CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 9 08-02-2022 Stikstofberekening Egmond aan den Hoef Oost (nieuwe AERIUS).pdf

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 10: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Dorp en Duin (woningbouwlocaties Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen)4.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STIKSTOFBEREKENING EGMOND AAN DEN HOEF OOST

Project: Locatie: Datum rapport:

Veegplan Bergen Egmond aan den Hoef Oost 24-01-2021

Bedrijf: Auteur:

Ordito B.V. R. Konings

INHOUDSOPGAVE 2 3

1. Aanleiding 2. Juridisch kader

2.1 Wet natuurbescherming ............................................................................................................ 3 2.2 Beoordelingskader effecten stikstofdepositie projecten ........................................................... 3 2.3 Beoordelingskader voor bestemmingsplannen ......................................................................... 5 2.4 Beoordeling aanlegfase .............................................................................................................. 6 2.5 Cumulatie stikstofdepositie ....................................................................................................... 6

7 8

3. Ligging Natura 2000-gebieden 4. Werkwijze

Aanlegfase .................................................................................................................................... 8 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 8

9

5. Beoordeling effecten stikstofdepositie

5.1 Mogelijke effecten van stikstofdepositie ................................................................................... 9 5.2 Berekening effecten stikstofdepositie ....................................................................................... 9 5.3 Aanlegfase ................................................................................................................................ 10 5.4 Gebruiksfase............................................................................................................................. 10 Uitgangspunten .......................................................................................................................... 10 Zonder salderen ......................................................................................................................... 11 Intern salderen (uit productie te nemen) bemeste agrarische percelen ................................... 12

15

6. Conclusie

1

1. AANLEIDING Het voornemen is om op een aantal locaties in de gemeente Bergen woningbouw te realiseren. Het toevoegen van betaalbare woningen is in de gemeente Bergen één van de speerpunten van zowel gemeenteraad als college. Het voornemen voorziet in woningbouw op een tweetal locaties. Deze zijn gesitueerd aangrenzend aan de woonkernen Egmond-Binnen en Egmond aan den Hoef. Het gaat om de volgende locaties: 1. 2.

Egmond-Binnen Zuid; Egmond aan den Hoef Oost;

Planlocaties

De gemeente Bergen wil op korte termijn het bestemmingsplan vaststellen waarmee de realisatie van woningbouw op de bovenstaande locaties planologisch mogelijk wordt gemaakt. Voorliggende berekening heeft als doel de depositie van de stikstof (inclusief intern salderen) op omliggende Natura 2000-gebieden in beeld te brengen. Het uiteindelijk doel is om te beoordelen of de gemeenteraad op grond van art. 2.7 eerste lid Wnb het bestemmingsplan mag vaststellen rekening houdend met de gevolgen van stikstofdepositie voor Natura 2000-gebieden. In deze berekening is de stikstofdepositie beschreven voor de planontwikkeling op de locatie Egmond aan den Hoef Oost. Daarbij is rekening gehouden met de huidige regelgeving en uitstoot van de aanlegfase- en gebruiksfase. De rekenresultaten dienen getoetst te worden aan het juridisch toetsingskader voor projecten en plannen.

2

2. JURIDISCH KADER 2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. De bescherming van Natura 2000-gebieden vindt dan ook plaats op grond van deze wet. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudings-doelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kan verschillen tussen habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. De Wet natuurbescherming kent, om dit toetsbaar te maken, eisen voor plannen die significante gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden (artikel 2.7, eerste lid, Wnb). Daarnaast geldt een vergunningsplicht voor projecten die (significant) negatieve gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden (artikel 2.7, tweede lid, Wnb).

2.2 Beoordelingskader effecten stikstofdepositie projecten Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de daarbij behorende toetsingskader is in werking getreden op 1 juli 2015. Tot 29 mei 2019 was toestemming voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) het PAS echter ongeldig verklaard. Hierdoor verloopt de beoordeling en vergunningverlening voor projecten met stikstofdepositie weer per project, zoals beschreven in de wettelijke regeling van de Wnb (zie voorgaande paragraaf). Voor het onderdeel stikstofdepositie geldt geen vergunningplicht Wnb als uit de AERIUSberekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar). Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar), dan is er in de meeste gevallen wel een vergunningplicht Wnb. Dit geldt niet als uit een ecologische voortoets blijkt dat significante gevolgen op grond van objectieve criteria op voorhand zijn uit te sluiten. Een Wnb-vergunning kan in de volgende situaties worden verleend: •

in het stikstofregistratiesysteem is voldoende depositieruimte beschikbaar om de effecten van het project te salderen; o Met het stikstofregistratiesysteem is (door stikstofreducerende maatregelen) depositieruimte gecreëerd, waardoor een deel kan worden ingezet voor het verlenen van een Wnb-vergunning. Dit is uitsluitend mogelijk voor woningbouwprojecten en een beperkt aantal infrastructurele projecten.

•

uit een passende beoordeling (eventueel incl. extern salderen) blijkt dat er geen risico’s zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000gebieden;

3

•

na het succesvol doorlopen van de ADC-toets. o Dit is een onderzoek waaruit moet blijken dat er geen alternatieven zijn voor het project, er dwingende reden(en) van groot openbaar belang zijn en waarbij compensatie van Natura 2000 plaatsvindt.

Een vergunning Wnb kan niet worden verleend als uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (> 0,00 mol N/ha/jaar) en er niet aan één van bovenstaande beschreven situaties is voldaan. Salderen stikstofdepositie en referentiesituatie Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) blijkt dat geen Wnb vergunning vereist is indien na intern salderen een project niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. De ABRvS overweegt (r.o. 17) dat met de wetswijziging van 1 januari 2020 alleen nog een vergunningplicht bestaat voor projecten die (negatief) significante gevolgen kunnen hebben op Natura 2000-gebieden. De vergunningplicht voor projecten die enige maar geen significante gevolgen kunnen hebben is vervallen. De referentiesituatie voor projecten wordt ontleend aan de geldende natuurvergunning of, bij het ontbreken daarvan, aan de milieutoestemming die gold op de referentiedatum (dat is het moment waarop artikel 6 van de Habitatrichtlijn van toepassing werd voor het betrokken Natura 2000gebied). Dit is niet het geval als nadien een milieutoestemming is verleend voor een activiteit met minder gevolgen, want dan geldt die toestemming als referentiesituatie (ECLI:NL:RVS:2021:71. R.o. 17.2).

Wanneer op de referentiedatum gronden werden bemest, viel dat bemesten onder de (algemene) meststoffenregelgeving. Daarmee wordt voldaan aan het vereiste van een milieutoestemming ten tijde van de referentiedatum (ABRS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1604, r.o. 22.5). Door dat oordeel van de ABRvS kan in een natuurvergunning intern worden gesaldeerd met de beëindiging van bemesting. Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland maken dit ook concreet in de Beleidsregel omtrent stikstof. Een activiteit die op de Europese referentiedatum was toegestaan en die sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest is een toestemming die gebruikt kan worden bij intern salderen (Art 1 lid n 50 van de Beleidsregel). Extern salderen is een mitigerende maatregel. Indien mitigerende maatregelen nodig zijn, staat niet op voorhand vast dat een project geen significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied. Er is dan een op grond van artikel 2.7 tweede lid Wnb een vergunning nodig en op grond van artikel 2.8 derde lid een passende beoordeling nodig. Beslisboom vergunningverlening De provincies hebben beleidslijnen opgesteld om duidelijkheid te geven over de toepassing van intern en extern salderen in de vergunningverlening voor projecten 1.

In onderstaande afbeelding is de recente beslisboom voor de toestemmingsverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten conform de recente beleidslijnen.

1 Beleidsregels van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent stikstof (Beleidsregels

intern en extern salderen Noord-Holland)

4

Toestemmingsverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten

Deze berekening voorziet in stap 1 (AERIUS-berekening) en een beschouwing van stap 2 (Intern salderen).

2.3 Beoordelingskader voor bestemmingsplannen De gemeenteraad stelt een bestemmingsplan alleen vast wanneer de raad voldoende zekerheid heeft verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Als een plan leidt tot een toename aan stikstofdepositie, en waarvoor significante gevolgen niet in een voortoets zijn uit te sluiten, dient een passende beoordeling opgesteld te worden. Indien ook in de passende beoordeling, na eventueel treffen van mitigerende maatregelen, significante gevolgen niet zijn uit te sluiten, stelt de raad het plan alleen vast na succesvol doorlopen van de ADC-toets (artikelen 2.7 en 2.8 Wnb). 5

Net als bij projecten geeft een AERIUS berekening inzicht in de eventuele toename aan stikstofdepositie door een plan. De referentiesituatie voor plannen is echter anders dan bij projecten. De referentie voor plannen is niet de vergunde situatie, maar de feitelijke planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan (ECLI:NL:RVS:2020:1110, r.o. 12.7).

2.4 Beoordeling aanlegfase Door intreding van de wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. De aanlegfase kan vanaf die datum buiten beschouwing gelaten worden voor de beoordeling van de vergunningplicht.

2.5 Cumulatie stikstofdepositie Conform de Wet natuurbescherming dient beoordeeld te worden of een project zelfstandig of in combinatie met andere plannen of projecten, tot significante effecten kan leiden op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied. Met deze cumulatietoets heeft de wetgever beoogd te voorkomen dat vele plannen en projecten met een klein effect, samen tot significante gevolgen kunnen leiden. Plannen en projecten die in het geheel geen effect hebben, kunnen ook niet in combinatie tot andere plannen of projecten tot significante gevolgen leiden. Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat het plan of project niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie, is een verdere cumulatieve beoordeling dus niet nodig. In de praktijk ontstaan vaak discussies over de reikwijdte van de cumulatietoets. In eerdere uitspraken heeft de Afdeling bestuursrechtspraak dan ook verduidelijkt om welke ontwikkelingen het gaat. Een voorbeeld is de zaak ‘ABRvS 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1312’. Hieruit blijkt dat bij de cumulatietoets slechts rekening gehouden moet worden met andere projecten waarvoor een vergunning reeds is verleend, maar nog niet (of slechts ten dele) ten uitvoer is gelegd. Projecten waarvoor een vergunning is vereist, maar nog niet is verleend worden beschouwd als te ‘onzeker’ en hoeven in de cumulatietoets niet meegenomen te worden.

Ditzelfde geldt voor projecten die reeds zijn uitgevoerd, waarbij de gedachte geldt dat de gevolgen van die activiteiten reeds in de huidige situatie zijn verdisconteerd. Voor de vraag of een project in de beoordeling moet worden betrokken is dus zowel van belang in welke fase van het besluitvormings- en uitvoeringsproces het project zich bevindt (vergunning verleend en nog niet of nog slechts ten dele uitgevoerd), als de mogelijke effecten die ervan uit gaan (zie ook ABRvS 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2848).

6

3. LIGGING NATURA 2000-GEBIEDEN In onderstaand overzicht zijn de meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in Nederland ten opzichte van het plangebied weergegeven. Per natuurgebied is het meest stikstofgevoelige habitattype gegeven. Ook zijn de bijbehorende habitatcode, omschrijving en kritische depositiewaarde (KDW) vermeld. •

Noordhollands Duinreservaat: H2130B & H2130C – Grijze duinen (kalkarm) & Grijze duinen (heischraal), KDW = 714 mol N/ha/jaar;

•

Noordzeekustzone: H2190B – Vochtige duinvalleien (kalkrijk), KDW = 1.429 mol N/ha/jaar;

•

Schoorlse Duinen: ZGH2130B & H2130B – Grijze duinen (kalkarm), KDW = 714 mol N/ha/jaar;

In onderstaande afbeelding zijn de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven. Het Natura 2000-gebied ‘Noordhollands Duinreservaat’ is het dichtstbijzijnd gelegen, waarbij de afstand tot het plangebied op het kortste punt circa 500 meter bedraagt. De Natura 2000-gebieden ‘Noordzeekustzone’ en ‘Schoorlse Duinen’ liggen eveneens op een afstand binnen een straal van enkele kilometers van het plangebied.

Nabije Natura 2000-gebieden

7

4. WERKWIJZE Voor de toetsing van de effecten worden stikstofberekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator (2021). De berekeningen voor onderhavig bestemmingsplan worden uitgevoerd voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. Bij de AERIUS-berekening is rekening gehouden met de PAS-uitspraak van de ABRvS van 29 mei 2019. De berekeningen zijn opgesteld conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021’ van BIJ12 (versie 1). Aanlegfase Door intreding van de wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. De aanlegfase kan vanaf die datum buiten beschouwing gelaten worden voor de beoordeling van de vergunningplicht. Gebruiksfase De gebruiksfase leidt mogelijk tot extra effecten van stikstofdepositie omdat er sprake is van een verkeersaantrekkende werking. Sinds een wetswijziging per 1 juli 2018 kunnen aanvragen voor een bouwvergunning van een woning of bedrijf alleen verleend worden als deze géén aardgasaansluiting hebben. Dit houdt in dat de toekomstige bebouwing zonder gasaansluiting opgeleverd dient te worden. Dit heeft als gevolg dat de woningen gasloos worden uitgevoerd in onderhavig planvoornemen.

8

5. BEOORDELING EFFECTEN STIKSTOFDEPOSITIE 5.1 Mogelijke effecten van stikstofdepositie Stikstofdepositie bestaat in gereduceerde vorm (NH3, ammoniak) en geoxideerde vorm (stikstofoxide, NOX). Beide vormen van stikstof kunnen worden omgezet tot de nutriënten ammonium (NH4) en nitraat (NO3). De extra aanvoer van deze voedingsstoffen kan vooral bedreigend zijn voor voedselarme habitattypen. Hierdoor kan de vegetatie verruigen en kunnen kenmerkende soorten van schrale milieus verdwijnen. Daarnaast kan depositie van stikstof (en dan voornamelijk van ammoniak) leiden tot een daling van de bodem-pH. Door verzuring verdwijnen gevoelige soorten en neemt de soortenrijkdom en kwaliteit van zuurgevoelige habitattypen af. Voor de toetsing van de effecten is het van belang om vast te stellen of de kritische depositiewaarde (KDW) van de betreffende habitattypen wordt overschreden. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Een overschrijding van de KDW betekent niet direct dat dit leidt tot een daadwerkelijke verslechtering van de kwaliteit, dit is afhankelijk van lokale situatie.

5.2 Berekening effecten stikstofdepositie Voor de planontwikkeling omtrent het veegplan Bergen is de referentiesituatie voor de beoordeling van het project (art 2.7 eerste lid Wnb) en het bestemmingsplan (art. 2.7 tweede lid Wnb) identiek. Het feitelijke legale planologisch gebruik komt namelijk overeen met het op grond van de Wnbtoegestane (‘vergunde’) gebruik. Voor het agrarisch landgebruik in de huidige situatie is geen natuurvergunning. Het betreft echter een N-emissie veroorzakende activiteit die op de Europese referentiedatum (7 december 2004 voor Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat) was toegestaan en sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest. De huidige agrarische activiteit (bemesten) mag daarom overeenkomstig artikel 5 van de Beleidsregels intern en extern salderen van de provincie Noord-Holland ingezet worden ten behoeve van intern salderen. Na uitvoering van de beoogde woningbouw op de locaties, is agrarisch gebruik fysiek niet meer mogelijk door de nieuwe invulling en op grond van het nieuwe bestemmingsplan planologisch niet meer toegestaan. Zoals in paragraaf 2.2 reeds aangegeven kan in een natuurvergunning intern worden gesaldeerd met de beëindiging van bemesting. De stikstofemissie door de agrarische activiteit voorafgaand aan het vaststellen van het plan geldt eveneens als referentie waartegen het planeffect (woningbouw) moet worden afgezet.

Voor de gebruiksfase is een berekening met de AERIUS Calculator 2021 uitgevoerd, welke geen rekening meer houdt met de vrijstellingen in het voormalige PAS. Op grond van de berekende stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase dient per relevant stikstofgevoelig habitattype beoordeeld te worden wat de mogelijke gevolgen zijn van de toename van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen. 9

5.3 Aanlegfase Door intreding van de wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. De aanlegfase kan vanaf die datum buiten beschouwing gelaten worden voor de beoordeling van de vergunningplicht.

5.4 Gebruiksfase Uitgangspunten Bebouwing Met het voornemen worden uitsluiten nieuw te bouwen woningen gerealiseerd. Sinds een wetswijziging per 1 juli 2018 kunnen aanvragen voor een bouwvergunning van een woning of bedrijf alleen verleend worden als deze géén aardgasaansluiting hebben. Dit houdt in dat de toekomstige bebouwing zonder gasaansluiting opgeleverd dient te worden. De toekomstige woningen worden niet aangesloten op het gasnet (gasloos), maar worden op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming van deze woningen geen emissies van stikstof Verkeersgeneratie De rijroute dient ingevoerd te worden tot daar waar de verkeersstromen opgaan in het heersende verkeersbeeld. Dat is bij onderhavige planlocatie de N511 en N512 (afhankelijk van de rijroute. Het advies is om de verkeersbewegingen tot één van deze wegvakken (afhankelijk van de ligging) te modelleren. Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt gebruik gemaakt van het ‘Verkeersonderzoek Big Five Egmond’ van Goudappel BV. Binnen het plan zijn twee ontwikkelingen te definiëren, namelijk Egmond aan den Hoef Oost en Egmond-Binnen Zuid. In onderstaande tabel is het functieprogramma opgenomen voor de ontwikkeling op de locatie Egmond aan den Hoef Oost. Functie

Aantal

Eenheid

Appartement sociale huur

64

woningen

Rijwoning sociale huur

3

woningen

Tiny house (sociaal)

8

woningen

Tussen- /hoekwoning middeldure huur

37

woningen

tweekappers

10

woningen

Vrijstaand/villa

28

woningen

Totaal

150

woningen

De ontwikkeling Egmond aan den Hoef Oost beslaat in totaal 150 woningen. Naar verwachting wordt de ontsluiting van het plangebied gelijk verdeeld via de Tiggellaan (richting de N511) en via de Sabina van Beierenlaan/Slotlaan (richting de N512). CROW maakt binnen haar kencijfers onderscheid naar stedelijkheidsgraad en de locatie van de ontwikkeling ten opzichte van het centrum. De parkeernormen in de Nota Parkeernormen 2020 van de gemeente Bergen zijn gebaseerd op CROW-publicatie 381. De Nota Parkeernomen 2020 beschrijft dat de ontwikkellocaties gelegen zijn in weinig tot niet stedelijk gebied. Daarnaast is de 10

ontwikkeling onderdeel van de ‘rest bebouwde kom’, waarvoor de gemeente Bergen het maximale kencijfer binnen de bandbreedte hanteert. Overeenkomstig hiermee zijn ook de maximale CROW verkeersgeneratiekencijfers gehanteerd voor weinig tot niet stedelijk gebied in de rest van de bebouwde kom. De gehanteerde kencijfers voor de beoogde woningcategorieën zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Functie

CROW functie

Verkeersgeneratie kencijfer

eenheid

Huur, appartement, midden/ goedkoop (incl. sociale huur)

4,5

mvt/woning

Rijwoning sociale huur

Huur, huis, sociale huur

6,0

mvt/woning

Tiny house (sociaal)

Kleine eenpersoonswoning (tiny house; meestal grondgebonden)

2,4

mvt/woning

Tussen- /hoekwoning middeldure huur

Huur, huis vrije sector

7,8

mvt/woning

Tweekappers

Koop, huis, twee-onder-een-kap

8,2

mvt/woning

Vrijstaand/villa

Koop, huis vrijstaand

8,6

mvt/woning

Appartement sociale huur

De verkeersgeneratiekencijfers van CROW betreffen de verkeersgeneratie per weekdagetmaal. De werkdagetmaal is echter de maatgevende periode. CROW hanteert voor de betreffende woonfuncties een factor van 1,11 van de verkeergeneratie per weekdag om te komen tot de verkeersgeneratie per werkdag. In deze berekening is hierbij aangesloten. Op basis van de hiervoor beschreven uitgangspunten is de verkeersgeneratie bepaald. De verkeersgeneratie is weergegeven in onderstaande tabel. In de berekening is uitgegaan van het aantal motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Functie

Egmond aan den Hoef Oost Weekdag

Werkdag

Appartement sociale huur

288

320

Rijwoning sociale huur

18

20

Tiny house (sociaal)

19

21

Tussen- /hoekwoning middeldure huur

288

320

tweekappers

82

91

Vrijstaand/villa

241

268

Totaal

936

1.040

Op basis van deze gegevens zijn de verkeersbewegingen ingevoerd in AERIUS Calculator 2021. De emissie van het wegverkeer worden door het rekenprogramma automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters. Er wordt daarbij uitgegaan van gemiddelde waarden voor het wagenpark in Nederland. Met betrekking tot de gebruiksfase is het uitgangspunt dat uitsluitend licht verkeer wordt gegenereerd. Zonder salderen De resultaten van de berekeningen voor de gebruiksfase zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Op basis van de gehanteerde uitgangspunten is er een toename van stikstofdepositie van maximaal 0,08 mol/ha/jaar in het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. Dit betreft de 11

hoogste bijdrage (mol/ha/jaar) op omliggende habitattypen, hetgeen relevant is in het proces van toestemmingsverlening. Natura 2000-gebied

Hoogste bijdrage (mol/ha/jaar)

Noordhollands Duinreservaat

0,08

Noordzeekustzone

0,00

Schoorlse Duinen

0,00

Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de export van de AERIUS-berekening in (toegevoegd als bijlage). Intern salderen (uit productie te nemen) bemeste agrarische percelen In de referentiesituatie (zijnde de zowel de huidige vergunde/ toegestane situatie als de feitelijke planologisch legale situatie voor vaststelling bestemmingsplan), is het landgebruik op de planlocaties overwegend agrarisch. In het vigerend bestemmingsplan geldt dan ook de een agrarische bestemming voor de betreffende gronden. Bij het bemesten (aanwending van dierlijke mest en/of kunstmest) van de agrarische gronden komen emissies van ammoniak (NH3) vrij. De oppervlakte van de gronden waarop bemest wordt bedraagt op de locatie Egmond aan den Hoef Oost circa 91.000 m2. De emissie van de bemesting is onder andere afhankelijk van de grondsoort. In onderstaande afbeelding is de grondsoort per planlocatie weergegeven.

Grondsoortenkaart

Zoals op de bovenstaande afbeelding aangegeven blijkt dat de planlocatie aan de noordzijde bestaat uit zand (ca. 43.000 m2) en aan de zuidzijde uit klei (ca. 48.000 m2). Bij het bemesten van de gronden door aanwending van dierlijke mest en/of kunstmest komen emissies van ammoniak (NH3) vrij. De emissie van ammoniak (NH3) is uitgewerkt in onderstaande tekst.

12

Huidig landgebruik plangebied

Het huidige landgebruik in het plangebied staat, op basis van de Basisregistratie Gewaspercelen, geregistreerd als grasland (kleigronden) en bouwland (zandgronden). Bij het bemesten van het grasland door aanwending van dierlijke mest en/of kunstmest komen emissies van ammoniak (NH 3) vrij. Voor de stikstoftoediening van bloembollengewassen wordt een maximum van 385 kg N/ha/jaar aangehouden voor de categorie ‘grasland, met volledig maaien’ op kleigronden, conform het Mestbeleid 2019-2021. Op het bouwland (zandgronden) wordt het gewas hyacint, bloembollen en – knollen bewerkt. Voor de stikstoftoediening van hyacint wordt een maximum van 210 kg N/ha/jaar aangehouden, conform het Mestbeleid 2019-2021. Hiervan komt gemiddeld 4% vrij als ammoniakemissie, bij het toedienen van kunstmest. In onderstaande tabellen zijn de emissies per landbouwgebruik weergegeven op de locatie Egmond aan den Hoef Oost. Grasland Kunstmesttoediening in kg N/ha/jaar Emissiefactor kunstmesttoediening Emissie in kg NH3 per hectare Emissie totaal in kg NH3/jaar (4,8 ha)

385 4% 15,4 73,92

Bouwland Kunstmesttoediening in kg N/ha/jaar Emissiefactor kunstmesttoediening Emissie in kg NH3 per hectare Emissie totaal in kg NH3/jaar (4,3 ha)

210 4% 8,4 36,12

Voor het agrarisch landgebruik in de huidige situatie is geen sprake van een natuurvergunning. Voor deze activiteit is sinds de referentiesituatie sprake geweest van toestemming. Het betreft echter 13

een N-emissie veroorzakende activiteit waarvoor sinds de referentiesituatie (7 december 2004 voor Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat) toestemming is geweest. De agrarische activiteit is tevens onafgebroken aanwezig geweest in het plangebied sinds de referentiesituatie (7 december 2004). In de bijlage zijn topografische kaarten van het plangebied opgenomen vanaf het jaar 2004. De verschilberekening dient aan te tonen dat tussen de referentiesituatie en de gebruiksfase er per saldo geen feitelijke toename van stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat of andere Natura 2000-gebieden, als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Natura 2000-gebied

Grootste toename (mol/ha/jaar)

Noordhollands Duinreservaat

0,00

Noordzeekustzone

0,00

Schoorlse Duinen

0,00

Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de export van de AERIUS-berekening in (toegevoegd als bijlage).

14

6. CONCLUSIE De berekening voor de stikstofdepositie betreft de realisatie van woningbouw op de locatie Egmond aan den Hoef Oost (150 woningen). Met de berekening wordt bekeken of de toekomstige situatie leidt tot een toename van de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden ten opzichte van de huidige situatie. Door intreding van de wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. Het gaat hierbij om de bouw, sloop en eenmalige aanleg van bebouwing. Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn – gedurende de gebruiksfase geen rekenresultaten met een toename hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op de omliggende Nederlandse Natura 2000-gebieden zijn berekend ten opzichte van de huidige situatie. Dit komt doordat met deze ontwikkeling een einde komt aan het huidige agrarisch gebruik, zowel fysiek als planologisch. Per saldo (intern salderen) is er dus geen toename aan stikstofdepositie (0,00 mol N/ha/jr). Effecten op Natura 2000, zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Een vergunning inzake de Wet Natuurbescherming (Wnb) is dus niet vereist. Wanneer de uitgangspunten in dit onderzoek wijzigen, dient een nieuwe AERIUS-berekening te worden uitgevoerd.

Gewijzigde gegevens kunnen namelijk leiden tot een andere uitkomst waardoor een vergunning toch mogelijk kan zijn.

15

BIJLAGEN 10001 Herontwikkeling Zundert Centrum

BIJLAGE 1. BEREKENING GEBRUIKSFASE

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Ordito Gemeente Bergen, nvt Egmond aan den Hoef Oost Veegplan Bergen Gebruiksfase Egmond aan den Hoef Oost (150 woningen)

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RjSHNnbEUntg 24 januari 2022, 14:10 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2021 2021

Resultaten

Hoogste depositie Hexagon 2.066,98 mol/ha/j 6303087

Referentie - Referentie Voornemen - Beoogd Referentie - Referentie Voornemen - Beoogd

Emissie NH3 0,1 ton/j < 0,1 ton/j

2.066,89 mol/ha/j 6303087 Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 2.557,42 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,26 mol/ha/j

RjSHNnbEUntg (24 januari 2022)

Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied Noordhollands Duinreservaat Noordhollands Duinreservaat

2/8

Projectberekening

Voornemen (Beoogd), rekenjaar 2021 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RjSHNnbEUntg (24 januari 2022)

Emissie NH3 < 0,1 ton/j

Emissie NOx < 0,1 ton/j

3/8

Projectberekening

Referentie (Referentie), rekenjaar 2021 Emissiebronnen 1 Landbouw | Landbouwgrond | Referentie grasland

Emissie NH3 Emissie NOx < 0,1 ton/j -

2 Landbouw | Landbouwgrond | Referentie zandgronden

< 0,1 ton/j

RjSHNnbEUntg (24 januari 2022)

-

4/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RjSHNnbEUntg (24 januari 2022)

5/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Voornemen" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal Per gebied

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

2.557,42

Noordhollands Duinreservaat 2.016,45 (87) Schoorlse 540,97 Duinen (86)

RjSHNnbEUntg (24 januari 2022)

2.066,79

0,00

0,00

2.557,42

0,26

2.066,79

0,00

0,00

2.016,45

0,26

1.916,11

0,00

0,00

540,97

0,04

6/8

Projectberekening

Voornemen, Rekenjaar 2021

RjSHNnbEUntg (24 januari 2022)

7/8

Projectberekening

Referentie, Rekenjaar 2021 1 Landbouw | Landbouwgrond Naam Referentie grasland Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Meststoffen

0,5 m 0,000 MW

Type

Stof

Mestaanwending: kunstmest

NH3

NOx NH3

< 0,1 ton/j

Emissie

0,0 ton/j < 0,1 ton/j

2 Landbouw | Landbouwgrond Naam Referentie zandgronden Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen

Type

Uittreedhoogte Warmteinhoud

Mestaanwending: kunstmest

0,5 m 0,000 MW

NH3

Stof

NOx NH3

< 0,1 ton/j

Emissie

0,0 ton/j < 0,1 ton/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021_20220120_17ff380b1e Database versie 2021_17ff380b1e Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RjSHNnbEUntg (24 januari 2022)

8/8

BIJLAGE 2. TOPOGRAFISCHE KAARTEN PLANGEBIED VANAF 2004

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4721/documents/34972