bij Toelichting scenario's fusie Lucebert- en Van Reenenschool.pdf
Tekst van het document
Scenario’s locatiekeuze fusieschool ISOB Bergen Eerder heeft het college u geïnformeerd over het voornemen van het schoolbestuur ISOB om de Lucebert en de Van Reenenschool te laten fuseren, en tevens over het advies van het college met betrekking tot deze voorgenomen fusie en bijbehorende fusie-effectrapportage. Om tot een weloverwogen advies te komen, zijn drie verschillende scenario’s zorgvuldig afgewogen. In deze bijlage treft u de scenario tabel (zie onderaan) en conform het VNG adviesmodel, een toelichting op de afwegingen voor een bepaald scenario.
Scenario 1 Het voorkeursscenario: positief fusie advies, met huisvesting aan het Zakedijkje (locatie Lucebertschool) Scenario 2 Heeft niet de voorkeur van het college: negatief fusie advies, locaties blijven gehandhaafd Scenario 3 Heeft niet de voorkeur van het college: positief fusie advies, fusieschool in de Van Reenenschool (Spaanschepad)
Positief of negatief fusieadvies De eerste afweging die gemaakt wordt is of er een positief of negatief fusieadvies wordt gegeven op de fusie-effectrapportage van het ISOB. Het verzoek tot fusie komt voor het college van B&W niet als een verrassing. Al enige jaren wordt er door het schoolbestuur aangegeven dat er een neerwaartse ontwikkeling is van het aantal leerlingen in Bergen e.o. en het ontbreekt aan perspectief op een trendbreuk daarin. ISOB voelt zich, om de kwaliteit van het openbaar onderwijs in Bergen te kunnen borgen, genoodzaakt tot een besluit de twee resterende ISOB openbare basisscholen van de kern Bergen met elkaar te laten fuseren. Leerling prognoses laten zien dat het aantal leerlingen op de Van Reenenschool in de huidige context waarschijnlijk daalt tot +/- 54 leerlingen. De Van Reenenschool zou daarmee onder de opheffingsnorm van 63 leerlingen gaan vallen. Ook het aantal leerlingen op de Lucebertschool (was 92 nu 83) biedt, naar ISOB meent, nu niet afdoende basis voor duurzaam hoogwaardig openbaar onderwijs. Dit maakt dat een fusie tussen deze twee scholen ook naar het oordeel van het college noodzakelijk is en is daarmee voor het college scenario 2 afgevallen. Toch zijn er in het voortraject ook overwegingen gedeeld om scenario 2 serieus te toetsen op haalbaarheid.
Het is denkbaar dat als het proces (van afwegingen over het voortbestaan van de twee scholen) op een andere manier gelopen was, de Van Reenenschool een hoger aantal kinderen had gefaciliteerd dan nu nog het geval is. Door direct en in een vroeg stadium te spreken over de fusieplannen en de locatiekeuze, is er onrust ontstaan en hebben een aantal ouders de school de rug toegekeerd. Daar ligt volgens sommige partijen ook eventueel potentie. Met de juiste aansturing van de school en met een inzet op regionaal bereik, is het volgens sommige partijen wellicht mogelijk de Van Reenenschool weer nieuw leven in te blazen. Daarnaast zou de Lucebertschool op haar beurt wervend moeten optreden om zo, ook in Bergen Oost het openbaar onderwijs een impuls te geven. Het college heeft dit scenario als minder kansrijk betiteld dan scenario 1 voor het succesvol en betaalbaar kunnen blijven faciliteren van openbaar onderwijs. Daarnaast blijft er in dit scenario erg veel ruimte beschikbaar zonder concreet zicht op nieuwe gebruikers, is het financieel de minst interessante van de drie scenario’s en is het maar de vraag of, i.t.t. wat de prognoses laten zien, de beide scholen dan inderdaad wel weer gaan groeien.
Er is du veel tegen dit scenario in te brengen, maar het is een optie die voor het definitieve advies serieus door de raad bij het formuleren van haar wensen en bedenkingen meegewogen moet kunnen worden. Daarom is ook scenario twee volwaardig in het proces getoetst. Ad.1 VNG model: De maatschappelijke impact van de voorgenomen fusie Spreiding en bereikbaarheid Voor het openbaar basisonderwijs geldt een wettelijk maximumafstand van 10 kilometer van school naar huis. De fusie van de twee scholen geeft op geen van de aangewezen locaties een beperking met betrekking tot de wettelijke maximumafstand. Kortom, qua spreiding en bereikbaarheid van onze openbare school voorzieningen zien wij geen onoverkomelijke problemen als beide scholen fuseren en dus wordt gekozen voor scenario 1 of 3 met huisvesting aan het Zakedijkje of het Spaanschepad.
Uitgaande van scenario 2 is het gespreide aanbod van twee openbare scholen (één in het westelijk deel van het dorp en de ander in het oostelijke deel van het dorp) een sterke propositie voor openbaar onderwijs in de kern Bergen. Voor alle kinderen in het dorp blijven de scholen dan, met minimale verkeersveiligheidsvraagstukken, zeer goed bereikbaar. De spreiding is en blijft dus dan optimaal. Wat betreft dit onderdeel springt geen van de scenario’s 1 of 3 er (positief of negatief) uit. Huisvesting Herkomst, capaciteit en tijdsplanning Uit de locatiestudie blijkt dat, op basis van de gegevens van dit moment, huisvesting van de fusieschool met 152 leerlingen in het gebouw aan het Zakedijkje of in het gebouw aan het Spaanschepad goed mogelijk is. Ook als de scholen niet fuseren is er duidelijk voldoende capaciteit op beiden scholen. In dat geval blijft er wel (te) veel ongebruikte ruimte over. Scenario 1 (locatie aan het Zakedijkje) scoort met name gunstig op herkomst leerlingen, capaciteit in het gebouw en tijdsplanning. Geen van de onderwerpen zijn in dit scenario beoordeeld met ongunstig. In scenario 3 (locatie Spaanschepad) worden deze onderwerpen als ongunstiger beoordeeld. De fusielocatie in de Van Reenenschool sluit niet voldoende aan bij het voedingsgebied waaruit de leerlingen komen.
Bij inhuizen in de Van Reenenschool zal de periode voor verbouw en verhuizingen langer in beslag nemen. Er is bovendien vooralsnog in het geheel geen draagvlak voor dit scenario bij het schoolbestuur ISOB noch bij de medezeggenschapsraad van de Lucebertschool. Een aandachtspunt bij scenario 1 is dat er bij een aantal partijen het gevoel heerst dat er druk komt te staan op de capaciteit van het gebouw aan het Zakedijkje. Op basis van normatieve ruimteberekening wordt dat gevoel echter niet onderbouwd. In alle bekeken scenario’s (dus ook bij huisvesting van de fusieschool aan het Spaanschepad) zal het op enig moment noodzakelijk zijn om te investeren in de gebouwen. Een investering in het gebouw aan het Zakedijkje zal echter later in de tijd aan de orde zijn en de beslissing daarover is aan de eigenaar, Kennemer Wonen. Scenario 3 scoort volgens het afwegingskader van het locatieonderzoek gunstig op ruimtelijke kwaliteit, symbolische waarde, cultuurhistorische waarde en faciliteiten in de directe omgeving. Het Van Reenengebouw is een rijksmonument en moet door de eigenaar in stand worden gehouden. Het Van Reenengebouw is juridisch eigendom van ISOB. In scenario 3 blijft ISOB juridisch eigenaar van het gebouw en zal zij (met financiële steun van de gemeente) moeten investeren om het Van Reenengebouw voor langere tijd (40 jaar) geschikt te maken als schoolgebouw.
Als de fusieschool wordt gehuisvest in het Van Reenengebouw is de verwachting dat de school tijdens de renovatie tijdelijk elders moet worden onderbracht. Volgens de locatiestudie zou dat kunnen in het gebouw aan het Zakedijkje. Dat betekent wel twee verhuisbewegingen met kosten voor de gemeente. Als (in het meest ongunstige geval) moet worden gekozen voor het tijdelijk onderbrengen van de fusieschool in noodgebouwen brengt dat aanzienlijke extra kosten met zich mee. Financiën De gemeente huurt het gebouw aan het Zakedijkje van Kennemer Wonen met een huurcontract voor 20 jaar, van 2009 tot 2029. De kosten van het aan de (duurzaamheids-) eisen van deze tijd laten voldoen van dit gebouw zijn dus in principe voor Kennemer Wonen. Die zullen naar alle waarschijnlijkheid investeringen in hun gebouw verdisconteren in de huur. In de locatiestudie worden deze kosten over een periode van 40 jaar voor de gemeente als huurder geraamd op rond €3.700.000. Die kosten zijn onafhankelijk van het gegeven of de fusieschool en de Matthieu Wiegmanschool samen in dat gebouw zijn gehuisvest worden of dat alleen de Mathieu Wiegmanschool van dat gebouw gebruik maakt. In scenario 3 komt structurele huisvesting van de fusieschool in de Van Reenenschool uit op een investeringsbedrag van om en nabij de € 4.270.000 verspreid over dezelfde periode van 40 jaar.
Dat zijn dan kosten die via ISOB als juridisch eigenaar geïnvesteerd worden in het gebouw, maar door de gemeente beschikbaar gesteld. Kijkend naar scenario 2 blijkt dat het handhaven en actualiseren van het gebouw van de Van Reenenschool de gemeente € 4.270.000 gaat kosten. En dat voor het actualiseren van het pand aan het Zakedijkje de gemeente zal moeten rekenen met het doorberekenen van extra renovatielasten door Kennemer Wonen van €3.710.000. Deze kosten moet de gemeente per definitie maken,
ongeacht de schoolkeuze. Immers, ook als de Van Reenenschool aan andere partijen wordt verhuurd zal het pand moeten voldoen aan de eisen van deze tijd. Huisvestingskosten kunnen dus niet als hoofdargument aangewend worden om de keuze voor een fusie mee te bepleiten. De huisvesting en bijkomende renovatiekosten staan een gescheiden- en dus blijvend zelfstandige toekomst van de Lucebertschool en de Van Reenenschool dus niet serieus in de weg. Draagvlak Duidelijke weerstand tegen scenario 1 komt van de Stichting behoud Van Reenenschool. Zij ijveren voor het behoud van de Van Reenenschool als actief gebruikte schoollocatie wat met scenario 1 niet uitgesloten wordt, maar nu ook niet meer zeker gesteld is. Er kan immers later voor gekozen worden een andere school in dit gebouw te huisvesten. Ook de medezeggenschapsraad van de Van Reenenschool hecht veel waarde aan de monumentale status van het Van Reenenschoolgebouw als belangrijke inspiratiebron voor een mooie en dus betere leeromgeving voor de kinderen. In het belang van deze partijen zou je kunnen kiezen voor scenario 2 of 3. Daarbij blijft het Van Reenengebouw de Van Reenenschool of fusieschool huisvesten. Daar staat tegenover dat de medezeggenschapsraad van de Lucebertschool, de grootste van de twee medezeggenschapsraden, uitdrukkelijk haar voorkeur heeft uitgesproken voor huisvesting aan het Zakedijkje.
Ook het ISOB schoolbestuur heeft aangegeven een duidelijke voorkeur te hebben voor de locatie aan het Zakedijkje. Kinderopvang en Bewonersvereniging Bergen Centrum Vanuit het perspectief van de twee kinderdagopvanginstellingen, Forte en AllesKits, is het realiseren van meer vierkante meters werkruimte als primaire wens naar voren gekomen. Ongeacht op welke locatie die extra ruimte beschikbaar komt. Bij keuze voor alle drie de scenario’s kan kinderdagverblijf AllesKits voorlopig in het gebouw van de Van Reenenschool blijven. Voor Forte betekent ook bij alle scenario’s dat zij in de huidige ruimte aan het Zakedijkje kunnen blijven. Bij scenario 1 zou AllesKits potentieel kunnen uitbreiden, maar Forte niet. In het geval voor scenario 3 wordt gekozen zou Forte kunnen uitbreiden en AllesKits waarschijnlijk ook. Ook bij scenario 2 is er voor beiden potentieel tot uitbreiden. De Bewonersvereniging Bergen Centrum (BBC) heeft geen expliciete voorkeur voor de ene of andere locatie kenbaar gemaakt, maar gaf wel aan met name bij eventuele vestiging van de fusieschool aan het Spaanschepad extra zorgen te hebben over de verkeersafwikkeling. Er zijn echter ook extra verkeersbewegingen aan het Zakedijkje die mogelijk extra risico’s met zich mee brengen gaan. Dat is inherent aan toenemende aantallen verkeersbewegingen.
Conclusie huisvesting De beoordeling van het totaal aantal aspecten die zijn meegenomen in de afweging voor het advies, laten een overwegend gunstig beeld zien voor scenario 1. Ook als het specifiek om de huisvestingsvraag gaat. Qua draagvlak onder belanghebbenden zien we een voorkeur voor vestiging aan het Zakedijkje. Zowel het schoolbestuur, alsook de medezeggenschapsraad van de grootste school (die van de Lucebertschool) hebben een duidelijke voorkeur voor het Zakedijkje. Daarbij mag verondersteld worden dat ook ouders van gezinnen die straks komen te wonen op het BSV-terrein de voorkeur zullen hebben voor aanvullend keuzeaanbod in schooltypen op het nabijgelegen Zakedijkje. Ad 2. VNG Model: Consequenties van de voorgenomen fusie voor de keuzemogelijkheden Als het gaat om het aanbod van primair onderwijs in de kern Bergen zijn er naast de huidige twee openbaar onderwijsinstellingen van ISOB ook nog twee Tabijnscholen actief in de kern West, namelijk de Willem Alexanderschool en de Bosschool. In Oost is, ook aan het Zakedijkje, de Matthieu Wiegmanschool gevestigd en de Adriaan Ronald Holstbasisschool aan de Prins Hendriklaan.
Qua keuzemogelijkheden zal, bij overname van het advies voor scenario 1 door het schoolbestuur en de medezeggenschapsraden, het aanbod van openbare schoolfaciliteiten in het westelijk deel van de kern komen te vervallen en in het oostelijk deel worden gefaciliteerd. Dit is, zoals eerder opgemerkt bij het punt spreiding en bereikbaarheid geen afdoende reden af te zien van de fusie. Er blijft openbaar onderwijs in de kern gefaciliteerd. Daarbij komt dat de twee Tabijnscholen, ook bij het vertrek van de
Van Reenenschool, voor afdoende kwalitatief hoogwaardige primair onderwijs faciliteiten blijven zorgen in het westelijke deel van het dorp. Indien er gekozen wordt voor scenario 3 is de keuzemogelijkheid in het oostelijke deel beperkt tot de Matthieu Wiegmanschool aan het Zakedijkje en de Adriaan Ronald Holstschool aan de Prins Hendriklaan. Met oog op woningbouw op onder andere het BSV-terrein en dus mogelijk meer schoolgaande kinderen in de toekomst, is dat scenario naar inzicht van het college over de hele linie dus geen verbetering in het aanbod voor de inwoners van Bergen. Ad 3. VNG Model: Consequenties voor het openbaar onderwijs in het licht van de aspecten hiervoor en vanuit de verantwoordelijkheid van de gemeente om voldoende openbaar onderwijs aan te bieden Als we kijken naar de verantwoordelijkheid van het college om voldoende aanbod openbaar onderwijs in de kern Bergen te faciliteren, voldoen we dus aan die wettelijke eis met alle drie de scenario’s. Beargumenterend vanuit scenario 2 is een fusie niet nodig. Echter als we kijken naar de andere aspecten uit het advies, onder de kop ‘Positief of negatief fusieadvies’ toegelicht sluit het college zich bij het ISOB aan dat een fusie wel wenselijk is.
Aan zowel het Zakedijkje als het Spaanschepad kan, uitgaande van dat het gegeven advies op de FER door de partijen wordt overgenomen, een professioneel geleide en voor alle Bergenaren goeden veilig bereikbare fusieschool gefaciliteerd worden. Dus scenario 1 en 3 komen gunstig naar voren op dit punt. Aanvullende overweging 1: BSO en kinderopvang Hoewel er geen wettelijke verplichting voor de gemeente is om in ruimte voor kinderopvang te voorzien, is dat in de huidige tijd voor heel veel Bergenaren wel een zeer gewenste voorziening. Zowel bij de Van Reenenschool als bij de Lucebertschool is kinderopvang gehuisvest. In het gebouw waarin o.a. de Lucebertschool is gehuisvest, is kinderopvang Forte aanwezig. Forte vangt per dag 104 kinderen van 0 tot 4 jaar op en 60 kinderen in de BSO. In de Van Reenenschool verzorgt AllesKits de kinderopvang. Ter voorbereiding op de fusie en de verhuizing naar het Zakedijkje heeft ISOB het huurcontract met AllesKits per ingang van nieuwe schooljaar (2024-2025) inmiddels beëindigd. In het geval van scenario 2 of 3 zal die relatie moeten worden hersteld. AllesKits kan, wegens verder ruimtegebrek, niet ook worden ondergebracht in het gebouw aan het Zakedijkje. Het risico bestaat dus dat, indien de gemeente afziet van overname van het huurcontract AllesKits, zij moeten uitwijken naar een andere locatie.
AllesKits is een kinderopvangorganisatie in Bergen die met een wachtlijst kampt. Daarom hebben zij contact opgenomen met de gemeente Bergen met de vraag of zij de ruimte na de beoogde fusie en nieuwe locatie van de fusieschool van de gemeente kunnen huren. Tevens verzoeken zij om meer oppervlakte beschikbaar (van 77 m2 naar 166 m2) te stellen voor het wegwerken van de bestaande wachtlijsten. Met scenario 1 komt er voldoende ruimte vrij in het Van Reenengebouw voor die uitbreiding. Het college adviseert dan ook tegelijk met de keuze voor scenario 1 om het huurcontract met AllesKits direct in orde te maken zodat zij in het Van Reenengebouw kunnen blijven. Op het moment dat uitgegaan wordt van scenario 1 (locatie Zakedijkje), behoudt Forte de huidige ruimtecapaciteit. Uitbreiding is niet mogelijk op deze locatie. De vraag naar opvangplaatsen bij hen is op dit moment stabiel, maar de verwachting is dat deze zal toenemen met de komst van de leerlingen van de fusieschool. Het is niet gezegd dat alle kinderen van de huidige kinderopvang in de Van Reenenschool overgaan naar Forte. Op de huidige kinderopvang in de Van Reenenschool zitten immers ook kinderen van andere scholen. Het is minder waarschijnlijk dat die overstappen naar Forte aan het Zakedijkje. Toch zouden scenario 2 of 3 meer mogelijkheden bieden voor Forte om uit te breiden.
Aanvullende overweging 2: tijd Bij scenario 2 speelt tijd vanzelfsprekend geen rol, omdat de huidige situatie in stand blijft. Scenario 1 is t.o.v. scenario 3 op dit moment het snelst te bewerkstelligen, zie ook locatieonderzoek. Hiermee
maken we het meeste kans om het aantal leerlingen voor het openbaar onderwijs te behouden. Bij scenario 3 lijkt dat in eerste instantie moeilijker te bewerkstelligen. De kans bestaat immers dat leerlingen overstappen naar andere basisscholen waar men niet te maken heeft met verbouwingen en tussentijdse verhuizingen die invloed kunnen hebben op het onderwijs en de prestatie van leerlingen. Conclusies Conclusie scenario 1: het voorkeursscenario: positief fusie advies, met huisvesting aan het Zakedijkje (locatie Lucebertschool) De fusieschool huisvesten aan het Zakedijkje is dus vanuit huisvestingsperspectief, financieel oogpunt, voor het aanbod van kinderdagopvanginstellingen, alsook algemeen draagvlak onder de belanghebbenden voor het college de meest logische keuze. Bij de verdere uitvoering van dit scenario is het wel van belang dat de aanbevelingen zoals opgenomen in het locatieonderzoek van ICS uitgewerkt en opgevolgd worden, zie bijlage 3, bladzijde 37 en 38. Verder dient er bij keuze voor dit scenario een proces te worden gestart om te bepalen wat de toekomstige bestemming, dan wel gebruik zal zijn van het Van Reenenschoolgebouw. Conclusie scenario 2: heeft niet de voorkeur van het college: negatief fusie advies, locaties blijven gehandhaafd In dit scenario wordt de basis van het advies dus dat een fusie niet nodig is.
In dit scenario gaan we er vanuit dat de directies van de Lucebertschool en Van Reenenschool met nieuwe energie (ook regionaal) nieuwe leerlingen gaan werven en daar op korte termijn ook succesvol in zullen kunnen zijn. Ongeacht het gebrek aan steun voor die aanpak en zelfs weigering van het schoolbestuur. Het college kan, als zij voor deze variant in het advies kiezen, Bergenaren wel beter tegemoet komen die vinden dat de emotionele waarde van de Van Reenenschool voor Bergen door het voorgenomen fusiebesluit van ISOB wordt ondergewaardeerd. Maar dat laat onverlet naar het idee van het college dat het waarmaken van twee succesvolle openbare scholen een opgave is die, gezien de huidige leerling prognoses, het lerarengebrek en het gebrek van steun van het schoolbestuur, dus zeer uitdagend zijn. Qua kosten zullen er extra uitgaven gedaan moeten worden. Denk aan tijdelijke huisvesting tijdens verbouwing en een groot deel daarvan, afhankelijk van het toekomstige gebruik van het gebouw, wordt mogelijk al een gemeentelijke kostenpost. Gehoord hebbende deze overwegingen raadt het college dit scenario daarom af.
Conclusie scenario 3: heeft niet de voorkeur van het college: positief fusie advies, fusieschool in de Van Reenenschool (Spaanschepad) De fusieschool huisvesten aan het Spaanschepad is, als we de keuze sec beschouwen vanuit cultuur- historisch en belevingsperspectief, voor het college een logische. Echter, gezien de grote inefficiëntie van het gezamenlijke ruimtegebruik, de wens van de grootste van de twee medezeggenschapsraden huisvesting aan het zakedijkje te faciliteren en het gebrek aan steun vanuit het schoolbestuur voor huisvesting van de fusieschool op deze locatie, kan dit scenario niet het voorkeursscenario van het college zijn. Indien op basis van wensen en bedenkingen van de raad dit scenario toch als advies overgenomen wordt, moeten bij de verdere uitvoering van dit scenario wel de aanbevelingen, zoals opgenomen in het locatieonderzoek van ICS uitgewerkt en opgevolgd worden (zie bijlage 3, bladzijde 38). Verder dient er bij keuze voor dit scenario een proces te worden gestart om te bepalen wat de toekomstige bestemming dan wel gebruik zal zijn voor de nu resterende ruimten die worden gehuurd in het Zakedijkje. Tot slot is het belangrijk te melden dat het college (met of zonder het denkkader en eventuele richtinggevende uitspraken van de raad) enkel een adviserende rol heeft voor het ISOB.
Ongeacht ons advies kan het ISOB kiezen voor een andere route dan voorgesteld of gewenst door het college en de raad.
Onderdeel
Scenario 1 Fusieschool op locatie Zakedijkje 38
Scenario 2 Beide gebouwen in stand houden
Scenario 3 Fusieschool op locatie Spaanschepad 1
Omgevingswaarde (o.a. cultuurhistorisch en leefbaarheid) Symbolische waarde scenario voor wijk en dorp Cultuurhistorische en/ of maatschappelijke waarde Bereikbaarheid en verkeersveiligheid Faciliteiten directe omgeving IHP en scholen in omgeving Herkomst leerlingen Draagvlak schoolbestuur Functionele waarden (o.a. pedagogisch en samenwerking) Capaciteit gebouw en terrein Functionele eisen Impact op andere gebruikers gebouw Opvang en bso Consequenties voor het te verlaten gebouw
n.v.t. Belevingswaarden
Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorische waarde Technische waarden Technische staat Verduurzaming
De technische waarden worden niet beoordeeld, we gaan er immers vanuit dat na renovatie beide gebouwen weer voor 40 jaar toekomstbestendig en geschikt zijn voor onderwijs. De benodigde technische ingrepen vertalen zich in de kosten.
Binnenklimaat Financiën en proces Investering Subsidiemogelijkheden Planning
€ 3.710.000 inclusief btw
€ 4.270.000 + € 3.710.000 inclusief btw
€ 4.270.000 inclusief btw