CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij BP Paulineweg 5S BaZ Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 7: Voorstel betreft het bestemmingsplan Paulineweg 5s Bergen aan Zee vast te stellen16.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

afbeelding bij dit plan

Bestemmingsplan Paulineweg 5S Gemeente Bergen (NH.) Bijlagen

Bestemmingsplan Paulineweg 5S Gemeente Bergen (NH.) Bijlagen

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:

NL.IMRO.0373.BPG05006Plinewg5s-B001 K22126 Paulineweg 5S

Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

Datum

Projectleider: Auteur:

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Stikstofdepositieberekening

Bijlage 2

Gebruikersfase

Bijlage 3

Realisatiefase

Bijlage 4

Inzet materieel realisatiefase

Bijlage 5

Quickscan Wet Natuurbescherming

Bijlage 6

Akoestischonderzoek

Bijlage 7

Digitale watertoets

Bijlage 8

Verslag van consultatitie met de omgeving

Paulineweg 5S

1

Paulineweg 5S Bergen aan Zee Stikstofdepositieberekening

Paulineweg 5S Bergen aan Zee Stikstofdepositieberekening

GEGEVENS VAN DE AANVRAGER De heer D. Rosenberg Parkweg 5

Kerkewijk 156

1865 AE Bergen aan Zee

3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37

I. www.kubiek.nu

PLANGEGEVENS

E. info@kubiek.nu

Projectnummer:

K22126

Datum:

19 september 2023

Titel:

Stikstofdepositieberekening Bergen aan Zee, Paulineweg 5S

Projectleider:

P. Keizer

Auteur:

M. Ottink

Inhoud 1

Inleiding........................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding................................................................................................................................. 4

1.2

Wettelijk kader .......................................................................................................................... 4

2

Stikstofdepositie .......................................................................................................... 6 2.1

Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden ..................................................................... 6

2.2

Uitgangspunten ........................................................................................................................ 6 2.2.1 Referentiesituatie ...................................................................................................... 6

3

2.2.2

Gebruikersfase .......................................................................................................... 7

2.2.3

Realisatiefase ............................................................................................................ 8

Conclusie ..................................................................................................................... 9

Separate bijlagen: -

Bijlage 1 – Gebruikersfase

-

Bijlage 2 – Realisatiefase Bijlage 3 – Inzet materieel realisatiefase

1 Inleiding In deze rapportage zijn de rekenresultaten te vinden van de berekening die is uitgevoerd met de AERIUS Calculator om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te bepalen ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling. Er zijn geen rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om aan de Paulineweg 5S te Bergen aan Zee een nieuwe woning te realiseren. Hiervoor wordt de huidige bebouwing, in de vorm van een recreatiewoning, gesloopt. De nieuwe woning zal bestaan uit drie bouwlagen, ingepast in het duinlandschap. In onderstaande afbeelding is de planlocatie nader aangeduid.

Afbeelding 1 - Globale ligging planlocatie (bron: Google Maps)

1.2

Wettelijk kader

Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met

Stikstofdepositieberekening

4

een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019, en na de laatste update van 26 januari 2023, kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de gebruikersfase als de realisatiefase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie.

Stikstofdepositieberekening

5

2 Stikstofdepositie Nieuwe plannen moeten beoordeeld worden op de mogelijke stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Om inzicht te krijgen in de mogelijke stikstofdepositie, gaat dit hoofdstuk in op de afstand van de planlocatie tot Natura 2000-gebieden, de referentiesituatie en de toekomstige situatie. Om de toekomstige situatie te realiseren zal er een realisatiefase zijn welke ook inzichtelijk wordt gemaakt. 2.1

Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden

In onderstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, het Noordhollands Duinreservaat, op circa 85 meter afstand van de planlocatie ligt.

Afbeelding 2 - Ligging planlocatie (i) t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator 2022)

2.2

Uitgangspunten

Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2022.2 (beschikbaar sinds 6 juli 2022). In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante emissiebronnen meegenomen. 2.2.1

Referentiesituatie

Op de planlocatie bevindt zich nu wel een bron die zorgt voor stikstofemissie, namelijk de huidige woning. Binnen deze berekening is het daadwerkelijke gasverbruik van deze woning meegenomen, gebaseerd op de jaarafrekening. Binnen de periode van 26-01-2021 tot 26-01-2022 heeft de woning een totaal van 974 m3 gas verbruikt. Eén m3 gas bestaat uit 9 Nm3 (rookgas). Conform tabel 3.10 uit het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat 1 Nm3, 70 mg NOx. De totale emissie op jaarbasis komt hiermee (afgerond) uit op 0,61 kg NOx.

Afbeelding 3 - Verbruik jaarafrekening

Stikstofdepositieberekening

6

De referentiesituatie is in de berekening gebruikt om tegenover de realisatiefase te zetten. Bij de conclusies van de realisatiefase wordt ingegaan in hoeverre dit van invloed is op de berekening. 2.2.2

Gebruikersfase

In de nieuwe situatie wordt er een nieuwe vrijstaande, duurzame woning gebouwd. De nieuwe woning zal geen gasaansluiting krijgen. Conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ van BIJ12 heeft een gasloze woning een stikstofemissie gelijk aan nul. Wel vindt er stikstofemissie plaats door de verkeersgeneratie van de nieuwe woning. Conform CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’ heeft de woning een verkeersgeneratie van maximaal 8,6 mvt ‘licht verkeer’ per etmaal. Dit is gebaseerd op een vrijstaande koopwoning in ‘rest bebouwde kom van ‘weinig stedelijk gebied’ (conform CBS). Tevens is voor de volledigheid een verkeersgeneratie

van 0,02 zwaar vrachtverkeer per etmaal

opgenomen. De bronlijn sluit in westelijke richting via de Parkweg aan op de Paulineweg, om vanaf hier in noordoostelijke richting aan te sluiten op de Zeeweg. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Als peiljaar is gekozen voor 2025.

Figuur 4 - Situatietekening nieuwe gebruikersfase (bron: Natrufied Architecture)

Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de gebruikersfase geen stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebied. De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 1.

Stikstofdepositieberekening

7

2.2.3

Realisatiefase

Om het plan te kunnen realiseren zijn er werkzaamheden nodig. Hoewel wordt getracht om zo efficiënt en duurzaam mogelijk te bouwen, is het niet mogelijk om een volledig stikstofemissieloze realisatiefase te bewerkstelligen. Er wordt gebruik gemaakt van machines, maar er is ook een verkeersaantrekkende werking door werkverkeer. Als peiljaar is gekozen voor 2024. Werkverkeer Om de bouw mogelijk te maken zal er sprake zijn van werkverkeer. De voorgenomen woning zal grotendeels geprefabriceerd worden. Het betreft hier tevens een woning bestaande uit houtbouw. Dit houdt voor het werkverkeer in dat dit met name zal bestaan uit het aanleveren van de houten onderdelen, en werkend personeel die de prefab onderdelen zullen samenstellen. Binnen de berekening is uitgegaan van 50 vrachten ‘zwaar vrachtverkeer’. Daarnaast zal werkend personeel zorgen voor 225 ritten ‘licht verkeer’. De genoemde aantallen zijn verdubbeld ingevoerd (verkeer gaat heen én weer). Inzet mobiele werktuigen Om de bouw mogelijk te maken, zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. Gezien het duurzame en natuurinclusieve karakter van de voorgenomen ontwikkeling, is er het voornemen om de realisatie van het plan zo goed als volledig elektrisch uit te voeren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een Silent Piler F301 om de damwanden/berliner wand elektrisch te drukken.

Tevens wordt een Sany 80 tons elektrische hijskraan ingezet voor het hijsen van de prefab houten onderdelen. Enkel het slopen van de bestaande woning zal uitgevoerd worden door een traditionele sloopkraan met een vermogen van 88 kW. In de berekening is deze voor 8 uur ingezet. Voor de volledigheid zijn de specificaties ook in bijlage 3 opgenomen. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de realisatiefase stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000-gebied, met een hoogste bijdrage van 0,01 mol/ha/jaar. Dit is gelijk aan de depositie binnen de referentiesituatie. De projectberekening laat dan ook geen toename zien in stikstofdepositie.

Stikstofdepositieberekening

8

3 Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat er door de gewenste ontwikkeling geen strijdigheden ontstaan met de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Er vindt geen stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Stikstofdepositieberekening

9

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

Stikstofdepositieberekening

10

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Kubiek Ruimtelijke Plannen Paulineweg 5S, 1865 AD Bergen aan Zee Bergen aan Zee - Paulineweg 5S Realisatie nieuwe vrijstaande woning ter vervanging van huidige bebouwing

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Ryzm2LvsWjm6 19 september 2023, 15:31 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruikersfase - Beoogd Gebruikersfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Ryzm2LvsWjm6 (19 september 2023)

2025 -

5,1 g/j

85,3 g/j

2/6

Projectberekening

Gebruikersfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 

Verkeersnetwerk

Ryzm2LvsWjm6 (19 september 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

5,1 g/j

85,3 g/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Ryzm2LvsWjm6 (19 september 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruikersfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

Ryzm2LvsWjm6 (19 september 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruikersfase, Rekenjaar 2025 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Gebruikersfase verkeersgeneratie X:103939,86 Y:519442,11 117,49 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 85,3 g/j Type scherm - NO₂ 19,2 g/j Hoogte - NH₃ 5,1 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

8,6 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.2_20230808_506285819f Database versie 2022.2_506285819f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

Ryzm2LvsWjm6 (19 september 2023)

6/6

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Kubiek Ruimtelijke Plannen Paulineweg 5S, 1865 AD Bergen aan Zee Bergen aan Zee - Paulineweg 5S Realisatie nieuwe vrijstaande woning ter vervanging van huidige bebouwing

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RPMqprRAtVUB 19 september 2023, 15:35 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Realisatiefase - Beoogd

0,01 mol/ha/j -

6338245

Referentiesituatie - Referentie Realisatiefase - Beoogd Referentiesituatie - Referentie Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RPMqprRAtVUB (19 september 2023)

2022 2024

0,01 mol/ha/j

19,0 g/j

6338245

0,6 kg/j 0,2 kg/j

Noordhollands Duinreservaat Noordhollands Duinreservaat

2/8

Projectberekening

Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Inzet materieel realisatiefase  Verkeersnetwerk

RPMqprRAtVUB (19 september 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

17,3 g/j 1,7 g/j

0,1 kg/j 54,2 g/j

3/8

Projectberekening

Referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1

Wonen en Werken | Woningen | Referentiesituatie - gasverbruik

RPMqprRAtVUB (19 september 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

-

0,6 kg/j

4/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RPMqprRAtVUB (19 september 2023)

5/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Noordhollands Duinreservaat

RPMqprRAtVUB (19 september 2023)

6/8

Projectberekening

Realisatiefase, Rekenjaar 2024 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Realisatiefase verkeersgeneratie X:103939,86 Y:519442,11 117,49 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

In file

450,0 p/jaar 0,0 p/jaar 100,0 p/jaar 0,0 p/jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Max. snelheid

Links Rechts NOₓ 54,2 g/j Type scherm - NO₂ 16,2 g/j Hoogte - NH₃ 1,7 g/j Afstand tot de weg - -

Inzet materieel realisatiefase X:103972,82 Y:519420,05 0,01 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

Sloopkraan Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 72 l/j ja

RPMqprRAtVUB (19 september 2023)

0,1 kg/j 17,3 g/j

Draaiuren AdBlue verbruik

8 u/j

5 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

0,1 kg/j 17,3 g/j

7/8

Projectberekening

Referentiesituatie, Rekenjaar 2022 1

Wonen en Werken | Woningen

Naam Referentiesituatie - Uittreedhoogte gasverbruik Warmteinhoud Locatie X:103972,11 Spreiding Y:519421,03 Oppervlakte 0,01 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

1,0 m 0,000 MW 1m

NOₓ

0,6 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.2_20230808_506285819f Database versie 2022.2_506285819f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RPMqprRAtVUB (19 september 2023)

8/8

ECOLOGISCHE QUICKSCAN 17/11/2022 | PROJECTNUMMER: 22-316 Ten behoeve van de sloop van een recreatiewoning gelegen aan de Parkweg 5 in Bergen aan Zee Opdrachtgever: Mevr. en Dhr. Rosenberg-Notten Adres: Bergen aan Zee Uitgevoerd door: Vonk Ecologie Contactpersoon: Dhr. D. Vonk

De Hout 42A 1607 HD Hem 1607 HD Hem De Hout 42A 1607 HD Hem

Tel

: 06 228 418 78

info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl

Inhoudsopgave 1 Inleiding

4

1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden

4

1.2 Projectlocatie

4

1.3 Het plan

5

2 Werkwijze

7

2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek

7

2.2 Locatiebezoek

7

2.3 Uitwerking

7

3 Wettelijk kader

8

3.1 Wet Natuurbescherming

8

3.2 Bescherming van gebieden

8

3.3 Bescherming van soorten

8

3.4 Bescherming van houtopstanden

9

4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving

10

4.1 Locatie omschrijving

10

4.2 In de omgeving voorkomende relevante beschermde soorten

12

4.3 Flora

13

4.4 Fauna 4.4.1 Vogels 4.4.2 Amfibieën, vissen en reptielen 4.4.3 Zoogdieren 4.4.3.1 Vleermuizen 4.4.3.2 Grondgebonden zoogdieren

15 15 17 17 17 19

4.5 Natura2000

19

4.6 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) en Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)

19

5 Toetsing soortbescherming

21

5.1 Vaatplanten

21

5.2 Vogels 5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten 5.2.2 Alle broedende vogels met nesten

21 21 21

5.3 Amfibieën, vissen en reptielen

21

5.4 Zoogdieren 5.4.1 Vleermuizen 5.4.2 Grondgebonden zoogdieren

22 22 22

6 Toetsing gebiedsbescherming

24

6.1 Natura2000 en Natuur Netwerk Nederland

24

6.2 Bijzonder Provinciaal Landschap

24

7 Conclusie/Advies

25

7.1 Conclusie/Advies/Tips

25

7.2 Tips 7.2.1 Nachtegaal 7.2.2 Huismus / Gierzwaluw / Vleermuizen 7.2.3 Rugstreeppad en Zandhagedis

25 25 25 26

7.3 Advies voor/tijdens de realisatiefase

27

1 Inleiding 1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden De heer Rosenberg en mevrouw Notten zijn voornemens om de huidige recreatiewoning gelegen aan de Parkweg 5 in Bergen aan Zee te slopen om op dezelfde locatie een nieuwe woning te bouwen. Een onderdeel van het vergunningtraject is een Quickscan Flora en Fauna. Het doel van de quickscan is om te bepalen of de projectlocatie of de directe omgeving eromheen geschikt danwel ongeschikt is voor beschermde soorten en/of soortgroepen en of de beoogde plannen een negatieve invloed hebben op beschermde gebieden in de omgeving.

1.2 Projectlocatie

Afb 1: Projectlocatie, ligging in Bergen aan Zee

Afb 2: Het perceel gelegen aan de Parkweg 5

1.3 Het plan Het plan is om de bestaande bebouwing (recreatiewoning + berging/tuinhuis) op het perceel aan de Parkweg te slopen om op het perceel een nieuwe woning te realiseren. De nieuwe woning zal deels in het duin geintegreerd worden. Bestaande begroeiing zal zoveel mogelijk behouden blijven of versterkt worden. Zie onderstaande afbeeldingen voor een idee van het plan.

Afb 3: Voorgevel van de nieuwbouw

Afb 4: Situatie bestaand

Afb 5: Situatie nieuw

2 Werkwijze 2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora en fauna in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken (NDFF) en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten. In hoofdstuk 4 van deze rapportage zijn als dit nodig is geacht de soorten uit de databank opgenomen alsmede een beschrijving over eventueel aanwezige leefgebieden voor bepaalde beschermde soorten.

2.2 Locatiebezoek De heer D. Vonk van Vonk Ecologie is 30 juli 2022 op de locatie geweest om een indruk te krijgen over welke leefgebieden (ecotopen) voor flora en fauna op de projectlocatie aanwezig zijn en om eventuele beschermde planten en dieren (of sporen van) waar te nemen.

2.3 Uitwerking Aan de hand van de gegevens uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek kan een inschatting gemaakt worden welke invloed de beoogde plannen hebben op nabij gelegen en de op de locatie eventueel voorkomende beschermde soorten. Aanvullend wordt advies gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing.

3 Wettelijk kader 3.1 Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen: bescherming van gebieden, bescherming van soorten en bescherming van houtopstanden.

3.2 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

3.3 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime, “andere soorten”, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (ook wel “nationaal beschermde soorten” genoemd). Hiernaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht van kracht is. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wet Natuurbeheer

3.4 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.

4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving 4.1 Locatie omschrijving Het perceel is gelegen in een duingebied in Bergen aan Zee. Op het perceel is een variatie van (duin)begroeiing aanwezig . Onder andere iep, eik, den, roos en grassen. Rondom de woning is deels verharding en deel aangelegde tuin aanwezig met iepen, eik en klimop. De huidige recreatiewoning ligt aan de voet van het duin. Het perceel is gelegen aan de Parkweg welke grenst aan het Parnassiapark. Overige bebouwing dichtbij betreffen veelal vrijstaande woningen ook gelegen aan de voet of op de duinen. De te slopen woning is opgebouwd uit metselwerk, houten topgevels, een zadeldak en een aanbouw met platdak. Onderstaand een impressie:

Afb 6: De woning gezien vanaf de inrit

Afb 7: De Parkweg, links de woning

Afb 8: Tuin, gedeelte rechts naast de woning

Afb 9: Duinbegroeiing achter bebouwing

4.2 In de omgeving voorkomende relevante beschermde soorten In de Nationale Databank Flora en Fauna zijn waarnemingen opgenomen van onder andere beschermde soorten. Onderstaand een overzicht van het zoekgebied alsmede een opsomming van de voor dit project relevante soorten.

Afb 10: Zoekgebied NDFF

Relevante soorten/soortgroepen: Vleermuizen Huismus Rugstreeppad Zandhagedis Bunzing Vegetatie, oa Beemdkroon, Echt Bitterkruid en Schermhavikskruid Op de projectlocatie zijn geen waarnemingen geregistreerd van beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming.

4.3 Flora Direct rondom de bebouwing is aangelegde beplanting of verjonging daarvan aanwezig, onder andere iep, eik en klimop. Op het duin is een diversiteit van begroeiing aanwezig. Zoals onder andere dennen, gewone esdoorn, klimop, iep spac., roos spec. Amerkiaanse Vogelkers en algemene grassoorten. Beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Vooral langs de randen van het perceel is de dichte begroeiing aanwezig.

Afb 10: Onder andere Den, Amerikaanse Vogelkers en roos

Afb 11: Onder andere esdoorn

Afb 12: Onder andere klimop en iep

Afb 13: Bovenop het duin ook nog kalere delen met een dichte mat met algemene grassen

4.4 Fauna 4.4.1 Vogels De hellende dakvlakken van de woning zijn belegd met bitumen singles. Hieronder is geen ruimte voor vogels om op het dakbeschot te nestelen. De topgevels sluiten strak aan op het gevelmetselwerk. In de aansluitingen zijn geen openingen welke gebruikt kunnen worden als in- en uitvliegopening. In gevels ontbreken eveneens openingen welke gebruikt kunnen worden door vogels om in- en uit te vliegen. De begroeiing rondom de woning en op het duin is dicht en kan gebruikt worden door vogels om in te nestelen, foerageren of te schuilen/rusten.

Afb 14: Geen mogelijkheid voor vogels om onder de dakbedekking te komen

Afb 15: Aansluitingen sluiten strak aan op het gevelmetselwerk. Geen mogelijkheid om in- en uit te vliegen

Afb 16: Idem

4.4.2 Amfibieën, vissen en reptielen In de omgeving komt de Rugstreeppad voor. Leefgebied voor deze soort ontbreekt op het perceel. Door de dichte begroeiing en plaatselijk dichte grasmat ontbreekt vergraafbaar zand. Ook ontbreken ondiepe waterpoelen welke benodigd is voor de voortplanting. Door het ontbreken van vergraafbaar (mul) zand en donkere vlakke oppervlakken (voor het opwarmen) is het uitgesloten dat de zandhagedis voorkomt op het perceel. Voor overige soorten ontbreekt leefgebied op het perceel. (geen vissen en overige reptielen en amfibieën).

4.4.3 Zoogdieren 4.4.3.1

Vleermuizen

In de bebouwing ontbreken openingen welke gebruikt kunnen worden door vleermuizen om in- en uit te vliegen. Er zijn geen open stootvoegen, aansluitingen sluiten strak aan en dakbedekking is ongeschikt. In de bomen op het perceel zijn geen holen of scheuren aanwezig welke gebruikt kunnen worden door vleermuizen. Daarnaast vormt de begroeiing geen lijnvormig element in het landschap waarlangs vleermuizen kunnen navigeren.

Afb 17: Open stootvoegen in metselwerk ontbreken

Afb 18: Geen holen of scheuren in bomen Zie ook foto’s paragraaf 4.4.1

4.4.3.2

Grondgebonden zoogdieren

Op het perceel kunnen algemeen voorkomende grondgebonden soorten voorkomen. Denk hierbij aan mol, egel, diverse muizensoorten, rat, konijn, haas etc. Daarnaast kan de begroeiing op het perceel gebruikt worden door marterachtigen om te foerageren, dit geldt vooral voor de begroeiing langs de randne op het perceel. De Boommarter en Bunzing zijn in de omgeving waargenomen. Er zijn op de projectlocatie geen aanwijzingen aangetroffen dat er verblijfplaatsen aanwezig zijn.

4.5 Natura2000 Bergen aan Zee wordt omsloten door het Natura2000-gebied Noordhollands Duinreservaat, zo ook de projectlocatie. Zie onderstaande kaart voor de ligging ten opzichte van Natura2000-gebieden.

Afb 19: Ligging ten opzichte van Natura2000-gebieden.

4.6 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) en Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Onderstaande kaart toont de ligging van de projectlocatie ten opzichte van NNN-gebieden. De projectlocatie ligt dichtbij gebieden vallend onder NNN-gebieden. Deze gebieden hebben grotendeels een overlap met de Natura2000-gebieden. De projectlocatie is ver gelegen vanaf gebieden vallend onder BPL-gebied.

Afb 20: Ligging perceel (gele stip) ten opzichte van Natuur Netwerk Nederland (NNN).

Afb 21: Ligging perceel ten opzichte van Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)

5 Toetsing soortbescherming 5.1 Vaatplanten Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten en/of niet aangetroffen.

Door de beoogde werkzaamheden worden geen beschermde planten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.5 en 3.10 uit de Wet Natuurbescherming.

5.2 Vogels 5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten Bijvoorbeeld het nest van de Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en uilen is jaarrond beschermd. Deze bescherming is er omdat deze soorten het nest niet alleen tijdens de broedperiode gebruikt, maar mogelijk het hele jaar door als rustplaats of omdat bepaalde vogelsoorten nogal honkvast zijn en dus graag wederkeren naar het nest van het vorige jaar (Gierzwaluw). De te slopen bebouwing is ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermd nest. Ook de begroeiing op het perceel is niet geschikt voor vogels met jaarrond beschermd nest. De begroeiing kan gebruikt worden door onder andere huismussen om te foerageren en/of te schuilen. Doordat de gehele omgeving nagenoeg een zelfde karakter heeft, is deze begroeiing niet essentieel voor de huismus.

Door de beoogde werkzaamheden worden geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.

5.2.2 Alle broedende vogels met nesten De te slopen bebouwing is ongeschikt voor vogels om in- of op te nestelen. De begroeiing is geschikt voor vogels om in te nestelen, foerageren of te schuilen. Om verstoring te voorkomen is de beste periode voor werkzaamheden in het groen buiten de broedperiode van vogels welke globaal ligt tussen maart en juli. Voorafgaand aan werkzaamheden dient ten alle tijden een check uitgevoerd te worden naar eventuele broedgevallen. Bij een aangetroffen broedgeval dient gewacht te worden totdat het nest verlaten is. Een vrije zone rondom het nest aanhouden van 5m. De meeste geschikte begroeiing op het perceel ligt aan de randen. Deze begroeiing blijft zoveel mogelijk gehandhaafd, waardoor mogelijkheden voor nestelen blijven. Wanneer werkzaamheden buiten de broedperiode van vogels wordt uitgevoerd, dan wordt verstoring van vogels beperkt.

Door de beoogde werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.

5.3 Amfibieën, vissen en reptielen Essentieel leefgebied voor de in de omgeving voorkomende Rugstreeppad en de Zandhagedis ontbreekt op het perceel. Er is geen voortplantingswater en geen vergraafbaar en/of mul zand aanwezig. Ook ontbreken donkere oppervlakken, bijvoorbeeld asfalt of andere verharding waarop zandhagedissen zich op kunnen warmen. Hierdoor is het uitgesloten dat deze soorten voorkomen op het perceel. Echter, tijdens de bouwwerkzaamheden veranderen de omstandigheden. Er ontstaat vaak vergraafbaar zand. Hierdoor is het raadzaam om rond het perceel een amfibieën/reptielenscherm te plaatsen ter voorkoming van kolonisatie door deze soorten. Voor overige soorten uit deze categorie ontbreekt eveneens geschikt leefgebied.

Afb 22: Voorbeeld van een reptielen/amfibieënscherm

Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden, rekeningn houdend met bovenstaande, geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.

5.4 Zoogdieren 5.4.1 Vleermuizen Door het ontbreken van openingen is de bebouwing ongeschikt voor vleermuizen. Door het ontbreken van holen en/of scheuren in de bomen, is de begroeiing ongeschikt voor vleermuizen. Het is uitgesloten dat er vleermuisverblijfplaatsen zijn op het perceel.

Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.

5.4.2 Grondgebonden zoogdieren Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten en/of er zijn geen sporen aangetroffen die doen vermoeden dat deze op het perceel verblijven. De Bunzing en Boommarter kunnen de randen van het perceel gebruiken om te foerageren. Aanwijzingen voor verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen.

Verblijfplaatsen Bunzing: Holen in de grond (bijvoorbeeld oude konijnenholen) Takkenhopen Verblijfplaatsen Boommarter Holen in de grond (bijvoorbeel oude konijnen of vossenholen Tussen wortels van bomen Holen in bomen De randen van het perceel blijven gehandhaafd, begroeiing blijft staan. Eventueel foerageergebied voor marterachtigen wordt niet verstoort.

Afb 23 + 24: Begroeiing langs de randen blijft gehandhaafd. Eventueel foerageergebied voor marterachtingen blijft

Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.

6 Toetsing gebiedsbescherming

In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen (significante aantasting) vanuit natuurwetgeving voor beschermde gebieden. Voorbeelden van significante aantasting: Wegnemen van een deel van het gebied Verstoring door licht, geluid Extra bemesting Verdroging van het gebied Waterpeil daling of stijging (door de werkzaamheden In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.

6.1 Natura2000 en Natuur Netwerk Nederland Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied en NNN-gebied liggen dichtbij in het duingebied rondom Bergen aan Zee. Gezien de aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten er niet of zeer beperkt en kunnen op de volgende manier tot een minimum gehouden worden: Licht: door niet in de schemer en donker te werken. Geluid: door muziekinstallaties op een laag volume te zetten en houden. Trillingen: door een trillingsarm heisysteem toe te passen. Bijvoorbeeld boorpalen Met betrekking tot stikstofdepositie in het Natura2000-gebied kan ter verificatie een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd worden.

6.2 Bijzonder Provinciaal Landschap Bijzonder Provinciaal Landschap ligt op enkele km’s afstand vanaf de projectlocatie. De beoogde plannen kunnen geen invloed hebben op deze gebieden. Uit ecologisch oogpunt is er met betrekking tot het BPL-gebied geen bezwaar om de beoogde plannen uit te voeren

7 Conclusie/Advies 7.1 Conclusie/Advies/Tips Met betrekking tot de ecologie is er rekening houdend met de punten genoemd in de toetsing in hoofdstuk 5 en 6 geen bezwaar om de beoogde plannen uit te voeren. Gezien de aard en omvang van de beoogde plannen zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten en/of gebieden in de omgeving te verwachten. Ten alle tijden dient rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht.

7.2 Tips Om je steentje bij te dragen aan de natuur en biodiversiteit kunnen bij de nieuwbouw diverse maatregelen getroffen worden ten gunste van bepaalde soorten. Ook wel Natuurinclusief bouwen genoemd.

7.2.1 Nachtegaal De aanwezige begroeiing op het perceel dient zoveel mogelijk behouden te blijven en waar nodig versterkt te worden door aanplant duindoorn en heide en door het laten verruigen van delen. Daarnaast dient de variatie behouden te blijven (kruid-, struiken boomlaag).

7.2.2 Huismus / Gierzwaluw / Vleermuizen Maatregelen ten gunste van de Huismus / Gierzwaluw / vleermuizen: Creeën van openingen in dakranden of hang kasten op aan de gevels. Behoud of zorg voor een gevarieerde beplanting in de tuin (kruiden, struiken en bomen). Met voldoende schuilmogelijkheden voor de Huismus.

Afb 25: Locaties nestkasten of openingen in de dakranden ten gunste van huismussen of gierzwaluwen

Afb 26: Voorbeeld van vleermuiskasten en vogelkasten in een dakrandconstructie

Afb 27: Detail voor afbeelding 25

7.2.3 Rugstreeppad en Zandhagedis Zorg bij de inrichting delen met voldoende dekking van laatblijvende beplanting, bijvoorbeeld struikheide en duindoorn. Wissel af met kale delen grond en mulle zanddelen zodat de dieren kunnen opwarmen in de zon en zich in kunnen graven.

Voor de Rugstreeppad is het van belang dat er voorplantingswater in de buurt is, dit kan al zijn water in het naatgelegen park. Ook kan ervoor gekozen worden een vijver aan te leggen. Let hierbij op dat het ondiep (snel opwarmend water) is en dat er weinig vegetatie in gaat groeien. Voor aantrekking van de Rugstreeppad en de Zandhagedis is het belangrijk dat er een goed voedselaanbod is, dus voldoende insecten. Door de gevarieerde aanleg met diverse kruiden kan het aanbod van insecten vergroot worden. Raadzaam is het om bijvoorbeeld insectenhotels toe te passen.

Afb 27: Voorbeeld van een insectenhotel

7.3 Advies voor/tijdens de realisatiefase Bovenstaande maatregelen zijn indicatief. Graag adviseert Vonk Ecologie meer in detail als men verder wil met Natuurinclusief bouwen. Tevens toezicht tijdens de bouw voor een correcte uitvoering van de maatregelen behoort tot de mogelijkheden.

De Hout 42A 1607 HD Hem 1607 HD Hem De Hout 42A 1607 HD Hem

Tel

: 06 228 418 78

info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl

Rapport 22200218.r01 Bouwplan Parkweg 5S in Bergen aan Zee Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai

www.SPAWNP.nl

Rapport 22200218.r01 Bouwplan Parkweg 5S in Bergen aan Zee Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai

Datum Opdrachtgever

: :

Behandeld door : Adviseur en Goedgekeurd :

26 april 2023 Kubiek Ruimtelijke Plannen uit Veenendaal De heer ing. J. Flokstra De heer ing. L.F.A. Theuws

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110

info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015

| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

22200218.r01

PAGINA

1

INLEIDING

4

2

WET GELUIDHINDER EN GEMEENTELIJK GELUIDBELEID 2.1 Wet geluidhinder 2.2 Gemeentelijk geluidbeleid

4 4 7

3

GEGEVENS MET BETREKKING TOT HET AKOESTISCH ONDERZOEK 3.1 Weg(verkeer)gegevens 3.2 Stedenbouwkundige gegevens

7 7 8

4

GEHANTEERDE ONDERZOEKSMETHODE

8

5

RESULTATEN EN BESPREKING 5.1 Gezoneerde wegen: Zeeweg (50 km/uur-deel) 5.2 Niet-gezoneerde wegen: 30 km/uur wegen 5.3 Cumulatie geluid en Bouwbesluit

9 9 9 9

6

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

11

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

22200218.r01

FIGUREN 1

Situatie 1.1 Plangebied en de ruime omgeving 1.2 Indeling plangebied en de directe omgeving 1.3 Situatie, plattegronden, gevelaanzichten en doorsneden nieuwe woning

2

Akoestisch rekenmodel 2.1 Rekenmodel: ingevoerde items, incl. hoogtelijnen 2.2 Rekenmodel: ingevoerde items, excl. hoogtelijnen 2.3 Rekenmodel: ingevoerde Rekenpunten

3

Geluidbelastingen per gezoneerde weg

4

Geluidbelastingen per niet-gezoneerde weg

5

Gecumuleerde geluidbelastingen wegverkeer

BIJLAGEN 1

Overzicht verkeersgegevens

2

Invoergegevens akoestisch rekenmodel

3

Geluidbelastingen per gezoneerde weg

4

Geluidbelastingen per niet-gezoneerde weg

5

Gecumuleerde geluidbelastingen wegverkeer

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

1

22200218.r01

INLEIDING De bestaande woning aan de Parkweg 5S in Bergen aan Zee wil men slopen en vervangen door een nieuwe woning. Nabij het plangebied liggen enkele drukke wegen. Voor de ruimtelijke onderbouwing van de plannen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Wet geluidhinder, de Wet ruimtelijke ordening en het gemeentelijke geluidbeleid. Doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting binnen het plangebied, voor zover deze wordt veroorzaakt door het relevante wegverkeer. In afbeelding 1 en in figuur 1.1 is de ligging van het plangebied en de ruime omgeving weergegeven. In figuur 1.2 is de directe omgeving weergegeven. Afbeelding 1: Plangebied en de ruime omgeving

2

WET GELUIDHINDER EN GEMEENTELIJK GELUIDBELEID

2.1

Wet geluidhinder Zones langs wegen Volgens de Wet geluidhinder bevindt zich aan weerszijden van elke weg een geluidzone, waarvan de breedte afhankelijk is van het aantal rijstroken van de weg en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). Binnen deze zone gelden de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Als het stedelijk gebied wordt gedefinieerd: het gebied binnen de bebouwde kom, doch voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen), voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg, als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

22200218.r01

Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen), voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg, als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg. Voor de breedte van de geluidzones gelden de in tabel 1 gegeven waarden. Tabel 1: Overzicht zonebreedte Aard van het gebied

Aantal rijstroken

Zonebreedte aan weerszijden van de weg* [in m]

Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied

*

1 of 2

200

3 of meer

350

1 of 2

250

3 of 4

400

5 of meer

600

ook de ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone langs de weg.

Er is geen sprake van een zone langs een weg indien: de weg ligt binnen een als woonerf aangeduid gebied of voor de weg een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom. Er is geen sprake van de aanwezigheid van een auto(snel)weg, zodat er in de zin van de Wet geluidhinder sprake is van een stedelijk gebied. Het plangebied ligt in de geluidzone van de Zeeweg (50 km/uur-deel). Voor de Zeeweg (30 km/uur-deel), de Paulineweg, de Parkweg en de Transvaal geldt een maximale rijsnelheid van 30 km/uur. Ondanks het feit dat er geen sprake is van een geluidzone langs deze wegen, is in het voorliggende onderzoek de geluidbelasting vanwege deze wegen toch berekend. Dit omdat:  de gemeente in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing de belangen van het realiseren van het bouwplan af moet wegen tegen de mogelijke hinder door de geluidbelasting;  bij het realiseren van de woning deze geluidbelasting meegenomen kan worden bij de beoordeling van de geluidwering in het kader van een goed woonklimaat. De overige wegen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting.

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

22200218.r01

Grenswaarden voor geluidgevoelige bestemmingen binnen zones langs wegen De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (ook wel voorkeurswaarde genoemd) voor geluidgevoelige bestemmingen (onder andere woningen, scholen, ziekenhuizen etc.) binnen zones langs wegen is 48 dB. In bijzondere gevallen, nader aangegeven in de Wet geluidhinder in artikel 83, is een hogere waarde mogelijk. De voorkeurswaarden en maximale ontheffingswaarden, waar in verschillende situaties aan moet worden voldaan, zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden wegverkeerslawaai Stedelijk gebied Woning

Nieuw

Weg

Voorkeurswaarde

Buitenstedelijk gebied

Maximale ontheffing

Voorkeurswaarde

Maximale ontheffing

Bestaand

48 dB

63 dB

48 dB

53 dB

Bestaand

Nieuw

48 dB

63 dB

48 dB

58 dB

Bestaand

Reconstructie

48 dB

68 dB

48 dB

68 dB

Nieuw

48 dB

58 dB

48 dB

53 dB

Nieuw

Burgemeester en wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Het vaststellen van een hogere waarde kan alleen als de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting, vanwege de weg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken woningen tot 48 dB onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Het voorliggende plan is gelegen in stedelijk gebied. De maximaal toelaatbare geluidbelasting voor de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen is 63 dB. De nieuwe woning wordt gerealiseerd ter vervanging van een bestaande woning. Voor vervangende nieuwbouw in buitenstedelijk gebied geldt als ten hoogste toelaatbare geluidbelasting 68 dB, met als voorwaarde dat de vervanging niet l leidt tot:  een ingrijpende wijziging van de bestaande stedebouwkundige functie of structuur;  een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.

op

Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder In artikel 110g van de Wet geluidhinder is bepaald dat op het reken- of meetresultaat een aftrek mag worden toegepast in verband met het stiller worden van motorvoertuigen. De hoogte van deze aftrek is geregeld in artikel 3.4 van de regeling “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” van de minister van I&M, van 12 juni 2012 en de wijziging hiervan op 15 mei 2014.

Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

22200218.r01

Er geldt de volgende aftrek:  2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt.  3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is.  4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is.  5 dB voor de overige wegen.  0 dB bij het bepalen van de geluidwering van de gevels. In de toelichting op artikel 3.4 van de hiervoor genoemde regeling wordt de reden voor de te hanteren aftrek door de minister toegelicht. Kort samengevat wordt het verkeer in de toekomst stiller. Dit komt enerzijds door aanscherping van de Europese geluideisen aan voertuigen en banden en anderzijds omdat het aandeel hybride en elektrisch aangedreven auto’s groeit. Voor de beoordeling van de 30 km/uur wegen in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing is ook rekening gehouden met een aftrek van 5 dB. Dit ligt in de lijn met de bedoeling van de wetgever en het bepaalde in de Wet geluidhinder (RvSt-uitspraak 201304862/3/R2, d.d. 29 juli 2015).

Bij de bepaling van de gecumuleerde geluidbelasting, in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing, is net als bij gezoneerde wegen een aftrek van 0 dB toegepast. Hierdoor zal bij de bepaling van de geluidwering van de gevels van geluidgevoelige gebouwen, uitgegaan worden van de maximaal optredende geluidbelasting, zonder correcties. Cumulatie geluidbronnen Volgens de Wet geluidhinder mag een hogere waarde dan de voorkeurswaarde (48 dB wegverkeer, 55 dB railverkeer en 50 dB(A) industrielawaai) alleen worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting (artikel 110a, lid 6). Of er sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting, is ter beoordeling van burgemeester en wethouders van de gemeente.

2.2

Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Bergen heeft richtlijnen vastgelegd voor het vaststellen van hogere waarden (MRA beleidsnotitie procedure hogere grenswaarden, vastgesteld d.d. 7 juni 2012). Indien de berekende geluidbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, moet er voldaan worden aan deze richtlijnen.

3

GEGEVENS MET BETREKKING TOT HET AKOESTISCH ONDERZOEK

3.1

Weg(verkeer)gegevens Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van door de gemeente Alkmaar verstrekte informatie. In bijlage 1 zijn de verkeersgegevens uitgewerkt. Voor het onderzoek is uitgegaan van het jaar 2033. In tabel 3 zijn de onderzochte wegen weergegeven.

Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

22200218.r01

Tabel 3: Overzicht van de weggegevens Wegnaam

Wegdektype

Maximaal toegestane rijsnelheid [km/uur]

Zeeweg (50km/uur)

Elementenverharding in keperverband

50

Zeeweg (30km/uur)

Elementenverharding in keperverband

30

Paulineweg

Elementenverharding in keperverband

30

Parkweg

Elementenverharding in keperverband

30

Transvaal

Elementenverharding in keperverband

30

De wegen liggen vrijwel op dezelfde maaiveldhoogte als die van het bouwplan. De wegen hebben geen hellingen van betekenis. 3.2

Stedenbouwkundige gegevens Voor het uitvoeren van het onderzoek is gebruik gemaakt van diverse digitale tekeningen van het onderzoeksgebied en de directe omgeving. Dit materiaal is voor de duur van het onderzoek beschikbaar gesteld via Kubiek Ruimtelijke Plannen uit Veenendaal. De hoogtes van gebouwen en overige stedenbouwkundige gegevens, die niet beschikbaar waren via de hiervoor vermelde tekeningen, zijn verkregen online bronnen, zoals Google Maps (Street View),3DGeluidbestand van het Kadaster en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De nieuwe woning bestaat uit maximaal drie bouwlagen (zie figuren 1.3.1 t/m 1.3.10). In het gebied, waarbinnen de berekeningen zijn uitgevoerd, is de bodem als akoestisch zacht beschouwd, met uitzondering van die locaties waar sprake is van een akoestisch harde bodem, zoals de wegen, terreinverhardingen, waterpartijen, fiets- en voetpaden. Alle relevante afschermende en reflecterende objecten zijn in beschouwing genomen.

4

GEHANTEERDE ONDERZOEKSMETHODE Voor het akoestisch onderzoek is een 3D-rekenmodel opgesteld van het onderzoeksgebied (zie de figuren 2.1, 2.2 en 2.3). Met behulp van dit rekenmodel zijn de benodigde berekeningen uitgevoerd. Dit is gedaan in overeenstemming met de in bijlage III van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” gegeven rekenmethode 2. Berekend zijn de geluidbelastingen uitgedrukt in Lden. De berekeningen zijn uitgevoerd met één reflectie en een zichthoek van 20. In het rekenmodel zijn de gebouwen beschouwd als blokken met een reflectiecoëfficiënt van 0,8 en een tophoekcorrectie van 0 dB. Binnen het onderzoeksgebied zijn de waarden van de geluidbelasting bepaald op alle gevels van de nieuwe woning. Dit is gedaan op de hoogtes 1,5 m, 3,8 m en 7,0 m boven het plaatselijk maaiveld (telkens 1,5 meter boven vloerpeil). De posities van de rekenpunten zijn gegeven in figuur 2.3. Behalve in de hiervoor genoemde figuren, zijn de invoergegevens van het rekenmodel ook gegeven in bijlage 2.

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

22200218.r01

Gezien de hoeveelheid data, zijn de invoergegevens van de hoogtelijnen niet opgenomen als bijlage in deze rapportage. Indien gewenst stellen wij het akoestisch rekenmodel ter beschikking aan het bevoegd gezag.

5

RESULTATEN EN BESPREKING

5.1

Gezoneerde wegen: Zeeweg (50 km/uur-deel) In figuur 3 en in bijlage 3 zijn de berekende geluidbelastingen weergegeven. Uit de resultaten blijkt dat de nieuwe woning een geluidbelasting (Lden) zal ondervinden van maximaal 28 dB. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de nieuwe woning vanwege het verkeer op de Zeeweg lager zal zijn dan de voorkeurswaarde. De Wet geluidhinder vormt dan ook geen belemmering voor het realiseren van de nieuwe woning.

5.2

Niet-gezoneerde wegen: 30 km/uur wegen In de figuren 4.1 t/m 4.4 en de bijlagen 4.1 t/m 4.4 zijn de berekende geluidbelastingen weergegeven vanwege het verkeer op respectievelijk de Zeeweg (30 km/uur-deel), de Paulineweg, de Parkweg en de Transvaal. Hieruit blijkt dat bij de nieuwe woning geluidbelastingen optreden van maximaal:    

37 dB vanwege het verkeer op de Zeeweg 32 dB vanwege het verkeer op de Paulineweg 41 dB vanwege het verkeer op de Parkweg 32 dB vanwege het verkeer op de Transvaal

- figuur 4.1 en bijlage 4.1; - figuur 4.2 en bijlage 4.2; - figuur 4.3 en bijlage 4.3; - figuur 4.4 en bijlage 4.4.

Vanwege het verkeer op de 30 km/uur-wegen zal de geluidbelasting ruim lager zijn dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen. Op basis hiervan wordt gesteld dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de 30 km-wegen aanvaardbaar is. In verband met een goede ruimtelijke ordening en een goed woonklimaat is het aan te bevelen om bij de bepaling van de geluidwering van de gevels rekening te houden met de bijdrage van deze 30 km/uur wegen. Dit kan door bij het ontwerp van de nieuwe woning rekening te houden met de geluidbelasting.

5.3

Cumulatie geluid en Bouwbesluit Om te voldoen aan de eisen uit Bouwbesluit 2012, moet een voldoende karakteristieke geluidwering (GA;k) van de gevels worden bereikt. Bij het ontwerp van nieuwe woningen moet hier rekening mee worden gehouden. In Bouwbesluit 2012 worden eisen gesteld aan de karakteristieke geluidwering GA;k van de uitwendige scheidingsconstructies van de verblijfsgebieden en verblijfsruimten in nieuw te bouwen woningen. Deze eisen zijn voor:  verblijfsgebieden: GA;k = [geluidbelasting Lden - 33 ], met een ondergrens van 20 dB;  verblijfsruimten: GA;k = [geluidbelasting Lden - 35 ].

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

22200218.r01

Volgens Bouwbesluit 2012 hoeft bij de bepaling van de geluidwering van de gevels alleen rekening gehouden te worden met de vastgestelde hogere grenswaarde. Bij de bepaling van een vereiste waarde van de geluidwering mag de aftrek, volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder, niet in rekening worden gebracht en moet worden uitgegaan van alle geluidbronnen waarvoor een hogere waarde vastgesteld moet worden. In de voorliggende situatie zou niet getoetst hoeven te worden aan de eisen uit het Bouwbesluit. Vanuit een goed woon- en leefklimaat is het aan te bevelen om uit te gaan van de totale gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle relevante wegen (alle onderzochte wegen). In figuur 5 en in bijlage 5 is deze cumulatie weergegeven. Hieruit blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting maximaal 47 dB bedraagt. Dit betekent dat de karakteristieke geluidwering van de verblijfsgebieden minimaal 20 dB moet bedragen (47 dB – 33 dB = lager dan de ondergrens). Normaliter wordt met moderne standaard bouwmaterialen (dubbele beglazing, geïsoleerd dak, normale ventilatie voorzieningen, die voldoen aan een geluideis van Rq;a ≥ 0 dB) voldaan aan de minimale geluidwering van de gevels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5106/documents/39875