CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij- Bijlage bij de toelichting.pdf

Algemene Raadscommissie 8 februari 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 3: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan uitbreiding hotel Golfzang te Egmond aan Zee16.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitbreiding hotel Golfzang Boulevard ir. De Vassy te Egmond aan Zee

bestemmingsplan Uitbreiding hotel Golfzang Boulevard ir. De Vassy te Egmond aan Zee

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Bureauonderzoek archeologie

4

Bijlage 2

Aanvullend archeologisch onderzoek

32

Bijlage 3

Stedenbouwkundig advies

33

Bijlage 4

Parkeerbalans

38

Bijlage 5

Bodemonderzoek

40

Bijlage 6

Onderzoek stikstofdepositie

79

Bijlage 7

Aanmeldnotitie m.e.r.

97

Bijlage 8

Situatietekening laad- en losplaats

108

Bijlage 9

Watervergunning

110

Bijlage 10

Bezonningsstudie

119

Bijlage 11

Nota zienswijzen

120

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Uitbreiding hotel Golfzang Boulevard ir. De Vassy te Egmond aan Zee

Bijlagen bij de toelichting

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Uitbreiding hotel Golfzang Boulevard ir. De Vassy te Egmond aan Zee

Bijlage 1 Bureauonderzoek archeologie

4

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Egmond, Boulevard-Noord

Bureauonderzoek naar de archeologische waarde van een bouwperceel gelegen aan de Boulevard-Noord te Egmond.

1

Opdrachtgever: Swan Art & Build (dhr. J.Swan)

Uitvoerder: Archeocultura (F.Diederik)

Archeocultura rapport nummer 107

Schagen, september 2012

2

Inhoudsopgave:

Inleiding

pag 4

Beschrijving van het terrein en de bestemming

pag 5

Historie van het terrein

pag 5 – 6

Geologie

pag 6 – 11

Bewoningsgeschiedenis Prehistorie en Romeinse Tijd

pag 12 – 13

Vroege Middeleeuwen

pag 14 – 15

Late Middeleeuwen

pag 16

Nieuwe Tijd

pag 17 pag 18 – 19

Een poging tot landschapsreconstructie pag 20

Naamgeving Archeologische verwachting

pag 21 – 25

Aanbevelingen

pag 25

Noten

pag 26

Geraadpleegde literatuur

pag 27

Afb 1. (schutblad) Google Earth opname van de ligging van het plangebied .

3

Inleiding Van de Egmonden is Egmond aan Zee zeker niet de jongste vestigingsplaats, maar zou de stichting er van teruggaan tot 977 . De gehele Middeleeuwen door is Egmond een vissersplaats geweest die hard te lijden heeft gehad van de teruglopende kustlijn, en net als vele andere plaatsen die dicht aan zee lagen, telkenmale landinwaarts herbouwd. Vanaf het begin van de twintigste eeuw liep de visserij sterk terug, maar kwam de badcultuur sterk op, zodat Egmond aan Zee zich voor het eerst in eeuwen weer kon ontwikkelen. Deze ontwikkeling kan vanwege welstandelijke eisen natuurlijk niet ongebreideld voortgaan, reden waarom de Gemeente Bergen, waaronder Egmond valt, eisen heeft opgesteld ten aanzien van de eventuele aantasting van het cultuurhistorische en archeologisch archief op haar grondgebied. 1 Mede in dit licht bezien moet er een goede afweging worden gemaakt tussen de verschillende waarden zoals die zijn beschreven en plannen voor wijziging van bebouwing. Zo zal in dit rapport worden ingegaan op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en de eventuele aantasting daarvan door de nieuwbouwplannen zoals die worden ontwikkeld voor het perceel Boulevard-noord nummer 9.

1

Cultuurhistorische nota Bergen 2009

4

Afb 2. De situatie in 2009 op de hoek van de Emmastraat en de Boulevard Ingenieur de Vassy.

Beschrijving van het terrein en bestemming Het perceel is gelegen in de gemeente Bergen, Egmond aan Zee Sectie A 1437 en is particulier eigendom. De opstallen bestonden tot voor kort uit enkele hotels en horecagelegenheden. Het perceel maakt deel uit van de uitleg van Egmond uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. De inmiddels gesloopte bebouwing stamde uit de jaren ’70. Het plangebied bevindt zich binnen de contour van een gebied met archeologische waarden.2

2

Volgens de plankaart regime Archeologie III

5

Historie van het terrein Op de militaire kaart uit 1858 zien we het ‘Derp’ liggen, temidden van onbebouwde duinen; speciaal naar het noorden toe is de situatie volledig ongerept.

Afb 3 Militaire kaart 1858 (‘nette’ gedrukte kaart)) met daarop het dorp.

Duidelijk is op deze kaart ook de oude straatweg naar Alkmaar te zien, maar ook de Hereweg die de voornaamste route was langs de kust. Op de iets oudere kadastrale kaart die rond 1813 werd vervaardigd, zien we eigenlijk hetzelfde beeld: in het westen de restanten van het steeds verder 6

afbrokkelende oude dorp en twee straten die parallel aan de straatweg lopen en waarlangs de bewoning zich verder oostwaarts begeeft. Aardig detail op deze minuutplan is dat in een latere hand enkele lijnen zijn toegevoegd die de terugvallende kustlijn markeren in 1821 en 1828.

Afb 4 Kadastrale minuutplan plm.1820, met daarop de contouren van het dorp, die nauwelijks zijn gewijzigd ten opzichte van de kaart uit 1858

Afb 5 Detail van de Kadastrale minuutplan met daarop aangegeven hoe de kust was ingetekend in 1813 en hoe zij liep in 1821 en 1828.

7

.

Op de kaart van Uitwaterende Sluizen die het kaartbeeld van rond 1680 geeft, zien we het gehele oude dorp nog terug; de knik in de straatweg is de huidige kustlijn geworden. Naast de bebouwing aan weerszijden van de Straatweg en een zestal losse huizen zijn er geen plekken in Egmond aan Zee die (Middeleeuwse) bebouwing gehad kunnen hebben.

Afb 6 Kaart van Dou uit 1680 met het oude dorp op de rand van duin en strand.

De twee straten die we op de kaart uit 1813 zien, waren nog niet aangelegd. De duingebieden aan de zuid- en noordzijde zijn ‘woest en ledig’.

8

Geologie Tijdens de verschillende ijstijden in het pleistoceen lag de zeespiegel ruim 80 meter lager dan tegenwoordig. Het zeewater was toen namelijk opgeslagen in grote ijskappen in Canada en Noord-Scandinavië. Het Noordzee bekken lag grotendeels droog en er was sprake van een toendra-achtige vlakte, waarvan ook het onderzoeksgebied onderdeel uitmaakte. Door de relatief snelle temperatuurstijging aan het einde van het pleistoceen (circa 11.000 tot 9.000 voor Chr.) smolten de ijskappen en steeg het niveau van de zeespiegel sterk. De afnemende druk van de smeltende ijskappen leidde tot een stijging van de bodem in Scandinavië. Om het zogenaamde isostatische evenwicht in de aardkorst te compenseren, daalde hierdoor de bodem in Nederland. In het Nederlandse kustgebied vond dan ook een relatief grote zeespiegelstijging plaats. Vooral in het Atlanticum (7.000 tot 3.900 voor Chr.) werd door een blijvende stijging van de zeespiegel een dik pakket afzettingen gevormd. Voor de kust van Noord-Holland lag echter, door de relatief hoge ligging van het pleistocene zand, een gesloten duinenboog die ter hoogte van Bergen begon en doorliep tot en met Vlieland. Hierdoor heeft het onderzoeksgebied vooral te maken gehad met het getijdengebied dat zich ten zuiden van Alkmaar vormde. Dit getijdenbekken verplaatste zich door de stijging van de zeespiegel steeds verder landinwaarts.

Langs de randen hiervan bevond zich een moerassige zone waarin zich laagveen vormde (basisveen). Pas vanaf ongeveer 3900 voor Chr. steeg de zeespiegel minder snel en werd de getijdengeul die van onder Bergen tot voorbij Schagen liep, langzaam opgevuld met zand en klei.

9

Afb 7 Landschappelijke situatie in het midden van de Bronstijd. Duidelijk is te zien dat het plangebied zich in deze periode geheel in het water bevond.

In de lagune achter de kustlijn was opnieuw sprake van veengroei (Hollandveen) in de voormalige getijdenbekkens. Omdat de kustlijn nog niet geheel gesloten was (de zeegaten van Bergen en van Alkmaar waren deels nog open) en de zeespiegel nog wel steeg, heeft de zee de laagveenmoerassen van tijd tot tijd opgeruimd. Hierdoor kon het achterliggende gebied blijven ontwateren, daalde het oppervlak en werd het laagveen door de zee overstroomd. Tijdens deze overstromingen werden klei en slib afgezet. Deze afzettingen zorgden voor ophoging van het gebied waardoor de zee weer minder invloed kreeg en zich een nieuw veengebied kon ontwikkelen. Door deze afwisseling ontstond een gelaagd pakket van veen en klei- en zandafzettingen doorsneden door getijdengeulen. Van deze geulen zijn twee hoofdtakken in Noord-Holland te onderscheiden. Eén van de zijtakken heeft in de richting van Schagen gelegen. Rond 1.800 voor Chr. was er tijdelijk weinig 10

zeewaterstijging en had de zee geen invloed meer op het achterliggende gebied van geulen, kwelders en laagveen. Hierdoor werd bewoning mogelijk op de hoger gelegen kreekruggen, maar ook op de dicht aan zee gelegen strandwallen. Er vonden voorlopig geen grote inbraken meer plaats en de veenmoerassen veranderden in hoogveenkussens. Rond 1600 v Chr. is er echter een korte periode geweest van verhevigde zee-invloed, waardoor vrijwel het gehele westelijk deel van de voormalige lagune opnieuw werd afgedekt door een laag zavelige klei. Na 1600 was bewoning in het gebied achter het voormalige zeegat van Bergen door verhoging van de grondwaterstand en toenemende vernatting niet meer mogelijk. Pas toen het gehele gebied achter de strandwallen was bedekt door veenkussens die een gemiddelde dikte van ruim een meter hadden en de afwatering door een stelsel van veenriviertjes werd verzorgd, kon de mens ook oostelijk van de strandwallen gaan wonen. Dit heeft plaatsgevonden rond 400 v. Chr. Vanaf die tijd is de latere rivier de Rekere de hoofdslagader van de achterland, terwijl de gebieden verder oostelijk onbegaanbare veenmoerassen waren. Het plangebied ligt net op de overgang van een uitloper van de haakwal van Bergen en de oude (hoofd)getijdengeul.

Afb 8 Situatie rond 500 v. Chr., waarbij duidelijk is dat de kust waarop Egmond aan Zee zich bevindt, zich inmiddels voldoende ontwikkeld heeft.

11

In het begin van de jaartelling is er een opening in de kust ontstaan die zorgt voor een goede afwatering van het achterliggende gebied; hierdoor wordt de mogelijkheid van bewoning er van groter, zoals ook blijkt uit inheemsRomeinse vindplaatsen in Egmond-Binnen. Maar ook de jong ontwikkelde strandwallen bij Egmond, zouden de potentie voor bewoning kunnen hebben.

Afb 9 Situatie in het begin van de Romeinse Tijd. De strandwallenkust is gesloten en in vochtige valleien was landbouw goed mogelijk.

In de derde eeuw na Chr. neemt echter op veel plaatsen de wateroverlast toe en worden de laagst gelegen woonplaatsen in het achterland overstroomd, waardoor een dun laagje zeer vette klei wordt afgezet. Ook op de lagere delen van de strandwallen zal bewoning moeilijk zijn geworden. Op hoger gelegen plaatsen weet zich de bewoning te handhaven tot ver in de vierde eeuw. Waarschijnlijk is dit alles het gevolg van het weer verstopt raken van de opening in de kust. 12

In de Vroege Middeleeuwen is het gebied tussen de kust en de strandwal van Heiloo waarschijnlijk erg nat en moerassig. Vanaf 1000 begint de kust echter landinwaarts te verstuiven en ontstaan er duinen die grote delen van de oude strandwallen, maar ook zelfs delen van het veengebied afdekken. Ook de afwatering komt hierdoor in de knel. Een stijgende zeespiegel zorgt voor overstromingen in het estuarium van de Rekere/Zijpe. De oudste overstromingen zorgden voor de afzetting van een zeer zware klei (pikklei). In deze periode zijn de eerste kaden en (lage) dijkjes aangelegd langs het bestaande, deel nog natuurlijke, afwateringssysteem. In de twaalfde en dertiende eeuw was er echter sprake van hevige overstromingen waardoor grote delen van het landschap werden afgedekt door een dikke laag zavelige klei.

Afb 10. De Egmonden rond 800 n. Chr. ; hier valt duidelijk de tweedeling in hoger gelegen gronden en het moeras- of veengebied te zien. De afwatering was een probleem geworden omdat de afvoer zuidwaarts was geblokkeerd. Egmond aan Zee zal daar weinig last van hebben gehad.

13

Afb 11. Situatie rond 1500 n. Chr. Waarbij de Berger- en Egmondermeer duidelijk nog de laagste punten in het landschap zijn en de kuststrook is overstoven door jonge duinen.

De oude strandwallen en een deel van de lage (veen of kwelder) gebieden oostelijk daarvan worden tussen 1000 en 1500 overstoven en aan de kust ontstaan de (Jonge) Duinen. Gevolg van het naar binnen waaien van de kust is het oostwaarts lopen van de kustlijn; op sommige plaatsen langs de kust, zoals bij Schoorl, is waarschijnlijk ruim 5 kilometer kust verdwenen. Bij Egmond is dit minder geweest, maar voor een dorp dat al aan zee lag, had deze afslag desastreuse gevolgen.

14

Bewoningsgeschiedenis Prehistorie en Romeinse Tijd Het gebied dat beheerst werd door de invloed van het Gat van Bergen, kwam rond 1800 v. Chr. in een rustige situatie; zee invloed was zeer gering en in de diepste gedeelten, die vol water stonden of erg vochtig waren, ontstonden rietmoerassen, die na verloop van tijd begroeid raakten met rietbos en vervolgens met veenmos. Op de hogere en dus drogere delen in het gebied kon worden gewoond, hetgeen recentelijk is aangetoond door verspreid voorkomend materiaal uit de Late Bronstijd.3 Ook is het zeer aannemelijk dat op de oudste strandwallen al in de Bronstijd kon worden gewoond, maar binnen het plangebied was dat zeker niet het geval. Op de plaats van Egmond aan Zee, was toen nog open water. Waarschijnlijk is toen al een voorloper van de Rekere van belang geweest voor de afwatering van het gebied, toen nog naar het zuiden toe, uitmondend in een breed estuarium. De bewoningsmogelijkheden dicht in de buurt van de afwatering waren goed, maar toen het zeewaterniveau rond 1500 v. Chr. weer steeg, stagneerde de afwatering via de geulen, werd het gebied te vochtig en verdween de bewoning. Door de natte omstandigheden kon het veengebied achter de strandwallen zich verder uitbreiden en ontstonden daar veenkussens volgezogen met water. De strandwallen werden vanaf 800 v. Chr.

weer bewoond, maar het achterland was nog veel te nat en zeker in het plangebied bevond men zich dicht bij (open) water, of zelfs nog binnen een dagelijks overstromend waddengebied. In de vijfde eeuw voor de jaartelling functioneerde de afwatering beter en liep nu naar het noorden toe in de 3

In het zuidelijk deel van het estuarium is een Bronstijdnederzetting van rond 1800 v. Chr. onderzocht, maar ook bij Schagen waren er goede mogelijkheden voor bewoning.

15

richting van Schagen en verderop tot boven Callantsoog waar zich de monding (de Sipe) bevond. Door een ontstane opening in de kust aan het begin van de jaartelling waren delen van het eerst zo lage en natte gebied nu beter ontwaterd, getuige vondsten uit de Late IJzertijd en Romeinse Tijd bij Egmond Binnen. Op de kust waren altijd mensen blijven wonen en die vestigden zich nu bijvoorbeeld aan de oostzijde van de Rekere, daar waar het hoogveen door kleine beken werd ontwaterd. De bewoning wist zich in de omgeving van de Rekere gedurende vele eeuwen te handhaven, maar verdwijnt waarschijnlijk even voor 300 n. Chr. wegens hernieuwde wateroverlast. Ook de strandwallenkust zal last hebben gekregen van de hogere waterstand. Het gebied onder de Haakwal van Bergen veranderde in, of bleef een te vochtig terrein voor bewoning.

Afb 12. Inheems aardewerk uit de Romeinse tijd zoals dat in geheel NoordHolland voorkomt.

16

Vroege Middeleeuwen Hoewel continuïteit van bewoning niet valt uit te sluiten, zijn daar echter nog geen concrete bewijzen voor te vinden, zodat mag worden aangenomen dat het gehele veengebied áchter de kust enige tijd onbewoonbaar is geweest.4 De bewoners van de kust ging het blijkbaar (nog steeds) goed, want al in de zevende eeuw was de streek tussen Bergen en Hargen dusdanig dicht bevolkt, dat men zich wederom aan de oostoever van de Rekere vestigde. Van de strandwallen van Egmond is dat nog niet hard aangetoond, maar naamgeving en vroege vermeldingen en kerkstichtingen wijzen er op dat reeds in de Vroege Middeleeuwen de kust bij de Egmonden intensief werd bewoond.5 Veel bewijs is daar nog niet voor gevonden, maar kusterosie kan veel hebben vernietigd, of anders ligt de Vroeg-middeleeuwse bewoning verscholen onder de Jonge Duinen. Dit is in geheel Holland namelijk het geval en recentelijk is daar in Schoorl nog weer eens bewijs voor geleverd door de ontdekking van een uitgestrekt akkercomplex met behuizing.6

4

Diederik 2002 p 37 De stichting van het klooster en namen als Rinnegom en Wimmenum, die teruggaan op ‘heem’namen, zijn een bewijs voor Vroeg-Middeleeuwse menselijke activiteit 6 Aan de Burgemeester Peecklaan werd door de samensteller van deze studie in een tiental bouwputten bewoning aangetoond uit de vijfde tot en met de tiende eeuw; daarna werden de akkers door bijna twee meter stuifzand bedekt. 5

17

Afb 13.

Globale banne-indeling rond het jaar 1000,waarbij goed zichtbaar is dat

tussen de kust en de strandwal van Heiloo een moerassig gebied via een stelselmatig aangelegd slotensysteem werd ontwaterd naar de Rekere ten Noorden van Alkmaar. Ook de Hereweg was een basis van waaruit ontginning en verkaveling plaatsvond. De stippen zijn plaatsen waar nederzettingen van voor het jaar 1000 zijn gevonden. (naar Diederik 1989)

Op welk moment stelselmatig werd begonnen met de inrichting van het land in langgerekte stroken, valt niet precies te zeggen, maar waarschijnlijk is dat in de Karolingische periode begonnen. Zeker na de kerstening in het begin van de achtste eeuw zal de kerk daar een belangrijke hand in hebben gehad. Het Friese Schoutenrecht bepaalde onder andere dat één tiende van alle ontgonnen land aan de kerk moest worden gegeven, zodat de kerk land kon verpachten om daar inkomsten uit te genereren. Blijkbaar had ook de Graaf van Holland flinke delen van het gebied in eigendom; hij schonk er immers een zeer aanzienlijk deel van aan het door hem gestichte Klooster in Egmond Binnen. Maar ook de vestiging van het kasteel dat later door de familie Egmond zou worden bewoond, gaat waarschijnlijk terug op eigen bezit van de Graaf. De bouw van een versterking was immers bedoeld als huisvesting van diens ‘Advocatus’, wiens taak het was het klooster en de landerijen te beschermen. 18

Ook de stichting van het dorp zelf wordt toegeschreven aan het vrijgeven van ‘kerkeland’ van het klooster, waar de eerste bewoners zich mochten vestigen.7 Late Middeleeuwen Het is niet waarschijnlijk dat de vroegste bewoners van Egmond aan Zee zich volop bezig hebben gehouden met de visvangst, maar veelal zullen zij agrarische activiteit hebben ontplooid, zoals vrijwel iedereen langs de kust wonend. De belangrijkste verbinding over de kust was de Heerweg of Hereweg, een route die al sinds de Bronstijd bestond. Niet bij voortduring over exact hetzelfde wegdek, maar wel dezelfde richting volgend. De globale verkaveling ten westen en ten oosten van deze weg, laat zien dat deze inderdaad als as is gebruikt. Het verloop van belangrijke waterlopen, secundaire wegen en kades, maar zeker ook oude grenzen laten deze indeling zien. De Straatweg tussen Egmond op den Hoef en Egmond aan Zee, volgt ook globaal de inrichting van het land. Het is een bewijs dat Egmond aan Zee en de route er naar toe, past in het Vroegmiddeleeuwse landschap.8 De overstuiving van het vroegmiddeleeuwse landschap moet wel van bijna bijbelse proporties zijn geweest, aangezien duinen van 15 meter hoogte nu liggen op de plaats van het dorp. Zoals eerder al vermeld, was de kustafslag een minstens zo groot gevaar.

Afb 14 De gereconstrueerde terugloop van de kustlijn vanaf 1679 7 8

In Schoorl werd aangetoond dat wegen, ondanks dat er twee meter stuifzand op was geblazen, nog steeds op dezelfde lek liggen als meer dan duizend jaar geleden. Diederik 2009

19

Afb 15. Wegen, water en grenzen laten de verkavelingsrichting van de Vroege Middeleeuwen zien.

20

Archeologische verwachting Het raadplegen van Archis9 leverde geen enkele archeologische waarneming op in de directe omgeving van het plangebied. Prehistorie Omdat onze kennis over het landschap in de lagune ten zuiden van het Gat van Bergen ontoereikend is voor wat betreft de Bronstijd, valt er nauwelijks een voorspelling te doen naar het mogelijke voorkomen van nederzettingen uit deze periode. Het meest waarschijnlijke is een waddengebied of zelfs (open) zee. Sporen uit de (Late) IJzertijd zijn alleen aangetroffen op flinke afstand maar het is, geenszins uitgesloten dat ze aanwezig zijn in het plangebied. Pas aan het eind van de Late IJzertijd zou er bewoning op de tot strandwal opgehoogde kwelder geweest kunnen zijn. Romeinse Tijd Ook voor de Romeinse Tijd geldt, dat pas op afstand enkele vondstmeldingen uit deze periode bekend zijn10. Ook bij het onderzoek aan de Herenweg 66 in Egmond Binnen11 zijn sporen aangetroffen die aangeven dat ter plaatse werd geakkerd, maar dat elders in de omgeving werd gewoond. Prehistorische sporen die bij Hargen op het strand werden aangetroffen, bevonden zich ongeveer op de hoogwaterlijn. We mogen stellen dat het eventueel aantreffen van sporen of materialen uit deze periode niet onmogelijk is.

9

Archis is de archeologische database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ten Zuiden van de Hoevervaart is een cultuurlaag uit prehistorie of Vroege Middeleeuwen aangetoond. Raaprapport 73 11 Hollandia rapport 2012, P.Floore. 10

21

Vroege Middeleeuwen De kennis over Vroegmiddeleeuwse terreinen in Egmond is zo klein, dat slechts verondersteld kan worden dat sommige van de in boringen en ontsluitingen aangetroffen cultuurlagen deel uitmaken van akkercomplexen uit deze periode. Tot nog toe werden geen nederzettingsterreinen uit de vroege Middeleeuwen gesignaleerd. Echter, de opgraving van een dergelijke akkerlaag in Schoorl12 heeft geleerd dat huizen soms zonder veel strooiing van afval er rond omheen, tussen de akkers stonden. Late Middeleeuwen De bewoning van het gebied in de Late Middeleeuwen, heeft zich voornamelijk afgespeeld in het oude, in zee verdwenen dorp. Het plangebied is vrij zeker altijd (stuif)duin geweest.

Nieuwe Tijd Ook in de Nieuwe Tijd is er op kaartmateriaal niets te ontwaren van bewoning of andere menselijke activiteit ten noorden van het dorp, tot aan het begin van de twintigste eeuw, toen het strandleven tot ontwikkeling kwam en er met name door de beter gesitueerden huizen voor verblijf in de zomermaanden werden gebouwd. Zo is er zelfs een prestigieus badhotel geweest. Door de Tweede Wereldoorlog is bijna alles van de bebouwing die aan zee lag, 12

Burgemeester Peecklaan, eigen waarneming; nog geen rapport.

22

verdwenen omdat dit moest plaatsmaken voor de verdedigingswerken van de ‘Atlantikwal’ . Na de oorlog werd snel begonnen met het herstel. Ook de nog steeds teruglopende kustlijn baarde zorgen, hetgeen er toe heeft geleid dat in 1990 en in 2011 grote zandsuppleties aan het strand moesten worden uitgevoerd.

Afb 13. De Boulevard eind jaren ‘30 van de vorige eeuw; later zou een grote zandsuppletie het beeld wijzigen.

23

Conclusies en aanbevelingen prehistorie en Romeinse Tijd De terreingesteldheid in de prehistorie en Romeinse Tijd, was van dien aard dat het aantreffen van huisplaatsen en erven onwaarschijnlijk is; wel is het heel wel mogelijk dat op de overgangszone van hoger gelegen strandwal en kwelder akkercomplexen verwacht kunnen worden. Deze zullen, ten gevolge van overstuiving door zand in de Late Middeleeuwen, mogelijk redelijk diep liggen ten aanzien van het huidig maaiveld. Ook is ongewis wat de invloed is geweest van de geul die in de Romeinse Tijd in verbinding stond met de zee; heeft deze gezorgd voor ontwatering of juist voor wateroverlast? Vroege Middeleeuwen Hoewel de terreingesteldheid in de Vroege Middeleeuwen onbekend is – was er voldoende of juist onvoldoende mogelijkheid tot ontwateren - zouden er ook grondlagen aanwezig kunnen zijn die geschikt waren voor de aanleg van akkers. Als nu, qua hoogteligging van dit terrein een vergelijk wordt gemaakt met de hoogteligging van de akkers in Schoorl aan de Burgemeester Peecklaan, zijn er significante verschillen: De akkers in Schoorl lagen op een hoogte van 2 meter + NAP, terwijl het maaiveld in Egmond aan Zee op ruim 14 meter NAP ligt. Zo ook hier de vroegmiddeleeuwse lagen op 2 meter liggen, worden ze afgedekt door 12 meter zand.

Late Middeleeuwen Behalve de plaats van het verdwenen dorp zijn er geen aanwijzingen voor bewoning ten noorden hiervan in het duingebied. In de gehele Late Middeleeuwen hebben de duinen gestoven en is het ook niet waarschijnlijk dat ze voor agrarische doeleinden werden gebruikt, met uitzondering van enkele vochtige valleien. Het is niet aannemelijk dat dergelijke valleien zich dicht bij de zee hebben bevonden. Bovendien zijn dergelijke akkertjes archeologisch zeer moeilijk vast te stellen.

24

Nieuwe Tijd Voor wat betreft de agrarische activiteit zoals die hierboven werd gesteld voor de Late Middeleeuwen, geldt hetzelfde voor de Nieuwe Tijd. Alleen weten we nu, door vergelijking van kaartbeelden dat zich binnen het plangebied geen valleien hebben bevonden en dat akkercomplexen zeer onwaarschijnlijk zijn. Door de bouw in de jaren ‘70 en ’80 en de afbraak zeer recent, is het onwaarschijnlijk dat zich nog resten van de twintigste-eeuwse bebouwing, zowel civiel als militair in de bodem bevinden.

Conclusie De dikte van de nieuwe duinen ter plekke van Boulevard Noord nummer 9 zijn dusdanig dat geen enkel risico valt te verwachten voor aantasting van archeologie, zo die zich daar in de bodem bevindt.

25

Geraadpleegde literatuur Bergen, Egmond aan Zee en Boulevard, Voorontwerp bestemmingsplan 2009 Blok, D.P., 1974. De Franken in Nederland. Bussum. CocK, J.K. de, 1965. Bijdrage tot de historische geografie van Kennemerland in de middeleeuwen op fysisch-geografische grondslag. Arnhem. Cordfunke, E.H.P., 1984. Opgravingen in Egmond; de abdij van Egmond in historisch archeologisch perspectief. Zutphen. Cultuurhistorische Nota Bergen. Beleidsvisie op een gemeente met een grote cultuurhistorische erfenis. Beleidsnota Cultuurhistorie Gemeente Bergen 20092018 2018. Diederik, F. 1989. Archeo-logica, de archeologie van het noorden van NoordHolland in historisch en landschappelijk perspectief. Schoorl. Diederik, F. 2002. Schervengericht. Een onderzoek naar inheems aardewerk uit de late derde en vierde eeuw in de Kop van Noord-Holland. AWN reeks Nummer 3. Diederik, F., 2010: Bergen-Schoorl Burgemeester Peecklaan, in: De archeologische kroniek van Noord-Holland 2009, Provincie Noord-Holland, Haarlem, p. 29-30. Groesbeek, J.W., 1981. Middeleeuwse kastelen van Noord-Holland. Hun bewoners en bewogen geschiedenis. Grote Historische provincie Atlas 1:25000 1849-1859. 1992. Groningen Hof, J., 1973. De abdij van Egmond van de aanvang tot 1573. 's-GravenhageHaarlem: Hollandse Studiën 5.1. Kaartboek Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland 1745. Alphen aan de Rijn 1980. 26

Künzel, R.E., D.P.Blok en J.M.Verhoeff. 1989. Lexicon van Nederlandse toponiemen. Amsterdam. Soonius, C.M. 1995 . Herinrichtingsgebied Bergen-Egmond-Schoorl, een archeologische kartering, inventarisatie en waardering. RAAP-rapport 73 Soonius, C. 1996 Gemeente Egmond, Plangebied Mossellaan, een archeologisch onderzoek, RAAP Rapport 212 Verduin, J.T. 2012. Een archeologische opgraving (AO) aan de Herenweg 66 te Egmond-Binnen, gemeente Bergen. Hollandia rapport 401

Vos, P.C. 2011. Atlas van Nederland in het Holoceen. Onder redactie van Jos Bazelmans, Henk Weerts en Michiel van der Meulen. Amsterdam Online bronnen: www.Google voor ‘Maps’ en ‘streetview’ google earth www.ahn.nl www.historischegmond.nl www.onh.nl www.danseasy.nl -

27

bestemmingsplan Uitbreiding hotel Golfzang Boulevard ir. De Vassy te Egmond aan Zee

Bijlage 2 Aanvullend archeologisch onderzoek

32

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Archeologisch bureauonderzoek Golfzang te Egmond aan Zee, gemeente Bergen (N-H)

HOLLANDIA reeks 737

COLOFON Hollandia reeks nr. 737 Titel: Archeologisch bureauonderzoek Golfzang te Egmond aan Zee, gemeente Bergen. (NH) Toponiem: Boulevard lr. de Vassy, Golfzang, Egmond aan Zee. Gemeente: Bergen, N-H Onderzoeksmeldingsnummer Archis:

4696295100

Hoekcoördinaten: -103206/515056 (ZO) -103190/515087 (NO) -103182/515078 (NW) -103186/515057 (ZW) Auteurs: S.M. Benneker In opdracht van: Swan Artbuild Huisweid 9b 1749 EL Warmenhuizen Contactpersoon opdrachtgever:

dhr. J.Swan

Wetenschappelijke leiding: Drs. P. M. Floore Illustraties:

S.M. Benneker, tenzij anders vermeld

Definitieve versie: Oplage: 6 ISSN: 1572-3151

© Hollandia archeologen, Zaandijk 2019 HOLLANDIA archeologen Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk  075 - 622 49 57  info@archeologen.com

Inhoudsopgave Samenvatting 7 1. Inleiding 9 2. Onderzoeksgebied 11 3. Beleid 13 4. Methode 15 5. Aardwetenschappelijke gegevens 17 6. Historische en archeologische gegevens

19

7. Gespecificeerde archeologische verwachting

21

8. Conclusie en advies 23 Literatuur 25 Bijlagen 27

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

Samenvatting In mei 2019 heeft Hollandia archeologen een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor een onderzoeksgebied aan de Boulevard lr. de Vassy te Egmond aan Zee, gemeente Bergen (NH). Hiervoor zijn de relevante bodemkundige, historische en archeologische gegevens in kaart gebracht. Binnen het bestemmingsplan ‘Uitbreiding hotel Golfzang Boulevard ir. De Vassy te Egmond aan Zee’ is in artikel 30 Waarde - Archeologie 3 vastgelegd. Bij plannen groter dan 500 m2 en grondroering dieper dan 40 cm onder het maaiveld en dieper dan 6,0 meter +NAP is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op historisch kaartmateriaal en in historische bronnen zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van bebouwing. Het onderzoeksgebied bevindt zich buiten de historische kern van Egmond aan Zee. In een eerder uitgevoerd booronderzoek is aangetoond dat archeologisch interessante niveaus tussen de 2,0 meter -NAP en 4,0 meter +NAP aanwezig zijn. Tevens is de verwachting dat interessante niveaus boven de 6,0 meter +NAP afwezig zijn. De hoogte van het onderzoeksgebied (13,1 meter +NAP) is dusdanig dat deze niveaus niet zullen worden aangetast tijdens de voorgenomen werkzaamheden. Hierdoor is er een lage verwachting op het aantreffen van archeologische sporen uit de perioden prehistorie tot en met de nieuwe tijd wanneer er niet dieper dan 7,1 meter onder het maaiveld gegraven word.

Advies Door de lage verwachting op het aantreffen van archeologische sporen uit de prehistorie tot en met de nieuwe tijd wordt geadviseerd om geen archeologische vervolgonderzoek uit te voeren wanneer er niet dieper dan 7,1 meter onder maaiveld word gegraven. Het is echter nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid zoals aangegeven in art. 5.10 + 5.11 van de erfgoedwet. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

7

8

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

9

1. Inleiding

514250.000

514500.000

514750.000

515000.000

515250.000

515500.000

In maart 2019 heeft Hollandia archeologen in opdracht van Swan Artbuild, Warmenhuizen, een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor een planlocatie aan de Boulevard lr. de Vassy te Egmond aan Zee, gemeente Bergen (NH) (afbeelding1). De aanleiding voor het onderzoek is de geplande uitbreiding van het strandhotel Golfzang. De hiermee gepaard gaande grondroering vormt mogelijk een bedreiging voor het archeologisch bodemarchief. Dit bureauonderzoek brengt bekende historische, archeologische en bodemkundige gegevens van het onderzoeksgebied in kaart om een archeologische verwachting op te stellen. Op basis daarvan wordt een advies geformuleerd waarop de gemeente Bergen besluit over de eventueel te nemen vervolgstappen. In ARCHIS is het onderzoek aangemeld onder onderzoeksmeldingsnummer 4696295100.

102750.000

103000.000

103250.000

103500.000

103750.000

104000.000

104250.000

Afbeelding 1. Het perceel aan de Boulevard ir. de Vassy binnen het rode kader op een satellietafbeelding van het gebied.

10

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

Afbeelding 2. Zandafgraving kelder. Bron: opdrachtgever

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

11

2. Onderzoeksgebied Het plangebied bevindt zich aan de Boulevard ir. de Vassy te Egmond aan Zee en is kadastraal bekend onder de gemeente Egmond, sectie A 1437. De RD-coördinaten van het onderzoeksgebied zijn: 103182/515078 (NW), 103190/515087 (NO), 103206/515056 (ZO) en 103186/515057 (ZW). Het perceel is gelegen in de gemeente Bergen, Egmond aan Zee Sectie A 1437. De hoogte van het maaiveld bevindt zich momenteel op circa 13,1 m +NAP. Het totale oppervlak van het betreffende perceel is 470 m2. In 2012 is een stedenbouwkundig advies opgesteld voor de bouw van hotel Golfzang. Voor de eerste fase is indertijd een archeologisch bureauonderzoek verricht door Frans Diederik (Diederik 2012). Uit dit onderzoek blijkt dat de dikte van de nieuwe duinen ter plekke van Boulevard Noord nummer 9 dusdanig is, dat een zeer laag risico valt te verwachten voor aantasting van archeologie, zo die zich daar in de bodem bevindt. Op basis van dit onderzoek werd aanvullend archeologisch onderzoek niet geadviseerd. In fase 2 word het hotel verder uitgebreid. Het plangebied van fase 2 van het hotel heeft een oppervlakte van circa 750m2. De nieuwbouw zal onderkelderd worden met een parkeerkelder van 1,5 meter diepte. Het totale oppervlak wat gaat worden afgegraven bedraagt 266,61 m2. Graafwerkzaamheden zullen tot 11,2 m +NAP diep reiken (afbeelding 2).

Het plangebied voor fase 2 van hotel Golfzang is gelegen in het overgangsgebied van het zeefront naar de dorpskern.

12

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

13

3. Beleid In 2005 heeft de gemeente Bergen meerdere archeologische onderzoeken laten uitvoeren als drager voor de bestemmingsplannen. Dit had tot doel in kaart te brengen bij welk gebied een bepaalde archeologische verwachting hoort. Per gebied is vastgelegd wanneer bij ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden met archeologie. Aan de hand van deze onderzoeken is een Beleidskaart Archeologie opgesteld. Het archeologisch beleid van de gemeente Bergen streeft naar behoud in situ. Dit sluit aan op het Europese-, rijks- en provinciale archeologiebeleid. Daarnaast hanteert de gemeente het landelijke uitgangspunt dat de verstoorder betaalt. De oppervlakte van een plangebied en de diepte van de beoogde ingreep bepaalt of er rekening moet worden gehouden met eventuele archeologische waarden. Wanneer een project de drempel overschrijdt dient een archeologisch rapport opgesteld te worden waarin de waarde van het terrein wordt bepaald. Ook ingrepen die binnen de vrijstellingsdiepte blijven maar een geleidelijk negatief effect kunnen hebben op de archeologie in de bodem, zijn onderzoeksplichtig. Te denken valt aan rietgroei na de aanleg van natuurvriendelijke oevers of verstuiving bij het verschralen van de zandgronden.

Daarnaast heeft de gemeente bepaald dat in het geval dat één plangebied meerdere archeologische verwachtingswaarden bevat, de hoogste waarde in dit gebied zal gelden. De gemeente heeft verder in haar beleid laten opstellen dat wanneer op basis van de oppervlakte van de bodemverstorende ingrepen archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is, dit plaats vindt in het gehele plangebied. Daarnaast blijft de gemeente gerechtigd te bepalen welk type archeologisch onderzoek er uitgevoerd moet worden wanneer dit vereist is. De gemeente is terughoudend met booronderzoek omdat archeologische vindplaatsen en cultuurlagen daarmee zelden worden herkend. Indien kan worden aangetoond dat de bodem tot onder het archeologische niveau is verstoord, kan de gemeente vrijstelling verlenen van de verplichting tot uitvoering van archeologisch vooronderzoek (Cultuurcompagnie Noord-Holland 2013). In 2017 heeft de raad het bestemmingsplan ‘Uitbreiding hotel golfzang Boulevard ir. De Vassy te Egmond aan Zee’ (identificatienummer NL.IMRO.0373.BPG08003blvdevassyB001) vastgesteld. Binnen dit bestemmingsplan is in artikel 30 Waarde - Archeologie 3 vastgelegd. Bij plannen groter dan 500 m2 en grondroering dieper dan 40 cm onder het maaiveld en dieper dan 6,0 meter NAP is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

14

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

15

4. Methode Het doel van een bureauonderzoek is om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verzamelen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een bepaald gebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, omvang, datering, gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit van de archeologische waarden. Afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de aanleiding tot het onderzoek en de vraagstelling (Welke archeologische waarden kunnen binnen het onderzoeksgebied verwacht worden? En in hoeverre zullen de graafwerkzaamheden deze archeologische resten bedreigen?) zullen aanvullende gegevens verzameld dienen te worden. Het bureauonderzoek resulteert in een rapport met een gespecificeerd verwachtingsmodel, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.1. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt een (selectie)advies gegeven. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Bergen kan hierop een (selectie)besluit maken ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek. Tevens kan door middel van het bureauonderzoek in een vroeg stadium in de planvorming rekening gehouden worden met aanwezige archeologische waarden in de bodem. Bij een bureauonderzoek worden, indien voorhanden, bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de geologie en archeologie van het betreffende gebied. Onder andere wordt gebruik gemaakt van: 1.

Kaartmateriaal, zoals bodemkundige, geomorfologische, geologische en historische kaartgegevens evenals beleidskaarten zoals gemeentelijke en provinciale verwachtingskaarten. 2. Gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het gebied uit de database van het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS3) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE).

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

515500. 000

16

L53

515250. 000

M76

514750. 000

515000. 000

H71

102750. 000

103000. 000

103250. 000

103500. 000

Afbeelding 3. Geomorfologische kaart. Het onderzoeksgebied is rood omkaderd.

103750. 000

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

17

5. Aardwetenschappelijke gegevens Genese van het landschap De geschiedenis van het huidige landschap van Egmond aan Zee is verbonden met de ontwikkeling van het Noord-Hollandse kustgebied. Ongeveer 10.000 jaar geleden, aan het einde van de laatste ijstijd, begon een periode met een sterke temperatuurstijging waardoor het landijs begon te smelten. De zeespiegel begon hierdoor te stijgen en de Noordzee werd gevormd. Samen met het stijgen van de zeespiegel trad ook een stijging van de grondwaterstand op waardoor vernatting van het landschap plaats vond en evenwijdig aan de kust moerassen ontstonden waarin veenlagen werden afgezet. Ongeveer 5000 jaar geleden traden er veranderingen op in de zeestromingen in de Noordzee. Er werd meer zand aangevoerd en de eerste strandwallen werden gevormd. Strandwallen zijn langwerpige zandplaten die parallel aan de kust tot stormvloedhoogte ontstonden en waarop duinen zich vormden. Deze eerste duinen lagen echter niet op de plaats van de huidige duinen maar oostelijker (Brattinga 2017, 17). Tijdens het opwerpen van de strandwallen heeft de kust zich namelijk in westwaartse richting verplaatst. De vorming van strandwallen ging door tot ongeveer 500 v. Chr. Sinds de Romeinse tijd vindt de verplaatsing van de kust weer in oostwaartse richting plaats, net zoals dat voor het begin van de vorming van de strandwallen het geval was (Husken 2006, 11).

Egmond aan Zee is gelegen op een strandwal. Waar de strandwallen langs de kust overwegend parallel in noord-zuid richting zijn gelegen, liggen de strandwallen bij Egmond, Bergen en Schoorl haaks op de kust. De ondergrond van Egmond aan Zee is rond 1000 v.Chr. ontstaan. De oude duinen ontstonden toen de strandwallen droog vielen. Hierdoor kreeg de wind vat op de bovengrond van strandwallen en joeg het zand op tot duinen, de zogenaamde oude duinen. De oude duinen lagen veel lager dan de duinen die we nu kennen. De jonge duinen ontstonden door grootschalige zandverstuivingen tussen 1000 en 1850 na Chr., waarbij de strandwallen en de oude duinen deels werden overstoven. Geomorfologie en bodem Op zowel de bodemkundige als de geomorfologische kaart is de bodem waarbinnen het onderzoeksgebied ligt niet gekarteerd. Het gebied staat aangegeven als bebouwd terrein. Op de geomorfologische kaart is wel te zien dat ten net westen en ten noorden van het onderzoeksgebied het gebied bestaat uit kustduinen met bijbehorende vlakten en laagten (code L53). Nog verder ten westen van het onderzoeksgebied bevinden zich zeestrand glooiingen (code H71). Verder ten noordwesten van het onderzoeksgebied ligt een ingesloten strandvlakte (code M76).

18

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

Afbeelding 4. Situatie van het dorp Egmond aan Zee in de jaren 1686, 1718 en 1864. Bron: Noord-Hollands Archief.

Afbeelding 5. Overzichtskaart uit 1864 geprojecteerd over de kaart van Egmond aan Zee

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

19

6. Historische en archeologische gegevens Het ontstaan van Egmond aan Zee houdt verband met de abdij in Egmond-Binnen. De abdij is in de 10e eeuw gesticht door graaf Dirk I, in eerste instantie als vrouwenklooster waarna het een aantal decennia later is veranderd naar een mannenklooster. In de middeleeuwen was de invloed van de abdij op de gemeenschap erg groot. Voor de abdij waren horigen werkzaam die veelal op de binnenmeren visten om de steeds groeiende abdijbevolking op de vele vastendagen van vis te kunnen voorzien. In 1036 was Egmond aan Zee al zo groot dat het een eigen kapel kreeg, gewijd aan Sint Agnes. In het begin van de 15e eeuw werd midden in het dorp een nieuwe kerk gebouwd. (Lannoy & Denneboom 1969, 45.) Gedurende de middeleeuwen groeide het vissersdorp gestaag, rond 1600 was het dorp twee keer zo groot als nu. Het dorp had vanaf de 17e eeuw direct te maken met de gevolgen van de steeds stijgende zeespiegel en de steeds sterker en dieper wordende stromingen die aan de kust veel schade veroorzaakten. Tot in de 19e eeuw vond voortdurend kustafslag plaats. Het vissersdorp groeide steeds verder naar het oosten, terwijl het dorp aan de westzijde steeds verder afbrokkelde. Dit proces is op historisch kaartmateriaal goed te volgen (afbeelding 4). Het oudst beschikbare kaartbeeld van Egmond aan Zee stamt uit 1665. Op deze kaart zijn zowel de Boulevard ir.

de Vassy als de Emmastraat nog niet weergegeven. Op de kaart is te zien hoe het dorp zich in eerste instantie rond de Agneskerk concentreert, ten westen van het Pompplein. Alle bewoning ten westen van de kerk is in 1700 verdwenen en het gehele voormalig kerkterrein verdween tussen 1746 en 1821 in zee. Egmond aan Zee breidde zich in de 19e eeuw uit richting het noorden. Op een kaart uit 1864 is te zien dat het plangebied hotel Golfzang nog steeds buiten het oude dorpskern valt (afbeelding 5). Aan de voet van de in 1841 verbouwde Van Speykvuurtoren ontstond in de loop van de tijd kleinschalige bebouwing, waaronder veel kleine winkeltjes. Ook aan de oostzijde van het dorp vond in de loop van de 19e eeuw geringe dorpsuitbreiding plaats. In de 19e eeuw ontstond voor Egmond aan Zee een nieuwe bron van inkomsten, namelijk het opkomende toerisme. Er werden zomervilla’s en hotels gebouwd, evenals een station voor de stoomtram. Ook de burgerwoningen breidden zich in deze periode uit aan de noord- en oostzijde. Zo ontstonden aan de noordzijde van het dorp de Emmastraat, Wilhelminastraat en Julianastraat. In de loop van de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw liep de visserij erg terug en kon men eigenlijk niet meer spreken van een vissersdorp.

In de Tweede Wereldoorlog werden aan de boulevard en de zuidzijde van het dorp grote verwoestingen aangericht in verband met de aanleg van de Atlantikwall. De verwoestingen werden na afloop van de oorlog betrekkelijk snel hersteld. Na de oorlog nam het belang van het toerisme in Egmond aan Zee toe en werden er aan de zee kant van het dorp appartementengebouwen, eengezinswoningen en recreatiewoningen gebouwd. In 1970 is op 800 m afstand ten oosten van de huidige onderzoekslocatie locatie een booronderzoek uitgevoerd (Jelgersma et al. 1970, 119 ; Vos 2015, 150). Hierbij zijn humeuze lagen herkend en middels C14 gedateerd. De oudste laag bevond zich op circa 2,0 meter -NAP en werd gedateerd rond 175 voor Christus. De volgende laag bevond zich op ongeveer 1,20 -NAP en werd gedateerd op 325 na Christus. Op 1,10 meter -NAP werd een laag gedateerd in 715 na Christus. De laatste humeuze laag lag een stuk hoger op circa 4,0

20

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

meter +NAP. Dit niveau stamt volgens de C14 datering uit de 10e eeuw na Christus. In de directe omgeving van het plangebied zijn er geen archeologische onderzoeken uitgevoerd. In de nabijheid van het onderzoeksgebied zijn wel enkele onderzoeken gedaan. Zo is men in 1990 tijdens graafwerkzaamheden bij de Kerkstraat op de resten van een beerput uit de 17e-18e eeuw gestuit (meldingsnummer 2946516100), ten oosten van het onderzoeksgebied. Door de Stichting Archeologie Egmond zijn onder leiding van C. Prins diverse vondsten gedaan. De beerput bevatte veel aardewerk, een leren schoen en het uiteinde van een houten fluit (Alders 1990). Ten oosten van het onderzoeksgebied zijn in 2010 door Hollandia archeologen tijdens een archeologische begeleiding bij de aanleg van het waterbasin op het Pompplein archeologische sporen aangetroffen (meldingsnummer 2278160100). Onder deze sporen waren een waterput, een restant van een kelder en gromkuilen: kuilen waar afval van de visverwerkingsindustrie in werden begraven. Ook werd er een akkerlaag gevonden. Deze sporen dateren uit de nieuwe tijd (Dautzenberg 2010). Een archeologisch bureauonderzoek naar de archeologische waarden van Egmond aan Zee, een gebied waar het huidige onderzoeksgebied net buiten valt, geeft aan dat er sporen te verwachten zijn uit de prehistorie tot en met de middeleeuwen.

Deze kunnen zich echter pas onder de 6,00 meter +NAP bevinden (Husken 2006, 15).

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

21

7. Gespecificeerde archeologische verwachting

Periode

Verwachting

Diepte t.o.v. maaiveld

Omschrijving van de te verwachten resten

Prehistorie (paleolithicum tot en met mesolithicum)

laag

n.v.t.

n.v.t.

Prehistorie (neolithicum tot en met ijzertijd)

laag

n.v.t.

n.v.t.

Romeinse tijd

laag

n.v.t.

n.v.t.

Vroege middel- laag eeuwen

n.v.t.

n.v.t.

Late middeleeuwen en nieuwe tijd

n.v.t.

n.v.t.

laag

De geomorfologische kaart wijst uit dat het plangebied hotel Golfzang op de jonge duinen gelegen is. Deze jonge duinen ontstonden door grootschalige zandverstuivingen tussen 1000 en 1850 na Chr., waarbij de strandwallen en de oude duinen deels werden overstoven. De duinen zijn altijd een aantrekkelijk gebied voor vestiging geweest vanwege de hogere en dus drogere ligging. Het is niet duidelijk of dat binnen het plangebied ook het geval is geweest. Op de historisch kaartmateriaal en in historische bronnen zijn geen aanwijzingen gevonden dat het onderzoeksgebied ooit bebouwd is geweest. Het booronderzoek uit 1970 (Jelgersma et al. 1970) heeft aangetoond dat er tussen de 2,00 meter -NAP en 4,00 meter +NAP archeologisch interessante niveaus aanwezig zijn op 300 meter afstand van het huidige onderzoeksgebied. Het eveneens eerder genoemde bureauonderzoek uit 2006 (Husken 2006) heeft de verwachting uitgesproken dat er geen archeologische niveaus boven de 6 meter +NAP kunnen worden verwacht (Husken 2006, 15). De hoogte van het maaiveld bevindt zich momenteel op circa 13,1 m +NAP. Pas wanneer er dieper dan 7,1 meter onder het huidige maaiveld gegraven gaat worden bestaat er de kans dat er archeologisch interessante niveaus worden geraakt.

Op basis van de bovengenoemde gegevens kan worden vastgesteld dat in het onderzoeksgebied een kleine kans bestaat op het aantreffen van archeologische sporen uit de perioden prehistorie tot en met de nieuwe tijd op niveaus boven de 6,00 meter +NAP.

22

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

8. Conclusie en aanbeveling Voor het archeologisch bureauonderzoek naar de onderzoekslocatie aan de Boulevard lr. de Vassy te Egmond aan Zee, gemeente Bergen (NH) zijn de relevante bodemkundige, historische en archeologische gegevens in kaart gebracht. Binnen het bestemmingsplan ‘Uitbreiding hotel Golfzang Boulevard ir. De Vassy te Egmond aan Zee’ is in artikel 30 Waarde - Archeologie 3 vastgelegd. Bij plannen groter dan 500 m2 en grondroering dieper dan 40 cm onder het maaiveld en dieper dan 6 m +NAP is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op historisch kaartmateriaal en in historische bronnen zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van bebouwing. Het onderzoeksgebied bevindt zich buiten de historische kern van Egmond aan Zee. In een eerder uitgevoerd booronderzoek is aangetoond dat archeologisch interessante niveaus tussen de 2 meter -NAP en 4 meter +NAP aanwezig zijn. Tevens is de verwachting dat interessante niveaus boven de 6 meter +NAP afwezig zijn. De hoogte van het onderzoeksgebied (13,1 meter +NAP) is dusdanig dat deze niveaus niet zullen worden aangetast tijdens de voorgenomen werkzaamheden. Hierdoor is er een lage verwachting op het aantreffen van archeologische sporen uit de perioden prehistorie tot en met de nieuwe tijd wanneer er niet dieper dan 7,1 meter onder het maaiveld gegraven word.

Advies Door de lage verwachting op het aantreffen van archeologische sporen uit de prehistorie tot en met de nieuwe tijd wordt geadviseerd om geen archeologische vervolgonderzoek uit te voeren wanneer er niet dieper dan 7,1 meter onder maaiveld word gegraven. Het is echter nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid zoals aangegeven in art. 5.10 + 5.11 van de erfgoedwet. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

23

24

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

bureauonderzoek golfzang, egmond aan zee (NH)

25

9. Literatuur Alders, G.P., 1991: Archeologische Kroniek van Holland over 1990, Noord-Holland. Brattinga, J.J., 2017: Archeologisch bureauonderzoek Sportlaan 2-4 te Egmond aan Zee, gemeente Bergen (NH), Hollandia reeks 661, Zaandijk. Diederik, F., 2012: Bureauonderzoek naar de archeologische waarde van een bouwperceel gelegen aan de Boulevard-Noord te Egmond, Archeocultura rapport 107, Schagen. Husken, S., 2006: Bureauonderzoek naar de archeologische waarde van het plangebied Egmond aan Zee, gemeente Bergen, SCENH-rapport cultuurhistorie 17, Wormer. Jelgersma, S., J. de Jong, W.H. Zagwijn & J.F. van Regteren Altena, 1970: e coastal dunes of the western Netherlands; geology, vegetational historiy and archeology. (Mededelingen van de Rijks Geologische Dienst, nieuwe serie no. 21, pp 93-168), Haarlem. Lannoy, K. & Denneboom, D., 1969: Derper - Hoever - Binder. Over geschiedenis & volksleven van de Drie Egmonden, Den Haag. Vos, P., 2015: Origin of the Dutch coastal landscape. Long-term landscape evolution of The Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series, Utrecht. Geraadpleegde websites https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0373.BPG08000egmonzeecbC001/t_NL.IMRO.0373.BPG08000egmonzeecb-C001_2.1.html

26

27

Bijlagen Inhoudsopgave Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologische stappenplan

28

Late-Middeleeuwen

B 1.250-1.500

Late-Middeleeuwen

A 1.050-1.250

Vroege-Middeleeuwen

D

900-1.050

C

725-900

B

525-725

A Laat-Romeinse tijd

Miden-Romeinse tijd

Vroeg-Romeinse tijd

450-525 B

350-450

A

270-350

B

150-270

A

70-150

B

25-70

A

12-25

Late-IJzertijd

12 na Chr.250 v. Chr.

Midden-IJzertijd

500-250

Vroege-IJzertijd

800-500

Late-Bronstijd

1.100-800

Midden-Bronstijd

B 1.500-1.100 A 1.800-1.500

Vroege-Bronstijd

2.000-1.800

Midden-Neolithicum

Vroeg-Neolithicum

B

2.450-2.000

A

2.850-2.450

B

3.400-2.850

A

4.200-3.400

B

4.900-4.200

A

5.300-4.900

Laat-Mesolithicum

6.450-4.900

Midden-Mesolithicum

7.100-6.450

Vroeg-Mesolithicum

8.800-7.100

Laat-Paleolithicum

B 18.000-8.800

MESOLITHICUM NEOLITHICUM

A 1.500-1.650

Laat-Neolithicum

A 35.000-18.000

Midden-Paleolithicum

300.000-35.000

Vroeg-Paleolithicum

-300.000

PALEOLITHICUM

Nieuwe tijd

MIDDELEEUWEN

B 1.650-1.850

ROMEINSE TIJD

Nieuwe tijd

IJZERTIJD

C 1.850-heden

BRONSTIJD

Nieuwe tijd

NIEUWE TIJD

Bijlage 1: Archeologische perioden

29

Bijlage 2: Archeologische stappenplan In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken. I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archiefen literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v.

universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat. Dit in verband met het bepalen van het onderzoekskader; * beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens; * beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geografische gegevens o een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap o een impressie van de bewoningsgeschiedenis; * beschrijven bekende archeologische waarden o archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE. Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische escherming te krijgen binnen het bestemmingsplan; o archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn.

Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewonings-sporen uit het verleden; * beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden: o aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch

30

31

bestemmingsplan Uitbreiding hotel Golfzang Boulevard ir. De Vassy te Egmond aan Zee

Bijlage 3 Stedenbouwkundig advies

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

33

advies

Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010-2018555 Fax: 010-4121039 E-mail: info@rboi.nl

Aan:

Gemeente Bergen

T.a.v.:

Simon van Dam

Onderwerp:

Stedenbouwkundig advies nieuwbouw Hotel Boulevard Egmond aan Zee

Datum:

25 april 2012

Referte:

Stefan la Grand en Maarten Hoorn

Inleiding Voor een gedeelte van het bouwblok dat wordt omsloten door de Boulevard Noord, de Emmastraat en de Boulevard Ir. de Vassy is een nieuw plan voor herontwikkeling ingediend. In dit advies wordt een beschrijving van de bestaande situatie gegeven en wordt aangegeven wat het nieuwe plan inhoudt. Vervolgens wordt bekeken of de ontwikkeling vanuit het beleid en vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt passend is. Gestart wordt met de conclusie.

Conclusie Uit deze analyse blijkt dat de ontwikkeling vanuit het beleid en vanuit verkeerskundig oogpunt wenselijk is. Stedenbouwkundig is het ingediende verzoek niet geheel passend. Wij adviseren daarom onder voorwaarden mee te werken aan de beoogde ontwikkeling. De voorwaarden houden in dat het gevelbeeld dat zichtbaar is vanaf de noordoostkant een kleinschalig karakter moet krijgen, dat afgestemd is op de woningen aan de oostkant van de Boulevard Ir. de Vassy. Concreet betekent dit dat een verspringing in de rooilijn dient te worden gerealiseerd, om ervoor te zorgen dat het gebouw niet te massaal wordt. De bouwhoogte aan deze kop dient gedeeltelijk lager te worden uitgevoerd, om zo beter bij de kleinschaligere bebouwing aan de overzijde van de Boulevard Ir. de Vassy aan te sluiten. Voorwaarde is overigens dat de functies in de plint een sterke relatie met de straat dienen te krijgen.

Bestaande situatie Een groot deel van het bestaande blok is gesloopt. Er wordt hier daarom als bestaande situatie uitgegaan van de bestaande situatie voor sloop. Dit bouwblok bestond uit verschillende gebouwen, met verschillende vormen, hoogten en bouwstijl, bouwjaar en architectonische uitstraling. Het blok had daarom weinig samenhang. Vooral de architectonische kwaliteit en beeldkwaliteit waren niet optimaal. In figuur 1 is een uitsnede opgenomen van het bestemmingsplan Egmond aan Zee Centrum en Boulevard, dat eind januari is vastgesteld. Uit de figuur blijkt dat de goot- en bouwhoogtes die hier worden toegestaan, in grote lijnen overeen komen met de situatie zoals aanwezig voor sloop van de panden, met dien verstande dat aan de zijde van de Boulevard Noord een aantal lagere gebouwen stonden dan in het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt.

Stedenbouwkundig advies nieuwbouw Hotel Boulevard Egmond aan Zee (037300.16754.02)

blz. 1

Figuur 1 Uitsnede bestemmingsplan Egmond aan Zee Centrum en Boulevard Aan de zeezijde (Boulevard Noord) had het blok op de hoeken twee stevige gebouwen met een hoogte van 7 lagen (Atlantis, nog steeds aanwezig) aan de noordzijde en 4/5 lagen aan de zuidzijde. Daartussen stond een lagere wand die opgebouwd was uit vier panden met een bouwhoogte van twee en drie bouwlagen (zie figuur 2). De hoek van de Boulevard Ir. de Vassy werd gekenmerkt door twee kleinere panden met een hoogte van twee bouwlagen met een flauwe kap. Deze gebouwen refereerden nog aan de oude structuur voordat er aan de boulevard grote complexen zijn ontwikkeld (zie figuur 2). De relatief smalle Emmastraat heeft aan de boulevardzijde stevige wanden met weinig gevelopeningen. Aan de Boulevard Ir. de Vassy stond op de hoek met de Emmastraat een pand met een tussenschaal van drie lagen hoog. De oostzijde van de Boulevard Ir. de Vassy laat een heel ander beeld zien. Hier staan met name kleine rijwoningen met een beperkte hoogte in relatief groot contrast met de Boulevard Noord.

Figuur 2 Aanzichten vanaf Boulevard Noord richting zuiden (links) en vanaf Boulevard Ir. de Vassy richting zuiden (rechts) Stedenbouwkundig advies nieuwbouw Hotel Boulevard Egmond aan Zee (037300.16754.02)

blz. 2

Bouwvoornemen Het bouwplan gaat uit van gedeeltelijke sloop en nieuwbouw waarbij na realisatie een geheel gesloten bouwblok ontstaat. Onder (een gedeelte) van het complex wordt een parkeervoorziening aangelegd met circa 97 parkeerplaatsen. De entree van de parkeervoorziening wordt aan de kop op de hoek van de Boulevard Ir. de Vassy (richting de Wilhelminastraat) gelegd. In figuur 3 is een bovenaanzicht opgenomen van het beoogde blok, waarin de verschillende bouwhoogtes zijn opgenomen. Dit is overigens alleen gedaan voor die onderdelen die qua hoogte of functie niet in het bestemmingsplan passen. Voor het overige deel past het voornemen en is de vergunning verleend. De nieuwe bebouwing bestaat uit verschillende aan elkaar gebouwde delen met bouwhoogten die oplopen richting de Boulevard Noord. Het bestaande gebouw op de hoek van de Boulevard Noord en de Boulevard Ir. de Vassy (Atlantis) blijft het hoogste gebouw. Aan de Boulevard Noord wordt de wand verstevigd en ontstaat er een meer samenhangend beeld vanaf de Boulevard. De zuidzijde van het blok wordt opnieuw ontwikkeld. Met aan de Boulevard Noord een massa met een bouwhoogte van ca. 19 m aflopend naar een bouwdeel aan de Boulevard Ir. de Vassy tot 13 m. De kop op de hoek van de Boulevard Ir. de Vassy blijft het laagst met 10 m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5089/documents/39275