CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 9. Nota zienswijzen.pdf

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 8: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Duinweg 21 Schoorl6.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota zienswijzen behorende bij het bestemmingsplan `Duinweg 21’ december 2022

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Beantwoording zienswijzen 3. Ambtshalve aanpassingen Bijlage: gehele zienswijze

1. Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan `Duinweg 21’ voor de realisatie van 2 woningen in een monumentale bollenschuur en de bouw van een vrijstaande woning heeft van 19 september tot en met 31 oktober 2022 ter inzage gelegen. Tegelijk heeft de ontwerp omgevingsvergunning voor de realisatie van 2 woningen in de bollenschuur ter inzage gelegen in coördinatie met het bestemmingsplan. Bij de omgevingsvergunning hoorde ook de aanleg van een nieuwe inrit en het kappen van bomen. Daarnaast heeft ook het beeldkwaliteitsplan voor het perceel ter inzage gelegen. Tijdens de genoemde termijn is een zienswijze ontvangen. In het volgende hoofdstuk is de zienswijze samengevat en van een antwoord voorzien. In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve aanpassingen aangegeven.

2. Beantwoording zienswijzen Er is een zienswijze is ingediend door de bewoner van Duinweg 33. In dit hoofdstuk is de zienswijze samengevat en van een beantwoording voorzien. De zienswijze is tijdig ontvangen en geregistreerd onder nummer Z22 098653. In de bijlage is de zienswijze integraal opgenomen. Zienswijze A. Correcte visuele weergave van wijzigingen Samenvatting Wegen zijn geen bos. Waar wordt geparkeerd? Waar worden kabels en leidingen getrokken? In de visualisatie op ruimtelijke plannen wordt een toegangsweg (ten sterkste afgeraden door alle omwonenden vanwege veiligheidsrisico en huidig gebruik als veilige wegoversteek door martereachtigen en eekhoorns) verbloemd weergegeven door groen met een dun stippellijntje in het midden. In het plan zelf kunt u echter lezen dat dit een meer dan 4 meter hoge verbinding moet worden richting tuinvak van beide woningen met zelfs een zichtlijn op de geplande woning op 54 meter van de weg in wat nu nog een bos is. Dat terwijl de zichtlijn gemiddeld bij de dichtstbijzijnde 11 woningen op 8.43 meter ligt. Wat u wil lezen in een plan is feitelijke informatie en geen verhullende zinnen zoals in paragraaf 4.6. of zichtlijnen creëren die de voorgestelde onveilige verkeerssituatie moeten gaan oplossen. Beantwoording Het parkeren vindt plaats naast de inrit.

Dit was nog niet goed geregeld in het bestemmingsplan (zie ook beantwoording onderdeel B). Daarom is nu een aanduiding opgenomen voor parkeerplaatsen, zodat de oppervlakte aan parkeerplaatsen in het bos zo klein mogelijk blijft.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat in het geldende bestemmingsplan in de bestemming ‘Bos’ voorzieningen voor het bos zijn toegestaan, waaronder ook parkeerplaatsen. De kabels en leidingen voor de bollenschuur lopen aan de noordzijde van het gebouw door de bestaande inrit, dit zijn bestaande kabels en leidingen. Hier zijn ook geen bomen aanwezig, die eventueel gevaar zouden kunnen lopen. Voor het nieuwe bouwvlak lopen deze door de nieuwe toegangsweg. Indien hier gevaar mocht ontstaan door kabelaanleg wordt gekozen voor aanleg met een gestuurde boring welke ruim onder het wortelgestel doorgaat. Wat de inrit betreft, merken wij op de nieuwe inrit de bestaande inrit vervangt. Er komt geen nieuwe inrit bij. De nieuwe inrit is alleen toegestaan binnen de aanduiding die voor de inrit bedoelt is. Er is geen sprake van een onveilige verkeerssituatie. De Duinweg volgt het slingerende verloop van de duinvoet en hier zijn talloze soortgelijke aansluitingen. Deze aansluitingen zijn in de meeste gevallen niet voorzien van een verkeersspiegel. Dat zal hier wel het geval zijn. B. Correcte feitelijke informatie over afmetingen Samenvatting Hoeveel m² wordt tuin, hoe breed wordt de uitrit, hoeveel parkeerruimte, hoeveel draairuimte voor auto’s. Uit de verbeelding kan men niet opmaken waar men gaat parkeren.

Initiatiefnemer van nummer 19 wilde dat volgens mij laatst bekende informatie en door hem gepresenteerd voor maximaal 6 voertuigen in het bos doen op de boomwortels ten noorden van de weg. Verdichting van de bodem heeft effect op het welzijn van bomen. Er staat ook verwarrende informatie over of de eigenaar van nummer 19 nu wel of geen gebruik heeft maakt van dit perceel met vervoersmiddelen. Op pagina 8, 2e alinea spreekt men van een collectieve ingang. Op pagina 14, paragraaf 4.3.4. staat dat “parkeren op eigen terrein van beide percelen opgelost. Hier is op het erf voldoende ruimte voor. Dat is zeer aannemelijk gezien de m2 aan de Noordzijde in het de tuin en in het bestemmingsplan vastgestelde woonvakken. Echter op pagina 18 bij 4.6 lees ik opmerkelijke normgetallen. 2,1, 2,2. en 2,3 parkeerplaatsen. Ruim voldoende gelegenheid op het perceel om daar aan te voldoen. Die laatste zin baart mij zorgen. Zoals ik dit lees gaat men in dit rapport er vanuit dat in gebied met bosbestemming willekeur tot vrijheid van parkeren geniet ook boven de norm aantallen op eigen terrein. Parkeren behoort conform omschrijving vastgestelde bestemming 1e herziening Schoorl en Kernen thuis in het tuin-woon vak en dient ook duidelijk te worden omschreven en aangegeven op de kaart.

Artikel 5 pagina 121 lid d bestemmingsomschrijving voor indicatie bos (Bo) uitrit opvoeren dient enkel voor de nieuw te bouwen woning. Reeds bestemde woon- en tuinvakken van 19 en 21 als mede het bosperceel zijn al voorzien van een toegang aan de Noordzijde. Bestemmingswijzigingsvoorstel betreft 4460 m2. Als ik in de tekst beschreven onderdelen die oppervlakte belasten zuinig bereken komt Duinweg 21 gebouw op 550m², tuinvak

275m², draaivak en oprit 631m², extra villa 256m², tuin vak 1 162m², tuinvak 2 (schuur/garage hoe kom je daar toegangspad) 78m² blijft er 2500 m2 bosbestemd over. Waarvan 299 m2 nu aan de west en noordzijde gelegen waar alle bomen ondanks aangetoonde vliegroutes reeds zijn verwijderd. Beantwoording De bestaande inrit ter hoogte van Duinweg 19 biedt niet de mogelijkheid om alle woningen te ontsluiten. De inrit op deze plek wordt opgeheven voor gemotoriseerd verkeer. De inrit wordt verplaatst naar de aangegeven positie zuidelijk op het perceel. Deze verplaatsing is noodzakelijk zodat een goede ontsluiting mogelijk is voor alle (toekomstige) bewoners. Dit volgt logischerwijs uit de herbestemming en het nieuwe gebruik van het totale perceel. Om de toegestane oppervlakte aan parkeerplaatsen zo klein mogelijk te houden, is een aanduiding in het bos opgenomen waarop geparkeerd kan worden. Dit is aangegeven op onderstaande afbeelding. Hiermee wordt geregeld dat parkeren voor de woningen slechts daar is toegestaan. De grootte van de aanduiding is afgestemd op het benodigde aantal parkeerplaatsen. De aanduiding heeft deze specifieke vorm zodat zo min mogelijke bosgrond gebruikt hoeft te worden voor parkeren. Wij merken hier voor de volledigheid bij op dat in de nu geldende bosbestemming ook parkeerplaatsen zijn toegestaan, alleen zijn die bedoeld voor het bosgebruik.

In de berekening van de parkeernormen staat abusievelijk een fout. Voor de woningen geldt een norm van 2,1 parkeerplaats per woning. Voor 2 woningen zijn dit 4,2 parkeerplaatsen, niet 2,2. Paragraaf 4.6 wordt hierop aangepast. De parkeernorm voor de vrijstaande woning bedraagt 2,3. Op onderstaande afbeelding is ook de draaicirkel ingetekend. De draaicirkel is met een straal van 5 meter groot genoeg om te kunnen keren. Voor de volledigheid geven wij een overzicht van de verschillende oppervlakten:  Breedte inrit: 4,50 meter.  Oppervlakte bouwvlak bollenschuur: 560 m2.  Oppervlakte bouwvlak bollenschuur: 232 m2.  Oppervlakte bestemming tuin behorend bij bollenschuur: 285 m2.  Oppervlakte bestemming tuin behorend bij vrijstaande woning: 78 m2 en 154 m2.  Oppervlakte functieaanduiding “specifieke vorm van verkeer - inrit”: 430 m2.

Afbeelding: Parkeerplaatsen en draaicirkel. C. Feitelijke informatie over effecten van bij genoemde punten Samenvatting Hoeveel bomen van de 143 bomen met meer dan 15 cm doorsnede worden bovengronds verwijderd? Van hoeveel bomen wordt het wortelnetwerk zo geraakt door de bestemmingswijziging zodat ze verzwakt raken en later verwijderd gaan worden? Hoe groot is het gebied wat effect gaat ondervinden wat omschreven is in de BIJ12 soortenfolder als schadelijk voor de wettelijk beschermde soort? Denk bijvoorbeeld aan verlichting en haar projectie in het bos door de wijziging. In het gehele bos worden de natuurwaarden ondergeschikt aan menselijke bewoning gerelateerde waardes en de bestemmingsplanwijziging. Bijna van alle bomen zullen de wortels geraakt worden. Alles wat niet mag zou omschreven moeten worden met gekwantificeerd effect op het gebied. Kabels en leidingen: verwacht hier lengtes, dieptes, oppervlaktes en hoeveel bomen hierdoor in hun wortelstelsel geraakt gaan worden. Idem voor verdichting door plaatsen van zware materialen en voertuigen op reguliere basis en tijdens de aanlegfase. Verlichting is niet beschreven alleen al maar koplampen, draailocaties en vanuit ramen zal er bijna in het gehele bos licht schijnen. Verlichting is niet toegestaan bij de beschermde

vleermuizen waarvoor de bollenschuur als een permanente verblijfsplaats is vastgesteld in het ecologisch rapport. In het bos wordt ook gefoerageerd door deze soort en wordt daar en langs de rand nog steeds waargenomen. Conform de wet en jurisprudentie is het foerageergebied beschermd op deze afstand van een verblijf. Als u als raad over deze bestemmingswijziging moet beslissen dan zou u tenminste geïnformeerd moeten worden over de wettelijk beschermde soorten en de mitigerende maatregelen die daarvoor behoren genomen te worden. Lichtprojectie vanuit de panden en tijdens de bouw is een vast wettelijk onderdeel bij projecten waar deze soorten voorkomen. Daarvoor heb ik voor 19 en 21 oplossingen gegeven maar zie ik niet terug in de omschrijving. Dat is teleurstellend. Lichtprojectie in het bos is helemaal niet benoemd. Wat niet wordt vastgelegd is niet beschermd daar deze gemeente afgegeven vergunningen als leidend beschouwd worden onafhankelijk van juridische correctheid of toetsing achteraf van de uitvoering. Duurzaamheid De nu aanwezige 143 bomen met een diameter boven de norm van 15 cm slaan onder en bovengronds CO₂ op en bevatten momenteel een reserve. Als je 90% van de bomen weghaalt en voor 95% de wortelmassa aantast kan er tussen 4500 en 17000 kg CO₂ per ha per jaar niet opgenomen worden.

De bestemmingswijziging vormt ten opzichte van de huidige situatie (dat is de situatie die je hoort te vergelijken, huidige met geen personen vervoer) maar zelfs met de reeds veranderde bestemming voor de bollenschuur waarbij het bos in stand blijft een verzwaarde CO₂ belasting. Water Bossen onderaan de binnenduinrand zijn daar natuurlijk ontstaan op de eerste zandrug toen NH nog voornamelijk zee was. Deze bossen zorgen als zijnde gebruikelijk in die tijd ook voor hout en behielden hun functie. De bodem van dergelijke oude bosgronden is ook bijzonder. Eén lepel bevat al over een miljoen organismen. Deze bosgronden kunnen benodigde bergende capaciteit bieden bij hoosbuien en het water langzaam via verdamping via de bladeren met verkoelende werking terug te geven aan de omgeving. In 2021 is maar al te duidelijk gebleken dat we dergelijke buffers nodig hebben toen er een hoosbui viel na een lange droge periode. Bovenstrooms kwelwater vasthouden net onder de duinrand voorkomt ook snelle stijging van de kwelstromen in de binnenduinzone. Organisch materiaal op/in de bosbodem bevordert het vasthouden van het vocht. Jonge herplant heeft niet dezelfde capaciteit. Bij aantasting van 90% van de bomen worden er problemen voor de toekomst gecreëerd niet alleen op het perceel maar ook voor de wijdere omgeving.

De initiatiefnemer van nummer 21 wil ook een kelder aanleggen waarvoor gedurende lange tijd het gebied ontwatert moet worden. Die verantwoordelijkheid wordt met een watertoets en latere goedkeuring overgedragen aan het Hoogheemraadschap terwijl vanuit een omgevingsvisie en de effecten op biodiversiteit de gemeenteraad zelf kunnen besluiten dat planten van water onthouden geen verstandig idee is. Biodiversiteit Biodiversiteit eindigt niet bij één soortgroep. Zo zijn soortgroepen als vogels niet eens benoemd met betrekking tot verlies van leefomgeving terwijl het bos dagelijks gebruikt

wordt door uilen, spechten, merels, lijsters, buizerds en tientallen soorten zangvogels en wordt periodiek en jaarrond gebruikt door diverse zoogdieren, waaronder vleermuizen waarvoor wettelijk (artikel 3.5 lid 2 WnB) vastgestelde omgevingseisen gelden verzwegen (maar ook over eekhoorns, egels en schuwe soorten als marterachtige is niets terug te vinden). Het basisvoedsel voor bovenstaande soorten zijn insecten, met 14 verschillende libellen, 230 (nacht) vlinders, over 100 verschillende bijen, zweefvliegen en andere insecten in de directe omgeving binnen 40 m van het perceel waargenomen in een periode van enkele maanden. De vogels met nesten in mijn tuin vliegen af en aan naar het bos om hun jongen met rupsjes te voeden. De binnenduinzone biedt als windluwe overgangszone tussen duin en agrarisch gebied met unieke kwel een voor Nederland een van de rijkste biotopen voor vele soorten uit de omgeving. Onderhoud en gelaagde opbouw in structuur maar ook in leeftijd van het bomenbestand kan de potentie verhogen. De door de eigenaar reeds verwijderde struik- en kruidlaag aan de zon georiënteerde zuidzijde bosvak was geen indicatie dat het kennisniveau bij de initiatiefnemers voldoende is, of ze in staat waren suggesties over structuur van omwonenden en derden toe te passen en natuurwaarden verder te optimaliseren.

Mijn suggestie van twee jaar geleden eigendom voor de bosbestemming of een deel daarvan over te dragen aan een terrein beherende organisatie en lokale vrijwilligers om zo de eigenaar financieel te ontlasten zijn in de wind geslagen. Uit dit plan blijkt dat ze kost wat kost willen ontwikkelen. Overigens is een tuin een vak waarin zodra de bestemming gewijzigd er weinig sturingsopties zijn. En vormt een ruim begrip zeker als het om duurzaamheid en biodiversiteit gaat. Een inwoner kan deze invullen met bijgebouwen, vol leggen met plastic gras zonder enige biotoop, beplantingseenheidsworst zoals recent gezien in de nieuwste vakantiepark ontwikkeling in het dorp, verharden of hun auto op parkeren. Beantwoording Er zijn veel bomen en het karakter van de tuin is bos. Na de bouw van de woningen en de aanleg van de inrit dient een groot deel van de tuin de uitstraling van het bos te behouden. Er blijven dan ook 70 bomen behouden. 50 bomen worden gekapt. Hierbij merken wij het volgende op. Er is sprake van sterk achterstallig onderhoud in het groen. Na de 2e wereldoorlog is geen onderhoud meer gepleegd en de gemeente Bergen heeft diverse malen noodkap moeten uitvoeren. Er zijn veel bomen ziek/dood en/of er is sprake van scheeftstand. Uit de bij het bestemmingsplan toegevoegde bijlage met onderzoek van Pius Floris uit 2019 blijkt dat 148 bomen werden beoordeeld.

Er konden slecht 46 bomen goedgekeurd worden. 87 werden als Risicoboom beoordeeld, 15 bomen werden afgekeurd. De bij de kapvergunning toegevoegde bijlages laten een actualisatie van de bomeninventarisatie zien en een Bomen Effect Analyse, opgesteld door Peter Mul Boomverzorging. Ook is een tekening ingediend waarop is aangegeven welke bomen om welke reden zullen worden gekapt. Deels betreft dit afgekeurde bomen, deels betreft dit bomen die staan op een plek waar inrit en/of bouwvlakken zijn gepositioneerd. Er is rekening gehouden met behoud van beeldbepalende en waardevolle bomen. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt uitsluitend het noodzakelijke gekapt. Door vakbekwaam onderhoud krijgen de bomen die overblijven meer kans.

In de bosbestemming in het bestemmingsplan is een aanlegvergunningstelsel opgenomen (artikel 3.3). Zonder aanlegvergunning is het onder meer niet toegestaan te verharden, grond te bewerken of graafwerkzaamheden uit te voeren of kabels en leidingen aan te leggen. Een vergunning kan alleen worden verleend, als er geen natuurwaarden worden aangetast en dat blijkt uit het advies van een deskundige. Zo wordt schade door kabels en leidingen zoveel mogelijk voorkomen. Zoals u opmerkt, zijn er in de tuinbestemming weinig sturingsopties. De grootte van de tuinbestemming is daarom klein gehouden ten opzichte van de bosbestemming, zodat het bos zoveel mogelijk in stand wordt gehouden. Hierbij merken wij op dat bij de bollenschuur gronden met woonbestemming worden omgezet in een bosbestemming. Niet ontkend wordt dat er bos wordt gekapt, maar de aantasting van natuurwaarden wordt op deze manier zo klein mogelijk gehouden. Er is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het onderzoek is gebleken dat de locatie niet in gebruik is als verblijfplaats van vogels. Onderzoek leverde geen waarnemingen van kleine marters op. De bollenschuur is in 2020 ondanks de brand in gebruik geweest als winterverblijf van een Gewone grootoorvleermuis. Daarnaast was in de bollenschuur een (tijdelijke) verblijfplaats van een Gewone dwergvleermuis aanwezig.

Rond de bollenschuur is geschikt foerageergebied aanwezig, wat door de combinatie van luwte en een zoom van het bos veelvuldig wordt gebruikt door Gewone dwergvleermuizen. Ook de Gewone grootoorvleermuis foerageert hier. Het woonhuis en het bos hebben geen tot weinig functie voor beschermde soorten. Er is slechts sprake van beperkt foerageren door Gewone dwergvleermuizen. Ten behoeve van de aangevraagde ontheffing Wet natuurbescherming is een activiteitenplan met mitigerende en compenserende maatregelen opgesteld. Op 5 november 2020 is de ontheffing verleend. Tevens is omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een tijdelijk vleermuizenverblijf. In de nieuwbouw worden vier inbouwverblijfplaatsen gerealiseerd en in het bos worden 4 stuks vleermuiskasten bevestigd aan bestaande bomen. In de door de Omgevingsdienst verleende ontheffing van 5 November 2020 is gesteld dat bij de mitigerende maatregelen (waaronder de aanleg van een tijdelijk vleermuisverblijf) in een gewenningsperiode voor de dieren moeten worden voorzien voordat oude verblijven ongeschikt worden gemaakt. Het vleermuisverblijf is inmiddels met omgevingsvergunning gerealiseerd en conform bouwvoorschriften/eisen omgevingsdienst opgeleverd. In November 2020 is de vleermuiskelder gerealiseerd met ontwerp en begeleiding uitvoering door Groot Eco Advies in de persoon van ecoloog Jaap Groot.

Aan de gestelde mitigerende maatregelen wordt voldaan. Overige maatregelen (vleermuiskasten in gevel bollenschuur) kunnen pas worden geplaatst na onherroepelijke vergunning voor aanpassing van het monument. Als buitenverlichting wordt in overleg met en op advies van Omgevingsdienst NoordHolland Noord gekozen voor amberkleurige vleermuisvriendelijke led buitenverlichting, geleverd door de hierin gespecialiseerde firma Avalite. Verlichting heeft een

kleurtemperatuur tussen 1700K - 2200K. De lichtbundel wordt afgeschermd, zodat geen direct maar ook geen strooilicht op de in/uit vliegopeningen en vlieg/fourageerroute schijnt. Hiermee wordt voldaan aan de voorschriften in de verleende ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. Door het bos zoveel mogelijk te behouden, wordt de genoemde opslag van CO₂ zoveel mogelijk behouden. Hierbij merken wij op dat in de bollenschuur nu 2 woningen worden gerealiseerd terwijl er nu 8 woningen zijn toegestaan, waardoor het autoverkeer afneemt. Ook voor het vasthouden van water is het van belang dat het bos zoveel mogelijk behouden blijft. Door de vele bomen op het terrein en het toepassen van infiltratieboxen wordt een goede waterberging geborgd. Het plan is overigens tot stand gekomen in overleg met het hoogheemraadschap. De opmerkingen van het hoogheemraadschap zijn verwerkt en het hoogheemraadschap heeft dan ook geen aanleiding gezien om een zienswijze in te dienen. Er zijn geen plannen voor een kelder (anders dan het tijdelijke vleermuizenverblijf). In de omgevingsvergunning voor de bollenschuur is dan ook geen kelder opgenomen. Onderhoud door vrijwilligers is geen optie, omdat de percelen in eigendom komen van de toekomstige bewoners. Zij verzorgen ook het onderhoud. Er is gelet op bovenstaande ook geen aanleiding om hiervoor vrijwilligers in te schakelen. D.

Bestemmingsplanregels Samenvatting Worden bestemmingsregels gebruikt waar ze voor bedoeld zijn? En voorwaarden waaronder die zijn opgesteld gerespecteerd? Noodzaak tot uitweg, bouwvak bos villa nu niet vergund, zichtlijn bosvilla vanaf de weg. Beantwoording De omgevingsvergunningen worden getoetst aan het bestemmingsplan. Dit geldt naast de ingediende vergunning voor woningen in de bollenschuur ook voor toekomstige vergunningen, zoals de benodigde vergunningen voor de nieuwe vrijstaande woning en de aanleg van kabels en leidingen. De vergunningen voor bouwen worden ook getoetst aan het beeldkwaliteitsplan. Ook in de toekomst moet het gebruik van het perceel voldoen aan het bestemmingsplan. Mocht het gebruik van de gronden niet overeenkomen met de regels in het bestemmingsplan, dan bestaat de mogelijkheden om een verzoek tot handhaving in te dienen. E. Borging plan Samenvatting Welke onderdelen in het bestemmingsplanwijziging zijn omschreven als opties en welke zijn daadwerkelijk geborgd? Welke energieduurzame maatregelen worden er genomen, waar worden ze geplaatst en die hebben ze nadelige bijeffecten strijdig met een gebied

waar nu natuurwaarden leidend zijn? Misschien en wensen van de schrijver zijn geen concrete afspraken. Beantwoording De volgende duurzame maatregelen worden genomen:  Hoogwaardige isolatie van zowel vloeren, gevels als daken;  Sedum-/kruidendaken waar mogelijk en verantwoord;  Pv-panelen op het dak t.b.v. stroomvoorziening;  Verwarming via vloerverwarming middels lage temperatuur;  Minimale verharding van tuin/terrein, toepassen half-verharding indien mogelijk;  Waar mogelijk toepassen van hernieuwbare natuurlijke materialen (bijvoorbeeld hout);  Re-/demontabele constructie in staal of hout (circulair); De maatregelen zijn opgenomen in de ingediende omgevingsvergunning ‘activiteit bouwen’ voor de bollenschuur en worden t.z.t. opgenomen in de vergunning voor de vrijstaande woning. Conclusie De zienswijze heeft op de volgende punten geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan:  Toelichting, paragraaf 4.6: De tekst over parkeernormen is aangepast.  Verbeelding: Er is een aanduiding voor parkeerplaatsen opgenomen.  Regels, artikel 3 (Bos): Een aanduiding voor parkeerplaatsen is toegevoegd. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van de omgevingsvergunning.

3. Ambtshalve aanpassingen Naast de wijzigingen die voortvloeien uit de voorgaande hoofdstukken, is gebleken dat er nog een ambtshalve aanpassing nodig is. Gelet op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State zijn de stikstofberekeningen geactualiseerd.

Bijlage: Gehele zienswijze

Betreft: zienswijze Duinweg 21. Ontwerp bestemmingsplan Geachte gemeenteraadsleden,

Schoorl 28 oktober 2022

Hierbij vraag ik uw aandacht voor de ontwerpbesluiten behorende bij Duinweg 21 bestemmingsplan en omgevingsvergunning WABO2101931. Het bestemmingsplan is het onderdeel waar de zienswijze met de Raad kan worden besproken. Helaas kan ik uit dit plan en andere waargenomen ontwikkelingen in deze gemeente concluderen dat de organisatie er niet in slaagt duurzame ontwikkelingen te begeleiden of af te dwingen, niet in staat is belanghebbenden correct te infomeren over de effecten en hun omvang voor een gefundeerde beoordeling en zeker niet in staat is de in de raadscommissies besproken Omgevingsvisie correct uit te voeren. Wet is dat een wijziging niet beschadigend mag zijn voor de mens of de omgeving. Deze voorstellen WABO en bestemmingsplan brengen permanente schade toe aan de leefomgeving waar tot op heden, meer dan 400 jaar rust en natuurlijk dag- en nachtritme werd geboden. Ondanks door mij onderbouwde effecten en feitelijke informatie over aanwezige soorten in 2020 zie ik de thema’s duurzaamheid, waterbeheer, soortenbescherming, Wet Natuurbeheer onvoldoende geborgd worden in de bestemmingswijziging van 76 pagina’s met kenmerk t_NL.IMRO.0373.BPDuinweg21-B001 die ik gedownload heb. Ik wil dat u en uw inwoners die een bestemmingswijziging moeten beoordelen en valideren kunnen beschikken over: 1. Correcte visuele weergave van wijzigingen. Wegen zijn geen bos.

Waar wordt geparkeerd? Waar worden kabels en leidingen getrokken? 2. Correcte feitelijke informatie over afmetingen van gebieden die van functie gaan wijzigen. Hoeveel m² wordt tuin, hoe breed wordt de uitrit, hoeveel parkeerruimte, hoeveel draairuimte voor auto’s. 3. Feitelijke informatie over effecten van bij 2 genoemde punten. Hoeveel bomen van de 143 bomen met meer dan 15 cm doorsnede worden bovengronds verwijderd? Van hoeveel bomen wordt het wortelnetwerk zo geraakt door de bestemmingswijziging zodat ze verzwakt raken en later verwijderd gaan worden? Hoe groot is het gebied wat effect gaat ondervinden wat omschreven is in de BIJ12 soortenfolder als schadelijk voor de wettelijk beschermde soort? Denk bijvoorbeeld aan verlichting en haar projectie in het bos door de wijziging. 4. Worden bestemmingsregels gebruikt waar ze voor bedoeld zijn? En voorwaarden waaronder die zijn opgesteld gerespecteerd? Noodzaak tot uitweg, bouwvak bos villa nu niet vergund, zichtlijn bosvilla vanaf de weg. 5. Welke onderdelen in het bestemmingsplanwijziging zijn omschreven als opties en welke zijn daadwerkelijk geborgd? Welke energie duurzame maatregelen worden er genomen, waar worden ze geplaatst en die hebben ze nadelige bijeffecten strijdig met een gebied waar nu natuurwaarden leidend zijn? Misschien en wensen van de schrijver zijn geen concrete afspraken. Ad 1.

In de onderstaande visualisatie, figuur 1 op ruimtelijke plannen wordt een toegangsweg (ten sterkste afgeraden door alle omwonenden vanwege veiligheidsrisico en huidig gebruik als veilige wegoversteek door martereachtige en eekhoorns) verbloemd weergegeven door groen met een dun stippellijntje in het midden. In het plan zelf kunt u echter lezen dat dit een meer dan 4 meter hoge verbinding moet worden richting tuinvak van beide woningen met zelfs een zichtlijn op de geplande woning op 54 meter van de weg in wat nu nog een bos is. Dat terwijl de zichtlijn gemiddeld bij de dichtstbijzijnde 11 woningen op 8.43 meter ligt. Wat u wil lezen in een plan is feitelijke informatie en geen verhullende zinnen zoals in paragraaf 4.6. of zichtlijnen creëren die de voorgestelde onveilige verkeerssituatie moeten gaan oplossen.

Ad 2 Parkeren Uit onderstaande plantekening kunt men niet opmaken waar men gaat parkeren. Initiatiefnemer van nummer 19 wilde dat volgens mij laatst bekende informatie en door hem gepresenteerd voor maximaal 6 voertuigen in het bos doen op de boomwortels ten noorden van de weg. Verdichting van de bodem heeft effect op het welzijn van bomen. Er staat ook verwarrende informatie over of de eigenaar van nummer 19 nu wel of geen gebruik heeft maakt van dit perceel met vervoersmiddelen. Op pagina 8, 2e alinea spreekt men van een collectieve ingang. Op pagina 14, paragraaf 4.3.4. staat dat “parkeren op eigen terrein van beide percelen opgelost. Hier is op het erf voldoende ruimte voor”. Dat is zeer aannemelijk gezien de m2 aan de Noordzijde in het de tuin en in het bestemmingsplan vastgestelde woonvakken. Echter op pagina 18 bij 4.6 lees ik opmerkelijke normgetallen. 2,1, 2,2. en 2,3 parkeerplaatsen. Ruim voldoende gelegenheid op het perceel om daar aan te voldoen. Die laatste zin baart mij zorgen. Zoals ik dit lees gaat men in dit rapport er vanuit dat in gebied met bosbestemming willekeur tot vrijheid van parkeren geniet ook boven de norm aantallen op eigen terrein. Parkeren behoort conform omschrijving vastgestelde bestemming 1e herziening Schoorl en Kernen thuis in het tuin-woon vak en dient ook duidelijk te worden omschreven en aangegeven op de kaart.

Artikel 5 pagina 121 lid d bestemmingsomschrijving voor indicatie bos (Bo) uitrit opvoeren dient enkel voor de nieuw te bouwen woning. Reeds bestemde woon- en tuinvakken van 19 en 21 als mede het bosperceel zijn al voorzien van een toegang aan de Noordzijde. Bestemmingswijzigingsvoorstel betreft 4460 m2. Als ik in de tekst beschreven onderdelen die oppervlakte belasten zuinig bereken komt Duinweg 21 gebouw op 550m², tuinvak 275m², draaivak en oprit 631m², extra villa 256m², tuin vak 1 162m², tuinvak 2 (schuur/garage hoe kom je daar toegangspad) 78m² blijft er 2500 m2 bosbestemd over. Waarvan 299 m2 nu aan de west en noordzijde gelegen waar alle bomen ondanks aangetoonde vliegroutes reeds zijn verwijderd. Ad 3. In het gehele bos worden de natuurwaarden ondergeschikt aan menselijke bewoning gerelateerde waardes en de bestemmingsplanwijziging. Bijna van alle bomen zullen de wortels geraakt worden. Zie figuur 2 voor vorm wortelstelsel van de verschillende soorten bomen die hier voorkomen. Artikel 5 Bos (BO) Huidig bestemmingsplan Grote bospercelen waarop, doorgaans geen bebouwing aanwezig is, zijn bestemd als Bos (BO). Activiteiten binnen deze bestemming moeten zijn gericht op het behoud, herstel en ontwikkeling van de actuele en potentiële landschaps- en natuurwaarden.

Op gronden met de bestemming Bos geldt een aanlegvergunningplicht voor onder andere het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

Pagina 158 aanlegvergunning Artikel 23 geeft duidelijk aan wat wel en niet mag in een bosgebied met de betreffende archeologische indicatie. Alles wat niet mag zou dan wel omschreven moeten worden met gekwantificeerd effect op het gebied. Kabels en leidingen: verwacht hier lengtes, dieptes, oppervlaktes en hoeveel bomen hierdoor in hun wortelstelsel geraakt gaan worden. Idem voor verdichting door plaatsen van zware materialen en voertuigen op reguliere basis en tijdens de aanlegfase. Verlichting is niet beschreven alleen al maar koplampen, draailocaties en vanuit ramen zal er bijna in het gehele bos licht schijnen. Verlichting is niet toegestaan bij de beschermde vleermuizen waarvoor de bollenschuur als een permanente verblijfsplaats is vastgesteld in het ecologisch rapport. In het bos wordt ook gefoerageerd door deze soort en wordt daar en langs de rand nog steeds waargenomen. Conform de wet en jurisprudentie is het foerageergebied beschermd op deze afstand van een verblijf. Als u als raad over deze bestemmingswijziging moet beslissen dan zou u tenminste geïnformeerd moeten worden over de wettelijk beschermde soorten en de mitigerende maatregelen die daarvoor behoren genomen te worden. Lichtprojectie vanuit de panden en tijdens de bouw is een vast wettelijk onderdeel bij projecten waar deze soorten voorkomen.

Daarvoor heb ik voor 19 en 21 oplossingen gegeven maar zie ik niet terug in de omschrijving. Dat is teleurstellend. Lichtprojectie in het bos is helemaal niet benoemd. Wat niet wordt vastgelegd is niet beschermd daar deze gemeente afgegeven vergunningen als leidend beschouwd worden onafhankelijk van juridische correctheid of toetsing achteraf van de uitvoering. Duurzaamheid De nu aanwezige 143 bomen met een diameter boven de norm van 15 cm slaan onder en bovengronds CO₂ op en bevatten momenteel een reserve. Voor oude gemengde bossen varieert dat tussen 4.77-17.97 tCO2ha/jaar uitwisseling en 1.3-4.9 opslag ha/jaar en 2-7tC/ha/jaar gemiddeld bij plantage rotatiebossen (Thomas et al., 2011 Britain & Europe Broad-leaved wood 9.17, 2-13* 100 yr old mixed broadleaved 2.5 Cannel 1999 2-7tC/ha/yr average across rotation, Gregg et al., 2021) Ondergronds bevat een dergelijk bos nu tussen 62 en 120 ton (factor 1000 kg) per ha. Als je 90% van de bomen weghaalt en voor 95% de wortelmassa aantast kan er tussen 4500 en 17000 kg CO₂ per ha per jaar niet opgenomen worden. Dat overschreid de grens die alle auto’s hier in de buurt passerend op de Duinweg op jaarbasis produceren. Oppervlak bosbestemming is halve hectare (ha) maar als je deze getallen door de helft deelt kun je los van bouw en energievraagstukken niet tot een positieve bijdrage in CO₂ reductie komen.

De bestemmingswijziging vormt ten opzichte van de huidige situatie (dat is de situatie die je hoort te vergelijken, huidige met geen personen vervoer) maar zelfs met de reeds veranderde bestemming voor de bollenschuur waarbij het bos in stand blijft een verzwaarde CO² belasting.

Figuur 1 Enkele van de meest voorkomende bomen en hun wortelstelsel, grove den, Noorse esdoorn, zomereik, kastanje, taxus en lijsterbes.

Water Bossen onderaan de binnenduinrand zijn daar natuurlijk ontstaan op de eerste zandrug toen NH nog voornamelijk zee was. Deze bossen zorgen als zijnde gebruikelijk in die tijd ook voor hout en behielden hun functie. De bodem van dergelijke oude bosgronden is ook bijzonder. Eén lepel bevat al over een miljoen organismen. Deze bosgronden kunnen benodigde bergende capaciteit bieden bij hoosbuien en het water langzaam via verdamping via de bladeren met verkoelende werking terug te geven aan de omgeving. In 2021 is maar al te duidelijk gebleken dat we dergelijke buffers nodig hebben toen er een hoosbui viel na een lange droge periode. Bovenstrooms kwelwater vasthouden net onder de duinrand voorkomt ook snelle steiging van de kwelstromen in de binnenduinzone. Organisch materiaal op/in de bosbodem bevordert het vasthouden van het vocht. Jonge herplant heeft niet dezelfde capaciteit. Bij aantasting van 90% van de bomen worden er problemen voor de toekomst gecreëerd niet alleen op het perceel maar ook voor de wijdere omgeving. De initiatiefnemer van nummer 21 wil ook een kelder aanleggen waarvoor gedurende lange tijd het gebied ontwatert moet worden. Die verantwoordelijkheid wordt met een watertoets en latere goedkeuring overgedragen aan het Hoogheemraadschap terwijl vanuit een omgevingsvisie en de

effecten op biodiversiteit de gemeenteraad zelf kunnen besluiten dat planten van water onthouden geen verstandig idee is. De effecten van de ontwatering van perceel Boschmansweg nummer 5 voor vele maanden zijn nog in de ruime omgeving te zien vooral voor de soorten bomen die oppervlakkig wortelen of die het meeste vocht verdampen op jaarbasis zoals de dennen en sparren. Biodiversiteit Biodiversiteit eindigt niet bij één soortgroep. Zo zijn soortgroepen als vogels niet eens benoemd met betrekking tot verlies van leefomgeving terwijl het bos dagelijks gebruikt wordt door uilen, spechten, merels, lijsters, buizerds en tientallen soorten zangvogels en wordt periodiek en jaarrond gebruikt door diverse zoogdieren, waaronder vleermuizen waarvoor wettelijk (artikel 3.5 lid 2 WnB) vastgestelde omgevingseisen gelden verzwegen (maar ook over eekhoorns, egels en schuwe soorten als marterachtige is niets terug te vinden). Het basisvoedsel voor bovenstaande soorten zijn insecten, met 14 verschillende libellen, 230 (nacht) vlinders, over 100 verschillende bijen, zweefvliegen en andere insecten in de directe omgeving binnen 40 m van het perceel waargenomen in een periode van enkele maanden. De vogels met nesten in mijn tuin vliegen af en aan naar het bos om hun jongen met rupsjes te voeden.

De binnenduinzone biedt als windluwe overgangszone tussen duin en agrarisch gebied met unieke kwel een voor Nederland een van de rijkste biotopen voor vele soorten uit de omgeving. Onderhoud en gelaagde opbouw in structuur maar ook in leeftijd van het bomenbestand kan de potentie verhogen. Oud hout in diverse vormen, staand, als tak en in takkenrillen heeft een belangrijke ecologische functie. De door de eigenaar reeds verwijderde struik- en kruidlaag aan de zon georiënteerde zuidzijde bosvak was geen indicatie dat het kennisniveau bij de initiatiefnemers voldoende is, of ze in staat waren suggesties over structuur van omwonenden en derden toe te passen en natuurwaarden verder te optimaliseren. Mijn suggestie van twee jaar geleden eigendom voor de bosbestemming of een deel daarvan over te dragen aan een terrein beherende organisatie en lokale vrijwilligers om zo de eigenaar financieel te ontlasten zijn in de wind geslagen. Uit dit plan blijkt dat ze kost wat kost willen ontwikkelen. Overigens is een tuin een vak waarin zodra de bestemming gewijzigd er weinig sturingsopties zijn. En vormt een ruim begrip zeker als het om duurzaamheid en biodiversiteit gaat.

Een inwoner kan deze invullen met bijgebouwen, vol leggen met plastic gras zonder enige biotoop, beplantingseenheidsworst zoals recent gezien in de nieuwste vakantiepark ontwikkeling in het dorp, verharden of hun auto op parkeren.

Bijlagen: Toelichting verwevenheid bosperceel omvang en grenzen conform bestemmingsplan 2009. Beide documenten die nu ter inzage worden aangeboden gaan beide over het zelfde perceel waartoe ook nummer 19 behoort als men het over de bosbestemming heeft. Daar mijn bezwaar gaat over het bosgebied wil ik aangeven dat ik het nodig acht hier zowel het gebied ten zuiden van nummer 19 als van nummer 21 te benoemen. Dieren, bomenwortels, waterstromen en mycorrhiza (schimmel communicatie- en voedingsweb) in een bos kennen geen kadastrale grenzen. En de nieuwe kadastrale grenzen zijn door beide eigenaren opgesteld. Tevens gaan zij beide vruchtgebruik maken van het gebied waarover deze bestemmingswijziging gaat. Belang betreft dus beide initiatiefnemers. Toelichting: Eigenaren van zowel 19 en 21 beroepen zich op dezelfde ecologische quickscan. Alleen de eigenaar van nummer 21 heeft ontheffing bij bevoegd gezag aangevraagd voor kadastraal perceel D2906 voorafgaande aan een WABO vergunning. Bij de behandelde ontheffing voor D2906 bleek de quickscan zich te contenteren rondom het gebouw. Het bos en de bosranden geven geen realistische weergave van de frequentie van het gebruik in gemeten periodes in het gebied aan de zuidzijde waar de eigenaar een nieuwe villa wil bouwen waar het meeste veldonderzoek (volledige nacht meer dan 30 onderzoeken) door mij is geïnitieerd.

Data was onvolledig, bevatte incorrecte gegevens over kwetsbare periodes en was wettelijk incorrect en gewijzigd geretourneerd aan de personen die dat hadden aangegeven. Eigenaar nummer 19 heeft de ecologische quickscan aangeboden bij de WABO aanvraag maart 2020 zonder daaruit vloeiend vervolg onderzoek af te wachten en deze aan bevoegd gezag voor te leggen. Dat is wederom niet gebeurd bij de hernieuwde vergunning. De gemeente heeft ondanks daarop gewezen te zijn niet gecontroleerd of de separate procedure correct was gevolgd en ontheffing door bevoegd gezag was verleent. Toch werd toestemming gegeven tot kap en later vergunning tot kapen gebouw gerelateerde WABO vergunningen afgegeven. Resulterend in kap in het tuinvak en bosgebied waaronder de kap van een boom met een holte en over de honderd jaar oude taxussen en eiken en beuken op de vliegroute naar het verblijf. Recente boomvergunning voor twee bomen benoemde niet de soort boom wat inmiddels wel gebruikelijk is voor andere gepubliceerde aanvragen. Helaas ontbreken bij de vergunning omschrijving voor zowel 19 als 21 gedane suggesties voor verbeterde inrichting/plaatsing met betrekking tot schadelijke lichteffecten op omliggend bos en de wettelijk beschermde soorten. Noch is er direct gecommuniceerd met omwonenden dat deze onderdelen wel zouden worden meegenomen in het ontwerpen.

Veel voorkomend probleem bij projectontwikkelingen is het proces van verlies van ambitie, bewust en onbewust. Omdat er functiewijzigingen in gemeenteraad en bij ambtenaren plaatsvindt kan dat onopgemerkt plaatsvinden mits inwoners de moed vinden alle tegenwerking te overwinnen als ze hun positieve inbreng in het geheel niet terug te zien in gepresenteerd plan. Ik zou daarom de raad adviseren te vragen om goede en eenduidige input vanuit de ambtelijke organisatie.

Andere voorbeelden van passages. Pagina 18 eerste alinea $ 4.5 “Waarschijnlijk positieve bijdrage op NNN vanwege wijziging ten opzichte planologische situatie”. De huidige situatie is bosbestemming zo ook planologisch conform bestemmingsplan 2009 en ook nog in de 1e herziening Schoorl en kernen is het een bosbestemming ook al bouw je er meerdere appartementen in en breng je het gebouw, van nummer 19 terug naar het voor tuin en wonen bestemde bouwvak. Daarin wordt zelfs nogmaals vermeld dat natuurwaarden in het bosgebied leidend horen te zin. Met leidende natuur voorwaarden in de uitgangsituatie kun je door herbestemming nooit een betere situatie krijgen. Pagina 5 2e alinea op een klein deel is wonen (2) toegestaan. Echter een gebouw had vergund moeten zijn voor de overgangsperiode van het bestemmingsplan 2009 conform dat bestemmingsplan. Is de huidige tekst nu anders dan heeft er een tussentijdse bestemmingswijziging plaatsgevonden waar noch u nog andere inwoners over zijn geïnformeerd of het document toelichting op ruimtelijke plannen klopt ook niet. Eerder wordt genoemd dat er alleen een bijgebouw mocht staan. Pagina 158 aanlegvergunning Artikel 23 geeft duidelijk aan wat wel en niet mag in een bosgebied met de betreffende archeologische indicatie. Alles wat niet mag zou dan wel omschreven moeten worden met effect op het gebied.

Op dit perceel is reeds een vleermuiskelder voorafgaande aan goedgekeurde mitigatiemaatregel geplaats in het gebied met bosbestemming direct naast een oude Sitkaspar. Een kelder voldeed niet aan de basisvereisten wat betreft hoogte ingang, predatie veiligheid en door de in de bollenschuur wonende grootoorvleermuizen in 2021 i.i.g. nog gewoon werd gepasseerd op weg naar hun verblijf.

1e herziening bestemmingsplan Schoorl en Kernen. Raadsbesluit over het perceel 19-21: “Met de woonbestemming wordt de bouw van maximaal 8 appartementen mogelijk gemaakt in de voormalige bollenschuur. De bollenschuur is als rijksmonument aangewezen. Mede om die reden wordt buiten het bouwvlak geen nieuwe bebouwing toegestaan”.

Achtergond leesstof voor de liefhebber: Ectomycorrhizal fungi, which are very diverse (at least 6000 species of basidiomycetes, ascomycetes and zygomycetes), can account for 30% of the microbial biomass in forest soils. They characteristically form a mantle that envelops host roots and extends into the soil for resource exchange, contributing as much as 200m of hyphae/gm of dry soil. They are associated largely with woody species (shrubs and trees) forming symbiotic relationships with 80-90% of all temperate and boreal forest trees. They drive forest processes e.g. Soil Organic Matter (SOM) decomposition, nutrient cycling and C sequestration and are believed to supress soil respiration and thus increase soil C storage. Improving SOM through C sequestration also has the potential to improve soil health significantly in terms of nutrient availability and water-holding capacity. The allocation of photosynthate-C to soil via living roots through rhizodeposition and associated rhizosphere processes is now widely recognised as major components of terrestrial ecosystem C cycling (Henneron et al., 2019). Root exudation and death lead to formation of new root-derived SOC and root-derived carbon is generally considered to make the largest overall contribution to total soil aggregate-associated carbon (Rees et al., 2018).

Damaged and disturbed soils lose carbon. Drainage in particular will dry out wet soils and increase decay rates Measures for carbon in planted forests, for example, are predicated on the system reaching an equilibrium point whereby sequestration equals absorption (Cannell & Milne, 1995, Dewar & Cannell, 1992). There is some evidence for this from field measurements for conifer plantations, but it is challenged for old growth and ancient woodland by Xiong et al. (2020), who found carbon accumulation persisted in a broadleaved forest unmanaged for over 400 years.

Tabel 1

Habitat: soils and vegetation Existing habitats Reed bed Alder carr Ancient/old growth woodland Broad-leaved wood

Carbon exchange, tCO2ha/year

tC captured/ ha/year

Comments/sources

18.34-73.34 18.34-36.67 4.77-17.97

5-20* 5-10* 1.3-4.9*

On worked out peat Brown 2009 Possibly on worked out peat Brown 2009 Thomas et al., 2011 Britain & Europe

9.17, 2-13* 100 yr old mixed broadleaved

2.5

Cannel 1999 2-7tC/ha/yr average across rotatio 2021

https://www.stowa.nl/deltafacts/waterveiligheid/innovatieve-dijkconcepten/bomen-bos-enwaterbeheer#Bomen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4861/documents/36365