bij Externe Veiligheid onderzoek_ Rijksweg 47a.pdf
Tekst van het document
Groepsrisicoberekening Buisleiding A-637 t.b.v. de functiewijziging van de locatie Rijksweg 47 te Schoorl
Prevent
Adviesgroep
Groepsrisicoberekening Buisleiding A-637 t.b.v. de functiewijziging van de locatie Rijksweg 47 te Schoorl
Titel Groepsrisicoberekening buisleiding A-637 ten behoeve van de functiewijziging van bedrijfsgebouw naar huisvesting voor jongeren met zorg op de locatie Rijksweg 47 te Schoorl (toetsing aan normering voor het plaatsgebonden risico en berekening van het groepsrisico).
Opdrachtgever
Contactpersoon
J. de Wit Julianadorp
DNS Planvorming B.V. De heer R. Dekker dekker@dnsplanvorming.nl
Rapportdatum
Projectnummer
Versie
2 november 2023
604 D2
V.01
Prevent Adviesgroep B.V.
Projectleider
Rapporteur
De Dijken 7f, 1747 EE Tuitjenhorn Postbus 82, 1800 AB Alkmaar T 0224 55 28 88 F 0224 55 11 90 info@preventadviesgroep.nl
De heer D.P. Barten T 0224 55 28 88 p.barten@preventadviesgroep.nl
De heer D.P. Barten T 06 53 540 730 p.barten@preventadviesgroep.nl
Prevent
Adviesgroep
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Toelichting wettelijk kader en gebruikte begrippen
3
2
Juridisch kader
4
2.1
Plaatsgebonden risico
4
2.2
Aangeven ligging leidingen en belemmeringenstroken in bestemmingsplannen
5
2.3
Groepsrisico
5
3
Plangebiedgegevens
7
3.1
Ligging plangebied ten opzichte van buisleidingen
7
3.2
Beschouwing groepsrisico
8
3.3
Gevolgen personendichtheid door voorgenomen ontwikkeling in plangebied
8
3.3.1
Bestaande (bestemde) situatie
8
3.3.2
Nieuwe situatie
9
3.3.3
Gevolgen voor de personendichtheid voor de locatie
9
4
Leidinggegevens
10
5
Gegevens personendichtheid rondom de buisleiding
11
5.1
Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico
11
5.2
Populatieservice
11
5.3
Gehanteerde werkwijze bepaling personendichtheid
12
5.3.1
Bestaande situatie
13
5.3.2
Nieuwe situatie
13
6
Berekening groepsrisico
14
6.1
Risicoberekeningsmethodiek CAROLA
14
6.2
Groepsrisico buisleiding A-637
14
7
Toetsing aan het Bevb
18
7.1
Plaatsgebonden risico
18
7.2
Belemmeringenstrook
18
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 1 van 21
Prevent
Adviesgroep
7.3
Groepsrisico buisleiding A-637
18
7.4
Beperkte verantwoording groepsrisico
18
7.5
Rampbestrijding en zelfredzaamheid
19
7.5.1
Scenario fakkelbrand buisleiding
19
7.5.2
Bestrijdbaarheid
19
7.5.3
Zelfredzaamheid
20
8
Conclusie en advies
21
Bijlage 1 : Toelichting externe veiligheidsbegrippen Bijlage 2 : Ingevoerde personendichtheid per object
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 2 van 21
Prevent
Adviesgroep
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Op de locatie Rijksweg 47 te Schoorl bestaat het voornemen om in de voormalige bedrijfsbebouwing huisvesting met bijbehorende zorg te realiseren voor 15 jongeren. Voor deze transformatie wordt een ruimtelijke procedure voorbereid. Het plangebied is gelegen is binnen het invloedsgebied van twee hoge druk aardgasbuisleidingen. Op grond van Besluit externe veiligheid buisleidingen moet bij een bestemmingsplan of bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan worden getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden risico en moet worden beoordeeld wat de consequenties van het besluit zijn voor de hoogte van het groepsrisico (GR). Voor deze ontwikkeling is op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen een (beperkte) verantwoording vereist van het groepsrisico. Een onderdeel hiervan is het berekenen van de hoogte van het groepsrisico. Omdat het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de buisleidingen A-637 van Gasunie is de uitvoering van een groepsrisicoberekening met CAROLA vereist om de hoogte van het groepsrisico te kunnen bepalen voor de bestaande en de nieuwe situatie. Voor buisleiding TAQA_12797 van TAQA Energy kan zonder groepsrisicoberekening worden onderbouwd dat de ontwikkeling geen effect heeft op het groepsrisico van deze buisleiding.
Deze onderbouwing is opgenomen in de memo Toetsing externe veiligheid (documentnummer 604 D01 V01, d.d. 2 november 2023 van Prevent Adviesgroep). In deze rapportage wordt voor buisleiding A-637 het groepsrisico met CAROLA berekend voor de bestaande situatie en nieuwe situatie met 15 woonunits voor jongeren met zorg in het plangebied.
1.2
Toelichting wettelijk kader en gebruikte begrippen In de wetgeving over externe veiligheid worden diverse afkortingen en complexe begrippen gehanteerd. In bijlage 1 worden deze begrippen toegelicht.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 3 van 21
Prevent
Adviesgroep
2
Juridisch kader Op 24 juli 2010 is in Staatsblad 686 het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) gepubliceerd. Op 31 december 2010 is in Staatscourant 21009 de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) gepubliceerd. Het besluit en de regeling zijn met ingang van 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb stelt net als het Besluit externe veiligheid inrichtingen normen ten aanzien van het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico met de wijze waarop deze risico’s berekend moeten worden. Verder wordt een belemmeringenstrook rond de buisleidingen gehanteerd. De Regeling externe veiligheid buisleidingen bevat een nadere invulling van het besluit met de vaststelling van de rekenmethodiek, enkele specifieke uitzonderingen en een nadere invulling van de hoogte van het groepsrisico en de toename van het groepsrisico waarbij een volledige verantwoording van het groepsrisico is vereist. In de regeling is CAROLA als rekeninstrument aangewezen. Sinds 1 mei 2010 is CAROLA verkrijgbaar. Het rekenpakket CAROLA is gebaseerd op het rekenpakket PipeSafe dat door een aantal internationale gastransportbedrijven, waaronder de Gasunie, is ontwikkeld. PipeSafe is niet openbaar beschikbaar gesteld. Daarom is voor openbaar gebruik voor hoge druk aardgasleidingen het rekenprogramma CAROLA ontwikkeld.
Met CAROLA kunnen de PR-contouren en invloedsgebieden van buisleidingen zichtbaar worden gemaakt met de door de leidingexploitant aan te leveren buisleidinggegevens. Vervolgens kan de populatie binnen het invloedsgebied worden ingevoerd en kunnen groepsrisicoberekeningen worden uitgevoerd. De strekking van het Bevb en Revb is onderstaand nader toegelicht.
2.1
Plaatsgebonden risico De plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6-contour) moet worden berekend. De PR=10-6-contouren moeten per buisleiding apart berekend en getoetst worden (geen cumulatieve PR-contour rond leidingtrace’s). Voor situaties die ontstaan na 1 januari 2011 (nieuwe situaties) geldt dat: •
De exploitant bij aanleg/vervanging van een buisleiding deze zodanig uitvoert dat de PR=10-6-contour, van het hart van de leiding gerekend, kleiner is dan 5 meter.
•
Binnen de PR=10-6-contour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd (is grenswaarde). Bij het vaststellen van een bestemmingsplan mag de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object niet worden toegelaten binnen deze PR-contour.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de PR=10-6-contour als richtwaarde (inspanningsverplichting). Van een richtwaarde kan gemotiveerd worden afgeweken. Het bovenstaande geldt ook voor het toelaten van risicoverhogende objecten (zoals windturbines) in de directe omgeving van buisleidingen.
•
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 4 van 21
Prevent
Adviesgroep
Voor aanwezige en geprojecteerde kwetsbare objecten die zijn toegelaten op grond van het bestemmingsplan op 1 januari 2011 (bestaande situaties) geldt de norm voor het plaatsgebonden risico (PR=10-6): •
voor aanwezige kwetsbare objecten op 1 januari 2014;
• voor geprojecteerde kwetsbare objecten 3 jaar na het moment van realisatie van het object. De exploitant moet binnen genoemde termijnen maatregelen treffen waardoor het risico van het kwetsbare object lager is dan PR=10-6. Voor aanwezige (geprojecteerde) beperkt kwetsbare objecten zijn geen verplichtingen voor de exploitant opgenomen.
2.2
Aangeven ligging leidingen en belemmeringenstroken in bestemmingsplannen Binnen 5 jaar na het in werking treden van het Besluit externe veiligheid buisleidingen moet in het bestemmingsplan:
2.3
•
De ligging van de buisleidingen op de plankaart worden weergegeven;
•
De ligging van de belemmeringenstrook langs de buisleidingen op de plankaart worden weergegeven (de belemmeringenstrook heeft, gerekend vanuit het hart van de buisleiding, een breedte van 5 meter langs beide zijden, bij buisleidingen met een werkdruk tot 40 bar is deze strook 4 meter langs beide zijden). Deze belemmeringenstrook is ten behoeve van eventueel onderhoud aan de leiding. Voor de belemmeringenstrook moeten in het bestemmingsplan de volgende bepalingen worden opgenomen: •
Een verbod tot het oprichten van bouwwerken (alleen mogelijk met een ontheffing en goedkeuring van de leidingexploitant);
•
Een aanlegvergunningstelsel voor werken of werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de integriteit en werking van de buisleiding (niet zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten).
Groepsrisico Voor het groepsrisico is in het Bevb de oriëntatiewaarde opgenomen. Deze waarde is geen harde grenswaarde, maar een waarde die gebruikt moet worden door het bevoegd gezag bij de verantwoording van het groepsrisico. Het groepsrisico moet worden verantwoord bij het vaststellen van een bestemmingsplan (of het afwijken daarvan door middel van een omgevingsvergunning) waarbij de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van (beperkt) kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van een buisleiding wordt toegelaten. Deze verantwoording houdt het volgende in: a. de personendichtheid in het invloedsgebied moet worden aangegeven (bestaande situatie en de nieuw te bestemmen situatie); b. het groepsrisico moet per buisleiding worden berekend voor de bestaande situatie en de nieuw te bestemmen situatie en weergegeven door middel van een fN-curve. Tevens moet worden getoetst aan de oriëntatiewaarde; c. indien mogelijk de risicoreducerende maatregelen weergeven die door de leidingexploitant worden toegepast ter vermindering van het groepsrisico;
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 5 van 21
Prevent
Adviesgroep
d. e. f.
de voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR moeten worden aangegeven; de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; ten aanzien van de mogelijkheden om de omvang van de ramp te beperken en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid moet een advies worden gevraagd aan de veiligheidsregio. Dit advies moet worden betrokken bij de verantwoording en besluitvorming.
De omvang van het invloedsgebied van een buisleiding wordt bepaald door de afstand tot de 1% letaliteitsgrens die per buisleiding moet worden berekend. Als het plangebied (en/of de ontwikkelingen binnen het plangebied): •
gelegen zijn tussen de 100% letaliteitgrens en de 1% letaliteitsgrens, of;
resulteren in een toename van minder dan 10% van het groepsrisico (waarbij het groepsrisico kleiner dan 1 x de oriëntatiewaarde blijft) of het groepsrisico kleiner is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde; is geen volledige verantwoording van het groepsrisico vereist. De onder punt c t/m e genoemde aspecten hoeven dan niet te worden beschouwd. •
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 6 van 21
Prevent
Adviesgroep
3
Plangebiedgegevens
3.1
Ligging plangebied ten opzichte van buisleidingen In figuur 3.1 is de ligging van het plangebied en het invloedsgebied van de buisleiding A-637 en de overige buisleidingen in de omgeving weergegeven.
Legenda buisleidingen Buisleiding A-637 100% letaliteitscontour Gebied 1% letaliteit (invloedsgebied)
Overige buisleidingen
Figuur 3.1 Ligging plangebied en invloedsgebied buisleidingen
Het bebouwing in het plangebied ligt geheel binnen het invloedsgebied en de 100% letaliteitscontour van buisleiding A-637. Een gedeelte van de bebouwing in het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van buisleiding TAQA_12797.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 7 van 21
Prevent
Adviesgroep
3.2
Beschouwing groepsrisico Het invloedsgebied van de buisleidingen A-637 en TAQA_12797 is gelegen over het plangebied. Op grond van het Bevb is voor buisleidingA-637 een berekening van het groepsrisico vereist. Voor buisleiding van TAQA Energy kan zonder groepsrisicoberekening worden onderbouwd dat de ontwikkeling geen effect heeft op het groepsrisico van deze buisleiding. Deze onderbouwing is opgenomen in de memo Toetsing externe veiligheid (documentnummer 604 D01 V01, d.d. 2 november 2023 van Prevent Adviesgroep).
3.3
Gevolgen personendichtheid door voorgenomen ontwikkeling in plangebied
3.3.1 Bestaande (bestemde) situatie In de bestaand situatie is in het plangebied bestaande bedrijfsbebouwing aanwezig en een stolpboerderij. De stolpboerderij (nr. B1 in figuur 3.2.) maakt geen deel uit van de voorgenomen ontwikkeling. In de stolpboerderij zijn maximaal 8 jongeren tot 18 jaar gehuisvest (hiervoor is een tijdelijke omgevingsverguning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan). De betreffende bedrijfsbebouwing (nr. B2 in figuur 3.2, 808 m2 b.v.o.) heeft de bestemming bedrijf met aanduiding groothandel.
Figuur 3.2 bestaande situatie in plangebied
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 8 van 21
Prevent
Adviesgroep
Voor de bedrijfsbebouwing is gerekend met een personendichtheid van 1 persoon per 100 m2 b.v.o gedurende de dagperiode. Dit geeft in totaal 8 personen in de dagperiode. Voor de opvang van jongeren wordt uitgegaan van de aanwezigheid in de dag en nachtperiode van 8 jongeren en 2 begeleiders. In de bestaande bestemde situatie bedraagt de totale rekenkundig bepaalde personendichtheid binnen het plangebied 18 personen in de dagperiode en 10 personen in de nachtperiode. 3.3.2 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie zijn in de stolpboerderij maximaal 8 jongeren tot 18 jaar gehuisvest (nr B1 in figuur 3.2 en 3.3). Voor de opvang van jongeren wordt uitgegaan van de aanwezigheid in de dag en nachtperiode van 8 jongeren en 2 begeleiders. In de voormalige bedrijfsbebouwing wordt de huisvesting gerealiseerd voor 15 jongeren met zorg (nr. N2 in figuur 3.3). Voor de 15 woonunits is uitgegaan van de aanwezigheid in de dag en nachtperiode van 15 jongeren van 18 jaar en ouder. In de nieuwe situatie bedraagt de totale rekenkundig bepaalde personendichtheid binnen het plangebied 25 personen in de dagperiode en in de nachtperiode.
Figuur 3.3: nieuwe situatie in het plangebied
3.3.3 Gevolgen voor de personendichtheid voor de locatie Het maximaal aantal personen neemt door de ontwikkeling in het plangebied rekenkundig toe met 7 personen in de dagperiode en 15 personen in de avond/nacht periode.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 9 van 21
Prevent
Adviesgroep
4
Leidinggegevens In de onderstaande tabel zijn de gegevens weergegeven van buisleiding A-637, zoals deze op de risicokaart en in CAROLA zijn vermeld. Verder is van deze leiding de 1% letaliteitscontour en 100% letaliteitscontour aangegeven zoals aangegeven in CAROLA. Gegevens leiding
Risicocontour en effectafstanden
Buisleiding nummer
Exploitant
A-637
Gasunie
Max. werk- Diameter druk(bar) (inch) 66,2
36
PR=10-6 –contour Niet aanwezig
Letaliteitcontour 1%
100%
430
180
Tabel 4.1 Buisleidinggegevens
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 10 van 21
Prevent
Adviesgroep
5
Gegevens personendichtheid rondom de buisleiding Uitgangspunt voor de bepaling van de personendichtheid zijn: •
Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico, Ministerie VROM, versie 1.0 november 2007
•
PGS 1 deel 6 : aanwezigheidsgegevens.
•
Handleiding risicoberekening Bevb, versie 2.0 – 1 juli 2014
•
Kentallen en gegevens populatieservice
Voor het groepsrisico moet de aanwezige bevolking in kaart worden gebracht voor het volledige gebied waarbinnen nog dodelijke slachtoffers kunnen vallen, dat wil zeggen het gebied tussen de buisleiding en de 1% letaliteitsgrens.
5.1
Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico De nauwkeurigheid van de inventarisatie van de bevolking moet aansluiten bij de relatieve bijdrage aan het groepsrisico. Volgens de Handreiking moet de inventarisatie van de bevolking binnen de risicocontour van 10-8 nauwkeuriger plaatsvinden dan daarbuiten:
5.2
•
tussen de buisleiding en de PR=10-8-contour moet de personendichtheid per object worden bepaald op basis van de kentallen in tabel 16.2 van de Handreiking (deze zijn opgenomen in bijlage 2), voor specifieke objecten die niet in tabel 16.2 genoemd zijn moet een zo nauwkeurig mogelijke inschatting worden gemaakt. In eerste instantie moet van tabel 16.2 worden uitgegaan indien nodig kan aanvulling worden gezocht bij tabel 16.3 van de Handreiking (bevolkingsdichtheden per gebiedstype).
•
tussen de PR=10-8-contour en de 1% letaliteitsgrens kan volstaan worden met een grove inventarisatie op basis van gebiedstypen en bijbehorende kentallen (tabel 16.3 van de Handreiking en PGS 1, deel 6).
Populatieservice De overheid heeft een populatiebestand groepsrisicoberekeningen laten ontwikkelen. Deze landelijke bevolkingsdataset wordt ten behoeve van risicoberekeningen verstrekt via de website populatieservice.nl. Populatieservice is een geautomatiseerde populatie inventarisatie service. De informatie hiervoor is (hoofdzakelijk) afkomstig uit de basisadministratie adressen en gebouwen (BAG). De informatie bevat veel maar niet alle benodigde gegevens en kan leemtes bevatten. Met name niet gebouwgebonden activiteiten zoals recreatie, sportvelden e.d. ontbreken nog. De aangeleverde populatie door populatieservice betreft een vertaling van de actueel gebouwde omgeving (plus evt. bouwplannen). De populatieservice voorziet niet in het leveren van bestemmingsplan capaciteit. Deze landelijke bevolkingsdataset kan gebruikt worden als startpunt voor de invoer van bevolkingsgegevens voor groepsrisicoberekeningen en op basis van locale inzichten (qua gebruik en functie van gebouwen, actualiteit van gegevens en bestemmingsplaninformatie) verder worden aangepast.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 11 van 21
Prevent
Adviesgroep
5.3
Gehanteerde werkwijze bepaling personendichtheid Het buisleidingtracé van de buisleiding A-637 is over een afstand van 1.000 meter aan weerszijden van het plangebied beschouwd. Voor het gebied van 430 meter rondom de bovengenoemde buisleidingtracés zijn de populatiegegevens opgevraagd bij populatieservice.nl. De populatie binnen de PR=10-8-contour is nagelopen op juistheid/volledigheid. Hierbij is het noodzakelijk gebleken om het populatiebestand op 3 locatie aan te passen. In figuur 5.1 zijn deze locaties blauw weergegeven. De locaties die niet zijn aangepast in het populatiebestand zijn paars weergegeven in figuur 5.1. De verkregen populatiebestanden (gridpunten 10 x 10 meter) zijn ingelezen in CAROLA en op basis van de aard van de populatie indeeld als “wonen”, “werken”, of “evenement” met bijbehorende aanwezigheidspercentages voor de dag- en avond-/nachtperiode. In bijlage 2 is aangegeven op welke wijze de bestanden zijn verwerkt in CAROLA. Voor 1 locatie is de bevolking handmatig aangevuld in CAROLA. In figuur 5.1 is deze locatie groen weergegeven.
Voor de gewijzigde locaties in het populatiebestand en de handmatig ingevoerde locaties zijn de adresgegevens en de gebruiksfunctie van objecten en het aantal m2 b.v.o van objecten bepaald door middel van de BAG-viewer en waar nodig aangevuld/gecorrigeerd met informatie van street view, google.nl/maps, bing.com/maps of websites van instanties/bedrijven. In bijlage 2 is aangegeven op welke wijze het maximaal aanwezige aantal personen per object is bepaald voor de dagperiode en avond-/nachtperiode. De nummering van de handmatig ingevoerde objecten en aangepaste populatieservice objecten in figuur 5.1 komt overeen met de nummering in bijlage 2.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 12 van 21
Prevent
Adviesgroep
Legenda
Legenda bebouwingsobjecten Buisleiding 1% letaliteitcontour PR=10-8 contour
Populatieservice, ongewijzigd Populatieservice, aangepast Handmatig ingevoerd object
Ondergrond: luchtfoto en BAG
Figuur 5.1: Ingevoerde omgevingsobjecten in CAROLA
5.3.1 Bestaande situatie Voor de bestaande (bestemde) situatie is de bebouwing in het plangebied handmatig in CAROLA ingevoerd met het in paragraaf 3.3.1 aangegeven aantal personen (gebouwnummers B1 en B2 in figuur 3.2 en in bijlage 2). 5.3.2 Nieuwe situatie Voor de nieuwe situatie in het plangebied zijn de gebouwvlakken handmatig in CAROLA ingevoerd conform het in paragraaf 3.3.2 aangegeven aantal personen (gebouwnummers B1 en N2 in figuur 3.3 en in bijlage 2).
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 13 van 21
Prevent
Adviesgroep
6
Berekening groepsrisico
6.1
Risicoberekeningsmethodiek CAROLA De wijze waarop de risicoberekening bij hoge druk aardgasbuisleidingen moet plaatsvinden is voorgeschreven in de Handleiding risicoberekening Bevb, versie 2.0 – 1 juli 2014. Groepsrisicoberekeningen moeten worden uitgevoerd met CAROLA. Om deze berekening uit te kunnen voeren is een leidingenbestand nodig van de leidingexploitant. De wijze waarop de risicoberekening binnen CAROLA wordt uitgevoerd op basis van dit leidingenbestand is beschreven in de Handleiding risicoberekening Bevb. Het leidingenbestand is een door de leidingexploitant versleuteld bestand dat niet te wijzigen valt en niet inzichtelijk is voor Prevent Adviesgroep. Een deel van de informatie in dit bestand is opvraagbaar binnen CAROLA (druk, diameter, en indien van toepassing: de risicoreducerende maatregelen). De overige informatie die CAROLA gebruikt voor de risicoberekening is niet zichtbaar (wanddikte, rekgrens, diepteligging, charpy energie en extra gronddekking). De leidingexploitant is hiermee zelf verantwoordelijk voor het aandragen van de juiste gegevens voor de risicoberekeningen. In CAROLA is een gebiedsselectie aangemaakt. Op 11 oktober 2023 is het CAROLA gebiedsselectiebestand naar Gasunie verzonden. Op 12 oktober 2023 is van Gasunie het buisleidingbestand ontvangen. De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52.
De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 2 november 2023. Voor de berekeningen is door CAROLA gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation IJmuiden.
6.2
Groepsrisico buisleiding A-637 Met de ingevoerde bebouwing voor de bestaande situatie en de nieuwe situatie is voor buisleiding A-637 het groepsrisico berekend met CAROLA. De ligging van de PR=10-7-contour en de PR=10-8-contour van buisleiding A-637, de ingevoerde objecten in CAROLA en het kilometertraject met het hoogste groepsrisico voor de bestaande en de nieuwe situatie is weergegeven in figuur 6.1.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 14 van 21
Prevent
Adviesgroep
Bestaande situatie A-637
Nieuwe situatie A-637
Legenda buisleiding Geselecteerde buisleiding Kilometertraject met hoogste GR PR=10-7 contour PR=10-8 contour
Legenda bebouwingsobjecten Polygoon wonen Polygoon werken Polygoon evenement Puntlocatie grid wonen Puntlocatie grid werken
Figuur 6.1: Ingevoerde omgevingsobjecten in CAROLA en PR-contouren en hoogste GR-tracé leiding A-637
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 15 van 21
Prevent
Adviesgroep
Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De resultaten van deze groepsrisico screening zijn opgenomen in figuur 6.2. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden.
Bestaande situatie
Stationing
Nieuwe situatie
Stationing Figuur 6.2 Groepsrisico screening voor A-637 van Gasunie bestaand en nieuw
Bepalend voor de hoogte van het groepsrisico in de bestaande situatie is het kilometertracé van leiding A-637 die gekarakteriseerd wordt door stationing 1430.00 tot en met 2430.00. Voor de nieuwe situatie is dit het kilometertracé van leiding A-637 die gekarakteriseerd wordt door stationing 1680.00 tot en met 2680.00. Voor de bestaande en nieuwe situatie is de maximale overschrijdingsfactor voor het betreffende tracé gelijk aan 0,008 maal de oriëntatiewaarde (bij 36 slachtoffers en een frequentie van 6.18E-008 in de bestaande situatie en een frequentie van 6.21E008 in de nieuwe situatie). Voor de bestaande en nieuwe situatie is de FN-curve van het bovengenoemde leiding tracé weergegeven in figuur 6.3.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 16 van 21
Prevent
Adviesgroep
Bestaande en nieuwe situatie
Aantal slachtoffers Figuur 6.3 FN curve voor buisleiding A-637 van Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1430.00 en 2430.00 (bestaande situatie en stationing 1680.00 en 2680.00 (nieuwe situatie)
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 17 van 21
Prevent
Adviesgroep
7
Toetsing aan het Bevb
7.1
Plaatsgebonden risico Hoge druk aardgasbuisleiding A-637 beschikt ter hoogte van het plangebied niet over een PR=10-6-contour. De normen voor het plaatsgebonden risico in het Bevb vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
7.2
Belemmeringenstrook Voor de beschouwde hoge druk aardgasbuisleiding A-637 moet op grond van het Bevb en het Revb een belemmeringenstrook van 5 meter worden gehanteerd. De belemmeringenstrook is gelegen buiten het plangebied. De normen voor de belemmeringenstroken in het Bevb vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
7.3
Groepsrisico buisleiding A-637 De ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico van buisleiding A-637. In de bestaande (bestemde) situatie en de nieuwe situatie is het groepsrisico gelijk (geen toename) en is het groepsrisico ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Op grond van het Bevb kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
7.4
Beperkte verantwoording groepsrisico Bij de toelichting van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit moet bij de beperkte verantwoording worden ingegaan op: 1. de personendichtheid in het invloedsgebied (bestaande situatie en de nieuw te bestemmen situatie); 2. het groepsrisico per buisleiding voor de bestaande situatie en de nieuw te bestemmen situatie; 3. ten aanzien van de mogelijkheden om de omvang van de ramp te beperken en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid moet de Veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen. Dit advies moet worden betrokken bij de verantwoording en besluitvorming. Ad. 1 De personendichtheid in het plangebied bedraagt in de bestaande (bestemde) situatie maximaal 18 personen in de dagperiode en 10 personen in de avond/nachtperiode. In de nieuwe situatie bedraagt de personendichtheid maximaal 25 personen in de dagperiode en de avond/nacht periode. Het maximaal aantal personen neemt door de ontwikkeling in het plangebied in de dagperiode rekenkundig toe met 7 personen en in de avond/nacht periode met 15 personen. Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 18 van 21
Prevent
Adviesgroep
Ad. 2 De ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico van buisleiding A-637. In de bestaande (bestemde) situatie en de nieuwe situatie is het groepsrisico gelijk (geen toename) en is het groepsrisico ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Ad. 3. Zie verder paragraaf 7.5.
7.5
Rampbestrijding en zelfredzaamheid
7.5.1
Scenario fakkelbrand buisleiding Maatgevend scenario is een breuk van een hoge druk aardgas buisleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk continu uit. Het gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt die duurt totdat na inblokken van de leiding de druk afneemt. De grootte van de fakkel is afhankelijk van: •
de grootte van het gat in de buisleiding (een klein gat resulteert in een kleinere fakkel dan een totale leidingbreuk);
•
de diameter en druk in de buisleiding (bij een grotere diameter en grotere druk stroomt er meer gas uit en ontstaat een grotere fakkel);
•
de weerscondities (bij een lage windsnelheid zal de fakkel met name omhooggericht zijn, bij grotere windsnelheden zal de fakkel meer schuin gericht zijn waardoor op grotere afstand de fakkel zich op een kortere afstand tot de grond zal bevinden.
Deze fakkel kan bij een totale leidingbreuk bij buisleiding A-637 tot een hoogte van enkele honderden meters reiken. Deze fakkelbrand leidt tot hittestraling in de omgeving (uitgedrukt in kW/m²). De fakkelbrand is gedurende de eerste paar minuten het hoogst en neemt na verloop van tijd in hoogte af. De tijdsduur van de aanwezigheid van de fakkel is afhankelijk van de locaties van afsluiters en hoe snel deze zijn dichtgestuurd door de leidingeigenaar. Nadat de afsluiters zijn gesloten duurt het nog enige minuten voordat de fakkelbrand vrijwel gedoofd is. Als deze breuk bij buisleiding A-637 optreedt ter hoogte van het plangebied kan de optredende warmtestraling van deze fakkelbrand bij de bebouwing in het plangebied meer dan 35 kW/m2 bedragen. Bij een warmtestraling van meer dan 35 kW/m2 biedt een gebouw geen of slechts gedurende zeer korte tijd bescherming aan de personen in het gebouw. Binnen een afstand van 175 meter van de leidingbreuk is vluchten van de bron af de enige optie. Vanaf 175 meter afstand van de leidingbreuk is schuilen binnen/achter een gebouw tijdelijk mogelijk. Na verloop van tijd is brandoverslag naar het gebouw mogelijk en moeten aanwezige personen alsnog het gebouw ontvluchten naar veilig gebied.
7.5.2 Bestrijdbaarheid Bij optreden van een fakkelbrand in de buisleiding zijn er vanuit bestrijdbaarheidsperspectief geen mogelijkheden om dit scenario te voorkomen of te bestrijden zolang door de leidingbeheerder de afsluiters in de buisleiding nog niet zijn gesloten. Na het optreden van een fakkelbrand bij de
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 19 van 21
Prevent
Adviesgroep
buisleiding kunnen in het plangebied branden ontstaan die door de brandweer kunnen worden geblust nadat de afsluiters in de buisleiding zijn gesloten. Hierbij is het van belang dat het plangebied goed bereikbaar is voor hulpdiensten. Het plangebied is aan voorzijde bereikbaar via 2 ontsluitingen op de Rijksweg. Deze ontsluitingen zijn vanaf de Rijksweg vanaf het noorden of het zuiden bereikbaar. Aan de achterzijde is de locatie eventueel voor hulpdiensten bereikbaar via de Evendijk (onverhard pad). Er is sprake van voldoende bereikbaarheid. 7.5.3 Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Mobiliteit van de aanwezigen De jongeren in de zorgboerderij met begeleiders en de jongeren in de woonunit zijn voldoende redzaam om te kunnen vluchten in geval van een calamiteit. Uitgangspunt is dat de betreffende personen zelfredzaam zullen zijn. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een volledige breuk van een buisleiding zal vrijwel direct een fakkelbrand ontstaan waardoor er geen gelegenheid is om het gebied te ontruimen.
Afhankelijk van de locatie van de fakkebrand is in eerste instantie is schuilen binnen/achter een gebouw in het plangebied mogelijk of is dit geen mogelijkheid. Er is direct of na verloop van tijd brandoverslag naar de gebouwen mogelijk waardoor aanwezige personen het gebouw moeten ontvluchten. Via de 2 ontsluitingswegen in het plangebied kan in oostelijke richting worden gevlucht naar de Rijksweg en vervolgens op de Rijksweg, afhankelijk van de leidingbreuk, in noordelijke of zuidelijk richting. Gezien de grote omvang van de 10 kW/m2 warmtestralingscontour en het ontbreken van bebouwing in de omgeving waarachter kan worden gescholen is ontvluchting geen reële optie als de fakkelbrand ter hoogte van het plangebied optreedt. Overwogen kan worden om in de stolpboerderij en het gebouw van de woonunits een 60 minuten brandwerende ruimte (met deur naar buiten) te realiseren waar personen kunnen schuilen tot de fakkelbrand gedoofd is.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 20 van 21
Prevent
Adviesgroep
8
Conclusie en advies Ligging plangebied ten opzichte van buisleidingen Buisleiding nummer
Plangebied gelegen in:
TAQA_12797 (K-508-03) A-637
1% letaliteits contour (Invloedgebied)
Ligt buisleiding en belemmeringenstrook in plangebied ?
100% letaliteitscontour
PR=10-6-contour
Ja, deels
Nee
Nee, niet aanwezig
Nee
Ja
Ja
Nee, niet aanwezig
Nee
Tabel 7.1 Overzicht buisleidingen
Ontwikkeling personendichtheid in plangebied De personendichtheid in het plangebied bedraagt in de bestaande (bestemde) situatie maximaal 18 personen in de dagperiode en 10 personen in de avond/nachtperiode. In de nieuwe situatie bedraagt de personendichtheid maximaal 25 personen in de dagperiode en de avond/nacht periode. Het maximaal aantal personen neemt door de ontwikkeling in het plangebied in de dagperiode rekenkundig toe met 7 personen en in de avond/nacht periode met 15 personen. Plaatsgebonden risico en belemmeringenstroken De normen voor het plaatsgebonden risico en belemmeringenstroken in het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Groepsrisico De ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico van buisleiding A-637 en TAQA_12797. In de bestaande (bestemde) situatie en de nieuwe situatie is het groepsrisico gelijk (geen toename) en is het groepsrisico ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Op grond van het Bevb kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De aspecten voor een beperkte verantwoording van het groepsrisico zijn in deze rapportage beschouwd. De inhoud van deze rapportage kan door het bevoegd gezag, samen met het advies van de Veiligheidsregio, worden gebruikt voor de beperkte verantwoording voor het groepsrisico.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 21 van 21
Bijlagen
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 1 van 2
Bijlage 1: Toelichting externe veiligheidsbegrippen
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 2 van 2
Bijlage 1 : Toelichting externe veiligheidsbegrippen Afkortingen Bevb Besluit externe veiligheid buisleidingen GR Groepsrisico fN-Curve Grafiek waarin het groepsrisico wordt weergegeven. Zie voor uitleg het begrip groepsrisico. PR plaatsgebonden risico. Zie voor uitleg het begrip plaatsgebonden risico. QRA Quantitative Risk Analysis (= kwantitatieve risico analyse): berekening van kansen op het overlijden ten gevolge van een calamiteit met gevaarlijke stoffen). Uitleg begrippen Bebouwingsafstand De kleinste horizontale afstand tussen het hart van de leiding en woonbebouwing, een bijzonder object, recreatieterrein of industrieterrein die in acht moet worden genomen. De bebouwingsafstanden gelden op basis van de circulaire "Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen" (1984). Er is daarbij onderscheid gemaakt in verschillende afstanden per bebouwingscategorie. Daarnaast zijn de druk en diameter van de leiding van belang bij het bepalen van de aan te houden bebouwingsafstand. Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook is vastgelegd in het privaatrecht en gereserveerd voor werkzaamheden van de leidingexploitant. Deze strook wordt ook wel zakelijk recht strook genoemd. In deze strook mag enkel bebouwing ten behoeve van de leiding worden gerealiseerd. Daarnaast mogen er zonder aanlegvergunning geen grondroerende activiteiten plaatsvinden.
De belemmeringenstrook bedraagt ten minste vijf meter aan weerszijden van een buisleiding gemeten vanuit het hart van de buisleiding. Beperkt kwetsbaar object (volgens definitie Besluit externe veiligheid buisleidingen) -
Verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen en woonwagens per hectare;
-
Lintbebouwing voor zover deze loodrecht of nagenoeg loodrecht is gelegen op de risicocontour van de buisleiding;
-
Dienst- en bedrijfswoningen van derden;
-
Kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 1500 m2 per object;
-
Restaurants, voor zover hierin geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn;
-
Winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 2000 m2, voor zover zij geen onderdeel uitmaken van een complex waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd, waarvan het gezamenlijk bruto oppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en waarin een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;
-
Sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 1 van 4
-
Kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet bestemd zijn voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;
-
Bedrijfsgebouwen, voor zover zij geen gebouwen zijn waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn zoals: –
kantoorgebouwen en hotels met een bruto oppervlak van meer dan 1500 m2 per object;
–
complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal oppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;
-
Objecten die met het bovengenoemde (m.u.v. sport- kampeerterreinen < 50 personen) gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; en
-
Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
Groepsrisico Het groepsrisico geeft inzicht over hoeveel personen worden bedreigt bij een calamiteit bij het transport van gevaarlijke stoffen door een buisleiding. Het aantal getroffen personen is per mogelijke calamiteit verschillend (omdat de effecten per type calamiteit verschillen). Het transport van gevaarlijke stoffen door een buisleiding kan leiden tot verschillende soorten calamiteiten (breuk, lekkage) met bijbehorende effecten (dus slachtoffers) en kansen. Een ander punt is de aanwezigheid van personen binnen het effectgebied van de calamiteit. Als er geen personen in het gebied aanwezig zijn kunnen er geen slachtoffers vallen en is het groepsrisico dan ook “nihil”. Het groepsrisico kan niet in 1 getal worden uitgedrukt. Maar wordt als een hoekige curve weergegeven in een grafiek waarin het aantal dodelijk slachtoffers is uitgezet tegen de kans dat een calamiteit met dit aantal slachtoffers kan optreden. Zie onderstaande voorbeeldgrafiek. Een dergelijk grafiek wordt een fN-curve genoemd. Waarbij f staat voor de kans per jaar en N voor het aantal dodelijke slachtoffers.
Het groepsrisico is gedefinieerd als de kans per jaar dat 10, 100 of 1000 personen overlijden per kilometer buisleiding als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met het transport van gevaarlijke stoffen door een buisleiding. Het groepsrisico kent geen harde grenswaarde. Voor het groepsrisico is een oriëntatiewaarde vastgesteld die afhankelijk is van het aantal dodelijke slachtoffers per kilometer buisleiding: •
voor 10 of meer dodelijke slachtoffers is de oriëntatiewaarde gelijk aan 10-4;
•
voor 100 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-6;
•
voor 1000 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-8.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 2 van 4
Deze waarde geld als een richtwaarde waaraan getoetst moet worden (is in bovenstaande grafiek als rode lijn aangegeven) en is een soort maat voor wat binnen Nederland nog als maatschappelijk geaccepteerde kans geldt voor calamiteiten waarbij meerdere dodelijke slachtoffers kunnen vallen. De oriëntatiewaarde is zodanig gedefinieerd dat bij iedere factor 10 toename van het aantal slachtoffers de kans hierop met een factor 100 moet afnemen. Hiermee wordt tot uitdrukking gegeven dat bij een groter aantal slachtoffers het maatschappelijk draagvlak hiervoor snel afneemt aangezien dit tot een ontwrichting van de locale samenleving kan leiden. De oriëntatiewaarde is geen “sanerings”waarde. Dit betekent dat als deze overschreden wordt bij bestaande situaties dit niet tot een verplichte sanering hoeft te leiden. Wel moet altijd geprobeerd worden om het groepsrisico zo veel mogelijk te beperken. Invloedsgebied Is het gebied langs een buisleiding waarbij bij risicoberekeningen het aantal aanwezige personen nog wordt meegeteld. Hiervoor wordt in principe de 1% letaliteitsgrens aangehouden (is de afstand waar bij de grootst mogelijke calamiteit nog 1% van de aanwezige personen binnen het gebied komt te overlijden). Bij hoge druk aardgasleidingen bedraagt deze afstand maximaal 850 m.
Gebleken is dat de fN-curves voor aardgastransportleidingen nauwelijks worden beïnvloed door de bebouwingsdichtheid in het relatief grote gedeelte van het invloedsgebied dat gelegen is tussen de 100%- en 1%-letaliteit. Daarom is het een onnodige administratieve belasting om gedetailleerde populatie-gegevens voor dat grote gebied te inventariseren en berekeningen uit te voeren, en kan voor hoge druk aardgasleidingen worden volstaan met een berekening met een gedetailleerde populatie-inventarisatie tussen de buisleiding en de 100%letaliteitsgrens (tot 35 kW/m²; maximaal 200 m) en een grovere inventarisatie (met grovere aantallen/kentallen tussen 100%- letaliteit en 1%- letaliteit; maximaal 850 m). Kwetsbaar object (volgens definitie Besluit externe veiligheid buisleidingen) -
-
Woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde: –
verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare
–
dienst- en bedrijfswoningen van derden;
–
lintbebouwing voor zover deze loodrecht of nagenoeg loodrecht is gelegen op de risicocontour van de buisleiding;
Gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: – ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; – scholen; – gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;
-
Gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn, zoals: – kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object; – complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;
-
Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar.
Oriëntatiewaarde Zie toelichting bij groepsrisico. Plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico geeft aan hoe vaak een calamiteit bij een buisleiding voorkomt waarbij dodelijke slachtoffers vallen. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een buisleiding bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen door die buisleiding. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in kans per jaar. Omdat deze kansen
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 3 van 4
zeer klein zijn worden deze met de volgende wiskundige notatie aangegeven: bijvoorbeeld 10-6/jaar. Dit is hetzelfde als 0,000001/jaar, of een kans van 1 op de 1.000.000 per jaar. Soms wordt dit voor de beeldvorming ook wel uitgedrukt als 1 keer per miljoen jaar. Wat niet betekent dat dit zich dan pas over 1 miljoen jaar voor kan doen. Dit kan b.v. ook morgen al gebeuren. Plaatsgebonden risico – contour (PR-contour) Rondom een buisleiding kan een lijn worden getrokken waarbij het plaatsgebonden risico overal gelijk is. Bijvoorbeeld overal 10-6/jaar. Deze lijn loopt aan beide zijden van de buisleiding. Deze contour wordt dan in dit voorbeeld de PR=106-contour genoemd en kan op een kaart/plattegrond worden weergegeven.
Groepsrisicoberekening hoge druk aardgasbuisleiding A-637 Projectnummer: 604 D2
Pagina 4 van 4
Bijlage 2 : Ingevoerde personendichtheid per object
TU Delft Stroomschema toetsing BRZO 2015 Projectnummer: 368
Bijlagen: pagina 1 van 1
Bijlage 2: Ingevoerde personendichtheid per object Kentallen Handreiking verantwoording groepsrisico
In de handreiking verantwoording groepsrisico zijn de volgende kentallen voor personendichtheden ( tabel 16.2), en aanwezigheidsfactoren (tabel 16.4) aangegeven die gehanteerd moeten worden binnen de PR=10-8 contour: functie
aantal personen per eenheid
Wonen
2,4 per woning
Industrie, bedrijvigheid
1 werknemer per 100 m2 bedrijfsvloer oppervlak
Kantoren Winkels Scholen
1 werknemer per 30 m2 bedrijfsvloer oppervlak (b.v.o.) 1 werknemer/bezoeker per 30 m2 bedrijfsvloer oppervlak (b.v.o.) 1,1 persoon per leerling
Recreatie en evenementen
geen kental, specifiek bepalen (zie PGS 1, deel 6)
overig
geen kental, specifiek bepalen (zie PGS 1, deel 6)
kental
dag volcontinu : kantoorgedeelte volcontinu : overig bedrijfsopp.
Aanwezigheid dag 0,5
1
0,01 0,0333 0,01 0,0333 0,0333 1,1
1 1 1 1 1 1
0 0 1 spec. spec. 0
Buiten de PR=10-8 contour kan volstaan worden met een grove inventarisatie op basis van gebiedstypen en bijbehorende kentallen (tabel 16.3) Type gebied Woongebieden
Industriegebieden
Recreatiegebied (in seizoen)
Natuurgebied Buitengebied Incidentele woonbebouwing Rustige woonwijk Drukke woonwijk Stadsbebouwing met hoogbouw Personeeldichtheid - laag Personeeldichtheid - midden Personeeldichtheid - hoog kantoren- hoogbouw Camping, bungalowpark
bevolkingsdichtheid (personen/hectare) 0
1 5 25 70 120 5 40 80 200 60-200
Populatieservice
Gebruikte data-versie
Opgevraagd gebied in populatieservice Voor het gehele invloedsgebied is gebruik gemaakt van de gegevens van Populatieservice. Bij diverse locatie binnen het invloedsgebied is na controle van de locatie op basis van BAG gegevens, luchtfotos en www.ruimtelijkeplannen.nl de personendichtheid in populatieservice aangepast of handmatig aangevuld in CAROLA. Voor deze locaties is in de tabel onder bestaande situatie de gebruikte personendichtheid weergegeven. Inlezing populatiebestanden in CAROLA Door populatieservice worden automatisch 10x10m gridpunten genereerd waarbij per punt het maximale aanwezige personen wordt weergegeven. Door populatieservice worden diverse populatiegridbestanden aangeleverd (tekst bestand met X- en Y- coordinaten en het aantal personen per coordinaat). De onderstaande gridbestanden zijn ingelezen in CAROLA . In CAROLA kan verder worden aangegeven welk percentage van het aantal personen aanwezig is in de dagperiode en nachtperiode. Naam gridbestand
Type in CAROLA
Aantal personen in grid-bestand
bijeen_sport_cel_zkh-dag100-nacht80.txt hotel-dag0-nacht100.txt industrie-dag100-nacht30.txt kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100-nacht0.txt
Werken, aangepast wonen Werken Werken
151 48 227 526
wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt
Wonen
1141
nacht
2,4
Percentage Personen dag nacht 100% 80% 50% 100% 100% 0% 100% 0% 50%
100%
Aangepaste objecten in populatieservice en handmatig ingevoerde objecten in CAROLA Bestaande (bestemde) situatie
bestaande situatie in plangebied
Nr
Aard object
Adres en BAG ID Gebouw
Bestemming (www.ruimtelijkeplannen.nl)
Naam aangepast gridbestand Aantal personen (populatieservice) of handmatig ingevoerd populatietype CAROLA Aantal
1
Damweg 13 (0373100000006249)
Winkel tuinartikelen/gereedschap
Bedrijf, detailhandel
2
Rijksweg 42 (0373100000015078)
Bedrijf met kantoor (beschouwd als kantoor)
3
Rijksweg 44 (0373100000015095)
Garagebedrijf
Bron
kental
Eenheid kental
Aantal personen aanwezig Tijdsduur ingevoerde CAROLA(ingevoerd in CAROLA) objecten (% gedurende een jaar)
Personen dag avond/nacht (8.00-18.30) (18.30-8.00)
avond/nacht dag
1038 m2 b.v.o.
BAG
0,03 personen/m2 b.v.o
34,6
Bedrijf
3167 m2 b.v.o.
GIS meting
0,03 personen/m2 b.v.o
105,6
Bedrijf
industrie-dag100-nacht30.txt
1177 m2 b.v.o.
GIS meting
0,01 personen/m2 b.v.o
11,8
0,25 hectare
BAG
6,00 personen/hectare 10,00 personen/gebouw B)
1,5
100%
0%
Opdrachtgever
10,0
100%
100%
BAG
0,01 personen/m2 b.v.o
8,1
100%
0%
8,1
4
Rijksweg 46
Agrarische bebouwing
Agrarisch-Landschapsbehoud
handmatig, werken
Rijksweg 47
Stolpboerderij
Bedrijf, groothandel. Tijdelijk gebruik bedrijfswoning voor jeugdzorg
handmatig, wonen aangepast
B2
Rijksweg 47
bedrijfsgebouw
Bedrijf, groothandel
handmatig, werken
1 gebouw opvang jongeren 808 m2 b.v.o.
A)
100%
dag
kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100nacht0.txt industrie-dag100-nacht30.txt
B1
A)
Eenheid Aantal
aanwezigheidspercentage
avond/nacht
0%
34,6
0,0
100%
100%
100%
0%
105,6
0,0
100%
100%
100%
0%
11,8
0,0
100%
100%
1,5
0,0
100%
100%
10,0
10,0
100%
100%
0,0
100%
100%
Voor agrarische gebouwen is niet uitgegaan van het standaard bedrijfskental handreiking (geeft nl. forse overschatting). In PGS 1 deel 6 wordt in paragraaf 3 voor landbouw uitgegaan van 3 personen/hectare (totaal bebouwd en onbebouwd). De agrarische percelen beschouwd als industrie personeelsdichtheid laag = 5 personen/ha bebouwd en onbebouwd. Uitgaande van een gemiddeld bebouwingspercentage van 80% bedraagt de personendichtheid 6 personen/hectare bebouwd oppervlak.
B)
Voor de opvang van jongeren in de stolpboerderij wordt uitgegaan van de aanwezigheid in de dag en nachtperiode van 8 jongeren en 2 begeleiders
nieuwe situatie in plangebied Nieuwe situatie Zelfde als bestaande (bestemde) situatie zonder B2, aangevuld met het onderstaande object Nr Adres en BAG ID Gebouw Aard object
Bestemming (www.ruimtelijkeplannen.nl)
Naam aangepast gridbestand Aantal personen (populatieservice) of handmatig ingevoerd populatietype CAROLA Aantal
N2
Rijksweg 47
15 woonunits jongeren
handmatig, wonen
Eenheid Aantal 15 woonunits
aanwezigheidspercentage
Bron opdrachtgever
kental
Eenheid kental 1,0 personen/woonunit
Personen dag avond/nacht (8.00-18.30) (18.30-8.00) 15,0
100%
100%
Aantal personen aanwezig Tijdsduur ingevoerde CAROLAobjecten (% gedurende een jaar) (ingevoerd in CAROLA)
dag
avond/nacht dag 15,0
15,0
avond/nacht 100%
100%