bij 7 11-01-2022 archeologisch bureauonderzoek Egmond aan den Hoef Oost.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Egmond aan den Hoef Oost te Egmond aan den Hoef (gemeente Bergen)
AM21326
RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Egmond aan den Hoef Oost te Egmond aan den Hoef (gemeente Bergen) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum
: AM21326 : Concept (versie 1) : 2214-5656 : 21 september 2021
Opdrachtgever
: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze
Opsteller rapport Paraaf
: drs. D. Hagens | L. Kruithof MSc. | drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Redactie Paraaf
: drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Vrijgave Paraaf
: drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
4002 + 4003
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Pagina | 2
AM21326
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 6 1.
INLEIDING................................................................................................................................................................................................................. 7
2.
WERKWIJZE .............................................................................................................................................................................................................. 9 2.1
3.
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................... 9 BUREAU-ONDERZOEK ....................................................................................................................................................................................... 10
3.1
Landschappelijke situatie - geomorfologie .......................................................................................................................................... 10
3.2
Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 14
3.3
Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 15
3.4
Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 16
3.5
Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 19
4.
VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 21
5.
AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 24
LITERATUURLIJST ............................................................................................................................................................................................................... 25
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6
Topografische ligging onderzoeksgebied Archeologische gegevens cf. Archis 3 Beleidskaart Archeologische verwachtingen gemeente Bergen Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart
Pagina | 3
AM21326
SAMENVATTING In augustus 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Egmond aan den Hoef Oost te Egmond aan den Hoef (gemeente Bergen). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft de (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouwwoningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen (2013) in een donkerblauwe zone. Binnen het Veegplan Bergen (2020) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. Als gevolg van de zeespiegelstijging in het vroeg- en midden neolithicum vernatte de omgeving van het plangebied en lag de omgeving van het plangebied in een waddenlandschap.
Dergelijke milieus zijn niet geschikt voor bewoning. Alleen op zandige oeverwallen van getijdengeulen kan sprake zijn geweest van gunstige bewoningsomstandigheden. Op basis hiervan geldt er lage verwachting voor de periode vroeg- tot midden neolithicum. Na het sluiten van de kustbarrière rond 4.000 jaar geleden vond er op grote schaal veenvorming plaats als gevolg van de slechtere afwatering. De omgeving van het plangebied bestond tijdens het laat-neolithicum en de vroege middeleeuwen uit een veenlandschap. Dit landschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning. Het plangebied bevindt zich direct ten oosten van (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. In vergelijkbare landschappelijke ligging zijn enige vondsten bekend uit de periode Romeinse tijd – ijzertijd (monumentnummers 10.783 en 10.784). Op basis van de geolandschappelijke kaart van Noord-Holland liggen deze monumenten net als het noordelijke deel van het plangebied, binnen een strandvlakte met een getijdedek. Op basis hiervan geldt er een middelhoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten voor de periode neolithicum tot en met vroege middeleeuwen.
Het plangebied ligt ten noordoosten van de historische kern van het hoog middeleeuwse Egmond aan den Hoef. Op basis van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste omstreeks 1800 deel uitmaakt van de weilanden van de Boven Polder. De bebouwing concentreert zich binnen de huidige kern en aan de Herenweg en enkele secundaire wegen. In het noorden grenzend en direct ten oosten van het plangebied bevinden zich resten van een van oorsprong 12 e-eeuwse dijk. Deze dijk zal een bedijking hebben gevormd tegen het water van de in de 16e eeuw drooggemalen Egmondermeer. Ter plaatse zal vermoedelijk geen bebouwing hebben plaatsgevonden. Voor het plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit de volle middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Enkel voor de noordelijke en zuidelijke randzones (respectievelijk de oude dijk en de Hoeverweg) geldt een middelhoge archeologische verwachting voor deze perioden. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Archeologische vondsten en bewoningssporen kunnen bij een intact bodemprofiel van een beekeerdgrond en vlakvaagronden worden verwacht vanaf de onderzijde van de A-horizont. Pagina | 4
AM21326
Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder een eventueel aanwezige eerdlaag in goede toestand worden aangetroffen. Bij beekeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten goed: door de lage grondwaterstand (GWT II) kunnen organische resten goed bewaard blijven. Bij vlakvaaggronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de hoge grondwaterstand (GWT III) kunnen organische resten slecht bewaard blijven.
Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek wordt duidelijk dat het plangebied in een dynamisch gebied ligt. Het plangebied ligt direct ten oosten van (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. Voor het plangebied geldt een (middel)hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de periode laat-neolithicum tot en met late middeleeuwen. Ten tijde van het opstellen van dit rapport is de diepte van de toekomstige bodemverstoring binnen het plangebied niet bekend. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte van tenminste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. Omwille van bovenstaande informatie wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit kan plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveaus vast te stellen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Bergen), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
Pagina | 5
AM21326
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer
: AM21326
OM-nummer
: 5105140100
Soort onderzoek
: Bureauonderzoek
Adres onderzoekslocatie
: Egmond aan den Hoef Oost te Egmond aan den Hoef
Toponiem
: Egmond aan den Hoef Oost
Gemeente
: Bergen
Provincie
: Noord-Holland
Kadastrale registratie
: Egmond aan Den Hoef, sectie A, nummers 160, 2519, 2520, 2523, 2782 (ged.), 2940, 3073 en 3074
Coördinaten
: Centrum
105.782; 515.614
NW:
105.637; 515.763
NO:
105.887; 515.900
ZW:
105.847; 515.359
ZO:
105.976; 515.499
Oppervlakte
: Circa 9,6 ha
Huidig locatie gebruik
: Akkerland
Aanleiding onderzoek
: Bestemmingsplanwijziging
Opdrachtgever
: Ordito
Bevoegde overheid
: Gemeente Bergen
Opslag documentatie en materiaal
: Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te Castricum/E-depot
Datum uitvoering
: Augustus 2021
Pagina | 6
AM21326
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Egmond aan den Hoef Oost te Egmond aan den Hoef
Gemeente
: Bergen
Oppervlakte
: Circa 9,6 ha
Huidig gebruik van de locatie
: Akkerland
Toekomstig gebruik
: Nieuwbouwwoningen
Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft de (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouwwoningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen (2013) in een donkerblauwe zone. Binnen het Veegplan Bergen (2020) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt (Bijlage 3).1
Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.
Plangebied Het plangebied ligt ten oosten van de bebouwde kom van Egmond aan Den Hoef. De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. Momenteel is het plangebied in gebruik als akkerland. In het noorden en oosten wordt het plangebied begrenst door de akkerland en weiland, in het oosten door Prins Willem Alexanderlaan en Sabine van Beierenlaan en in het zuiden door de Hoeverweg.
1 Beleidskaart Archeologische verwachtingen gemeente Bergen, 2013.
Pagina | 7
AM21326
Figuur 1. Topografische ligging van het plangebied. Het plangebied is weergegeven met het rode kader. (Bron: PDOK-viewer)
Pagina | 8
AM21326
2. WERKWIJZE 2.1
Inleiding
Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.
Archeologische bronnen •
Archeologische Monumentenkaart (AMK)
•
Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)
•
Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen
•
Archeologische verwachtingenkaart van de provincie Noord-Holland
•
Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)
Bodem- en geomorfologische kaarten •
Bodemkaart (Alterra)
•
Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis2)
•
Geolandschappelijke eenheden (provincie Noord-Holland)
•
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)
Historische kaarten •
Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)
•
Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)
•
Moderne topografische kaart (tot 2020)
De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst. De Stichting historisch Egmond, is op 23 augustus 2021 per e-mail gecontacteerd met de vraag met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.
Pagina | 9
AM21326
3. BUREAU-ONDERZOEK 3.1
Landschappelijke situatie - geomorfologie
De omgeving van het plangebied ligt op de overgang van het duinen- en strandwallengebied naar jonge aanwas.2 Het plangebied ligt in een landschappelijk gebied dat tijdens het Holoceen (circa 11.700 tot nu) is gevormd en dat sterk samenhangt met de relatieve zeespiegelstijging. Dit landschap bestaat uit het huidige strand, strandwallen, -vlakten en de duinen die aan de oostzijde van het strand in Noord- en Zuid-Holland voorkomen3 en jonge aanwas. Tijdens het Weichselien (circa 115.000 – 11.700 jaar geleden) werd in West Nederland een dik pakket zand afgezet. Dit zand wordt dekzand genoemd. Aan het einde van het Weichselien en in het Holoceen werd het klimaat warmer en vochtiger en smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen. Hierdoor steeg de relatieve zeespiegel snel. Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging en zee-inbraken in het Atlanticum (circa 8.000 – 5.000 jaar geleden), werden dikke pakketten afzettingen gevormd. Tijdens het Atlanticum bestond de kust van Nederland uit een uit een serie Waddeneilanden met ertussen zeegaten. 4 De zeegaten bestonden uit zandbanken en -platen. Als gevolg van meerdere fase van snelle zeespiegelstijging werden deze banken en platen geleidelijk geërodeerd waardoor de kustbarrière steeds verder landinwaarts kwam te liggen (Figuur 2).
Vanaf 5.000 jaar geleden (Subboreaal) nam de relatieve zeespiegelstijging af en werden grote hoeveelheden zandige sedimenten aangevoerd vanuit de Noordzee en grotere rivieren. Hierdoor verzanden en sloten de zeegaten en ontstond er een gesloten strandwalkust. Achter de duinen verzoette het milieu en vond er op zeer grote schaal veenvorming plaats. Dit veen wordt het Hollandveen Laagpakket genoemd en behoort tot de Nieuwkoop Formatie (Figuur 3). Op enkele plaatsen blijven er openingen in het strandwallensysteem. Hierdoor bleven rivieren afwateren in het achterland. Een van deze openingen bevindt zich ter hoogte van Beverwijk en Heemskerk, het Oer-IJ estuarium. Als gevolg van overstromingen vanuit zee werd een laag mariene klei afgezet op het veen. De zee had een sterke invloed op het Oer-IJ estuarium. Hierdoor ontstond er een geulsysteem waarin vooral zandige sedimenten zijn afgezet. De afzettingen is onderdeel van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk). Na het dichtslibben van de verbinding met zee werd alleen tijdens extreme weersomstandigheden en overstromingen zand afgezet. Dit gebeurde tot in de vroege middeleeuwen. Na het dichtslibben van het estuarium vernatte het en vond er veenvorming plaats. De progradatie van de kust duurde tot circa 2.500 jaar geleden (Subatlanticum).
Door de grote aanvoer van zand ontstond er een kustbarrière van maximaal 6 – 10 kilometer breed. De kustbarrière bestond uit strandwallen die parallel aan de kust liggen, afgewisseld met lager gelegen strandvlakten en die is bedekt met lage duinen (Oude Duinen, Naaldwijk Formatie: Schoorl Laagpakket). Op de strandwallen kwam nauwelijks vegetatie voor, waardoor grootschalige verstuiving optrad. Hierdoor ontstonden er op de strandwallen (oude) duinen. De ontwikkeling van de strandwallen duurde tot plaatselijk in de Romeinse tijd. De snelheid van de relatieve zeespiegelstijging nam nog verder af vanaf circa 2.000 (Vroeg-Subboreaal) af. Hierdoor werd er minder zand aangevoerd vanuit de Noordzee. Door golfwerking werden de oude strandwallen geërodeerd.
2 Rensink et al., 2019. 3 Berendsen 2005. 4 Stouthamer 2020, 254.
Pagina | 10
AM21326
Het vrijgekomen zand werd door de wind afgezet op de jonge duinen (hoge paraboolduinen). De afzettingen zijn onderdeel van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl. In de middeleeuwen vond er opnieuw duinvorming plaats, waarbij hoge kustduinen werden gevormd. Begin 20e eeuw zijn de strandwallen op grote schaal afgegraven. Hierdoor zijn grote delen van de Oude Duinen afgegraven. 5 Ook het veen in de strandvlakten is vaak afgegraven voor enerzijds turfwinning en om de grond geschikt te maken voor de bollenteelt. Grote delen van de Oude Duinen zijn afgegraven en omgespit waardoor eventuele archeologische vindplaatsen vanaf het neolithicum zijn verdwenen. Volgens de geologische kaart komt ter plaatse van het plangebied in de bodem zeeklei op duin- en strandzand voor (Na10).6 Deze afzettingen zijn onderdeel van het Laagpakket van Walcheren op Laagpakket van Schoorl en/of Zandvoort en behoren tot de Formatie van Naaldwijk. Volgens de geomorfologische kaart (Bijlage 4) ligt het plangebied op een vlakte van getij-afzettingen (code 2M72). Volgens de Geolandschappelijke eenhedenkaart van de provincie Noord-Holland ligt het plangebied in verschillende landschappelijke eenheden (Figuur 4). Het noordelijk deel van het plangebied ligt strandvlakte met een getijdedek (code sw-k) en het zuidelijk deel op een strandvlakte (code SV-k/v).
Het zuidoostelijke deel ligt in een restgeul (code SK-k/v).7 Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, Bijlage 6) is duidelijk te zien dat het plangebied zichtbaar lager ligt dan de kustduinen ten westen van het plangebied. Op basis van het AHN is te zien dat het plangebied op de westelijke rand van een lager gelegen zone (vlakte van getij-afzettingen) ligt. De maaiveldhoogte in het plangebied varieert tussen de -0,46 en 0,28 meter +NAP. Het plangebied loopt globaal gezien in zuidoostelijke richting af.
5 Barends et al., 2010. 6 Geologische overzichtskaart van Nederland, 2010. 7 https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=archeologische_verwachtingen Pagina | 11
AM21326
Figuur 2. Ontwikkeling van de strandwallen (Stouthamer 2020, 244).
Pagina | 12
AM21326
Figuur 3. Paleogeografische ontwikkeling van het plangebied (Bron: Deltares). De omgeving van het plangebied is weergegeven met de rode ster. Het plangebied lag A) rond 5.500 voor Chr. en B) rond 3.850 voor Chr. in de landschappelijke eenheid ‘buitenwater’, C) rond 500 voor Chr. En D) 800 na Chr. lag het in veen.
Pagina | 13
AM21326
Figuur 4. Ligging van het plangebied op de geolandschappelijke kaart van Noord-Holland. Het plangebied is aangegeven met het rode kader. Het noordelijk deel van het plangebied ligt op een strandvlakte met een getijdedek (code sw-k, donker gele kleur) en het zuidelijke deel op een strandvlakte (code SV-k/v, licht bruin kleur). Het zuidoostelijke deel ligt in een restgeul (code SK-k/v, licht bruine kleur) (Bron: www.geoapps.noord-holland.nl).
3.2
Landschappelijke situatie - bodem
Volgens de bodemkaart (Bijlage 5) worden in het zuidelijke en oostelijke deel van het plangebied vlakvaaggronden gevormd in leemarm en zwak lemig fijn zand (code Zn21) verwacht. In het noordwestelijke deel worden beekeerdgronden gevormd in leemarm en zwak lemig fijn zand (code pZg21) verwacht.
Vlakvaaggronden (code Zn21-III) Vlakvaaggronden komen voor op zandgronden in jonge polders of uitgestoven laagten en/of tot nabij het grondwater afgegraven terrein waarin weinig bodem heeft plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied komen deze gronden voor op de vlaktes die zijn ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen. Deze gronden hebben een donkergrijze of grijsbruine bovengrond en ligt direct op de natuurlijke ondergrond met bestaande uit flets geel, wit of lichtgrijs zand dat leemarm tot zwak lemig.
Beekeerdgronden (code pZg21-II) Beekeerdgronden in de omgeving van het plangebied komen voor in een lager gelegen strook langs de duinen. In deze lager gelegen strook treedt kwel op vanuit de duinen. Deze gronden hebben daardoor een natte ligging. Beekeerdgronden zijn kenmerkend voor lagere gronden en dalen, waar vanwege de hoge grondwaterstand geen podzolering kan plaatsvinden. Door de aanvoer van organische stof ontstaat na verloop van tijd een bodem met een matig dik humeus dek (15-30 centimeter). De bovengrond van de beekeerdgrond (A-horizont) is circa 20-30 centimeter dik en zwart van kleur, en van natuurlijke oorsprong. De samenstelling van de ondergrond loopt sterk uiteen van zeer sterk lemig, zeer fijn zand tot leemarm, grindhoudend, matig fijn tot plaatselijk matig grof zand. De beekeerdgronden bevatten roestvlekken tot in de bovengrond. Pagina | 14
AM21326
De aanwezigheid van roestvlekken duidt op een (zeer) slechte ontwateringstoestand van de ondergrond van deze bodem. Deze gronden zijn overwegend in gebruik als weidegrond. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap (GWT) II voor beekeerdgronden en GWT III voor vlakvaaggronden. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de GWT II gemiddeld hoogste grondwaterstand ondieper dan 40 centimeter beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt tussen de 50 en 80 centimeter beneden maaiveld. Deze relatief hoge grondwaterstand zorgt voor goede bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten. Dit betekent dat de GWT III gemiddeld hoogste grondwaterstand ondieper dan 40 centimeter beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt
tussen
de
80
en
120
centimeter
beneden
maaiveld.
Deze
lage
grondwaterstand
zorgt
voor
slechte
bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.
3.3
Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht
De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Egmond aan den Hoef. Het plangebied ligt direct ten oosten van de bebouwde kom van Egmond aan den Hoef. De nederzetting Egmond aan den Hoef ontstond in de late middeleeuwen op de rand van een hoger gelegen strandwal naar het poldergebied Egmondermeer. De eerste schriftelijke vermelding stamt uit 1465 als sprake is van op den Hoef in den ban van Egmond. In 1573 is sprake van De hoeff tho Egmonde. Het achtervoegsel aan den Hoef verwijst naar een boerderij ofwel hoeve. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt met de nabij gelegen plaatsen Egmond-Binnen en Egmond aan Zee. De oudste nederzetting betreft het 3 kilometer zuidelijker gelegen Egmond-Binnen. Egmond-Binnen is in de vroege middeleeuwen ontstaan. Oorspronkelijk was hier sprake van een nederzetting met de naam Hallum of Hallem. Vanaf de 10e eeuw komt de huidige naam Egmond in zwang.8 In 922 is sprake van Ekmunde. In dat jaar geeft de Frankische koning Karel de Eenvoudige de kerk van Egmond met al het bijbehorende grondbezit in leen aan Dirk I, de eerste graaf van Holland. 9 Eind 10e eeuw is sprake van Egmunda. Begin 16e eeuw wordt het Egmond Binnen genoemd. Dit ter onderscheiding van de andere dorpen Egmond aan den Hoef en Egmond aan Zee. De herkomst van de naam Egmond is onzeker.
Vermoedelijk is het gerelateerd aan de ligging aan de ‘monding’ (mond) van een voormalig zeegat tussen Egmond en Bergen (Oer-IJ). Eg verwijst mogelijk naar de waternaam Egge of het Germaanse Agjô.10 Deze waterloop, een zijtak van de Rekere of mogelijk het IJ, stroomde ooit de zee in maar hiervoor is nooit bewijs gevonden.11
Egmond aan den Hoef is vooral bekend door de ligging in het dorp van het voormalige kasteel Egmond ofwel Slot op den Hoef. De geschiedenis van het kasteel is verbonden aan de Abdij in Egmond-Binnen. Als het grondgebied van de abdij sterk uitbreidt, draagt de abt in 1129 het beheer op aan een advocatus (rentmeester). Deze woont op een hoeve ten noorden van de abdij en krijgen steeds meer macht. Uit deze hoeve ontstaat een ronde burcht en in 1170 bouwt Dodo van Egmond het eerste kasteel. Kort daarna wordt het gebied tot heerlijkheid verklaard. In 1203 wordt de burcht in brand gestoken.
8 www.historischegmond.nl/egmond-binnen. 9 www.historischegmond.nl/egmond-binnen. 10 Van Berkel en Samplonius 2006, 120. 11 www.historischegmond.nl/egmond-binnen.
Pagina | 15
AM21326
Kort daarna wordt een nieuw en groter kasteel gebouwd. Ook wordt later een kerkje bij het kasteel gebouwd, de Slotkapel. In de 14e eeuw wordt het kasteel opnieuw verwoest, waarna het nogmaals wordt herbouwd. Er is dan sprake van een groot imposant kasteelcomplex. Rondom het kasteel ontstaat geleidelijk aan een dorp. In 1573 wordt het kasteel verwoest door de Geuzen onder leiding van Diederik Sonoy. Uiteindelijk wordt het complex in 1798 verkocht voor de sloop, met uitzondering van de Rentmeestertoren. Ruim dertig jaar wordt ook deze gesloopt. De fundamenten van het kasteel zijn in de jaren dertig van de 20e eeuw opgemetseld en als zodanig nog te bezichtigen. Ze zijn samen met het restant van de Rentmeestertoren, omgeven door de slotgracht.12
Het huidige Egmondermeer, gelegen tussen Egmond aan den Hoef en Alkmaar, betreft een open weidegebied. Oorspronkelijk was dit gebied een grote waterplas met hierin meerdere eilandjes. Lamoraal van Egmont, de vierde graaf van Egmond, laat in de 16e eeuw het Egmondermeer inpolderen. In de periode 1564 – 1565 wordt het drooggelegd. Vanaf dan is sprake van vijf polders: de Zuidermeer-, Koetermeer-, Bosmolen-, Visscherijmolen- en Geestmolenpolder. Het plangebied zelf ligt ten oosten van de oude kern van Egmond aan den Hoef en maakt deel uit van de Boven Polder. Deze polder vormt de noordoostelijke begrenzing van het Egmondermeer. In het noorden grenzend en direct ten oosten van het plangebied liggen de resten van een van oorsprong 12e-eeuwse dijk (zie ook paragraaf 3.4, monumentnummer 10.765).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben voor zover bekend geen oorlogsverwoestingen plaatsgevonden in Egmond aan den Hoef. In 1941 crashte een vliegtuig aan de Zeeweg. In 1942 aan de Krommedijk en de Hoeverweg. De Hoeverweg vormt de zuidelijke begrenzing van het plangebied. Het is niet bekend of dit in de buurt van het plangebied plaatsvond. In 1944 vond een vliegtuigcrash plaats bij de splitsing van de Van Oldenburghweg met de weg naar Bleek, bij het duinengebied ten zuidwesten van de bebouwde kom. 13 Het is niet bekend of binnen of in de onmiddellijke omgeving van het plangebied oorlog gerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden. Dit is dus niet uit te sluiten.
3.4
Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden
Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting: categorie 3 (Bijlage 3). In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter) zijn volgens de gegevens uit Archis3 meerdere archeologisch monumenten en meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 2). Monumentnummer 4.249 Op circa 500 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt een terrein met sporen het kasteel van Egmond dat zijn ontstaan te danken heeft aan de omstreeks het jaar 900 door de graven van Holland gestichte abdij van Egmond. Het kasteel werd aan het eind van de 11e eeuw gebouwd ter bescherming van deze abdij en de daarbij gelegen goederen. In 1574 werd het slot op bevel van de Prins van Oranje door Sonoy in brand gestoken, teneinde te voorkomen dat de Spanjaarden er zich in zouden verschansen. Daarna raakte het slot verder in verval, en na in de jaren 1744-1747 nog gedeeltelijk bewoond te zijn geweest, verdwenen de restanten in de loop der jaren. In de jaren 1933-1937 zijn de fundamenten blootgelegd en gerestaureerd. Het terrein levert zowel in wetenschappelijk als cultuurhistorisch opzicht een belangrijke bijdrage aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied. Blijvend behoud staat voorop.
12 www.historischegmond.nl/egmond-aan-den-hoef. 13 Bombs Away 2017, 27; Verliesregisters 1941, 1942 en 1944.
Pagina | 16
AM21326
Monumentnummer 9.153 Terrein met mogelijk sporen van een 17e -19e-eeuwse papiermolen op circa 300 meter ten zuidoosten van het plangebied. Locatie op basis van historische gegevens. Er zijn tijdens het booronderzoek geen resten van funderingen aangetroffen. Er bevindt zich wel puin in de bodem hetgeen op een molenplaats kan wijzen. Geringe gaafheid.
Monumentnummer 10.765 Direct ten noorden van het plangebied. Terrein met de resten van een dijk uit de 12e eeuw. De dijk is nog steeds in gebruik als weg en goed zichtbaar in het landschap. Het vormt een karakteristiek element in het landschap. Omdat de dijk zowel in wetenschappelijk-,
cultuurhistorisch-
als
cultuurlandschappelijk
opzicht
een
bijdrage
aan
de
bewonings-
en
ontginningsgeschiedenis van het gebied, wordt in principe behoud van de dijk nagestreefd. Monumentnummer 10.783 Op 250 meter ten zuidoosten van het plangebied ligt een terrein met redelijk goed geconserveerde sporen van bewoning uit de periode late ijzertijd/Romeinse tijd. De bewoning bevindt zich langs een restgeul van het Oer-IJ. Ze bevinden zich in de ondergrond op een diepte van 0,4 tot circa 1,5 meter onder het maaiveld. Pollenonderzoek heeft voor een cultuurlaag op 1,05 meter onder het maaiveld enkele graanpollenkorrels opgeleverd, hetgeen ook op bewoning wijst. Aangezien deze sporen van bewoning in wetenschappelijk opzicht een belangrijke bijdrage leveren aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied dienen deze in principe behouden te blijven. Monumentnummer 10.784 Terrein met een (mogelijke) huisterp uit de late middeleeuwen en sporen van bewoning uit de late ijzertijd en Romeinse tijd op circa 300 meter ten zuidwesten van het plangebied op een binnendelta met klei/zand, zwak golvend. Tijdens boringen laag van baksteenfragmenten aangetroffen; mogelijk huisplaats maar mogelijk gestort bouwpuin. Archieven en oude kaarten geven geen aanwijzing voor eventuele bebouwing. Waardering op grond van geringe gaafheid. Dit monument is middels een bureauonderzoek onderzocht in het kader van de update AMK in opdracht van de Provincie Noord-Holland.
Op basis van literatuur en expert-judgement is de status van het monument, "terrein van archeologische betekenis", opgewaardeerd naar "terrein van archeologische waarde". Onderzoeken en vondstmeldingen binnen het plangebied Zaakidentificatie 2094322100 In 2005 werd door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek betreft de reconstructie van de provinciale weg N512, traject Alkmaar-Egmond aan Den Hoef. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het westelijk deel van het onderzoeksgebied een hoge archeologische waarde heeft. Er is een vervolgonderzoek geadviseerd ter hoogte terreinen van hoge archeologische waarde. In het overige deel van het onderzoeksgebied is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Zaakidentificatie 2116840100 In 2006 werd door NMF Erfgoedadvies een bureauonderzoek uitgevoerd. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
Pagina | 17
AM21326
Zaakidentificatie 2359809100
Afstand Circa 350 m
Soort onderzoek IVO-o door ADC
Omschrijving De bodemopbouw bestaat uit kustduinafzettingen. In deze afzettingen zijn
ten NW van het
ArcheoProjecten in
op circa 150-180 cm-mv een overstoven bodem aangetroffen. Dit is mogelijk
plangebied
2012
een archeologisch niveau. Om deze rede is er een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
2977426100
Circa 450 m
Registratie
archeologische
ten NO van het
(roodbakkend
plangebied
middeleeuwen B tot nieuwe tijd. Deze vondst is gedaan tijdens het een
geglazuurd
vondstmelding
in
1993
van
keramiek
aardewerk)
complexen
uit
de
en
late
aanvullend archeologische inventarisatie in het herinrichtingsgebied Bergen-Egmond-Schoorl. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy. 2799015100
3096188100
3238294100
Circa 450 m
Registratie archeologische vondstmelding in 1941 van keramiek (Terra
ten NW van het
sigillata) en complexen uit de Romeinse tijd. Er zijn geen verdere gegevens
plangebied
bekend in Archis en DansEasy.
Circa 400 m
Registratie archeologische vondstmelding in 1941 van keramiek (Terra
ten NW van het
sigillata) en complexen uit de Romeinse tijd. Er zijn geen verdere gegevens
plangebied
bekend in Archis en DansEasy.
Circa 500 m
Registratie archeologische vondstmelding in 1993 van keramiek (fundering)
ten ZO van het
en molen uit de nieuwe tijd. Deze vondst is gedaan tijdens het een
plangebied
aanvullend archeologische inventarisatie in het herinrichtingsgebied Bergen-Egmond-Schoorl. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
3238391100
Circa 440 m
Registratie archeologische vondstmelding in 1993 van keramiek (aardewerk)
ten ZO van het
en complexen uit de late ijzertijd. Deze vondst is gedaan tijdens het een
plangebied
aanvullend archeologische inventarisatie in het herinrichtingsgebied Bergen-Egmond-Schoorl. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
3994640100
Circa 430 m
IVO-p door RAAP
Dit onderzoek is uitgevoerd in verband met de aanleg van gemaal Egmond-
ten ZW van het
Archeologisch
Binnen en persleiding Egmond aan den Hoef. Er zijn geen sporen
plangebied
Adviesbureau in
aangetroffen ter hoogte van de persleiding. Ter plaatse van gemaal Egmond-
2016
Binnen was er sprake van grootschalige verstoringen en (sub)recente sporen. Bij gemaal Egmond aan den Hoef zijn sporen aangetroffen uit de Romeinse tijd – late middeleeuwen. Het betreft een greppel in overstromingsklei. Uit de tweede fase is een waterput bij de Blauwsemolen aangetroffen. In de waterput zijn veel vondsten van nederzettings- en consumptieafval uit de 1600 – 1650 aangetroffen. Uit de derde fase dateert na 1650, zijn de fundering van 3 gebouwen. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
3978262100
Circa 460 m
AB door RAAP
Tijdens dit onderzoek is keramiek (pijp, Andenne, Majolica: bord, steengoed),
ten ZW van het
Archeologisch
vuursteen (sikkel), hout (paal), paalgat/paalkuil, grondspoor, greppel/sloot,
plangebied
Adviesbureau in
kuil, ploegsporen/eergetouwkrassen aangetroffen uit de midden bronstijd
2015
tot nieuwe tijd laat. In Egmond aan den Hoef zijn sporen van tuingebuik aangetroffen van het Slot aan den Hoef. Deze sporen dateren uit de nieuwe tijd. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
2184054100
Circa 400 m
AB door ADC
Tijdens dit onderzoek is hout/houtskool (ton), keramiek (aardewerk),
ten ZW van het
ArcheoProjecten in
greppel/sloot en bewoning (inclusief verdediging) aangetroffen uit de
plangebied
2008
ijzertijd tot nieuwe tijd. Pagina | 18
AM21326
Zaakidentificatie 2153517100
Afstand Circa 500 m
Soort onderzoek IVO-o door RAAP
Omschrijving De bodemopbouw bestaat uit geulafzettingen die is afgedekt door Jonge
ten ZW van het
Archeologisch
Duinafzettingen. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op
plangebied
Adviesbureau in
basis hiervan is er geen vervolgonderzoek geadviseerd.
2007 3238383100
Circa 440 m
Registratie archeologische vondstmelding in 1993 van keramiek (aardewerk)
ten Z van het
en complexen uit de late ijzertijd. Deze vondst is gedaan tijdens het een
plangebied
aanvullend archeologische inventarisatie in het herinrichtingsgebied Bergen-Egmond-Schoorl. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
3991927100
3996155100
Circa 400 m
BO door
Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
ten NW van het
Archeocultura in
plangebied
2016
Circa 400 m
IVO-o door Hollandia
De aangetroffen bodemopbouw bestaat uit mariene zandafzettingen
ten NW van het
Archeologie BV in
onderdeel van het Laagpakket van Wormer met daarop eolische afzettingen
plangebied
2016
(Laagpakket van Schoorl). Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Tabel 1. Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 500 meter rond het plangebied.
3.5
Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal
In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 5)14 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied ligt ten noordoosten van de historische kern van Egmond aan den Hoef en maakt deel uit van de onbebouwde Boven Polder. De al bestaande Hoeverweg, de zuidelijke begrenzing, staat hier aangegeven als de Meerweg en heeft dan nog een bochtiger verloop. Direct ten zuiden van het plangebied is de Hoever Vaart te zien. Door het plangebied zelf loopt de Molensloot. Het plangebied is onbebouwd en maakt deel uit van meerdere grote blokvormige percelen die volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) 15 behorende bij het minuutplan, allen als weiland in gebruik zijn. Op de historische kaarten uit 1890 en 1930 is een soortgelijke situatie te zien en is de ligging van de historische dorpskern van Egmond aan den Hoef duidelijk te zien ten opzichte van het plangebied. Het plangebied is onbebouwd en geheel als weiland in gebruik. De bebouwing concentreert zich binnen de historische kern en aan de Herenweg en de Zandweg, respectievelijk ten noordwesten en noorden van het plangebied. De Herenweg loopt vanuit Castricum via Egmond-Binnen en Egmond aan den Hoef verder noordelijk richting Bergen. Ook de kaart uit 1970 laat geen veranderingen zien.
Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw vinden uitbreidingen plaats van de bebouwingszone van Egmond aan den Hoef in onder meer oostelijke richting en ontstaat bebouwing tot in het westen grenzend aan het plangebied, gelegen aan de Prins Willem Alexanderlaan – Sabine van Beierenlaan.
14 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Egmond-Binnen, sectie A, blad 2. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 15 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 19
AM21326
Figuur 5: Uitsnede van het kadastraal minuutplan uit 1811-1832 en historische kaarten uit 1890, 1930 en 1970. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl en www.topotijdreis.nl).
Pagina | 20
AM21326
4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabij gelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Van oudsher vestigde de mens zich op de overgang van nat naar droog (gradiëntzones). Ten tijde van de jager-verzamelaars was de omgeving van het plangebied bewoonbaar. Er is geen tot onvoldoende informatie voorhanden over de aan- of afwezigheid van een dergelijke gradiëntzone in of nabij het plangebied. Op basis hiervan kan er derhalve geen nader gespecificeerde archeologische verwachting voor de periode gegeven worden. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum tot mesolithicum worden onderaan in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf deze perioden heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden.
Als gevolg van de zeespiegelstijging in het vroeg- en midden neolithicum vernatte de omgeving van het plangebied en lag de omgeving van het plangebied in een waddenlandschap. Dergelijke milieus zijn niet geschikt voor bewoning. Alleen op zandige oeverwallen van getijdengeulen kan sprake zijn geweest van gunstige bewoningsomstandigheden. Op basis hiervan geldt er lage verwachting voor de periode vroeg- tot midden neolithicum. Na het sluiten van de kustbarrière rond 4.000 jaar geleden vond er op grote schaal veenvorming plaats als gevolg van de slechtere afwatering. De omgeving van het plangebied bestond tijdens het laat-neolithicum en de vroege middeleeuwen uit een veenlandschap. Dit landschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning. Het plangebied bevindt zich direct ten oosten van (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. Deze hoger gelegen strandwallen direct ten westen van het plangebied vormden een geschikte vestigingslocatie voor landbouw samenlevingen. Om deze reden wordt aangenomen dat het plangebied in een minder aantrekkelijk deel van het landschap ligt. Echter in vergelijkbare landschappelijke ligging zijn enige vondsten bekend uit de periode Romeinse tijd – ijzertijd (monumentnummers 10.783 en 10.784).
Op basis van de geolandschappelijke kaart van Noord-Holland liggen deze monumenten net als het noordelijke deel van het plangebied, binnen een strandvlakte met een getijdedek. De Herenweg, direct ten westen van Egmond aan den Hoef en op een strandwal, verwijst naar een legerweg en handelsroute die een Romeinse oorsprong zal hebben. Op basis hiervan geldt er een middelhoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten voor de periode neolithicum tot en met vroege middeleeuwen. Er zouden wel sporen en vondsten aanwezig kunnen zijn die samenhangen met nabijgelegen tijdelijke nederzettingen, off-site verschijnselen, of rituele deposities. Hiervoor geldt een lage verwachting. Het plangebied ligt ten noordoosten van de historische kern van Egmond aan den Hoef. Egmond aan den Hoef is in de volle middeleeuwen ontstaan als nederzetting rondom het van oorsprong 12e-eeuwse kasteel van Egmond. Dit kasteel ontstond vanuit het van oorsprong vroegmiddeleeuwse Egmond-Binnen, gelegen ten zuiden van Egmond aan den Hoef. Op basis van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste omstreeks 1800 deel uitmaakt van de weilanden van de Boven Polder. Er is geen bebouwing aanwezig in of direct rondom het plangebied. De bebouwing concentreert zich binnen de huidige kern en aan de Herenweg en enkele secundaire wegen.
In het noorden grenzend en direct ten oosten van het plangebied bevinden zich resten van een van oorsprong 12e-eeuwse dijk. Pagina | 21
AM21326
Deze dijk zal een bedijking hebben gevormd tegen het water van de in de 16e eeuw drooggemalen Egmondermeer. Ter plaatse zal vermoedelijk geen bebouwing hebben plaatsgevonden gezien de verdere afwezigheid van bewoningsresten ter plaatse. Voor het plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit de volle middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Enkel voor de noordelijke en zuidelijke randzones (respectievelijk de oude dijk en de Hoeverweg) geldt een middelhoge archeologische verwachting voor deze perioden. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Archeologische vondsten en bewoningssporen kunnen bij een intact bodemprofiel van een beekeerdgrond en vlakvaagronden worden verwacht vanaf de onderzijde van de A-horizont. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder een eventueel aanwezige eerdlaag (beekeerdgronden) in goede toestand worden aangetroffen. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit.
Bij beekeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten goed: door de lage grondwaterstand (GWT II) kunnen organische resten goed bewaard blijven. Bij vlakvaaggronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de hoge grondwaterstand (GWT III) kunnen organische resten minder goed bewaard blijven.
Periode Laat-paleolithicum -
Landschap Zandlandschap
Verwachting Onbekend
mesolithicum
Verwachte kenmerken vindplaats Nederzettingsresten, fragmenten
Diepteligging sporen In de oorspronkelijke bodem
aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen
Vroeg-neolithicum -
Waddengebied
Laag
midden-neolithicum
Nederzettingsresten, fragmenten
In de oorspronkelijke bodem, in
aardewerk, natuursteen,
de top van het Laagpakket van
gebruiksvoorwerpen
Wormer (Formatie van Nieuwekoop)
Laat-neolithicum-
Veenmoeras dat wordt
vroege
doorsneden door rivieren
aardewerk, natuursteen,
middeleeuwen
en veenstroompjes
gebruiksvoorwerpen
Vroege
Middelhoog
Laag
Off-site verschijnselen
Polder
Laag
Cultuurlaag, funderingsresten,
Noordelijke en zuidelijke
Middelhoog
middeleeuwen – nieuwe tijd
Nederzettingsresten, fragmenten
Vanaf het maaiveld
Vanaf het maaiveld
natuursteen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen,
randzones (dijk en
sporen van agrarische activiteiten,
Hoeverweg)
restanten wegen/paden
Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.
Pagina | 22
AM21326
Bodemverstoring Voor zover bekend is het plangebied in de recente perioden onbebouwd gebleven en altijd als weiland in gebruik geweest. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 21 juli 2021) zijn enkel binnen het uiterste zuidelijk deel van het plangebied meerdere kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd (Figuur 7).
Figuur 7. Klic-melding van het plangebied (Bron: www.kadaster.nl).
Pagina | 23
AM21326
5. AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek wordt duidelijk dat het plangebied in een dynamisch gebied ligt. Het plangebied ligt direct ten oosten van (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. Voor het plangebied geldt een (middel)hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de periode laat-neolithicum tot en met late middeleeuwen. Ten tijde van het opstellen van dit rapport is de diepte van de toekomstige bodemverstoring binnen het plangebied niet bekend. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte van tenminste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. Omwille van bovenstaande informatie wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit kan plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveaus vast te stellen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Bergen), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
Pagina | 24
AM21326
LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: ‘De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, de, H./ J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, H.J.A., 2011: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio’s, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Wiggen, van, B./ Th. Van den Berg, 2017: Vooronderzoek Conventionele Explosieven, Noord-Hollands Duinreservaat, Utrecht (Bombs Away rapport 16P053, d.d. 17 februari 2017). Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A.
Gemeente Bergen, 2013: Beleidsnotitie Archeologie Gemeente Bergen-NH, Bergen. Groot, de, R.W./ C.N. Kruidhof, 2015: Graven door een agrarisch landschap uit de Brons- en IJzertijd: wateraanvoerproject 'EgmondZuid', gemeenten Castricum & Bergen; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding (protocol Opgraven), Weesp (RAAP rapport 2933). Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 14 West eb 19 West, Wageningen. Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht. Vos, P.L./de Vries S., 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.
Pagina | 25
AM21326
Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl
RCE, Archis3, zoeken & vinden)
www.bagviewer.kadaster.nl
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)
www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Kadastraal minuutplan
www.cultureelerfgoed.nl
Bronnen en kaarten
https://geoapps.noord-holland.nl
Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland
www.historischegmond.nl
Stichting Historisch Egmond
www.pdok.nl
Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017), kadaster
www.ruimtelijkeplannen.nl
Bestemmingsplan
www.topotijdreis.nl
Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland
Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN3 en AHN4 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra 2009: Bodemkaart van Nederland,
schaal 1:50.000,
blad 19 West, Wageningen
UR
(Geraadpleegd via
UR
(Geraadpleegd
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra
2019:
Geomorfologische
kaart
van
Nederland,
schaal
1:50.000,
Wageningen
via
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Gemeente Bergen, 2013: Beleidskaart Archeologische verwachtingen gemeente Bergen, Bergen. Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal
1:
1:50
000
(2019).
Wageningen,
Wageningen
Environmental
Research
(geraadpleegd
via
https://legendageomorfologie.wur.nl/).
Pagina | 26
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied
AM21321
Bijlage 1: Topografische ligging onderzoeksgebied
N
AM21326 Egmond aan Den Hoef Egmond aan Den Hoef Oost
Plangebied Achtergrond: TOP10 NL (nov 2016), AHN3 hillshade
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Schaal
aeres milieu
Bijlage 2 Archeologische gegevens cf. Archis 3
AM21321
Bijlage 2: Archeologische gegevens cf. Archis 3 AM21326 Egmond aan Den Hoef Egmond aan Den Hoef Oost
Vondstlocaties
Complextype Depot
Visserij Infrastructuur Infrastructuur Scheepvaart (infrastructuur of scheepswrak)
Slagveld
Schaal
Complex onbepaald
Onderzoeksmeldingen Onderzoeksmeldingen
Graf (-veld)
Brug
Nederzetting
Vliegtuigwrak
Cultus / Heiligdom
Industrie / Nijverheid
Versterking of versterkte nederzetting Agrarische productie en voedselvoorziening Landbouw
(Water-) Molen Grondstofwinning
Archeologische Monumentenkaart Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Plangebied
N
aeres milieu
Bijlage 3 Beleidskaart Archeologische verwachtingen gemeente Bergen
AM21321
Bijlage 3: Gemeentelijke Archeologische (beleids)kaart AM21326 Egmond aan Den Hoef Egmond aan Den Hoef Oost Schaal
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Plangebied
N
aeres milieu
Bijlage 4 Overzicht geomorfologische kaart
AM21321
Plangebied
Geomorfologie Binnendelta-vlakte Binnendelta-welvingen
Bijlage 4: Geomorfologische kaart AM21326 Egmond aan Den Hoef Egmond aan Den Hoef Oost
N
Schaal
Getij-kreekbedding, zee-erosiegeul Ingesloten strandvlakte
Vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen Vlakte van getij-afzettingen Welvingen in getij-afzettingen water
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Kustduinen met bijbehorende vlakten en laagten
aeres milieu
Bijlage 5 Overzicht bodemkaart
AM21321
Bijlage 5: Bodemkaart
N
AM21326 Egmond aan Den Hoef Egmond aan Den Hoef Oost
Bodemkaart
Vlakvaaggronden
Schaal
Kalkhoudende zandgronden
Moerige gronden
Kalkhoudende beekeerdgronden
Moerige eerdgronden
Kalkhoudende duinvaaggronden
Enkeerdgronden
Kalkhoudende vlakvaaggronden
Lage enkeerdgronden
Zeekleigronden
Kalkhoudende enkeergronden
Knippige poldervaaggronden
Kalkloze zandgronden
Algemene onderscheidingen
Beekeerdgronden
Bebouwing
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Plangebied
aeres milieu
Bijlage 6 Reliëfkaart
AM21321
Bijlage 6: Reliëfkaart
N
AM21326 Egmond aan Den Hoef Egmond aan Den Hoef Oost Plangebied
Schaal
AHN (meter NAP)
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
.