bij D -Warmtestrategie voor individuele en klein-collectieve warmteoplossingen Bergen- CE De.pdf
Tekst van het document
4.2 Aanwijsbevoegdheid Om een strategie te kunnen formuleren moeten we een aantal aannames doen. We gaan ervan uit dat de gemeente Bergen uiterlijk in 2040 klaar moet zijn met alle uitvoeringsplannen, om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. Dan hebben bewoners en bedrijven duidelijkheid over de verwachtingen van de gemeente en hebben zij nog 10 jaar om van het aardgas af te gaan. De laatste loodjes van verduurzaming wegen het zwaarst. We nemen aan dat voor ongeveer de helft van het aantal woningequivalenten (WEQ) in Bergen het voornemen tot aanwijzen moet worden benoemd in het warmteprogramma van 2025. Voor de resterende WEQ kan het voornemen tot aanwijzen worden benoemd in het warmteprogramma van 2030. We hebben de volgende informatiebronnen en afwegingen in overweging genomen om tot ons advies voor aan te wijzen gebieden te komen: — Criteria van de MCA: We hebben de CBS-buurten met een relatief hoge kansrijkheid voor
de aanwijsbevoegdheid, waar logisch, aangewezen. De denkwijze is hierbij als volgt: In gebieden met een hogere kansrijkheid is het relatief makkelijker voor bewoners om over te stappen naar een duurzame verwarmingstechniek en voor de netbeheerder om het elektriciteitsnet te verzwaren. We hebben ook naar de individuele scores per criterium gekeken om meer inzicht te krijgen waarom bepaalde gebieden een hogere of lagere kansrijkheid hebben. Bijlage G bevat de scores per criterium in Bergen. — Geografische clustering: We hebben gebieden die geografisch logisch bij elkaar horen, bijvoorbeeld als meerdere CBS-buurten een lint aan bebouwing bevatten, samen in een cluster gezet. — Bebouwingsdichtheid: In gebieden met een (zeer) lage bebouwingsdichtheid moet Liander een maatwerk aanpak leveren om het elektriciteitsnet te verzwaren en toekomstbestendig te maken. In sommige gevallen hebben we ervoor gekozen om te adviseren om gebieden met een lage bebouwingsdichtheid nog niet aan te wijzen in het warmteprogramma van 2025. — Corporatiebezit: Woningcorporaties die zich inzetten voor de verduurzaming van hun woningen kunnen een groot verschil maken in de snelheid van het isoleren en van het aardgas afgaan van woningen. Echter, wij hebben als CE Delft geen contact met de
Een samenwerking van:
woningcorporaties in Bergen. We kunnen dus ook niet inschatten hoe actief deze corporaties zijn in de verduurzaming van hun woningen. Omdat dit wel belangrijke informatie is voor het handelingsperspectief van de gemeente, hebben we het corporatiebezit in percentages aangegeven bij de gebieden die we adviseren om aan te wijzen. — Bewonersinitiatieven: In sommige gebieden is een bewonersinitiatief gaande. In deze gebieden zijn bewoners zelf actief bezig met de verduurzaming van hun woning. Draagvlak is een erg belangrijke factor in de warmtetransitie. We adviseren dan ook om deze gebieden aan te wijzen in het warmteprogramma van 2025. — Netcongestie: Als een gehele straat in een buurt overstapt naar bijvoorbeeld een all electricwarmtepomp kan dit spanningsproblemen opleveren op het elektriciteitsnet. De huidige elektriciteitsnetbelasting in Bergen is ook al hoog, alhoewel dit verschilt per wijk, buurt en straat. De regionale netbeheerder in Bergen is Liander. Zij hebben aangegeven dat ze het eerst aan de slag gaan in gebieden met merkbare problemen, zoals knipperende lichten en afslaande omvormers van zonnepanelen. In de Handreiking Lokaal Programmeren die Liander momenteel voor gemeenten maakt geven zij met kaarten aan welke gebieden merkbare problemen hebben of zullen krijgen t/m 2030 en t/m 2034. Ze noemen dit netbelastingkaarten.
Voor Bergen zijn er echter nog geen netbelastingkaarten beschikbaar. Deze worden medio 2025 verwacht. Wij adviseren om het voornemen tot aanwijsbevoegdheid aan te geven in het warmteprogramma 2025 voor de gekleurde gebieden in Figuur 7. Deze gebieden bevatten samen 52% van de gebouwen in Bergen. In Tabel 1 staat het aantal WEQ, aantal woningen en percentage corporatiebezit van deze gebieden. De overige gebieden kunnen in het warmteprogramma van 2030 worden aangemerkt met het voornemen tot aanwijsbevoegdheid. Figuur 8 – Advies voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid in Bergen in het warmteprogramma van 2025
Een samenwerking van:
Tabel 1 - Advies voor het inzetten van het voornemen tot aanwijsbevoegdheid in Bergen in het warmteprogramma van 2025 Clusternaam
Bergen-Noord
Bergen-Zuid
Egmond-Binnen
Lint Camperduin t/m Aagtdorp
Tuin- en Oostdorp, Kruidenbuurt
*
Buurtnaam (CBS 2023)
Aantal gebouwen (WEQ)
Aantal woningen
Corporatiebezit
Positie van buurt in rangorde MCA scores
Oudtburgh
765
66
33%
3
Elkshove
372
310
12%
8
Van Reenen
399
307
12%
11
Boschrand
629
582
4%
12
Negen-Nessen
259
258
0%
14
Landweg
151
148
19%
21
Beekhove
311
266
19%
1
Westdorp
388
174
0%
2
Oldehove
204
200
57%
10
Geest
521
383
10%
15
Rinnegom
104
77
0%
16
Egmond-Binnen
1 575
1 113
14%
19
Aagtdorp
1 037
206
1%
4
302
107
0%
22
Schoorldam (gedeeltelijk) Schoorl met Bregtdorp
2 282
1 618
19%
23
Catrijp
256
180
18%
26
Groet met Hargen
943
720
27%
30
Camperduin
207
118
0%
31
Kruidenbuurt
256
254
21%
25
Tuin- en Oostdorp*
663
571
31%
33
In deze buurt is een bewonersinitiatief bezig.
Figuur 8 geeft een illustratief voorbeeld van het aantal WEQ waarvoor uitvoeringsplannen moet worden gemaakt als bovenstaand advies voor het aanwijzen van buurten wordt gevolgd. Er moet in korte tijd veel gebeuren. Als de gemeente van plan is om de aanwijsbevoegdheid in te zetten in heel de gemeente Bergen, moeten er voor 1.210 tot 2.500 WEQ per jaar een uitvoeringsplan worden gemaakt. Deze uitvoeringsplannen worden in dit illustratieve voorbeeld tussen 2027 en 2040 afgerond. Figuur 9 – Illustratieve groei van WEQ met uitvoeringsplan richting 2050. De lijn toont de lineaire toename van het aantal WEQ met uitvoeringsplan om uiterlijk in 2050 aardgasvrij te zijn. Hierbij is aangenomen dat de eerste uitvoeringsplannen twee jaar na de warmteprogramma’s van 2025 en 2030 worden afgerond
Een samenwerking van:
4.3 Isolatie Om op lage temperatuur (maximaal 50˚C) te verwarmen, is vaak extra isolatie nodig. Woningen die na 2005 zijn gebouwd, zijn vaak al geschikt voor verwarming op lage temperaturen. Woningen die na 1992 zijn gebouwd, hebben alleen isolatie nodig voor ramen en deuren. Voor woningen van vóór 1992 is waarschijnlijk isolatie nodig bij het dak, de gevel, de vloer, de ramen en de deuren. Voor woningen van vóór 1945 is een voorzetwand beter dan spouwmuurisolatie, als dat mogelijk is. Verder moet er in alle woningen een ventilatiesysteem zijn om de lucht in de woning gezond te houden. Ook moeten bestaande radiatoren vervangen worden door vloerverwarming of lagetemperatuurradiatoren. Voor veel van de warmtetechnieken die in dit advies worden behandeld is het noodzaak dat gebouwen vergaand worden geïsoleerd. Over het algemeen adviseren wij dat de gemeenten zich focussen op het isoleren van gebouwen die binnen de aanwijsbevoegdheidsgebieden vallen. In bovenstaande paragraaf staat beschreven om welke gebieden het gaat. Alhoewel goed geïsoleerde gebouwen beter scoren qua kansrijkheid, geldt voor bijna alle gebieden dat er woningen en gebouwen staan die nog niet voldoende geïsoleerd zijn. Deze gebouwen moeten worden geïsoleerd binnen de vastgezette termijn en de gemeente moet dit kunnen faciliteren.
Voor de gebieden die (nog) niet worden aangewezen zijn een aantal isolatiemaatregelen meestal kosteneffectief. Het isoleren van enkel naar dubbel (hr++) glas is meestal binnen een redelijke tijd terug te verdienen door de energiebesparing die het oplevert. Als spouwmuurisolatie mogelijk is, dan is dat het ook waard qua investeringskosten en de kostenbesparing op de energierekening die dat oplevert. De vloer, het dak en het zetten van voor- of achterzetwanden kunnen beter op natuurlijke momenten worden uitgevoerd. Dit zijn grote projecten die veel kunnen kosten en een grote impact hebben op de leefbaarheid van het gebouw. Daarnaast willen we wel een aantal concrete aandachtspunten meegeven die kunnen worden meegenomen in de isolatie aanpak van de gemeente: — Adviseer bewoners om gebruik te maken van natuurlijke momenten. — Informeer bewoners actief, met name de bewoners in de gebieden die onder de aanwijs-
bevoegdheid vallen. — Benader isolatie- en installatiebedrijven en betrek hen in de plannen van de gemeente. Kijk
hierbij niet enkel naar isolatie, maar denk ook breder na over de energietransitie en hoe bedrijven hierin een actievere rol kunnen spelen. Ook als het gaat om hybride warmtepompen en volledig elektrische warmtepompen, zonnepanelen en netcongestiewerendemaatregelen. — Houd rekening met de ecologische effecten van isolatie en vernieuwde regelgeving hierop. De gemeente kan hier een coördinerende rol in spelen. — Wanneer de gemeente beleid en acties wil organiseren op isolatie, adviseren we om naast effectiviteit ook rekening te houden met rechtvaardigheid door een aantal toetsingsvragen te stellen zoals: welke groepen maken gebruik van de regeling? Geeft dit een rechtvaardige verdeling? Maak hierbij gebruik van diverse kennisdossiers en studies die zijn uitgebracht op het onderwerp, zoals van het Wijkkompas3, CE Delft4, VNG5, de Wetenschappelijk Raad voor 3
https://wijkkompas.nl/kennisdossier/kennisdossier-zo-pas-je-de-principes-voor-een-rechtvaardige-energietransitie-toe-
4
in-gebiedsgerichteaanpakken#:~:text=Wat%20is%20de%20rechtvaardige%20energietransitie,de%20portemonnee%2C%20mee%20kan%20doen https://ce.nl/publicaties/energiearmoede-in-de-warmtetransitie-onderzoek-naar-beleidsinstrumenten/ https://vng.nl/nieuws/maak-de-energietransitie-betaalbaar-en-rechtvaardig
5
Een samenwerking van:
het Regeringsbeleid6 en de gezamenlijke publicatie van de planbureaus7 (zie ook de infographic in Figuur 9 hieronder). Figuur 10 - Infographic uit Studie 'Brede welvaartsanalyse woningisolatie'
Bron: (Centraal Planbureau et al., 2024).
4.4 Hybride warmtepompen Hybride warmtepompen zijn een tussenoplossing waarbij de bewoner of gebouweigenaar kan voorsorteren om het van het aardgas af gaan. Hybride warmtepompen hebben een lagere netbelasting dan volledig elektrische warmtepompen. Hybride warmtepompen kunnen netverzachtend zijn omdat ze kunnen schakelen tussen elektriciteit en gas. De meeste hybride warmtepompen springen van elektriciteit naar gas als de buitentemperatuur tussen 4˚C en -5˚C komt. Tijdens deze koude is er vaak piekbelasting op het elektriciteitsnet. Om met een hybride warmtepomp aardgasvrij te verwarmen, moet er duurzaam gas beschikbaar zijn (zoals groengas of waterstof). Het is onzeker of en in welke mate duurzaam gas beschikbaar zal komen in de gemeente Bergen.
6 7
https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2023/02/16/rechtvaardigheid-in-klimaatbeleid https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2024/08/29/woningisolatie-breed-bezien
Een samenwerking van:
Door de hybride warmtepomp in te zetten als tussenoplossing, is het mogelijk om stap voor stap over te stappen naar aardgasvrije verwarming. Buiten het mogelijke duurzame gebruik van een hybride warmtepomp op groengas, is het mogelijk om met een hybride warmtepomp langzaam over te stappen naar aardgasvrije verwarming. Zo kunnen de kosten worden uitgespreid over een langere tijd. Een hybride warmtepomp bespaart al CO2-emissies door het verminderde gebruik van aardgas. Verder zijn er een aantal maatregelen die genomen kunnen worden tijdens het gebruik van een hybride warmtepomp, die toewerken naar het gebruik van een all electric-warmtepomp. Bijvoorbeeld kan er door het isoleren van een woning en het veranderen van het afgiftesysteem veel energie bespaard worden. Als een gebouw of woning ver genoeg is geïsoleerd kan een hybride warmtepomp worden omgebouwd naar een all electricwarmtepomp. De terugverdientijd – en daarmee ook de aantrekkelijkheid voor een gebouweigenaar – hangt af van het huidige gasverbruik, het isolatieniveau van het gebouw en hoe lang de hybride warmtepomp in gebruik kan blijven. In gebieden die nu niet in aanmerking komen voor de aanwijsbevoegdheid, zal het gasnet naar verwachting nog minimaal 15 jaar in de grond blijven liggen.
In deze gebieden kan een hybride warmtepomp een aantrekkelijke oplossing zijn vanwege de potentiële gasbesparing (zowel op de energierekening als de CO2-winst). Voor deze gebieden adviseren we de gemeente om een hybride warmtepomp waar mogelijk actief mee te nemen in haar beleid en acties. In gebieden die in aanmerking komen voor de aanwijsbevoegdheid, is het voornemen dat de gemeente binnen 5 jaar aan de slag wil gaan met een uitvoeringsplan om het gebied aardgasvrij te maken. Afhankelijk van de termijn van de aanwijsbevoegdheid, bestaat er een kans dat het aardgasnet binnen nu en 15 jaar wordt verwijderd. De kans bestaat dan dat een bewoner of gebouweigenaar een hybride warmtepomp aanschaft, en deze verwijderd moet worden voordat deze volledig is afgeschreven en aan vervanging toe is. Echter kan in de huidige periode tot aan de wijziging van een omgevingsplan (en daarmee de formele inzet van de aanwijsbevoegdheid) een hybride warmtepomp toch voldoende positieve effecten geven (gas- en CO2-besparing en opstap naar een volledige warmtepomp).
Daarom adviseren we de gemeente om in deze tussenperiode tot aan de formele inzet van de aanwijsbevoegdheid de hybride warmtepomp wél mee nemen in haar beleid en acties voor bewoners die nog niet direct toe zijn aan een volledig elektrische warmtepomp, op voorwaarde dat zij hierbij duidelijk communiceert dat het een tussenoplossing is en dat het risico dat de hybride warmtepomp eerder vervangen moet worden.
Een samenwerking van:
Referenties Actienetwerk 15% GasTerug. (2022). Actienetwerk 15% gasterug. aircowijs.nl. (lopend). Split airco. In: Aircowijs.nl. Bello, S., Pérez, N., Kiebist, J., Scheibner, K., Sánchez Ruiz, M.I., Serrano, A., Martínez, Á.T., Feijoo, G., & Moreira, M.T. (2021). Early-stage sustainability assessment of enzyme production in the framework of lignocellulosic biorefinery. Journal of Cleaner Production, 2021, 125461. https://doi.org/https://doi.org/10.1016/j.jclepro.2020.125461 CAS, & Hogeschool van Amsterdam. (lopend). Wijktypekaart. Stichting Climate Adaptation Services (CAS). https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/wijktypologie CBS. (2024). Monitor energiearmoede 2022. CE Delft. (2023). Impact van de warmtetransitie op het lokale elektriciteitsnet. Centraal Planbureau, Planbureau voor de Leefomgeving, & Sociaal en Cultureel Planbureau. (2024). Bredewelvaartsanalyse van woningisolatie. Kadaster. (2024). Basisregistratie adressen en gebouwen (bag). https://www.kadaster.nl/zakelijk/registraties/basisregistraties/bag Liander. (2024). Investeringsplan liander elektriciteit en gas 2024. Milieu Centraal. (lopend). Welke warmtepompen zijn er? Milieu Centraal,. https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/duurzaam-verwarmen-enkoelen/welke-warmtepompen-zijn-er/ Netbeheer Nederland. (2019). Basisdocument over energie-infrastructuur. NPLW. (2024).
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (wgiw). In: NPLW,. Rijksoverheid. (lopend). Ep-online: Openbare data energielabels. In. RVO. (lopend-a). Hoe helpt u als provincie of gemeente netcongestie verminderen of voorkomen? RVO. https://www.rvo.nl/onderwerpen/netcongestie/netcongestieprovincie-gemeente#sneller-bouwen-en-energie-infrastructuur-beter-gebruikenRVO. (lopend-b). Wko-bodemenergietool: Ontdek de mogelijkheden van bodemenergie. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. https://wkotool.nl/ TenneT. (2024). Congestieonderzoek noord-holland. Analyse naar beschikbare transportcapaciteit voor afname van elektriciteit onder toepassing van congestiemanagement. Veele, W. (2013). Comparative system analyses of different waste treatment. VNG. (2023). Handreiking ruimtelijke inpassing van energie-infra. Zonnewarmte.nl. (2025). Techniek. Zonnewarmte.nl,. https://ramplaankwartier.zonnewarmte.nl/onderwerp/zonnewarmte/techniek/
Een samenwerking van:
A Wko-restrictiegebieden Figuur 11 – Wko-restrictie- en verbodsgebieden in Bergen
Bron: (RVO, lopend-b).
Een samenwerking van:
B Woningtypes Figuur 12 – Woningtypes in Bergen
Bron: (Kadaster, 2024).
Een samenwerking van:
C Wijktypes Figuur 13 - Wijktypes in Bergen
Bron: (CAS & Hogeschool van Amsterdam, lopend).
Een samenwerking van:
D Status van netcongestie De actuele netcapaciteit is door Netbeheer Nederland en de verschillende netbeheerders in kaart gebracht. Tabel 2 bevat informatiebronnen over de actuele netcapaciteit.
Tabel 2 – Informatiebronnen over actuele netcapaciteit Soort informatie en organisatie
Beschrijving
Link
Kaarten van Netbeheer Nederland
De actuele status van de netcapaciteit en bijhorende relevante informatie, zoals aantal verzoeken in de wachtrij, is voor heel Nederland beschikbaar gemaakt door Netbeheer Nederland. Zij publiceren de Landelijke Capaciteitskaart elektriciteitsnet voor afname en voor teruglevering op hun website.
www.capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/
Kaarten van TenneT
Beschikbare netcapaciteit op het hoogspanningsnet van Tennet. Deze wordt elk kwartaal door TenneT bijgewerkt en bevat de beschikbare capaciteit voor een netaansluiting tot 3x80A. Let op, er zijn verschillende kaarten: voor invoeding en afname.
www.tennet.eu/nl/de-elektriciteitsmarkt/ congestiemanagement/netcapaciteitskaart
Kaarten van Liander
Beschikbare netcapaciteit per regio op het elektriciteitsnet van Liander. De informatie op deze kaart geldt alleen voor grootverbruikaansluitingen. Dit zijn zakelijke aansluitingen groter dan 3x80 ampère.
www.liander.nl/grootzakelijk/capaciteit-op-hetnet/capaciteit-per-regio
Informatieoverzicht van Liander
Actuele knelpunten en oplossingen wat betreft netcongestie in de regio Kop van Noord-Holland.
https://www.liander.nl/grootzakelijk/capaciteitop-het-net/capaciteit-per-regio/noordholland/kop-van-noord-holland
Spanningsproblemen check van Liander
Een tool om te checken of er spanningsproblemen zijn op een bepaald adres.
www.terugleverproblemen.web.liander.nl/ postcodecheck
Een samenwerking van:
E Plannen voor uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet Liander publiceert haar plannen voor uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet tweejaarlijks in een investeringsplan. Het meest recente investeringsplan is van 2024. In 2026 zal dus een nieuw investeringsplan worden gepubliceerd. Tabel 3 vat de informatie over investeringen in onderstations in de BUCH-gemeenten samen. De BUCH-gemeenten zijn aangesloten op de volgende onderstations (OS)8: — — — — — — —
OS Alkmaar; OS Beverwijk; OS Heiloo; OS Krommenie; OS Oudorp; OS Uitgeest; OS Warmenhuizen.
Let op: Tabel 3 geeft alleen informatie over de verzwaring van onderstations en niet voor de elektriciteitskabels.
Tabel 3 – Investeringsplannen Liander in de BUCH-gemeenten (Liander, 2024)
8
Onderstation
Vroegste jaar optreden knelpunt
In bedrijf name (Bello et al.) en jaar knelpunt verholpen
Maatregel
Toelichting indien IBN na optreden knelpunt
OS Alkmaar
2023
Vanaf 2030
Bestaand HS-station verzwaren
Knelpunt wordt naar verwachting later verholpen dan het moment van optreden door doorlooptijd en maakbaarheid van benodigde investering.
OS Beverwijk
2024
2028-2030
Station vervangen en uitbreiden naar 80 MVA
Knelpunt wordt naar verwachting later verholpen dan het moment van optreden door doorlooptijd en maakbaarheid van benodigde investering.
OS Heiloo
2023
Vanaf 2030
Station te verzwaren naar maximale capaciteit van 80 MVA
Risico op overschrijding relatief laag.
OS Krommenie
2026
2027-2032
Station vervangen door nieuw 50/10 kV van 80 MVA
N.v.t.
OS Oudorp
2023
Vanaf 2030
Station te verzwaren naar maximale capaciteit van 80 MVA. Mogelijk kan voor terug-
Klantontwikkelingen onzeker.
Deze onderstations zijn geïdentificeerd met behulp van de indicatieve dataset op PDOK van de verzorgingsgebieden van onderstations in Nederland. Dit is dus een indicatieve lijst. Als er iets met deze informatie gedaan wordt moet men dit checken met Liander.
Een samenwerking van:
Onderstation
Vroegste jaar optreden knelpunt
In bedrijf name (Bello et al.) en jaar knelpunt verholpen
Maatregel
Toelichting indien IBN na optreden knelpunt
levering de n-1 worden opgeheven waardoor de reservetrafo kan worden ingezet. OS Uitgeest
2025
2027-2030
Station vervangen en uitbreiden naar 80 MVA
Risico op overschrijding relatief laag.
OS Warmenhuizen
2023
2025-2027
Groei op te vangen door 20 kV verbindingen te leggen vanuit station De Weel. Station te verzwaren naar maximale capaciteit van 160 MVA.
Klantontwikkelingen onzeker.
Een samenwerking van:
F Scores per criterium F.1
Criterium: Ruimte in de wijk Tabel 4 – Score per wijktype Wijktype
F.2
Score
Historische binnenstad
1
Volkswijk
1
Vooroorlogse woonwijk
1
Bloemkoolwijk
2
Vernieuwd
2
Bedrijven
3
Hoogbouw
3
Naoorlogse woonwijk
3
Overig
3
Tuindorp
3
Tuinstad hoogbouw
4
Tuinstad laagbouw
4
Buitengebied
5
Groen
5
Sub-urbane uitbreiding - VINEX
5
Villa
5
Criterium: Isolatiegraad Tabel 5 – Score per energielabel Energielabel
F.3
Score
G
1
F
1
E
1
D
2
C
3
B
4
A(++++)
5
Criterium: Isolatiegraad (bouwjaar) Tabel 6 – Score per bouwjaar Bouwjaar
Score
< 1945
1
1945-1973
2
1973-1992
3
1992-2012
4
> 2012
5
Een samenwerking van:
F.4
Criterium: Ruimte voor collectieve technieken Tabel 7 – Score per collectieve techniek, op basis van woningtype en oppervlakte Woningtype
Oppervlak
Collectieve luchtwarmtepomp
Collectieve bodemwarmtepomp
Kleinschalig lagetemperatuurwarmtenet
Vrijstaande woning
< 100 m2
2
2
2
100-200 m2
3
3
3
> 200 m2
4
4
4
< 100 m2
2
2
2
100-150 m2
4
4
4
> 150 m2
5
5
5
< 100 m2
2
2
2
100-130 m
3
3
3
> 130 m2
4
5
4
< 100 m2
2
2
2
100-130 m2
3
3
3
> 130 m2
5
5
5
< 50 m2
1
1
1
50-100 m2
3
3
2
> 100 m2
4
4
4
Twee-onder-eenkapwoning Tussenwoning
2
Hoekwoning
Gestapelde woning
F.5
Criterium: Ruimte voor individuele technieken Tabel 8 – Score per individuele techniek, op basis van woningtype en oppervlakte Woningtype
Oppervlak
Individuele luchtwarmtepomp
Individuele bodem-warmtepomp
Vrijstaande woning
< 100 m2
3
4
100-200 m
4
4
> 200 m2
5
5
< 100 m2
2
2
100-150 m2
4
5
> 150 m2
5
5
< 100 m2
2
2
100-130 m2
3
3
> 130 m2
4
4
2
< 100 m
2
2
100-130 m2
3
3
> 130 m2
5
5
< 50 m2
1
1
50-100 m2
2
2
> 100 m2
3
2
2
Twee-onder-een-kapwoning
Tussenwoning
Hoekwoning
Gestapelde woning
F.6
Criterium: Kosten Tabel 9 - Score voor de robuustheid van de nationale kosten Robuustheid nationale kosten*
Score
Warmtepomp in geen scenario de laagste kosten
1
Warmtepomp in een of twee scenario's de laagste kosten
3
Warmtepomp in drie of meer scenario's de laagste kosten * Aantal scenario’s met warmtepomp als laagste nationale kosten.
5
Een samenwerking van:
F.7
Criterium: Inkomen Het criterium inkomen bouwen we op uit twee, ogenschijnlijk tegengestelde, datasets: het gestandaardiseerd residueel inkomen en het percentage lage inkomens. Deze worden hieronder beschreven. Gestandaardiseerd residueel inkomen Het betaalbudget na aftrek energiekosten. Gestandaardiseerd residueel inkomen is het residueel inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Tabel 10 - Score per standaard afwijking van het gestandaardiseerd residueel inkomen Gestandaardiseerd residueel inkomen (standaard afwijking)
Score
< 0 Std Afw
1
0-1 Std Afw
3
1-2 Std Afw
4
> 2 Std Afw
5
Lage inkomens Huishoudens met een laag inkomen en een vermogen onder de vermogensgrens. Tabel 11 - Score per standaard afwijking van het percentage lage inkomens Laag inkomen (Actienetwerk 15% GasTerug) (standaard afwijking)
Score
> 0,5 Std Afw
1
0 - 0,5 Std Afw
2
-0,5 - 0 Std Afw
3
-1 - -0,5 Std Afw
4
< 1 Std Afw
5
Een samenwerking van:
G Scores MCA Bergen G.1
Totale score De totale score over de zeven criteria is genormaliseerd en weergegeven in onderstaande kaart. De gebieden zijn van hoogste naar laagste score geordend. De positie van de buurt in deze ordening is aangegeven met het cijfer in de buurt. In Bergen zijn er 36 gebieden. De buurt met nummer 1 scoort het hoogste en de buurt met nummer 36 scoort het laagste in deze MCA. Figuur 14 – Totale MCA Score Bergen
Een samenwerking van:
G.2
Ruimte in de wijk – wijktype Figuur 15 – Score op ruimte in de wijk, in Bergen
Een samenwerking van:
G.3
Isolatiegraad – energielabel Figuur 16 – Score op isolatiegraad, in Bergen
Een samenwerking van:
G.4
Isolatiegraad (bouwjaar) – bouwjaar Figuur 17 – Score op isolatiegraad (bouwjaar), in Bergen
Een samenwerking van:
G.5
Ruimte voor collectieve technieken – woningtype en oppervlakte woning Figuur 18 – Score op ruimte voor collectieve technieken, in Bergen
Een samenwerking van:
G.6
Ruimte voor individuele technieken – woningtype en oppervlakte woning Figuur 19 – Score op ruimte voor individuele technieken, in Bergen
Een samenwerking van:
G.7
Kosten – robuustheid nationale kosten Figuur 20 – Score op kosten, in Bergen
Een samenwerking van:
G.8
Inkomen Figuur 21 – Score op inkomen, in Bergen
Een samenwerking van: