CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij Hogedijk Egmond Notitie spuitzonering.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 16: Voorstel betreft het Investeringsvoorstel Sportcomplex Hogedijk Egmond en de bijbehorende begrotingswijziging vast te stellen4.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Project:

Voetbalcomplex Egmond aan den Hoef

Onderwerp: Kenmerk: Auteurs:

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen wil/R202136/2302a J. Wildschut

Datum:

29-12-2023

Bijlagen:

-

1.

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl

Inleiding

1.1. Aanleiding In opdracht van de gemeente Bergen is onderhavige notitie opgesteld, in verband met beoogde besluitvorming over de huisvestingslocatie van de drie gefuseerde voetbalverenigingen in de gemeente. In principe is het de bedoeling om de fusieverenigingen op een bestaand complex te huisvesten. De gemeente beschikt over voetbalcomplexen in Egmond aan Zee, Bergen en Egmond aan den Hoef. In een eerdere consultatieronde is het voetbalcomplex aan de Hogedijk te Egmond aan den Hoef uit de bus gekomen als meest geschikte vestigingslocatie voor de gefuseerde verenigingen. Zie figuur 1 voor een overzicht van de bestaande situatie. Het voetbalcomplex Egmond aan den Hoef omvat thans vier voetbalvelden. De locatie grenst aan de noordzijde aan de acht tennisvelden in gebruik bij tennisvereniging Hogedijk. Ten westen, zuiden en oosten grenst het voetbalcomplex aan agrarisch gebied. Op het terrein is er ruimte voor de aanleg van een vijfde voetbalveld. Verwezen wordt naar figuur 2 voor een mogelijke indeling / opzet bij toevoeging van een vijfde veld. Aangezien het voetbalcomplex Egmond aan den Hoef grenst aan agrarische gronden waar sprake kan zijn van de professionele inzet van gewasbeschermingsmiddelen, vormt het aspect blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen een punt van aandacht in het kader van de keuze voor een fusielocatie.

In onderhavige notitie wordt het aspect blootstelling aan drift op het voetbalcomplex dan ook nader beoordeeld.

Adromi B.V.

Pagina 1 van 21

Figuur 1: bestaande situatie met 4 voetbalvelden (bron: OpenStreetMap)

Figuur 2: mogelijke indeling bij toevoeging van een vijfde veld

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 2 van 21

1.2. Opzet en aanpak De bestemmingsregeling welke geldt voor voetbalcomplex Egmond aan den Hoef biedt afdoende basis voor de realisatie van de beoogde fusieplannen. De geldende bestemming biedt ook planologische basis om een vijfde veld aan te leggen, mocht die behoefte zich in de toekomst voordoen. In lijn daarmee is onderhavige notitie niet bedoeld als onderbouwing voor een benodigde wijziging van het bestemmingsplan, maar als advies dat kan worden gebruikt bij een besluit over de huisvestingslocatie voor de fusieverenigingen.

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 3 van 21

2.

Afstemming met agrarische bedrijven

In het kader van dit advies is contact gelegd met de agrarische bedrijven die eigenaar zijn van de agrarische gronden welke zich bevinden ten westen, zuiden en oosten van het voetbalcomplex. Met de eigenaren van de meer noordelijk gelegen agrarische gronden is geen contact gelegd omdat die gronden op zodanige afstand zijn gelegen dat deze niet relevant zijn voor wat betreft eventuele driftblootstelling op het voetbalcomplex. Kwekerij Schilder Exclusief is eigenaar van de gronden grenzend aan het noordelijke deel van de oostzijde van het voetbalcomplex. De firma Vreeburg is eigenaar van de gronden aan het zuidelijke deel van de oostzijde alsook de gronden ten zuiden en westen (overzijde Hogedijk). Verwezen wordt naar figuur 3, waarop voor de gemeenschappelijke grens met deze bedrijven is gemarkeerd.

Figuur 3: overzicht aangrenzende gronden in eigendom bij agrarische bedrijven

2.1. Schilder Exclusief De gronden ten oosten van het voetbalcomplex zijn in gebruik bij kwekerij Schilder Exclusief.

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 4 van 21

Op 2 oktober 2023 is een bezoek gebracht aan het bedrijf, waarbij gesproken is met de eigenaar over de omstandigheid dat het voetbalcomplex Egmond aan den Hoef als voorkeurslocatie uit de bus is gekomen voor de huisvesting van de fusieverenigingen. Kwekerij Schilder houdt zich bezig met sierteelt. Het bedrijf beschikt binnen het bouwvlak over een kas met een oppervlak van circa 1.100 m2. Overige teelt geschiedt overwegend in de buitenlucht. Er worden daarnaast boogkassen ingezet. De teeltkeuze is afhankelijk van de markt en daarnaast streeft het bedrijf naar een zodanig variatie van soorten dat gedurende een zo lang mogelijk seizoen producten kunnen worden geleverd. Op de grens van het bedrijf en het voetbalcomplex bevindt zich een secundaire watergang. Verder is voor een deel langs deze westelijke perceelgrens (langs de watergang) een kavelpad aanwezig ter ontsluiting van de teeltgronden. 2.2. Firma N.P.S. Vreeburg Op 6 november 2023 is een bezoek gebracht aan de firma Vreeburg, waarbij gesproken is met de eigenaar over de omstandigheid dat het voetbalcomplex Egmond aan den Hoef als voorkeurslocatie uit de bus is gekomen voor de huisvesting van de fusieverenigingen. De firma Vreebrug exploiteert een melkveehouderij. De gronden van de firma Vreeburg zijn thans in gebruik als grasland, maar kunnen ook worden ingezet voor teelt van bijvoorbeeld voedermais.

Verder worden er periodiek gronden verhuurd aan derden ten behoeve van de bloem(bollen)teelt.

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 5 van 21

3.

Juridische context

Ten aanzien van de bescherming van omliggende functies bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kunnen globaal drie soorten regels worden onderscheiden, te weten milieuwetgeving, ecologische wetgeving en jurisprudentieel beleid op het vlak van ruimtelijke ordening. Uit de aard der zaak is dit onderscheid niet absoluut en zit er tussen deze soorten regels enige overlap, waarbij bijvoorbeeld vanuit de milieuregelgeving ook regels worden gesteld ter bescherming van de ecologie. Verder geldt uit de aard der zaak dat de ecologie indirect/feitelijk ook wordt beschermd door de milieuregelgeving en andersom de volksgezondheid extra wordt beschermd door ecologische regelgeving. 3.1. Milieuwetgeving Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt gereguleerd door Verordening 528/2012/EU (hierna ook: Biocidenverordening). In deze Verordening is bepaald dat alleen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegelaten op de Europese markt waarvan voldoende is vastgesteld dat deze geen gevaar vormen voor de volksgezondheid. Daarbij wordt naast blootstelling via consumptie ook blootstelling bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen beoordeeld, zowel voor betreft toepassers als voor omwonenden, waaronder mensen met een bijzondere kwetsbaarheid (artikel 19 en punt 24 van bijlage VI van de Verordening).

Voor wat betreft die laatste groep wordt de bescherming van zwangeren en kleine kinderen concreet benoemd (punt 3 van de considerans van de verordening). Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt volgens internationale afspraken en de in genoemde Verordening verankerde criteria of gewasbeschermingsmiddelen en biociden – bij juist gebruik – veilig zijn voor mens, dier en milieu en of ze werkzaam zijn. Op grond van deze beoordeling besluit het college of een middel in Nederland verkocht en gebruikt mag worden. Daarbij stelt het ook duidelijke voorschriften verplicht, die minimaal op het etiket moeten staan (het zogenaamde wettelijk gebruiksvoorschrift). Het gebruiksvoorschrift schrijft niet alleen de toepassingswijze voor (professioneel en/of particulier gebruik, aantal toepassingen per jaar, toepassingsintervallen, veiligheidstermijn – d.w.z. minimale termijn tussen toepassing en oogst etc.), maar hierin is ook aangegeven voor welke doelstellingen en voor welke teelten een middel mag worden ingezet. Voorgaande betekent dat in het kader van onderhavige notitie geen rekening behoeft te worden gehouden met toegelaten gewasbeschermingsmiddelen welke als schadelijk voor de volksgezondheid mogen worden beschouwd bij toepassing volgens het gebruiksvoorschrift.

Relevant daarbij is dat een beoordeling aan de hand van de Verordening ervan uitgaat dat een gewasbeschermingsmiddel geen gevaar voor de volksgezondheid mag opleveren, zonder dat hiervoor aanvullende maatregelen zouden moeten worden getroffen in de vorm van afscherming o.i.d., aangezien in de toelatingsprocedure een reëel, worst case gebruikspatroon dient te worden aangehouden (zie artikel 19, lid 2a van de Verordening). Aan de ontvangerzijde dient reguliere aanwezigheid in de buitenlucht als het bepalende blootstellingsscenario te worden beschouwd.

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 6 van 21

Hiervan is bijvoorbeeld sprake in de tuin bij een woning (verblijf op een terras, spelende kinderen etc.). Blootstelling in een gebouw is hierbij niet bepalend, alleen al omdat in die situatie geen sprake zal zijn van druppelblootstelling van de huid en/of orale blootstelling. In onderhavige notitie wordt enkel het professionele gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beschouwd in bedrijfsmatige context. Particulier gebruik en professionele inzet van gewasbescherming in niet agrarisch cq. openbaar gebied (zoals op laanbomen, parkvegetatie, sportvelden, natuurgebieden en begraafplaatsen) is niet beschouwd. 3.2. Ecologische regelgeving De Nederlandse wetgever gaat ervan uit dat via de Biocidenverordening de volksgezondheid afdoende beschermd wordt. Dit geldt evenwel niet voor flora en fauna, waaronder ook het waterleven. Aanvullende Nederlandse regelgeving ter bescherming van flora en fauna is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. 3.2.1. Driftreductie In artikel 3.78a, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer is vastgelegd dat in ieder geval een driftreductie moet worden bereikt van 75%, bepaald volgens Meetprotocol voor het vaststellen van de driftreductie van neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken, versie van 1 juli 2017 (artikel 3.78a, lid 2 Activiteitenbesluit milieubeheer jo. artikel 3.81 Regeling omgevingsrecht - Rarim)1.

In het kader van de Biocidenverordening wordt rekening gehouden met een driftreductie tot 50%. Een driftreductie van minimaal 75% is dus aanzienlijk strenger dan waarmee in het kader van de Biocidenverordening rekening wordt gehouden. 3.2.2. Teeltvrije zone Op grond van het Activiteitenbesluit worden aanvullende beperkingen gesteld aan de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op korte afstand van oppervlaktewater, in de vorm van een teeltvrije zone en/of aanvullende driftreducerende technieken. Uitgaande van artikel 3.80 van het Activiteitenbesluit milieubeheer dient voor diverse laagblijvende teelten (neerwaarts spuiten) te worden uitgegaan van een teeltvrije zone van 1 meter overeenkomstig artikel 3.80, lid 1 onder b van het Activiteitenbesluit milieubeheer, mits een driftreductie wordt bereikt van 90%. Zou gekozen worden voor een standaard driftreductie van 75%, dan dient een teeltvrije zone van 1,50 meter te worden aangehouden. Op dezelfde wijze geldt bij opwaarts en zijwaarts spuiten afhankelijk van het type teelt en additionele driftreductie een teeltvrije zone van 3 tot 5 meter. Voor handmatige spotsgewijze onkruidbestrijding met afscherming (kap) geldt in principe geen teeltvrije zone.

1

Door toepassing van bijvoorbeeld een tunnelspuit, een dwarsstroomspuit of axiaalspuit met schermen aan de installatie zelf of driftarme doppen. Het Activiteitenbesluit bevat op dit punt een aanvullende regeling voor wat betreft de toe te passen spuitdoppen (artikel 3.83, lid 4 Activiteitenbesluit milieubeheer).

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 7 van 21

3.3. Ruimtelijke ordening 3.3.1. Aandachtsafstand Blijkens diverse uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening een aanvullende afweging te worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Aangezien de afstand welke (minimaal) aangehouden moet worden tot gevoelige objecten niet concreet in een regeling is voorgeschreven, volgt uit rechtspraak dat op grond van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of sprake is van een aanvaardbaar risico op drift (onbedoelde verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen buiten het behandelde perceel via de lucht). Zoals uit paragraaf 2.1 blijkt, verdient dit uitgangspunt nuancering, nu volgens de Biocidenverordening gewasbeschermingsmiddelen al geen schade voor de volksgezondheid mogen veroorzaken zonder extra maatregelen zoals extra afstand of afscherming. Uit jurisprudentie blijkt verder dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een aandachtszone hanteert van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt2.

Indien een kortere afstand wordt aangehouden tussen een gevoelige functie en gronden waar sprake kan zijn van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, dan dient een planologisch besluit volgens genoemde rechtspraak te voorzien in een deugdelijke motivering middels een zogenaamd ‘locatiespecifiek onderzoek’. 3.3.2. Extrapolatie naar huidige regelgeving De afstand van 50 meter is blijkens een uitspraak uit 20023 gebaseerd op het toenmalige beleid van de provincie Gelderland voor de goedkeuring van ruimtelijke ontwikkelingen waarbij gevoelige functies nabij boomgaarden en boomteeltpercelen aanwezig zouden zijn (de ‘Handreiking bestemmingsplannen’). Ten tijde van dat beleid gold op grond van artikel 13 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1963, het daarop gebaseerde Lozingenbesluit open teelt en veehouderij en de bijbehorende Regeling testmethoden driftarme doppen Lozingenbesluit open teelt en veehouderij, een verplichting om driftreductie toe te passen van minimaal 50%. Op grond van het huidige Activiteitenbesluit dient standaard een driftreducerende techniek te worden gehanteerd van minimaal 75%, een norm die kortom de helft strenger is geworden4, waardoor bedoelde afstand van 50 meter thans minstens kan worden gehalveerd tot 25 meter.

Hierbij is ook van belang dat bedoelde 50 meter werd gehanteerd in een tijd dat gewasbeschermingsmiddelen waren toegelaten welke nu al geruime tijd vanwege herbeoordelingen onder het regime van de Biocidenverordening zijn uitgefaseerd, terwijl nieuwe middelen met een lagere potentiële schadelijkheid en lagere persistentie hiervoor in de plaats zijn gekomen.

2

ABRvS 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:855 ARRvS 24 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5754 4 Zie ook paragraaf 3.1. 3

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 8 van 21

Bedoelde afstand van 50 meter is verder gebaseerd op gewasbehandeling bij boomteelt en in boomgaarden. Bij dergelijke teelten is het risico op drift groter, omdat dan opwaarts en zijwaarts kan worden gespoten en bepaalde behandelingen ook plaatsvinden buiten het volbladseizoen, waardoor bladeren in het gewas geen aanvullende driftreductie bieden. In situaties waarin uitsluitend sprake kan zijn van neerwaarts spuiten kan om die reden de geactualiseerde afstand van 25 meter worden gehalveerd tot 12,5 meter (als aandachtsafstand tussen gevoelige functies en agrarische percelen waarop uitsluitend neerwaarts gespoten wordt).

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 9 van 21

4.

Situatie

4.1. Voetbalcomplex Op grond van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Zuid’ (1 oktober 2014) deelt het voetbalcomplex een sportbestemming met de tennisbanen. De sportbestemming heeft een totaaloppervlak van circa 8 hectare. Aan de noordzijde zijn langs de Heilooër Zeeweg natuurbestemmingen gelegen welke inclusief de verkeersbestemming van de weg zelf een breedte hebben van minimaal 56 meter. Verwezen wordt naar figuur 4.

Figuur 4: uitsnede bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Zuid’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

4.2. Agrarische gronden 4.2.1. Bestemmingsregeling De omliggende agrarische gronden vallen in het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 1998’ (26 oktober 1998). Verwezen wordt naar figuur 5. De gronden zijn aangeduid voor ‘open agrarisch gebied’ (Ao), ten oosten deels voor ‘kwekerij’ (Aok). Ten westen is sprake van een aanduiding voor ‘archeologisch interessant gebied’ (stippelarcering).

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 10 van 21

De gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een volwaardig agrarisch bedrijf alsook voor behoud van openheid. Hout- en fruitteelt op stam is niet toegestaan, sierteelt wel.

Figuur 5: uitsnede bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 1998’, contour sportbestemming rood gemarkeerd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

4.2.2. Teelten Blijkens de basisregistratie gewaspercelen zijn de gronden ten oosten en westen in 2023 gebruikt voor teelt van bloemen en bloembollen. Ten zuiden is sprake van grasland. Verwezen wordt naar figuur 6.

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 11 van 21

Figuur 6: basisregistratie gewaspercelen (bron: PDOK)

4.3. Watergangen Blijkens de Legger Wateren van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is sprake van secundaire watergangen ten oosten en ten westen. Verwezen wordt naar figuur 7. De locatie is niet gelegen in grondwaterbeschermingsgebied.

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 12 van 21

Figuur 7: uitsnede legger Wateren (bron: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier)

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 13 van 21

5.

Beoordeling

5.1. Verspreidings- en blootstellingsmodellen Als achtergrond bij onderhavige notitie is van belang, dat blijkens de uitspraak Asdonkterrein Beuningen5 de Afdeling bestuursrechtspraak onder meer kanttekeningen plaatst bij toxicologische uitgangspunten welke worden gehanteerd bij modelmatige beoordeling van driftblootstelling, zoals het gebruik van het zogenaamde EFSA-OPEX model. In de uitspraken Lentsesteeg Rheden6, Heilig Kempke Lith7 en Slotstraat Opijnen8 is deze stellingname bevestigd. 5.2. Inpassing zonder modelmatige beoordeling Op grond van de huidige rechtspraak kan nog steeds afgeweken worden van de 50 meter middels een deugdelijk locatiespecifiek onderzoek, waarbij kan worden aangetoond dat onder de gegeven omstandigheden ook bij het hanteren van een kortere afstand een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij een gevoelige functie is gegarandeerd. Hierbij is het een vereiste dat dit alles onderzocht wordt door een milieudeskundige9. In een recente uitspraak10 is geoordeeld: “Een kleinere afstand kan aanvaardbaar zijn indien (bijvoorbeeld) driftreducerende maatregelen worden getroffen”. In deze uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat, in het geval het agrarische perceel direct gelegen is naast het perceel met de gevoelige functie, het plaatsen en in stand houden van een struweelhaag voldoende is onderbouwd dat een kortere afstand van 50 meter kan worden aangehouden.

Onderhoud en instandhouding van een dergelijke haag dient daarbij te worden verzekerd middels een voorwaardelijke verplichting. De met deze uitspraak ingezette lijn is in een andere uitspraak bevestigd11, waarbij in die uitspraak wordt verwezen naar het zogenaamde OBO onderzoek van RIVM. Uit dit rapport van RIVM blijkt dat mensen in de nabijheid van agrarische gronden blootgesteld staan aan kleine hoeveelheden stoffen afkomstig uit gewasbeschermingsmiddelen die niet alleen uit voedsel afkomstig zijn12. Uit dit onderzoek van RIVM blijkt eveneens, dat mensen die dichtbij landbouwpercelen wonen, gemiddeld iets gezonder lijken te zijn dan personen die daar verder vandaan wonen. De Gezondheidsraad komt tot dezelfde conclusies13. In genoemde uitspraak wordt overwogen dat ook het Ctgb de bevindingen van RIVM heeft bevestigd. Nu bollenteelt ook gepaard gaat met inzet van gewasbeschermingsmiddelen die niet mogen worden toegepast op voedselgewassen, zijn de conclusies van het OBO rapport in zoverre ook representatief

5

ARRvS 19 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3023 ARRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3387 7 AARvS 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2959 8 ARRvS 6 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4523 9 ARRVS 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1353 10 ARRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3160 11 ARRvS 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:269 12 RIVM Rapport 2019-0052 Onderzoek Blootstelling Omwonenden (OBO) Bestrijdingsmiddelen en omwonenden Samenvattend rapport over blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten 13 Gezondheidsraad, Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden, 2010/10, Den Haag 2020, p. 36 6

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 14 van 21

te noemen voor teelt van voedselgewassen. Gelet hierop zijn er vooralsnog geen aanwijzingen dat sprake is van gezondheidsrisico’s vanwege verblijf nabij agrarische gronden. Ook in een recente uitspraak van maart dit jaar, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland geoordeeld dat een kleinere afstand kan worden aangehouden, mits dit op basis van zorgvuldig en op locatie toegesneden onderzoek deugdelijk kan worden gemotiveerd14. In de genoemde uitspraken wordt daarbij ook steeds het belang van het aanbrengen van een vanggewas of een andere vorm van afscherming benadrukt in situaties waarin sprake is van een korte onderlinge afstand of zelfs aan elkaar grenzende tuinen en gewaspercelen. 5.3. Invloed van wind Uit artikel 3.83, lid 5 van het Activiteitenbesluit volgt een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij een windsnelheid groter dan 5 m/s. Dit komt overeen met een windsnelheid van circa 3 Bft. In Nederland ligt de jaargemiddelde windsnelheid tussen de 2,2 m/s landinwaarts tot 5,6 m/s aan de kust15. De windsnelheid bepaalt, in het geval de windrichting naar de omwonenden staat, hoe snel de drift zich verplaatst. Bij hoge windsnelheden wordt de drift sneller verdreven en verdund met “schone” achtergrondlucht. De blootstellingsduur is hierbij korter en de blootstellingsconcentratie lager.

Alhoewel de overheersende windrichting noordwest gericht is in Nederland, geldt dat bij de lage windsnelheden (waarbij gewasbescherming mag worden toegepast) de wind in feite uit alle richtingen van de kompasroos kan komen16, zelfs als rekening wordt gehouden met de gemiddelde windrichting per seizoen17. Zie hiervoor ook figuren 8 en 9. Relevant hierbij is dat de meeste gewasbescherming wordt toegepast aan het begin van een groeiseizoen. In de winter en tegen de oogst aan wordt niet of gespoten.

14

Rechtbank Midden Nederland 19 maart 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1048 KNMI, Klimaatviewer 1991-2020, https://www.knmi.nl/klimaat-viewer/grafieken-tabellen/meteorologischestations/stations-maand/stations-maand_1991-2020, voor Bergen kunnen de meetdata van weerstation De Kooy als representatief worden beschouwd en kan worden uitgegaan van maandgemiddelde windsnelheden tussen 4,8 en 6,7 m/s, zie https://www.knmi.nl/klimaat-viewer/grafieken-tabellen/klimaattabellen-perstation/de-kooy/klimaattabel_de-kooy_1991-2020 16 Zie: https://www.knmi.nl/klimaat-viewer/grafieken-tabellen/windrozen/windroos-de-kooy, bij deze windsnelheden is er iets meer zuidenwind. 17 https://www.weerplaza.nl/weerinhetnieuws/klimaat/wind-in-nederland/6820/, in de relevante periode van pakweg maart tot augsustus. 15

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 15 van 21

Figuur 8: windroos (bron: KNMI)

Figuur 9: gemiddelde windrichting per maand, lagere windsnelheden blauw/wit (bron: Weerplaza)

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 16 van 21

Gelet op het voorgaande is de factor wind niet van grote invloed op mogelijke driftblootstelling van mensen die in de omgeving aanwezig zijn, ongeacht de positie ten opzichte van gewaspercelen. 5.4. Blootstelling Gelet op de aard van de functie, dient rekening te worden gehouden met de volgende blootstellingsscenario’s. 5.4.1. Algemeen Er is sprake van een complex met een groot oppervlak. Uit de aard der zaak zal eventuele (druppel)drift vooral neerkomen aan de randen van het voetbalcomplex. Zoals nog aan de orde zal komen, is en wordt langs de randen voorzien in afscherming, zodat hier sowieso geen sprake zal zijn van reguliere menselijke aanwezigheid. Gelet op de aard van het gebruik is sprake van relatief korte verblijfsduren en van een lage kans dat op die momenten sprake zal zijn van driftblootstelling. Daarbij kunnen de volgende groepen van mensen worden onderscheiden. 5.4.2. Medewerkers Voor zover sprake zal zijn van medewerkers/verenigingsleden, zal sprake zijn van een individuele aanwezigheid tijdens werktijden. Dit is een worst case aanname, want gelet op de aard van de functie is niet waarschijnlijk dat voor onderhoud e.d. van het voetbalcomplex een volle werkweek nodig zal zijn. In de regel geschiedt klein onderhoud door verenigingsleden en wordt periodiek groot onderhoud uitbesteed bij gespecialiseerde bedrijven.

Op dit vlak zal kortom sprake zijn van relatief korte verblijfsduren. Als zou worden uitgegaan van maximaal 40 uur per week voor groot onderhoud, dan zal dit niet jaarrond gelden. Bovendien zal groot onderhoud meestal worden uitgevoerd buiten het voetbalseizoen, dat in grote mate overlapt met het groeiseizoen waarin gespoten wordt. Voor klein onderhoud kan worden uitgegaan van een aanwezigheid van maximaal enkele dagen per week. Verder is van belang dat de betrokken medewerkers/verenigingsleden als volwassenen niet bijzonder kwetsbaar zijn voor blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. 5.4.3. Voetballers Voetballers omvatten kinderen vanaf de leeftijd van 4 jaar. Worst case kan hierbij worden uitgegaan van enkele trainingen per week en wedstrijden in het weekeinde. We hebben het dan over een relatief korte aanwezigheid van worst case 8 uur per week op een voetbalveld. Het verblijf zal hoofdzakelijk op het veld zijn, dus centraal op het voetbalcomplex, geen locaties waar sprake kan zijn van een groot risico op driftblootstelling in de vorm van druppels. Bij deze groep dient rekening te worden gehouden met lichamelijke inspanningen met dito hogere ademsnelheid en uitwisseling van buitenlucht. Blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen in de vorm van aerosolen en dampen zal daardoor relatief iets hoger kunnen zijn.

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 17 van 21

Echter zoals uit het OBO onderzoek van RIVM blijkt (zie paragraaf 5.2) behoeft van blootstelling door inademing geen gezondheidseffect te worden verwacht. Door de week vinden trainingen overwegend in de avond plaats, op tijdstippen dus dat minder voor de hand ligt dat er nog wordt gespoten. De kans dat gespoten wordt terwijl sprake is van een training of een wedstrijd betreft dan voornamelijk de weekenden. 5.4.4. Bezoekers Bezoekers omvatten met name toeschouwers zoals ouders die kinderen naar trainingen brengen en/of bezoekers tijdens wedstrijden en vergelijkbare evenementen. In deze groep zal eerder sprake zijn van kleine kinderen en andere mensen met een bijzondere kwetsbaarheid. Voor deze groep geldt eveneens dat de verblijfsduur relatief kort is en dat optredende blootstelling in de vorm van dampen en aerosolen verwaarloosbaar gering is, gelet op de uitkomsten van het OBO onderzoek. 5.5. Maatregelen Als voorgaande systematiek wordt toegepast op onderhavige situatie, dan kan worden uitgegaan van een aandachtszone van 12,5 meter, aangezien op omliggende percelen alleen sprake is van gewasteelt waarbij neerwaarts wordt gespoten. Echter er wordt niet aan alle zijden voldaan aan een onderlinge afstand van 12,5 meter. Verwezen wordt naar figuur 9. Dit betekent dat aanleg, behoud en/of versterking van afscherming geïndiceerd is aan de oostzijde en zuidzijde.

Bij eventuele aanleg van het vijfde veld is eveneens aanvullende afscherming geïndiceerd. Dit alles om uit voorzorg het risico op driftblootstelling te minimaliseren. 5.5.1. Agrarische percelen ten westen Voor de agrarische percelen ten westen geldt dat de minimale afstand vanaf de perceelgrand van het voetbalcomplex en de agrarisch percelen 9 meter bedraagt. Rekening houdend met een teeltvrije zone van 1 meter (worst case) is sprake van een onderlinge afstand van 10 meter. In de huidige situatie is aan deze zijde van het complex sprake van parkeervoorzieningen en van verenigings- en dienstgebouwen. Bij ingebruikname als fusielocatie zullen deze voorzieningen mogelijk worden vernieuwd en uitgebreid, maar niet worden verplaatst. Gelet op de aard der functie zal hier sprake zijn van zeer kortstondige individuele aanwezigheid (lopen van en naar geparkeerde voertuigen) en van afgeschermd verblijf in bijvoorbeeld een verenigingsgebouw. Gelet hierop en gelet op de minimale onderlinge afstand van 10 meter is het niet noodzakelijk om afschermende maatregelen te treffen voor de alhier aanwezige functies. 5.5.2. Agrarische percelen ten zuiden De agrarische percelen ten zuiden zijn aanwezig op de erfgrens. Er is hier geen sprake van een watergang, zodat gewassen tot op de perceelgrens kunnen worden geteeld.

Geconstateerd kan worden dat er in de huidige situatie al is voorzien in afschermende vegetatie en door deze vegetatie te

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 18 van 21

behouden en te versterken kan op dit vlak worden voorzien in afscherming om uit voorzorg eventuele druppeldrift af te vangen. In algemene zin geldt voor de aanwezige vegetatie dat gelet op de ouderdom hiervan het risico bestaat dat ondergroei zal verdwijnen vanwege de schaduwwerking van uitgroeiende bomen. Behoud van deze ondergroei is evenwel van belang met het oog op afscherming van met name neerwaarts spuiten. 5.5.3. Agrarische percelen ten oosten Voor de agrarische percelen ten oosten geldt dat sprake is van een minimale onderlinge afstand van 4,71 meter, bestaande uit een breedte van de watergang van 3,71 meter en 1 meter teeltvrije zone (worst case, met het gedeeltelijk aanwezige kavelpad is hierbij geen rekening gehouden). Ook aan deze zijde geldt dat reeds voorzien is in afschermende vegetatie welke kan worden behouden en zo nodig versterkt, met specifieke aandacht voor het behoud van ondergroei. Op het moment dat een vijfde voetbalveld zal worden aangelegd kan worden voorzien in het doortrekken van deze afschermende vegetatie langs dit nieuwe voetbalveld.

Figuur 10: overzicht afstanden en maatregelen (behoud en versterking afscherming in lichtgroen en eventueel nieuwe afscherming in donkergroen) (bron ondergrond: PDOK)

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 19 van 21

5.5.4. Wijze van afscherming Voor wat betreft de afscherming en de wijze waarop deze afscherming kan worden vormgegeven is het volgende van belang. Mede gelet op de jurisprudentie welke is aangehaald in paragraaf 5.2 is toepassing van afscherming ook geaccepteerd in het kader van de ruimtelijke ordening18 en die lijn kan ook in de context van onderhavige besluitvorming worden gevolgd. Hierbij is verder van belang dat een windhaag erkend is als driftreducerende techniek; een windhaag staat als zodanig op de ‘lijst met indeling van spuittechnieken in DriftReducerende Techniek-klassen’ (DRT-lijst) van de Technische Commissie Techniekbeoordeling (TCT) van 6 december 2021. Mede op basis van de criteria die worden gehanteerd door de TCT zou voor wat betreft de te behouden cq. te realiseren afscherming de volgende richtlijnen kunnen worden gebruikt. 1. minimaal 90% dicht bladoppervlak; 2. minimaal een overhoogte van 0,5 meter boven het te bespuiten gewas en de hoogste in werking zijnde spuitdop (scenario neerwaarts spuiten); 3. aanwezigheid van horizontale aaneengeslotenheid (tussen bomen/struiken van het vanggewas); 4. aanwezigheid van verticale aaneengeslotenheid met uitzondering van de onderzijde van de windhaag welke tot een hoogte van maximaal 30 cm openingen mag bevatten (vanwege afsterven onderste bladeren door concurrentie met grassen en onkruiden); 5.

aanplant op de erfgrens cq. zo dicht mogelijk op de betrokken agrarische percelen. Gelet op de omstandigheid dat geen sprake is van teelten welke buiten het bladseizoen zullen worden bespoten, is het niet noodzakelijk om de afscherming uit te voeren met bladhoudende soorten.

18

Vergelijk in dit verband ABRvS 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3904, waarin is overwogen dat aannemelijk is dat een driftreducerende voorziening bestaande uit dubbele hagen leidt tot een ruime driftreductie.

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 20 van 21

6.

Resumé en conclusie

Onderhavige notitie is opgesteld als nader advies ten behoeve van de besluitvorming omtrent de huisvesting van de gefuseerde voetbalverenigingen op een bestaand voetbalcomplex. Vanwege de aanwezigheid van agrarische gronden nabij het voetbalcomplex Egmond aan den Hoef is het risico op driftblootstelling nader beschouwd. Gelet op de geldende bestemming en de feitelijk aanwezige teelten zal enkel sprake zijn van situaties waarin neerwaarts wordt gespoten. Door aandachtsafstanden uit de jurisprudentie te actualiseren en te extrapoleren naar een situatie waarin enkel neerwaarts wordt gespoten, kan worden uitgegaan van een aandachtsafstand van 12,5 meter. Eventuele blootstelling aan druppeldrift zal enkel spelen aan de randen van het voetbalcomplex. Aan deze randen is op veel plekken reeds voorzien in beplanting die een afschermende werking biedt en welke in stand kan worden gehouden. Relevant is dat de afschermende werking hier en daar dient te worden verbeterd door te voorzien in voldoende ondergroei. In de situatie dat een vijfde veld zou worden gerealiseerd, zal voor dit vijfde veld ook moeten worden voorzien in afschermende maatregelen. Deze afschermende randen zelf zullen niet regulier door mensen worden betreden, terwijl deze afschermende randen driftblootstelling op de rest van het complex zullen minimaliseren.

Op locaties waar niet wordt voorzien in afscherming, is sprake van parkeren of van verblijf in gebouwen, waardoor relevant blootstellingsrisico evenmin aan de orde is. Op deze wijze kan ondanks de ligging nabij agrarische percelen worden gesproken van een locatie, voor wat betreft risico op blootstelling aan drift, geschikt is voor huisvesting van de fusieverenigingen. Er is geen sprake van relevante gezondheidsrisico’s voor medewerkers, voetballers en bezoekers.

Adromi B.V.

Blootstellingsrisico gewasbeschermingsmiddelen

Pagina 21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5108/documents/41005