Bij 7 2021-05-11 Memo Bij BP Voorstraat 54.pdf
Tekst van het document
Memo Betreft: Locatie: Datum: Ecoloog: Steller:
stikstofdepositie Voorstraat 54 te Egmond aan Zee 5 april 2020 06-27564247 Peter van der Linden, ecoloog
Aan de Voorstraat 54 te Egmond aan Zee wordt een garage afgebroken om ruimte te maken voor een woning. Voor de bouw- en de gebruiksfase is een berekening van de toename van stikstofdepositie op de beschermde Natura 2000-gebieden noodzakelijk. In onderstaand memo wordt de berekening toegelicht en geanalyseerd. Stikstof Doordat ammoniak een vrij radicaal heeft reageert het snel (binnen enkele minuten) tot ammonium en dat geeft een droge en natte depositie op relatief korte afstand van de bron. Ammoniak werkt in de atmosfeer eerst als base door de vorming van NH 4+, waarbij een vrije zuurion wordt gebonden. Dat leidt tot neutralisatie van salpeterzuur en zwavelzuur in de atmosfeer. In de bodem wordt door bacteriën de NH4+ genitrificeerd tot NO3-, waarbij zuurionen vrijkomen. Naast de verzuring zorgt de emissie van ammoniak voor verhoging van het stikstofgehalte in de bodem. Door die verhoogde opneembaar stikstof in de bodem worden soorten die snel groeien bevoordeeld ten opzichte van langzaam groeiende soorten. De snel groeiende soorten verdringen de langzame groeiers waardoor de verdwijnen en de biodiversiteit verminderd. Veel van de via de Habitatrichtlijn beschermde soorten of habitat zijn langzaam groeiende soorten of soorten die in een voedselrijk of zuur milieu niet kunnen groeien.
De habitatrichtlijn stelt de verschillende nationale overheden verantwoordelijk voor het beschermen van de natuurwaarden in de aangewezen natuurgebieden. Deze bescherming is opgenomen in de Wet natuurbescherming. Om het probleem van te hoge concentraties NH 4+ of NOX in het milieu te beteugelen is door de toenmalige regering de programmatische aanpak stikstof (PAS) opgesteld. In de PAS is ontwikkelingsruimte opgenomen voor ontwikkelingen die stikstofoxiden of ammoniak produceren. Daarnaast zijn maatregelen opgesomd die zouden leiden tot verminderde effecten. Voor de PAS is Aerius ontwikkeld waarmee op eenvoudige wijze de depositie kon worden berekend. In de PAS was de ontwikkelingsruimte opgenomen en twee drempelwaarden ingevoerd; een lage van 0,05 mol N/ha en een hogere van 1 mol N/ ha. Projecten die onder de lage drempelwaarde bleven hadden geen meldingsplicht. De projecten met een stikstofdepositie tussen de beide waarden in waren meldingsplichtig en konden worden uitgevoerd als er voldoende ontwikkelingsruimte was. Boven de 1 mol N/ha was er vergunningsplicht. De Raad van State heeft naar aanleiding van enkele beroepsprocedures vragen gesteld aan de het Europees Hof over de noodzakelijke interpretatie van de PAS.
Het Hof en in navolging Spechtstraat 59 - 1223 NX Hilversum - 06 – 27564247 - vanderlinden@elsenlinde.nl Els & Linde B.V.: KvK 11068807 - Fiscaalnummer 8187.47.637 - NL71 RABO 0108344673. Els & Linde techniek vof: KvK 63899825 - Fiscaalnummer NL855445920B01 - NL93 RABO 0306041626
daarvan de Raad van State hebben geoordeeld dat de ontwikkelingsruimte niet binnen de reikwijdte van de Habitatrichtlijn past, en dat een drempel van 0,05 mol N/ha niet zonder meer acceptabel is. Ook hebben ze alle vergunningen die op de PAS zijn gebaseerd nietig verklaard. De consequentie is dat nu voor alle projecten berekend moet worden of deze strijdig zijn met de Habitatrichtlijn en er sprake is van verhoogde depositie op de natuurgebieden. In de nieuwe Aerius is de drempelwaarde en de ontwikkelingsruimte niet langer opgenomen. Als resultaat van de berekening wordt een gml-bestand en een pdf geleverd die in een GIS de verspreiding van de stikstofdepositie weergeeft. De conclusie is dat alle projecten waarbij stikstofoxiden of ammoniak vrijkomt berekend moet worden wat de toename is op de Natura 2000-gebieden. Als er geen verhoging is dan kan de ontwikkeling zonder vergunning worden uitgevoerd. Is er een verhoogde depositie dan moet het project zo worden uitgevoerd dat er geen of minder emissie is. Als dat onvoldoende mogelijkheden geeft, dan moet met maatregelen elders de emissie (op het zelfde Natura 2000-gebied) worden teruggebracht (salderen). Bij salderen moet worden aangetoond dat er voldoende effect is. Hiervoor is een uitgebreidere onderbouwing nodig.
Als er ondanks saldering een verhoogde depositie is, dan moet er via de ADC-toets in een passende beoordeling aangetoond worden dat een depositie acceptabel is. De ADC-toets staat voor Alternatief, Dwingende redenen en Compensatie. In de meeste gevallen zal dan een MER nodig zijn.
Huidige situatie Het terrein aan de Voorstraat 54 te Egmond aan Zee staat momenteel een bedrijf. De garage heeft een omvang van 200 m2 bvo. Het gebouw staat in weinig stedelijk gebied, in de schil om het centrum. De verkeersbewegingen zijn berekend op basis van de CROW. Locatie
Omvang
Norm
uitgangspunt
Garage
200
0,16
32
Verkeer, licht – 100 bvo
10
Toekomstige situatie Op het perceel is een woning gebouwd die emissie vrij is. Op basis van de CROW voor het project is bepaald dat er per etmaal 15 mvt licht verkeer ontstaat. Er is geen emissie vanuit de woning. Locatie Verkeer – 1 woning
Omvang
Norm
uitgangspunt 15
Stikstofdepositie gebruiksfase Met behulp van Aerius (2019) is berekent wat de depositie is in de huidige en in de nieuwe situatie. Deze gegevens zijn met GIS op een luchtfoto geplaatst. De depositie is berekent op de Natura 2000-gebieden: • Noordhollands Duinreservaat: ca. 200 meter afstand; De overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het perceel. Uit de berekening blijkt dat er tijdens de gebruiksfase geen sprake is van een verhoging van de depositie op de Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie bouwfase De werkzaamheden bestaan uit nieuwbouw. Voor de bouwfase is berekent wat de depositie op de natuurgebieden is. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Machine
Vermogen
Draaiuren
Verbruik per uur
Verbruik totaal
Hijskraan
80
20
10
200
Graafmachine
125
16
25
400
Graafmachine sloop
125
16
25
400
Heistelling
250
20
25
500
Het bouwverkeer betreft per in totaal 12 middelzware vrachtwagen en 8 zware vrachtwagen. Voor de bouwvakkers is dat 60 mvt licht verkeer. Uit de berekening volgt dat er tijdens de bouwfase een lichte (kortstondige) verhoogde depositie is op het Natura 2000-gebied Noord-Hollands Duinreservaat. Door saldering van de huidige gebruiksfase met de bouwfase blijft de toename van de depositie onder de norm van 0,00 mol N/ha. Het probleem is ook op te lossen door het inzetten van elektrisch aangedreven apparatuur. Conclusie Er is sprake van een tijdelijke verhoging van de depositie. Er is een vergunning van de Wet natuurbescherming nodig. P.J.H. van der Linden Els & Linde b.v.