bij 7 02-06-2022 bouwen aan Sora.pdf
Tekst van het document
Voor zover in deze regeling niet anders is bepaald, behoren aan het Dagelijks Bestuur de volgende taken en bevoegdheden: a. het voorbereiden, voor zover zulks niet aan anderen is opgedragen, van al hetgeen in het Algemeen Bestuur ter beraadslaging en ter beslissing moet worden gebracht; b. Het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur; c. hetzij op verzoek, hetzij uit eigen beweging, advies uitbrengen aan het Algemeen Bestuur, aan de colleges en aan de raden over zaken betreffende het Schap SORA; d. het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig is ter voorkoming van verlies of verjaring van recht of bezit; e. het beheren van de inkomsten en de uitgaven van het Schap SORA, voor zover dit niet bij of krachtens deze regeling aan anderen is opgedragen; f. de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de administratie; g. Het vaststellen van regels over de ambtelijke schrappen organisatie van het openbaar lichaam; h. het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel; i. het in dienst nemen, schorsen en ontslaan van personen in het kader van de Wet Wet sociale werkvoorziening, zulks met inachtneming van het bepaalde in de die Wet en in deze regeling; j.
het afkondigen van de besluiten waarvan de afkondiging bij deze regeling of bij besluit van het Algemeen Bestuur is voorgeschreven; k. met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 2 tweede lid van deze regeling het voorstaan en het behartigen van de belangen van het Schap SORA zulks ter uitvoering van de Wet schrappen; l. te besluiten namens het openbaar lichaam, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 3. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn ieder afzonderlijk en tezamen voor de uitoefening van hun taken en bevoegdheden aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd en zijn
PAGINA 90 VAN 103
gehouden de door het Algemeen Bestuur gevraagde inlichtingen te verstrekken. Zij kunnen ter zake door het Algemeen Bestuur ter verantwoording worden geroepen. 4. De leden van het Algemeen Bestuur zijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 5 van de Wgr gehouden aan de respectievelijke colleges, die de leden hebben aangewezen, de gevraagde inlichtingen te verstrekken, zulks overeenkomstig de regelen welke in onderscheiden gemeenten voor binnengemeentelijke verantwoordingswijzen van toepassing zijn. 5. Het Algemeen en Dagelijks Bestuur zijn ieder voor zich verplicht op verzoek van gedeputeerde staten en/of de gemeentebesturen deze van bericht en raad te dienen aangaande zaken welke deze regeling betreffen. Zij zijn voorts bevoegd ongevraagd aan de gemeentebesturen advies te geven of voorstellen te doen welke zij in verband met deze regeling nodig achten. Schrappen, want hierboven geregeld
Artikel 17
Bevoegdheden van de voorzitter
1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. Bij afwezigheid wordt hij vervangen door de vicevoorzitter. 2. De voorzitter is samen met de secretaris belast met de uitvoering van de besluiten van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. 3. De voorzitter ondertekent tezamen met de secretaris alle stukken welke van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaan. De voorzitter kan onder eigen verantwoordelijkheid het tekenen van bepaalde stukken, welke van het Dagelijks Bestuur uitgaan, opdragen aan de secretaris van het Schap SORA 4. De voorzitter vertegenwoordigt het Schap SORA in en buiten rechte. De voorzitter kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aangewezen gemachtigde. 5. In gedingen met de gemeente van welk bestuur de voorzitter deel uitmaakt, wordt het Schap SORA vertegenwoordigd door de vicevoorzitter.
Artikel 18
De secretaris
1. De directeur van het schap SORA is tevens directeur van private onderdelen van het Schap SORA en is tevens secretaris van het (Algemeen- en Dagelijks) Bestuur. 2. De secretaris vervult zijn functie met inachtneming van een door het Algemeen Bestuur vast te stellen instructie, die de taken en bevoegdheden van de secretaris regelt. 3. De secretaris staat het Algemeen en Dagelijks Bestuur, de voorzitter en de commissie(s) bij, in alles wat de hen opgedragen taak aangaat. 4. De secretaris is samen met de voorzitter belast met de uitvoering van de besluiten van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. 5. De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. 6. De secretaris ondertekent samen met de voorzitter alle stukken, welke van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaan.
Hoofdstuk 3 Artikel 19
Cliëntenraad en commissies Cliëntenraad
De raden van de gemeenten hebben cliëntenraden ingesteld, ten aanzien waarvan bij verordening regels worden, c.q. zijn gesteld.
PAGINA 91 VAN 103
Artikel 20
Commissies
1. Het Algemeen Bestuur kan commissies van advies instellen, alsmede commissies ter behartiging van bepaalde belangen. Het Algemeen Bestuur bepaalt daarbij welke bevoegdheden aan de commissies worden toegekend en op welke wijze deze worden samengesteld. Het Algemeen Bestuur regelt de samenstelling van de commissie en kan een lid van het Dagelijks Bestuur aanwijzen dat voorzitter is van een commissie als bedoeld in dit artikellid. 2. Het Algemeen Bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, dan nadat de raden van de gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen. 3. De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar bevoegdheden en samentelling geschieden door het Algemeen Bestuur op voorstel van het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter. 4. Commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter, niet zijnde vaste commissies, worden door het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. 5. De leden van commissies kunnen een vergoeding ontvangen voor het bijwonen van een vergadering van de commissie voor zover zij niet de functie van burgemeester, wethouder of secretaris vervullen. 6.
De hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding vindt plaats door het Algemeen Bestuur en in overeenstemming met artikel 21 van de Wgr.
nieuw Artikel 20a gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden 1. Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien. 2. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie, nadat het de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3. De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen. Een raad kan besluiten geen lid aan te wijzen. 4. Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt van rechtswege op het moment dat men ophoudt lid te zijn van de raad uit wiens midden men aangewezen is. 5. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de commissie. 6. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen.
De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing. PAGINA 92 VAN 103
Hoofdstuk 4 Artikel 21
Financiële bepalingen Voorschriften financieel beheer
1. Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden van het Schap SORA Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt voldaan. 2. De administratie en het beheer, bedoeld in het eerste lid, worden verricht door de bij de in dat lid bedoelde regels aan te wijzen ambtenaren. Deze ambtenaren kunnen niet tevens secretaris zijn. 3. Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van vermogenswaarden van het Schap SORA. Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst. 4. De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in de aanwijzing van één of meer accountants, belast met het onderzoek van jaarrekening alsmede met het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de jaarrekening - bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. 5. Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Toevoegen Artikel 21a Kadernota 1. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur voor 1 maart van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient hun zienswijze over de algemene financiële en beleidsmatige kaders naar voren brengen. 3. Het algemeen bestuur stelt de kadernota vóór 15 maart vast. 4. Het algemeen bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen. 5. Het dagelijks bestuur zendt het besluit en de kadernota aan de raden, binnen twee weken na de vaststelling als bedoeld in het derde lid.
Artikel 22
Begroting en jaarrekening
1. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast voor 1 juli in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. schrappen 2. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast voor 1 juli in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. schrappen 3. De uitgangspunten voor de begroting worden uiterlijk 15 januari door het Dagelijks Bestuur aangeboden en uiterlijk 1 maart door het Algemeen Bestuur vastgesteld. schrappen
PAGINA 93 VAN 103
4. Het Dagelijks Bestuur zendt uiterlijk 15 april voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient de conceptbegroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren, en uiterlijk 15 april volgende op het jaar waarop ze betrekking heeft, de conceptjaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 5. De conceptbegroting en de conceptjaarrekening worden door de zorg van de colleges van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betalen van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de ter inzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. 6. De raden beraadslagen over de conceptbegroting en conceptjaarrekening niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. Schrappen 7. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen uiterlijk 10 weken na de in het vierde lid genoemd datum 25 juni hun zienswijzen over de conceptbegroting en hun zienswijzen over de conceptjaarrekening naar voren brengen bij het bestuur van het Schap SORA 8. Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de raden en aan Gedeputeerde Staten. 9.
Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan de raden en aan Gedeputeerde Staten. 10. De vaststelling van de jaarrekening strekt het Dagelijks Bestuur en de daartoe aangewezen functionaris tot decharge, behoudens later in rechte gebleken vastheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 11. Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. 12. Het Dagelijks Bestuur zendt de raden en de colleges jaarlijks vóór 30 april een verslag van de aan de Wet gegeven uitvoering in het voorgaande kalenderjaar. Schrappen [want al voorzien via de bestuursrapportage van artikel 15, lid 14]
Artikel 23
Bijdragen gemeenten
1. Het Algemeen Bestuur stelt een bijdrageverordening vast, waarin in ieder geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de gemeenten financieel bijdragen aan de middelen voor de instandhouding van SORA, overeenkomstig de inbreng van budgetten zoals overeengekomen in de Notitie bestuurlijke hoofdlijnen SORA 2. De gemeenten verlenen jaarlijks een bijdrage ter zake van de uitvoering van de Wet = Wsw. Het Algemeen Bestuur stelt deze bijdrage vast, zulks naar rato van het in mandagen uitgedrukt aantal personen dat in de gemeente zijn woonplaats heeft. 3. Indien bij het schap SORA personen in dienstbetrekking zijn die buiten het rechtsgebied van het schap SORA hun woonplaats hebben, wordt aan de desbetreffende gemeente(n) de door het Algemeen Bestuur vastgestelde gemeentelijke bijdrage in rekening gebracht. De betreffende gemeente(n) dienen voorafgaande aan plaatsing zich garant te stellen voor deze door het Algemeen Bestuur vast te stellen bijdragen. 4. In de begroting wordt een raming opgenomen van de door elke gemeente verschuldigde bijdrage. 5. In de jaarrekening wordt de door elk van de gemeenten werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. Verrekening van het verschil tussen de geraamde en de werkelijk verschuldigde
PAGINA 94 VAN 103
bijdrage vindt plaats binnen twee maanden nadat het Algemeen Bestuur de jaarrekening heeft vastgesteld.
Artikel 24
Samenstelling geldmiddelen en financieringsmiddelen
1. De geldmiddelen van het Schap SORA bestaan uit: a. middelen ten behoeve van de uitvoering van de Wet; wetten b. gemeentelijke bijdragen volgens het bepaalde in artikel 23 van de regeling; c. opbrengsten van de bedrijven en deelnemingen van het Schap SORA; d. opbrengsten uit détacheringen; e. opbrengsten uit dienstverleningen van het Schap SORA; 2. Voor de voorziening in financieringsmiddelen nodig voor de uitvoering van de doel‐ en taakstelling van het Schap SORA kunnen geldleningen worden aangegaan of op andere wijze financieringsmiddelen worden aangetrokken. 3. De rentelasten van geldleningen en andere financieringsmiddelen, alsmede afschrijvingen op de met deze middelen gefinancierde objecten, worden jaarlijks in de exploitatiebegroting opgenomen. 4. De gemeenten waarborgen de voldoening van de rente, aflossing en kosten van de door het schap SORA te sluiten vaste geldleningen, alsmede van gelden die het schap SORA in rekening‐courant of bij wijze van kasgeldleningen zal opnemen, naar evenredigheid van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar waarin de overeenkomst voor de desbetreffende transactie wordt gesloten.
Artikel 25
Batige en nadelige saldi
1. Mocht enig jaar een batig saldo opleveren dan wordt over de eventuele aanwending daarvan, passend bij het in de Wet bepaalde, beslist door het Algemeen Bestuur. 2. Mocht enig jaar een nadelig saldo opleveren dan wordt dit nadelig saldo allereerst afgeboekt van de algemene reserve en indien deze uitgeput of onvoldoende is dan wordt het overblijvende saldo betrokken bij de afrekening van de gemeentelijke bijdragen zoals geregeld in artikel 23 van de regeling.
Hoofdstuk 5 Artikel 26
Overige en slotbepalingen Archief
1. Het bestuur van deze regeling is verplicht de onder haar rustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. 2. Overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur vast te stellen verordening draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het bestuur. Overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur vast te stellen verordening draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de archiefbescheiden, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995. 3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden van het Algemeen en Dagelijks Bestuur schrappen wijst het Dagelijks Bestuur een archiefbewaarplaats aan.
PAGINA 95 VAN 103
4. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur, schrappen voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het Dagelijks bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 of nadien gewijzigd, de archivaris belast. Met betrekking tot dit toezicht bevat de verordening bedoeld in het tweede lid de nodige bepalingen. 5. De archivaris wordt door het Dagelijks Bestuur benoemd, aangewezen, geschorst en ontslagen. 6. Bij opheffing van de regeling worden alle bescheiden, die niet voor vernietiging in aanmerking komen, naar het Regionaal Archief te Alkmaar de aan te wijzen archiefbewaarplaats overgebracht.
Artikel 27
Toetreding
1. Mits het Algemeen Bestuur bij meerderheid der uitgebrachte stemmen daarin bewilligt en de meerderheid van de colleges daarmede instemt, unaniem instemt, kan een ander college c.q. kunnen andere colleges toetreden door toezending van de daartoe strekkende besluiten van haar organen. 2. In het besluit van het Algemeen Bestuur kunnen aan de toetreding voorwaarden worden verbonden. 3. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de regeling is bekend gemaakt. 4. Het Algemeen Bestuur kan de toetredende gemeente een inlegsom opleggen, waarvan het bedrag en de bestemming door dit bestuur wordt vastgesteld. 5. Van ieder bericht van toetreding door één of meerdere gemeenten wordt onmiddellijk kennis gegeven aan de colleges, alsmede aan gedeputeerde staten.
Artikel 28
Uittreding
1. Een gemeente kan, na verkregen toestemming van de gemeenteraad, uittreden door toezending van de daartoe strekkende besluiten van haar organen. 2. Het Algemeen Bestuur bepaalt het tijdstip waarop de uittreding ingaat, met dien verstande dat dit tijdstip niet kan zijn gelegen op een datum later dan 3 jaar na de dag waarop het besluit, bedoeld in het 1ste lid, genomen is. 3. Het Algemeen Bestuur stelt tenminste 3 maanden vóór het tijdstip van uittreding de financiële en andere gevolgen van de uittreding voor de betrokken gemeente vast. Het Algemeen Bestuur stelt tenminste 3 maanden vóór het tijdstip van uittreding de financiële en andere gevolgen van de uittreding voor de betrokken gemeente vast, waaronder in ieder geval de gevolgen voor het personeel, contracten, huisvesting en investeringen evenals de uittreedsom. 4. Van ieder bericht van uitreding door één of meerdere gemeenten wordt onmiddellijk kennis gegeven aan de colleges, alsmede aan gedeputeerde staten.
Artikel 29
Wijziging
1. Wijziging van deze regeling is mogelijk zowel op voorstel van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, als het college van een gemeente. 2. De in het vorige lid bedoelde wijziging wordt door het Algemeen Bestuur aan de colleges van de gemeenten gezonden en is vastgesteld zodra zij, na verkregen toestemming van de raden, unaniem is aanvaard door de colleges van tenminste twee derde van de gemeenten. 3. De wijziging treedt in werking ‐ en indien niet anders bepaald ‐ op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de regeling is bekend gemaakt.
PAGINA 96 VAN 103
Artikel 30
Opheffing en liquidatie
1. Tot opheffing van deze regeling kan slechts worden overgegaan nadat de colleges van tenminste drievierde van de deelnemende gemeenten unaniem daartoe hebben besloten. 2. Een besluit tot opheffing vermeldt de datum waarop de opheffing ingaat. De opheffing gaat eerst in nadat deze is bekend gemaakt. 3. Het Dagelijks Bestuur zal, nadat tot opheffing besloten is, overgaan tot de voorbereiding van de liquidatie van het Schap SORA en stelt daartoe zo spoedig mogelijk een ontwerp liquidatieplan op. Het liquidatieplan wordt ‐ nadat de raden van de gemeenten zijn gehoord ‐ vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die financiële en andere gevolgen die de opheffing voor de onderneming van het Schap SORA heeft. 5. Het Dagelijks Bestuur is belast met de liquidatie. 6. Van het besluit tot liquidatie wordt Gedeputeerde Staten in kennis gesteld. 7. Het openbaar lichaam blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is.
Artikel 31
Overgangsbepaling
1. De eerste leden van het Algemeen Bestuur, bedoeld in artikel 7, zijn de personen die bestuurslid van de oude regeling waren. 2. Binnen één maand na de in artikel 32 lid 1 bedoelde dag van inwerkingtreding roept het oude bestuur het nieuwe komt het Algemeen Bestuur voor de eerste maal bijeen. In die vergadering gaat het Algemeen Bestuur over tot de aanwijzing van een voorzitter en de in artikel 12 lid 2 genoemde leden van het Dagelijks Bestuur Schrappen en omzetten in:
Artikel 31 Inwerkingtreding en overgangsrecht 1. Deze gewijzigde regeling treedt in werking op 1 januari 2022, met dien verstande dat gedurende de periode van 1 januari 2022 tot 1 april 2022 de werking van deze regeling uitsluitend ziet op: a. het samenstellen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 7 en 12. b. de voorbereiding en inrichting van de organisatie alsmede de overgang van personeel. 2. Gedurende de periode als genoemd in het eerste lid blijven de bestuursorganen van het Werkvoorzieningschap Noord Kennemerland hun functie vervullen. 3. De verordeningen en regelingen en de (onder)mandaatbesluiten zoals vastgesteld en genomen door het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur, onderscheidelijk de directie van het Werkvoorzieningschap Noord Kennemerland blijven van kracht tot dat het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van SORA, onderscheidenlijk de directie besluit deze verordeningen en regelingen en de (onder)mandaatbesluiten in te trekken of te wijzigen. 4. De op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze gewijzigde regeling, voor de deelnemers geldende gemeentelijke voorschriften en beleidsregels betreffende de bij deze regeling gedelegeerde bevoegdheden, gelegen op het werkgebied
PAGINA 97 VAN 103
van de bedrijfsvoeringsorganisatie Halte werk en van de werkorganisatie BUCH behouden hun rechtskracht, totdat het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van SORA, deze voorschriften wijzigt of intrekt.
Artikel 32
Duur en inwerkingtreding
1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de regeling conform het bepaalde in artikel 26 Wgr is bekend gemaakt. 2. Besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing, dan wel besluiten tot toetreding en uittreding treden in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin deze besluiten zijn bekend gemaakt, tenzij in het betreffende besluit anders is bepaald. 3. De gemeente Alkmaar draagt zorg voor publicatie in de Staatscourant, het Gemeenteblad, alsmede voor verzending van de regeling aan gedeputeerde staten.
Artikel 33
Citeertitel
De regeling kan worden aangehaald onder de titel: “Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland 2015”. Gemeenschappelijke regeling Sociale Onderneming Regio Alkmaar 2022
Concept-collegebesluiten Model besluit Voor de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo en Langedijk Het college van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente…. OVERWEGENDE DAT De gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo en Langedijk en Uitgeest de mogelijkheden willen optimaliseren om mensen naar vermogen deel te laten nemen in de samenleving en perspectief te bieden op deelname
PAGINA 98 VAN 103
Genoemde gemeenten daartoe De Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet en het daarop gebaseerde Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), de Wet inburgering en het gemeentelijke minimabeleid gezamenlijk willen uitvoeren met behulp van één regionale uitvoeringsorganisatie Dat deze regionale uitvoeringsorganisatie de naam Sociale Onderneming Regio Alkmaar (SORA) gaat dragen De genoemde gemeenten daartoe de twee bestaande uitvoeringsorganisaties, namelijk Halte Werk en het werkbedrijf Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland (WNK), en het betreffende gedeelte van de Werkorganisatie BUCH (van de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo) willen omzetten in één regionale uitvoeringsorganisatie.
De colleges van burgemeester en wethouders van de genoemde gemeenten daartoe hebben ingestemd op 25 en 26 mei 2021 met de Notitie bestuurlijke hoofdlijnen SORA, zoals op 14 mei 2021 vastgesteld door de Bestuurlijk Commissie, en met de daarin de uitgangspunten voor één regionale uitvoeringsorganisatie Of vervangen door: De colleges van burgemeester en wethouders van de genoemde gemeenten hebben ingestemd met het Eindrapport Bouwen aan SORA d.d. Dat de genoemde Notitie bestuurlijke hoofdlijnen SORA / Eindrapport Bouwen aan SORA onder meer het takenpakket, de uitgangspunten en de governance van de regionale uitvoeringsorganisatie beschrijft. Dat met genoemde Notitie bestuurlijke hoofdlijnen SORA / Eindrapport Bouwen aan SORA om praktische redenen is afgesproken de bestaande Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland 2015 te wijzigen. Dat de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland 2015 is aangegaan door de colleges Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo en Langedijk Dat met de genoemde Notitie bestuurlijke hoofdlijnen SORA / Eindrapport Bouwen aan SORA de colleges van deze gemeenten instemmen met een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling
PAGINA 99 VAN 103
Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland 2015, en met de toetreding van de gemeente Uitgeest Gelet op artikel 1 en artikel 8, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen BESLUIT 1. Voorlopig, in afwachting van de toestemming van de raad, de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland 2015 per 1 januari 2022 inhoudelijk en in naam te wijzigen en opnieuw vast te stellen, inclusief de toetreding van het college van de gemeente Uitgeest, overeenkomstig de tekst in bijlage XXX Eindrapport Bouwen aan SORA 2. De raad te verzoeken zijn toestemming te verlenen voor de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Noord Kennemerland 2015, inclusief de toetreding van het college van de gemeente Uitgeest, overeenkomstig de tekst in bijlage XXX Eindrapport Bouwen aan SORA
PAGINA 100 VAN 103