CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij Startnotitie woonzorgvisie Bergen.pdf

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 12: Voorstel betreft de startnotitie Woonzorgvisie en de bijbehorende begrotingswijziging vast te stellen4.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie ontwikkeling Woonzorgvisie Gemeente Bergen Datum: 29-11-2023 Dienstverlening en SamenLeven

1. Aanleiding en context Elke gemeente in Nederland moet in 20241 beschikken over een woonzorgvisie. In deze visie moet duidelijk worden wat er nodig is om ouderen en andere aandachtsgroepen met een zorgbehoefte huisvesting en passende ondersteuning te bieden. Met de toekomstige woonzorgvisie in de hand is de gemeente regisseur en aanjager, om te voldoen aan de groeiende vraag van ouderen en kwetsbare inwoners naar passende huisvesting. Er is al veel voorwerk gedaan op dit onderwerp voor de gemeente Bergen. Voor ouderen is door adviesbureau Companen een analyse verricht naar het huidige woonzorgaanbod en naar de woonzorgbehoefte. Bergen heeft tevens een uitgewerkt gebiedsplan Sociale Basis en is momenteel bezig met het ontwikkelen van een woonvisie. De doelgroepen waarover de woonzorgvisie zou kunnen gaan zijn inzichtelijk gemaakt en per doelgroep is grotendeels bekend wat de woonzorgopgave inhoudt. De gemeente Bergen moet nu een keuze maken over de inhoud van de woonzorgvisie en de lokale ambitie uitspreken. De meegegeven kaders uit het integraal beleidskader sociaal domein, de te ontwikkelen woonvisie en het gebiedsplan Sociale Basis, geven richting aan de keuzes die gemaakt moeten worden in de woonzorgvisie.

Om inzichtelijk te maken welke keuzes er gemaakt kunnen worden en welke stappen ondernomen moeten worden, om een woonzorgvisie te laten vaststellen, is voor de gemeente Bergen deze startnotitie opgesteld. 1.1.

Wet- en regelgeving

De verplichting om een woonzorgvisie te ontwikkelen is wettelijk verankerd in de ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’. De uitwerking van de opgave staat beschreven in het programma ‘Een thuis voor iedereen’. 1.2.

Koppeling met bestaande kaders en afspraken

De woonzorgvisie geeft uitwerking aan de uitgangspunten uit het integraal beleidskader sociaal domein, en schetst binnen de kaders van de woonvisie, de opgave voor de in de woonzorgvisie genoemde doelgroepen. Daarnaast kent Bergen ook nog een Gebiedsplan Sociale Basis. Het gebiedsplan Sociale Basis geeft concreet uitwerking aan de hoofdopgave “Verstevigen van de sociale basis” zoals geformuleerd in het integraal beleidskader sociaal Domein “Iedereen doet mee 2023-2026”. Naast deze visies en 1

2024 is de oorspronkelijk beoogde deadline zoals geformuleerd in het programma ‘Een thuis voor iedereen’. In een brief naar de Tweede Kamer (8 juni 2023) is aangegeven dat deze deadline niet haalbaar is. Naar verwachting wordt de deadline verschoven naar 2026.

1

plannen beschikt de gemeente ook over prestatieafspraken met Kennemer Wonen. Relevante onderdelen uit deze stukken worden hieronder op een rij gezet. Integraal beleidskader sociaal domein Belangrijke kapstok voor de ontwikkeling van de woonzorgvisie is het Integraal beleidskader sociaal domein. In dit beleidskader worden meerdere bestuurlijke prioriteiten genoemd. Voor de thema’s wonen en zorg zijn de volgende inhoudelijke prioriteiten vastgesteld: 1) Omstandigheden creëren en kansen benutten om te zorgen dat er in het ruimtelijk domein zoveel mogelijk passende woningen gerealiseerd kunnen worden voor ouderen en overige doelgroepen van het sociaal domein; 2) Doorstroming naar levensloopbestendige woningen stimuleren waardoor grotere gezinswoningen beschikbaar komen; 3) Leefbaarheid van de wijken bewaken door onze doelgroepen goed in te bedden in de leefomgeving en daarbij rekening te houden met de verhoudingen in de buurt. Woonvisie In de huidige woonvisie (2015) is een eerste stap gezet als het gaat om het beschrijven van de ontwikkelingen rond wonen, welzijn en zorg. Zo wordt er onder andere gesproken over langer thuis blijven wonen, levensloopgeschikte woningen, aanwezigheid van sociale voorzieningen, woonservicegebieden, beschermd wonen en mantelzorg.

De visie geeft een uiteenzetting van de ontwikkelingen, zowel inhoudelijk als cijfermatig, maar wordt niet concreet wat er voor aandachtgroepen moet gebeuren op het snijvlak van wonen en zorg. Als we via de kapstok integraal beleidskader kijken naar de prioritaire punten en in hoeverre er een koppeling is met de huidige woonvisie, dan valt op dat vooral het thema leefbaarheid onderbelicht is. Passende woningen en het thema doorstroming komen wel aan de orde. Er wordt als het gaat om deze thema’s al redelijk concreet wat de doelen zijn. Op dit moment (2023) is de gemeente Bergen bezig met het ontwikkelen van een hernieuwde woonvisie. Naar alle waarschijnlijkheid wordt deze vastgesteld in 2024. Het aandeel welzijn en zorg zal hierin een grotere rol vervullen. Een essentiële stap in het afbakenen van de woonzorgvisie is het vaststellen door de gemeenteraad hoe de woonvisie en de woonzorgvisie zich tot elkaar gaan verhouden. Gebiedsplan Sociale Basis In het gebiedsplan Sociale Basis gaat het hoofdzakelijk over drie thema’s: Kansrijk opgroeien, bestaanszekerheid en vitaliteitsbevordering. Voorkomend uit de gebiedstafels zijn er op deze thema’s accenten aangebracht. Met name de accenten op de thema’s bestaanszekerheid en vitaliteitsbevordering maken een koppeling naar de te ontwikkelen woonzorgvisie. Bij bestaanszekerheid gaat het over:  

Het bevorderen van zelfredzaamheid en inclusie gericht op nieuwkomers (statushouders); Het stimuleren van zelfredzaamheid bij jongvolwassenen met geldproblemen.

Bij vitaliteitsbevordering gaat het over:

2

Het ondersteunen van langer zelfstandig thuis wonen en meedoen van kwetsbare inwoners (ouderen, mensen met een beperking, chronisch zieken en mensen met een psychosociale beperking)

Met deze accenten geeft de gemeente aan wat zij van belang vindt bij het versterken van de sociale basis. Het is de basis voor samenwerkingen binnen de sociale basis en het versterken van de samenwerking tussen sociale basis en belangrijke zorgpartners. Concrete acties zijn er in mindere mate geformuleerd. Samenwerkingsafspraken Prestatieafspraken Kennemer Wonen Binnen de prestatieafspraken tussen Kennemer Wonen en de gemeente Bergen zien we o.a. de volgende afspraken:            

Uitbreiden en vernieuwen van de sociale woningvoorraad; Meer woningaanbod voor lagere middeninkomens; Doorstroming (bijv. beleidsruimte om te experimenteren); Inzet tijdelijke woningen; Verkoop van grote woningen t.b.v. bekostiging diverse investeringen; Maatwerk in de huurprijsopbouw; Signalering van preventie van schulden; Inzicht in de woonbehoefte; Aanpassingen in woningen; Ontwikkeling van 0 tredenwoningen; Vervolgbegeleiding extramurale uitstroom; PACT Wonen2, transferpunt bijzondere bemiddeling (mobw, jeugdzorg).

Samenwerkingsafspraken VONK Een ander relevant samenwerkingsverband om te benoemen is VONK (Vitaal Oud in NoordKennemerland). In dit samenwerkingsverband werken onder meer zorgorganisaties, cliënten en ouderen, welzijnsinstellingen, zorgkantoren, gemeenten en woningcorporaties aan de ambitie om ouderen langer veilig en met behoud van kwaliteit van leven thuis te laten wonen. Er ligt een basis Als we kijken naar bovenstaande visies en afspraken, dan kunnen we constateren dat er al veel in werking is gezet als het gaat om wonen en zorg. We beginnen niet op nul, maar zien wel een uitdaging om het concreet te maken per doelgroep en om zaken te bundelen. De woonzorgvisie biedt de kans om als gemeente bindende wederkerige afspraken te maken met woningcorporaties en andere maatschappelijke partijen bij de huisvesting van aandachtsgroepen. Waar van meerwaarde, voor een deel in samenwerking met de gemeenten Uitgeest, Castricum en Heiloo.

2

Dit samenwerkingsverband functioneert op het niveau van de regio Alkmaar en regelt de uitstroom van een aantal aandachtsgroepen naar een eigen woning, waarbij begeleiding naar zelfstandigheid op een verantwoorde manier wordt geregeld. Betrokken partijen zijn gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen.

3

1.3 Aandachtsgroepen De woonzorgvisie richt zich specifiek op de groepen die (op termijn) ondersteuning of zorg nodig hebben of een specifieke woonbehoefte hebben. Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ onder de nationale woon- en bouwagenda wordt gesproken over de volgende aandachtsgroepen:       

Ouderen met een zorgvraag; Mensen die uitstromen uit intramurale voorzieningen vanuit jeugdzorg, beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, detentie; Mensen die rolstoelafhankelijk zijn; Sociaal, medisch en mantelzorg-urgenten; Inwoners met een sociale, psychische of lichamelijke zorgvraag; Dak- en thuislozen; Statushouders.

Tijdens de eerste fase van het visietraject zal de gemeenteraad een keuze maken op welke doelgroepen de woonzorgvisie van de gemeente Bergen zich focust. Het is aan de raad om te besluiten of woonopgaven waar niet perse een zorg- of ondersteuningsvraag aan gekoppeld is, buiten beschouwing gelaten moeten worden. Ook bepaalt de raad of studenten, woonwagenbewoners en arbeidsmigranten een plek krijgen in de woonzorgvisie. Zij worden niet gekenmerkt als aandachtsgroep, hebben een andersoortige woonvraag en geen specifieke zorgbehoefte. Zij doen ook in principe geen beroep op hetzelfde woonaanbod waar de andere groepen op aangewezen zijn. Ook asielzoekers worden niet genoemd in de lijst van aandachtsgroepen en kunnen buiten beschouwing gelaten worden. Het opvangen van deze groep wordt door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) georganiseerd. Tot slot, het vraagstuk rondom de totale woonmarkt wordt in de Woonvisie opgepakt. Complexiteit van de opgave Gezien de complexiteit van de opgave vraagt dit om een gezamenlijke inspanning van de gemeente Bergen, inwoners en de relevante maatschappelijke partners. Denk hierbij aan o.a. woningcorporatie Kennemer Wonen, zorginstellingen en de adviesraad van het sociaal domein.

Alleen denkend en handelend vanuit meerdere perspectieven en in voortdurende verbinding met alle interne en externe stakeholders, kan er een begin gemaakt worden met het vinden van oplossingen. Het creëren van een gezamenlijk beeld op de opgave en het formuleren van gedeelde uitgangspunten voor aanpak en besluitvorming worden verwerkt in een woonzorgvisie. De woonzorgvisie geeft een kader voor het maken van afgewogen keuzes over het verdelen van schaarste aan woningen, geld en hoe zorg en ondersteuning optimaal kunnen worden ingericht.

2. Projectdoelstellingen De hoofddoelstelling van het project is het ontwikkelen van een woonzorgvisie. Dit moet vervolgens worden vastgesteld door de gemeenteraad van Bergen. De woonzorgvisie heeft uiteindelijk tot doel:   

Het definiëren van een visie op wonen en zorg die past bij de politieke ambities van de gemeenteraad, de behoeften en wensen van de bewoners en de samenwerkingspartners; Het vaststellen van de strategische richting voor het verbeteren van de woonzorgkwaliteit; Het creëren van een overkoepelend referentiekader voor het nemen van beslissingen en het plannen van toekomstige ontwikkelingen. 4

3. Subonderdelen ontwikkeling woonzorgvisie De stappen die moeten worden genomen om tot een woonzorgvisie te komen zijn uitgesplitst in twee fases, namelijk (1) Factsheet en (2) Richting bepalen. 3.1 Fase 1: Factsheet Afbakening van de visie In deze stap wordt met de wethouders wonen en sociaal afgestemd wat de insteek wordt van de uiteindelijke visie. Denk hierbij aan de gewenste looptijd van de visie en een afbakening van de doelgroep. Ook wordt stilgestaan bij de koppeling met de bestaande beleidskaders. Uit de verkennende gesprekken met de wethouders is in elk geval naar voren gekomen dat de gemeenteraad woonzorg als prioriteit heeft aangemerkt. Dit houdt in dat de gemeenteraad nauw betrokken moet worden in het formuleren van een kader voor de woonzorgvisie. Daarnaast wordt nauw opgetrokken met de adviesraad van het sociaal domein. De volgende elementen worden in dit onderdeel uitgewerkt: a. Looptijd visie: Loopt deze gelijk met de looptijd van de woonvisie of volgt de woonzorgvisie een eigen pad? Keuzes: 5 jaar, 10 jaar, 15 jaar, >15 jaar. b. Afbakeningen doelgroepen: Over welke doelgroep gaat de woonzorgvisie? Volgt gemeente Bergen de voorgestelde aandachtsgroepen uit het programma ‘een thuis voor iedereen’ of wijkt ze daarvan af? c.

Koppeling met bestaande (beleids-)kaders: Hoe verhoudt de woonzorgvisie zich tot het gebiedsplan Sociale Basis en de huidige te ontwikkelen woonvisie? De woonzorgvisie geeft uitwerking aan de uitgangspunten uit het integraal beleidskader sociaal domein en schetst binnen de kaders van de woonvisie de opgave voor de in de woonzorgvisie genoemde doelgroepen. De relatie met de woonvisie en de koppeling met de overige beleidskaders worden in overleg met de gemeenteraad vastgesteld aan het begin van het project. Hiertoe wordt een voorstel ingediend bij de gemeenteraad. d. Betrokkenheid gemeenteraad: Op welke manier wil de gemeenteraad betrokken worden en wat kan worden afgestemd met het college? Eventueel wordt een opdracht vanuit de raad geformuleerd. Korte analyse en knelpunten Een goede analyse is als basis voor een woonzorgvisie onontbeerlijk. Hierin zijn grofweg twee stappen te onderscheiden: (1) Inzicht in de huidige stand van zaken, kwalitatief en kwantitatief en (2) Inzicht in de behoefte op termijn (10-20 jaar), kwalitatief en kwantitatief. In deze stap wordt relevante informatie en data over trends en ontwikkelingen in de woonzorgsector, demografische gegevens, best practices en ervaringen van andere vergelijkbare gemeenten verzameld.

Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen landelijke ontwikkelingen, ontwikkelingen op het niveau van de BUCH, de regio en ontwikkelingen specifiek voor de gemeente Bergen. Daarnaast wordt een overzicht gemaakt van wat er is opgehaald tijdens voorgaande participatie trajecten. Bij de totstandkoming van de woonvisie, het gebiedsplan Sociale Basis en de prestatieafspraken met Kennemer Wonen is, of wordt al, actief geparticipeerd. De verzamelde 5

gegevens worden geanalyseerd om inzicht te krijgen in de huidige situatie en mogelijke toekomstige behoeften. Op basis daarvan worden knelpunten geschetst voor de gemeente Bergen ten aanzien van de woonzorgbehoefte, voor zover dat al mogelijk is. Voorbeelden van eventuele knelpunten zijn: doorstroming, schaarste passende woningen, van groot naar kleinschalig wonen, draagkracht in wijken en buurten, samenwerking op gebied van wonen en zorg. Deze knelpunten worden kort afgestemd tijdens een overleg met relevante maatschappelijke partners. Denk hierbij aan o.a. woningcorporatie Kennemer Wonen, een zorginstelling en de adviesraad sociaal domein. Resultaat fase 1: Een factsheet met:    

een afbakening van de visie, uitgewerkt in een korte paragraaf; vastgesteld besluit door de gemeenteraad hoe de woonzorgvisie zich verhoudt tot de woonvisie; de woonzorgbehoefte per aandachtsgroep; een geprioriteerde lijst met behoefte en knelpunten.

3.2 Fase 2: Richting bepalen Uitgangspunten en ambities In deze stap worden een aantal oplossingsrichtingen voor de knelpunten uitgewerkt op basis van de vastgestelde woonzorgbehoefte. Vervolgens worden op basis van deze oplossingsrichtingen een aantal ambities geformuleerd. Tijdens een participatietraject wordt input opgehaald bij relevante maatschappelijke partners (zie hoofdstuk participatie). De ambities worden geformuleerd op een manier die een gevoel van enthousiasme en betrokkenheid opwekt, maar ook realistisch zijn. Krachtige woorden die een positieve en impactvolle toekomst oproepen worden gebruikt in de visie. Om de knelpunten en ambities overzichtelijk weer te geven wordt de kapstok van de bestuurlijke prioriteiten uit het integraal beleidskader sociaal domein gehanteerd (passende woningen, doorstroming, leefbaarheid wijken). Resultaat: -

Een besluit over hoe de (lokale) woonzorgvisie zich verhoudt tot de regionale ambitie; Een overzicht met uitgewerkte knelpunten en oplossingsrichtingen; Een overzicht van de overkoepelende ambities; Een uitvoeringsparagraaf; Een lijst met randvoorwaarden.

3.3 Scenario’s proces

6

Naar aanleiding van een brief3 naar de tweede kamer (8 juni 2023) over de voortgang rond het programma 'Een thuis voor iedereen’ is geconstateerd dat de exacte uitwerking van de wet en daarmee de vereisten voor de woonzorgvisie op een aantal onderdelen nog onduidelijk is. Zo is geconcludeerd dat de eerder gecommuniceerde deadline van 2024 niet haalbaar is. Het wetsvoorstel voorziet er nu in dat de woonzorgvisie per 2026 een verplicht onderdeel wordt van het volkshuisvestingsprogramma. Daarnaast wordt in de kamerbrief gerefereerd naar een ‘integraal afgestemde woonzorgvisie’. De exacte eisen ten aanzien van het regionaal afstemmen zijn vooralsnog onduidelijk. Of het een gezamenlijk opgestelde visie moet zijn of een lokale visie die is afgestemd met regiopartners, moet nog nader worden uitgewerkt in het wetsvoorstel. Gezien de demissionaire status van het kabinet is het nog onduidelijk op welke onderdelen het wetsvoorstel eventueel nog zal worden aangepast, en is het onzeker of het zal worden aangenomen in deze vorm. Er zijn verschillende scenario’s denkbaar voor het vervolgtraject. Het is aan de gemeenteraad om zich uit te spreken over het voorkeursscenario. A.

Lokale woonzorgvisie (fase 1 en 2) Beschrijving In dit scenario wordt ervoor gekozen om niet te wachten op duidelijkheid vanuit het Rijk, maar aan de slag te gaan met het ontwikkelen van een lokale woonzorgvisie (fase 1 en 2). De gemeente Bergen kiest haar eigen pad en stemt minimaal af met de gemeenten Uitgeest, Castricum, Heiloo en de overige gemeenten uit de regio (Dijk en Waard, Alkmaar). Voordeel - Snel starten - Autonomie over proces en inhoud - Gedeeltelijk aansluiten op het lopende proces voor het ontwikkelen van de woonvisie - Inhoudelijke opgave voor eventueel regionale

B. Lokale factsheet (fase 1) In dit scenario wordt ervoor gekozen om wel alvast te beginnen met het ontwikkelen van een factsheet, maar te wachten met fase 2 totdat er meer duidelijkheid is over de eisen. Na afronding van fase 1 kan op basis van de gestelde eisen besloten worden hoe fase 2 wordt ingericht.

C. Wachten op meer duidelijkheid In dit scenario wordt ervoor gekozen om helemaal niet te starten met fase 1 en 2, totdat er meer duidelijkheid komt vanuit het Rijk.

- Snel starten - Deze stap moet sowieso worden uitgevoerd. Door te starten met fase 1 is er meer tijd voor fase 2 zodra er duidelijkheid komt vanuit het Rijk. Dat leidt mogelijkerwijs tot een zorgvuldiger proces.

- Zeker weten dat factsheet, participatietraject en uiteindelijke visie voldoen aan eisen vanuit het Rijk. - Er kan prioriteit worden aangebracht in analyse en focuspunten van de visie aan de hand van de

3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/06/08/kamerbrief-over-voortgangprogramma-een-thuis-voor-iedereen#:~:text=Dit%20programma%20heeft%20als%20doel,juiste%20zorg%2C %20ondersteuning%20en%20begeleiding.

7

opgave vooraf inzichtelijk

Nadeel

- Participatietraject en uitkomsten woonzorgvisie sluiten mogelijkerwijs niet aan bij eisen vanuit het Rijk - In een later stadium mogelijk woonzorgvisie aanpassen (is dubbel werk) - Proces wijkt af van de gemeenten Uitgeest, Castricum en Heiloo. Verlies van synergie en schaalvoordelen.

- Op basis van de analyse kan een onderbouwd gesprek gevoerd worden met de regio over aanknopingspunten voor een gezamenlijke visie als de uitkomst van de factsheet daarom vraagt. - Proces loopt synchroon met de gemeenten Uitgeest, Castricum en Heiloo. Dit leidt mogelijkerwijs tot synergie en schaalvoordelen. - Gedeeltelijk aansluiten op het lopende proces voor het ontwikkelen van de woonvisie - De factsheet wordt mogelijk te breed ingestoken, waardoor mogelijk te veel informatie wordt onderzocht. - Beperkte mogelijkheid om prioriteit aan te brengen in analyse.

opgelegde eisen - Lessen uit het proces voor de woonvisie kunnen worden meegenomen in de inrichting van het proces voor de woonzorgvisie. - In de tussentijd kan prioriteit worden gelegd op andere lopende projecten en werkzaamheden (buiten Woonzorg om).

- Verlies van kostbare tijd door te wachten. Dit leidt mogelijkerwijs tot een onzorgvuldiger traject voor fase 2 als pas laat duidelijkheid komt vanuit het Rijk. - Proces wijkt af van de gemeenten Uitgeest, Castricum en Heiloo. Verlies van synergie en schaalvoordelen.

Het gekozen scenario is van invloed op de planning en de inzet van het projectteam.

4. Participatie 8

De gemeente Bergen heeft een beleidskader ten aanzien van participatie uitgewerkt. Dit beleidskader is leidend in het organiseren van participatie op de woonzorgvisie. Tijdens het participatie traject zal de gebiedsregisseur een adviserende rol vervullen. Met de communicatieadviseur wordt regelmatig afgestemd over hoe de stakeholders moeten worden bereikt. 4.1 Stakeholders Het is cruciaal om een woonzorgvisie te ontwikkelen met stakeholders. De visie moet immers aansluiten bij de ontwikkelingen en behoeften die er spelen. Qua stakeholders kunnen we denken aan o.a. huurdersorganisaties, woningcorporaties, zorginstellingen en cliëntvertegenwoordigers. Daarnaast is een belangrijke rol weggelegd voor de adviesraad sociaal domein. Er is al participatie geweest naar aanleiding van de prestatieafspraken met Kennemer Wonen, de ontwikkeling van de woonvisie en het gebiedsplan Sociale Basis. Het doel is om de opbrengst uit deze trajecten te toetsen op relevantie voor de woonzorgvisie en alleen daar waar aanvulling nodig is participatie te organiseren. 4.2 De gemeenteraad De gemeente Bergen heeft een raadsakkoord. Hierin is woonzorg aangemerkt als prioriteit voor de raad. Dit houdt in dat de gemeenteraad nauw betrokken moet worden bij de kaderstelling van de woonzorgvisie en richtinggevende besluiten.

De gemeenteraad heeft de volgende taken en verantwoordelijkheden bij het opstellen van de woonzorgvisie: -

Raadsopdracht formuleren; Vaststellen (beleids)kader en relatie met overige beleidskaders; Inhoudelijke debatten over de inhoud van de visie; Besluiten nemen; Betrekken van de inwoners, door middel van raadsinformatiebijeenkomsten; Toezicht houden op de uitvoering (in een later stadium).

4.3 Participatieproces Participatie is een proces op maat. Om het niveau van invloed te duiden wordt gebruik gemaakt van de ‘participatieladder’. Binnen een participatieproces kan de participatievorm per projectfase (of zelfs onderdelen van projectfasen) verschillen. Daarover worden voorafgaand aan een project afspraken gemaakt, zodat duidelijk is op welk niveau van de ladder deelnemers zich bevinden. In het beleidskader participatie worden vier niveaus onderscheiden: 1. Meeweten (elkaar informeren), 2. Meedenken (elkaar raadplegen of adviseren), 3. Meedoen (samen dingen doen en maken) en 4. Meebeslissen (samen beslissen). Tijdens de ontwikkeling van de visie zal met uitzondering van de gemeenteraad niet verder worden geparticipeerd dan niveau 2. Meedenken (elkaar raadplegen of adviseren). Tijdens het participatie proces zullen woningcorporatie Kennemer Wonen en de adviesraad sociaal domein een actieve rol vervullen. Zij zullen actief meedenken en een adviserende rol vervullen. Ook zullen zij aansluiten bij de bijeenkomsten en relevante kennis delen met het projectteam. Denk hierbij aan de uitkomsten van de tevredenheidenquête die is uitgezet onder de bewoners en de signalen die zij opvangen in de wijken of bij zorginstellingen. 4.4 Kosten participatietraject 9

Aan het organiseren van participatie zijn kosten verbonden. Deze kosten ontstaan door voorbereidende werkzaamheden van de projectgroep, communicatieadviseur en de projectleider, het huren van een locatie (optioneel) en het verwerken van de uitkomsten. Daarnaast wordt rekening gehouden met organisatiekosten. In eerdere gesprekken met de wethouder sociaal is aangegeven dat de gemeente Bergen participatie belangrijk vindt. Passend bij de ontwikkelingen die reeds zijn ingezet wordt er in het geval van de ontwikkeling van de woonzorgvisie voorgesorteerd op een Intensief traject. Bij een intensief participatietraject wordt er een aanzienlijke inspanning geleverd om stakeholders actief te betrekken. Dit kan inhouden dat er meerdere intensieve workshops, focusgroepen of individuele gesprekken worden georganiseerd. Er wordt veel tijd besteed aan het analyseren en verwerken van de input van stakeholders, wat tot uitgebreidere en diepere inzichten kan leiden. In een intensief participatietraject worden ook gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de doelgroepen waarover de woonzorgvisie gaat. Daarnaast wordt de gemeenteraad nauw betrokken bij de totstandkoming van de visie. Dit niveau brengt hogere kosten met zich mee, waarbij de geschatte kosten voor een bijeenkomst in de richting van €2500 of meer kunnen gaan.

5. Proces -en projectmanagement 5.1 Bestuurlijk – en ambtelijk opdrachtgeverschap Het bestuurlijk opdrachtgeverschap is belegd bij de wethouder sociaal en de wethouder wonen. De wethouder sociaal is eindverantwoordelijk. Het ambtelijk opdrachtgeverschap is belegd bij teammanager beleid van domein Dienstverlening en SamenLeven. 5.2 Stuurgroep Na afronding van elk onderdeel worden de tussentijdse resultaten teruggekoppeld aan een stuurgroep. De stuurgroep bestaat uit de bestuurlijk- en ambtelijk opdrachtgevers en de projectleider. Ter voorbereiding op de stuurgroepbijeenkomst zal de projectleider een memo opstellen waarin over de voortgang wordt gerapporteerd. De conceptversie van de visie wordt eerst besproken met de wethouders sociaal en wonen alvorens deze aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Afstemmingsmoment Resultaat 1. Doel en afbakening Resultaat 2. Analyse en knelpunt Resultaat 3. Uitgangspunten en ambities

Input Scope voldoende helder? Zijn de uitdagingen voldoende helder en is de opgave duidelijk? Waar zit het gat? Sluiten de uitgangspunten en ambities aan bij de woonvisie, gebiedsplan en IBK?

Conceptvisie

Wanneer? Afhankelijk van gekozen scenario Afhankelijk van gekozen scenario Afhankelijk van gekozen scenario Afhankelijk van gekozen scenario

5.3 Ambtelijke projectgroep en organisatorische inzet 10

Voor het ontwikkelen van de woonzorgvisie is een ambtelijke projectgroep vereist. De projectgroep bestaat naast de projectleider uit een ondersteuner en vertegenwoordigers van het domein Dienstverlening en SamenLeven en domein Ruimtelijke Ontwikkeling. De projectleider is verantwoordelijk voor:      

Aanspreekpunt bestuurlijk- en ambtelijke opdrachtgevers; Voorbereiden van ambtelijke besluitvormingsproces (o.a. terugkoppeling in het strategisch overleg Dienstverlening en SamenLeven); Voorbereiden van bestuurlijke besluitvormingsproces (o.a. terugkoppeling wethouders sociaal en wonen, collegeadviezen, informeren van de raad); Ontwikkelen van de woonzorgvisie; Regievoerder over het participatietraject (o.a. contact met de betrokken stakeholders, het voorbereiden van de participatiebijeenkomsten en verslaglegging); Voorzitten van ambtelijke projectgroep bijeenkomsten.

De vertegenwoordiger vanuit het domein Ruimtelijke Ontwikkeling (senior beleidsmedewerker Beleid en Vastgoed) brengt inhoudelijke expertise mee, zorgt voor een koppeling met de bestaande beleidskaders en lopende afspraken, sluit aan bij inhoudelijke werksessies met stakeholders en is een kritische tegenlezer. Vanuit domein Dienstverlening en SamenLeven zal wisselend worden aangesloten in de projectgroep. De reden hiervoor is dat de behoefte van de aandachtsgroepen waarover de woonzorgvisie gaat uiteenlopen en dat de expertise van de medewerkers verspreid is over het domein Dienstverlening en SamenLeven. De verschillende expertises worden op afroep ingezet. Denk hierbij aan expertise op disciplines Wmo, jeugdzorg, inburgering en een medewerker uit team Preventie.

6. Planning 11

De planning is sterk afhankelijk van het gekozen scenario (A, B of C). In onderstaand overzicht is een concept planning gepresenteerd, waarin wordt uitgegaan van het doorlopen van het hele traject (scenario A), met een startdatum van 1 februari. In dat geval staat de oplevering gepland op 1 december 2024. In de planning is ook aangegeven waar fase 1 zou eindigen (scenario B). Jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sept

Okt

Nov Dec

Raadsbesluit: vaststellen startnotitie Projectgroep gereed 1. Doel en afbakening Raadsbesluit: vaststellen relatie woonvisie en woonzorgvisie 2. Analysen en knelpunten 3.

Afronding Fase 1

Uitgangspunte n en ambities

Participatie proces Afstemming stuurgroep (en gemeenteraad) Conceptvisie en besluitvorming

7. Financiën De kosten voor het ontwikkelen van de startnotitie, het bestuurlijk besluitvormingsproces en de ontwikkeling van een factsheet voor de woonzorgvisie waren geraamd op €29.225,-. Een deel van deze kosten, € 15.915,zijn reeds gemaakt in 2023 en een deel, € 13.310, worden gemaakt in 2024. In de 1e Voortgangsrapportage 2023 van Werkorganisatie de BUCH waren alleen voor 2023 kosten begroot voor het opstellen van de Woonzorgvisie. De genoemde kosten voor 2023 ad. € 15.915,- zijn hieruit gedekt. Aan de raad wordt voorgesteld de kosten voor 2024 ad. € 13.310,- te dekken uit het begrotingssaldo. Als meer duidelijkheid is over de totale verwachte kosten in 2024 en gestart wordt met fase 2, wordt formeel de taak met budget overgedragen aan Werkorganisatie BUCH.

12

8. Risico’s en beheersmaatregel Onderwerp Afstemming woonvisie en woonzorgvisie

Risico Onduidelijkheid over de relatie tussen de woonvisie en de woonzorgvisie.

Lokaal vs. Regionale uitwerking

Er worden vier trajecten uitgevoerd die in grote mate hetzelfde resultaat opleveren (BUCH). Dit kost mogelijk meer tijd (want meer afstemming). De mogelijke synergie tussen de gemeenten in de oplossingen wordt onderbenut. De woonzorgvisie sluit niet aan op het gestelde kader en de behoeften vanuit de raad.

Betrokkenheid raad

Bemensing project onvoldoende en onduidelijk

Als het project onvoldoende bemenst is, zal het traject vertraging oplopen en in het ergste geval niet van de grond komen.

Opdrachtgeverschap onduidelijk

Weinig begeleiding en sturing leidt tot het uit elkaar lopen van de verwachtingen t.a.v. het resultaat. Dit zorgt mogelijk tot vertraging en tot meerkosten omdat de doelen niet worden behaald. De projectleider wordt teveel ingezet voor andere lopende dossiers. Projectleider heeft hierdoor te weinig tijd om conform het plan van aanpak de factsheet te ontwikkelen.

Projectleider buiten scope

Beheersmaatregel In het proces is een stap opgenomen waarin wordt uitgewerkt hoe de woonzorgvisie zich verhoudt tot de woonvisie. Er worden een aantal scenario’s aan de raad voorgelegd en de raad kan daar zijn voorkeur over uitspreken. Gedurende het project oog houden voor waar regionaal voordelen te behalen vallen en dit bespreekbaar maken met bestuurders. De raad in een vroegtijdig stadium meenemen bij het ontwerpen van het proces, de kaderstelling en de besluitvorming. Verwachtingsmanagement aan de voorkant. Er is een projectleider en een projectgroep beschikbaar om de verschillende stappen op inhoud en proces mee uit te voeren. De projectleider heeft een duidelijke ambtelijk opdrachtgever met voldoende mandaat en kennis van zaken.

Het plan van aanpak is de rode draad voor de uitvoering van het traject. Activiteiten die logischerwijs geen bijdrage leveren aan de visie kunnen worden terug geduwd richting de organisatie.

13

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5018/documents/39034