CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij Nader ecologisch onderzoek.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 11: Voorstel betreft het ter visie leggen van de ontwerp Vvgb (verklaring van geen bedenkingen) Oude Bergerweg 2 Bergen9.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Oude Bergerweg 2 in Bergen

G&G-rapport 2021-72

Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Oude Bergerweg 2 in Bergen Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving

T.S. van der Meer W. Peters J. Fokkens

2021

Opdrachtgever MEES Ruimte & Milieu

G&G-rapport 2021-72

Datum Versie

22 oktober 2021 v1

Gecontroleerd door: F. Lang

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Oude Bergerweg 2 in Bergen

3

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

5

1.1

Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 6

1.3

Ligging van het plangebied ...................................................................................... 6

1.4

Geplande werkzaamheden ...................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

Methode 2.1

7

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten .................................................... 7 2.1.1 Huismus ..................................................................................................................... 7 2.1.2 Ransuil en Sperwer .................................................................................................... 8

2.2

Grondgebonden zoogdieren.................................................................................... 9 2.2.1 Kleine marterachtigen ............................................................................................... 9

2.3

Vleermuizen ........................................................................................................... 13 2.3.1 Veldbezoeken .......................................................................................................... 13 2.3.2 Relatie met het vleermuisprotocol ......................................................................... 16

3

Resultaten broedvogels

17

3.1

Huismus ................................................................................................................. 17

3.2

Ransuil en Sperwer ................................................................................................ 17 3.2.1 Ronde 1 (21 april 2021) ........................................................................................... 17 3.2.2 Ronde 2 (13 mei 2021) ............................................................................................ 17 3.2.3 Ronde 3 (28 mei 2021, nachtbezoek)...................................................................... 17 3.2.4 Ronde 4 (11 juni 2021) ............................................................................................ 18

3.3

4

Resultaten kleine marterachtigen 4.1

5

Conclusie jaarrond beschermde broedvogels ....................................................... 18

19

Wezel, Hermelijn, Bunzing..................................................................................... 19

vleermuizen

21

5.1

Gewone dwergvleermuis....................................................................................... 21

5.2

Ruige dwergvleermuis ........................................................................................... 22

5.3

Laatvlieger.............................................................................................................. 23

5.4

Rosse vleermuis ..................................................................................................... 24

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

4

6

Effectbeoordeling en maatregelen

25

6.1

Huismus ..................................................................................................................25

6.2

Ransuil & Sperwer ..................................................................................................25

6.3

Overige broedvogels ..............................................................................................25

6.4

Vleermuizen ...........................................................................................................26

7

Conclusies en aanbevelingen

27

8

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

29

9

Bijlagen

31

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan plannen onderhouds- en renovatiewerkzaamheden uit te voeren aan de bebouwing van de Oude Bergerweg 2 te Bergen. Bergen ligt in de gelijknamige gemeente in de Provincie NoordHolland. In het plangebied wordt ook nieuwbouw gerealiseerd. Tevens worden tevens enkele schuren gesloopt, bomen gekapt en struiken gerooid. Het is mogelijk dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (Huismus) of vleermuizen verblijven in de te renoveren bebouwing. Tevens kunnen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (Ransuil en Sperwer), marterachtigen en Eekhoorn aanwezig zijn in bosschages in het plangebied. De aanwezigheid van deze potentie werd aangegeven in een eerder uitgevoerde ‘ecologische quickscan’ (zie FOKKENS, 2021). Om dit nader te onderzoeken heeft Mees Ruimte & Milieu opdracht gegeven aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een inventarisatie uit te voeren naar deze soorten. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april-september 2021. De inventarisatie is uitgevoerd door medewerkers van bureau Van der Goes en Groot. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.

Ligging van plangebied Oude Bergerweg 2 (rood omlijnd). Te slopen schuurtjes zijn met blauwe lijnen aangegeven.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

6

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het voorkomen en de verspreiding van Huismus, Ransuil, Sperwer, Bunzing, Hermelijn, Wezel, Eekhoorn en vleermuizen binnen het plangebied.

1.3

Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied ligt centraal in de groene dorpse omgeving van Bergen. Ten noorden van het plangebied loopt de doorgaande weg Dreef. Ten oosten van het plangebied loopt de Bergerweg.

1.4

Geplande werkzaamheden De werkzaamheden zullen bestaan uit het renoveren van de buitenen binnenkant van het monumentale gebouw, het slopen van enkele schuren (blauw aangegeven, zie Figuur 1), het kappen van bomen en bouwen van een nieuw gebouw in het plangebied. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit renovatie van gebouwen met benodigd hak- breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem en het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en bomen. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, licht of belemmering door steigerbouw verstoring optreden van (beschermde) soorten.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3, 4 en 5 worden de resultaten beschreven en wordt aangegeven welke soorten zijn aangetroffen binnen en eventueel nabij het plangebied. In hoofdstuk 6 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden door de uit te voeren werkzaamheden welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en of een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Hoofdstuk 7 bevat de conclusies met noodzakelijke vervolgstappen. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 8 tenslotte, geeft een overzicht van de gebruikte literatuur. In de bijlages is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag. Eventueel zijn (indien relevant) verspreidingskaarten opgenomen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

2

7

Methode 2.1

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Alleen vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd, zijn geïnventariseerd. Het betreft in dit geval de Huismus, Ransuil en Sperwer. Deze soorten komen in de omgeving van het plangebied voor (NDFF 2010-2020, zie FOKKENS, 2021) en kunnen gevestigd zijn in bebouwing of bomen zoals die aanwezig is in het plangebied. Uiteraard is tijdens de inventarisatie ook gelet op eventueel andere aanwezige jaarrond beschermde broedvogels of andere beschermde soorten. Alle waarnemingen zijn op locatie gekarteerd. De codes zijn gestipt op locatie met behulp van een veldtablet.

2.1.1

Huismus Het onderzoek is uitgevoerd conform het KENNISDOCUMENT HUISMUS, VERSIE 1.0, BIJ12 juli 2017. Op 16 april en 6 mei 2020 is het plangebied bezocht om de verblijfplaatsen van Huismussen te inventariseren, zie Tabel 1. Tussen de verschillende bezoekrondes lag minimaal tien dagen. De bezoeken vonden plaats tussen twee uur na zonsopkomst en twee uur voor zonsondergang en zijn uitgevoerd bij gunstige (weers-) omstandigheden (geen regen, harde wind en/of kou, geen overmatige verkeersdrukte). Door langzaam rond te lopen en te posten in het plangebied en door regelmatig te luisteren, wordt duidelijk of- en waar Huismussen aanwezig zijn. Tijdens elk van de inventarisatierondes is daarbij het gehele plangebied bezocht.

Overzicht bezoekrondes inventarisatie Huismus.

Ronde

Datum

Tijd (van – tot)

1 2

16 april 2020 6 mei 2020

10:10-10:40 10:00-10:30

Zowel nestindicatieve waarnemingen als waarnemingen van (territoriale) vogels in geschikt broedbiotoop zijn op locatie gekarteerd. De waarnemingen zijn zoveel als mogelijk gekarteerd op de daadwerkelijke nestplaatsen van de Huismussen. Indien mogelijk werd gewacht met het stippen tot vogels op of nabij de daadwerkelijke nestplaats aanwezig waren (veelal op dakgoten, op pannendaken, naast dakkapellen e.d.). De stippen per ronde zijn beide gebruikt om kaarten te maken van de verblijfplaatsen van Huismussen. Na afloop zijn de ronde stippen

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

8

geïnterpreteerd en handmatig geclusterd en is het aantal territoria bepaald. Hierbij is tussen nest-indicerende waarnemingen (in verband met kans op ondertellen) een kleinere fusieafstand (ongeveer 25 meter) genomen dan de vaste fusieafstand (100 meter) zoals bij de BMP methode van SOVON wordt gehanteerd. Bij territorium-indicerende waarnemingen is wel de vaste fusieafstand van SOVON (100 meter) aangehouden.

2.1.2

Ransuil en Sperwer Het weer beïnvloedt de activiteit van vogels. Bij harde wind, neerslag, lage en ook hoge temperaturen zijn roofvogels en uilen minder actief. Geprobeerd is dergelijke omstandigheden tijdens de veldbezoeken zoveel mogelijk te vermijden. Tijdens de bezoeken waren de weersomstandigheden gunstig. Deze staan samen met de bezoekdatums in Tabel 2. Er zijn drie bezoeken overdag en één nachtbezoek uitgevoerd in de periode van eind april tot begin juni. Tussen de verschillende bezoekrondes overdag lagen minimaal tien dagen. De inventarisaties zijn tijdens goede weersomstandigheden uitgevoerd. De twee eerder gevonden nesten zijn steeds gecontroleerd tijdens het onderzoek. Er is gelet op uit het nest stekende staarten, aanwezigheid van kraaien, wegvliegende of roepende vogels. Tijdens het nachtbezoek is gelet op roepende uilen, met name jonge vogels. Ook is gezocht naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken zoals braakballen, vers loof op de nesten, plukresten of krijtstrepen. In de directe omgeving van het plangebied is ook gekeken naar aanwezige roofvogels.

Bezoekdatums en weersomstandigheden tijdens de veldbezoeken van de broedvogelinventarisatie in het plangebied in 2021

Datum

Tijd

Weersomstandigheden (Bewolking/Wind/Temperatuur (°C)

1

21 april 2021

09:55-10:45 uur

6/8, 3 Bft, 11°C

2

13 mei 2021

07:00-07:40 uur

1/8, 1 Bft, 10°C

04:20-05:45 uur

0/8, 0 Bft, 8°C

05:30-06:15 uur

0/8, 2 Bft, 15°C

Bezoek

3 4

28 mei 2021 (nachtbezoek) 11 juni 2021

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

2.2

9

Grondgebonden zoogdieren Alleen zoogdiersoorten die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd en die geen provinciale vrijstelling hebben, zijn geïnventariseerd. Het betreft in dit geval de Wezel, Hermelijn en Bunzing. Tijdens de inventarisatie is ook gelet op eventueel andere beschermde soorten. Alle waarnemingen en locaties van gebruikte onderzoeksmaterialen zijn op locatie gekarteerd met behulp van een veldtablet.

2.2.1

Kleine marterachtigen In de onderzoeksperiode is onderzocht of kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) aanwezig zijn binnen het plangebied en wat de gebruiksfunctie van het plangebied is. Het onderzoek is uitgevoerd conform het document ‘Wezel, Hermelijn en Bunzing, beschermd in Noord-Holland’. Dit document van de provincie Noord-Holland is een handreiking voor het uitvoeren van onderzoek naar kleine marterachtigen zoals Bunzing, Hermelijn en Wezel. Om een beeld te krijgen van de aanwezigheid en de verspreiding van de kleine marterachtigen is bij de inventarisatie gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksmethoden: één cameraval, één struikrover en acht sporenbuizen. Er zijn drie bezoeken afgelegd aan het gebied (zie Tabel 3). Tijdens het eerste bezoek worden de onderzoeksmaterialen uitgezet. Hierbij wordt uiteraard gelet op locaties met de hoogste trefkans. Deze wordt bepaald op grond van de aanwezige biotopen, dekking, eventuele passagepunten (wissels), foerageergebieden etc. Een kaart met de locaties van de uitgezette onderzoeksmaterialen in het plangebied is opgenomen in Bijlage 1. Een tussenbezoek is nodig voor controle van de materialen. Hierbij kunnen de sporenbuizen, indien nodig, voorzien worden van nieuw sporenpapier, de camera’s kunnen indien nodig bijgesteld worden, voorzien worden van nieuwe batterijen en de geheugenkaartjes kunnen worden gewisseld.

Eventueel kan er bij dit bezoek ingegrepen worden als de sensor te vaak loos geactiveerd wordt door bijvoorbeeld zonlicht, schaduwen en bewegende vegetatie.

Datums van activeren cameravallen (en looptijd) voor marteronderzoek.

Cameravallen, mostela, struikrover, sporenbuizen Uitzet materialen Controle Ophalen materialen

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

27-07-2021 09-08-2021 25-08-2021

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

10

Bij de derde ronde wordt het materiaal opgehaald waarna het beeldmateriaal en de prentenplaten tijdens een bureaustudie worden geanalyseerd. In Tabel 3 staan de startdatum, controledatum en einddatum van het onderzoek. Het materiaal heeft in totaal 29 dagen uitgestaan in het veld. Daarnaast is tijdens de veldbezoeken in het plangebied gericht gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van marterachtigen zoals latrines, prooiresten en uitwerpselen. Met deze aanvullende waarnemingen kan mogelijk een beter beeld worden verkregen van de aanwezigheid en het terreingebruik door marterachtigen. Om een beeld te krijgen van de aanwezigheid van de marterachtigen is met behulp van één cameraval en één struikrover voorzien van lokvoer, op een geschikte locatie geprobeerd deze soorten vast te stellen. →https://www.zoogdier

vereniging.nl/wat-wedoen/monitoring/meetp rogrammas-nem/nemverspreidingsonderzoekbunzing-boommarter

Hieronder wordt kort de werking van de verschillende vangtechnieken toegelicht. Cameraval De cameraval is voorzien van een sensor die reageert op de combinatie van warmte en beweging. Als er een warmbloedig dier (bijvoorbeeld een zoogdier of vogel) voor de camera beweegt, begint deze met opnemen. Overdag zijn de beelden in kleur, en ’s-nachts of bij te weinig licht schakelt de camera automatisch over naar een infrarood beeld. De camera maakt hierbij geen geluid en de infrarood lampjes zijn niet te zien door de dieren, waardoor de dieren niet afgeschrikt kunnen worden. De dieren blijven zich daarom natuurlijk gedragen. Als lokvoer is een blikje sardines en visolie gebruikt. Na minimaal vier weken wordt de cameraval verwijderd en worden de geheugenkaartjes uitgelezen. Het is ook mogelijk dat hiermee andere (zoog)dieren worden opgemerkt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

11

Struikrover De struikrover is een combinatie is van een lokmiddel en een cameraval. Het is een korte PVC buis waarin een wildcamera is geplaatst met als lokmiddel een blikje sardientjes. Veldtests hebben laten zien dat hiermee alle aanwezige marterachtigen in een gebied binnen twee weken kunnen worden vastgesteld. Wanneer het onderzoek na enige tijd op identieke wijze wordt herhaald, is ook monitoring mogelijk, zodat een trend kan worden bepaald. De struikrover kan gebruikt worden om gemakkelijk alle soorten marterachtigen en vele andere (kleine) (zoog)dieren in beeld te brengen. Denk aan Wezel, Hermelijn, Boommarter, Steenmarter, Das, Egel, Vos, diverse soorten muizen, maar ook vogels. Sporenbuizen De sporenbuis is een pvc-buis van 8 of 10 cm in diameter. Deze zijn vooral bedoeld om prenten van kleine marterachtigen Wezel en Hermelijn waar te nemen. In de sporenbuis ligt een plankje met in het midden een stempelkussen met inkt. Aan weerszijden van het stempelkussen liggen witte vellen sporenpapier. De Wezel en Hermelijn zijn van nature nieuwsgierig. Ze lopen graag in de dekking op zoek naar prooidieren en onderzoeken daarbij holen. Daarbij is het dus de bedoeling dar ze door de sporenbuizen lopen en prenten achterlaten.

Een mostela (marterkast) met opgetild deksel (linksboven), een cameraval in het veld (rechtsboven), een sporenbuis in het veld (linksonder) en struikrover (rechtsonder) (archieffoto’s G&G).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

12

Hieronder is een kaart met waar de gebruikte materalen in het plangebied hebben gestaan

Kaart met aangegeven locaties van de gebruikte materialen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

2.3

13

Vleermuizen Alle soorten vleermuizen zijn beschermd krachtens de Wnb onder het regime van de Habitatrichtlijn. Het doel van het onderzoek is om de aanwezigheid en de verspreiding van vleermuizen in het plangebied in kaart te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de richtlijnen uit het protocol voor vleermuisinventarisaties, zoals dat is opgesteld door het Vleermuisvakberaad (VLEERMUISVAKBERAAD, 2020). Voorafgaand aan het onderzoek is op grond van uitgevoerde ecologische quickscan, de aanwezige biotopen of bekende voorkomens nagegaan welke vleermuissoorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn binnen het onderzoeksgebied. Het onderzoek is op grond daarvan in dit geval gericht op de algemenere gebouw bewonende soorten; Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en boom bewonende soorten; Rosse Vleermuis. De Ruige dwergvleermuis kan zowel in bebouwing als in bomen verblijven. Uiteraard zijn ook andere soorten gezocht in het plangebied en zijn eventueel bezoekrondes en/of bezoektijden tussentijds aangepast aan bevindingen tijdens het veldwerk. Bij het aantreffen van ‘bijzondere’ soorten zoals Meervleermuis, grootoorvleermuis, Watervleermuis, Baardvleermuis, etc., die mogelijk het plangebied gebruiken als verblijfplaats, worden rondes en rondetijden aangepast of worden extra rondes ingepland.

2.3.1

Veldbezoeken Door middel van veldwerk zijn de daadwerkelijke aanwezigheid en verspreiding van vleermuizen in het plangebied onderzocht. Er zijn vijf bezoeken volbracht in de periode mei tot en met september 2021. Het aantal bezoeken is op voorhand op grond van potentie van verwachte soorten en gebruiksfuncties bepaald. Bij onverwachte of afwijkende waarnemingen of grotere en bijzondere verblijfplaatsen wordt altijd een extra veldbezoek ingepland. Het plangebied kan door vleermuizen op verschillende manieren worden gebruikt, bijvoorbeeld als verblijfplaats, als (onderdeel van) een vliegroute of als foerageergebied. Deze gebiedsfuncties zijn tijdens het veldwerk onderzocht. Tijdens een veldverkenning (tijdens de quickscan) zijn relevante elementen zoals bijvoorbeeld begroeiing en randen daarvan, holtes in bomen, aanwezige lijnvormige beplanting en wateren in beeld gebracht en zijn delen van bebouwing nader op potentie beoordeeld (gaten, spleten, donkere delen). Bij dit onderzoek en tijdens alle bezoekrondes is met behulp van een sterke zaklamp bij inspecteerbare delen van het plangebied en bij

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

14

mogelijke verblijfplaatsen gezocht naar sporen van gebruik zoals keutels op verhardingen, poepstrepen bij gaten, vraatresten. Het terreingebruik door vleermuizen is op grond van de veldverkenning ’s nachts nader onderzocht door middel van langzaam surveilleren en posten met gebruik van batdetectors (beschikbare modellen Pettersson 240x en Echo Meter Touch Pro). Op de onderzoek locatie was altijd visuele- en audioweergave van de opgevangen pulsen mogelijk en er was altijd de mogelijkheid geluiden en/of pulsen op te nemen met opnameapparatuur (Echo Meter Touch Pro) Tijdens alle veldbezoeken is gekeken naar aanwezige vliegroutes en foerageergebieden in het plangebied. Deze gebruiksfuncties zijn vooral te verwachten in luwe delen van het plangebied en langs lijnvormige landschapselementen.

Overzicht van de veldbezoeken ten behoeve van het vleermuisonderzoek in plangebied Oude Bergerweg 2 in 2021 per ronde (“KZ” = kraamkolonie- en zomerverblijfronde en “P” = paarverblijfronde).

Ronde / Datum

Tijd

Duur

Weersomstandigheden

Opzet

KZ1 17 mei

21:30-23:30

2 uur

W 3 bft , 11,1 ⁰C , 8 /8

avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik

KZ2 11 juni

22:00-00:00

2 uur

ZW 3 bft , 17,8 ⁰C , 8 /8

avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik

KZ3 2 juli

03:25-05:25

2 uur

W 2 bft , 16,8 ⁰C , 5 /8

ochtendbezoek kraamverblijven, zomerverblijven, terreingebruik

P1 28 aug

00:00-02:00

2 uur

N 3 bft , 17,2 ⁰C , 7 /8

middernacht/avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik

P2 22 sept

21:00-23:00

2 uur

ZW 3 bft , 14,9 ⁰C , 5 /8

avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

15

De eerste drie kraam-zomer (KZ1 t/m KZ3) bezoeken aan het begin van de zomer zijn met name gericht geweest op het in kaart brengen van uitvliegen en zwermactiviteit bij kraam- of zomerverblijven. Zwermactiviteit treedt met name aan het einde van de nacht op en wordt onderzocht door op kansrijke plekken te posten en/of door rustig door het plangebied surveilleren. Bij een avondbezoek wordt gepost op kansrijke plekken (uitvlieggaten). De avondrondes zijn vooral ingezet om de activiteit van Laatvlieger te kunnen volgen. De laatste twee bezoeken (P1 en P2) zijn vooral gericht geweest op het vaststellen van paarverblijven en baltsactiviteit. De P1 ronde eind augustus is rond middernacht ingezet om baltsactiviteit van Ruige dwergvleermuis later in de nacht in beeld te brengen. Deze P1 ronde is tevens laat ingezet om middernachtelijke zwermactiviteit van Gewone dwergvleermuis vast te kunnen stellen. Deze zwermactiviteit vormt een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van een winterverblijf. Vanwege de grootte van het object en het aantal potentieel geschikte plekken en de positie daarvan voor met name verblijfsgebruik van vleermuizen, is de inventarisatie uitgevoerd door twee personen. Tijdens de veldbezoeken was geen sprake van substantiële neerslag, werd er niet geïnventariseerd bij een windkracht hoger dan 4 Bft of bij een te lage temperatuur.

Voor een overzicht met informatie van de veldbezoeken zie Tabel 4.

Het plangebied tijdens een avondbezoek voor vleermuisonderzoek (KZ1).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

16

2.3.2

Relatie met het vleermuisprotocol Het vleermuisprotocol is een richtlijn op grond waarvan het onderzoek zo goed mogelijk is uitgevoerd. Dit betekent dat op grond van aanwezige biotopen en potenties in het onderzochte plangebied de uiteindelijke onderzoeksopzet is gemaakt. In het geval van het besproken gebied zijn de hieronder genoemde keuzes gemaakt om de resultaten te optimaliseren. De bebouwing binnen het plangebied is laag, wordt onregelmatig verwarmd en heeft weinig bufferende capaciteit ten aanzien van warmte. Daarom worden geen bijzondere constante en koele microklimaten verwacht ten aanzien van warmte en vocht en is de bebouwing naar verwachting niet geschikt als (massa)winterverblijf voor Gewone dwergvleermuis. Het middernachtzwermen van deze soort wordt daarom niet op voorhand verwacht. Omdat bovenstaande slechts een inschatting betreft en (massa-) winterverblijf als een belangrijke vast te stellen gebruiksfunctie wordt gezien, is hiernaar tijdens één ronde toch optimaal onderzoek gedaan. Door deze laat uitgevoerde bezoekronde wordt tevens ondervangen dat baltsactiviteit op verschillende momenten in de nacht wisselende intensiteit kan hebben en het plangebied op meerdere momenten in de nacht hierop werd onderzocht.

In de andere (najaars-)ronde(s) is ook op nachtelijk zwermgedrag gelet, bij (grote) winterverblijven is dit gedrag ook eerder in de nacht waarneembaar en kan dit gedurende langere tijd doorgaan (tot ver in september).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

3

17

Resultaten broedvogels 3.1

Huismus In het plangebied werden geen Huismussen waargenomen. In de omgeving werden wél enkele Huismussen waargenomen. Tijdens het eerste veldbezoek werd een broedlocatie van de huismus ontdekt in een woonhuis op ongeveer 60 meter van het plangebied. De Huismus werd niet broedend aangetroffen in het plangebied. Het plangebied biedt ook geen essentieel leefgebied voor de soort. Er is voldoende geschikt leefgebied buiten het plangebied aanwezig. Omdat de soort ontbreekt in het plangebied is geen aparte verspreidingskaart gemaakt.

3.2

Ransuil en Sperwer

3.2.1

Ronde 1 (21 april 2021) Tijdens de eerste ronde van het onderzoek naar roofvogels en uilen zijn geen waarnemingen van dergelijke soorten gedaan. In het plangebied is gezocht naar sporen, maar ook deze zijn niet gevonden. Het nest ten westen van het woonhuis is zeer waarschijnlijk gebouwd door Eksters, deze werden ook in de tuin waargenomen. Echter, er werden geen aanwijzingen verkregen dat dit nest (dit jaar) daadwerkelijk werd gebruikt. Het nest in de grote sparrenboom ten zuiden van het woonhuis lijkt slechts een aanzet tot een nest van waarschijnlijk Ekster of Zwarte kraai. Ook bij dit nest werd geen activiteit waargenomen.

3.2.2

Ronde 2 (13 mei 2021) Tijdens ronde 2 zijn geen indicatieve waarnemingen gedaan wat betreft vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Enkele Zwarte kraaien werden waargenomen langs de zuidgrens van de tuin ruziënd om nestmateriaal, maar leken de nesten niet te gebruiken. Ook nieuw gebouwde nesten werden niet vastgesteld. Onder de vermeende nestlocaties zijn wederom geen sporen zoals braakballen, resten van prooidieren of krijtstrepen waargenomen.

3.2.3

Ronde 3 (28 mei 2021, nachtbezoek) Tijdens het nachtbezoek is gelet op de aanwezigheid van Ransuilen in het plangebied door te posten en te luisteren naar roepende vogels of de roep van om voedsel bedelende jongen. In het plangebied zijn hierbij geen (Rans-)uilen gehoord of gezien.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

18

3.2.4

Ronde 4 (11 juni 2021) Ook tijdens deze onderzoeksronde werden geen roofvogels of uilen gezien in het plangebied of bij het nest. Daarnaast werden wederom geen sporen waargenomen.

3.3

Conclusie jaarrond beschermde broedvogels Er werden geen aanwijzingen verkregen dat roofvogels of uilen zijn gevestigd op het aanwezige nest of elders op het terrein. Omdat de onderzochte roofvogelsoorten ontbreken in het plangebied en de omgeving daarvan, is er geen aparte verspreidingskaart gemaakt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

4

19

Resultaten kleine marterachtigen 4.1

Wezel, Hermelijn, Bunzing In het plangebied werden geen kleine marters (Wezel, Hermelijn, Bunzing) of andere beschermde, niet vrijgestelde, grondgebonden zoogdiersoorten vastgelegd. Op de cameraval en bij de struikrover zijn enkele verschillende andere diersoorten vastgelegd. In Tabel 5 hieronder is te zien welke diersoorten. Ook zijn per diersoort het aantal foto’s genoteerd waarop de betreffende soort te zien is. Het aantal foto’s geeft een indicatie over de activiteit van deze soorten in het plangebied.

Tabel met vastgelegde soorten tijdens het onderzoek. Het getal geeft het aantal geschoten foto’s van de soort aan.

Zoogdieren: Bosmuis / muis spec. Vogels: Merel Appelvink Roodborst Overig: Huiskat Hond Vos Egel

Camera/Mostela 6 2 1 6 4 1 2 3

Enkele waargenomen dieren voor de camera’s: Gewone bosmuis, Egel, Appelvink (linksonder) en Vos.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

20

De resultaten uit de tien sporenbuizen laten alleen prenten zien van muizen. Er zijn geen prenten van kleine marterachtigen aangetroffen.

Resultaten per uitgelegde sporenbuis.

sporenbuis 1 sporenbuis 2 sporenbuis 3 sporenbuis 4 sporenbuis 5 sporenbuis 6 sporenbuis 7 sporenbuis 8

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

resultaat muis muis muis muis muis muis

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

5

21

vleermuizen In plangebied Oude Bergerweg 2 zijn vier soorten vleermuizen vastgesteld. In Tabel 7 staan de aangetroffen soorten. De relevante verspreidingskaarten van de aangetroffen vleermuizen staan in Bijlage 1.

Vastgestelde soorten vleermuizen met bijbehorende indicatie van de aantallen en gebruiksfuncties in plangebied Oude Bergerweg 2 in 2021.

Soort Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis

Aantal (indicatie)

Verblijf

Balts in vlucht

Foeragerend

Vliegroute

tiental enkele enkele enkele

geen geen geen geen

ja nee nee nee

ja nee nee nee

nee nee nee nee

Er werden langsvliegende, foeragerende exemplaren en baltsende vleermuizen waargenomen. Verblijfplaatsen in bomen of gebouwen zijn niet vastgesteld. Per soort wordt hieronder het voorkomen van de aangetroffen vleermuizen in het plangebied kort toegelicht en wordt de leefwijze van de waargenomen vleermuizen in Nederland geschetst.

5.1

Gewone dwergvleermuis In plangebied Oude Bergerweg 2 werd de Gewone dwergvleermuis in alle terreindelen verspreid aangetroffen. De dichtheden en aantallen vleermuizen lagen meestal vrij laag. Er werden in het geheel geen gebouwgerichte activiteiten van vleermuizen waargenomen. De omliggende begroeiing in en net buiten het plangebied werd gedurende de onderzoeksperiode regelmatig gebruikt door foeragerende vleermuizen. Soms waren dieren enige tijd aanwezig. De dieren werden buiten het plangebied ook jagend nabij lantaarnpalen waargenomen. Gezien de mogelijkheden om te foerageren buiten het plangebied en de grootte van het plangebied ten opzichte van (geschiktere) gebieden daarbuiten, is het plangebied wat betreft foerageergebied geen ‘essentieel’ deel van het leefgebied van Gewone dwergvleermuizen. Er werden geen bijzondere gerichte verplaatsingen opgemerkt van Gewone dwergvleermuizen die zouden kunnen wijzen op een belangrijke vliegroute.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

22

Naast het plangebied werden in latere onderzoek rondes tevens enkele in vlucht baltsende Gewone dwergvleermuizen waargenomen. De waarnemingen van deze vleermuizen kon niet worden gekoppeld aan bebouwing binnen het plangebied. De vleermuizen waren in het plangebied slechts kortstondig aanwezig en het centrum van de activiteit in latere rondes lag op de weg ter hoogte van het noordelijk gelegen huis. De dieren vlogen tijdens het baltsen in een rechte lijn zonder gebouwgericht gedrag of het hoger in de bebouwing aanvliegen van gebouwdelen. Er werden in de eerste ronde KZ1 ook één of twee vleermuizen gehoord met sociale geluiden. Het is niet ongebruikelijk dat vleermuizen net uit winterverblijf sociale geluiden tijdens het foerageren laten horen. Verondersteld wordt dat de vleermuizen werden aangetrokken door de baltslocaties vanwege de gunstige foerageermogelijkheden. Op de baltslocaties was sprake van opgaande begroeiing en er zijn luwere terreindelen aanwezig. Algemeen De Gewone dwergvleermuis is de meest verspreide en talrijkste vleermuissoort in Nederland. Deze soort wordt beschouwd als hoofdzakelijk gebouw bewonend. Gedurende het hele jaar worden vooral van buiten toegankelijke spouwmuren en besloten ruimtes achter betimmeringen en daklijsten gebruikt. Nachtelijk zwermgedrag rond een verblijfplaats in voorjaar en zomer duidt op de aanwezigheid van (kraam)kolonies.

Door de verborgen leefwijze gedurende de winterperiode zijn overwinterende dieren, die zich dan meestal in kleinere groepen ophouden, vaak onvindbaar. Een sterke aanwijzing voor dergelijke winterverblijven is het voorkomen van zogenaamde middernachtzwermactiviteit in de periode half juli – augustus. Daarnaast is gedurende de baltsperiode in de nazomer en herfst sprake van paargezelschappen die rond paarverblijfplaatsen kunnen worden waargenomen. Baltsende mannetjes worden ook vaak vliegend waargenomen en zijn dan vaak niet direct aan een paarverblijfplaats te koppelen. Foerageergebieden bevinden zich overwegend in besloten tot halfopen landschap binnen enkele kilometers van de (zomer)verblijven. Het foerageergebied wordt via vaste en veelal beschutte vliegroutes bereikt, zoals bomenlanen, boszomen en watergangen.

5.2

Ruige dwergvleermuis In het plangebied werd de Ruige dwergvleermuis enkele malen aangetroffen in het midden van het gebied. De soort werd alleen langsvliegend gezien zonder dat aanwijzingen werden verkregen dat

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

23

de vleermuizen binding hadden met bomen of bebouwing in het plangebied. Vanwege de lage aantallen waarnemingen wordt het plangebied niet gezien als (onderdeel van) een belangrijke vliegroute of essentieel foerageergebied voor de soort. Door het beperkte gebruik van het plangebied en omdat geen waarnemingen werden gedaan die duiden op belangrijk binding van de soort aan het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart opgenomen. Algemeen De Ruige dwergvleermuis is in ons land jaarrond een algemeen verspreide soort, met name ten noorden van de grote rivieren. Het leefgebied is zeer divers, maar de grootste aantallen bevinden zich in bosrijk of parkachtig gebied. Ruige dwergvleermuizen gebruiken uiteenlopende (tijdelijke) verblijfplaatsen, zoals boomholten, bastspleten, nestkasten, spouwmuren, houtstapels en kelders. Hoewel de soort in ons land ook ’s zomers verspreid wordt waargenomen, bevinden kraamkolonies zich vooral in Noord- en Oost-Europa (slechts één keer in ons land).

5.3

Laatvlieger In het plangebied werd slechts één langsvliegende Laatvlieger opgemerkt. De waarnemingen van de soort betrof een relatief hoog vliegende, rechtdoor bewegend exemplaar. Deze waarneming heeft waarschijnlijk betrekking op een dier op weg van of naar een foerageergebied (veelal aan de buitenrand van bebouwing) of verblijfplaats. Er werden geen aanwijzingen verkregen dat de vleermuis binding had met (bebouwing in) het plangebied. Door de lage aantallen waarnemingen wordt het plangebied niet gezien als (onderdeel van) een belangrijke vliegroute of essentieel foerageergebied voor de soort. Vanwege het beperkte gebruik en omdat geen waarnemingen werden gedaan die duiden op belangrijk binding van de soort aan het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart opgenomen. Algemeen De Laatvlieger komt in ons land algemeen verspreid voor rond dorpen in agrarisch gebied, parken, tuinen en stadsranden. In Nederland bewonen Laatvliegers gedurende het hele jaar uitsluitend gebouwen. Kraamkolonies worden vooral aangetroffen op (kerk)zolders, in spouwmuren of achter gevelbekleding, waarbij de dieren vaak weggekropen zijn tussen balken en in spleten. Een populatie Laatvliegers gebruikt veelal een netwerk van verblijven, waarbij relatief vaak van plaats wordt gewisseld. Voor zover bekend leven

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

24

mannetjes vrijwel het gehele jaar solitair. Overwinterende dieren worden meestal in kleine groepjes aangetroffen, mogelijk in dezelfde gebouwen als waarin zich de zomerverblijven bevinden. Laatvliegers foerageren na het uitvliegen eerst kort in sociale groepen nabij de kolonieplaats. Daarna zoeken ze afzonderlijk de open jachtgebieden op. Deze liggen veelal in kleinschalig agrarisch gebied dat rijk is aan vochtige graslanden. Hierbij kunnen relatief grote afstanden worden afgelegd.

5.4

Rosse vleermuis Tijdens de inventarisaties is de Rosse vleermuis slechts incidenteel waargenomen. De soort werd tweemaal langsvliegend gezien in de straten rondom het plangebied zonder dat er aanwijzingen werden verkregen dat de vleermuizen binding hadden met bomen of begroeiing in het plangebied. Vanwege de lage aantallen waarnemingen wordt het plangebied niet gezien als (onderdeel van) een belangrijke vliegroute of essentieel foerageergebied voor de soort. Vanwege het beperkte gebruik en omdat geen waarnemingen werden gedaan die duiden op belangrijk binding van de soort aan het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart opgenomen. Algemeen De Rosse vleermuis is een echte bosbewoner en komt in bosrijke delen en oudere parken van ons land algemeen voor. De kraamkolonies, die regelmatig bestaan uit meer dan honderd vrouwtjes, bevinden zich vaak verdeeld over een netwerk van meerdere boomholten van vooral Beuk of Zomereik. In de kraamperiode verhuizen de dieren regelmatig. De mannetjes verblijven in de zomerperiode verspreid in kleine groepen in boomholten. In de nazomer is de baltsperiode en hebben de mannetjes een territorium bij een boomholte. Hier worden dan met enkele vrouwtjes paargezelschappen gevormd. In het najaar worden ook wel alternatieve verblijfplaatsen zoals vleermuiskasten en hoogbouw gebruikt.

Winterverblijven kunnen zich in dikke bomen bevinden, maar worden in ons land niet vaak aangetroffen. Rosse vleermuizen jagen bij voorkeur hoog boven open gebieden als bosranden, weiden, moerassen en meren. Jachtgebied en verblijfplaats kunnen relatief ver uit elkaar liggen (10 km). Vliegroutes lijken nauwelijks gebonden aan landschapselementen en worden hoog, hoger dan tien meter, en snel vliegend overbrugd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

6

25

Effectbeoordeling en maatregelen De aanwezigheid van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten of vleermuizen nabij en binnen het plangebied kan van invloed zijn op de verdere procedure. De effecten die kunnen optreden bij de geplande werkzaamheden worden beschreven. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren.

6.1

Huismus Er zijn geen Huismussen waargenomen in of bij de bebouwing van het plangebied. Er waren geen nestplaatsen aanwezig. In de omgeving is één verblijfplaats van de Huismus aangetroffen. De waargenomen Huismussen toonden in het geheel geen binding met de bebouwing in het plangebied. Er kunnen daarom geen negatieve gevolgen zijn door de plannen voor de Huismus.

6.2

Ransuil & Sperwer Er zijn geen roofvogels als Ransuil en Sperwer waargenomen op of bij de bestaande nesten in het plangebied. Gezien het ontbreken van waarnemingen van deze soorten in het plangebied kunnen geen negatieve gevolgen worden voorzien door de plannen.

6.3

Overige broedvogels In het plangebied zijn geen vogelsoorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen aanwezig. Er kunnen in de bebouwing of het omliggend groen in het broedseizoen wél andere soorten broedvogels vestigen met niet-jaarrond beschermde nesten. Dergelijke vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen het slopen of renoveren van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie-toplaag. Men dient deze activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden daarom buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer toch in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

26

6.4

Vleermuizen Verblijfplaatsen Er zijn tijdens de inventarisaties geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen, er zijn geen negatieve effecten van de ingreep op verblijvende vleermuizen mogelijk. Foerageergebied De aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied worden door de werkzaamheden, die beperkt zijn tot de bebouwing, niet in betekenende mate beïnvloed.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

7

27

Conclusies en aanbevelingen Tijdens de inventarisatie zijn vier soorten vleermuizen aangetroffen in het plangebied(zie Tabel 8).

Aangetroffen beschermde soorten met vastgestelde gebruiksfuncties in Oude Bergerweg 2 in 2021. Vogels

Huismus Ransuil Sperwer

Essentieel leefgebied nee nee nee

Aanwezig

Verblijf

nee nee nee

nee nee nee

Verblijf

Foerageergebied

Essentieel foerageergebied

vliegroute

Essentiële vliegroute

nee nee nee nee

ja nee nee nee

nee nee nee nee

nee nee nee nee

nee nee nee nee

Aanwezig

Verblijf

nee nee nee

nee nee nee

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Kleine marterachtigen

Bunzing Hermelijn Wezel

Essentieel leefgebied nee nee nee

♣ In het plangebied komen geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voor. In het plangebied kunnen wél broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot half juli. ♣ In het plangebied komen geen verblijfplaatsen van kleine marterachtigen voor. ♣ In het plangebied zijn alleen langsvliegende, in vlucht baltsende en foeragerende vleermuizen waargenomen. ♣ Verblijfplaatsen van vleermuizen konden niet worden vastgesteld in het plangebied. De in vlucht baltsende vleermuizen vertoonden geen gebouw gebonden activiteit en konden niet aan aanwezige bebouwing worden gekoppeld.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

28

♣ Het foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied maakt slechts een klein deel uit van een veel groter foerageergebied en is geen ‘essentieel’ deel van het leefgebied. De vleermuizen kunnen derhalve uitwijken. ♣ Vanwege het ontbreken van verblijfplaatsen van vleermuizen en/of andere beschermde soorten of gebruiksfuncties die in betekenende mate worden aangetast, is het niet nodig ontheffing aan te vragen in het kader van Wnb. ♣ Voor overige aanwezige soorten geldt onverminderd de zorgplicht (zie Bijlage 2.1.1). ♣ Als daarnaast gewerkt wordt conform de gestelde beperkingen en restricties in de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (zie FOKKENS, 2021), worden bij uitvoer van de plannen geen belangrijke negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

8

29

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BARATAUD, M., Y. TUPINIER, H. LIMPENS & A C. BETAIN, 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Biotope editions, Publications scientifiques du muséum. ISBN 9782366621440. BEUSEKOM, R. VAN, HUIGEN P., HUSTINGS F., DE PATER, K. & THISSEN J. (RED.), 2005. Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Tirion uitgevers B.V., Baarn. BIJLSMA, R.G., HUSTINGS F. & C.J. CAMPHUYSEN, 2001. Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2). GMB Uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. BRIGGS, B. & D. KING, 1998. The Bat Detective. A fieldguide for bat detection. Stag Electronics, West Sussex. BROEKHUIZEN, S., B. HOEKSTRA, V. VAN LAAR, C. SMEENK & J.B.M. THISSEN (RED.), 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. 3e herziene druk. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., A. KIEFFER, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij. Zeist. DIJK A.J. VAN & A. BOELE, 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. FOKKENS, J., 2021. Oude Bergerweg 2 te Bergen. G&G-rapport QS2020-002. Van der Goes en Groot, Alkmaar. GRIMMBERGER, E., 2001. Gids van de Vleermuizen van Europa. Tirion uitgevers B.V., Baarn. HUSTINGS F., BORGGREVE C., VAN TURNHOUT C. & THISSEN J. 2004. Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels volgens Nederlandse en IUCN-criteria. SOVON-onderzoeksrapport 2004/13.

SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. SIERDSEMA, HENK, 1995. Broedvogels en beheer. Het gebruik van broedvogelgegevens in het beheer van bos- en natuurterreinen. SOVON-onderzoeksrapport 1995/04. Staatsbosbeheerrapport 1995-1. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

30

TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING, 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. WISMEIJER, H., 2002. Zoogdieren van Europa. ANWB bv/ TIRION Uitgevers bv, Baarn.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

31

9

Bijlagen

Bijlage 1 Bijlage 2

Verspreidingskaarten vleermuizen Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

Bijlage 1 Verspreidingskaarten vleermuizen

# #

# #

#

0

±

0,035 km

Gewone dwergvleermuis Bergen Oude Bergerweg 2 Verspreidingskaart 2021 Kraam-Zomerronde 1 Kraam-Zomerronde 2 Kraam-Zomerronde 3 Middernachtzwermen Paarronde 1

# * Balts in vlucht " !

Paarverblijf

! .

Winterverblijf

Zomerverblijf

^ Kraamverblijf foerageergebied vliegroute

Paarronde 2

Van der Goes en Groot

!

1

!

6-10

! 2-5

!

!

11-25 >25

© Kadaster Nederland

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

!

!

d d

d d !d d

!

!

0

±

0,035 km

Bergen Oude Bergerweg 2

d

Verspreidingskaart 2021

!

Langsvliegend Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

Meervleermuis

Laatvlieger

Watervleermuis

Ruige dwergvleermuis

Gewone grootoorvleermuis

Rosse vleermuis

Baardvleermuis

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

! d ! d ! d

d!

d!

1 2-5 6-10 11-25 >25

© Kadaster Nederland

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

Bijlage 2 Huidige natuurwetgeving Bijlage 2.1 Wet Natuurbescherming (Wnb) De Wet Natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 2.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 2.2 Soortbescherming Bijlage 2.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en soorten genoemd in de Europese Vogelrichtlijn. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 2.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 9.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZH

ZL

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + +

+ +

+ + + + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + +

+ + + +

+ + + +

+ + +

+ + + +

+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ + + +

+ + + +

+ + + +

+

+

+

+

+

+

+ +

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + +3 + +4 + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker

+ +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen en bijhorende erven bevinden +1:geldt in de periode maart-april en juli t/m november +2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari +3:geldt in de periode juli t/m september +4:geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

+ + + +

Oude Bergerweg 2 in Bergen

Bijlage 2.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bijlage 2.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 2.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 2.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de

¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet. Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 2.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. ♣ in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ♣ ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. ♣ in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.

♣ ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 2.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘jaarrond beschermde broedvogels’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Categorie Toelichting codes 4 Vogelsoorten waarvan de nesten in 4 principe jaarrond zijn beschermd met 2 beschermingscategorie: 3 1 = soorten die ook buiten het 4 broedseizoen het nest gebruiken als vaste 2 rust- of verblijfplaats, 3 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen 3 op dezelfde plaats broeden en die daarin 3 zeer honkvast zijn of afhankelijk van 4 bebouwing of biotoop, 2 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats 3 broeden en die daarin zeer honkvast zijn of 4 afhankelijk van bebouwing, 1 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in 4 staat zijn een nest te maken. 4

De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf wordt zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan, betrokken! Voor jaarrond beschermde soorten kan, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als geen schade optreedt en de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, zal de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen.

Categorie 5-soorten Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook jaarrond beschermde soorten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’. Bijlage 2.2.6 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode hoeft bij werkzaamheden in het kader van

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-72

Oude Bergerweg 2 in Bergen

natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld en er moet een belang zijn voor het project vergelijkbaar met genoemde belangen uit de VRL, HRL of de ‘andere soorten’.

Bijlage 2.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Bijlage 2.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx ?subj=n2k&groep=0 Habitattoets Wanneer plannen bestaan een project in of rond een Natura 2000gebied uit te voeren, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5107/documents/40148