bij Buitenduin en omgeving_ontwerp BP.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Buitenduin en omgeving Bergen (NH.)
Buitenduin en omgeving
Bergen (NH)
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
Identificatiecode:
datum:
status:
28-11-2023
ontwerp vastgesteld
NL.IMRO.0373.BPG04019Buitenduin-B001
Projectnummer:
0373.20211000 projectleider:
I. de Feijter
Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
10
1.3
Vigerende regeling
11
1.4
Leeswijzer
11
Hoofdstuk 2
Analyse en uitgangspunten
13
2.1
Huidige situatie plangebied
13
2.2
Uitgangspunten bestemmingsplan
18
Beleidskaders
23
3.1
Rijksbeleid
23
3.2
Provinciaal beleid
30
3.3
Gemeentelijk beleid
31
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
37
4.1
Inleiding
37
4.2
Milieueffectrapportage
37
4.3
Ecologie
38
4.4
Verkeer en parkeren
42
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
49
4.6
Bodem en water
52
4.7
Woon- en leefklimaat
57
4.8
Externe veiligheid
64
4.9
Duurzaamheid en klimaat
65
4.10
Kabels en leidingen
65
4.11
Conclusie
65
Juridische planbeschrijving
67
5.1
Inleiding
67
5.2
Opzet van de planregels
67
5.3
Artikelsgewijze toelichting op de planregels
68
Uitvoerbaarheid
71
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
71
6.2
Economische uitvoerbaarheid
71
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
3/128
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling
Bijlage 2
Stikstofonderzoek
Bijlage 3
Ecologische quickscan Sportpark Buitenduin
Bijlage 4
Ecologische quickscan Transformatie Rabobanklocatie
Bijlage 5
Aanvullend ecologisch onderzoek
Bijlage 6
Besluit bevoegd gezag ontheffing Wnb
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek Transformatie Rabobanklocatie
Bijlage 8
Historisch bodemonderzoek Sportpark Buitenduin
Bijlage 9
Verkennend bodemonderzoek Buitenduin
Bijlage 10
Verkennend bodemonderzoek Transformatie Rabobanklocatie
Bijlage 11
Watertoets
Bijlage 12
Akoestisch onderzoek Transformatie Rabobanklocatie
4/128
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
101
Artikel 1
Begrippen
101
Artikel 2
Wijze van meten
105
Bestemmingsregels
107
Artikel 3
Groen
107
Artikel 4
Sport
108
Artikel 5
Verkeer
110
Artikel 6
Water
111
Artikel 7
Wonen
112
Artikel 8
Waarde - Archeologie
114
Hoofdstuk 3
Algemene regels
117
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
117
Artikel 10
Algemene bouwregels
118
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
119
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
121
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
122
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
123
Artikel 14
Overgangsrecht
123
Artikel 15
Slotregel
124
Hoofdstuk 2
Bijlagen regels Bijlage 1
5/128
Besluit hogere waarden
6/128
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente heeft de wens uitgesproken om sportpark Buitenduin en de voormalige Rabobank locatie te ontwikkelen. Sportpark Buitenduin wordt toekomstbestendig gemaakt. De voormalige Rabobanklocatie wordt getransformeerd naar appartementen. Beide ontwikkelingen zijn niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Dit geeft aanleiding om een nieuw bestemmingsplan op te stellen. In de onderstaande alinea's worden beide ontwikkelingen verder toegelicht. Sportpark Buitenduin In 2015 is voor de Kern Schoorl het project Schoorl Klopt gestart. Onderhavig plangebied is in dit project benoemd als het groene hart. Hierbij was het de taak van het college om een inrichtingsplan voor het plangebied op te stellen. Op 1 maart 2017 is een plan voorgelegd door het college, gebaseerd op gesprekken met de verschillende partijen in het gebied en de bewoners uit de omgeving.
Om het plangebied weer toekomstbestendig te kunnen maken is er een inrichtingsplan opgesteld waarbij: het parkeren beter wordt geregeld; de jeu de boulesbaan wordt verplaatst en een clubhuis wordt opgericht; de paardrijvereniging het gebruik voortzet; het midden van het terrein als evenemententerrein gebruikt kan blijven worden; een fietsverbinding wordt gerealiseerd tussen de Sportlaan en de Molenweg; de verkeersdruk op de Molenweg en Huismansweg vermindert; de in- en uitrit anders wordt vormgegeven; beperkte extra bebouwing wordt toegestaan. Het vigerende bestemmingsplan Schoorl- kernen en buurtschappen zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Bergen d.d. 23 juni 2009 staat de bovenstaande wijzigingen niet toe. Om de ontwikkeling mogelijk te maken en te voorzien van een passende juridisch-planologische regeling, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Transformatie voormalige Rabobanklocatie (Heereweg 56) De gemeente heeft de wens uitgesproken om in dit bestemmingsplan de transformatie van de naastgelegen voormalige Rabobanklocatie mee te nemen. In de huidige situatie vervult het gebouw een kantoor met baliefunctie. Voorheen was in dit gebouw de Rabobank gevestigd. De toekomstige ontwikkeling betreft het bouwen van maximaal 22 sociale huurappartementen.
Het vigerende bestemmingsplan Schoorl- kernen en buurtschappen zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Bergen d.d. 23 juni 2009 staat de wijziging naar een woonbestemming niet toe. Om de ontwikkeling mogelijk te maken en te voorzien in een passende juridisch-planologische regeling, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
9/128
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in de gemeente Bergen, aan de noordwestkant van de kern Schoorl. Aan de noordzijde wordt het plangebied gevormd door de Molenweg, aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door het groen dat aanwezig is rondom de naastgelegen begraafplaats. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de geitenwei en de Sportlaan. Ten westen van het plangebied zijn aan de Heereweg enkele woningen gesitueerd en de voormalige Rabobanklocatie welke deel uitmaakt van het plangebied.
Figuur 1.1 Globale ligging plangebied
10/128
1.3
Vigerende regeling
Ter plaatse van het plangebied zijn momenteel de volgende bestemmingsplannen van kracht: Schoorl - Kernen en buurtschappen, vastgesteld op 23 juni 2009 door de gemeenteraad van Bergen. Parkeren, vastgesteld op 31 mei 2018 door de gemeenteraad van Bergen. Herstelplan 2022, vastgesteld 25 mei 2023 door de gemeenteraad van Bergen. Het plangebied heeft conform het bestemmingsplan 'Schoorl - Kernen en buurtschappen' de bestemmingen 'Sport', 'Groen', 'Groen-parkeren', 'Water-duinrell', 'Kantoor' en 'Verkeer'. Binnen deze bestemmingen zijn de beoogde ontwikkelingen niet mogelijk. Dat is de reden dat onderhavig bestemmingsplan is opgesteld.
Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan Overige bestemmingsplannen Het bestemmingsplan Parkeren betreft een facetbestemmingsplan om een gemeentelijke regeling voor parkeren van toepassing te verklaren op bestemmingsplannen waar die nog niet in opgenomen was. Het Herstelplan 2022 voorziet in het wijzigen van algemene regels en 65 wijzigingen van regels op perceelsniveau. De relevante onderdelen zijn meegenomen in voorliggend bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met de relevante onderzoeksresultaten. De toelichting van het bestemmingsplan is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Dit eerste hoofdstuk vormt de inleiding op het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt het plangebied geanalyseerd. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. De sectorale (omgevings)aspecten zijn beschreven in hoofdstuk 4. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de wijze van bestemmen uiteengezet. Tevens wordt per artikel een beschrijving gegeven van de planregels en de bestemmingen. Hoofdstuk 6 behandelt tot slot de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. 11/128
12/128
Hoofdstuk 2 2.1
Analyse en uitgangspunten
Huidige situatie plangebied
Binnen het plangebied zijn meerdere functies reeds aanwezig, hieronder wordt dit nader toegelicht voor Sportpark Buitenduin en de voormalige Rabobanklocatie. Jeu de Boulesbaan De jeu de boulesbaan is momenteel in het westen van het plangebied gelegen. De Jeu de boules vereniging is opgericht in 1983 en heeft circa 35 leden. Het clubgebouw is in 2009 gesloopt. Het is wenselijk een nieuw clubgebouw te realiseren. Momenteel zijn er enkele portocabins aanwezig die als clubgebouw dienen.
Figuur 2.1 Indicatieve ligging jeu de boules vereniging weergegeven op een luchtfoto
13/128
Duinridders en schildknapen In het noorden van het plangebied zijn de ruiterverenigingen De Landelijke Rijvereniging De Duinridders en ponyclub De Schildknapen gevestigd. Zij hebben twee paardenbakken tot hun beschikking en een clubgebouw. De ruiterverenigingen gebruiken ook het gebied tussen de paardenbakken voor het concours.
Figuur 2.2 Indicatieve ligging duinridders en schildknapen weergegeven op een luchtfoto
14/128
Parkeren Parkeren vindt op dit moment plaats aan de noordzijde van het plangebied. Echter betreft het hier een zogenaamd "overloopparkeerterrein" (met circa 135 parkeerplaatsen), wat inhoudt dat het nooit voor parkeren is gereguleerd. Er zijn op de locatie geen parkeervakken aangeduid en het terrein is niet vlak gemaakt maar zit vol kuilen. Het parkeerterrein wordt momenteel voornamelijk gebruikt door bezoekers van het duingebied (wandelaars en sporters) en het Buitencentrum Schoorlse Duinen, bezoekers voor het centrum van Schoorl, ouders en personeel van de Teun de Jagerschool, de ruiterclubs (trailers) en bezoekers van de Korenmolen Kijkduin.
Figuur 2.3 Indicatieve ligging parkeerterrein weergegeven op een luchtfoto
15/128
Evenemententerrein Het midden van het plangebied fungeert reeds als evenemententerrein, hier worden ook vergunningen voor verleend. Het gaat om kleinschalige evenementen in de vorm van een kofferbakmarkt, een circus en concours hippique. Daarnaast wordt het terrein soms gebruikt als extra parkeergelegenheid bij evenementen die plaatsvinden in de buurt. Langs de zuidrand zijn voor de eventuele evenementen reeds voorzieningen aangebracht zoals een elektriciteits- en waterpunt en aansluitpunt op de riolering.
Figuur 2.4 Indicatieve ligging evenemententerrein
16/128
Voormalige Rabobanklocatie Aan de westzijde van het plangebied, aan de Heereweg 56, ligt de voormalige Rabobanklocatie. In het gebouw op dit terrein was de Rabobank gevestigd, dit gebouw vervult nu een (andere) kantoorfunctie met balie. De Heereweg bestaat uit veel vrijstaande woonhuizen en vakantiehuisjes. In de omgeving zijn veel faciliteiten te vinden. Aan de overzijde van de weg bevindt zich Tennisvereniging Schoorl. Op loopafstand van de locatie liggen supermarkten Jumbo en Ekoplaza. Verderop in de straat richting het zuiden zijn verschillende restaurants te vinden. Binnen vijf minuten lopen vanaf de projectlocatie ligt het bosgebied van Schoorl wat uiteindelijk uitkomt bij natuurgebied de Schoorlse Duinen. Voor het perceel ligt de buurtbushalte 'Sportlaan'.
Figuur 2.5 Ligging voormalige Rabobanklocatie
17/128
2.2
Uitgangspunten bestemmingsplan
2.2.1 Algemeen Na het opstarten van project Schoorl Klopt in 2005 is in 2015 opdracht gegeven tot het laten opstellen van een (her)inrichtingsplan van het groene hart. In 2017 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over het herinrichtingsplan voor Buitenduin. Later is het plan om de voormalige Rabobanklocatie te ontwikkelen aan het bestemmingsplan toegevoegd. In navolgend figuur is globaal de toekomstige inrichting van het plangebied weergegeven. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen in detail toegelicht.
Figuur 2.6 Plangebied met aanduiding van toekomstige functies
18/128
Het voorliggende bestemmingsplan biedt het juridisch-planologische kader om de herinrichting mogelijk te maken. Waarbij aansluiting is gezocht bij de ambities uit het Beeldkwaliteitskader Buitenduin. 2.2.2 Beoogde indeling Ontsluiting en parkeren Het noordelijke parkeerterrein zal ingezet worden voor het opvangen van de parkeerbehoefte van de jeu de boules vereniging en de paardenvereniging en zal worden ontsloten op de Molenweg. Het zuidelijke parkeerterrein zal worden ingezet voor het opvangen van de parkeerbehoefte van de voormalige Rabobanklocatie en de bezoeker van de Schoorlse Duinen. Dit parkeerterrein wordt ontsloten op de Sportlaan aan de westzijde. Zoals in onderstaand figuur is weergegeven zal een entree worden gecreëerd naar het parkeerterrein in de bocht van de Sportlaan. De entree is geschikt voor langzaam verkeer en voor motorvoertuigen. De entree voor langzaam verkeer gaat over in het nieuwe fietspad dat richting de Molenweg gaat. Momenteel zijn hier al zogenoemde olifantenpaadjes aanwezig omdat leden van de jeu de boules vereniging en bezoekers van de kofferbakmarkt al van deze doorsteekroute gebruik maken. De inrit voor het gemotoriseerde verkeer leidt naar het parkeerterrein waar 179 parkeerplaatsen worden aangelegd.
Figuur 2.6 Ontsluiting van het sportpark aan de noord- en zuidzijde inclusief parkeerplaatsen
19/128
Aan de noordkant van het plangebied is de Molenweg gelegen waar een nieuw kleiner parkeerterrein wordt gerealiseerd. Dit parkeerterrein zal gebruikt worden door de bezoekers van de Teun de Jagerschool, de kinderopvang, de jeu de boules vereniging en de ruiterverenigingen. Er worden op dit parkeerterrein 32 parkeerplaatsen gerealiseerd.
Figuur 2.7 Ontsluiting van het Sportpark aan de noordzijde (en parkeerterrein en jeu de boulesbaan) Ligging van de functies in het plangebied Binnen het plangebied worden de functies die binnen het plangebied al mogelijk waren opnieuw mogelijk gemaakt. Echter worden enkele functies mogelijk gemaakt op andere locaties en worden activiteiten die nog niet waren toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Jeu de Boulesbaan De Jeu de Boules baan zal, zoals te zien is in figuur 2.7, worden verplaatst naar de noordzijde van het plangebied. Het bijbehorende clubgebouw wordt hier eveneens mogelijk gemaakt. Hiervoor wordt een bouwvlak opgenomen. De Jeu de Boules vereniging zal bestaan uit 20 banen. Deze banen worden verdeeld over vier blokken van 15x15 meter met hieromheen schelpen- of graspaden van 3 meter breed die eventueel ook ingezet kunnen worden bij wedstrijden. De baan komt ten westen te liggen van de kleinschalige parkeergelegenheid die eveneens aan de noordzijde van het plangebied mogelijk wordt gemaakt. Ruiterverenigingen De ruiterverenigingen blijven op hun huidige locatie gesitueerd. Mogelijk wordt het clubgebouw van de vereniging aangepast of vervangen. De locatie hiervan wordt op de verbeelding vastgelegd door een bouwvlak met maximale bouwhoogte op te nemen.
Daarnaast is er ten behoeve van opslag een container aanwezig op locatie.
20/128
Evenemententerrein Momenteel worden de gronden die in het midden van het plangebied gelegen zijn en bestemd zijn als groen en sport, reeds gebruikt voor evenementen. Met dit bestemmingsplan worden deze evenementen expliciet mogelijk gemaakt. Het gaat hierbij onder andere om kofferbakmarkten, het circus en het Concours Hippique. Transformatie Rabobanklocatie Het gebouw op het perceel van de voormalige Rabobanklocatie wordt gesloopt. Het toekomstige ontwerp is nog niet definitief en daarom wordt een flexibele bestemmingsregeling opgenomen met randvoorwaarden. Het woningbouwprogramma bestaat uit het realiseren van maximaal 22 sociale huurappartementen. Het woongebouw zal gebouwd worden als één gebouw. In het onderhavige bestemmingsplan is een globale woonbestemming opgenomen, waarbij de volgende randvoorwaarden vastgelegd worden in regels en verbeelding: een bouwvlak van ca. 1.185 m²; het bouwvlak mag voor maximaal 70% bebouwd worden; er mogen maximaal 22 appartementen gerealiseerd worden; het gebouw mag een maximale bouwhoogte hebben van 12 meter. De randvoorwaarden zorgen er voor dat het nieuwe gebouw niet te massaal wordt en zich voegt in de omgeving. Rondom het bestemmingsvlak voor de nieuwe woningen is de bestemming Groen opgenomen. Parkeren vindt plaats op de nieuwe parkeerplaats in Buitenduin en zal het aanzicht vanaf de weg dan ook niet ontsieren.
21/128
22/128
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, (vastgesteld 11 september 2020) loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.
Toetsing De beoogde ontwikkelingen zijn niet in strijd met de NOVI, die gekenmerkt wordt door een hoog abstractie en schaalniveau. 3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (2017) In artikel 3.1.6, tweede lid in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de plicht opgenomen om indien er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' de aanvaardbaarheid hiervan toe te lichten in het bestemmingsplan. Voor deze onderbouwing moet de 'Ladder voor duurzame ontwikkeling' worden doorlopen. Overheden dienen ontwikkelingen te motiveren en afwegen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Op 12 mei 2017 is het 'Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking' gepubliceerd. In dit besluit is de gewijzigde 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze wijziging is op 1 juli 2017 in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen die hierbij doorgevoerd zijn: de drie treden van de ladder zijn losgelaten; het begrip 'actuele regionale behoefte' is vervangen door de eenvoudigere term 'behoefte'; het uitgangspunt wordt: voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten het bestaand gebied, moet de behoefte worden beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan;
23/128
indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan dient gemotiveerd te worden waarom niet binnen het bestaand stedelijke gebied in de behoefte kan worden voorzien; de mogelijkheid is opgenomen om de toepassing van de ladder door te schuiven naar het latere uitwerkings- of wijzigingsplan.
Toetsing Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling vanaf 12 woningen wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De ontwikkelingen op Sportpark Buitenduin wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 3.1.3 wordt verder toegelicht waarom dit niet als een stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De ontwikkeling van de voormalige Rabobanklocatie betreft de realisatie van maximaal 22 wooneenheden. Hiermee is wel sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking ten aanzien van deze ontwikkeling wordt verder toegelicht in paragraaf 3.1.3. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) 3.1.3.1 Sportpark Buitenduin Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet daarnaast worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kunnen worden. Om te bepalen of sprake is van 'bestaand stedelijk gebied' zijn de bepalingen uit de Ladder voor duurzame verstedelijking uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) relevant.
In artikel 1.1.1, onder h, Bro is een nadere omschrijving van het begrip bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt genoemd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". In de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) is hier nader op ingegaan. Ook onbebouwde gebieden kunnen als stedelijk gebied worden aangemerkt. De definitie 'bestaand stedelijk gebied' geeft bijvoorbeeld aan dat stedelijk groen behorend tot het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing, behoort tot het stedelijk gebied. Ook sportvelden die als zodanig zijn bestemd kunnen door de feitelijke gebied specifieke situatie worden aangemerkt als openbare en culturele voorzieningen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, Bro en behoren daardoor tot het bestaand stedelijk gebied. In dit geval heeft het plangebied al een stedelijke functie, namelijk de bestemmingen Sport en Groen. Ook is het terrein aan drie zijden omsloten door andere stedelijke functies.
24/128
Figuur 3.1 Uitsnede vigerend bestemmingsplan Schoorl-Kernen en buurtschappen (2009) Aangezien infrastructuur niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gezien, het deels om verplaatsing van bestaande functies gaat, de bouwmogelijkheden zeer beperkt zijn (veel minder dan 500 m2), en slechts enkele keren per jaar evenementen worden georganiseerd, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toch is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening hierna de behoefte beschreven. Beschrijving behoefte In dit geval gaat het om: Het verplaatsen en uitbreiden van het parkeerterrein. De verplaatsing van een bestaande Jeu de Boules vereniging, waarbij ook een permanent clubgebouw (maximaal 90 m2) wordt gerealiseerd. De vereniging heeft nu een tijdelijk onderkomen. De realisatie van een clubgebouw voor de ruiterclub (ca 60 m2) met een container voor opslag. De vereniging heeft nu een tijdelijk onderkomen. Het juridisch-planologisch mogelijk maken van een evenemententerrein, dat daarvoor al incidenteel wordt gebruikt.
25/128
Figuur 3.2 Globaal inrichtingsplan De aanleg van twee parkeerterreinen: aan de Sportlaan en tegenover de Teun de Jagerschool. Het terrein aan de Sportlaan is noodzakelijk voor recreanten in het duingebied en voor de verenigingen in het sportpark. Het terrein tegenover de school is nodig voor de school en bezoekers van de verenigingen in het sportpark. De terreinen zullen incidenteel ook worden gebruikt tijdens evenementen. Ruimte voor (sport)verenigingen en evenementen is belangrijk vanuit een maatschappelijke en sociale context. Het verenigingsleven en de onderlinge band die mensen daardoor met elkaar hebben en voelen, is enorm belangrijk voor de leefbaarheid en sociale cohesie in een kern. Mensen ontmoeten elkaar rondom de banen, in de clubgebouwen en tijdens evenementen. In het gebied worden reeds evenementen georganiseerd waar in de regio behoefte aan is (waaronder kofferbakverkopen en concours hippique). Hiervoor werden vergunningen verleend, maar vooralsnog waren deze planologisch niet expliciet toegestaan. 3.1.3.2 Transformatie Rabobanklocatie Het toevoegen van meer dan 11 woningen wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. Daarom is in deze paragraaf de woningbehoefte beschreven.
26/128
Relevante regio Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Bergen binnen de woonregio Alkmaar. Beschrijving woningbehoefte Voor het bepalen van de woningbehoefte zijn provinciaal, regionaal en gemeentelijk woonbeleid, de provinciale prognose en regionale afspraken leidend. Deze worden hierna behandeld. Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De woonagenda betreft de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar met een beschrijving van de ambities, uitgangspunten en acties van de provincie. De ambitie van de provincie is als volgt geformuleerd: "Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn of komen. De woningbouw wordt vooral in of aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, overeenkomend met de kwalitatieve behoefte en demografische trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt". De doelstelling van de provincie is om te zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen.
In lijn met de ambitie en doelstelling zijn vier ruimtelijke uitgangspunten opgesteld:
Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave; We geven ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik en mobiliteit; We versterken de rol van de kernen en steden in het regionale netwerk, leidend tot keuzes voor woningbouw- en economische ontwikkeling en het voorzieningenniveau in de regio; We bieden ruimte voor maatwerk en sturen op (inter)regionale samenwerking.
De speerpunten voor het woonbeleid van de provincie voor 2020-2025 zijn als volgt: Een woning voor iedereen; adaptief en vraaggestuurd programmeren; productie op peil: aanjagen woningbouwproductie; kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod; Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. De provincie stuurt op een versnelling van de woningbouwproductie de komende jaren. Daarbij wordt aandacht gegeven aan een kwalitatief divers aanbod, aansluitend op de vraag. Regionale programmeringen en gemeentelijk beleid zijn daarbij de basis. Met de toevoeging van 22 wooneenheden kan worden bijgedragen aan de woningbouwproductie. In navolgend stuk wordt getoetst aan de regionale programmering en gemeentelijk beleid.
27/128
Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2019-2040 De indicatieve woningbehoefte in Noord-Holland Noord tot 2030 is 18.500 woningen, waarvan in de regio Alkmaar 9.400.
Figuur 3.3 Ontwikkeling woningbehoefte provincie Noord-Holland 2019-2040 (bron: Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2019-2040, 2019) De beoogde ontwikkeling van 22 wooneenheden in Schoorl valt binnen de woonregio Alkmaar. Uit de in de bevolkingsprognose vastgestelde woningbehoefte voor de gemeente Bergen blijkt dat tot 2030 950 woningen noodzakelijk zijn om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Met de beoogde ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd om te voorzien in deze behoefte.
Figuur 3.4 Ontwikkeling woningbehoefte Bergen, binnen regio Alkmaar 2019-2030 (bron: Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2019-2040, 2019) Woondeal Noord-Holland Noord (2020) Provincie Noord-Holland en de regio's Kop van Noord-Holland, Regio Alkmaar en West-Friesland werken aan woonakkoorden op regionaal niveau. Hier worden meer gedetailleerde afspraken gemaakt over de regionale woningbouwopgave. In deze regiodeal gaat het om de grotere opgaven op het niveau van geheel Noord-Holland Noord. Deze Woondeal is de basis voor de verstedelijkingsafspraken die de Regio Alkmaar en Hoorn maken met de Rijksoverheid.
28/128
De scope van de woondeal is om de steden hun eigen karakter te laten houden en tegelijk flexibel in te spelen op de groei van inwoners. Op een aantal concrete locaties in de steden Alkmaar, Hoorn en Heerhugowaard wordt ingezet op het op korte en lange termijn versnellen van de woningbouw. Bij realisatie van projecten wordt uitgegaan van de volgende principes:
Prioriteit op binnenstedelijk bouwen bij OV-knooppunten; Aanvullend ontwikkelt de regio langs de infrastructuurlijnen ten noorden en oosten extra bouwlocaties om te voldoen aan de overlopende vraag; Inzet op vereenvoudiging van methodiek en regels om op die plekken dat zo goed mogelijk in de tijd voor elkaar te krijgen; Als dat niet (snel genoeg) lukt inzet op een regionale ladder onderbouwing en vinden van geschikte (goed bereikbaar, weinig 'groene' waarde) uitleglocaties.
De regio wil woningen toevoegen om doorstroming tot stand te brengen. In de woondeal is ook aandacht voor het bouwen van betaalbare woningen voor starters, doorstromers en alleenwonenden. Er wordt gewerkt aan het vergroten van de woningbouwproductie. Met de beoogde ontwikkeling kan worden bijgedragen aan de woningbouwproductie in de regio. Woonakkoord Regio Alkmaar Naast de woondeal tekenden de provincie en de gemeenten van Regio Alkmaar ook het Woonakkoord Regio Alkmaar. In het Woonakkoord staan de gezamenlijke ambities en afspraken op het gebied van wonen van de regiogemeenten in de regio Alkmaar. Daarin is afgesproken dat in de regio tot 2030 per jaar minstens 2.000 nieuwe woningen worden gebouwd. Aan alle segmenten is behoefte en versnelling van woningbouwrealisatie is essentieel. Monitor woningbouw 2021 De provinciale monitor woningbouw bevat cijfers over de ontwikkeling van de woningvoorraad en huishoudens, en de ontwikkeling van de plancapaciteit. Deze cijfers worden afgezet tegen de woningbehoefte uit de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040. Deze monitor wordt jaarlijks uitgevoerd. Voor de regio Alkmaar geldt dat de woningbehoefte in de periode 2021-2030 12.750 woningen betreft. Er zijn harde plannen voor slechts 7.500 woningen.
Figuur 3.5 Woningbehoefte 2021-2030 en plancapaciteit (bron: Monitor Woningbouw, 2021) Toetsing Het bestemmingsplan is niet in strijd met nationale belangen en voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
29/128
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor.
De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten; Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends; Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen; Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal gebaseerd is op hernieuwbare energie; Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst; 2. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging; 3. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem; 4. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal; 5.
Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie; 6. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector.
30/128
Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Toetsing Vanuit de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050, zijn er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. 3.2.2 Omgevingsverordening NH 2020 (geconsolideerd 10 juli 2023) De geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening NH2020 geldt sinds 10 juli 2023 en inmiddels is ook de Omgevingsverordening NH2022 vastgesteld door de Provinciale staten. De nieuwste omgevingsverordening NH2022 gaat pas gelden vanaf het moment dat de omgevingswet in werking treedt. In de vigerende Omgevingsverordening zijn onder andere regels opgenomen waar rekening mee gehouden moet worden bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan, ofwel het afwijken van een geldend bestemmingsplan. In hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen die van toepassing zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Deze hebben veelal betrekking op ontwikkelingen in gebieden van bijzondere waarde, zoals het buitengebied, natuurgebieden of gebieden met cultuurhistorische waarde. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op het projectgebied.
Een algemene instructieregel die altijd van toepassing is, volgt uit afdeling 6.1 van de Omgevingsverordening, waarin bepaald is dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen uitsluitend toegestaan kunnen worden voor zover die in overeenstemming zijn met de binnen de regio gemaakte, schriftelijke afspraken. In paragraaf 3.1.3 is daar met het oog op de Ladder van duurzame verstedelijking reeds op ingegaan. Toetsing en conclusie De ontwikkeling sluit aan bij de ontwikkelprincipes uit de omgevingsverordening waarin de ambitie uitgesproken wordt om stedelijke functies zoveel mogelijk binnenstedelijk te realiseren. Vanuit de Omgevingsverordening NH2020, zijn er geen belemmeringen voor het voorliggende bestemmingsplan.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Wonen in de gemeente Bergen NH (2015-2020) De gemeente Bergen streeft naar een kwalitatief goed en gedifferentieerd woningaanbod dat aansluit op de vraag van haar huidige en toekomstige inwoners. De gemeente streeft er naar dat verschillende doelgroepen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en een wooncarrière kunnen maken binnen de gemeente. Hierbij zijn de demografische ontwikkelingen een gegeven. De gemeente heeft voor de periode tot 2020 de onderstaande beleidsdoelen geformuleerd: Het zorgen voor een kwalitatief goed woningaanbod (geschiktheid, kwaliteit en duurzaamheid); Het realiseren van een gedifferentieerd woningaanbod; Het huisvesten van de huidige en toekomstige inwoners (doelgroepen); Flexibiliteit en maatwerk.
31/128
De gemeente Bergen richt zicht bij het zorgen voor een kwalitatief goed woningaanbod op geschiktheid, kwaliteit en duurzaamheid. Bij nieuwbouw hanteert de gemeente Bergen de Ladder voor duurzame verstedelijking. Met andere woorden eerst herstructureren of inbreiden en tenslotte uitbreiden. Verder wil de gemeente zoveel mogelijk levensloopgeschikte woningen realiseren en bouwen voor de eigen inwoners en voor de regio. Bij uitbreiding van de woningvoorraad is het uitgangspunt dat 40% uit sociale woningbouw (koop of huur) bestaat. Toetsing De appartementen worden gebouwd op een bestaande locatie. Hier is dus sprake van inbreiding aangezien er gebruik wordt gemaakt van een bestaand terrein. Met de bouw van 22 huurappartementen in de sociale sector wordt de woningvoorraad in Schoorl uitgebreid. 3.3.2 Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid De veiligheidsregio Noord-Holland Noord heeft de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid opgesteld. In deze handreiking is het beleid omtrent bluswater en bereikbaarheid omschreven. Met deze handreiking wordt een raamwerk geboden waarmee een passend advies geformuleerd kan worden omtrent bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Alle nieuwe ontwikkelingen in het plangebied worden getoetst aan beleid en de regelgeving met betrekking tot fysieke veiligheid.
Daarbij kan aan de volgende onderwerpen worden gedacht: voor gebouwen waar geslapen wordt en waar verminderd zelfredzame personen verblijven worden strengere eisen gesteld; met betrekking tot de bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten zijn er voor wegen eisen gesteld, zoals minimale afmetingen en bochtstralen; voldoende beschikbaarheid van bluswater en bluswatervoorzieningen. In het duingebied worden er in het kader van het bestrijden van natuurbranden waterputten geslagen; In geval van een duinbrand kunnen zelfredzame bewoners van de appartementen geïnformeerd worden door middel van een NL-alert. Toetsing en conclusie Bij de realisatie van de appartementen wordt de handreiking van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord in acht genomen. In het overige deel van plangebied zijn geen slaapplaatsen aanwezig en deze worden ook niet gerealiseerd. Grote risico's zijn derhalve uit te sluiten. 3.3.3 Waterplan (2011) In de periode 2008 -2011 is het 'Regionaal Waterplan Bergen, Castricum, Heiloo' opgesteld. Het plan stelt een kader voor de waterinspanningen die de drie gemeenten en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier verrichten. De maatregelen richten zich vooral op het verbeteren van de samenhang van maatregelen die voortkomen uit de wet- en regelgeving en het versterken van de waarden van water. Het waterplan geeft een streefbeeld voor de lange en korte termijn.
Om dit streefbeeld te halen worden maatregelen benoemd. Voor Bergen gaat het om de volgende maatregelen: waterberging vergroten, met name in 'droge' bergingsgebieden; ecologische waterkwaliteit verbeteren; zichtbaarheid en beleving en recreatieve mogelijkheden van water verbeteren. 32/128
Toetsing In het plangebied zijn duinrellen aanwezig die het overtollige water binnen het plangebied kunnen vasthouden en afvoeren. In paragraaf 4.6 wordt verder ingegaan op het aspect water. 3.3.4 Welstandsnota (2004) Voor het gehele grondgebied van de gemeente Bergen heeft de gemeenteraad een Welstandsnota vastgesteld. In deze nota zijn de criteria beschreven die ten grondslag liggen aan de welstandsbeoordeling bij het beoordelen van bouwplannen. In de nota komen de welstandscriteria aan de orde. Voor het plangebied zijn er geen specifieke eisen van toepassing echter wel de algemene eis dat de bebouwing qua materialisatie, detaillering en kleur bij moet dragen aan een verbetering van de aanwezige kwaliteit in het gebied. Toetsing De appartementen die worden gerealiseerd moeten voldoen aan de welstandsnota. Dit wordt getoetst op het moment dat er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Aangenomen wordt dat de bouwwerken voldoen aan de van toepassing zijnde criteria. 3.3.5 Visie op toerisme en recreatie (2005) De visie op recreatie en toerisme in de gemeente Bergen geeft de centrale doelstellingen voor toerisme en recreatie weer en dient als leidraad.
De visie heeft als belangrijkste doelstellingen: het verhogen van de kwaliteit op het gebied van mobiliteit, ruimtelijke ordening, openbare ruimte, cultuurhistorische beleving en natuur; verlenging van het toeristisch-recreatieve seizoen; efficiënte samenwerking met alle bij het toerisme betrokken partijen; voldoende draagvlak onder de inwoners van Bergen; toerisme meer regionaal benaderen; afstemming van activiteiten en visie met andere werkterreinen (bijvoorbeeld natuur, kunst en cultuur en ruimtelijke ordening), zowel intern als extern; streven naar meer bestedingen van de toerist; behoud en/of versterking van de toeristische positie van de verschillende kernen binnen de gemeente Bergen. Toetsing De ontwikkeling zorgt voor een optimalisatie van voorzieningen voor inwoners van de gemeente Bergen. Het parkeerterrein aan de westzijde is ook bedoeld voor bezoekers van Schoorl en het duingebied. Hiermee wordt de recreatieve aantrekkelijkheid van Schoorl vergroot. 3.3.6 Cultuurhistorische Nota Bergen 2009-2018 (2009) De nota beoogt richtinggevend te zijn voor het beleid op het gebied van de nog aanwezige, tastbare cultuurhistorische waarden in het landschap en in de dorpen. Het beleid heeft betrekking op de drie pijlers van de cultuurhistorie: archeologie, landschap en bebouwing.
De hoofduitgangspunten van de gemeente zijn: naarmate de ontwikkelingslocatie een grotere cultuurhistorische waarde heeft, wordt de cultuurhistorie eerder in de besluitvorming betrokken; alle betrokkenen weten van tevoren waar ze aan toe zijn; bij ruimtelijke ingrepen wordt niet alleen onderzocht welke archeologische, maar ook welke andere cultuurhistorische waarden in het geding zijn;
33/128
Bergen is rijk aan cultuurhistorie. De cultuurhistorie is belangrijk voor de identiteit binnen de gemeente. Behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden van de gemeente Bergen zijn de hoofduitgangspunten in het cultuurhistorische beleid; cultuurhistorie betreft een zaak van de hele samenleving; toegankelijkheid en ontsluiting van de cultuurhistorie is voor bewoners en bezoekers; cultuurhistorie betreft het object in zijn omgeving, maar ook de omgeving als zodanig; de diverse kernen van Bergen hebben elk een eigen karakter of identiteit. De kernen staan niet los van het landschap, maar zijn daarin opgenomen. Het landschap heeft ook een identiteit. Tezamen vormen deze componenten de identiteit van Bergen. In de doelstelling en ambitie wordt geen hiërarchie van de componenten aangebracht, maar een gericht beleid op maat aangehouden.
Toetsing Het plangebied maakt deel uit van hoofdgebied 'Binnenduinrand'. Het landschap wordt dan ook aangemerkt als een overgangsgebied dat kwetsbaar en bijzonder is. De historische structuren dienen gerespecteerd te worden door deze te behouden en te versterken. Nieuwe bebouwing kan worden gerealiseerd voor zover de relatie met het landschap niet verstoord raakt en het bouwvolume in de stijl past van de oorspronkelijke bebouwing. Bij het realiseren van de appartementen op het voormalige Rabobankterrein dient rekening te worden gehouden met een goede relatie met het landschap. Waardevolle structuurelementen in het gebied, zoals de molenbiotoop, worden behouden. Hiermee past de ontwikkeling binnen de uitgangspunten van de cultuurhistorische nota. 3.3.7 Gemeentelijk Rioleringsplan Bergen (2016) Bergen beschikt over het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 (GRP). Het GRP geeft het beleid van de gemeente Bergen weer met betrekking tot riolering als onderdeel van de openbare ruimte en als onderdeel van het watersysteem. Dit beleid is opgesteld in overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Rijkswaterstaat, de provincie Noord-Holland en het Rijk. De doelen die de gemeente stelt zijn de inzameling van afvalwater, de inzameling van hemelwater, transport van ingezameld water, voorkomen van ongewenste emissies en het voorkomen van overlast voor de omgeving.
De gemeente Bergen richt zich in de planperiode 2016-2020 op de volgende thema's: Duurzame bescherming volksgezondheid; Voorkomen van wateroverlast en watertekorten; Duurzame bescherming van natuur en milieu door het voorkomen van milieuschade; Voorkomen van hinder; Klantvriendelijke en kosteneffectieve organisatie. Toetsing Het huidige sportpark is reeds aangesloten op een gescheiden rioleringssysteem. In overleg met het hoogheemraadschap wordt besproken op welke wijze het plangebied verder wordt ingevuld. Hiermee wordt voldaan aan het GRP.
34/128
3.3.8 Sport- en beweegakkoord Bergen (2020) In juni 2018 is het Landelijk Sportakkoord in samenwerking tussen Vereniging Sport en Gemeente, Ministerie van VWS en NOC*NSF en vele andere partijen tot stand gekomen. Vervolgens is gestart met de lokale implementatie om ook op lokaal niveau een integrale impuls te geven aan sport en bewegen. Dit lokaal sport- en beweegakkoord Bergen is het resultaat van een intensief proces van samenwerking tussen diverse partijen uit de gemeente Bergen. Niet alleen sportaanbieders, zorg, gemeente, onderwijs, maar ook actieve inwoners hebben meegedacht. Met het sport- en beweegakkoord wil de gemeente bereiken dat iedereen in Bergen, écht iedereen, een leven lang plezier in sport en bewegen kan hebben. Nu en in de toekomst. Ongehinderd, in een veilige en gezonde omgeving. Een leven lang. Als sporter, vrijwilliger of toeschouwer. En ieder op zijn of haar eigen bureau. De gemeente heeft in het sport- en beweegakkoord vier ambities opgesteld: 1. 2. 3. 4.
Iedereen doet mee; Versterken van de Sport; Gezond en wel; Passende sport- en beweegomgeving.
Toetsing Met de herinrichting en kwaliteitsverbetering van het sportpark wordt het gebied efficiënter gebruikt en toekomstbestendig. Hiermee wordt een passende sport- en beweegomgeving gecreëerd in Schoorl. 3.3.9 Nota Ruimtelijk Parkeerbeleid In 2009 is de Notitie Ruimtelijk Parkeerbeleid door de gemeente Bergen NH vastgesteld. In 2014 zijn de parkeernormen herijkt in de Nota Ruimtelijk Parkeren 2014. De parkeernormen zijn meest recentelijk geactualiseerd in de Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Bergen. Toetsing In de huidige situatie is sprake van een niet ingericht parkeerterrein. In de nieuwe situatie worden twee parkeerterreinen met in totaal 211 parkeerplaatsen aangelegd. Toetsing van de beoogde ontwikkeling aan de geldende parkeernormen is opgenomen in paragraaf 4.4. De toekomstige Rabobanklocatie heeft een behoefte van 16 parkeerplaatsen. Dit betreft 1 parkeerplaats extra ten opzichte van de bestaande behoefte van 15 parkeerplaatsen bij de kantoorfunctie. Deze parkeerplaatsen zijn verwerkt in de uitwerking van het nieuwe parkeerterrein. Toetsing van de beoogde ontwikkeling aan de geldende parkeernormen is opgenomen in paragraaf 4.4.
35/128
3.3.10 Economische Visie Gemeente Bergen 2016-2030 In de visie is de volgende missie en ambitie voor Schoorl benoemd: "Schoorl wil een vitale kern blijven, ook in economisch opzicht. De kern wil haar kleinschalige en natuurvriendelijke uitstraling behouden en versterken. Het klimduin moet haar rol als landmark voor dit gebied blijven behouden. Met het grote aanbod van natuur, bos, strand en duinen wil Schoorl inspelen op een publiek dat juist hiernaar op zoek is en dat die gebied voor korte en langere perioden wil bezoeken. Een publiek ook dat komt voor de natuur, de rust en kleinschaligheid op een natuur- en milieuvriendelijke instelling heeft; sportievelingen, rustzoekers en met oog voor landschap en natuur. (...) Schoorl wil nog verder ontwikkelen als duindorp waar het goed toeven is voor de natuurvriendelijke, rustzoekende en sportieve bezoeker en toerist." Toetsing De beoogde ontwikkeling geeft mede invulling aan de economische visie. Met de aanleg van een parkeerterrein aan de westzijde van het sportpark wordt een bezoek aan Schoorl en de duinen aantrekkelijker. De toekomstige bewoners van de appartementen die worden gebouwd op het voormalige Rabobankterrein kunnen gebruik maken van de duinen bij Schoorl. Tevens kunnen de nieuwe bewoners gebruik maken van de faciliteiten van het sportpark.
36/128
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien het laatste decennium steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieuwetgeving kan soms beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen, maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de impact van de ontwikkeling op de omgeving en vice versa.
4.2
Milieueffectrapportage
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat o.a. uit de realisatie van 2 parkeerterreinen met een oppervlakte van circa 0,2 hectare en de bouw van maximaal 22 wooneenheden. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde.
Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken en beschrijving van de verschillende milieuaspecten zoals in de paragrafen van voorliggend hoofdstuk zijn opgenomen. Voor voorgenomen plan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Wel is er een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld, deze notitie is opgenomen in Bijlage 1.
37/128
4.3
Ecologie
Toetsingskader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie ten aanzien van de Natuur Netwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000-gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ruimtelijk plan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.
38/128
Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb.
De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van de ruimtelijke onderbouwing moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Noord-Holland In de provincie Noord-Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 3 bij de verordening.
Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Sportpark Buitenduin en transformatie Rabobanklocatie Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). In het plangebied of in de directe omgeving zijn geen beschermde landschapselementen aanwezig. Het dichtstbijzijnde natuurgebied betreft de Schoorlse Duinen. Dit gebied is aangemerkt als zowel Natura 2000-gebied als ook NNN-gebied en ligt op circa 170 meter.
39/128
Figuur 4.1 Globale ligging plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (geel gebied) (bron: provincie Noord-Holland) Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de beperkte aard van de ontwikkelingen kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De realisatie van de beoogde ontwikkelingen en de daarbij behorende toename van verkeer zouden kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Met het programma Aerius calculator (versie 2023.0.1) is een stikstofonderzoek uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. In het stikstofonderzoek zijn de beoogde ontwikkelingen in het Sportpark Buitenduin beschouwd en ook de transformatie van het Rabobankgebouw. Het stikstofonderzoek is opgenomen in Bijlage 2. Op basis van het stikstofonderzoek kan geconcludeerd worden dat nergens binnen Natura 2000 sprake is van een toename aan stikstofdepositie als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Negatieve effecten als gevolg van stikstof kunnen worden uitgesloten.
40/128
Soortenbescherming Door Adviesbureau Mertens B.V. is verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een quickscan beschermde planten- en diersoorten (Bijlage 3). Het onderzochte projectgebied voor deze quickscan betrof het gebied ten zuiden van de Molenweg te Schoorl, genaamd sportpark Buitenduin. Later is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een quickscan Wet natuurbescherming (Bijlage 4). Het onderzochte projectgebied voor deze quickscan betrof het Rabobankgebouw aan de Heereweg 56. Uit de quickscans is gebleken dat de gecombineerde projectgebieden mogelijk functies herbergen voor broedvogels met een jaarrond beschermd nest, de grote vos, kleine marterachtigen en vleermuizen. Derhalve is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door broedvogels, de grote vos, kleine marterachtigen en vleermuizen. Dit rapport is opgenomen in Bijlage 5 en bevat de resultaten van het onderzoek en aanbevelingen ten opzichte van de Wet natuurbescherming. Er is één zomerverblijfplaats vastgesteld van de gewone dwergvleermuis binnen het projectgebied, deze bevindt zich boven in een kier, op de hoek van de daklijst. Er is langs de Molenweg een essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Binnen het projectgebied is één bezet nest van de ekster aanwezig.
Dit nest is vanwege de aanwezigheid van voldoende alternatieven niet jaarrond beschermd. Binnen het projectgebied zijn er geen beschermde dagvlinders of kleine marterachtigen aangetroffen. Als gevolg van de werkzaamheden gaat de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis verloren en daarmee wordt de Wet natuurbescherming overtreden. Voor de werkzaamheden is daarom ontheffing gevraagd van de verbodsbepalingen genoemd in: artikel 3.5, lid 2 van de Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk verstoren van exemplaren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). artikel 3.5, lid 4 van de Wnb, voor zover het betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Op 27 juli 2023 is de ontheffing door de omgevingsdienst Noord-Holland Noord verleend. De ontheffing is bijgevoegd in Bijlage 6. Aanbevelingen Het is aan te bevelen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart – augustus) uit te voeren. Indien de werkzaamheden in het broedseizoen van vogels plaatsvinden kunnen mogelijke nestlocaties van algemene broedvogels worden vernietigd. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden.