CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij Masterplan Zuurvenspolder.pdf

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 16: Voorstel betreft de begrenzing Zuurvenspolder als Natuurnetwerk Nederland6.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Masterplan Zuurvenspolder Bergen NH Opdrachtgever: Gemeente Bergen Datum: 11 juni 2024

Masterplan Zuurvenspolder Bergen is een product van: Bureau B+B Kraanspoor 1 1033 SC Amsterdam www.bplusb.nl 020 6239801 In opdracht van: Gemeente Bergen

Bureau B+B Stedebouw en Landschapsarchitectuur Kraanspoor 1 1033 SC Amsterdam +31 (0)20 62 39 801 www.bplusb.nl

Inhoudsopgave

1

Introductie

inleiding 2

Gebiedsanalyse

ontstaansgeschiedenis

7 8 10

recente historie

14

landschappelijke analyse

16

ruimtelijke analyse

20

kansen & knelpunten

3

Ruimtelijk kader

24 30

ontwikkelprincipes

32

natuurontwikkeling

34

4

BUREAU B+B

6

ruimtelijke principes

36

Masterplan

38

Zuurvenspolder

40

fasering

42

recreatie

44

zonneweide

48

watersysteem

50

58

nieuwe perspectieven

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

3

1| introductie

1 Introductie

Inleiding

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

6

Voor u ligt het masterplan voor de Zuurvenspolder. Deze bijzondere polder is gelegen direct ten oosten van het Noord-Hollandse dorp Bergen. De historische, ruimtelijke, ecologische en recreatieve kwaliteiten van de polder zijn evident. De geomorfologische ontstaansgeschiedenis van de polder is anno 2024 nog goed leesbaar in het landschap. De weidsheid van de ruimte trekt

 luchtfoto Molensloot en omliggende

recreanten waaronder wandelaars en fietsers naar het gebied. De ecologische betekenis strekt uit tot ver buiten de polder

percelen

zelf: de polder is een populaire rustplek voor trekvogels en een

in te grijpen in het hydrologische en bodemkundige systeem zal de

projectgebied Zuurvenspolder

verblijfsplek voor overwinteraars. Door op redelijk eenvoudige wijze ecologische en landschappelijke waarde van het gebied vergroot worden.

▼ locatie Zuurvenspolder in Noord-Holland

Dit masterplan gaat in op de geschiedenis en karakteristieken van de plek en toont hoe de potenties van het onderliggende landschap vorm kunnen gaan geven aan de toekomst. Met dit masterplan worden de bestaande kwaliteiten geborgd én versterkt. De aanleiding voor dit masterplan komt voort uit de vraag naar aanpassing van een deel van de polder naar NNN (Natuur Netwerk Nederland). Dit masterplan dient als basis voor de aanvraag voor deze nieuwe begrenzing.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

7

2| gebiedsanalyse

2 Gebiedsanalyse

Ontstaansgeschiedenis

1500 v. Chr.

500 v. Chr.

800

Ter plaatse van het huidige Bergen ontstaat

De kustboog langs de Noordzeekust sluit

Het huidige Texel 'breekt' los van het vaste

een groot zeegat. De zee heeft vrij spel tot

langzaam. De directe invloed van de zee

land. Vanuit het noorden komt het gebied

achter de duinen. Er ontstaan bijzondere

verdwijnt hiermee. Enkel de zeeverbinding

weer onder invloed van de zee te staan. In het

haakse strandwallen (haakwallen) die haaks

richting het huidige Amsterdam is er nog.

gebied wordt zeeklei bij hoogwater aangevoerd

op de bestaande kustlijn liggen. Tussen de

Achter de kustboog ontwikkelt zich een

vanuit de Rekere die in verbinding staat met de

haakwallen vindt veenvorming plaats die af toe

uitgestrekt veengebied.

Noordzee via het gat van Zijpe.

wordt onderbroken door zeekleiafzettingen.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

10

veengebied kwelder getijdegebied duin en strandwallen hoog duin laag duin pleistocene afzetting buitenwater binnenwater ingedijkt gebied



droogmakerij

Paleogeografische

stedelijk gebied

kaarten NoordHolland

1

1500

2000

De tijd van inpolderingen is in volle gang. Land

Verhogingen in het landschap zijn vaak de

wordt geschikt gemaakt voor landbouw. De

plekken waar mensen zich hebben gevestigd.

waterafvoer in het gebied wordt gecontroleerd

De haakwallen die zich 3500 jaar eerder vormen

door de aanleg van diverse watergangen. Het

zijn nog steeds leesbaar in het landschap. De

landschap zoals we het nu nog steeds kennen

polder vormt een van de laatste open stukken

begint meer en meer vorm te krijgen.

landschap tussen Bergen en Alkmaar.

1

BUREAU B+B

Vos, P. & S. de Vries 2013: 2eq generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 11-04-2024 gedownload van www.archeologieinnederland.nl

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

11

2 Gebiedsanalyse

veenvlaktes

haakwallen

Natuurlandschap omstreeks 800 in relatie tot het occupatiepatroon in 1850

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

zeeklei afzettingen

veenvlaktes

haakwallen

zeeklei afzettingen

Natuurlandschap omstreeks 800 met de huidige kadastrale grenzen

12

Rond 1500 voor Christus beschermen vrij stuivende duinen

De ontginning van de kwelders had vaak een spontaan karakter.

en parallel aan de kust gelegen strandwallen het Hollandse

Er ontstond derhalve een zeer gevarieerd verkavelingspatroon.

achterland. Nabij het huidige Bergen is er echter sprake van een

Deze onregelmatige verkavelingen komen vooral voor in de oudere

bijzondere uitzondering. Hier zijn door het ontstaan van een groot

ontginningen en in de laaggelegen, nattere gebieden die als weiland

zeegat bij Bergen strandwallen ontstaan die haaks op de kustlijn

in gebruik waren. Het verkavelingspatroon is hier vaak aangepast

liggen, de zogenaamde haakwallen. De wallen ontstonden door

aan de ligging van de natuurlijke geulen. 2

natuurlijke sedimentatie onder invloed van het instromende

 Relatie tussen occupatie- en verkavelingspatroon en het historische natuurlandschap

zeewater. Daarnaast zorgde het Zeegat van Bergen ervoor dat de

De strandwallen vormden de hoger gelegen delen in het gebied.

veenvorming in het achterland diverse malen wordt onderbroken

De eerste dorpen en steden werden gevestigd op deze structuren.

door zeekleiafzetting. De vorming voor de haakwallen bij Bergen

De strandvlaktes, tussen de strandwallen in, lagen een stuk lager

ging door tot ongeveer 500 voor Christus. De directe invloed van de

en werd later in gebruik genomen. Vanaf van de 9e en 10e eeuw

zee op het plangebied kwam toen tot stilstand doordat de kustboog

werden de strandvlaktes en het veengebied ten oosten van de

van de Noordzee zich had gesloten. 2

strandwallen ontgonnen. Vanaf de late middeleeuwen worden er gezamenlijke akkercomplexen op de strandwallen aangelegd. Deze

Na het sluiten van het Zeegat van Bergen kon zich op diverse

akkercomplexen worden ook wel 'geesten' genoemd. Deze zijn vaak

plaatsen veen gaan vormen. Het zoete regenwater, dat niet langer

te herkennen aan hun lange, ovaalvormige structuur. De geesten

op natuurlijke wijze naar zee konden worden afgevoerd, verzamelde

waren over het algemeen in gezamenlijk bezit van de bewoners van

zich tussen de strandwallen en er ontstond veen.

3

het gebied. 3

Vanuit het noorden kwam het gebied echter weer onder invloed

Zanegeest, gelegen aan de noordzijde van het plangebied, is een

van de zee te staan. Om de ontginningen te beschermen tegen

karakteristiekeke geestnederzetting. De ovale structuur van het

overstromingen werden er vanaf het begin van de 12e eeuw dijken

geestdorp, de open geest en beplante erfafscheidingen bestaande

aangelegd. Door de stijging van de zeespiegel en de daling van het

uit houtwallen en meidoornhagen zijn nog goed herkenbaar. 3

maaiveld door de afvoer van water en ontginning van het veen werd het echter steeds moeilijker om water succesvol het gebied uit te voeren. Het kwelwater vormden hierbij een extra bemoeilijkende factor. Het omkaden van omdijken van polders was een eerste stap in een betere waterbeheersing. Veel van de oude dijktracés zijn nog steeds herkenbaar in het landschap, ofwel als dijk, ofwel als weg, of beide. Een voorbeeld hiervan is het Zakedijkje dat door de Zuurvenspolder loopt. 3 In de middeleeuwen vormden de Kop van Noord-Holland en WestFriesland nog een groot veengebied met West-Nederland. In de 12e en 13e eeuw vonden er vanuit de Noordzee grote doorbraken plaats waardoor veel veen afsloeg en erodeerde. 2

2 3

BUREAU B+B

Berendsen, H. J. A. (2005). Landschappelijk Nederland: de fysisch-geografische regio’s. Uitgeverij Van Gorcum Cultureel Erfgoed Noord-Holland (2004). Bergen, Lusthof (pp. 7–120) [Report]

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

13

2 Gebiedsanalyse

Recente geschiedenis

1900

1925

1975

De kern Bergen en veel boerderijen liggen op

Op enkele plekken is de polderstructuur

Vijftig jaar later is het dorp Bergen in alle

de haakwallen. Ook zijn er wegen aangelegd op

grootschaliger geworden ten opzichte

richtingen uitgebreid, maar met name in de

de haakwallen, waaronder de Baakmeerdijk,

van de situatie in 1900. Er is sprake van

richting van de polders. De wijk Saenegheest

het Zakedijkje en de Kogendijk. De

een intensivering van het landschap. Het

wordt gebouwd in de polder. Op bovenstaande

onregelmatige en fijnmazige polderstructuur is

Decauvillelijntje is aangelegd en in het gebied

kaartje is te zien dat het oostelijk deel van de

goed te herkennen.

is een steenfabriek gebouwd.

wijk als eerste werd aangelegd.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

14

De haakwallen vormen een belangrijk onderdeel in de ontstaansgeschiedenis van het landschap in en rondom het dorp Bergen. Niet alleen vormen deze haakwallen een bijzonder geomorfologische element in Nederland, ze liggen ook ten grondslag aan de vorming van Bergen zelf en bouw van nederzettingen

 Recente ontwikkeling Bergen en omgeving

 Bergen 1662

4

rondom het dorp. De leesbaarheid van het huidige landschap van het projectgebied is nog steeds voor een groot deel gebaseerd op deze haakwallen.

4

BUREAU B+B

Territorii Bergensis Accuratissima Descriptio - Joan Blaeu

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

15

2 Gebiedsanalyse

Landschappelijk systeem

Geomorfologie

Bodem

Het gebied wordt gekenmerkt door een

Binnen het plangebied heeft een grote

afwisseling tussen hoger gelegen ruggen

variatie aan bodemvormende processen

(haakwallen) en lager gelegen vlaktes.

plaatsgevonden, wat uniek is voor een polder

Deze afwisseling heeft de bodemvormende

in de binnenduinrand. De hoger gelegen

processen gestuurd.

haakwallen bestaan uit zandige afzettingen en de lager gelegen vlaktes bestaan uit een afwisseling tussen veengronden, moerige gronden en jonge zeekleigronden.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

16

Hoogte

Water

De ontstaansgeschiedenis van het

De Molensloot vormt de hoofdafvoer van de

projectgebied is goed zichtbaar in de

polder en vormt de belangrijkste watergang

hoogtekaart. Er is sprake van een afwisseling

die water uit het oostelijke deel van het dorp

tussen de hogere ruggen (+0.20 / -0.20 NAP)

van Bergen afvoert naar het Noord-Hollands

en lagere vlaktes (-0.80 / -1.20 NAP), maar ook

Kanaal. Binnen het plangebied is waterberging

antropogene invloeden - waaronder de oude

Saenegheest gesitueerd, dat een droge

vuilstort, een oud slibdepot en slotenstructuur

waterberging is. Het microreliëf in het gebied

- zijn eenvoudig te herkennen. De aanwezigheid

zorgt voor een diversiteit aan hydrologische

van microreliëf in het gebied zorgt voor grote

situaties: op de zanderige ruggen is er een vrij

diversiteit aan condities. Het plangebied vormt

laag grondwaterpeil en in de lager gelegen

het laagste deel van Bergen, het grootste deel

delen is sprake van kwel.

van het dorp ligt tussen de +4.00 en +0.50 NAP

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

17

2 Gebiedsanalyse

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

18

Sort-down doorsnede

Grondwater

plangebied met

De hydrologische condities vormen, samen met de bodemfysische

grondwaterstand, soms tot het maaiveld. In deze gebieden komt

peilhoogtes

condities, een belangrijke basis voor het vaststellen van potentiële

kwel voor. Daarentegen worden de zandige ruggen gekenmerkt

natuurdoeltypen. Het microreliëf en variatie in bodemtypes zorgt

door een lagere grondwaterstand waardoor ruimte ontstaat voor

voor een variatie in de afstand tussen het grondwater en maaiveld.

infiltratie in het grondpakket.

en indicatie grondwaterniveau

De waterberging en vlaktes worden gekenmerkt door een hoge

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

19

2 Gebiedsanalyse

Ruimtelijke analyse

waterberging

Molensloot

oude vuilstort

De waterberging in de polder is een droge

Deze watergang vormt de primaire

De locatie van de voormalige vuilstort

noodberging voor Bergen. Er is sprake van

watervoering van de polder. Het is een brede

ligt hoger ten opzichte van de omliggende

verlanding en opschot. Het gebrek aan beheer

watergang en een toevluchtsoord voor

percelen. Het is een relatief verrommeld deel

zorgt voor een snelle successie. Het is een

overwinterende watervogels. Enkele van de

van de polder. De hoogteverschillen blokkeren

ecologisch interessant gebied dat door een

oevers zijn de afgelopen jaren aangepast door

zichtlijnen en het ontbreekt aan een gevoel van

juist beheer meer waarde zal krijgen doordat er

het hoogheemraadschap. Veel oevers zijn nog

ruimtelijke hiërarchie.

meer ruimte zal zijn voor pioniersvegetatie.

steeds steil en bevinden zich voornamelijk boven het gemiddeld waterpeil.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

20

noordelijke Zuurvenspolder

omgeving vuilstort

natuurspeelplaats

Het noordelijke deel van de Zuurvenspolder

De directe omgeving van de vuilstort kent vrij

De natuurspeelplaats in zuidwestelijke zone

ligt voornamelijk op de zandige bodem van een

veel opgaande beplanting van braam en vlier.

van de polder is een avontuurlijk en natuurlijke

haakwal. Momenteel vind hier beweiding plaats

De gronden zijn door de hogere ligging vrij

ingerichte speelplek voor kinderen. Met name

door koeien en worden er paarden gehouden.

droog.

basisschoolleerlingen maken gebruik van

Het zijn (hoog) productieve graslanden met

deze plek. Ecologisch is de plek van waarde.

een monotoon karakter en vrij beperkte

Zo zijn er bijvoorbeeld rugstreeppadden te

ecologische waarde. Er zijn ruime vergezichten

vinden. Het water is verbonden met sloten in

waarbij vanuit het centrum van de polder zelfs

de directe nabijheid en wordt zo gevoed door

de Schoorlse duinen goed zichtbaar zijn.

oppervlaktewater.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

21

2 Gebiedsanalyse

Oud slibdepot Het oude slipdepot ligt een stuk hoger dan het omliggend land. Er is vanuit hier een prachtig uitzicht over de Zuurvenspolder.

Groenstructuren & zichtlijnen Het landschap ten oosten van Bergen kan worden gekenmerkt door het zeer open karakter. Ook de Zuurvenspolder is een zeer open polder. Er zijn vergezichten en lange zichtlijnen. Deze openheid staat in contrast met enkele zones langs de randen van de polder die meer omsloten van karakter zijn door opgaande beplantingen en boerenerven. Langs de randen van de polder is er derhalve sprake van een fraaie afwisseling tussen vergezichten, een gevoel van openheid en een meer besloten sfeer. De beplantingsstructuren markeren vaak de perceelsgrenzen en geven de bebouwing een zachte inbedding in het landschap. De structuren accentueren zichtlijnen en zorgen voor een spannende afwisseling tussen open en dicht als men zich langs de randen van de polder beweegt. Baakmeerdijk Deze op een haakwal gelegen weg biedt gevarieerd zicht over de polder. Beplantingsstructuren verrijken de beleving.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

22

Zakedijkje Dit pad ligt op een historisch dijkje en vormt momenteel de hoofentree tot de polder voor voetgangers.

Routing & plekken In het gebied ligt een bestaande wandelroute. Er is maar één ronde door het gebied mogelijk. Verschillende gebruikers staan momenteel soms op gespannen voet met elkaar (hondenbezitters en wandelaars bijvoorbeeld). Een deel van de huidige route voert langs de meest verstoringsgevoelige natuurzone in de noordoostelijke hoek van de waterberging. Langs de randen van de polder liggen belangrijke fietsroutes, die zowel door woon-werk/school verkeer als recreatief verkeer worden gebruikt. In en rond de polder liggen enkele creatieve bestemmingen zoals een boerderijwinkel, een boerencamping en moestuinen.

Baakmeerdijk Het smalle profiel op deze dijk combineert meedere verkeerstromen waaronder gemotoriseerd verkeer, wandelaars en fietsers.

2 Gebiedsanalyse

Kansen en knelpunten

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

24

Watersysteem

 Kaart huidig watersysteem 1:5000

De hoofdslagader van het watersysteem binnen het plangebied

cultuurhistorische en landschappelijke waarden, maar ook een

is de Molensloot die het gebied instroomt aan de westkant bij de

aanzienlijke ecologische potentie. Deze mogelijkheden worden

Natteweg en het gebied uitstroomt aan de noordoostzijde

momenteel vaak niet volledig benut. De aanleg van kwelgraslanden

ter hoogte van het kruispunt Baakmeerdijk en Oosterdijk. Centraal

kan bijvoorbeeld de ecologische kwaliteit binnen de gemeente

in de Zuurvenspolder is waterberging Saenegheest gelegen. Het

versterken. In de poldergebieden is het belangrijk om aandacht

is een droge waterberging met een bergingscapaciteit van 10.000

te besteden aan de ecologische kwaliteit van de weidegebieden.

m3. Het maximale peil in de waterberging kan oplopen tot -0,80

Om de biodiversiteit, zoals weidevogels, flora en waterlopen, te

NAP. Door aanleg van deze waterberging wordt het overtollig

behouden, is een verbeterd natuurbeheer noodzakelijk. 6

water in Bergen oost in oostelijke richting via de Zuurvenspolder afgevoerd en tijdelijk vastgehouden. Door de extra afvoerroute en

Het 'Regionaal Waterplan' beschrijft specifieke opgaves per

de waterberging ontstaat een robuust en flexibel watersysteem en

deelgebied. Voor het plangebied zijn de belangrijkste opgaves het

wordt wateroverlast bij overvloedige neerslag voorkomen. 5

vasthouden van water en het laten infiltreren van regenwater in de strandwallen. 6

De Zuurvenspolder is gesitueerd op het overgangsgebied tussen het grootschalige duinsysteem en de laag gelegen polders.

Het watersysteem vormt een essentiële basis voor de inrichting

Het plangebied ligt aanzienlijk lager dan het dorp Bergen wat

van het gebied. Dit huidige systeem is momenteel voornamelijk

resulteert in hoge grondwaterstanden vanwege het natuurlijke

gericht op het afwatering van het gebied. In het masterplan worden

afwateringssysteem van het duingebied, de slecht doorlatende

mogelijkheden verkend om door middel van kleine ingrepen in het

grond van de polders en het specifieke bodemprofiel. Het huidig

watersysteem de condities voor natuurontwikkeling te verbeteren.

gebruik van het plangebied is overwegend agrarisch. Tijdens natte

Een belangrijke randvoorwaarde is dat er geen negatieve effecten

periodes wordt overtollig water, afkomstig van kwel en neerslag,

optreden in de omgeving.

afgevoerd naar poldergemalen die het vervolgens lozen op de boezemwateren. 6 In het 'Regionaal Waterplan' wordt de potentie van de polders in de binnenduinrand op verschillende thema's belicht. Hierbij worden de landschappelijke overgangen als waardevol gezien. De overgangszone van de binnenduinrand heeft niet alleen

5 6

BUREAU B+B

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. (2015). Ontwerp projectplan Waterberging Saenegheest. Grontmij Nederland B.V. (2011). Water boven water. In Regionaal Waterplan Bergen, Castricum en Heiloo (pp. 2–64).

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

25

2 Gebiedsanalyse

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

26

Bodem & water sturend Het plangebied onderscheidt zich door een grote variatie aan bodemsoorten en waterhuishouding, een unieke eigenschap voor een polder in de binnenduinrand. De eeuwenoude ontstaansgeschiedenis van de polder heeft geleid tot een rijk palet aan bodemvormende processen op een relatief klein oppervlak. De diversiteit aan bodem- en watertypen, samen met de

 Kaart bodemsoorten en hoge grondwatertrappen (Ia, IIa, IIIa ) 1:5000

aanwezigheid van kwel en de geleidelijke overgangen tussen deze elementen, maakt dit gebied zeer geschikt voor natuurontwikkeling. Deze bodemfysische en hydrologische condities sturen de inrichting van de polder in het masterplan. Bodem en water sturen hiermee de inrichting van de polder, dat de ontwikkeling van een rijk mozaïek aan verschillende biotopen mogelijk maakt. Dit versterkt niet enkel het ecosysteem maar draagt ook bij aan een verbetering van de belevingswaarde in het gebied.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

27

2 Gebiedsanalyse

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

28

Eigendom De eigendomssituatie speelt een cruciale rol in de potentie voor natuurontwikkeling en de nieuwe begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die niet in privaat bezit zijn, hebben een hoge potentie om op korte termijn natuurontwikkeling te realiseren. De stichting Zuurvenspolder is al geruime tijd in contact met particuliere eigenaren in het gebied, waarbij in sommige gevallen de

 Kaart eigendom percelen 1:5000

BUREAU B+B

transformatie naar NNN wordt besproken. Natuurontwikkeling op deze privégronden kan plaatsvinden op een later tijdstip, indien de eigenaren hiervoor kiezen.

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

29

3| ruimtelijk kader

3 Ruimtelijk kader

Ontwikkelprincipes

Natuurlijk mozaïek versterken

Recreatief netwerk uitbreiden

Locatiespecifieke recreatie toevoegen

Bodem en water sturen de inrichting en

Een strategische en logische uitbreiding

Aan het recreatieve netwerk worden subtiele

natuurontwikkeling van de te ontwikkelen

van het recreatief netwerk zorgt ervoor dat

en passende bestemmingen toegevoegd

gronden waardoor de polder getransformeerd

het huidige padennetwerk wordt ontlast.

die een sterke relatie hebben met een

kan worden naar een rijkgeschakeerd mozaïek

Het nieuwe padenpatroon geeft meer

specifieke locatie binnen de polder. Er

van biotopen.

ruimte voor diverse type gebruikers in

worden geen generieke vogelkijkhutten

het gebied (waaronder hondenbezitters,

voorzien, maar plekken die sterk inspelen op

vogelaars en wandelaars). Het vernieuwde

de karakteristieken van een plek. Er komen

padenpatroon is zorgvuldig gekozen: het

plekken om te genieten van het uitzicht, te

zorgt voor een minimale verstoring van de

picknicken en de natuur te bestuderen. De

verstoringsgevoelige plekken in de polder.

plekken dienen tevens een educatief doel.

Delen van de paden worden gedurende bepaalde periodes in het jaar gesloten.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

32

De ontwikkelprincipes die ten grondslag liggen aan het masterplan van de Zuurvenspolder bouwen voort op dat wat de polder nu al is. Er is sprake van een landschappelijke mozaiek en dat zal versterkt worden. Het bestaande recreatief netwerk van wandelpaden zal worden aangepast en vergroot. Locatiespecifieke recreatie zet bijzondere plekken in de polder extra aan en voorziet in elementen waarvandaan de ruimtelijke en ecologische kwaliteiten goed

 Schema's ontwikkelprincipes

Collaga natuurlijk mozaïek

kunnen worden beleefd. Het masterplan voorziet in passende maatregelen die Zuurvenspolder zullen transformeren in een gebied van grote waarde. Niet alleen op ecologisch gebied, maar zeer zeker ook op het gebied van (dag)recreatie. De polder dient als uitloopgebied van Bergenaren, maar ook als woon- en verblijfsgebied voor diverse diersoorten.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

33

3 Ruimtelijk kader

Natuurontwikkeling

Vochtig hooiland

BUREAU B+B

Kruiden- en faunarijk grasland

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

Droog schraalland

34

De inrichting van de polder wordt bepaald door de logica van de plek, waarbij bodem- en watercondities een sturende rol spelen. Door ingrepen te doen die passen bij de ondergrond, wordt bovendien bijgedragen aan een robuuster watersysteem. De overzichtskaart toont de potentie voor natuurontwikkeling binnen de polder.

 Potentiële hoofd natuurdoeltypen

Potentiekaart voor type natuurontwikkeling in Zuurvenspolder

Sort-down

Natuurontwikkeling en waterstrategie gestuurd door bodem-fysische en hydrologische condities

Het gebied kan grofweg in drie natuurdoeltypen worden ingedeeld. Op zanderige ruggen met een lage grondwaterstand kan water geïnfiltreerd worden en kan droog schraalland worden gecreëerd. Dit specifieke natuurdoeltype is buitengewoon zeldzaam in de binnenduinrand. De kans om gebieden te transformeren tot dit doeltype is uniek, vooral omdat deze gronden een intensief landgebruik kennen. Deze gebieden, die vaak overmatig bemest zijn, vormen een uitdaging voor transformatie vanwege de hoge concentratie meststoffen in de bodem. In de lagere delen met een hoge grondwaterstand kan vochtig hooiland komen. Door in deze gebieden kwelwater beter vast te houden worden de condities voor de ontwikkeling van dit doeltypen (bijvoorbeeld voor ontwikkeling van Dotterbloemhooiland) verbeterd en wordt daarnaast het watersysteem in de directe omgeving ontlast. Op plekken met een lagere grondwaterstand, waar vergaande verschraling niet mogelijk is, kan kruiden- en faunarijk grasland worden ontwikkeld. Daarnaast kunnen op kleiige gronden regenwaterbuffers worden aangelegd. Voor de drie hoofd natuurdoeltypen geldt dat het belangrijk is dat de voedselrijkdom van de bodem wordt teruggebracht. Plaggen of uitmijnen kan een methode zijn om dit te verlagen. Binnen deze hoofdindeling zijn alternatieve natuurdoeltypen mogelijk, die op een later moment verder kunnen worden uitgewerkt.

Gebieden die momenteel als vochtig hooiland worden geclassificeerd, en worden gekenmerkt door rijkere bodems en een hoge grondwaterstand die tot aan het maaiveld reikt, lenen zich ook voor de transformatie tot zilt- en overstromingsgrasland (bijvoorbeeld zilverschoongrasland). Daarnaast zijn de laagstgelegen gebieden rond de Molensloot en de waterberging geschikt voor de ontwikkeling van veenmoeras, die gekenmerkt worden door een diverse mix van water- en oevergebonden flora en fauna.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

35

3 Ruimtelijk kader

Ruimtelijke principes

Openheid centrale deel behouden

Haakwallen leesbaar maken

Alternatieve ronde toevoegen

De karakteristieken openheid van het polder

Zoals duidelijk is geworden vormen de

De beweging door het gebied is voor veel

(met name goed beleefbaar in het centrale

haakwallen bijzondere elementen in het

gebruikers de belangrijkste manier waarop de

deel) zal behouden blijven. De rust en

landschap. Het masterplan heeft het

ruimte wordt beleefd. Door het toevoegen van

ruimtebeleving die verbonden is aan deze

doel deze haakwallen beter leesbaar te

extra paden ontstaan er alternatieve routes ten

openheid vormt een belangrijke kwaliteit in het

maken. Dit gebeurt met name door subtiele

opzichte van de huidige situatie. De kwaliteiten

gebied.

aanpassingen in de hydrologische situatie

van het gebied zullen beter beleefbaar zijn.

opdat karakteristieke plantengemeenschappen zich op natuurlijke wijze zullen ontwikkelen in directe relatie tot de bodemsituatie.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

36

Zichtlijnen versterken als de randen door beplantingsstructuren

Nieuwe entree aan het gebied toevoegen

Langs de randen worden zichtlijnen versterkt

Representatieve entree tot de Zuurvenspolder

door beplantingsstructuren toe te voegen.

ter plaatse van het voormalige slibdepot. Vanaf

Het betreft nieuwe (gemengde) hagen en

deze plek is er tevens prachtig zicht over de

haaks op de dijk geplante boomstructuren

open polder vanuit een vrij besloten situatie.

(bomenrijen met/zonder ondergroei). Er zal sprake zijn van meer ruimtelijke variatie en een groter contrast tussen de randen van de polder en het open hart van de polder. Deze opgaande groene structuren hebben tevens een belangrijke aanvullende ecologische functie t.o.v. de graslanden, waaronder nestelen fourageergelegenheden voor (zang)vogels, kleine zoogdieren en insecten.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

37

4| masterplan

4 Masterplan

Zuurvenspolder De hiernaast getoonde masterplankaart is de synthese van een reeks voorgestelde maatregelen die de hydrologische, bodemkundige, ecologische, recreatieve en landschapsarchitectonische potenties van de Zuurvenspolder benutten en de waarde ervan zullen vergroten. Er wordt op heldere wijze ingegrepen in het hydrologische en bodemkundige systeem van de polder waardoor de ecologische, landschappelijke en recreatieve waarde van het gebied vergroot zal worden. Dit masterplan is tevens stevig gebaseerd op de eigendomsstructuur en geschiedenis van de plek zelf. In de hierop volgende paragrafen worden de verschillende aspecten van het masterplan toegelicht.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

41

4 Masterplan

Potentie natuurontwikkeling

1.

2.

Deze reeks geeft de potentatie weer van

De hoogste potentie voor natuurontwikkeling zijn percelen die niet in

In de tweede prioriteit kunnen gebieden die momenteel in privaat bezit

natuurontwikkeling in binnen het masterplan.

privaat eigendom en de potentie hebben om ontwikkeld te worden naar

zijn meegenomen die een belangrijke schakel vormen in het creëren

Hierbij wordt rekening gehouden van de

hoogwaardige en aangesloten natuurontwikkeling. Dit zijn percelen

van een aangesloten netwerk van vochtig hooiland. Daarnaast worden

potentie van een perceel tot transformatie naar

die in bezit zijn van Provincie Noord-Holland, Gemeente Bergen,

de percelen die omgevormd waren naar fauna- en kruidenrijk grasland

hoogwaardige en aaneengesloten natuur en

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier of Landschap Noord-

verder verschraald en omgevormd naar droog schraalland. Door deze

de huidige eigendomssitatie. De ontwikkeling

Holland.

stapsgewijze transitie kan een nog diverser ecosysteem ontstaan. Deze

van percelen die in privaat eigendom zijn is

gefaseerde aanpak zorgt voor een geleidelijke en duurzame ontwikkeling

uiteraard volledig afhankelijk van de eigenaar

Gebieden die vernat kunnen worden, worden omgevormd tot vochtig

van hoogwaardige natuur, terwijl de natuurlijke processen de kans

van de grond.

hooiland. Daarnaast worden de hoger gelegen gebieden met zandige

krijgen om zich op natuurlijke wijze te ontvouwen.

bodems geleidelijk verschraald, resulterend in fauna- en kruidenrijk grasland. Deze fase fungeert als een tussenstap in het geleidelijk extensiever maken van het landgebruik, in plaats van een abrupte overgang. Daarnaast wordt langs de gehele Molensloot een (natte) natuurlijke oever aangebracht die als ecologische ruggengraat van het plangebied functioneert.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

42

BUREAU B+B

3.

4.

In de derde prioriteit kunnen gebieden meegenomen die in privaat bezit

In de laatste prioriteit kunnen aaneengesloten gebieden fauna- en

zijn waarbij vernatting niet of beperkt mogelijk. Deze percelen worden

kruidenrijkgrasland verder verschraald tot droog schraalland. Hiertoe

verschraald en omgevormd tot fauna- en kruidenrijk grasland.

behoren de percelen langs de Baakmeerdijk.

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

43

4 Masterplan

Recreatie

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

44

Padenstructuur Naast de natuurontwikkeling speelt een verbetering van het recreatieve netwerk een belangrijke rol in het masterplan Zuurvenspolder. Dit nieuwe netwerk biedt niet alleen een alternatieve route ten opzichte van de bestaande rondgang, maar voorziet ook in een nieuwe toegang tot het gebied. Op deze manier wordt het gebied beter vervlochten met de omgeving en

 Sfeerimpressie wandelpad langs waterberging aan de rechterkant en Molensloot en vochtig hooiland aan linkerkant

Ruimtelijke modellen recreatief netwerk

de bestaande recreatieve fietsstromen langs de randen van de polder. Daarnaast biedt de nieuwe ronde de mogelijkheid om het bestaande pad langs de noordoost-kant van de waterberging in het broedseizoen te sluiten om verstoring te voorkomen. Er zijn verschillende mogelijke configuraties om deze doelstellingen te verwezenlijken. Hiernaast worden enkele ruimtelijke modellen

model 'De Rekere'

gepresenteerd die invulling geven aan deze doelstellingen.

In de huidige situatie zijn er weinig verbindingen tussen het dorp Bergen en Het profiel van de Baakmeerdijk is een aandachtspunt bij de

de polder. In dit model wordt een nieuwe verbinding gemaakt met de wijk

verbetering van het recreatief netwerk. De Baakmeerdijk kent

De Rekere. Het nieuwe pad accentueert de overgang tussen natte natuur en

verkeersstromen van automobilisten, fietsers (zowel recreatief als

de hoger gelegen gronden. Het pad sluit aan op de bestaande structuur bij

scholieren) en wandelaars die de dijk gebruiken als onderdeel van

de basisschool en op de noordelijke verbinding met de Baakmeerdijk.

een wandeling in de Zuurvenspolder. Het huidig profiel is relatief smal en de inrichting geeft prioriteit aan gemotoriseerd verkeer. In de verdere uitwerking kan de mogelijkheid onderzocht worden om de Baakmeerdijk voor autoverkeer af te schalen en meer ruimte te geven aan langzaamverkeer. De exacte opzet van het recreatieve netwerk moet in een later stadium worden bepaald, in samenspraak met bijvoorbeeld omwonenden. Deze modellen bieden een overzicht van oplossingsrichtingen en kunnen ook gecombineerd worden om tot een voorkeursmodel te komen.

model 'spoorlijntje'

model ' haakwal'

De oude decauville spoorlijn vormt de basis voor het nieuwe recreatieve

De haakwal die aanwezig is in het zuidelijke deel van de Zuurvenspolder

netwerk in dit model. Een pad volgt het oude traject en loopt door het

vormt de basis voor dit model. Geïnspireerd op de oude wegen over de

zuidwestelijke deel van de waterberging. Dit deel kan worden uitgevoerd als

strand- en haakwallen, volgt een nieuw pad de bovenkant van de haakwal

een vlonderpad, waardoor bezoekers dicht bij het water kunnen komen. Deze

en sluit aan op de zuidzijde van de Oosterdijk.

aanpak voegt een educatieve dimensie toe aan het model, waardoor kinderen de flora en fauna van de waterberging kunnen ontdekken met behulp van een schepnetje.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

45

BUREAU B+B

polderpodium

polderpanorama

visvlonder

picknickrug

moeraspost

rietkamer

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

46

Bestemmingen In het recreatieve netwerk worden op strategische locaties unieke bestemmingen gecreëerd die nauw verbonden zijn met specifieke plekken binnen de polder. In plaats van standaard vogelkijkhutten, worden er plaatsen gecreëerd die goed passen bij de unieke kenmerken van elke locatie. Deze plekken bieden gelegenheid om te genieten van het landschap, te picknicken en de flora en fauna te

 Recreatieve bestemmingen als één familie

Potentiële locaties voor recreatieve bestemmingen met sterke relatie met specifieke locatie

polderpodium

observeren, daarnaast kunnen ze een educatieve functie vervullen. Met het nieuwe recreatieve netwerk kan de relatie met cultuurhistorie versterkt worden. Naast het terugbrengen van het spoorlijntje, zoals beschreven op de vorige pagina, biedt de voormalige steenfabriek ook een interessante referentie. In

polderpanorama

dit masterplan is het baksteenmateriaal dat in de fabriek werd geproduceerd gebruikt voor de recreatieve bestemmingen. Hierdoor vormen alle recreatieve plekken samen één familie, wat zorgt voor

moeraspost

een sterk beeldmerk voor de polder. De exacte opzet van het recreatieve bestemmingen moet in een later stadium worden bepaald, in samenspraak met bijvoorbeeld gebruikers van de polder.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

visvlonder

rietkamer picknickrug

47

4 Masterplan

Zonneweide

Model singels

Model kamer

Model natte natuur

Model maximaal

De panelen worden geplaatst aan de zuidzijde

De panelen worden geplaatst aan de zuidzijde van

De zonnepanelen worden geïnstalleerd aan de

Plaatsing van zonnepalen op de gehele

van het gemeentedepot. De rijen panelen

het gemeentedepot en worden landschappelijke

zuidzijde van het gemeentedepot en in het centrale

oude vuilstort heeft vergaande negatieve

worden landschappelijk ingepast met lage

ingepast door een plantingsstructuur rondom. Dit

deel van de oude vuilstort. Deze locatiekeuze

consequenties voor de landschappelijke

beplantingsstructuren die haaks op de

model blokkeert de zichtlijnen vanaf de Oosterdijk

heeft echter aanzienlijke gevolgen voor de

waarde van de polder. De open structuur van

Oosterdijk staan. Deze beplantingen vormen

de polder in. Echter blijft het centrale deel van

landschappelijke waarde van het gebied. Om de

het centrale deel van de polder verdwijnt

een geheel met de beplantingsstructuur

de polder open en vormen de panelen geen

zonnepanelen in the bedden in de omgeving,

deels, de zichtlijnen en vergezichten vanaf de

die een 'kamer' vormt rond dit het

onderdeel van de nieuwe horizon, wardoor de

zullen beplantingsstructuren worden toegevoegd.

Oosterdijk en deels vanaf de Baakmeerdijk en

gemeentedepot. In dit model blijft het centrale

landschappelijke impact van dit model is hierdoor

Dit zal ten koste gaan van de open structuur van

Kogendijk worden belemmerd en de panelen

deel van de polder open en vormen de panelen

laag.

het centrale deel van de polder en zichtlijnen en

vormen onderdeel van de nieuwe horizon van

geen onderdeel van de nieuwe horizon, de

vergezichten vanaf de Oosterdijk naar de Schoorlse

de polder.

landschappelijke impact van dit model is

Duinen belemmeren. Het plaatsen van panelen

hierdoor laag.

in natte condities kan overwogen worden om de ecologische waarde van inpassing te vergroten.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

48

De oude vuilstort wordt beschouwd als een zoekgebied voor de ontwikkeling van duurzame energie in de vorm van zonneenergie. Dit masterplan omvat een initiële ruimtelijke verkenning en evaluatie op basis van landschappelijke kwaliteit. Naast deze aspecten dienen ook andere belangen te worden meegewogen in de besluitvorming.

 ruimtelijke modellen inpassing zonneveld op oude vuilstort (plaatsing panelen indicatief)

landschappelijke inpassing zonneveld door boomsingel en ruimte voor bloemrijk grasland tussen rijen panalen (boven)

Verdere uitwerking van de modellen is noodzakelijk om de ruimtelijke impact nauwkeurig te bepalen. De oude vuilstort bevindt zich ongeveer 1,50 meter boven de aangrenzende percelen (vuilstort op +1,20 NAP, aangrenzende percelen tussen -0,20 en -0,50 NAP), waardoor het zoekgebied voor zonne-energie vanuit de hele polder goed zichtbaar is. Daarnaast blokkeert dit hoogteverschil potentiële zichtlijnen vanaf de Oosterdijk. Deze aspecten maken de opgave om zonne-energie te plaatsen en in te passen in het landschap complex, met name met betrekking tot het behoud van het open karakter van het centrale deel van de polder.

zonnepanelen gecombineerd met natte natuur (onder)

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

49

4 Masterplan

Watersysteem

Kwel vasthouden In laag gelegen gebieden met een hoge grondwaterstand kunnen maatregelen worden genomen om kwelwater beter vast te houden. Dit draagt bij aan een duurzamer en veerkrachtiger watersysteem en schept condities voor vochtig hooiland. Om het kwelwater effectief vast te houden, kunnen er stuwen of vergelijkbare objecten worden geplaatst in greppels en sloten, terwijl de oevers flauwer worden gemaakt. Bovendien kunnen er maatregelen worden genomen om te voorkomen dat het kwelwater direct wordt afgevoerd via de Molensloot; in plaats daarvan wordt het afgevangen en vastgehouden.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

50

kwel vasthouden, sloten loskoppelen van Molensloot d.m.v. stuw of soortgelijk object

aaneengesloten waterlichamen ter bevordering waterkwaliteit voor vasthouden kwelwater verbinding naar waterberging gehandhaafd

natuurlijke oever

kwel vasthouden, greppels loskoppelen en oevers verflauwen mogelijkheid peilafwijking t.b.v. vernatten onderzoeken

kwel vasthouden, sloten loskoppelen d.m.v. stuw of soortgelijk object

kwel vasthouden, sloten loskoppelen d.m.v. stuw of soortgelijk object kwel vasthouden, greppels loskoppelen en oevers verflauwen

nieuwe verbinding voorziet waterlichaam langs Kogendijk van water

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

nieuwe watergang ter bescherming percelen langs Kogendijk

51

4 Masterplan

Regenwater bufferen Op locaties met een slecht doorlatende ondergrond kan regenwater worden gebufferd. Dit kan worden gerealiseerd door regenwatergevoede poelen aan te leggen. Door deze poelen strategisch te plaatsen, kunnen ze dienen als ecologische stapstennen, voornamelijk voor amfibieën, waaronder de rugstreeppad. Aangezien de poelen gevoed worden door regenwater en daardoor een hogere waterkwaliteit hebben, kan het oppervlakte van de poelen relatief klein zijn. In het masterplan zijn deze poelen opgenomen in het westelijk deel, om zo een verbinding te creëren tussen de natte natuur van de natuurspeelplaats en de amfibienvijver aan de Natteweg. Daarnaast zijn kunnen (delen van) de percelen van de Kogendijk en de vuilstort ook geschikt zijn om regenwater vast te houden.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

52

oude vuilstort in potentie plek om regenwater langer vast te houden

nieuwe poelen t.b.v. bufferen regenwater

percelen langs Kogendijk in potentie plekken om regenwater langer vast te houden

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

53

4 Masterplan

Regenwater infiltreren Aan de randen van de hoger gelegen zandige haakwallen kunnen maatregelen worden genomen om regenwater te infiltreren. Het grondwater moet diep genoeg zijn om voldoende ruimte te bieden in het grondpakket voor infiltratie. Subtiele verlagingen in het landschap, parallel aan de hoogtelijnen, kunnen dienen als wadi-structuren. Door de natte condities die hierdoor ontstaan, zal er een ander type beplanting gedijen, waardoor deze structuren een extra dimensie toevoegen aan het landschap. In de eerste fasen van de ontwikkeling van de polder kunnen deze wadi-structuren worden gekoppeld en verbonden worden met de Molensloot om voedselrijk water van de percelen met agrarisch gebruik op te vangen en af te voeren. Dit voorkomt dat dit voedselrijke water in de lager gelegen vochtige hooilanden terechtkomt.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

54

nieuwe wadisloten parallel aan hoogte t.b.v. infiltratiecapaciteit zandige ruggen

profiel huidige sloten op zandige rug verbreden en bodemval als drempel t.b.v. infiltratiecapaciteit

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

55

4 Masterplan

Waterberging In de waterberging Saenegheest heeft een snelle successie plaatsgevonden, waarbij het gebied is geëvolueerd van een pioniersplasdras naar een moeras gedomineerd door enkele soorten met veel opschot en verruiging. Deze ontwikkeling is het gevolg van een gebrek aan goed beheer. Om de waardevolle pioniersstadia, zoals plasdras met slik, terug te brengen, moet de voedselrijke toplaag die zich de afgelopen jaren heeft gevormd worden geplagd. Vervolgens moet het gebied doelgericht worden beheerd om deze gewenste pioniervegetaties te behouden en te bevorderen.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

56

plaggen en doelgericht beheer t.b.v. terugbrengen pioniersstadia waterberging

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

57

4 Masterplan

Nieuwe perspectieven

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

58

 Sfeerimpressie wandelpad langs waterberging aan de rechterkant en droog schraalland aan de linkerkant

Zuurvensvlees De percelen die worden omgevormd tot faunaen kruidenrijk grasland, en in mindere mate de percelen die worden omgevormd tot droog schraalland, kunnen extensief beheerd worden met een kudde vee. Dit vee kan tevens worden gebruikt voor vleesproductie, waarbij het vlees lokaal wordt verkocht. Deze aanpak draagt bij aan het versterken van de identiteit van het gebied. Zo kan het nieuwe Zuurvensvlees worden verkocht in een lokale boerderijwinkel.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

59

4 Masterplan

Landschapsbeheer De percelen die worden omgevormd tot natte natuurdoeltypen, zoals vochtige hooilanden, moeten zorgvuldig beheerd worden om deze natuurdoeltypen te behouden. Een essentieel onderdeel van dit beheer is het maaien en afvoeren van het maaisel. Dit landschapsbeheer kan worden uitgevoerd door lokale agrariërs.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

60

Educatie Onderdeel van het nieuwe recreatieve netwerk zijn locaties die voor educatieve doeleinden kunnen worden gebruikt. Dit omvat plekken waar kinderen de natuur, flora en fauna van de polder kunnen ontdekken. Bestaande locaties zoals de natuurspeelplaats en de moestuin worden geïntegreerd in dit netwerk. Nieuwe plekken kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een vlonderpad in de waterberging, waar kinderen met visnetjes kunnen vissen en de omgeving verkennen.

BUREAU B+B

MASTERPLAN ZUURVENSPOLDER

61

Bureau B+B Stedebouw en Landschapsarchitectuur Kraanspoor 1 1033 SC Amsterdam +31 (0)20 62 39 801 www.bplusb.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5110/documents/41628