CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bij 8 2021-06-15 BP harmonielocatie bijlagen.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 8: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Harmonielocatie Bergen25.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Uit de nieuwe tijd zijn ophogingslagen, kuilen of greppels gevonden. Binnen het onderzoeksgebied zijn veel recente vergravingen aanwezig. Deze hebben betrekking op de bouw en de sloop van het reeds verwijderde gebouw. Geconcludeerd wordt dat de inhoudelijke kwaliteit van de aangetroffen archeologische sporen te laag is om te spreken van een behoudenswaardige vindplaats.25 48.899: Bergen, Kleine Dorpsstraat 2, bureauonderzoek In verband met nieuwbouw met onderkeldering dient een bureauonderzoek uitgevoerd te worden. Uit het archeologisch bureauonderzoek is gebleken dat binnen het plangebied archeologische waarden verwacht kunnen worden uit de prehistorie, Romeinse tijd, late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het archeologisch

22 (Van den Berg 2007; Vanoverbeke 2006) 23 (Nyst 2008) 24 (Teekens 2012; Teekens en Vissinga 2012) 25 (Salomons 2012) Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

16 Bron

Omschrijving bureauonderzoek wordt geadviseerd om een proefsleuven onderzoek uit te voeren.26 51.912: Bergen, Palermo, bureauonderzoek Advies: Er wordt geadviseerd om binnen het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Dit zal bestaan uit een archeologische begeleiding van de sloop van de fundering alsmede een beperkt proefsleuvenonderzoek direct aansluitend op de sloop / ontgraving. Nadere gegevens niet bekend. 57.280, 57.253 en 59.819 - Bergen - Breelaan 3A-B bureauonderzoek, booronderzoek, proefsleuvenonderzoek Onderzoek in verband met nieuwbouw, waar voor de aanleg van een kelder de ondergrond zal worden vergraven. Omdat uit het vooronderzoek bleek dat de bodemopbouw grotendeels intact is, werd besloten dat vervolgstappen nodig zijn om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen en eventueel aan te vullen. Binnen het onderzoeksgebied konden resten uit de prehistorie, middeleeuwen en nieuwe tijd verwacht worden. Op de haakwal werden geen menselijke activiteiten uit de prehistorie vastgesteld. De top van het veenpakket is in de late bronstijd /vroege ijzertijd door vee belopen. Archeologische resten uit de middeleeuwen zijn niet aangetroffen. In de proefsleuf van ca. 15 m lang is een 17eeeuwse greppel aangetroffen, die een erf aan de noordzijde begrensde. De greppel was aan een zijde beschoeid met enkele houten paaltjes en planken.

Uit de greppel komt vooral regionaal vervaardigd aardewerk, dat getypeerd kan worden als alledaagse huisraad. Behalve aardewerk bevond zich in de greppel dierlijk bot van paard en pasgeboren rund, bouwmateriaal en een mogelijk slijp- of toetssteen van lydiet. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten worden geen archeologische vervolgstappen geadviseerd.27 3989165100, 3989173100 - Bergen - Breelaan 19 - bureauonderzoek en booronderzoek Op het adres staat het Parkhotel Bergen dat bestaat uit Pension Erica uit 1910 met enkele latere aanbouwen rondom. De beoogde ingreep bestaat uit het slopen van de aanbouwen, het bouwen van een dubbeldeks parkeergarage met daarboven hotelkamers aan de westzijde en het bouwen van een kelder en een brasserie aan de oostzijde. Op grond van de interpretatie van het bodemprofiel worden twee potentiële archeologische niveaus onderscheiden: de top van het veenpakket met mogelijk resten van veenwinning, en het afdekkende kleipakket. Dit vormt een loopvlak waarin resten van landbouw (beakkering) en/of bewoning aanwezig kunnen zijn. Eventuele resten dateren uit de IJzertijd of recenter. De top van het kleipakket ligt tussen de -67 en -14 cm NAP.

Bureau voor Archeologie adviseert om de civiele graafwerkzaamheden voor de aanleg van de parkeergarage en voor de uitbreiding van de Brasserie archeologisch te begeleiden om eventuele archeologische waarden te documenteren voordat deze worden vernietigd.28

Gemeentelijke kaart

Rekening houden met archeologie bij bodemverstorende ingrepen groter dan 500m2 en dieper dan 40 cm.

Bouwhistorische waarden in het plangebied

Geen. Het woonhuisblok dat aan de zuidzijde grenst aan het plangebied (Karel de Grotelaan 11, 13, 15 en 17) is een gemeentelijk monument.

Tabel 2: Bekende waarden tot ca. 300 m van het plangebied.

26 (Salomons 2011) 27 (Salomons 2014; Salomons 2013) 28 (De Boer 2016) Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

17

2.6

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in de NOaA regio “Het Hollands Duingebied”. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het 'Zeegat van Bergen' op een strandwal die zich tussen 3850 en 2750 v. Chr. vormt. De gemiddelde zeespiegel bevindt zich dan tussen -4,5 en -3 m NAP.29 Het zeegat verlandt tussen 1460 en 1130 v. Chr. waarna veenvorming start in de lage delen, onder andere bij de ruïnekerk.30 Op andere plaatsen hebben zich duinen gevormd. De duinen zijn in de Middeleeuwen ontgonnen. Het plangebied ligt (net) buiten de historische kern van Bergen. In het plangebied wordt daarom geen bebouwing gerelateerd aan de historische kern verwacht. De verwachting kan als volgt worden omschreven: 1. Datering:

Neolithicum tot met de Vroege Middeleeuwen.

2. Complextype: Alle complextypen in relatie tot bewoning in duingebieden en aangrenzende milieus (veen, wad-kwelder) kunnen aanwezig zijn. 3. Omvang:

Nederzettingen hebben een omvang van enkele honderden vierkante meters.

4. Diepteligging: Meerdere archeologische niveaus kunnen aanwezig zijn, tot een maximale diepte corresponderend met de stand van de zeespiegel bij het ontstaan van de eerste strandwallen op maximaal -4,5 m NAP (ongeveer 5,5 m -mv) of ondieper. Honderd meter ten westen van het plangebied ligt de top van de haakwal op -0,92 m NAP. 5. Gaafheid, conservering en verstoringen: Door de bouw van de huidige panden zal de ondergrond tot wisselende dieptes zijn verstoord. In ieder geval de bovenste circa 50 cm is waarschijnlijk geroerd door de aanleg van bestrating en funderingen. Over de diepte van het grondwater zijn geen gegevens beschikbaar. 6. Locatie:

Hele plangebied.

7. Uiterlijke kenmerken: Archeologische nederzettingsresten manifesteren zich als een archeologische laag – een laag bestaand uit het oorspronkelijke sediment vermengd met indicatoren zoals bothoutskool- en aardewerk fragmenten, als een spreiding van vondsten, of alleen als sporen laag. Strategie om deze verwachting te toetsen in overeenstemming met stroomdiagram van protocol 4003: Aangezien de bodemopbouw nog niet voldoende bekend is, kan nog geen strategie voor karterend onderzoek worden vastgesteld. Het is daarom de meest geschikte strategie om deze verwachting te toetsten en te verfijnen door middel van het uitvoeren van een verkennend booronderzoek.

29 (Van de Plassche 1982) 30 (Hoogendijk 2011) Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

18

3

Booronderzoek

3.1

Methode Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.0,31 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Onderbouwing onderzoeksmethode Het veldonderzoek bestond uit een inventariserend veldonderzoek (specificatie VS03), verkennend fase. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de verkenning wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd. Deze verkennende methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of een karterend booronderzoek zinvol uitgevoerd kan worden. Operationalisering In dit onderzoek zijn zes boringen geplaatst op een oppervlak van 3.300 m2. Het grid was onregelmatig in verband met de aanwezige bebouwing, begroeiing en verhardingen. Enkele boringen zijn verplaatst en opzichte van hun oorspronkelijk geplande positie in verband met verhardingen (puin) en kabels en leidingen. Eén boring is daarom net ten noorden van de plangrens geplaatst (boring 6). De boringen zijn gezet met een 7 cm Edelmanboor en een 4 cm zuigerbuis tot op 400 cm-mv. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil.

Alle uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. De opgeboorde grond is onderzocht door deze te versnijden en te verbrokkelen. Hoewel niet het doel van de verkennende fase is wel gelet op archeologische indicatoren. De bodemtextuur en archeologische indicatoren zijn beschreven volgens ASB 1.1 van het NITGTNO. In de ASB wordt onder meer de standaardclassificatie van bodemmonsters volgens NEN 5104 gehanteerd.32 De gegevens in het veld zijn digitaal geregistreerd in het programma PIM 4.0. De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie en door middel van een GPS met WAAS en GLONASS correctie met een nauwkeurigheid van 3 m, afhankelijk van wat de optimale methode was bij het betreffende boorpunt. Het veldwerk is uitgevoerd op woensdag 15 februari 2017 door A. de Boer (KNA Senior Prospector).

3.2

Resultaten De locaties van de boringen staan in fig. 25 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt en weergegeven in fig. 26. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen een aantal bodempakketten worden onderscheiden. Deze zijn van diep naar ondiep: 31 (SIKB 2016) 32 (Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989) Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

19 Pakket 1:

Zwak siltig matig tot zeer grof grijs zand. Dit pakket is aanwezig in alle boorprofielen behalve boorprofiel 4. De top van het pakket ligt tussen 350 en 360 cm-mv (-269 en -202 cm NAP). De basis van het pakket is niet vastgesteld. Deze bevindt zich dieper dan de maximaal onderzochte diepte.

Pakket 2:

Zwak siltig matig grof zand. De kleur is grijs, grijs-bruin, licht grijsbruin of bruin-grijs. De top van het pakket bevat vaak plantenresten (doorworteling), is vaak bruiner dan de onderliggende laag, en bevat soms zwarte vlekken. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig en ligt op pakket 1. De top van het pakket ligt tussen 160 en 270 cmmv (-121 en -52 cm NAP). Het pakket is 90 tot 230 cm dik.

Pakket 3:

Zandig of mineraal arm veen, donker-bruin, bruin of grijs-bruin veen. Het pakket is aanwezig in alle boorprofielen, behalve boorprofiel 3. De top van het pakket ligt tussen 122 en 220 cm-mv (-86 en -33 cm NAP). Het pakket is 10 tot 50 cm dik. In boorprofiel 6 bevat de bovenste laag van het veen zandbrokjes en kleibrokjes. Dit pakket ligt overal op pakket 2.

Pakket 4:

Zwak siltig matig grof zand. De kleur van het pakket is overwegend licht grijs of licht grijs-bruin. In boorprofielen 3, 5 en 6 is de onderste laag van dit pakket humeus en donker-grijs of grijs-bruin. Deze onderste laag bevat dan brokken veen. Het pakket is aanwezig in alle boorprofielen en ligt op pakket 3 (veen) of op pakket 2 (zand). De top van het pakket ligt tussen 90 en 180 cm-mv (-46 en 8 cm NAP). Het pakket is 30 tot 50 cm dik.

Pakket 5:

Humeus matig grof zand, soms met grind. De kleur is donker bruingrijs, grijs-bruin, bruin-grijs of donker grijs-bruin. Het pakket heeft een omgewerkte structuur. In het pakket bevinden zich sporen baksteen, aardewerk fragmenten (industrieel wit en roodbakkend, Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd), kachel slakken, fragmenten kolen en schelp fragmenten. Het pakket is aanwezig in alle boorprofielen. De top van het pakket ligt aan het oppervlak in boorprofiel 1. In de overige boorprofielen ligt de top tussen 15 en 120 cm-mv (-6 en 127 cm NAP). Het pakket is 40 tot 130 cm dik.

Pakket 6:

Een divers pakket bestaande uit matig grof zand, meest humeus, soms met grind, inclusief oppervlakte verharding. Dit is in alle boorprofielen behalve boorprofiel 1 het bovenste pakket. Het pakket is meestal 15 tot 50 cm dik; in boorprofiel 6 is het 120 cm dik.

De beschreven vondsten bevonden zich allen in geroerde grond (historische bouwvoor of opgehoogde grond) en zijn niet verzameld. De grondwaterstand tijdens het onderzoek bevond zich tussen 140 en 180 cmmv. Al het bodemmateriaal is kalkloos.

3.3

Interpretatie Het onderste pakket (pakket 1) wordt op grond van de textuur en landschappelijke ligging geïnterpreteerd als strandafzettingen. De afzettingen behoren tot het Laagpakket van Zandvoort. Ze zijn waarschijnlijk gevormd tijdens het sluiten van het Zeegat van Bergen tussen 3850 en 2750 v. Chr. en maken Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

20 deel uit van één van de haakwallen die daarbij zijn ontstaan. Het zandpakket hierop (pakket 2) wordt op grond van de minder grovere textuur en stratigrafische ligging op de strandafzettingen geïnterpreteerd als duinafzettingen. Vanwege de diepe ligging zijn ze waarschijnlijk gevormd op de strandafzettingen nadat deze boven de toenmalige gemiddelde hoogste hoogwaterstand kwamen te liggen. De afzettingen kunnen ook tot het Laagpakket van Zandvoort worden gerekend. De doorworteling en bruinere top van het pakket kunnen erop wijzen dat de oorspronkelijke bodem van vóór de veenbedekking nog intact is. In het profiel wordt het pakket 'duinafzettingen 1' genoemd. In de meeste boorprofielen ligt op deze duinafzettingen een pakket veen (pakket 3). De vorming van dit veen kan worden geplaatst in een periode nadat zeewaarts van de duinafzettingen in het plangebied, nieuwe haakwallen met duinen zijn ontstaan. Het achterland wordt in die periode een veenmoeras. Het veen wordt gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop. De start van de veenontwikkeling wordt geplaatst in de midden Bronstijd (ca. 1300 v. Chr).33 Het einde van veenvorming wordt aan het einde van de Bronstijd geplaatst.34 Het zand (pakket 4) dat op het veen ligt, wordt op basis van de textuur geïnterpreteerd als duinafzettingen. In het profiel wordt het pakket 'duinafzettingen 2' genoemd.

Over de vorming van duinen op het veen is weinig bekend. Een hypothese is dat door overbegrazing van de duinen in de zeereep, zand opnieuw gaat stuiven en het achterland in waait. In het algemeen wordt de periode van de vorming van deze jongere duinen geplaatst in de Late Middeleeuwen. De afzettingen worden daarom gerekend tot het Laagpakket van Schoorl. In twee boorprofielen bevinden zich veenbrokken in het zand op het veen. In boorprofiel 3 ontbreekt het veen geheel, maar zijn wel veenbrokken aanwezig. Omdat het overstuiven van een veenmoeras niet zal leiden tot erosie van het onderliggende pakket, wijst dit op menselijk ingrijpen. Het is een aanwijzing dat het veen (plaatselijk) is vergraven voor turfwinning. Dit is in overeenstemming met de waarnemingen bij de opgraving op het naastliggende terrein. Op de duinafzettingen ligt een humeus pakket met veel antropogene bijmengingen (pakket 5). Dit pakket wordt geïnterpreteerd als de historische bouwvoor. Deze terminologie is overgenomen uit het naastliggende proefsleuvenonderzoek bij de voormalige Rustende Jager.35 Het plangebied lag tot begin 19e eeuw nog in de weilanden. De laag is waarschijnlijk daarna ontstaan bij bouw- en sloopwerkzaamheden en de realisatie van infrastructuur in de 19e en 20e eeuw.

Bij het proefsleuvenonderzoek op het terrein van de Rustende Jager werd geconcludeerd dat deze laag gedurende de 16e tot en met 19e eeuw het oude maaiveld in de dorpskern van Bergen heeft gevormd. Deze laag wordt beschreven als de vondstenlaag. De archeologische sporen bevonden zich in de ondergelegen duinafzettingen. Ter vergelijking is een west-oost profiel van het proefsleuvenonderzoek overgenomen in fig. 27. Hieruit blijkt de vergelijkbare landschappelijke opbouw; een historische bouwvoor op duinafzettingen op een veenlaag op duinafzettingen. De strandafzettingen zijn destijds niet bereikt. Uit de gegevens komt naar voren dat in het plangebied sprake is van drie potentiële archeologische niveaus, van diep naar ondiep zijn dat: 33 (Salomons 2012) 34 (Hoogendijk 2011) 35 (Flamman en Parlevliet 2001) Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

21 a) de top van “duinafzettingen 1”: hierin kunnen resten van bewoning aanwezig zijn, van vóór de veenbedekking uit ongeveer de periode 3800 v. Chr. vorming strandwallen) tot aan ca. 1300 v. Chr. (vorming veen), b) de top van het veen: hierin bevinden zich waarschijnlijk resten van veenwinning (schopsteken, veenwinningsputten), en c) de top van “duinafzettingen 2”: hierin kunnen offsiteresten aanwezig zijn gerelateerd aan de historische bewoning van Bergen (greppels, wegen, paden, palenrijen e.a.)

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

22

4

Waardestelling en Selectieadvies Conform KNA 4.0 vormt een waardestelling (VS06) en selectieadvies (VS07) van vindplaatsen onderdeel van een standaardrapport (VS05). Er zijn een aantal potentiële archeologische niveaus aanwezig, maar nog geen vindplaatsen aangetoond. Er is daarom geen waardestelling mogelijk en is geen selectieadvies opgesteld.

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

23

5

Conclusie De onderzoeksvragen kunnen als volgt worden beantwoord: • Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen? In het plangebied wordt een parkeerkelder gerealiseerd met daarop ruimte voor een supermarkt, overige detailhandel en woningen. De vloer van de parkeerkelder komt op 3,5 m beneden maaiveld. Het plangebied heeft een omvang van 3.300 m2. • Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde? Het plangebied ligt in de NOaA regio “Het Hollands Duingebied”. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het 'Zeegat van Bergen' op een strandwal die zich tussen 3850 en 2750 v. Chr. vormt. Uit het booronderzoek blijkt dat de top van de strandafzettingen tussen 350 en 360 cm-mv ligt (-269 en -202 cm NAP). Hierop liggen duinafzettingen, veen, (een tweede pakket) duinafzettingen en de historische bouwvoor. • Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? Aan het oppervlakte ligt een recent omgewerkt en/of ophogingspakket van 15 tot 50 cm dik. In één boorprofiel is dit pakket 120 cm in dikte. Daarnaast is de bodem onder de huidige bebouwing waarschijnlijk tot circa 80 cm diep geroerd.

• Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan? In het plangebied zijn drie potentiële archeologische niveaus, van diep naar ondiep zijn dat: a) de top van “duinafzettingen 1” (top tussen 160 en 270 cm-mv; -121 en -52 cm NAP): hierin kunnen resten van bewoning aanwezig zijn, van vóór de veenbedekking uit ongeveer de periode 3800 v. Chr. vorming strandwallen) tot aan ca. 1300 v. Chr. (start vorming veen), b) de top van het veen (top tussen 122 en 220 cm-mv; -86 en -33 cm NAP): hierin bevinden zich waarschijnlijk resten van veenwinning (schopsteken, veenwinningsputten), en c) de top van “duinafzettingen 2”: hierin kunnen offsiteresten aanwezig zijn gerelateerd aan de historische bewoning van Bergen (greppels, wegen, paden, palenrijen e.a.) • Indien er (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: • Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? Door de aanleg van een parkeerkelder tot 350 cm-mv worden de potentiële archeologische niveaus vergraven. • Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden? Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

24 Eventuele archeologische resten in het plangebied moeten worden gekarteerd en gewaardeerd. Eventuele archeologische resten in de top van de “duinafzettingen 2” kunnen niet met voldoende zekerheid worden opgespoord door middel van boringen, omdat een ongeroerde eenduidige vondstenlaag ontbreekt. Daarom is een proefsleuvenonderzoek de best aangewezen methode. Het karteren en waarderen van eventuele archeologische waarden kan worden gecombineerd in één proefsleuvenonderzoek.

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

25

6

Advies In het plangebied zijn drie potentiële archeologische niveaus, van diep naar ondiep zijn dat: a) de top van “duinafzettingen 1” (top tussen 160 en 270 cm-mv; -121 en -52 cm NAP), b) de top van het veen (top tussen 122 en 220 cm-mv; -86 en -33 cm NAP), c) de top van “duinafzettingen 2” (top tussen 90 en 180 cm-mv; -46 en 8 cm NAP). Bureau voor Archeologie adviseert te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn, en wat daarvan de waarde is, door middel van een proefsleuvenonderzoek. Het strekt tot aanbeveling om het proefsleuvenonderzoek in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming uit te voeren. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en diepten waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2016. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Bergen (NH.).

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

26

7

Literatuur Alterra. 2004. “Geomorfologische Kaart Nederland (GKN) Landsdekkend digitale bestand”. Wageningen. Alterra Wageningen UR. 2012. “BISNederland”. Bodemkaart 1 : 50 000. http://www.bodemdata.nl/. Antonisz, A. 1568. “De drooggemaakte Bergermeer. Linksboven het dorp Bergen.” https://www.regionaalarchiefalkmaar.nl/beeldbank/d4606e58a53b-48c3-a3b4-e3895c037690. van den Berg, G.T.C. 2007. “Inventariserend Veldonderzoek (proefsleuf ), Breelaan 35 te Bergen (NH)”. Hollandia reeks 130. Zaandijk: Hollandia. de Boer, A.G. 2016. “Breelaan 19, Bergen, gemeente Bergen (NH.): een bureauen inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen”. Bureau voor Archeologie Rapport 285. Utrecht: Bureau voor Archeologie. Bosch, J.H.A. 2008. “Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2”. 2008–U–R0881/A. Deltares-rapport. Cultuurcompagnie Noord-Holland. 2013. “Beleidsnotitie Archeologie Gemeente Bergen-NH 2013”. Gemeente Bergen. Dinoloket. “Ondergrondgegevens | DINOloket”. http://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens. Dou, Johannes. 1655. “Territorii Bergensis accuratissima descriptio”. Joan Blaeu. Noord Hollands Archief. http://noordhollandsarchief.nl/beelden/beeldbank/detail/fe3526f8-fb8e-11df-9e4d523bc2e286e2/media/a8aa3618-ef08-d73d-a33d-db4191c0a979. Flamman, J., en M. Parlevliet. 2001.

“Inventariserend veldonderzoek op het terrein van ‘De Rustende Jager’, gemeente Bergen N.H.” AAC publicaties 3. Amsterdam: AAC. Google Street View. “Street View”. https://maps.google.nl/. Hoogendijk, T. 2011. “Bureauonderzoek en archeologische begeleiding (ABbv), Bergen - Ruïnekerk”. Hollandia reeks 335. Zaandijk: Hollandia. Husken, S. 2006. “Bureauonderzoek naar de archeologische waarde van het plangebied Bergen-Centrum, Gemeente Bergen”. SCENH-rapport 15. Wormer: Stichting Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland. Kadaster, en PDOK. 2014. “AHN2 - WCS service”. http://nationaalgeoregister.nl. de Koning, J., J.P.L. Vaars, en S. Dautzenberg. 2003. “Archeologische waarnemingen op het terrein van de voormalige herberg De Rustende Jager te Bergen, Noord-Holland”. Hollandia reeks 14. Zaandijk: Hollandia. http://rapidshare.com/files/156423643/22._Bergen_herberg_De_Rustend e_Jager.pdf. de Mulder, E.F.J. 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhof: Groningen. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut. Nyst, C.L. 2008. “Archeologisch bureauonderzoek voor de plangebieden Kerkedijk, De Laars, Elkshove en Van Peltlaan in gemeente Bergen (Noord-Holland)”. AAC notities 70. Amsterdam: AAC. https://doi.org/10.17026/dans-xzm-xy5d. van de Plassche, O. 1982.

“Sea-level change and water-level movements in the Netherlands during the Holocene”. Mededelingen Rijks Geologische Dienst 31–1: 1–93. RAF. 1940. “Wageningen UR GeoPortal: RAF aerial photographs”. 1945. Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

27 http://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf. Rijks Geologische Dienst. 1987. “Geologische kaart van Nederland : toelichtingen bij de geologische kaart van Nederland 1: 50.000 = Geological map of the Netherlands: Blad Alkmaar west (19 W)”. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2016. “Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed”. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Data Archiving and Networking Services. “e-depot voor de Nederlandse archeologie”. http://www.edna.nl. Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu. “Bodemloket”. http://www.bodemloket.nl/. Salomons, K.T. 2011. “Archeologisch bureauonderzoek Kleine Dorpsstraat 2 te Bergen, gemeente Bergen, N-H.” Hollandia reeks 384. Zaandijk: Hollandia. https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis2/Archeorapporten/26/AR27 696/384%20Kleine%20dorpsstraat%202%20Bergen%20BUR.pdf. ———. 2012. “Inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven Plein 31-35, gemeente Bergen, N-H”. Hollandia reeks 414. Zaandijk: Hollandia. ———. 2013. “Archeologisch bureauonderzoek met aanvullende boringen Breelaan 3A-B, gemeente Bergen (N-H)”. Hollandia reeks 463. Zaandijk: Hollandia. ———. 2014. “Inventariserend veldonderzoek d.m.v. karterende proefsleuven Breelaan 3A-B in Bergen, gemeente Bergen (NH)”. Hollandia reeks 497. Zaand: Hollandia. SIKB. 2016.

“Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.0”. Teekens, P.C. 2012. “Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. van proefsleuven (IVO-P) plangebied Vijverlaan 7 te Bergen”. Archeologische Rapporten Oranjewoud 2011/33. Heerenveen: Oranjewoud B.V. Teekens, P.C., en A. Vissinga. 2012. “Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) in het plangebied Vijverlaan 7 te Bergen (gemeente Bergen, Noord-Holland)”. Archeologische Rapporten Oranjewoud 2011/114. Heerenveen: Oranjewoud B.V. Vanoverbeke, R.W. 2006. “Bureauonderzoek Wapen van Bergen, Breelaan 35, Bergen NH”. Hollandia reeks 127. Zaandijk: Hollandia. Wagenaar, K., C. van Wallenburg, G.G.L. Steur, W. Heijink, H. de Bakker, O.H. Boersma, en C. Hamming. 1987. “Bodemkaart van Nederland schaal 1 : 50.000 : toelichting bij de kaartbladen 19 oost Alkmaar en 20 west Lelystad (Noordhollands gedeelte)”. Wageningen: Stiboka. http://edepot.wur.nl/117839.

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

28

Figuren

Figuur 2: Luchtfoto.

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

29

Figuur 3: Foto's vanaf de openbare weg bij Plein (Google Street View).

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

30

Figuur 4: Foto's vanaf de Karel de Grotelaan (Google Street View).

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

31

school 1935 winkel 1920

schuur 1920 Voorm. Brandweer 1986

Figuur 5: Kaart met huidige bebouwing.

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

32

Figuur 6: Geologische kaart (Rijks Geologische Dienst 1987).

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

33

0,60

1,23 0,77

0,38

2,76 1,09

1,18

0,98 0,80

1,67 1,11 1,28

Figuur 7: Hoogte-reliëfkaart op basis van het AHN2 (Kadaster en PDOK 2014). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

34

D oo t

w

eg

Figuur 8: Kaart uit 1568 (Antonisz 1568). Het noorden is boven.

Figuur 9: Kaart van Johannes Dou (Dou 1655). Het noorden is boven.

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

35

weiland

weiland

tuin weiland

weiland

Figuur 10: Kadastrale minuut 1811-1832, Bergen, C01. De percelen zijn in gebruik als tuin en weilanden (Onderling Aanwijzende Tafels).

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

36

Figuur 11: Bonnekaart 1879, blad 261, Bergen.

Figuur 12: Bonnekaart 1900.

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

37

Figuur 13: Bonnekaart 1909.

Figuur 14: Bonnekaart 1923.

Bureau voor Archeologie Rapport 453

Bergen Plein

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4564/documents/32195