bij BP Paulineweg 5S BaZ Regels.pdf
Tekst van het document
afbeelding bij dit plan
Bestemmingsplan Paulineweg 5S Gemeente Bergen (NH.) REGELS
Bestemmingsplan Paulineweg 5S Gemeente Bergen (NH.) REGELS
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
NL.IMRO.0373.BPG05006Plinewg5s-B001 K22126 Paulineweg 5S
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Datum
Projectleider: Auteur:
Inhoudsopgave
REGELS
4
Hoofdstuk1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 7
Bestemmingsregels
8
Tuin - Duinen Wonen - Duinen Waarde - Archeologie 4 Waterstaat - Waterkering
8 10 12 14
Algemene regels
15
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene ontheffingsregels Wijzigingsregel Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening Overige regels
15 16 17 18 19 20
Overgangs- en slotregels
21
Overgangsrecht Slotregel
21 22
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Hoofdstuk4 Artikel 13 Artikel 14
Paulineweg 5S
3
REGELS behorende bij het bestemmingsplan Paulineweg 5S
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Paulineweg 5S met NL.IMRO.0373.BPG05006Plinewg5s-B001 van de gemeente Bergen (NH.). 1.2
identificatienummer
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het NL.IMRO.0373.BPG05006Plinewg5s-B001 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3
GML-bestand
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan-huis-gebonden beroep
het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, (para)medisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, niet zijnde thuisprostitutie, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing worden uitgeoefend, waarbij de woonfunctie als primaire functie behouden en herkenbaar blijft. 1.6
achtererfgebied
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw, niet zijnde gronden met de bestemming Tuin, en gelegen zijn achter de achtergevellijn van het hoofdgebouw of achter de denkbeeldige lijn van het verlengde daarvan. 1.7
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.8
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10
bestaand
1. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;
Paulineweg 5S
4
2. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.14
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.15
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woon- of andere functies geschikt of geschikt te maken is. 1.16
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel; 1.18
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20
bouwwijze
de manier waarop de hoofdstructuur van een gebouw wordt opgezet. 1.21
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1.22
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.23
gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;
Paulineweg 5S
5
1.24
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.25
kap
een constructie van dakvlakken met een helling van ten minste 30° en ten hoogste 65°. 1.26
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.27
ondergronds
onder peil; 1.28
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand. 1.29
peil
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van de kruin van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.30
uitvoeren
uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.31
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.32
woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
Paulineweg 5S
6
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7
vloeroppervlakte
de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
Paulineweg 5S
7
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Tuin - Duinen
Bestemmingsomschrijving
De voor Tuin - Duinen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; b. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op de gronden zijn ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, toegestaan, met uitzondering van paardenbakken en zwembaden. 3.2.2
Bouwen
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 1 m bedragen;
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Uitbreiding hoofdgebouw
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 ten behoeve van uitbreiding van het hoofdgebouw met dien verstande dat: a. de uitbreiding uitsluitend aan de van weg afgekeerde zijden mag worden gerealiseerd; b. de diepte van de uitbreiding ten hoogste 3 m mag bedragen gemeten vanuit de achter- en/of zijgevel van het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw; c. de lengte van uitbreiding ten hoogste 50% mag bedragen van de lengte van de betreffende gevel van het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw; d. de totale oppervlakte van de uitbreiding niet meer mag bedragen dan 25% van het bouwvlak van het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw, met een maximum van 40 m²; e. de goot- en bouwhoogte van de uitbreiding niet meer mag bedragen dan de goot- en bouwhoogte van het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw; f. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig mag worden aangetast door het verlenen van de afwijking. 3.3.2
Garage of fietsenstalling
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.2.1 ten behoeve van de bouw van een garage of fietsenstalling, met dien verstande dat: a. afwijking uitsluitend is toegestaan indien, gelet op de hoogteverschillen binnen het bouwperceel en de daarmee samenhangende landschappelijke waarden, het realiseren van een garage of fietsenstalling binnen de bestemming Wonen-Duinen niet mogelijk is; b. de oppervlakte van een garage of fietsenstalling ten hoogste 25 m² bedraagt; c. in afwijking van Artikel 2 Wijze van meten, worden ondergrondse gebouwen voor zover niet gelegen onder een bovengronds gebouw tevens meegerekend in de oppervlakte zoals bedoeld onder b; d. de goot- en bouwhoogte van de garage of fietsenstalling bedraagt ten hoogste 3 m; e. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering en landschappelijke inpassing van de garage of fietsenstalling.
Paulineweg 5S
8
3.4 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.4.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Tuin - Duinen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; c. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 3.4.2
Uitzonderingen op het aanlegverbod
Het verbod van lid 3.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 3.4.3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. daardoor de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; b. uit een advies van de deskundige op het gebied van natuur en landschap blijkt dat voldaan wordt aan het bepaalde in lid 3.4.3 onder a.
Paulineweg 5S
9
Artikel 4 4.1
Wonen - Duinen
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen-Duinen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen al dan niet met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. het gebruik als tweede woning door de eigenaar en zijn huishouden; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water 4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1
Gebouwen
a. b. c. d.
gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; voor hoofdgebouwen geldt dat deze een maximale inhoudsmaat van 750m3 mogen hebben. de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de maatvoeringaanduiding aangegeven goot- en bouwhoogte van 10 m; e. de goothoogte van hoofdgebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, indien: 1. de afstand tot de dakvoet, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt; 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt; 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 1/3 van het dakvlak bedraagt; 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 2/3 van het dakvlak bedraagt; f. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; g. de oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en recreatiewoningen bedraagt maximaal 25% van de oppervlakte van het bouwvlak, met dien verstande dat de oppervlakte ten hoogste 50 m² bedraagt. h. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering en landschappelijke inpassing van het hoofdgebouw. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
i.
de hoogte van erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag ten hoogste 1 m bedragen en elders ten hoogste 2 m; j. zwembaden zijn niet toegestaan; k. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Onder de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, in samenhang met het wonen wordt verstaan het gebruik van gedeelten van woningen en de daarbij behorende bebouwing door de bewoner ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover: a. het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aan- en uitbouwen, met een maximum van 50 m²; b. ten behoeve van de aan-huis-gebonden beroepen en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt voorzien; c. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale
Paulineweg 5S
10
afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is en gelieerd aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. 4.3.2
Verbodsbepaling
Het is verboden om: a. gronden in gebruik te nemen/hebben/of te laten gebruiken voor paardenbakken en mestopslag; b. gebouwen te gebruiken of te laten gebruiken voor het stallen van paarden; c. bijgebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, te gebruiken of te laten gebruiken als slaapgelegenheid; d. woningen te gebruiken of te laten gebruiken als recreatiewoning, met dien verstande dat het gebruik als tweede woning wel is toegestaan door de eigenaar en zijn huishouden.
Paulineweg 5S
11
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) geldt dat ter plaatse van de bestemming Waarden - Archeologie 4 uitsluitend bouwwerken zijn toegestaan; 1. met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; 2. met een oppervlakte meer dan 2.500 m², waarvoor geen graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm uitgevoerd hoeven te worden of waarvoor geen heiwerkzaamheden uitgevoerd hoeven te worden; 3. met een oppervlakte meer dan 2.500 m2, waarvoor graafwerkzaamheden of heiwerkzaamheden niet dieper reiken dan 6 m boven NAP. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijken met omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2, met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels. 5.3.2
Geen archeologische waarden
De omgevingsvergunning, zoals in lid 5.3.1 bedoeld, wordt in ieder geval verleend, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen aan de hand van nader archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. 5.3.3
Overige voorwaarden
De omgevingsvergunning, zoals in lid 5.3.1 bedoeld, wordt voorts verleend, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder a bedoeld, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige. 5.4 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.4.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarden – Archeologie 4 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen, of werkzaamheden met een grotere omvang dan 2.500 m2 uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 40 cm die reiken tot een diepte beneden 6 m boven NAP, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnenen aanleggen van drainage, tenzij deze werkzaamheden noodzakelijk zijn
Paulineweg 5S
12
voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor afwijking, zoals in lid 5.3.1 bedoeld, is verleend; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.4.2
Uitzondering op het aanlegverbod
Het verbod van 5.4.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 5.2 in acht is genomen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 5.4.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 5.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. 5.5
Wijzigingsbevoegdheid
5.5.1
Verwijderen bestemming
Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming Waarde Archeologie 4 geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet. 5.5.2
Wijzigen bestemming
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Waarde - Archeologie 4 wijzigen in een andere bestemming Waarde - Archeologie teneinde grotere of kleine oppervlaktes en/of dieptes toe te staan zoals genoemd onder 5.2 en 5.4.1 teneinde de archeologische waarden op een andere wijze te beschermen en veiligstellen, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse andere archeologische waarden aanwezig zijn.
Paulineweg 5S
13
Artikel 6 6.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor een waterkering. 6.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 6.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 6.2 onder c, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad, hetgeen ter advisering wordt voorgelegd aan de beheerder van de waterkering.
Paulineweg 5S
14
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Paulineweg 5S
15
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt en de oppervlakte niet meer dan 6 m² bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 8.2
Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten
a. Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. in geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. 8.3
Hoogte-aanduidingen
8.3.1
Kap
Voor zover een goothoogte is aangegeven dienen de hoofdgebouwen met een kap te worden afgedekt. Voor zover uitsluitend een bouwhoogte is aangegeven of de aangegeven goothoogte is gelijk aan de aangegeven bouwhoogte, mogen de hoofdgebouwen worden voorzien van een platte afdekking. 8.3.2
Afwijken van de bouwregels
a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.3.1 juncto artikel 1.25 ten behoeve van het realiseren van andere kapvormen, met dien verstande dat: 1. de aangegeven maximale goot- en bouwhoogte niet mag worden overschreden; 2. afwijking niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de ruimtelijke karakteristiek van de omgeving; 3. afwijking niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige percelen; b. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de aangegeven maximale goothoogte ten behoeve van het realiseren van een gevelopbouw met dien verstande dat: 1. de breedte van de gevelopbouw maximaal 20% van de gevelbreedte mag bedragen; 2. de aangegeven maximale bouwhoogte niet mag worden overschreden; 3. afwijking niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de ruimtelijke karakteristiek van de omgeving; 4. afwijking niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige percelen.
Paulineweg 5S
16
Artikel 9
Algemene ontheffingsregels
Het bevoegd gezag - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is omgevingsvergunning afwijken van de regels voor:
- bij een
a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Er wordt niet afgeweken, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Paulineweg 5S
17
Artikel 10
Wijzigingsregel
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Paulineweg 5S
18
Artikel 11
Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening
De voorschriften van stedenbouwkundige aard en de bereikbaarheidseisen van paragraaf 2.5 van de bouwverordening zijn uitsluitend van toepassing, voor zover het betreft: a. b. c. d. e.
bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer, brandblusvoorzieningen; brandweeringang; bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; de ruimte tussen bouwwerken; parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen.
Paulineweg 5S
19
Artikel 12 12.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
Paulineweg 5S
20
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. eenmalig kan in afwijking van sub a een omgevingsvergunning worden verleend voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk zoals bedoeld in dit lid onder a, met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.
13.2
Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Paulineweg 5S
21
Artikel 14
Slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Paulineweg 5S.
Paulineweg 5S
22
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu