bij Speelruimteplan Bergen 2024-2033 v2.pdf
Tekst van het document
Buitenspelen in de gemeente Bergen Speelruimteplan gemeente Bergen 2024-2033
Inhoudsopgave
2
Inleiding 3 Samenvatting 4 Deel 1 - Visie op spelen 1. Spelen is meer dan kinderspel 2. Voorbij de veerwip 3. Wat gaat al goed? 4. Wat willen we beter doen?
5 6 9 11
Deel 2 - Kaders voor uitvoering 5. De buurtspeelplek 13 6. De kleine speelplek 13 7. Samenwerken en participatie 14 8. Kaders voor nieuwbouw 15 Deel 3 - Uitvoeringsplan 2024-2033 9. Uitvoeringsopgave 2024-2033 16 10. Verbetermogelijkheden 17 11. Beschikbare middelen 18 12. Uitvoeringsplan 2024-2033 19 12. Exploitatiebudget 20 13. Speelruimteplan Gemeente Bergen 21 Bijlage A - uitvoeringsprogramma 2024-2033 Bijlage B - speelruimtekaarten Bijlage C - verslagen wijkwandelingen Bijlage D - onderzoeksrapportage (apart document)
Titel Buitenspelen in de gemeente Bergen Opdrachtgever Gemeente Bergen Opdrachtnemer Speelplan BV www.speelplan.nl
Datum November 2023
Kinderen van de Driemaster tijdens de wandeling in Egmond aan Zee
Inleiding
3
Opzet rapportage Het speelruimteplan bestaat uit drie delen. Een visie op spelen, kaders voor uitvoering en het uitvoeringsplan zelf voor de periode 2024-2033 (met doorkijk voor daarna). De eerste twee delen beschrijven vooral het belang van spelen en de wijze waarop naar speelruimte kan worden gekeken door de gemeente. Het derde deel beschrijft de uitvoeringsopgave voor de komende jaren. Dit bestaat deels uit reguliere vervangingen, maar stelt ook ingrepen voor die gericht zijn op de verbetering van het huidige speelaanbod. Naast dit speelruimteplan is er een onderzoeksrapportage gemaakt waarin de bevindingen uit de rondgang en de wandelingen zijn terug te vinden, overzichtelijk geordend per kern, wandeling of speelplek en samengevat in de verschillende speelruimtekaarten. Aan de hand van dit onderzoek zijn per kern verbetermogelijkheden in beeld gebracht.
Huidige situatie Hoewel tijdens het onderzoek de hele openbare ruimte is bezocht en bekeken, staat in het speelruimteplan (met name in deel 3) de formele speelvoorziening centraal. Dit zijn de openbare speel- en beweegplekken die in beheer zijn van de gemeente.
• • • •
In Bergen liggen 70 openbare speel- en beweegplekken met in totaal 340 speel- en sporttoestellen zoals een glijbaan, wip of complete voetbalkooi. De totale vervangingskosten (inclusief valdempende ondergronden, ontruiming, levering, plaatsing en bijbehorende projectkosten) worden geraamd (prijspeil 2023) op ruim € 2,8 miljoen. Dit komt neer op ongeveer € 40.000,-/locatie. Ruim 70 kinderen van basisscholen hebben een rondleiding in hun buurt/dorp gegeven tijdens 8 buurtwandelingen, verdeeld over de kernen. Verslagen van de deelnemende scholen zijn opgenomen in bijlage C. De Kinderburgemeester (Sophia Mourão Bakker) als vertegenwoordiger van de jeugd. Deskundigen binnen de gebieden (de Egmonden, Bergen en Schoorl) zoals de jongerenwerkers van Stichting Welzijn Bergen en de gebiedsregisseurs per kern. De Adviesraad Sociaal Domein, Sportraad Bergen en diverse ambtelijke beleidsadviseurs.
Tussen de regels van de speelruimtevisie door is af en toe een gekleurd kader te vinden met extra informatie. Dit is wat de verschillende kleuren betekenen:
Belangrijk - Belangrijke zijweg, aanvullende toelichting of een koppeling naar een relevante rapportage.
Goed voorbeeld - Soms zijn bestaande plekken al heel goed. Deze worden in dit kader uitgelicht als goed voorbeeld voor andere plekken of kernen.
Wandelingen - Input vanuit de wandelingen door diverse kernen met kinderen als experts in buitenspelen én kritische vertegenwoordigers van hun school en buurt.
Stakeholders - Input vanuit de gesprekken met beleidsadviseurs, jongerenwerkers, gebiedsregisseurs en andere partijen die zich bezighouden met spelen en bewegen.
Samenvatting
4
Uitvoeringsplan 2024-2033 Het uitvoeringsplan voor de komende tien jaar bestaat uit twee delen: • •
De herinrichting van 48 van de huidige 70 speel- en beweegplekken. Hiervoor is een basis investeringsbudget benodigd van bijna € 2,0 miljoen. De koppeling van 21 van de voorgestelde 31 verbetervoorstellen om de bestaande speel- en beweegplekken te verbeteren op onderwerpen als inclusiviteit, variatie en het verbreden van het aanbod voor andere doelgroepen. 10 van de 31 voorstellen komen pas ná 20233 aan bod voor uitvoering.
Voor de uitvoering van de voorgestelde ingrepen in komende tien jaar € 2.225.000,- nodig. Naast het benodigde budget voor herinrichtingen, verbeteringen en nieuwe locaties is er een jaarlijks explotatiebudget voor het uit te voeren onderhoud. Hierbij wordt uitgegaan van een benodigd budget van € 40.000,-/jaar. Dit is ruim € 6.000,-/jaar hoger dan het nu beschikbare budget van € 33.598,-/jaar. Deze stijging heeft met name te maken met gestegen kosten voor materialen en arbeid, maar ook het verhogen van de inspectiefrequentie.
Aan de slag Met de verbetervoorstellen kan de komende jaren gericht worden gewerkt aan de verbetering van de openbare speel- en beweegruimte. Hierbij krijgen bewoners volop mogelijkheden om mee te denken, zelf ideeën aan te dragen voor her te ontwikkelen locaties en kunnen wellicht interessante samenwerkingen ontstaan om te zorgen dat kinderen, maar eigenlijk alle inwoners worden gestimuleerd buiten te komen spelen. Naast voldoende middelen is het belangrijk om ook voldoende tijd (capaciteit) vrij te maken voor uitvoering en om de gewenste mate van participatie met bewoners goed vorm te geven. In het kader van kwaliteitsbewaking wordt elke drie jaar een evaluatie uitgevoerd om de uitvoerbaarheid en het effect van de verbetervoorstellen te beoordelen. Waar nodig kunnen planning, urgenties, aanpak en financiën vervolgens worden bijgesteld. A. B. C.
Inzetten op goede buurtplekken voor iedereen, met of zonder beperking Meer variatie in het speelaanbod Verder versterken beweegplekken voor jong en oud
Aan elk thema is een serie acties gekoppeld om de ambities te concretiseren. Deze acties zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma en bijbehorende uitvoeringsplan 2024-2033.
Deel I - Visie op Spelen
5
1. Spelen is meer dan kinderspel! Voor kinderen is een goede openbare speelruimte van belang voor hun motorische, zintuigelijke, sociale, creatieve en emotionele ontwikkeling. Tijdens het buitenspelen komen kinderen in nieuwe situaties terecht, kunnen ze vooral doen waar ze zelf zin in hebben of mogen ze juist regels maken voor zelfbedachte spelletjes. Er zijn buiten veel meer lichamelijke uitdagingen en zintuigelijke prikkels (geuren, geluiden, zicht, tastzin). Kinderen die veel (zelfstandig) buitenspelen leren samen te spelen, uitdagingen aan te gaan, teleurstellingen te verwerken, maar ook grenzen te verleggen en hun fantasie vorm te geven. Ze moeten problemen oplossen, (motorisch én sociaal) en ze leren hun eigen buurt goed te ontdekken (vriendjes, geheime plekken, leuke bestemmingen en activiteiten). Buiten spelen staat synoniem voor vrije tijd en doen waar je zin in hebt. Kinderen, maar ook volwassenen en ouderen zouden daarom veel vaker buiten moeten bewegen. Goed ingerichte speelplekken stimuleren kinderen (en ook volwassenen) om naar buiten te gaan en samen te komen. Goed ingerichte buurten zorgen ervoor dat kinderen ook eerder zelfstandig op pad mogen. Het is daarom belangrijk dat een speelruimtevisie niet alleen iets zegt over speelplekken, maar over de buitenruimte als geheel.
Wanneer kinderen buiten spelen, doen zij dat immers voor het grootste deel buiten de daarvoor ingerichte speelplekken. Het gaat dan om speelruimte zoals de stoep, de eigen tuin, de straat, in het park of andere groene ruimte. Buitenspelen is niet alleen goed voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Voldoende en aantrekkelijke speelruimte is tevens goed voor de positieve beleving en leefbaarheid van een wijk. Zeker als gekozen wordt voor de juiste inrichting kunnen speel- maar ook beweegplekken een belangrijke ontmoetingsfunctie vervullen. Goed geplaatste bankjes op een speelplek stimuleren ontmoeting (ook tussen ouders/grootouders). Oudere kinderen kunnen goed ingerichte speel- of beweegplekken gebruiken als ontmoetingsplek om na school af te spreken, samen te sporten en/of spelen of om op ontdekkingstocht te gaan. Belangrijk - In de (ontwerp) Omgevingsvisie (2021) wordt het belang van een gezonde leefomgeving benadrukt als "omgeving die aanleiding geeft om te bewegen, te sporten of te spelen." Een omgeving die gezondheid stimuleert door inwoners uit te nodigen gezonde keuzes te maken. Tevens wordt hierin de koppeling gemaakt tussen een gezonde leefomgeving, ontmoeting en (aantrekkelijk) groen. Dit speelruimteplan sluit aan op de ambities in de omgevingsvisie.
2. Meer dan de veerwip Spelen gaat dus over veel meer dan speeltoestellen alleen. Steeds vaker gaat spelen ook over beweging, gezondheid, toegankelijkheid, ontmoeting en leefbaarheid. Beweging en gezondheid Kinderen, maar ook volwassenen die veel buiten zijn, bewegen meer en dragen daarmee bij aan een gezonde leefstijl. Door kinderen van jongs af aan te stimuleren dat voldoende beweging een vast onderdeel van de dag is, wordt het voor hen als volwassenen en ouderen ook vanzelfsprekender om op latere leeftijd voldoende te blijven bewegen. Ook hierbij geldt dat het belangrijk is om de openbare ruimte beweegvriendelijk in te richten voor zowel jong als oud. Een uitdagende ‘tussengroep’ hierin zijn de jongeren. Waar kinderen nog een vanzelfsprekende beweegdrang hebben, lijkt deze bij jongeren af te nemen en als volwassen met moeite terug te komen. Juist voor jongeren en jongvolwassenen is het daarom van belang om te voorzien in goede beweegplekken. De laatste jaren zijn er meerdere ontwikkelingen gaande om er voor te zorgen dat meer mensen (van jong tot oud) naar buiten gaan. Naast het (her)inrichten en verbeteren van beweegplekken wordt hierbij ook ingezet op programmering. Zo worden er activiteiten georganiseerd door de buurtsportcoaches van Holland Sport en jongerenwerkers van de Stichting Welzijn Bergen.
6 Goed voorbeeld - Het in 2022 ingerichte sportpark bij Dorpshuis de Schulp en jongerencentrum JOEB is een goed voorbeeld van een combinatie van speel- en beweegmogelijkheden voor jong én oud. Let ook op het detail van de fiets-stoelen op deze locatie!
Belangrijk - In de beweegrichtlijnen van de gezondheidsraad (2017) is aangegeven dat volwassenen tenminste 2,5 uur/week matig intensief moeten bewegen en kinderen minstens 1 uur/dag. Dit verlaagt het risico op chronische ziektes als diabetes, hart- en vaatziekten, depressiviteit en, bij ouderen, botbreuken. Uit het Gebiedsplan Sociale Basis blijkt dat 82% van de kinderen van 4-11 jaar in de gemeente hieraan voldoet. Bij de jongeren van 12-16 jaar ligt dit percentage nog maar op 21%. Het is mede ook daarom dat in het Sport- en Beweegakkoord (2020) en Sportakkoord II (2023) de missie wordt benoemd om "echt iedereen een leven lang plezier in sport en beweging te laten hebben". Dit richt zich met name ook op volwassenen en senioren. Naast activiteiten voor kinderen en jongeren pleit het sport- en beweegakkoord daarom ook voor bijvoorbeeld beweegroutes en -tuinen in de gemeente. Op bestaande plekken zien we dat ook al terug (zoals links bij JOEB). Zeker in een vergrijzende gemeente als Bergen is het belangrijk daarnaast juist ook in te zetten op het doorzetten van de beweeglijn en-behoefte vanuit de jeugd. Dit komt ook terug in een haalbaarheidsonderzoek naar een Pumptrack in Schoorl. Samenspeelplekken Nederland heeft in 2016 het VN verdrag Handicap (rechten voor mensen met een beperking) geratificeerd.
Met de ondertekening wordt de belofte gemaakt hindernissen voor deze groep weg te nemen en het mogelijk te maken dat zij gelijkwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving. Speel- en beweegplekken zijn belangrijke openbare voorzieningen; voor zowel de fysieke, maar zeker ook sociale ontwikkeling (vriendschappen sluiten). Hier moet iedereen gebruik van kunnen maken. De gemeente Bergen wil hiermee rekening houden bij de inrichting van de toekomstige speel-, sport- en beweegruimte. Met name bij de grotere speelplekken wordt ingezet op het maken van een samenspeelplek door extra aandacht te geven aan toegankelijkheid en bespeelbaarheid van deze locaties. Belangrijk - In de inspiratiebundel Aan de slag met Samenspelen (VNG:2019) wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde 100-70-50-richtlijn voor Samenspeelplekken:
• • • Recent aangelegd sportpark in Egmond Binnen (aan de Visweg)
Een kind of inwoners met een beperking moet zich 100% welkom voelen; 70% van de speelplek moet voor iedereen toegankelijk zijn (paden, ondergronden) 50% van de speelaanleidingen moet bespeelbaar zijn voor ieder kind.
7 Ontmoeting Buitenspelen, sporten en bewegen is niet alleen goed voor de fysieke of cognitieve ontwikkeling van gebruikers. Voldoende en aantrekkelijke speelruimte is tevens goed voor de positieve beleving en leefbaarheid van een wijk. Zeker met de juiste inrichting kunnen speel- maar ook beweegplekken een belangrijke ontmoetingsfunctie vervullen. Het is belangrijk om hierbij te investeren in de verblijfswaarde, door het maken van verblijfsplekken. Voor (groot)ouders van jonge kinderen is het bijvoorbeeld prettig als er bankjes bij een speelplek staan, maar ook beschutting door bomen draagt sterk bij aan de verblijfswaarde. Bij ontmoetingsplekken voor jongeren is, naast een aantrekkelijke inrichting, de juiste locatiekeuze essentieel. Hierbij is het belangrijk naast de doelgroep zelf (jongeren) ook omwonenden te betrekken. Wandelingen - Tijdens de wandelingen bleek, voor veel kinderen, dat de aanwezigheid van andere kinderen om mee samen te spelen, dé belangrijkste reden is om zelf ook naar buiten te gaan. Door te investeren in een plek waar kinderen graag willen verblijven, wordt de kans vergroot dat kinderen elkaar daar vaker treffen.
Stakeholders - Met betrekking tot jongeren heeft een goede jongerenplek niet alleen ten doel dat jongeren elkaar ontmoeten of in beweging komen, maar ook dat jongerenwerkers in contact komen met de jongeren en passende activiteiten kunnen organiseren. Hierdoor blijven jongeren beter in zicht en kan er, waar nodig, passende begeleiding of ondersteuning worden aangeboden. Leefbaarheid en klimaatbestendigheid Het belang van goede speelruimte gaat steeds meer over het vergroten van de leefbaarheid in de wijk. Speelplekken moeten plekken met een hoge verblijfswaarde zijn die de sociale cohesie in de buurt vergroten en zorgen voor een gezonde wijk waarin voldoende bewogen wordt. Gebruikers moeten aangetrokken worden en langere tijd willen verblijven. Naast voldoende uitdaging en voorzieningen als een bankje gaat het hierbij om de klimaatbestendigheid van deze plekken. Zomers worden steeds warmer, regenbuien steeds heftiger. Plekken met vooral (donkere) verharding en RVS toestellen warmen daardoor ontzettend op én zijn vaak matig Wandelingen - Tijdens de wandelingen is gevraagd naar de favoriete plekken van de kinderen (en waarom juist deze plekken zo populair zijn). Plekken met veel beschutting zijn vooral populair in de zomer.
Dit heeft niet alleen met de schaduw te maken overigens, dit zijn ook plekken waar je beter (zeker in de zomer) verstoppertje kunt spelen en waar je prima kunt picknicken. Dit zijn ook belangrijke voorwaarden voor de vrije speelruimte. Kinderen trekken zodoende graag de duinen en bossen in.
in het afvoeren van overtollig regenwater. Dit beperkt (zeker in de zomer) de verblijfswaarde van dergelijke plekken. Door speelplekken te vergroenen wordt de klimaatbestendigheid vergroot. Enkele voordelen van vergroening:
• •
• •
Leefklimaat: Meer groen in plaats van verharding vermindert hitte- en wateroverlast en zorgt voor een beter leefklimaat voor inwoners en dieren; Verblijfswaarde: Door de plaatsing van bomen ontstaat meer beschutting op speelplekken. Dit kan, zeker in hete zomers hittestress tegengaan (het verschil in temperatuur kan oplopen tot 15 graden in de schaduw) waardoor het sterk bijdraagt aan de verblijfswaarde van een (speel)plek. Daarnaaast zorgen bomen voor extra waterbuffering, -infiltratie en verdamping; Invloed: Speelplekken zijn bij uitstek geschikte locaties voor vergroening. Als gemeente heb je invloed op de inrichting (in tegenstelling tot particuliere tuinen); Gevarieerd speelaanbod: Groen kan naast meer traditionele spelvormen met toestellen een goede speelaanleiding zijn. Groen biedt andere (avontuurlijke) speelmogelijkheden die lastiger te creëren zijn met toestellen (hutten bouwen, verstoppen). Dit spreekt vervolgens weer andere cognitieve ontwikkelaspecten aan bij kinderen (o.a. creativiteit). Belangrijk - In het Klimaatadaptatiebeleid zijn klimaatbestendige uitgangspunten opgenomen voor de herinrichting van bestaande openbare ruimte (waaronder ook speelplekken) en nieuwbouw. Hierbij gaat het om de thema's wateroverlast, hittestress, natuurinclusie en biodiversiteit. In de kaders voor uitvoering (deel 2) wordt hier verder op ingegaan.
8
Ontwikkelingen binnen de speelruimte Naast bovengenoemde thema’s zijn er ook ontwikkelingen op het gebied van de speelplek zelf. Zo is de natuurlijke speelplek nog altijd aan een opmars bezig (zie ook leefbaarheid en klimaatbestendigheid) en komt er steeds meer aandacht voor de vrije speelruimte. Dit is simpelweg (lege) ruimte waar kinderen zelf spel kunnen bedenken, zoals de stoep, een grasveldje of gebied met heuvels, bomen of betonnen poefs. Een goede speelplek (ook met speeltoestellen) bestaat voor een deel uit vrije speelruimte. Maar ook de openbare ruimte zelf is (grotendeels) vrije speelruimte. Spelen in de vrije ruimte kan worden gestimuleerd. Mogelijkheden liggen er bijvoorbeeld in bespeelbare kunst of meer traditionele speelaanleidingen als een hinkelbaan, stapstammen in het groen of een knikkertegel. Kaders voor de toepassing van speelaanleidingen en bespeelbare kunst zijn te vinden in deel 2 van dit rapport. Vaak ontstaat spel in de vrije speelruimte echter spontaan omdat kinderen zelf spel bedenken of omdat het landschap daar aanleiding toe geeft, zoals in de duingebieden in en rondom de verschillende kernen. Naast de hernieuwde aandacht voor de vrije speelruimte, zijn er ook ontwikkelingen op de speelplek zelf. Een goed voorbeeld zijn de interactieve speeltoestellen. Dit zijn objecten die reageren op acties van de gebruiker.
Ze leiden spelletjes en geven opdrachten, maar houden bijvoorbeeld ook de scores bij tijdens een wedstrijd. Ook worden steeds nieuwe uitdagingen bedacht voor gevorderde spelers. Een andere innovatieve ontwikkeling is de mobiele, vaak tijdelijke, speel- of beweegplek. Dit is bijvoorbeeld handig in een nieuwbouwwijk, maar ook om tijdelijk een impuls te geven aan een buurt of park op gebied van spelen, sport of inclusie. Ook worden tijdelijke plekken ingezet om te testen of een locatie geschikt is voor een definitieve inrichting.
Boven: voorbeelden van interactieve toestellen (Yalp en Fuze Field) - Midden: voorbeeld van een tijdelijke beweegplekken (Nijha). Onder: particuliere speeltoestellen in de openbare ruimte van Bergen.
9
3. Wat gaat al goed? Een uitgebreid verslag van de positieve of negatieve bevindingen en verbetermogelijkheden met betrekking tot het spelen in de gemeente Bergen, uitgesplitst per kern, is te vinden in de Onderzoeksrapportage Speelruimte in de gemeente Bergen (maart 2023). Spreiding formeel aanbod Het aanbod van formele speelvoorzieningen is goed verspreid over de meeste kernen van Bergen. De afstand tot een speelplek is daardoor vaak goed beloopbaar. Alleen de noord- en westkant van de kern Bergen en de zuidkant van Schoorl en Groet zijn beperkt voorzien. Dit wordt echter gecompenseerd in deze gebieden met de nabijheid van bossen, duinen en andere vrij invulbare speelruimte in het groen. Buurtplekken De meeste plekken zijn geclassificeerd als "kleine speelplek" (40x) of beweegplek (19x). Er zijn slechts 11 zogenoemde buurtplekken. Op deze plekken wordt, door een goede inrichting en voldoende ruimte, de hele buurt uitgenodigd om te komen spelen, bewegen en ontmoeten. Deze buurtplekken liggen wel goed verdeeld over de gemeente, waardoor er in elke kern tenminste één buurtplek gelegen is. Deze buurtplekken zijn vaak ook nog eens aangenaam ingericht met veel groen, waardoor de klimaatbestendigheid en verblijfswaarde (voldoende beschutting) goed is. Op het gebied van inclusiviteit zijn er wel stappen te maken.
Hierbij valt te denken aan een toegankelijke entree voor rolstoelgebruiker of een pad door de speelplek. Belangrijk - In het speelruimte-onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen voorzieningen:
• • •
Kleine speelplek (40 van de 70 plekken): vooral ingericht voor direct omwonenden en jonge kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek mogen. Ligt vaak beschut in de woonomgeving zodat goede sociale controle mogelijk is; Buurtspeelplek (11 van de 70 plekken): Een (bij voorkeur centrale) plek in de buurt met een belangrijke ontmoetingsfunctie, uitgebreidere en uitdagendere inrichting en meer ruimte. Bedoeld om inwoners uit de hele buurt aan te trekken; Beweegplek (19 van de 70 plekken): Voorziening met alleen een sportfunctie zoals een voetbalkooi, trapveld of jeu de boulesbaan.
Belangrijk - In het Gebiedsplan Sociale Basis én de (ontwerp) Omgevingsvisie blijkt het belang van (kwalitatief) openbaar groen in de waardering van inwoners van hun leefomgeving en de leefbaarheid. Zo geeft bijna 100% van de inwoners aan tevreden te zijn met de leefomgeving, waarbij als belangrijkste kenmerken het gebruiksgroen, fiets- en wandelmogelijkheden en het kijkgroen worden genoemd.
Voorbeelden van vrije speelruimte door de gemeente heen. Meer voorbeelden, gesplitst per kern zijn te vinden in de onderzoeksrapportage Speelruimte in de gemeente Bergen (bijlage D).
10 Vrije speelruimte In vrijwel elke speelbuurt kunnen kinderen goed op straat of in het groen spelen. Kinderen verplaatsen zich gemakkelijk door de buurten en weten vaak prima de speelplekken in hun dorp te vinden. Dit is vaak een goede indicatie dat kinderen zich veilig voelen op straat en dat ook beschouwen als ‘hun’ ruimte. Er zijn veel olifantenpaadjes te vinden in openbaar groen, met name rondom formele speelplekken, maar ook aan de randen van de dorpen en uiteraard in of richting de vaak aangrenzende duin- of bosgebieden die de gemeente rijk is. Wandelingen - Tijdens de wandelingen wordt de mogelijkheid om in het bos of de duinen te spelen (gelukkig) vaak aangehaald door de kinderen. Dit wordt ook gezien als een groot pluspunt. De vele lege grasveldjes (bijv. in Groet) worden daarentegen veel minder als mogelijke speelruimte gezien. Jongerenplekken Het aanbod voor jongeren is beperkt, zeker gelet op de demografische stand van zaken in de gemeente (meer kinderen ouder dan tien, dan jonger dan tien). Wel is het beperkte aanbod in de meeste kernen goed opgezet met een aantrekkelijke sportvoorziening nabij het jongerencentrum, al dan niet in combinatie met een overdekte chill-plek (voorbeelden: De Wal in Egmond aan Zee, JOEB in Egmond Binnen of de voetbalkooi bij de Beeck in Bergen). Een dergelijke koppeling mist in Schoorl.
Goed voorbeeld - Drie voorbeelden van een jongerenplek nabij het jongerencentrum: De Wal in Egmond aan Zee, de voetbalkooi bij de Beeck en de voetbalkooi bij JOEB in Egmond Binnen. Deze plekken wordt ook actief ingzet om jongeren te activeren om in beweging te komen. Participatie en samenwerking Omwonenden worden betrokken bij de (her)inrichting van speelplekken. Ze hebben een grote rol bij de keuze voor de nieuwe inrichting. Bewoners worden ook actief betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe beweegplekken of beweegroutes in het kader van het Sporten Beweegakkoord. Wel zorgt de, eveneens gewenste, participatie met andere inwoners er ook vaak voor dat het lastig is om nieuwe initiatieven te realiseren. Bewoners vrezen (geluids)overlast waardoor een wenselijke plek moeilijk gevonden wordt. Een voorbeeld is de behoefte aan een pumptrackbaan in Schoorl. Stakeholders - Uit gesprekken met o.a. de gebiedsregisseurs en jongerenwerkers blijkt het spanningsveld tussen wensen, ruimte en draagvlak bij omwonenden vaak te ingewikkeld om tot een passende oplossing te komen voor nieuwe initiatieven.
Drie beweegplekken (voetbalkooi bij JOEB niet op de foto) gekoppeld aan jongerencentra.
11
4. Wat willen we beter doen? De komende jaren willen we extra aandacht besteden aan het verder verbeteren van de openbare speel- en sportruimte. Hierin staan drie hoofdthema's centraal: A. Inzetten op goede buurtplekken voor iedereen, met of zonder beperking Goede buurtplekken bieden meer mogelijkheden om echt leuke, uitdagende speelruimte aan te bieden voor een bredere doelgroep (jong en oud) en tevens in te zetten op ontmoeting, toegankelijkheid en verblijfswaarde. Dit is (veel) minder het geval bij de veelal kleinere speelplekken die nu vaak in de openbare ruimte te vinden zijn. Door te investeren in goed gelegen buurtplekken worden meer bewoners uitgedaagd om buiten te spelen en bewegen. Het is niet nodig om van elke speelplek een buurtplek te maken en het is ook niet nodig om elke niet-buurtplek op te heffen. Zie hiervoor ook Deel 2 van dit speelruimteplan. Acties: Investeren in buurtplekken waar nu een goede speelplek mist (tenminste één per kern), rekening houdend met barrières (zie ook Deel 2 - Uitvoeringskaders); • Bestaande buurtplekken verder versterken (inzetten op spelen, bewegen of ontmoeting); • In nieuwbouwontwikkelingen aan de voorkant voldoende ruimte reserveren voor een buurtplek (zie hiervoor ook de toelichting in Deel 2 - Uitvoeringskaders); • Investeren in toegankelijkheid en verblijfswaarde op elke buurtplek.
•
Stakeholders - Een concreet voorbeeld bij dit thema komt uit de gesprekken over Egmond aan Zee. Hier mist een echte buurtplek waar wordt ingezet op spelen en ontmoeten. De Wiardi Beckmanlaan (speelplek 004) leent zich hier het beste voor, maar functioneert nu nog niet optimaal (te beperkte doelgroep). Uit gesprekken met omwonenden blijkt dat het draagvlak om hier een echte buurtplek van te maken ontbreekt. In dat geval moet worden gekeken naar alternatieve mogelijkheden zoals een nieuwe plek.
Speelplek aan de Wiardi Beckmanlaan in Egmond aan Zee
B. Meer variatie in het speelaanbod Veel speelplekken zijn nu vooral ingericht voor de doelgroepen 0-4 en 5-9 jaar, met traditionele speeltoestellen, soms maar beperkte uitdaging en weinig verrassende speelvormen. Om kinderen meer naar buiten te krijgen is het belangrijk dat er juist veel variatie is. Kinderen worden hierdoor uitgedaagd meer op avontuur te gaan (want een andere plek is immers ook interessant) en de openbare (speel)ruimte blijft een langere tijd relevant. Om de variatie te versterken is het belangrijk om de komende jaren speelplekken te veranderen. Een logisch moment is uiteraard als de speeltoestellen toe zijn aan vervanging. In sommige buurten kan er ook voor gekozen worden elementen toe te voegen in de openbare ruimte om het spelaanbod te verrijken. Dit kan zowel op bestaande formele plekken als in de vrije speelruimte. Bij de herinrichting kan gekozen worden voor bijvoorbeeld een meer groene inrichting met natuurlijke speelelementen, de toevoeging van een sportfunctie op een speelplek, het introduceren van bespeelbare kunst in de openbare ruimte of door interactieve speeltoestellen te plaatsen in een buurtspeelplek. Acties: • Versterken aanbod en uitdaging voor de 10+ leeftijd, met name op de buurtplek en deze doelgroep ook actief benaderen bij de herinrichting van buurtplekken. Dit kan zowel in speeltoestellen (bijv.
hogere schommel) als ook in sportaanbod worden gezocht. • Verkennen mogelijkheden voor bespeelbare kunst (bijvoorbeeld beklimbare objecten) in de openbare ruimte. Het is hierbij wel belangrijk dit aan de voorkant goed te organiseren in verband met de veiligheidsregels die ook voor bespeelbare kunst gelden; • Vergroten variatie door naast toestellen meer te werken met speelaanleidingen. Dit kunnen natuurlijke elementen zijn (bosjes, boomstammen, zwerfkeien) maar ook bijvoorbeeld een groot schaakbord in de verharding, knikkertegels of fietsparcours. • Verkennen mogelijkheden tot introductie interactieve speeltoestellen. Omdat deze toestellen relatief kostbaar zijn, is het wel raadzaam dit vooral toe te passen op grotere of belangrijke plekken voor bewoners; . Wandelingen + Kinderburgemeester - Vanuit de wandelingen en het gesprek met de Kinderburgemeester wordt aangegeven dat de speelplekken vaak saai zijn voor kinderen vanaf tien jaar. Speelplekken kunnen interessanter worden door meer avontuur toe te voegen. Dit kan door bijvoorbeeld hogere schommels te gebruiken (of nestschommels), maar ook door natuurlijke speelmogelijkheden waarin je kunt klimmen en hutten bouwen (Kinderburgemeester). Speelplekken worden zo avontuurlijker, je kunt er meer dingen doen en het is ook goed voor de natuur.
Ook moeten er in een buurt niet-groene speelplekken blijven, want "soms wil je ook wel gewoon kunnen krijten op de stoep of voetballen". Ook is groen niet altijd handig op het schoolplein, aldus de kinderen.
12
Kinderburgemeester - Vanuit het gesprek met de Kinderburgemeester wordt aangegeven dat het sportaanbod wel breder mag. Er zijn nu vooral veel voetbalveldjes, maar het is belangrijk dat andere sporten ook aangeboden worden. Bij de inrichting van sportplekken is het daarnaast belangrijk rekening te houden met sporters in een rolstoel (ook belangrijke ambitie in het Sportakkoord II) en is het goed om te kijken naar de mogelijkheden om bijvoorbeeld een watertappunt toe te voegen. Voorbeeld van bespeelbare kunst in Schagen
C. Verder versterken beweegplekken voor jong en oud De openbare speel- en sportruimte moet zowel kinderen, jongeren, volwassenen als ook ouderen uitnodigen om te sporten en bewegen. Juist dan draagt de leefomgeving bij aan een gezonde levensstijl voor alle bewoners. Dit begint al bij de doelgroep 5-14 jaar, wordt versterkt in de doelgroep 15-19 jaar, maar loopt in principe de rest van het leven door. Het stimuleren van voldoende beweging is het meest effectief als hiermee gestart wordt op jonge leeftijd en er een breed scala aan sport- en beweegvormen wordt aangeboden. Dit staat ook benoemd in het Sport- en beweegakkoord. Naast de fysieke context is en blijft samenwerking met aanbieders van activiteiten van groot belang om mensen in beweging te krijgen en kennis te laten maken met de beweegplekken in de openbare ruimte. Voetbaltoernooitjes vanuit Jongerenwerk, maar ook de activiteiten die nu al gericht georganiseerd worden door Holland Sport zijn interessant om verder uit te bouwen in andere kernen of buurten waar dit nu nog minder gebeurt. Acties: • Verbreden sportaanbod en dit vaker ook toevoegen op buurtplekken. Hierbij kan gedacht worden aan crossbaantjes of pumptrack (soort verharde crossbaan), tennisbaan, steproutes of een calisthenics-park (soort bootcamp/buitengym). Het is wel belangrijk om vooraf goed te overleggen met potentiële gebruikers.
Met verbreden sportaanbod wordt automatisch ook een bredere doelgroep (jong én oud) aangesproken; • Versterken samenwerking met de buurtsportcoaches van Holland Sport, Jongerenwerk, Sportraad Bergen en de gebiedsregisseurs om vraag en aanbod goed af te stemmen. • Versterken activiteitenaanbod op openbare speel- en beweegplekken door als gemeente extra uren in te kopen voor de buurtsportcoaches van Holland Sport. • Meer bekendheid geven aan de bestaande sport- en beweegplekken via online kaarten als de buitenspeelkaart.nl en/of de gemeentelijke website.
Belangrijk - Het is belangrijk om bij de wens tot verbreden van het sportaanbod niet willekeurig of bij elke vraag een nieuwe beweegplek te realiseren. Het is belangrijk om hierbij vooraf te onderzoeken hoe groot de potentiële gebruikersgroep en het draagvlak onder omwonenden is en of er passende locaties in de omgeving zijn (binnen óf buiten de gemeentegrenzen). De Sportraad Bergen, Holland Sport en Jongerenwerk zijn bij zo'n verkenning belangrijke partners. Aan te raden is eventuele nieuwe sportvormen eerst te testen met bijvoorbeeld tijdelijke of mobiele sportelementen. Zo kan het gebruik en de meest geschikte plek goed onderzocht worden. Als vervolgens op de juiste wordt geïnvesteerd in een goed gebruikt lokaal sport- en beweeginitiatief dan is de SROI (Social Return on Investment) 3,12. Dat betekent dat voor elke geïnvesteerde euro, ruim 3 euro aan maatschappelijke opbrengsten worden gerealiseerd (zie De waarde van Sport - Bergen 2023). Stakeholders - Uit de gevoerde gesprekken blijkt vanuit meerdere stakeholders dat er behoefte is aan plekken voor zowel jong als oud. Wel is belangrijk hoe dit wordt ingericht. Zo is het belangrijk om te zoneren (niet alles door elkaar heen) en is het fijn als sommige sport- en beweegvormen juist apart van een grote plek worden aangeboden zoals een voetbalkooi, skatebaan of bijvoorbeeld een beweegroute.
Om speelplekken voor meerdere doelgroepen in te richten is het belangrijk om in de begroting van de herinrichting van speelplekken niet alleen uit te gaan van de vervanging van de speeltoestellen. Er moet ook rekening gehouden worden met de kosten voor het maken van een ontwerp, de inrichting van de plek zelf en een goede afstemming met gebruikers. Dit is meegenomen in Deel III (Uitvoeringsplan).
Deel II - Kaders voor uitvoering
13 Bij de herinrichting van een buurtspeelplek is het belangrijk om zowel de wensen van direct omwonenden als ook de buurt mee te nemen. Dit kan door bijvoorbeeld eerst met de direct omwonenden een Programma van Eisen op te stellen en de buurt vervolgens te raadplegen met twee of meerdere ontwerpvoorstellen op basis van dit Programma van Eisen. Bij de herinrichting van een beweegplek met een buurtfunctie is het daarnaast van belang gericht met de sporters en sport- of beweegaanbieders in gesprek te gaan. Dit voorkomt kapitaalvernietiging en zorgt voor maatwerk.
6. De kleine speelplek Hoewel de buurtspeelplek veel voordelen kent, hebben ook kleine speelplekken een belangrijke functie. Hier is eigenaarschap van omwonenden vaak een gegeven en is meer mogelijk met betrekking tot buurtinitiatieven. Een kleine speelplek is ingericht en nodig voor direct omwonende kinderen tot 6 jaar. Hierdoor is de doelgroep relatief klein en is het ook niet nodig om permanent te voorzien in speeltoestellen op deze locaties. De inrichting van de kleine speelplek moet daarmee flexibeler zijn dan een buurtspeelplek. De ene periode kan het wenselijk zijn om met speeltoestellen te werken, maar een paar jaar later kan het wenselijk zijn om vooral een grasveld, moestuin of fietspleintje te hebben.
Belangrijk - Een goede buurtspeelplek meet al snel 2.000 m2. Dit betekent dat het in de bestaande context niet altijd mogelijk zal zijn om een dergelijke voorziening in te richten. In nieuwbouw en bij gebiedsontwikkeling/herstructurering is dat veelal wel mogelijk. Mits spelen vanaf de start wordt meegenomen in de integrale planvorming.
Het is belangrijk dat, ook als in de toekomst speeltoestellen verdwijnen, de ruimte behouden blijft als (vrije) speelruimte. Bij voorkeur wordt hierbij gekozen voor een zo groen mogelijke inrichting met een natuurlijke ondergrond. Op deze manier dragen kleine speelplekken direct ook bij aan een klimaatadaptieve en diverse openbare (speel)ruimte. Mobiele speeltoestellen kunnen een goede oplossing zijn voor de flexibele kleine speelplek. Bij de herinrichting van een kleine speelplek wordt vooral met de direct omwonenden in gesprek gegaan. Belangrijk - Op de speelplekken is winst te boeken als het gaat om klimaatadaptatie. Met name op kleine plekken (vaak erg stenig). Belangrijke kaders om dit te bevorderen:
• • •
Buurtspeelplek aan het Zakedijkje in de kern Bergen
Waar mogelijk natuurlijke ondergronden toepassen (bijvoorbeeld gras, zand) of waterdoorlatende bestrating voor goede infiltratie van regenwater. Toevoegen beplanting en bomen voor extra beschutting, verkoeling (beperken hittestress), versterken biodiversiteit en waterbufferend vermogen. Indirect: bij de inrichting rekening houden met de CO2-footprint van de plek en uitvoering (kritische selectie aannemers en materialen).
Extra (toetsings)kaders voor klimaatbestendige uitvoering zijn opgenomen in het Klimaatadaptatiebeleid. Vergroening is alleen mogelijk daar waar de veiligheid niet in het gedrang komt (WAS) en het benodigd onderhoud uitvoerbaar is.
14 Beweegaanbieders Om inwoners te stimuleren buiten in beweging te komen worden door aanbieders als Holland Sport (buurtsportcoaches) activiteiten georganiseerd in de openbare ruimte en gymzalen. Aanbevolen wordt om hen, maar ook sportverenigingen in de gemeente in te zetten om nog meer een verbindende rol te spelen in de dorpen en zo ook de inwoners die nog niet (of te weinig) bewegen te bereiken. Hierbij is goede voorlichting en communicatie cruciaal zodat bewoners ook weten welke mogelijkheden er zijn en op welke plekken/tijden.
Kleine speelplek aan de Weerdenburglaan in Egmond aan den Hoef
7. Samenwerken en participatie
Belangrijk - Vanuit het Sport- en Beweegakkoord en Sportakkoord II wordt ook ingezet op het versterken van het activiteitenaanbod in de openbare ruimte. Naast de rol van buurtsportcoaches wordt hierbij ook gekeken naar het betrekken van sportverenigingen in de gemeente in het "open club"-principe. Hierbij functioneert de sportvereniging als sociaal middelpunt in de dorpen (ook niet-leden welkom) en werkt samen met lokale partners om inwoners in beweging te krijgen. Wel wordt aangegeven dat deze ambitie kwetsbaar is, omdat het werk afhankelijk is van een klein aantal vrijwilligers. Hoewel "spelen" hier geen actieve rol in heeft, kan een goede samenwerking en de inzet van buurtsportcoaches wel kansen bieden om het aanbod en het gebruik te verbeteren. Het is daarom belangrijk dat vanuit de gemeente ook voldoende budget wordt vrijgemaakt om dergelijke kansen ook te benutten.
Om goede speelruimte te krijgen en te behouden is het belangrijk om bewoners en relevante partijen als beweegaanbieders of buurtverenigingen te betrekken bij de inrichting en het beheer van openbare speel- en beweegplekken. Bij de herinrichting van een speelplek worden daarom gebruikers (kinderen, jongeren, sporters) en omwonenden geraadpleegd. Zo kan de inrichting beter worden afgestemd op de huidige behoefte en is het gebruik beter. Bij kleine speelplekken (hofjes, plantsoenen) en beweegplekken voor jongeren zorgt betrokkenheid in de initiatief-fase voor eigenaarschap over de plek. Hierdoor ontstaat, in veel gevallen, minder vandalisme of verwaarlozing. De wijze waarop bewoners worden betrokkken is opgenomen bij de specifieke kaders voor buurtspeelplekken (5) en kleine speelplekken (6).
Samenwerking buiten de openbare ruimte Naast de bestaande speel- en beweegplekken kan het ook interessant zijn om samenwerkingen aan te gaan met bijvoorbeeld recreatieve instellingen (zoals bijvoorbeeld Buitencentrum Schoorlse Duinen), sportverenigingen (open-club) en onderwijsinstellingen (schoolpleinen). Vaak bieden dergelijke organisaties mogelijkheden in de vorm van toezicht en beheer die in de openbare ruimte onhaalbaar zijn of is het mogelijk om in combinatie met fondsenwerving extra budget te verkrijgen voor unieke speellocaties.
Stakeholders - Vanuit de diverse geïnterviewden wordt het belang van kleinschaligheid benadrukt als het gaat om het creëren van eigenaarschap. Hoe groter en anoniemer de plek, hoe lastiger het is om inwoners en gebruikers medeeigenaar te laten voelen. Ook is het belangrijk om met bewoners in gesprek te gaan (en ook na realisatie in gesprek te blijven) over de openbare ruimte. Dit werkt minder goed bij een eenmalige stemronde via internet of sociale media.
Wandelingen - In buurten met weinig (goede) speelplekken als het noordwesten van Bergen en Schoorl, maar ook in Groet (wel veel aanbod), vervult het schoolplein een belangrijke rol in het openbare speelaanbod. Op veel pleinen kunnen kinderen ook na schooltijd nog terecht. Het is belangrijk daar rekening mee te houden bij herinrichtingen en de aanleg van nieuwe locaties. In sommige gevallen is het dan zinvoller om aan te sluiten op het aanbod dat op het plein al wordt aangeboden.
15 In de gemeente Bergen staan meerdere toestellen die door bewoners zelf zijn neergezet of opgehangen zoals trampolines en schommels in bomen. Dit worden particuliere speeltoestellen genoemd. Deze worden niet meegenomen met de reguliere inspecties en zijn vaak ook niet bekend bij de gemeente. In lijn met het Warenwetbesluit Attracties en Speeltoestellen (WAS) is de gemeente wel verantwoordelijk bij plaatsing in de openbare ruimte en juridisch aansprakelijk bij ongevallen. Het plaatsen van speeltoestellen in de openbare ruimte door bewoners is dan ook niet toegestaan. Met name in de kern Bergen staan veel particuliere toestellen in de openbare ruimte. Dit zijn hoofdzakelijk (grote) trampolines, zonder veiligheidsnet en vaak in matige staat. Wanneer er zicht is op een gevaarlijke situatie zal de buurt hiervan in kennis worden gesteld en zal in overleg gegaan worden met de buurt om een einde te maken aan de onveilige en ongewenste (rommelige) situatie. Dit zou kunnen betekenen dat het particuliere toestel verwijderd wordt en hiervoor in de plaats in overleg met de buurt een gecertificeerd speeltoestel door de gemeente voor wordt teruggeplaatst. Wandelingen - Tijdens de wandelingen weten kinderen de plekken met trampolines goed te vinden. Deze plekken zijn populair. Bij verwijdering wordt daarom eerst in gesprek gegaan met de buurt.
Het is daarbij belangrijk niet alleen te wijzen op de veiligheidsrisico's maar ook informatie te geven over alternatieve plekken, bijvoorbeeld via de website www.buitenspeelkaart.nl. Bij het ontbreken van een voldoende uitdagende en bereikbare plek, kan het nodig zijn te verkennen of het mogelijk is om te investeren in een (nieuwe) goede formele speel- en/of beweegplek. Kunst in de openbare ruimte Met name in een kunstenaarsdorp als Bergen, maar natuurlijk ook in de andere kernen van de gemeente liggen er ook kansen om met kunst de openbare ruimte bespeelbaarder te maken. Dit kan door eenvoudige speelaanleidingen in de bestrating, maar ook met te beklimmen objecten of zelfs complete toestellen. Als het om bewust te bespelen kunst gaat geldt ook hier het Attractiebesluit. Dat betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het borgen van de veiligheid. Bij initiatieven om bespeelbare kunst in de openbare ruimte te realiseren gelden daarom de volgende kaders:
• • •
Initiatieven voor bespeelbare kunst moeten vooraf worden aangemeld bij het beleidsdomein Beheer Openbare Ruimte ter beoordeling; Voor doelbewust bespeelbare kunst is het WAS (Warenwetbesluit Attracties en Speeltoestellen) van toepassing, de veiligheidsnormen worden vooraf getoetst; Waar nodig wordt het kunstobject vooraf gecertificeerd door een Aangewezen Keuringsinstantie (AKI) en wordt het object opgenomen (inclusief certificaat) in het beheerprogramma voor de openbare speelobjecten.
Het is belangrijk om te realiseren dat bespeelbare kunst in de regel kostbaarder is dan reguliere speeltoestellen en -plekken. Dit heeft deels met de genoemde kaders te maken omtrent veiligheid, maar ook is er vaak sprake van een uitgebreider participatie- en ontwerptraject.
8. Nieuwbouw Bij nieuwbouwprojecten of herontwikkeling van bestaande buurten is het belangrijk dat “spelen” als thema vroeg aanhaakt. Met betrekking tot de inrichting van de aan te leggen speelvoorzieningen en om het informele spelen de ruimte te geven die het verdient. Door aan de voorkant mee te kunnen kijken kan worden ingezet op het verkrijgen van voldoende (vrije) speelruimte zodat de voorzieningen in de toekomst ook in staat zijn mee te veranderen met de behoeftes van de buurt (opgroeiende kinderen). Bij nieuwbouw en herontwikkeling gelden de volgende kaders:
• • • •
Vooraf toetsing van de plannen om de benodigde hoeveelheid (buurtspeelplekken of kleine speelplekken) aan te kunnen geven (incl. ruimtereservering); Betrekken (toekomstige) bewoners bij de planvorming, maar ook ruimte vrijhouden voor toekomstige doorgroei-ontwikkelingen (bijv. beweegplekken) en streven naar variatie (ook ten opzichte van bestaande context) en de introductie van nieuwe speelvormen; De aanleg van nieuwe speelplekken vanaf de start ook opnemen in het beheerprogramma en daarmee ook het onderhoud en toekomstige investeringsbudgetten bijstellen. Bij de aanleg van nieuwe plekken gelden ook de uitgangspunten voor klimaatbestendige inrichting (klimaatadaptatiebeleid).
Nieuwe speelplek met speelboom op de Mirembelaan in Bergen (nieuwbouwontwikkeling) - 2023.
Deel III - Uitvoeringsplan 2024-2033 In het uitvoeringsplan worden de ambities concreet gemaakt en gekoppeld aan de bijbehorende (financiële) opgave. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de vaste investeringskosten voor herinrichting (behouden wat er is) en de investeringskosten voor door te voeren verbeteringen op gerichte locaties. Daarnaast is er een exploitatiebudget om de bestaande speelruimte te onderhouden, reparaties uit te voeren en voor inspecties.
9. Uitvoeringsopgave 2024-2033 Te verwachten levensduur speeltoestellen Om een inschatting te maken van de uitvoeringsopgave voor de komende jaren wordt gekeken naar het te verwachten vervangjaar per speeltoestel. Dit wordt jaarlijks ingeschat of bijgesteld tijdens de veiligheidsinspectie. Hierbij wordt gekeken naar de huidige staat van het speeltoestel, de bijbehorende ondergrond en de kosten voor het onderhoud. Op basis van deze inschatting kan bepaald worden of een speelplek de komende 4-5 jaar in aanmerking komt voor een herinrichting. De uitvoeringsopgave wordt vertaald naar een uitvoeringsprogramma; een planning voor de vervanging van speel- en beweegplekken voor de komende periode. Omdat verwachtingen in de loop van de tijd bijgesteld kunnen worden is het belangrijk om het uitvoeringsprogramma om de 3 jaar te actualiseren. Behoud van de speelruimte Vrijwel alle speelplekken blijven de komende jaren behouden, wel wordt per speelplek gekeken naar de wijze waarop deze moet worden ingericht. Op de grote, centraal gelegen buurtplekken wordt bijvoorbeeld extra ingezet op inclusiviteit en ontmoeting (iedereen welkom!). Op andere plekken wordt meer ingezet op extra beschutting en groen. Bij deze grotere plekken is het nuttig om samen op te trekken met het sociaal domein om te kijken of krachten gebundeld kunnen worden.
Op kleine plekken wordt eerder gekozen voor een meer sobere inrichting; eenvoudige speeltoestellen voor jonge kinderen of, in overleg met de buurt, een inrichting als bespeelbaar openbaar groen.
16 Herinrichten van speelplekken In het uitvoeringsplan wordt uitgegaan van een speelplek-gerichte aanpak bij herinrichting. Dit voorkomt dat elk jaar een los toestel wordt vervangen en zorgt er voor dat vervangen zo goed als mogelijk wordt geclusterd zodat speelplekken in 1 of 2 stappen compleet heringericht worden. Dit zorgt voor meer inspraakmogelijkheden voor bewoners én maakt het mogelijk om eventueel functionele aanpassingen door te voeren (andere doelgroep, speltype). Het is ook mogelijk dat een speelplek op een gegeven moment “uitgespeeld” is. Als blijkt dat geen behoefte meer is aan speeltoestellen, kan er, in overleg met de buurt, voor gekozen worden om de speeltoestellen niet meer te vervangen. In dat geval wordt een speelplek (tijdelijk) ingericht als pleintje of bespeelbaar openbaar groen (zie ook kaders voor uitvoering kleine speelplekken). Basisuitvoeringsopgave 2024-2033 De komende 10 jaar (tot 2033) komen 48 van de 70 locaties in aanmerking voor een herinrichting. Dit is als volgt verdeeld en verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma: planning 2024 2025 2026 2027 2028 gemiddelde
€ € € € €
basisinvestering 80.000 125.000 165.000 185.000 295.000 € 170.000,-/jaar
aantal plekken 2 3 4 4 7 4 locatie/jaar
planning 2029 2030 2031 2032 2033 gemiddelde
€ € € € €
basisinvestering 295.000 275.000 160.000 260.000 145.000 € 227.000,-/jaar
aantal plekken 6 6 5 7 4 5,6 locatie/jaar
Het zwaartepunt in de vervangingsopgave ligt in de periode 2029-2033 met een gemiddelde opgave van € 227.000,-/jaar (gemiddeld 5,6 locaties per jaar). In de periode 2024-2028 ligt dit lager met een gemiddelde opgave van 170.000,-/jaar (gemiddeld 4 locaties per jaar). Belangrijk - De toestelwaarde is maar een deel van de totale vervangingskosten van een speel- of beweegplek. Om tot een richtbedrag per locatie te komen, wordt gebruik gemaakt van de volgende opbouw:
• • • •
waarde toestellen + waarde ondergronden (kunstgras, rubbertegels etc.)* kosten voor ontruiming, plaatsing en transport (15%) kosten voor grondwerk en bijkomende kosten voor herinrichting (20%) kosten voor projectmanagement en participatie (25%) + Benodigde basisinvestering voor herinrichting speel- of beweegplek
* De waarde van de toestellen en ondergronden is afgelopen jaren sterk gestegen. Hiermee is rekening gehouden in de uitvoeringsopgave. Recent ingerichte speelplek (eind 2022) aan het Ganzenpad in Groet.
17
10. Verbetermogelijkheden Naast de basisinvestering voor behoud en herinrichting van de bestaande speel- en beweegplekken zijn er vanuit de onderzoeksrapportage per kern verbetermogelijkheden geformuleerd (zie bijlagen A en D). Deze vloeien voort uit de hoofdthema's van het nieuwe speelruimtebeleid en zijn grofweg te verdelen in de volgende categorieën: Vergroten uitdaging Op 9 locaties wordt voorgesteld de inrichting uit te breiden en daarbij vooral meer uitdaging te bieden voor oudere kinderen. Hierdoor ontstaat een betere spreiding/dekking van buurtplekken over de verschillende kernen (thema A in deel II). Deze aanbevelingen worden gekoppeld aan de herinrichting van de gehele plek. Maar het is ook mogelijk om vooruitlopend daarop al een impuls te geven aan een bestaande speel- of beweegplek, zoals bijvoorbeeld bij de Maesdammerlaan in Bergen. Benodigde investering: € 130.000,- (verdeeld over 9 locaties: ca. € 14.500,-/locatie)
Optie voor vergroten toegankelijkheid: Parnassiapark (Bergen aan Zee)
Vergroenen speelplekken Op 7 locaties wordt voorgesteld bij een herinrichting meer groen toe te voegen aan de speelplek. Dit is deels vanuit klimaatadaptief oogpunt (veel grijs of weinig beschutting op de speelplek), maar deels ook gericht op het vergroten van de variatie in het speelaanbod omdat een groene speelplek andere speelvormen biedt dan een meer traditioneel ingerichte speelplek met vooral verharding. Het is, bij vergroening essentieel dat het ontwerp vooraf wordt afgestemd met de beheerder(s) en dat er een correctie (aanvulling) op het beheerbudget wordt toegepast. Een groene speelplek vergt immers in de regel meer en specifieker onderhoud. Benodigde investering: € 65.000,- (verdeeld over 7 locaties: ca. € 9.000,-/locatie)
Benodigde investering: € 65.000,- (verdeeld over 8 locaties: ca. € 8.000,-/locatie) Optie voor vergroening: De Hofstede (Egmond aan den Hoef)
18 Toevoegen speelkunst en interactieve speelelementen Op 3 locaties wordt voorgesteld extra budget toe te voegen aan het herinrichtingsbudget om (financiële) ruimte te geven voor nieuwe speelvormen in de vorm van bespeelbare kunst en/ of interactieve speeltoestellen. Dit is tevens interessant om toe te voegen aan bijvoorbeeld de zoeklocaties voor nieuwe speelplekken (bijvoorbeeld in de kern Bergen). Aanbevolen wordt om dergelijke toevoegen te koppelen aan centrale, goed bezochte locaties zoals parken en/of de centrumgebieden van de verschillende kernen. Benodigde investering: € 60.000,- (verdeeld over 3 locaties: € 20.000,-/locatie)
Sport- en chillplek in de Egmonden In De Egmonden is door verschillende initiatiefnemers de wens geuit een nieuwe sport- en chillplek te realiseren waar jongeren kunnen sporten (o.a. skaten, BMX, freerunning, bootcamp) en ontmoeten. Deze wens past binnen de beleidsambities van het speelruimteplan (versterken en verbreden beweegaanbod voor jong en oud) en versterkt ook het huidige aanbod in de Egmonden. Door het bestuur van dorpsvereniging De Parel is in oktober 2023 een werkgroep bij elkaar gebracht. Deze werkgroep zal onder andere een draagvlakonderzoek bij omwonenden uitvoeren. De gemeente is lid van deze werkgroep. Wanneer er besloten wordt tot de aanleg van een nieuwe sport- en chillplek wordt hier apart budget voor aangevraagd.
Optie voor toevoegen bespeelbare kunst: Maesdammerlaan (Bergen)
Toevoegen beweegmogelijkheden voor senioren Op 4 locaties wordt voorgesteld extra budget toe te voegen aan het herinrichtingsbudget om, gericht op senioren, extra beweeg-aanleidingen toe te voegen, zoals de beweegstoelen die al op meerdere plekken zijn gerealiseerd (o.a. Binnenhof in Bergen). Ook hierbij geldt dat het benodigde verbeterbudget gezien moet worden als aanvulling op het basisbudget voor herinrichting. Voor compleet nieuwe beweegtuinen, routes of urban sport-plekken moet een apart traject worden gestart. Benodigde investering: € 20.000,- (verdeeld over 4 locaties: € 5.000,-/locatie)
Een van de opties voor het realiseren van de sport- en chillplek: De Weijdjes in Egmond a/d Hoef
11. Beschikbare middelen 2024 - 2027 Voor de periode 2024-2027 is het beschikbare investeringsbudget bekend. Dit is, met uitzondering van 2026, redelijk in lijn met het benodigde basisbudget voor herinrichtingen: • • • •
2024: beschikbaar budget € 76.000,2025: beschikbaar budget € 124.000,2026: beschikbaar budget € 145.000,2027: beschikbaar budget € 100.000,-
nodig basisbudget: € 80.000,- (- € 4.000,-) nodig basisbudget: € 125.000,- (- € 1.000,-) nodig basisbudget: € 165.000,- (- € 20.000,-) nodig basisbudget: € 185.000,- (- € 85.000,-)
In de verglijking hierboven is alleen gekeken naar het benodigde basisbudget voor herinrichting. Hierbij is dus niet gekeken naar de kosten voor de voorgestelde verbeteringen. In de tabel bij 12. Uitvoeringsplan 2024-2033 is een totaaloverzicht te vinden van de benodigde én beschikbare investeringen, in lijn met het uitvoeringsprogramma in bijlage A. Optie voor toevoegen beweegmogelijkheden voor senioren: Frederikslaan (Schoorl)
19
12. Uitvoeringsplan 2024-2033
13. Exploitatiebudget
In de periode 2024-2033 is er sprake van de volgende investeringsopgave (herinrichting bestaande plekken + verbetervoorstellen). De realisatie van de sport- en chillplek in de Egmonden en/of de realisatie van eventuele andere nieuwe speel- of sportplekken is hierin niet meegenomen. Hiervoor dient apart budget aangevraagd te worden.
Naast investeringen voor herinrichtingen is er een exploitatiebudget nodig om de speelen beweegplekken te onderhouden. Momenteel is € 33.598,-/jaar beschikbaar aan exploitatiebudget. Met dit exploitatiebudget worden de vaste onderhoudskosten als inspecties, registratie in het beheersysteem, reparaties en het overige reguliere onderhoud van toestellen en ondergronden betaald. Omdat de kosten voor onderhoud afgelopen jaren sterk zijn gestegen en de inspectiefrequentie wordt opgevoerd (van 1x naar 3x per jaar) is het nodig het exploitatiebudget te verhogen naar € 40.000,-/jaar. Hierbij wordt de volgende verdeling gehanteerd:
planning 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2024-2033 na 2033 incl. doorkijk
basisinvestering € 80.000 € 125.000 € 165.000 € 185.000 € 295.000 € 295.000 € 275.000 € 160.000 € 260.000 € 145.000 € 1.985.000 € 873.000 € 2.858.000
€ € € € € € € € € € € € €
verbetering* 10.000 40.000 65.000 15.000 10.000 20.000 40.000 40.000 240.000 100.000 340.000
beschikbaar budget € 76.000 € 124.000 € 145.000 € 100.000
nog aan te vragen € 14.000 € 1.000 € 20.000 € 125.000 € 360.000 € 310.000 € 285.000 nog niet begroot € 180.000 € 300.000 € 185.000 € 445.000 € 1.780.000 € € 973.000 € 445.000 € 2.753.000
* voorgestelde verbeteringen op plekken die dat betreffende jaar worden opgepakt.
In totaal is voor de komende tien jaar (2024-2033) voor de herinrichting én verbetering van 48 van de huidige 70 plekken een totale investering nodig van € 2.225.000,- (basisinvestering van € 1.985.000,- + investering verbetervoorstellen t.w.v. € 240.000,-). Hiervan is € 445.000,al begroot in de periode 2024-2027. In totaal moet in de periode 2024-2033 nog een bedrag van € 1.780.000,- in de begroting worden opgenomen. Als alleen naar de periode 2024-2027 wordt gekeken is er sprake van een tekort van in totaal € 160.000,- (€ 110.000,- aan basisinvesteringen + € 50.000,- aan verbetervoorstellen). Na 2033 moeten nog 22 speelplekken heringericht worden en, daaraan gekoppeld, nog 10 van de 31 verbetervoorstellen worden uitgevoerd. Hiervoor is een budget van € 973.000,nodig (€ 873.000,- aan basisinvesteringen + € 100.000,- aan verbetervoorstellen). Dit staat los van de eventueel benodigde investering in de chill- en sportplek in de Egmonden en andere nieuwe speelplekken.
• • •
Regulier onderhoud toestellen en ondergronden: Inspectie speelplekken + registratiesysteem: Kosten voor incidentieel/onvoorzien onderhoud:
€ 17.500,-/jaar € 12.500,-/jaar € 10.000,-/jaar
Dit bedrag ligt € 8.000,-/jaar lager dan het, op basis van de areaalgrootte, te verwachten benodigde exploitatiebudget (zie kader hieronder). De verwachting is dat de kosten voor onderhoud de komende jaren blijven toenemen door stijgende prijzen voor materiaal en arbeid. Ook kunnen de nieuwe ambities, bijvoorbeeld op het gebied van vergroening, extra uitdaging of speelkunst leiden tot hogere onderhoudskosten. Aanbevolen wordt daarom om het exploitatiebudget elke drie jaar te evalueren en waar nodig bij te stellen. Bij de realisatie van nieuwe speelplekken moet het exploitatiebudget uiteraard eveneens worden bijgesteld. Belangrijk - Voor een gezond jaarlijks exploitatiebudget wordt een vuistregel van 3% van de waarde van het speelareaal (toestellen + ondergronden) gehanteerd. Dit komt voor de gemeente Bergen neer op een benodigde exploitatiebudget van ca. € 48.000,-/jaar (ca. 40% hoger dan het momenteel beschikbare exploitatiebudget).
20
•
•
• • •
De herinrichting van 48 van de huidige 70 speel- en beweegplekken. Hiervoor is een basis investeringsbudget benodigd van bijna € 2,0 miljoen. De koppeling van 21 van de voorgestelde 31 verbetervoorstellen om de bestaande speel- en beweegplekken te verbeteren op onder andere thema's als inclusiviteit, uitdaging en vergroening.
Voor de uitvoering van de voorgestelde ingrepen in komende tien jaar € 2.225.000,- nodig. Exploitatiekosten Naast het benodigde budget voor herinrichtingen, verbeteringen en nieuwe locaties is er een jaarlijks explotatiebudget voor het uit te voeren onderhoud. Hierbij wordt uitgegaan van een benodigd budget van € 40.000,-/jaar. Dit is ruim € 6.000,-/jaar hoger dan het nu beschikbare budget van € 33.598,-/jaar. Deze stijging heeft met name te maken met gestegen kosten voor materialen en arbeid, maar ook het verhogen van de inspectiefrequentie. Risico's voor uitvoering Het is belangrijk om in een uitvoeringsplan ook de risico's voor uitvoering te benoemen zodat deze tijdig gesignaleerd kunnen worden en wellicht aan de voorkant kunnen worden verkleind. Enkele risico's en aanbevelingen: • Benodigd investeringsbudget: Om de komende jaren uitvoering te geven aan de benodigde herinrichtingen (op basis van instandhouding) is voldoende budget nodig. Het is mogelijk dat dit extra budget niet (volledig) beschikbaar wordt gesteld. Hierbij is
het belangrijk te prioriteren. De instandhouding van bestaande buurtplekken worden daarbij aangemerkt als hoogste prioriteit. Benodigd budget voor verbeteringen: Het is ook mogelijk dat er geen extra budget vrijgemaakt kan worden voor de voorgestelde verbeteringen. In dat geval is het niet of minder goed mogelijk om uitvoering te geven aan de gestelde beleidsambities. Een alternatieve oplossing is het inzetten van basisbudget voor de genoemde verbeteringen. In dat geval blijft er, bijvoorbeeld bij vergroening of het verbeteren van de inclusiviteit, minder budget over voor de vervanging van speeltoestellen. Participeren: Het betrekken van bewoners, met name van gebruikers, leidt in de regel tot betere speel- en beweegplekken en meer eigenaarschap. Het is wel belangrijk om naast de input van inwoners ook belang te hechten aan de regierol van de gemeente en het verdedigen van de algemene beleidsambities om te voorzien in goede speel- en beweegplekken voor iedere inwoner van de gemeente Bergen. In sommige gevallen kan het daardoor gebeuren dat ondanks weerstand uit de buurt toch wordt ingezet op (de verbetering van) een speel- of beweegplek. Door goed draagvlak-onderzoek en het tijdig betrekken van omwonenden kunnen deze situaties grotendeels worden voorkomen. Tijd: De komende jaren neemt het aantal uit te voeren herinrichtingen toe.