918AA
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
140
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
150 6 - 3702935AA 185
200
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
7 - 3702938AA 230
250
8 - 3702932AA 260
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig, Slap
Boring:
102
Boring:
103
Datum:
22-1-2021
Datum:
22-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
GWS:
90
GWS:
90
0
0
erf
1 - 3757931AA
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
2 - 3757898AA 90
100 3 - 3757915AA
45
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten baksteen, grijsbeige, Edelmanboor, Geroerde grond
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
100
90
140
104
Boring:
105
Datum:
22-1-2021
Datum:
22-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
GWS:
90
GWS:
90
erf
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
1 - 3757427AA
2 - 3757428AA
45
Zand, zeer fijn, matig siltig, spikkels baksteen, grijsbeige, Edelmanboor
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsblauw, Edelmanboor
100
3 - 3757418AA
90
140
Projectnaam: Oude Bergerweg 2 te Bergen Projectcode: 20241
Zand, zeer fijn, matig siltig, spikkels baksteen, resten aardewerk, grijsbeige, Edelmanboor
2 - 3757408AA
90
100
erf Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
1 - 3757421AA
45
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsblauw, Edelmanboor
3 - 3757863AA
Boring:
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, resten baksteen, grijsbeige, Edelmanboor
2 - 3757930AA
140
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
1 - 3757929AA
45
50
erf
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsblauw, Edelmanboor
3 - 3757415AA 140
Pagina 5 / 5
Boring:
106
Boring:
SL01
Datum:
22-1-2021
Datum:
6-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
GWS:
90
0
0
erf
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
1 - 3757933AA 45
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, resten baksteen, resten beton, grijsbeige, Edelmanboor
2 - 3757934AA
50
50
braak Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Graven, Lokaal wat dakpanresten en een brokje baksteen en 1 asbestgolf plaat stukje
90
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsblauw, Edelmanboor
100 3 - 3757847AA 140
Boring:
SL02
Boring:
SL03
Datum:
6-1-2021
Datum:
6-1-2021
Boormeester:
Arvid Dol
Boormeester:
Arvid Dol
Referentievlak:
maaiveld
Referentievlak:
maaiveld
0
50
0
braak
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Graven, Lokaal wat dakpanresten en een brokje baksteen verder onverdacht
Projectnaam: Oude Bergerweg 2 te Bergen Projectcode: 20241
0
50
0
braak
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, Graven, Lokaal wat dakpanresten en een brokje baksteen verder onverdacht
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 3.
TOETSINGSKADER BODEM
BIJLAGE
Toelichting toetsingskader bodemonderzoek De verkregen analyseresultaten van het bodemonderzoek zijn conform het huidige overheidsbeleid getoetst aan de streefwaarde voor grondwater en interventiewaarden bodemsanering, zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering 2013 (geldend vanaf 1 juli 2013) en de toetsingswaarden zoals vastgelegd in het Besluit bodemkwaliteit (geldend vanaf 24 mei 2016) en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit (geldig vanaf 30 november 2018).
Circulaire bodemsanering 2013 De toetsingswaarden uit de circulaire bodemsanering 2013 dienen voor de beoordeling van de chemische kwaliteit van grond en grondwater waarbij de onderstaande categorieën worden onderscheiden. ≤ achtergrond-/streefwaarde (niet verontreinigd)
:
Betreft het ijkpunt voor de milieukwaliteit op lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem.
≥ achtergrond-/streefwaarde (licht verontreinigd)
:
Geeft aan wanneer de milieukwaliteit, waarbij risico’s voor het ecosysteem verwaarloosbaar zijn, wordt overschreden
> tussenwaarde (matig verontreinigd)
:
Formeel heeft de tussenwaarde geen status in de Circulaire bodemsanering 2013. De tussenwaarde wordt gebruikt als toetsingskader voor de noodzaak tot het verrichten van nader onderzoek naar de aard en omvang van een aangetoonde verontreiniging. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek dient te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grond betreft dit het rekenkundig gemiddelde van de AW-waarde en de I-waarde van een verontreinigde stof. Voor grondwater betreft dit het rekenkundig gemiddelde van de S-waarde en de I-waarde van een verontreinigende stof.
> interventiewaarde (sterk verontreinigd)
:
Betreft overschrijding van het verontreinigingsniveau waarbij formeel middels nader onderzoek vastgesteld dient te worden of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Indien de interventiewaarde wordt overschreden is sprake van een vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant.
Bodemtypecorrectie
De achtergrondwaarden en interventiewaarden voor grond zijn bodemtype-afhankelijk en gebaseerd op standaardbodem met lutum percentage van 25% en een organisch stof percentage van 10%. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar de standaardbodem.
Een geval van ernstige verontreiniging
Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof (uitgezonderd asbest) de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. In bijlage 2 zijn dergelijke gevoelige situaties beschreven in stap 1 van het saneringscriterium. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Voor specifieke situaties kan het bevoegd gezag in overleg treden met het RIVM.
Spoedeisendheid geval van ernstige verontreiniging
Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Artikel 37 Wbb heeft tot doel vast te stellen of sprake is van een zodanig risico bij het huidig of toekomstig gebruik dat spoedig moet worden gesaneerd. Risico’s hebben een directe relatie met gebruik van de bodem en daarmee met de functie. Als aan het gebruik binnen de aanwezige of toekomstige functie onaanvaardbare risico’s zijn verbonden, staat voorop dat maatregelen zo snel mogelijk moeten worden genomen. Sanering van een verontreiniging is spoedeisend wanneer bij een geval van ernstige verontreiniging actuele humane, ecologische, en/of verspreiding risico’s aanwezig zijn. Als hulpmiddel bij het berekenen van de risico’s van een bodemverontreiniging wordt gebruik gemaakt van het computermodel Sanscrit dat beschikbaar is via www.sanscrit.nl.
Als op grond van artikel 37 Wbb is vastgesteld dat niet met spoed hoeft te worden gesaneerd, geldt geen termijn voor het uitvoeren van een sanering. Er kunnen wel (langjarige) beheermaatregelen worden opgelegd, bijvoorbeeld als monitoring van de verspreiding van een grondwaterverontreiniging gewenst is. Dat betekent dat sanering van het geval van ernstige verontreiniging veelal plaatsvindt als nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwactiviteiten of herinrichting van een locatie of gebied, daartoe aanleiding geven. Als er op of in een ernstig verontreinigde bodem bouwactiviteiten plaatsvinden waardoor de verontreiniging wordt verminderd of verplaatst, is op grond van artikel 28 Wbb melding verplicht aan het bevoegd gezag. Er moet een (deel)saneringsplan worden opgesteld of een melding worden gedaan in het kader van het Besluit uniforme saneringen (BUS; art. 39b lid 3 Wbb) voordat de beoogde handelingen worden uitgevoerd. Er gelden specifieke procedures voor goedkeuring van het (deel)saneringsplan en om vast te stellen dat de BUS-melding in overeenstemming is met het BUS. Verder wordt opgemerkt dat de zorgplicht zoals vastgelegd in artikel 13 van de Wet bodembescherming van toepassing is op (nieuwe) bodemverontreinigingen die zijn ontstaan na 1 januari 1987.
Dit houdt in dat (direct) maatregelen dienen te worden genomen om de ontstane bodemverontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken.
Toetsingskader asbest Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met gehalten aan asbest boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen; concentratie serpentijn + 10x concentratie amfibool), onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Op basis van het Milieuhygiënisch saneringscriterium bodem, protocol asbest opgenomen in bijlage 3 van de circulaire dan te worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de bodemverontreiniging met asbest. Opgemerkt wordt dat bij asbest in (water)bodem, grond en baggerspecie alleen over ‘verontreiniging’ wordt gesproken als de interventiewaarde wordt overschreden. Het protocol is alleen van toepassing op historische asbest verontreinigingen (die zijn voor 1993 ontstaan) in (water)bodem, grond en baggerspecie, die niet op basis van de zorgplicht gesaneerd dienen te worden. Bij het aantreffen van puin in de grond is de bodem asbestverdacht (brief IL&T 26 januari 2017), asbestonderzoek bij puin(resten) en is een onderzoek conform de NEN5707 dan wel NEN5897 benodigd. Indien uit een verkennend bodemonderzoek NEN5707/NEN5897 een gehalte aan asbest < de helft van de interventiewaarde wordt aangetoond, dan is de verwachting dat geen asbest boven de interventiewaarde aanwezig is op de locatie.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.
Tijdelijk handelingskader PFAS. Met ingang van 2 juli 2020 is het (geactualiseerde) Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van kracht. De analyseresultaten PFAS dienen hieraan getoetst worden. Het handelingskader is gericht op het aantreffen in het milieu van de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). Deze stoffen behoren tot de stofgroep poly- en perfluoralkylstoffen (stofgroep PFAS), een stofgroep die uit ruim 6000 stoffen bestaat. PFAS worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS aangetoond dat ze toxisch zijn, voor de meeste PFAS moet dit nog onderzocht worden. Door het wijdverbreide gebruik van PFAS wordt PFAS in Nederland, en breder in Europa, inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen. In het handelingskader zijn o.a. toepassingsnormen opgenomen met betrekking tot het hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Dit houdt onder meer in dat bij afvoer van grond vanaf de onderzoekslocatie naar een erkende verwerker/acceptant deze aanvullend onderzocht dient te zijn op PFASverbindingen. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau zijn opgenomen in de onderstaande tabel (gehalten in µg/kg d.s.). PFAS
PFOA
PFOS
GenX
Toepasbaar op land
< 1,4 1,4 - 3 >3
< 1,9 1,9 - 7 >7
< 1,4 1,4 - 3 >3
<1,4 1,4 - 3 >3
Vrij m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden Wonen en industrie, Landbouw en natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde Reiniging of stort
Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10% organische stof) geen bodemtypecorrectie te worden toegepast. Indien specifieke beleidsregels van een gemeente van toepassing zijn dan dienen de verkregen PFAS resultaten hier eveneens aan getoetst te worden.
Toetsingskader Besluit en Regeling bodemkwaliteit Kwaliteitsklassen grond of baggerspecie. Teneinde een uitspraak te kunnen doen over de indicatieve verwerkingsmogelijkheden van vrijkomende grond en/of baggerspecie worden de verkregen analyseresultaten indicatief getoetst aan het vigerende Besluit- en Regeling bodemkwaliteit. De achtergrondwaarden en maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklassen Wonen en Industrie voor de bodem waarop grond of baggerspecie wordt toegepast zijn weergegeven in tabel 1 van Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. De maximale waarden voor de kwaliteitsklassen A en B voor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam waarop grond of baggerspecie wordt toegepast zijn opgenomen in tabel 2 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. De te onderscheiden generieke kwaliteitsklassen van de grond of baggerspecie zijn weergegeven in onderstaand overzicht. Kwaliteitsklasse wonen
:
Indien deze de achtergrondwaarden overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen niet overschrijdt.
Kwaliteitsklasse industrie
:
Indien deze de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse industrie niet overschrijdt.
Kwaliteitsklasse A
:
Indien deze de achtergrondwaarden overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A niet overschrijdt.
Kwaliteitsklasse B
:
Indien deze de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse B (= interventiewaarde) niet overschrijdt.
Grond of baggerspecie die de interventiewaarden overschrijdt, wordt niet in een kwaliteitsklasse ingedeeld. Artikel 4.10.2. Vaststellen kwaliteitsklassen bodem 1. Voor het vaststellen van de kwaliteitsklasse van de bodem wordt een correctie op de gemeten gehalten voor lutum en organisch stof uitgevoerd volgens de rekenregels in onderdeel III van bijlage G van de regeling. 2.
De bodem wordt uitgedrukt in de kwaliteitsklasse wonen, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de achtergrondwaarden overschrijden, maar niet de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen.
3.
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen, indien ten opzichte van de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen: a. bij meting van ten minste 7 stoffen maximaal 2 stoffen verhoogd zijn; b. bij meting van ten minste 16 stoffen maximaal 3 stoffen verhoogd zijn; c. bij meting van ten minste 27 stoffen maximaal 4 stoffen verhoogd zijn; d. bij meting van ten minste 37 stoffen maximaal 5 stoffen verhoogd zijn.
4.
Een verhoging als bedoeld in het tweede lid bedraagt per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen voor die stof, vermeerderd met de daarvoor geldende achtergrondwaarde en de gehalten van alle verhoogde stoffen de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse industrie niet overschrijden.
5.
De bodem wordt uitgedrukt in de kwaliteitsklasse industrie, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen overschrijden, maar niet de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie.
Artikel 4.10.3: Vaststellen kwaliteitsklassen van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam 1. Voor het vaststellen van de kwaliteitsklasse van de bodem onder oppervlaktewater wordt een correctie op de gemeten gehalten lutum en organisch stof uitgevoerd volgens de rekenregels in onderdeel III van bijlage G van de regeling. 2.
De bodem of oever van een oppervlaktewater wordt uitgedrukt in kwaliteitsklasse A, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de achtergrondwaarden overschrijden, maar niet de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A.
3.
De bodem onder oppervlaktewater wordt uitgedrukt in kwaliteitsklasse B, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A overschrijden, maar niet de maximale waarden voor kwaliteitsklasse B.
Artikel 4.11.1: Maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie 1. Tabel 1 van bijlage B van de regeling. bevat de maximale waarden voor: a. het verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel; b. het verspreiden van baggerspecie in zoet oppervlaktewater; c. het verspreiden van baggerspecie in zout oppervlaktewater, en d. het tijdelijk opslaan van baggerspecie op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is. 2.
Bij de toetsing aan de maximale waarden, bedoeld in het eerste lid, onder c, mogen de gehalten van de gemeten stoffen voor ten hoogste twee niet-prioritaire stoffen hoger zijn dan de maximale waarden, waarbij de verhoging per stof ten hoogste 50 % ten opzichte van de maximale waarde voor verspreiding van baggerspecie in zout water bedraagt.
3.
De stoffen behorend tot de groep van de PCB’s zijn uitgezonderd van het tweede lid.
Artikel 4.12.1 Maximale emissiewaarden bij grootschalige toepassingen 1. Bij grootschalige toepassingen als bedoeld in artikel 63 van het besluit, overschrijdt de emissie van de grond of baggerspecie niet: a. de maximale emissiewaarden, bedoelt in tabel 1 van bijlage B, indien het toepassing op of in de bodem betreft; b. de maximale emissiewaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, indien het toepassingen op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam betreft. 2.