CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij Buitenduin en omgeving_ontwerp BP.pdf

Algemene Raadscommissie 13 juni 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 6: Voorstel betreft het Bestemmingsplan Buitenduin en omgeving in Schoorl vast te stellen24.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Tijdens grondverzet kunnen er mogelijk individuen van algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een melding te worden gedaan bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, omdat er gebruik wordt gemaakt van de provinciale vrijstelling. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden van algemene amfibieën en zoogdieren te voorkomen. Hierbij dient men in één richting te werken om de aanwezige fauna de gelegenheid te geven voor de werkzaamheden uit te vluchten.

41/128

Conclusie Op basis van de resultaten van het stikstofonderzoek kunnen significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten voor Buitenduin en omgeving. Ten aanzien van het aspect soortenbescherming is de benodigde ontheffing voor de werkzaamheden verleend. Het aspect ecologie vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.4

Verkeer en parkeren

Sportpark Buitenduin Het gebied Buitenduin in Schoorl wordt opnieuw ingericht. De Jeu de Boules baan wordt verplaatst en er wordt een nieuw parkeerterrein gerealiseerd. Hiernaast wordt er ruimte gegeven aan evenementen op het terrein. Deze ontwikkelingen leiden tot veranderingen op het gebied van verkeer en parkeren. In deze verkeersparagraaf wordt ingegaan op de verkeerskundige gevolgen van deze ontwikkeling en, of dit de ontwikkeling in de weg kan staan. Ontsluiting Het gebied Buitenduin is gelegen aan de Sportlaan en de Molenweg. Het huidige parkeerterrein (rood omcirkeld in figuur 4.2) is gelegen aan de Molenweg. Het gemotoriseerde verkeer wordt ontsloten richting het parkeerterrein via de Molenweg, terwijl het afrijdende verkeer in noordoostelijke richting over de Huismansweg wordt ontsloten. Tussen de Molenweg en de Huismansweg zijn paaltjes geplaatst om te voorkomen dat de Molenweg een doorgaande weg wordt voor autoverkeer. De Molenweg is een erftoegangsweg waar een maximumsnelheid van 30 km/u is toegestaan. Het is een smalle éénrichtingsweg in noordelijke richting vanaf de Laanweg, doorlopend in westelijke richting naar de Heereweg. De weg is doodlopend voor het gemotoriseerd verkeer voorbij de Huismansweg. Het westelijk deel van de Molenweg is voor het gemotoriseerd verkeer bereikbaar via de Heereweg.

De Heereweg tussen de Sportlaan en de Duinweg betreft een erftoegangsweg waar een maximum snelheid geldt van 30 km/u. De Sportlaan is een gebiedsontsluitingsweg-type II (maximale snelheid 50 km/u) en ontlast daarmee een gedeelte van de Heereweg waar winkels gelegen zijn. Vanuit de Sportlaan wordt via de Laanweg en de Damweg in oostelijke richting de N9 en N504 bereikt. Via de N9 wordt het dorp ontsloten richting Alkmaar, terwijl de N504 in oostelijke richting leidt naar de gemeente Dijk en Waard. Op het huidige parkeerterrein langs de Sportlaan (groen omcirkeld in figuur 4.2) geldt betaald parkeren. Deze parkeergelegenheid is grotendeels in gebruik door de bezoekers van de omliggende bestemmingen en de Schoorlse Duinen.

42/128

Figuur 4.2 Plangebied en directe omgeving (rood: huidig en toekomstig parkeerterrein, blauw: toekomstig parkeerterrein, groen: huidig betaald parkeren Sportlaan) Op de Molenweg en de Sportlaan delen fietsers de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer. Langs de Molenweg is geen voetpad aanwezig, terwijl op de Sportlaan aan de westzijde een trottoir gelegen is.

Figuur 4.3 Weergave van Sportlaan (links) en weergave van de Molenweg (rechts)

43/128

Parkeren Het nieuwe parkeerterrein ligt aan de westzijde van het sportpark nabij de Schoorlse Duinen. Conform het gemeentelijke parkeerbeleid is het nieuwe parkeerterrein gelegen binnen de zone met betaald parkeren binnen Schoorl. De Jeu de Boules baan zal wijken voor het nieuwe parkeerterrein en zal nabij het huidige parkeerterrein aan de Molenweg worden gesitueerd. De paardenbakken blijven behouden op dezelfde plaats. Op de locatie worden een kofferbakmarkt, een circus en Concours Hippique toegestaan (deze vinden in de huidige situatie ook plaats op deze locatie). Op het huidige parkeerterrein aan de Molenweg is ruimte voor circa 135 parkeerplaatsen. Het aantal parkeerplaatsen hier zal teruggebracht worden naar 32 in het groen gelegen parkeerplaatsen die gebruikt zullen worden door de ruitervereniging, de school en de Jeu de Boules-vereniging. Op het nieuwe parkeerterrein dat ontsloten wordt via de Sportlaan worden 179 parkeerplaatsen gerealiseerd die gebruikt zullen worden voor de Rabobanklocatie en voor de bezoekers van de Schoorlse Duinen en andere bestemmingen in de omgeving. Los van de beoogde ontwikkeling worden langs de entree van het plangebied voorzieningen aangelegd in de vorm van wandelroutes, fietspaden en groen.

De aanleg van deze voorzieningen komt ten gunste van de beoogde ontwikkeling, aangezien dit ervoor zorgt dat de entree van het plangebied aantrekkelijker wordt gemaakt. In totaal worden 179 parkeerplaatsen gerealiseerd op het nieuwe parkeerterrein aan de Sportlaan en 32 aan de Molenweg, waarmee het aantal parkeerplaatsen in totaal met circa 76 toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Gezien de parkeerbehoefte van de functies in Sportpark Buitenduin niet toeneemt, zal er een restcapaciteit zijn om de parkeerdruk in de omliggende straten te verminderen. Hierbij is het parkeerterrein aan de Molenweg enkel bestemd voor het opvangen van de parkeerbehoefte van de aangelegen functies. Verkeersafwikkeling Door de vermindering in parkeerplaatsen aan de Molenweg zal de verkeersintensiteit op deze weg afnemen en komt dit ten goede aan de verkeersafwikkeling. Daarnaast wordt de overlast in wijk Bregtedorp verminderd. Aangezien het parkeerterrein aan de Sportlaan ruimte biedt aan 179 parkeerplaatsen zal er een toename van de verkeersintensiteit op deze weg en ontsluitende wegen zijn. Voor het berekenen van het gegenereerde verkeer wordt uitgegaan van een turnover van 2 per parkeerplaats, wat leidt tot een verkeersgeneratie van 716 mvt/etmaal. Op een maatgevend moment (drukste uur) is naar verwachting iedere parkeerplaats in gebruik ten behoeve van een evenement.

Dit betekent dat er een toename van 179 mvt/uur op de Sportlaan zal zijn voor een gemiddelde weekdag (aankomend of vertrekkend verkeer naar het parkeerterrein). Dit betekent circa 3 mvt per minuut. Naar verwachting zal het verkeer zich spreiden voor 20% (36 mvt/uur) richting het noorden (duindorpen) en voor 80% (143 mvt/uur) richting het zuiden (ontsluiting Schoorl naar N9/N504). In onderstaande afbeelding is de beoogde verkeersafwikkeling van het parkeerterrein aan de Sportlaan weergegeven.

44/128

Figuur 4.4 De beoogde verkeersafwikkeling van het parkeerterrein aan de Sportlaan Omdat Schoorl een toeristisch dorp is zijn de intensiteiten op de Sportlaan sterk afhankelijk van het seizoen en het weer. Voor het bepalen van het aandeel toeristisch verkeer zijn geen vaste kencijfers voorgeschreven vanuit het CROW. Op basis van verkeerstellingen uitgevoerd door de gemeente bedraagt de gemiddelde intensiteit op de Sportlaan 3.500 - 4.500 mvt/etmaal. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt op basis van Duurzaam Veilig voor een gebiedsontsluitingsweg type II aangehouden dat een verkeersomvang van 6.000 à 15.000 mvt/etmaal vlot en veilig kan worden afgewikkeld. De extra verkeersintensiteit kan door de weg worden verwerkt. De verkeerstoename zal merkbaar zijn, maar zal naar verwachting geen negatieve gevolgen hebben op de omliggende wegen.

45/128

Daarnaast wordt het huidige parkeerterrein aan de Molenweg voorzien van minder parkeerplaatsen, waardoor de ontsluitende wegen van en naar de Molenweg minder verkeer zullen ervaren. Uitgaande van een turnover van 2, zal de verkeersgeneratie van het huidige parkeerterrein aan de Molenweg dalen van 540 mvt/etmaal in de huidige situatie, naar 128 mvt/etmaal in de toekomstige situatie. De intensiteit op de Molenweg (en Huismansweg) wordt kleiner, waardoor de verkeersveiligheid op deze wegen zal toenemen. Fietspad Er wordt een nieuw fietspad gerealiseerd tussen de Sportlaan en de Molenweg, parallel aan de Heereweg. Dit fietspad is geheel vrij liggend van het gemotoriseerde verkeer en zal het aantal fietsers op dit gedeelte van de Heereweg verminderen. De Heereweg is een relatief drukke weg waar fietsers de rijbaan delen met het gemotoriseerd verkeer. Het realiseren van een nieuw fietspad op dit relatief kleine stuk zorgt ervoor dat het fietsverkeer zich veiliger kan afwikkelen binnen het dorp. Dit sluit tevens aan op het doel van de structuurvisie Landelijk Gebied Gemeente Bergen (2010) waar één van de uitgangspunten is om de routes langs en naar de duinen veiliger te maken voor het langzaam verkeer. De duinen brengen namelijk veel fietstoerisme met zich mee.

Verkeersveiligheid De toename in de verkeersgeneratie op de Sportlaan zal niet leiden tot knelpunten in de verkeersveiligheid. Voor voetgangers is aan de westzijde van de Sportlaan een trottoir aanwezig. Door middel van het aanleggen van een oversteekvoorziening kan ervoor gezorgd worden dat voetgangers vanaf het plangebied veilig het trottoir aan de overzijde van de Sportlaan kunnen bereiken. Alhoewel het fietsverkeer op de Sportlaan in de toekomstige situatie nog steeds de rijbaan zal delen is de beoogde verkeerstoename op de Sportlaan niet hoog genoeg om tot een verslechtering van de verkeersveiligheid te leiden. Het nieuwe vrijliggende fietspad op de Heereweg tussen de Sportlaan en de Molenweg zorgt ervoor dat het fietsverkeer gescheiden van het gemotoriseerd verkeer wordt afgewikkeld, waardoor de verkeersveiligheid van fietsers op de Heereweg wordt gewaarborgd. Op de Molenweg (en de Huismansweg) zal de vermindering van het aantal parkeerplaatsen zorgen voor een afname in het gemotoriseerde verkeer, waardoor de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer op de beide wegen zal toenemen. Transformatie Rabobanklocatie Toetsingskader Voor de beoogde ontwikkeling wordt de parkeerbehoefte berekend op basis van de Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Bergen.

Voor het juiste kencijfer wordt een ligging in het centrum aangehouden, de kern Schoorl heeft een stedelijkheidsgraad van 'weinig stedelijk'. Voor het bepalen van het gehanteerde kengetal wordt gebruik gemaakt van het minimum van de bandbreedte. Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid wordt getoetst aan de wegencategorisering en de daarin bepaalde grenswaarde voor de verkeersintensiteit per wegcategorie en expert judgement.

46/128

Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer De Rabobanklocatie is gelegen aan de Heereweg. De Heereweg is voor het grootste gedeelte een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. In de noordelijke richting sluit de Voorweg aan op de Heereweg, waarbij de Heereweg vervolgens verder leidt naar de kernen Catrijp, Groet, Hargen en Camperduin. De Voorweg is tevens ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u en functioneert als de hoofdroute van Schoorldam richting Camperduin. In de zuidelijke richting loopt de Heereweg door het centrumgebied en is dan ook ingericht als een woonstraat met een verblijfsfunctie, terwijl de parallel gelegen Sportlaan functioneert als de doorgaande route om het centrum heen en uitkomt op de Laanweg. De Sportlaan en Laanweg zijn gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/u. De Laanweg komt uit op de N9 en de N504. Via de N9 wordt het dorp ontsloten richting Alkmaar, terwijl de N504 in oostelijke richting leidt naar de gemeente Dijk en Waard. Langzaam verkeer De Rabobanklocatie is tevens bereikbaar voor langzaam verkeer. Aan weerszijden van de Heereweg is een trottoir aanwezig. Er zijn geen aparte fietsvoorzieningen aanwezig in de straat, waardoor fietsers het wegvak moeten delen met het gemotoriseerde verkeer.

Ten noorden van de Rabobanklocatie zijn er wel fietsstroken op de Heereweg aanwezig tot aan de kruising met de Molenweg. Openbaar vervoer De Rabobanklocatie ligt naast een bushalte. Bij deze bushalte halteert om het halfuur de buurtbus 410 die rijdt tussen Hargen en Egmond aan Zee via Schoorl en Bergen. De reguliere busverbinding naar Alkmaar station rijdt over de Voorweg. Verkeersgeneratie In de huidige situatie is op de Rabobanklocatie een kantoor met baliefunctie aanwezig. Dit gebouw heeft een bruto vloeroppervlakte van 831,5 m2. In de toekomstige situatie komen hier maximaal 22 sociale huurappartementen voor in de plaats. Dit zorgt voor een verandering van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie in de huidige situatie wordt uitgegaan van kencijfers uit CROW publicatie 381. De stedelijkheidsgraad van de kern Schoorl wordt gedefinieerd als 'weinig stedelijk' en het plangebied is gelegen in het centrum. Hierbij wordt het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Op basis van deze uitgangspunten wordt voor een kantoor met baliefunctie een kengetal van 11,7 mvt per 100 m² BVO gehanteerd, wat resulteert in een verkeersgeneratie van 98 mvt/etmaal per weekdag. Voor het bepalen van de verkeersafwikkeling zijn de werkdagintensiteiten maatgevend.

Voor het omrekenen van de weekdagintensiteiten naar de werkdagintensiteiten is conform CROW publicatie 381 gebruik gemaakt van een omrekenfactor van 1,33 voor de categorie werken en een omrekenfactor van 1,11 voor de categorie wonen. Hieruit volgt dat het plangebied in de huidige situatie 130 mvt/etmaal genereert gedurende een gemiddelde werkdag. Gezien het feit dat de parkeerbehoefte van de Rabobanklocatie in de toekomstige situatie volledig wordt opgevangen op het parkeerterrein aan de Sportlaan, is ervoor gekozen om de verkeersgeneratie van de Rabobanklocatie in de toekomstige situatie te includeren in de berekende verkeersgeneratie van het parkeerterrein.

47/128

Parkeerbehoefte Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van de Rabobanklocatie in de huidige en de toekomstige situatie wordt de Nota parkeernormen 2020 Gemeente Bergen gehanteerd. Voor de kern Schoorl wordt een stedelijkheidsgraad van 'weinig stedelijk' gehanteerd, waarbij het gebied is gedefinieerd als 'centrum'. Het huidige gebruik van de Rabobanklocatie valt onder de functie 'Kantoor met baliefunctie', waarvoor een parkeernorm van 2,0 per 100 m² bvo geldt. Op basis van de gemeentelijke parkeernormen bedraagt de parkeerbehoefte in de bestaande situatie (831,5 x 2 /100 = 16,63 =) 17 parkeerplaatsen. Voor het opvangen van de parkeerbehoefte wordt in de bestaande situatie gebruik gemaakt van 19 openbare parkeerplaatsen die als gevolg van herontwikkeling van de Rabobanklocatie komen te vervallen. Het huidige parkeeraanbod wordt echter niet alleen ingezet voor de Rabobank. Gedurende het weekend worden de 19 parkeerplaatsen ingezet voor het opvangen van de parkeerbehoefte van bezoekers van het duingebied. Hierbij is het maatgevende moment de zondagmiddag, wanneer de parkeerplaatsen volledig zijn bezet.

Aangezien de parkeereis van de bezoekers van het duingebied niet komt te vervallen als gevolg van de beoogde ontwikkeling, dient bij het bepalen van de te realiseren parkeerplaatsen in de toekomstige situatie rekening te worden gehouden met de compensatie van de te vervallen parkeergelegenheid. Voor de appartementen in de toekomstige situatie wordt het kengetal voor 'Huur, appartement < 95 m² (inclusief sociale huur)' aangehouden. Voor deze functie geldt een parkeernorm van 1,0 per woning, waarvan 0,2 voor bezoekers. Op de Rabobanklocatie worden 22 woningen gerealiseerd, wat leidt tot een parkeerbehoefte van 22 parkeerplaatsen, waarvan (22 x 0,8 =) 17,6 voor bewoners en (22 x 0,2 =) 4,4 voor bezoekers. In totaal dient voor de Rabobanklocatie rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte van de woningen en de compensatie van de te vervallen parkeergelegenheid voor de bezoekers van het duingebied. Hierbij is het maatgevende moment de zondag middag. Aan de hand van de aanwezigheidspercentages uit het gemeentelijke parkeernormenbeleid is in tabel 4.1 de parkeereis van de Rabobanklocatie berekend gedurende het maatgevend moment. Tabel 4.1 De maatgevende parkeerbehoefte van de Rabobanklocatie Parkeereis

Aantal

Norm

Aanwezigheidsper Maatgevende Normatieve parkeerbehoefte parkeerbehoefte centage maatgevend (pp) (pp) moment (zondagmiddag)

Appartementen bewoners

22 woningen

0,8 per woning

17,6

70%

12,32

Appartementen bezoekers

22 woningen

0,2 per woning

4,4

70%

3,08

Compensatie bezoekers duingebied

n.v.t.

n.v.t.

19

100%

19

Totaal

41

34,4

In de beoogde situatie zorgt de herontwikkeling van de Rabobanklocatie voor een parkeerbehoefte van afgerond 35 parkeerplaatsen.

48/128

Parkeeraanbod In de huidige situatie bedraagt het parkeeraanbod van de Rabobanklocatie 19 parkeerplaatsen. In de toekomstige situatie zullen deze parkeerplaatsen worden opgeheven en worden gecompenseerd op het parkeerterrein van het sportpark Buitenduin. Gedurende de herontwikkeling van het sportpark Buitenduin wordt het parkeerterrein van het park verplaatst naar de Sportlaan waardoor ook de bewoners van het plangebied gebruik kunnen maken van dit terrein. Op dit terrein worden 179 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarbij restcapaciteit is ingepland voor het opvangen van de parkeerdruk uit het omliggende gebied. Conclusie Door de ontwikkeling op het plangebied neemt de verkeersintensiteit op de Sportlaan beperkt toe, er zullen naar verwachting geen problemen ontstaan op het gebied van de verkeersafwikkeling. Het aantal parkeerplaatsen neemt toe, hierdoor komt er ruimte vrij om de hoge parkeerdruk in de directe omgeving op te vangen. Door het afnemen van het gemotoriseerde verkeer op de Molenweg en het aanleggen van een apart fietspad zal de verkeersveiligheid in het dorp worden vergroot. Daarnaast wordt de overlast in wijk Bregtedorp verminderd. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

Archeologie In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De wet tot goedkeuring van het verdrag is aangenomen door het Nederlands parlement en op 9 april 1998 in het Staatsblad gepubliceerd. Na enkele malen uitstel is het wetsvoorstel in april 2006 door de Tweede Kamer aangenomen en in december van dat jaar door de Eerste Kamer bekrachtigd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. Met de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden (dat kan bijvoorbeeld door booronderzoek of sleuvenonderzoek - beide na een gedegen bureauonderzoek).

Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats te dragen.

49/128

Met de introductie van de wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. Gemeentelijk archeologisch onderzoek Op basis van verschillende bureauonderzoeken van de Cultuurcompagnie (voorheen Stichting Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland) is een algemene beleidskaart opgesteld voor de hele gemeente Bergen, waarin de verschillende archeologische verwachtingswaarden zijn weergegeven. De verschillende verwachtingswaarden zijn vertaald naar archeologische regimes, die in de gehele gemeente worden toegepast. In onderstaande figuur 4.5 is een uitsnede van deze beleidskaart opgenomen. De van toepassing zijnde archeologische regimes zijn vertaald naar de regels door middel van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 1', 'Waarde - Archeologie - 2', 'Waarde Archeologie - 3' en Waarde - Archeologie - 4.

Overigens wordt opgemerkt dat archeologisch onderzoek achterwege kan blijven als de grond aantoonbaar reeds is verstoord in het verleden.

Figuur 4.5 Weergave van de archeologische waardenkaart Bergen

50/128

Sportpark Buitenduin Het plangebied is gelegen in het gebied dat aangeduid is met een donkerpaarse kleur, voor deze gronden is bepaald dat er rekening gehouden moet worden met archeologie op het moment dat de ontwikkeling groter is dan 500 m2 en dieper dan 40 cm. In de regels wordt hiertoe een dubbelbestemming opgenomen. Transformatie Rabobanklocatie Voor het plangebied is een archeologisch bureau-onderzoek uitgevoerd. Het gehele onderzoek is opgenomen in Bijlage 7. In deze paragraaf wordt een samenvatting gegeven van de onderzoeksresultaten. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op een strandwallenlandschap met Oude Duinen (Laagpakket van Zandvoort, Formatie van Naaldwijk) met daarop Jonge Duinafzettingen (Laagpakket van Schoorl, Formatie van Naaldwijk). Het plangebied maakt vermoedelijk geen onderdeel uit van de historische dorpskern van Schoorl (uitgezonderd de meest noordwestelijke rand). Op basis van de onderzoeken die in de directe omgeving van het plangebied zijn uitgevoerd, kunnen in het plangebied meerdere archeologische niveaus voorkomen. Zowel in het AMK-terrein ten zuiden van het plangebied als bij een booronderzoek ten noordwesten zijn twee niveaus aangetroffen. De dieptes hiervan variëren, doordat de niveaus zijn aangetroffen in een reliëfrijk duinlandschap. De niveaus kenmerken zich door het voorkomen van humeuze lagen met vondstmateriaal.

Op het diepste niveau kunnen resten voorkomen die dateren uit de Bronstijd of IJzertijd. Deze resten zullen naar verwachting bestaan uit nederzettingsterreinen of off-site fenomenen (bijvoorbeeld akkers, tijdelijke (jacht)kampjes en dergelijke). Op het ondiepere niveau kunnen resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht. Wellicht was het plangebied in gebruik als akker of tuin, gelegen tussen de twee gedeeltes van de historische dorpskern van Schoorl. Uit deze periode kunnen daarom resten van ploegsporen en akkerafscheidingen in de vorm van paaltjes of greppels verwacht worden. Het historisch kaartmateriaal geeft geen aanwijzingen voor bewoning vanaf de 18e eeuw, maar oudere bebouwing kan niet uitgesloten worden. Het booronderzoek bevestigt de ligging van het plangebied op duinzand. Of dit Jong of Oud duinzand betreft kan op basis van de boringen niet worden bepaald, aangezien beide soorten duinzand kalkloos zijn in dit gebied. Tot de maximale boordiepte van 2,8 m -mv (3,3 m NAP) zijn geen humeuze niveaus aangetroffen. De bovenste 1,2 tot 1,8 m van het plangebied is opgebracht en/of omgewerkt. Geadviseerd wordt om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor civieltechnische werkzaamheden tot 2,0 m -mv. Cultuurhistorie Molenbiotoop Sportpark Buitenduin en Transformatie Rabobanklocatie

51/128

Het plangebied ligt in de molenbiotoop van de nog werkende korenmolen 'Kijkduin' aan de Molenweg. Molens vormen een karakteristiek herkenningspunt en zijn cultuurhistorisch van groot belang. Gebouwen en bomen kunnen de windvang van de molen beïnvloeden en de molenbiotoop aantasten. De windvang en het zicht op de molen is beschermd door de aanduiding 'vrijwaringszone-molenbiotoop 100m' en 'vrijwaringszone-molenbiotoop 400m'. Ter plaatse van de aanduiding gelden regels voor hoogte van nieuwe bebouwing en beplanting gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek. Hierbij geldt dat binnen een afstand van 100m geen bebouwing of beplanting mag worden opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek. Van voornoemde regels kan worden afgeweken indien de vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt en dit niet verder wordt beperkt door de beoogde ontwikkeling. In het plangebied wordt bebouwing mogelijk gemaakt zowel binnen de 100m-zone als de 400m-zone. De bebouwing op het sportpark (met een maximale bouwhoogte van 5m) wordt echter geplaatst achter een bestaande bomenrij en komt niet uit boven deze bomenrij. De molenbiotoop staat deze herinrichting dan ook niet in de weg. De transformatie van de Rabobanklocatie komt op circa 350 meter afstand. Hiermee valt de transformatie binnen de 400m-zone.

Binnen deze afstand mag geen bebouwing worden opgericht die meer bedraagt dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk tot de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek. Daarom wordt een specifieke regeling ter bescherming van de molenbiotoop opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Conclusie De aspecten cultuurhistorie en archeologie staan de planontwikkelingen niet in de weg. De cultuurhistorische waarden worden niet aangetast. Er wordt een archeologische dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van eventuele archeologische voorkomende waarden en een specifieke regeling ter bescherming van de molenbiotoop. In het archeologisch onderzoek worden de civieltechnische werkzaamheden ter plaatse van de voormalige Rabobanklocatie vrijgegeven tot een maximale diepte van 2 meter beneden maaiveld. Daarnaast moeten de ontwikkelingen voldoen aan de voorwaarden die in de opgenomen dubbelbestemmingen worden gesteld.

4.6

Bodem en water

4.6.1 Bodem Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

52/128

Onderzoek en conclusie Sportpark Buitenduin In 2018 is door onderzoeksbureau Econsultancy historisch bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 8). Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bepaling voor de geschiktheid van het plangebied voor het beoogde gebruik. Het historische bodemonderzoek bestaat uit een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar en/of gebruiker(s) van de gronden en een terreininspectie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5275:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Aan de noordzijde van het plangebied (zie ook figuur 4.6) is een halfverharde (puin) toegangsdam gelegen. Ter plaatse van deze toegangsdam en de gedempte sloten in het plangebied wordt verwacht dat er wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn; metalen, PAK, asbest en minerale olie. Uit het vooronderzoek blijkt verder dat op de onderzoekslocatie geen sprake is van bodembelasting anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op dit deel van de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de achtergrondwaarde of boven het in het betreffende gebied geldende achtergrondgehalte.

Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen.

Figuur 4.6 Weergave onderzochte gronden

53/128

Medio 2022 is door Econsultancy bodemonderzoek (zie Bijlage 9) uitgevoerd om vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is en of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is. Op basis van de resultaten uit het onderzoek blijkt voor alle deellocaties geen aanleiding te bestaan voor vervolgonderzoek. Transformatie Rabobanklocatie Een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd door IDDS (zie Bijlage 10). Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie waar een bestemmingswijziging gaat plaatsvinden en uiteindelijk een omgevingsvergunning zal worden aangevraagd. Gelet op de onderzoeksresultaten, de aangetoonde overschrijding van de betreffende streefwaarde (grondwater), dient de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen. De gemeten waarde is dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stof in de bodem op het perceel ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. Beperkingen voor het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen), voortzetting van het huidige bodemgebruik worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien.

4.6.2 Water Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Toetsingskader Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal  Watervisie 2021

54/128

Hoogheemraadschapsbeleid In het waterprogramma 2016 - 2021 presenteert het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier het beleid, de maatregelen, de programma's en de projecten die in deze periode worden uitgevoerd. Met dit Waterprogramma geeft het hoogheemraadschap richting aan het waterbeheer tussen 2016 en 2021. Hierin wordt antwoord gegeven op de vragen: Hoe zorgt het hoogheemraadschap in de toekomst voor veilige dijken, droge voeten en voldoende schoon en gezond water in Hollands Noorderkwartier? Welke benadering worden daarvoor gekozen? En welke kosten en inzet gaan daarmee gepaard? De klimaatverandering en de veranderende maatschappij dwingen tot aanscherping en heroverweging van keuzes in het waterbeleid. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Veranderende patronen in communicatie en participatie in de maatschappij vragen van het hoogheemraadschap grotere betrokkenheid en intensievere dialoog met de partners en belanghebbenden. Bovendien zijn er steeds meer partijen betrokken bij het waterbeheer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Huidige situatie Sportpark Buitenduin en transformatie Rabobankgebouw Algemeen Het plangebied is gelegen in Schoorl en in de huidige situatie grotendeels onverhard. De locatie waar het Rabobankgebouw wordt getransformeerd is geheel verhard.

Bodem en grondwater Het plangebied is vanwege de ligging binnen de bebouwde kom niet gekarteerd. De omliggende gronden bestaan uit zandgronden Waterkwantiteit Het plangebied wordt ten noorden, oosten en zuiden begrensd door secundaire watergang(en) zie figuur 4.7.

Figuur 4.7 Satellietfoto watergangen (blauw aangegeven)

55/128

De breedte van de beschermingszone van de watergangen is gekoppeld aan de breedte van insteek tot insteek (zie tabel 4.2). Deze breedte varieert van circa 3 meter tot circa 6 meter. Binnen de beschermingszones gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om onderhoud aan de watergangen mogelijk te houden. Tabel 4.2 Breedte beschermingszones. Bron: Toelichting Legger wateren, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Veiligheid en waterkeringen Binnen beschermingszones van waterkeringen gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast. Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- en beschermingszone van een regionale/primaire waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is deels aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Toekomstige situatie Sportpark Buitenduin en transformatie Rabobankgebouw Algemeen Binnen het voorgenomen plan worden o.a. twee parkeerterreinen, een clubhuis, maximaal 22 appartementen en meerdere inritten naar het plangebied aangelegd. Bodem en grondwater De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Bij een toename in verharding van meer dan 800 m2 bestaat er een verantwoordelijkheid voor het bergen van regenwater. Voor bebouwing of bestrating van 800 m2 of meer onverharde grond is een watervergunning nodig. Door HB Adviesbureau is een watertoets uitgevoerd voor het realiseren van het parkeerterrein. Deze watertoets is bijgevoegd in Bijlage 11. Veiligheid en waterkeringen Binnen beschermingszones van waterkeringen gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast.

Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- en beschermingszone van een regionale/primaire waterkering. Het beoogde plan heeft dan ook geen negatieve effecten op regionale of primaire waterkeringen. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.

56/128

Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur".

Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Woon- en leefklimaat

4.7.1 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof

Toetsing van

Grenswaarde

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³

jaargemiddelde concentratie

25 µg /m³

fijn stof (PM2,5)

57/128

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Sportpark Buitenduin en Transformatie Rabobanklocatie Het bestemmingsplan maakt de realisatie van o.a. twee parkeerterreinen, een kiss and ride zone, een clubhuis, appartementen en meerdere inritten naar het plangebied mogelijk.

De nieuwe parkeerplaats aan de Sportlaan heeft een verkeersgeneratie van 716 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Middels de NIBM-tool is berekend of de verkeersgeneratie niet in betekenende mate is. Tabel 4.4 NIBM-tool

Uit de nimb-tool blijkt dat de verkeersgeneratie zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,50 µg/m³ en van fijn stof van 0,12 µg/m³ (zie tabel 4.4). De fijn stof toename blijft onder de 1,2 µg/m³. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Uit de kaart van Atlas Leefomgeving (Bron: atlasleefomgeving.nl/check-je-plek) blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor de planlocatie bedroegen in 2020: 9 µg/m³voor NO2 en 6 µg/m³ voor PM2,5. Hierdoor is ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

58/128

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.7.2 Bedrijven en milieuzonering Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Onderzoek Sportpark Buitenduin Het plangebied is gelegen in de gemeente Bergen, aan de noordwestkant van de kern Schoorl. In de omgeving van het plangebied zijn diverse functies gelegen zoals wonen, sport, groen, maatschappelijk, kantoor en bedrijven. Hierdoor kan het gebied op basis van de VNG publicatie bedrijven en milieuzonering worden getypeerd als 'gemengd gebied'. Binnen de beoogde ontwikkeling(en) worden geen milieugevoelige functies opgericht.

Er is hierdoor geen sprake van belemmering van omliggende bedrijven. Wel wordt een milieubelastende functie in het gebied toegevoegd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet afgewogen worden of deze nieuwe activiteit(en) zich verhouden tot de functies in de omgeving. Van de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt hebben alleen het parkeerterrein en het evenemententerrein enige milieubelastende uitstraling. In het beoogde plan worden twee parkeerterreinen aangelegd. Aan de noordzijde, tegenover de Teun de Jager school wordt een parkeerterrein aangelegd met 32 parkeerplaatsen. Op basis van de VNG-publicatie is een parkeerterrein ingedeeld in milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De afstand vanaf de buitenzijde van de parkeerterreinen tot omliggende woningen betreft ca. 25 meter waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Binnen het plangebied zijn evenementen mogelijk, het betreffen hier kleinschalige evenementen in de vorm van een kofferbakmarkt, een circus en een Concours Hippique. De kleinschaligheid wordt gegarandeerd doordat in de regels opgenomen is wat het maximaal aantal bezoekers mag zijn, het aantal dagen dat een evenement mag duren inclusief op- en afbouw van het evenementen en wat het maximale geluidsniveau mag zijn op de gevels van een geluidsgevoelige bestemming.

Gezien de afstand tot omliggende woningen zal er ter plaatse van omliggende woningen geen overlast zijn.

59/128

Het jeu de boules terrein wordt verplaatst naar het noordelijke deel. Tevens wordt hierbij een clubhuis opgericht. Op basis van de VNG-publicatie is een clubhuis ingedeeld in milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De afstand van het clubgebouw tot omliggende woningen is circa 10 meter waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Transformatie Rabobanklocatie Woningen zijn milieugevoelige functies. Er dient daarom getoetst te worden of sprake is van of door belemmering van omliggende bedrijven. Zoals hiervoor vermeld kan het gebied op basis van de VNG publicatie bedrijven en milieuzonering worden getypeerd als 'gemengd gebied'. Tegenover de Rabobanklocatie is een tennisclub gelegen. Een tennisclub is ingedeeld in milieucategorie 3.1 en kent een grootste richtafstand van 30 meter in gemengd gebied voor het aspect geluid. De afstand tot het tenniscomplex is circa 40 meter waarmee wordt voldaan aan de richtafstand. Aan de Heereweg 57 bevindt zich volgens het geldende bestemmingsplan een recreatieterrein waar kampeermiddelen, recreatiewoningen en stacaravans zijn toegestaan. Deze activiteiten vallen onder milieucategorie 3.1 waarvoor een minimale richtafstand van 30 meter geldt in gemengd gebied.

De afstand vanaf de beoogde woonbestemming tot de recreatieve bestemming bedraagt ongeveer 25 meter waarmee in principe niet voldaan wordt aan de vereiste richtafstand voor het aspect geluid. Van de richtafstand kan gemotiveerd afgeweken worden. In het huidige bestemmingsplan is aan de voorzijde van het perceel met de bestemming 'Recreatie' een specifieke zone aangemerkt waar kampeermiddelen niet zijn toegestaan (zie figuur 4.8). Aan de voorzijde van het perceel bevindt zich de bedrijfswoning en vinden geen recreatieve activiteiten plaats. De afstand van de toekomstige woonbestemming tot aan het recreatiegebied waar kampeermiddelen zijn toegestaan, bedraagt ruim 35 meter. De geluidsbronnen bevinden zich op een grotere afstand. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de vereiste richtafstand van 30 meter. Het recreatieterrein wordt daarnaast niet beperkt in zijn bedrijfsvoering en milieuruimte.

Figuur 4.8 Uitsnede uit het geldende bestemmingsplan met legenda 60/128

Ten oosten van de voormalige Rabobanklocatie wordt een parkeerterrein aangelegd. Een parkeerterrein is ingedeeld in milieucategorie 2 met een grootste richtafstand van 10 meter voor het aspect geluid. De afstand van de nieuwe woningen tot het parkeerterrein is circa 17 meter. Hiermee wordt aan de richtafstand voldaan. Tot slot zijn in plangebied van Sportpark Buitenduin evenementen mogelijk, het betreffen hier kleinschalige evenementen in de vorm van een kofferbakmarkt, een circus en het Concours Hippique. De kleinschaligheid wordt gegarandeerd doordat in de regels opgenomen is wat het maximaal aantal bezoekers mag zijn, het aantal dagen dat een evenement mag duren inclusief op- en afbouw van het evenementen en wat het maximale geluidsniveau mag zijn op de gevels van een geluidsgevoelige bestemming. Gezien de afstand tot de beoogde woningen en de kleinschaligheid van de evenementen, komt een goed woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen niet in het geding. De overige bedrijven liggen op grote afstand en zijn derhalve niet meegenomen in de toetsing. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de (omliggende) en nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat in de omgeving geen bedrijven aanwezig zijn die door de voorgenomen ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Er wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie.

4.7.3 Geluid 4.7.3.1 Evenementen Sportpark Buitenduin In de bestaande situatie worden er reeds diverse evenementen georganiseerd per jaar. Het betreft de evenementen zoals weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.5 Weergave van bestaande evenementen Evenementen Wanneer

Frequentie Duur evenement Duur op- en afbouw Aantal Type bezoekers (incl. deelnemers)

Kofferbakmar april t/m kt september

Iedere zondag

Concours Hippique

juli

één 08.00 uur - 21.00 zaterdag en uur op zaterdag. zondag 08.00 uur - 20.00 uur op zondag.

Circus

juli t/m september

drie dagen iedere de dag voor aanvang 310 per met iedere voorstelling duurt vanaf 08.00 uur en voorstelling. de dag na de laatste dag 2 uur maximaal 2 voorstelling om voorstelling 19.00 uur en

61/128

09.30 - 17.00 uur 08.00 uur - 09.00 uur en 17.00 uur 18. 00 uur

1100

bovenlokale uitstraling. Categorie middel

woensdag vanaf 600 08.00 uur - zaterdag 08.00 uur en zondag om 20.00 uur

regionale uitstraling. Categorie middel. regionale uitstraling. Categorie middel.

In de toekomstige situatie zullen deze bestaande evenementen op het sportpark blijven plaatsvinden. Daarnaast is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor maximaal 3 extra evenementen per jaar. Alle evenementen die reeds aanwezig zijn, zijn uiterlijk afgelopen om 21.00 uur in de avond. Daarmee wordt de nachtperiode gerespecteerd. Voor alle evenementen blijft gelden dat ze uiteraard dienen te voldoen aan de normen die gesteld zijn in de APV van de gemeente Bergen. De gemeente Bergen weegt de milieuhinder bij elke aanvraag voor een evenement nauwkeurig af en geeft uitsluitend wanneer wordt voldaan aan de APV een vergunning af voor het evenement. Daarmee wordt voldoende gewaarborgd dat onevenredige geluidshinder kan worden voorkomen. Bovendien wordt het maximaal aantal bezoekers en de maximale geluidsbelasting geborgd in de regels van het bestemmingsplan. 4.7.3.2 Wegverkeerslawaai Transformatie Rabobanklocatie Toetsingskader Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. Onderzoek Volgens de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek nodig indien woningen worden mogelijk gemaakt binnen de zone van een weg. De beoogde ontwikkeling ligt binnen de zones van de wegen Heereweg en Sportlaan.

Als onderdeel van het op te stellen bestemmingsplan is daarom het in Bijlage 12 bijgevoegde akoestisch onderzoeksrapport opgesteld. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van de Heereweg bij 12 van de 22 appartementen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Ten gevolge van de Sportlaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde voldaan. Maatregelen om de geluidbelasting ten gevolge van de Heereweg te reduceren, zijn niet doelmatig gebleken. Er kan naar verwachting worden voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. Definitieve toetsing dient plaats te vinden bij de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen. Dit is worden geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Het laten vaststellen van hogere waarden is nodig. Voorgesteld om één generieke hogere waarde van 54 dB voor 12 woningen vanwege de Heereweg te laten vaststellen. Als de karakteristieke geluidwering van de gevels voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 zal een aanvaardbaar geluidniveau in de woningen worden bereikt. Hiervoor dient de gecumuleerde geluidbelasting als uitgangspunt te worden genomen. 4.7.4 Lichthinder Normstelling en beleid Voor lichthinder bestaat geen wettelijk toetsingskader. De Commissie Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft in 2014 de Richtlijn lichthinder uitgegeven.

Deze richtlijn heeft tot doel lichthinder bij mens, plant of dier te voorkomen. In de richtlijn zijn grenswaarden opgenomen. De grenswaarden voor de verschillende parameters zijn afhankelijk van de soort van verlichting. Daarnaast zijn de grenswaarden afhankelijk van het omgevingstype. Daarbij gaat de richtlijn uit van vier omgevingszones, op basis van de oorspronkelijke reeds aanwezige mate van verlichting. De gebiedstypen zijn natuurgebied, landelijk gebied, stedelijk gebied en stadscentrum/industriegebied.

62/128

Grenswaarden zijn opgenomen voor de verticale verlichtingssterkte en de richtingsafhankelijke lichtsterkte per armatuur. De verticale verlichtingssterkte is een maat voor de hoeveelheid licht dat in het verticale vlak invalt (raam van een woning), uitgedrukt in lux. De lichtsterkte is een maat voor de hoeveelheid licht die een lichtbron in een bepaalde richting uitstraalt, uitgedrukt in candela. De toetsing vindt plaats bij lichtgevoelige bestemmingen. De grenswaarden staan in tabel 4.7 vermeld. Tabel 4.7 Grenswaarden

Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een parkeerterrein ter plaatse van de huidige jeu de boules-vereniging. Deze ontwikkeling voorziet geen veranderingen voor de verlichting omdat in beide situaties de betreffende locatie verlicht is door middel van lantaarnpalen. Rondom de rijbakken die behoren bij de ruitervereniging en de ponyclub verandert niets in de toekomstige situatie ten aanzien van verlichting. Conclusie Het aspect lichthinder vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.7.5 Spuitzone bestrijdingsmiddelen Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is hoger bij toepassing in fruitteelt op stam (bijvoorbeeld appels, peren etc.) dan bij de akkerbouw en lage fruitteelt (bijvoorbeeld aardbeien en bessen), waarbij voornamelijk neerwaarts wordt gespoten. Derhalve dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening afstand te worden gehouden tussen gevoelige objecten en teeltgebieden ten behoeve van boom- en fruitteelt. Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand.

Door de Raad van State wordt bij beoordeling van nieuwe ruimtelijke situaties vanwege drift een afstand van 50 meter aangehouden. Per 1 september 2017 is in het activiteitenbesluit milieubeheer (wettelijk bepaald) besloten dat driftreducerende maatregelen genomen moeten worden bij gebruik van bestrijdingsmiddelen. Deze maatregelen zijn noodzakelijk wanneer gronden grenzen aan openbare wegen of gevoelige functies (zoals woningen).

63/128

Onderzoek en conclusie De aangrenzende grond ten zuiden van het plangebied heeft de bestemming 'Groen'. Op meer dan 70 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich de bestemming 'Agrarisch'. Binnen beide bestemmingen zijn geen activiteiten toegestaan waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Gezien drift door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan worden uitgesloten, kan gesteld worden dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het aspect spuitzone bestrijdingsmiddelen vormt geen belemmering voor het plan.

4.8

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Onderzoek Sportpark Buitenduin en transformatie Rabobanklocatie Conform de professionele risicokaart blijkt dat er in de directe omgeving geen risicovolle inrichtingen of objecten aanwezig zijn.

Tevens vindt er in de omgeving geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, per spoor, over het water of door buisleidingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

64/128

4.9

Duurzaamheid en klimaat

Sportpark Buitenduin Uitgangspunt voor de ontwikkeling van het sportpark is dat het toekomstbestendig wordt gemaakt. Dit wordt gedaan door de huidige voorzieningen te optimaliseren. Daarnaast zullen de gronden efficiënter worden benut doordat er ruimte wordt gegeven aan evenementen, hierdoor ontstaat duurzaam ruimtegebruik. Daarnaast wordt het sportpark volledig landschappelijk ingepast waarbij de natuurwaarden worden vergroot en de recreatiemogelijkheden toenemen. De toename aan bebouwing is zeer minimaal doordat overbodige bebouwing wordt verwijderd en er zeer minimale bebouwing wordt mogelijk gemaakt. Hierdoor worden negatieve effecten op de natuur voorkomen. Transformatie Rabobanklocatie De toekomstige appartementen worden gasloos gebouwd waarbij de ambitie is om nul-op-de-meter woningen te realiseren. Daarnaast wordt gedacht aan duurzame maatregelen als zonnepanelen, een warmtepomp en terugwininstallaties. Een concrete duurzame uitwerking van het bouwplan wordt ingediend bij de omgevingsvergunning voor bouwen.

4.10 Kabels en leidingen Er zijn geen relevante planologische leidingen of kabels aanwezig. Het aspect kabels en leidingen zorgt niet voor een belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.11 Conclusie Het mogelijk maken van het beoogde sportpark en het transformeren van de voormalige Rabobanklocatie naar een woonbestemming met appartementen is uitvoerbaar en niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

65/128

66/128

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

Het juridische deel van een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. De regels bevatten regels voor gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking; maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In onderhavig hoofdstuk worden de planuitgangspunten naar de regels en verbeeldingen verder verwoord.

5.2

Opzet van de planregels

Voor het nieuwe bestemmingsplan wordt gestreefd naar het beschermen van de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden en naar het toekomstbestendig maken van het Sportpark Buitenduin. Daarnaast wordt ter plaatse van de voormalige Rabobanklocatie een woongebouw mogelijk gemaakt met maximaal 22 woningen. Voor het gehele plangebied is de huidige wijze van bestemmen binnen de gemeente Bergen in hoge mate richtinggevend voor de wijze waarop de bestemmingen zijn geregeld. De planuitgangspunten zoals verwoord in onderhavig hoofdstuk zijn vertaald op de verbeelding en in de planregels. Waar mogelijk is een gedetailleerde opzet van het plan toegepast. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 1 komen de inleidende regels aan bod. Het betreft hier de begrippen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). In hoofdstuk 2 bestemmingsregels zijn de regels behorende bij de verschillende bestemmingen opgenomen (artikel 3 tot en met 8). De meeste bestemmingen zijn opgebouwd uit de volgende onderdelen:  een bestemmingsomschrijving;  bouwregels; en indien van toepassing:  nadere eisen;  afwijking van de bouwregels;  specifieke gebruiksregels;  afwijking van de gebruiksregels;  omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

Hoofdstuk 3 bevat verschillende algemene regels die van toepassing zijn (artikel 9 tot en met 13). Tot slot zijn de overgangs- en slotregels opgenomen in hoofdstuk 4 (artikel 14 en 15).

67/128

5.3

Artikelsgewijze toelichting op de planregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hierin is tevens een wijze van meten opgenomen voor de hoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hoofdstuk 2 Bestemmingen De volgende bestemmingen komen voor: Artikel 3 Groen De bestemming 'Groen' maakt het mogelijk om plantsoenen en groenvoorzieningen te realiseren en in stand te houden. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, en nutsgebouwen worden gebouwd met een maximale hoogte van 2,5 meter. Daarnaast mogen lantaarnpalen geplaatst worden tot een maximale hoogte van 9 meter. Artikel 4 Sport De bestemming 'Sport' maakt het mogelijk om sportvelden en bijbehorende voorzieningen te realiseren.

Ter plaatse van de nadere aanduiding "specifieke vorm van sport - paardenbak (ss-pbk)" is het daarnaast mogelijk om een paardenbak te realiseren en ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van sport - jeu de boules (ss-jdb)", een jeu de boules baan. Binnen het bouwvlak zijn gebouwen en overkappingen toegestaan. De maximale oppervlakte van een gebouw inclusief overkapping bedraagt maximaal 60 m². De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt 4 m. De locaties van de parkeerterreinen zijn specifiek aangeduid. Tenslotte zijn bouwregels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en is er een mogelijkheid om af te wijken van de bouwregels opgenomen. Artikel 5 Verkeer De bestemming 'Verkeer' maakt verblijfsgebieden met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen mogelijk. Zoals onder andere voet- en fietspaden. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en nutsgebouwen toegestaan. Artikel 6 Water De bestemming 'Water' maakt waterlopen en -wegen, waterhuishouding, waterberging en vijvers mogelijk. Binnen de bestemming is bebouwing toegestaan ten behoeve van de bestemming in de vorm van keermuren, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen en steigers. Ter plaatse van de nadere aanduiding "duinrell (dl)"zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, bescherming en aanleg van duinrellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5118/documents/40708