bij 9 OD advies natuur Korhoenderweg 2_6 mei 2024.pdf
Tekst van het document
Advies natuur
Verzonden op 6 mei 2024
Aan
Gemeente Bergen, t.a.v. dhr. Z. Hussain
Van
De heer Y. Schaacke
yschaacke@odnhn.nl
Telefoon
088 102 1799
Zaaknummer
OMG-031098/DMS455120
Kenmerk gemeente
-
Betreft
Advies natuur t.b.v. de oude Petrusschool
Locatie
Korhoendersweg 2, Groet
Datum advies
6 mei 2024
Naam afdelingshoofd
Ed Langereis
Paraaf afdelingshoofd
Dit document is automatisch gegenereerd en daarom niet ondertekend
1. Inleiding Wij kregen van u een verzoek om advies uit te brengen voor het aspect natuur voor de locatie Korhoenderweg 2, Groet. U vraagt ons om een beoordeling van de quickscan voor de bouw van 21 sociale huurwoningen op de Korhoenderstraat 2 te Groet. Eerder zijn in het kader van milieu en natuur adviezen afgegeven, met kenmerk OMG-018682, d.d. 30 januari 2024 en met kenmerk OMG-009876, d.d. 12 mei 2023. Voor de inhoud verwijzen wij naar deze eerdere adviezen. In ons voorgaande advies/adviezen hebben wij de volgende punten meegegeven: • Het ecologisch werkprotocol dient aangepast te worden. • Een ecologische voortoets dient opgesteld te worden. Bij de totstandkoming van ons advies hebben wij de volgende stukken betrokken: • Ecologisch werkprotocol Korhoendersweg te Groet, d.d. 22 februari 2024, opgesteld door Van der Goes en Groot B.V.; • Ecologische voortoets Korhoendersweg te Groet, AE2024-027, d.d. 18 april 2024, opgesteld door Van der Goes en Groot B.V. 2. Wettelijk kader Omgevingsvergunning Alle activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning (ex art. 2.1, eerste lid, onder a t/m h, ex art. 2.2 en ex art. 2.1, eerste lid, onder i, jº art 2.2a Bor.) is vereist, kunnen samenlopen met handelingen waarbij ook een toestemming op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig is.
Daarbij gaat het om handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden (artikel 2.2aa, onder a Besluit omgevingsrecht) en/of handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten (artikel 2.2aa, onder b Besluit omgevingsrecht). Voor handelingen in strijd met de bescherming van Natura 2000-gebieden kan op grond van artikel 2.7, lid 2 Wnb een vergunning nodig zijn. Voor handelingen met betrekking tot de soorten bescherming kan op grond van artikel 3.3, lid 1 / artikel 3.8, lid 1 en/of artikel 3.10 Wnb een ontheffing nodig zijn. In dat geval moet de omgevingsvergunning ook betrekking hebben op het aspect natuur.
Zaaknummer - OMG-031098/DMS455120
Pagina 1 van 2
Wanneer natuur aanhaakt bij de omgevingsvergunning dient de uitgebreide procedure gevolgd te worden. Via een verzoek van de gemeente aan het bevoegd gezag wordt Wnb-toestemming gevraagd. Deze toestemming (verklaring van geen bedenkingen; kortweg vvgb) is een instemming van een ander bestuursorgaan voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Zonder deze verklaring kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning niet verlenen. De wettelijke basis voor de verklaring van geen bedenkingen is artikel 2.27 Wabo. De planaanvrager (initiatiefnemer) kan er ook voor kiezen om een afzonderlijke Wnb-toestemming bij het bevoegd gezag aan te vragen. De aanhaakplicht bij de omgevingsvergunning is niet van toepassing als voorafgaand aan de aanvraag om omgevingsvergunning al een aanvraag Wet natuurbescherming is ingediend. Voor de omgevingsvergunning kan de reguliere Wabo-procedure gevolgd worden. 3. Beoordeling Resultaten NNN en BPL Het plangebied ligt op circa 0,4 km van het dichtstbijzijnde NNN gebied en op circa 0,1 km van het dichtstbijzijnde BPL gebied. Gebiedsbescherming De geplande activiteiten vinden plaats op circa 0,3 km van Natura 2000-gebied(en) Schoorlse Duinen. Externe negatieve effecten door geluid, licht, trillingen, optische verstoring en overige effecten (behalve: stikstof) op de instandhoudingsdoelen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten.
Stikstof/AERIUS De (aangepaste) stikstofrapportage en AERIUS-berekeningen zijn beoordeeld. Referentiesituatie: De onderbouwing van de invoergegevens is akkoord bevonden. Intern salderen kan toegepast worden. Aanlegfase: De onderbouwing van de invoergegevens is akkoord bevonden. Na het toepassen van intern salderen zijn er rekenresultaten hoger dan de grenswaarden van 0,00 mol/ha/j. Een ecologische voortoets is opgesteld om de effecten van de gevonden 0,01 mol/ha/j te beoordelen. Hierin is naar voren gekomen dat er weinig hexagonen depositie krijgen, en dat de grootste tijdelijke toename 0,01 mol/ha/j. Significante negatieve effecten kunnen derhalve uitgesloten worden. Er zijn geen verdere vervolgstappen aan de orde. Gebruiksfase: De onderbouwing van de invoergegevens is akkoord bevonden. Na het toepassen van intern salderen zijn er geen rekenresultaten hoger dan de grenswaarden van 0,00 mol/ha/j. Soortenbescherming In het eerdere advies met zaaknummer OMG-018682 is naar voren gekomen dat het ecologisch werkprotocol als onvoldoende werd beoordeeld. Geadviseerd werd het ecologisch werkprotocol aan te passen en te specificeren voor dit project. Deze is in aangepaste vorm opnieuw aangeleverd en beoordeeld. Het ecologische werkprotocol is akkoord bevonden. Conclusie Uit de beoordeling blijkt dat: • Het plangebied geen onderdeel uitmaakt van het NNN of BPL.
• Vervolgstappen in het kader van Gebiedsbescherming (overige effecten) niet nodig zijn. • De AERIUS-berekening(en), met onderbouwing van de invoergegevens, en de ecologische voortoets (stikstof) akkoord zijn. Stikstof vormt geen belemmering voor de doorgang van het project. • Het ecologische werkprotocol als akkoord bevonden. 4. Advies • De omgevingsvergunning kan in het kader van natuur worden verleend. Meer informatie Heeft u nog vragen? Neemt u dan contact op met de heer Y. Schaacke telefoonnummer 088 102 1799 of yschaacke@odnhn.nl. Wij verzoeken u hierbij het zaaknummer te vermelden.
Zaaknummer - OMG-031098/DMS455120
Pagina 2 van 2