CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 6 2021-10-14 bijlagen bij toelichting BP Villa de Haaf.pdf

Algemene Raadscommissie 25 november 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 7: Voorstel betreft het bestemmingsplan Villa de Haaf Bergen en het beeldkwaliteitsplan de Oude Haaf Bergen vast te stellen22.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

26

Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode

Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late-Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd Vroege-Nieuwe Tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

27

Archeologische beleidskaart gemeente Bergen

28

29

Geologische kaart

30

31

Geomorfologie

Alterra, 2017

32

Maaiveldhoogte

33

Bodemkaart

34

Archeologische waarden en onderzoeken

35

Boorpuntenkaart

36

Foto’s van boringen Foto’s van boringen uitgevoerd in het plangebied. De boorkernen liggen met de punt, het diepste deel, naar boven. Het maaiveld begint links op de foto, vervolgens liggen de kernen in blokken van 50 cm -Mv. De guts ligt met het diepst gelegen deel van de boring aan de rechterzijde op de foto.

Boring 1: 0-200 cm -Mv. Dieper gelegen sediment liep uit de boor door de grondwaterstand. Door de puinhoudendheid van het pakket bleek boren met een zuigerboor onmogelijk.

Boring 2: 0-175 cm -Mv inclusief detail van gutsboring met humeuze duintop. Dieper gelegen zand liep onder invloed van grondwater uit de boor. Door de aanwezigheid van kleipakket is boren met de zuigerboor onmogelijk gebleken.

Boring 5: 0-150 cm -Mv. Dieper gelegen duinzand liep uit de boor onder invloed van grondwater. Door veen- en kleirestant is dieper boren met de zuigerboor niet mogelijk.

37

Boorbeschrijvingen

38

boring: 19111-1 beschrijver: JR, datum: 6-2-2020, X: 109.178, Y: 520.336, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 19A, hoogte: 0,48, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Bergen, plaatsnaam: Bergen, opdrachtgever: Mees Milieu & Ruimte, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 0,48 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: plastic fijn puin, ijzerdraad

40 cm -Mv / 0,08 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, grijsbruin, matig fijn, weinig plantenresten Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: vlekkig, fijn puin

55 cm -Mv / 0,07 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, matig fijn, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: fijn puin, gw 110

95 cm -Mv / 0,47 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn, weinig plantenresten, kalkarm Bodemkundig: A-horizont Opmerking: grof puin, invallend

120 cm -Mv / 0,72 m -NAP Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, spoor plantenresten Bodemkundig: A-horizont Opmerking: te veel puin voor zuigerboor

Einde boring op 200 cm -Mv / 1,52 m -NAP

boring: 19111-2 beschrijver: JR, datum: 6-2-2020, X: 109.234, Y: 520.353, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 19A, hoogte: 0,48, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Bergen, plaatsnaam: Bergen, opdrachtgever: Mees Milieu & Ruimte, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 0,48 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: plastic, fijn puin

40 cm -Mv / 0,08 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, grijsbruin, matig fijn, weinig plantenresten Bodemkundig: A-horizont Opmerking: vlekkig, fijn puin

75 cm -Mv / 0,27 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, zwak grindig, blauwgrijs, matig fijn, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: AC-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: afwisseling Zs3/Kz3, kwelder/overspoeling?

120 cm -Mv / 0,72 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs, weinig plantenresten Bodemkundig: AC-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: grove planten, bewoonbaar klei op duinzand?

145 cm -Mv / 0,97 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: Duinzand, kalkloos, door ligging onder klei niet geschikt voor zuigerboor

Einde boring op 160 cm -Mv / 1,12 m -NAP

1

boring: 19111-3 beschrijver: JR, datum: 6-2-2020, X: 109.200, Y: 520.324, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 19A, hoogte: 0,51, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Bergen, plaatsnaam: Bergen, opdrachtgever: Mees Milieu & Ruimte, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 0,51 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: plastic, fijn puin

40 cm -Mv / 0,11 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, grijsbruin, matig fijn, weinig plantenresten Bodemkundig: A-horizont Opmerking: vlekkig, fijn puin

80 cm -Mv / 0,29 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, zwak grindig, blauwgrijs, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: AC-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: afwisseling Zs3/Kz3, kwelder/overspoeling? Rommelig

120 cm -Mv / 0,69 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs, weinig plantenresten Bodemkundig: AC-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: grove planten, bewoonbaar klei op duinzand?

150 cm -Mv / 0,99 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: Duinzand, kalkloos, door ligging onder klei niet geschikt voor zuigerboor

Einde boring op 160 cm -Mv / 1,09 m -NAP

boring: 19111-4 beschrijver: JR, datum: 6-2-2020, X: 109.180, Y: 520.308, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 19A, hoogte: 0,49, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Bergen, plaatsnaam: Bergen, opdrachtgever: Mees Milieu & Ruimte, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 0,49 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: plastic fijn puin, ijzerdraad

50 cm -Mv / 0,01 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, matig fijn, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: fijn puin, gw 110

95 cm -Mv / 0,46 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn, weinig plantenresten, kalkarm Bodemkundig: A-horizont Opmerking: grof puin, invallend, vast op puin

Einde boring op 130 cm -Mv / 0,81 m -NAP

2

boring: 19111-5 beschrijver: JR, datum: 6-2-2020, X: 109.239, Y: 520.321, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 19A, hoogte: 0,53, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Holland, gemeente: Bergen, plaatsnaam: Bergen, opdrachtgever: Mees Milieu & Ruimte, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 0,53 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: plastic, fijn puin

25 cm -Mv / 0,28 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, zwak grindig, blauwgrijs, spoor plantenresten, kalkarm Bodemkundig: AC-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: afwisseling Zs3/Kz3, kwelder/overspoeling? Rommelig

85 cm -Mv / 0,32 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs, weinig plantenresten Bodemkundig: AC-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: grove planten, bewoonbaar klei op veenrest of humeuze vulling?

90 cm -Mv / 0,37 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, donkerbruin, spoor plantenresten Bodemkundig: AC-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: veenrest of humeuze spoorvulling

120 cm -Mv / 0,67 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: Duinzand, kalkloos, door ligging onder klei niet geschikt voor zuigerboor

Einde boring op 135 cm -Mv / 0,82 m -NAP

3

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek - Kwinfra - d.d. 20 februari 2020

Mees Ruimte & Milieu | Villa de Haaf

Pagina | 53

Opdrachtgever Contactpersoon Postbus of adres Postcode + plaats

: : : :

De Haaf Vastgoed B.V. dhr. H. Deen Natteweg 9 1862 CW Bergen

Datum Rapportnummer Status

: : :

12 februari 2020 19205-RAP-01 Definitief

Adviesbureau Postadres Postcode+plaats Telefoon Website E-mail

: : : : : :

Kwinfra BV Helderseweg 54 g-h 1817 BB Alkmaar 072 – 751 3930 www.kwinfra.nl milieu@kwinfra.nl

Opgesteld door: Handtekening

Dhr. M. Verploegen

Gecontroleerd door: Handtekening

Dhr. M.V. Oortwijn

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK Natteweg 9 te Bergen

SAMENVATTING

Algemeen

onderzoekslocatie kadastraal oppervlakte gebruik locatie aanleiding doel

Natteweg 9 te Bergen Bergen, Sectie C, nummer 4377 circa 3.750 m² Wonen met tuin Voorgenomen sloop deel huidige bebouwing en nieuwbouw van vier woningen Vastleggen van de milieuhygiënische situatie van de bodem (grond en grondwater)

Onderzoek soort onderzoek hypothese onderzoeksopzet

Verkennend bodemonderzoek Onverdacht NEN 5740+A1:206 – strategie “onverdacht” (ONV-NL) CROW 210: Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt, strategie voor 1995

Resultaten, conclusie en advies analyseresultaat grond

analyseresultaat grondwater analyseresultaat asfalt

conclusies en advies

De zintuiglijk zwak baksteenhoudende ondergrond ter plaatse van boring 03 is sterk verontreinigd met zink en PAK en licht verontreinigd met kobalt, lood en minerale olie. De zintuiglijk zwak baksteenhoudende bovengrond is licht verontreinigd met kobalt, kwik, lood, zink en PAK. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met kobalt, kwik, lood, zink en PAK. De zintuiglijk schone ondergrond bestaande uit zand is licht verontreinigd met PAK. De zintuiglijk schone ondergrond bestaande uit klei is matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. De aangetoonde verontreinigingen zijn deels te relateren aan de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. De aangetroffen asfaltlagen zijn grotendeels overeenkomstig in opbouw en slechts licht variërend in diepte. Het bovenste gedeelte bestaat uit dicht asfalt beton. Het onderste gedeelte bestaat uit grind asfalt beton, en ter plaatse van boring 01 uit steenslag asfalt beton. Bij geen van de lagen is bij de PAK-marker test een gehalte groter dan 250 mg/kg aan PAK aangetroffen. Bij de GCMS analyse zijn geen van de gemeten parameters boven de detectielimiet gemeten. De aanwezige asfaltverharding is niet teerhoudend en komt in aanmerking voor hergebruik.

Gezien de aangetoonde verontreinigingen wordt de hypothese onverdacht niet bevestigd. In verband met de aangetoonde sterke verontreinigingen met zink en PAK in de grond en de voorgenomen herontwikkeling van de locatie is een nader bodemonderzoek overeenkomstig de NTA5755 benodigd. Middels de uitvoering van een nader bodemonderzoek kan bepaald worden of op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarbij meer dan 25 m³ grond boven de interventiewaarde verontreinigd is.

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING

4

1.1 1.2

Kwaliteitsborging Leeswijzer

4 4

2.

VOORONDERZOEK

5

2.1 Locatiebeschrijving 2.2 Historische informatie 2.2.1 Bodembelastende activiteiten 2.2.2 Bodeminformatie 2.2.3 Bodemkwaliteitskaart 2.2.4 Demping/ophoging/halfverharding/funderingslaag (asbest) 2.2.5 Bodemopbouw 2.3 Onderzoeksopzet (hypothese en strategie) 2.4 Terreinverkenning

5 6 6 6 6 6 7 7 8

3.

9

VELDWERKZAAMHEDEN EN LABORATORIUMONDERZOEK

3.1 Veldonderzoek 3.1.1 Zintuiglijke waarnemingen 3.1.2 Veldwaarnemingen asbest 3.1.3 Afwijkingen op vigerende protocollen 3.2 Monsterselectie laboratorium

9 9 10 10 10

4.

INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN

11

4.1 4.2 4.3 4.4

Toetsingskader Grond Grondwater Asfalt

11 11 12 12

5.

CONCLUSIES EN ADVIES

13

6.

REFERENTIES

14

BIJLAGEN Bijlage 1: Regionale ligging en situatietekening Bijlage 2: Boorstaten met zintuiglijke waarnemingen Bijlage 3: Toetsingskader Bijlage 4: Analyse- en toetsingsresultaten grond Bijlage 5: Analyse- en toetsingsresultaten grondwater Bijlage 6: Analysecertificaten asfalt

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen

3

1.

INLEIDING

In opdracht van De Haaf Vastgoed B.V. is door Kwinfra BV een verkennend bodemonderzoek en asfaltonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Natteweg 9 te Bergen. Aanleiding van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de locatie. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie een viertal woningen te realiseren. Hiervoor zal een deel van de huidige bebouwing op de locatie worden gesloopt. Doel van het bodemonderzoek is: het vaststellen van de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) ter plaatse van het riooltracé; het vaststellen of de aanwezige asfaltverharding al dan niet teerhoudend is. Wij streven naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Grond- en grondwatermonsters worden steekproefsgewijs genomen. Lokale afwijkingen in de bodem kunnen daarom niet worden uitgesloten. Ook is het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname. Na de uitvoering van het onderzoek kan de kwaliteit van bodem (grond en grondwater) beïnvloed worden door onder andere het bouwrijp maken van een terrein, de aanvoer/toepassing van grond van buiten de onderzoekslocatie zonder kwaliteitsgegevens of door de verspreiding van een verontreiniging via het grondwater vanaf een naburig terrein(deel). De onderzoeksresultaten hebben daarom een beperkte geldigheidsduur.

1.1

Kwaliteitsborging

Het veldwerk is uitgevoerd volgens de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" en de bijbehorende protocollen 2001 en 2002. Kwinfra BV is hiervoor door Normec Certification gecertificeerd. De veldwerkers staan geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. Tussen Kwinfra BV (zusterbedrijven of het moederbedrijf) en de opdrachtgever is op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek beïnvloedt. De analyses van de grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn uitgevoerd een RvA geaccrediteerd laboratorium.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 1 is de inleiding met kwaliteitsborging weergegeven. Het vooronderzoek met de onderzoeksopzet is beschreven in hoofdstuk 2. Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 zijn de analyseresultaten getoetst en besproken. De conclusies met eventueel advies zijn beschreven in hoofdstuk 5. Tot slot worden in hoofdstuk 6 enkele referenties weergegeven.

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 4

2.

VOORONDERZOEK

Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 uitgevoerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt een hypothese opgesteld met een daarbij behorende onderzoeksstrategie waarmee de hypothese getoetst wordt. In het vooronderzoek wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven en is aangegeven of hier relevante informatie is aangetroffen. Tabel 1. Geraadpleegde bronnen: Bron: Website Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Website Bodemloket Vigerende bodemkwaliteitskaart

Bronvermelding: odnhn.nazca4u.nl

Geschikte informatie: Ja Ja Ja

Google Earth Pro Dino loket Opdrachtgever

www.bodemloket.nl Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart Gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard en Heiloo (14M1136.RAP001, juli 2015) pdokviewer.pdok.nl www.kadaster.nl www.topotijdreis.nl www.google.nl/intl/nl/earth/ www.dinoloket.nl De Haaf Vastgoed B.V.

Archief Kwinfra B.V.

Diverse onderzoeken

Website PDOK/BAG viewer Website kadaster

2.1

Ja Ja Ja Ja Toekomstige situatieschets, contour onderzoekslocatie, bodemonderzoek Onderzoek bekend

Locatiebeschrijving

Locatie Oppervlakte Kadaster Coördinaten Huidig gebruik Toekomstig gebruik

: Natteweg 9 te Bergen : circa 3.750 m² : gemeente Bergen, sectie C, nummer 4377 : X: 109,210 / Y: 520,329 : Bijeenkomst-/vergadercentrum, : Wonen met tuin

De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1, blad 1 van 2. De huidige inrichting van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening opgenomen in bijlage 1, blad 2 van 2. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Natteweg 9 te Bergen en is voor ca. 430 m² bebouwd met een villa (De Haaf) en een theehuis. Aan de oostkant van de locatie is een asfaltverharding aanwezig met een oppervlakte van circa 600 m². Het overige terreindeel is onverhard en betreft tuin.

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 5

2.2

Historische informatie

2.2.1 Bodembelastende activiteiten Over de locatie zijn geen bijzonderheden (in gebruik zijnde brandstoftanks, asbest, calamiteiten e.d.) naar voren gekomen, die kunnen wijzen op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ter plaatse van het perceel ten noorden van de onderzoekslocatie (Kadastraal bekend onder nummer C 4378) en ter plaatse van Natteweg 18 zijn, of waren in het verleden, ondergrondse huisbrandolietanks aanwezig

2.2.2 Bodeminformatie Uit het archief van Kwinfra BV blijkt dat ter plaatse van onderhavige locatie en ten noorden en westen van onderhavige locatie de onderstaande bodemonderzoeken reeds zijn uitgevoerd: - Verkennend bodemonderzoek, Koninginneweg Natteweg te Bergen, Bodembelang BV projectnummer: 051002618, d.d. 1 mei 2015. Uit het bovengenoemde bodemonderzoek blijkt o.a. dat de bovengrond zeer plaatselijk licht verontreinigd is met lood. De ondergrond is als schoon beoordeeld. Het grondwater is licht verontreinigd met zink, xylenen, naftaleen, kwik, molybdeen en barium. Uit een indicatieve PAK marker test blijkt dat het aanwezige asfalt niet teerhoudend is. -

Verkennend asbest in grondonderzoek, De Haaf te Bergen, Kwinfra BV, kenmerk: 15104rap, d.d. 10 november 2015.

Uit het bovengenoemde onderzoek blijkt dat er analytisch geen asbest is aangetoond in de onderzochte zwak puinhoudende en zintuiglijk schone bovengrond.

2.2.3 Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart (Documentcode: 14M1136.RAP001, juli 2015) van de Gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard en Heiloo heeft de onderzoekslocatie de bodemfunctieklasse wonen. De bovengrond ligt in de bodemkwaliteitszone B4 – Oudere woongebieden en bedrijven. De ondergrond ligt in de bodemkwaliteitszone O5 – Overige woongebieden, bedrijven en buitengebied. De ontgravingsklasse voor de bovengrond betreft naar verwachting klasse wonen. De ontgravingsklasse voor de ondergrond betreft naar verwachting Landbouw/natuur. Naar verwachting is ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

2.2.4 Demping/ophoging/halfverharding/funderingslaag (asbest) Voor zover bekend zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen (asbest)verdachte dempings-/ophoog/halfverhardings-/funderingslagen aanwezig. De onderzoekslocatie is derhalve (vooralsnog) onverdacht op de aanwezigheid van asbest. Verder zijn voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie geen gedempte sloten aanwezig.

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 6

2.2.5 Bodemopbouw Voor de algemene bodemopbouw is informatie geraadpleegd uit het Dinoloket welke is weergegeven in onderstaande figuur.

De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied en/of waterwingebied. Er bevinden zich in de nabijheid van de onderzoekslocatie geen grondwateronttrekkingen die de stromingsrichting van het grondwater ter plaatse kunnen beïnvloeden.

2.3

Onderzoeksopzet (hypothese en strategie)

Op basis van de verkregen resultaten uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreinigende stoffen. Verwacht wordt dat met een onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie uit de NEN 5740+A1:2016 (ONVNL) voldoende wordt geanticipeerd op de locatie specifieke omstandigheden.

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 7

Het asfaltonderzoek is uitgevoerd conform de CROW publicatie 210: “Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt” en de strategie “Asfalt aangelegd voor 1995”. Conform deze strategie dienen voor een homogeen wegvak kleiner dan 500 m2 twee boringen verricht te worden. Hierbij dient per maximaal 500 m2 extra asfaltverharding één extra boring te worden verricht. Van iedere vrijkomende boorkern wordt de constructieopbouw beschreven en met een PAK-marker test indicatief de aanwezigheid van teer in gehalten boven de 250 mg/kg bepaald. Indien uit de PAK-marker test blijkt dat teer in het asfalt aanwezig is, is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien met de PAK-marker test geen teer wordt aangetroffen dienen PAK-analyses (GC/MS) uitgevoerd te worden. Het aantal analyses is afhankelijk van de hoeveelheid (tonnage) vrijkomend asfalt. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn drie boringen verricht conform de CROW-210. Van de asfaltkernen is de constructieopbouw bepaald en met een PAK-marker test indicatief het PAK-gehalte getoetst. Indien indicatief een PAK gehalte kleiner dan 250 mg/kg wordt aangetroffen, is vooralsnog een analyse PAK in asfalt (GC/MS) uitgevoerd. Met ingang van 29 november 2019 is het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie van 29 november 2019) van kracht. Hierin zijn o.a.

toepassingsnormen opgenomen met betrekking tot het hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Dit houdt onder meer in dat bij afvoer van grond vanaf de onderzoekslocatie naar een erkende verwerker/acceptant deze aanvullend onderzocht dient te zijn op PFAS-verbindingen. Daar er naar verwachting geen grond wordt afgevoerd, is de grond niet aanvullend onderzocht op PFAS.

2.4

Terreinverkenning

Ten behoeve van het vooronderzoek is door een medewerker van de Kwinfra BV op 23 januari 2020 een terreinverkenning uitgevoerd. De terreinverkenning is direct voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk uitgevoerd door de heer M. Verploegen (gecertificeerd veldwerker) en de heer M. Smit (veldwerker in opleiding). Uit de terreinverkenning is geen aanvullende informatie naar voren gekomen ten opzicht van de reeds bekende informatie.

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 8

3.

VELDWERKZAAMHEDEN EN LABORATORIUMONDERZOEK

3.1

Veldonderzoek

De boringen zijn verricht met de gangbare boorsystemen (edelmanboor, gutsboor, riverside boor, schep e.d.). Het veldwerk is door dhr. M. Verploegen en dhr. M. Smit uitgevoerd op d.d. 23 januari 2020. Op d.d. 30 januari 2020 is het grondwater door dhr. A. Dol (gecertificeerd veldwerker) bemonsterd. In onderstaande tabel zijn de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 2. Verrichte veldwerkzaamheden Werkzaamheden Boring tot 0,5 m-mv Boring tot 2,0 m-mv Peilbuis * inclusief asfaltboring

Aantal 10 2 1

Coderingen 01*, 02*, 04, 05, 06, 08, 10, 11, 12, 13 03*, 09 07

De opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld op de bodemkundige samenstelling en eventueel aanwezige verontreinigingen (incl. asbest). De peilbuis is direct na plaatsing afgepompt voor het verwijderen van eventueel aanwezig sediment en circa 1 week na plaatsing bemonsterd voor laboratoriumonderzoek. Tijdens de grondwaterbemonstering is het grondwater zintuiglijk beoordeeld en zijn de zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid (Ec) en troebelheid (NTU) bepaald. De locatie van de boringen en peilbuis zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 1, blad 2 van 2.

3.1.1 Zintuiglijke waarnemingen De profielbeschrijvingen met de bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn verwerkt tot boorstaten. Deze boorstaten zijn opgenomen in bijlage 2. Op basis van de verrichte boringen kan de lokale bodemopbouw kan als volgt worden omschreven. De bodem bestaat voornamelijk uit matig grof zand. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig humeus. Ter plaatse van boring 3 is in de ondergrond een sterk zandige, matig humus houdende kleilaag aangetroffen. Ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden is het grondwater op circa 1,1 m-mv vastgesteld. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijke waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een mogelijk verontreiniging van de bodem. Deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3. Zintuiglijke waarnemingen Boring

Diepte (m –mv)

Grondsoort

Bijmenging/waarneming

03 03 04

0,1 – 0,5 0,5 – 0,8 0,0 – 0,5

Matig grof, zwak humeus zand Matig grof, matig humeus zand Matig fijn, matig humeus zand

Zwak baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend

In het veld zijn de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het bemonsterde grondwater bepaald. In onderstaande tabel zijn de gegevens van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 9

Tabel 4. Grondwaterbemonstering Peilfilter

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zintuiglijke waarnemingen

07

1,10 – 2,60

1,10

6,9

1310

27

-

Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen aanwijzingen voor de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen waargenomen. De gemeten zuurgraad en elektrische geleidbaarheid zijn voor grondwater als normaal te beschouwen. De gemeten troebelheid van het grondwater is groter dan de norm voorschrijft (norm < 10 ntu). Opgemerkt wordt dat de voorpompprocedure is met de langzaamste snelheid uitgevoerd. In het grondwater is slechts sprake van een licht verhoogd gehalte aan zink (overschrijding streefwaarde). De verhoogde troebelheid kan als “niet significant” van invloed worden beschouwd. Derhalve worden de analyseresultaten als representatief beschouwd voor de kwaliteit van het grondwater.

3.1.2 Veldwaarnemingen asbest Bij de maaiveldinspectie en bij de inspectie van het opgeboorde materiaal zijn geen asbestverdachte materialen en/of puinbijmengingen aangetroffen.

3.1.3 Afwijkingen op vigerende protocollen Er zijn geen afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften (BRL-SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 NENnormen).

3.2

Monsterselectie laboratorium

Vijf grond(meng)monsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het standaard NEN pakket grond bestaande uit: - voorbehandeling AS3000; - humus en lutum; - (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); - polychloorbifenylen (PCB); - minerale olie. Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN pakket grondwater, bestaande uit: - voorbehandeling AS3000; - (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; - vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEX, inclusief naftaleen en styreen); - vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen; - minerale olie. Van drie opgeboorde kernen is de constructieopbouw bepaald en indicatief het PAK-gehalte m.b.v een PAKmarker. Aan de hand van de resultaten van de constructieopbouw en de PAK-marker test is conform de CROW210 één analyse PAK (GC/MS) in asfalt uitgevoerd te worden.

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 10

4.

INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN

4.1

Toetsingskader

De uitkomsten van de chemische analyses van de grond en het grondwater zijn getoetst aan de toetsingsnormen uit de circulaire bodemsanering 2013 en de regeling bodemkwaliteit. Toetsing heeft plaatsgevonden met behulp van het door de overheid beschikbaar gestelde programma BoToVa (Bodem Toets & Validatieservice) versie 3.0.0 (grond) en 2.0.0 (grondwater). De interventiewaarden voor grond zijn bodemtype-afhankelijk en gebaseerd op standaardbodem met lutum percentage van 25% en een organisch stof percentage van 10%. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar de standaardbodem. Voor grondwater zijn de streef- en interventiewaarden voor zowel anorganische als voor organische verbindingen onafhankelijk gesteld van de grondsoort. Voor eventuele verontreiniging van grond en/of grondwater worden de volgende categorieën onderscheiden: • • •

voldoet aan achtergrondwaarde: geen overschrijding achtergrond-/streefwaarde verontreiniging/verhoging: overschrijding achtergrond-/streefwaarde sterke verontreiniging/verhoging: overschrijding interventiewaarde

In bijlage 3 is een beschrijving gegeven van het toetsingskader waaraan de resultaten zijn getoetst.

4.2

Grond

De analyse- en toetsingsresultaten van de grond zijn opgenomen in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten van de geanalyseerde grond(meng)monsters weergegeven. Tabel 5. Toetsingsresultaten grond (Meng)monster

Boringen

Diepte (m-mv)

Bodemlaag

Zintuiglijke waarnemingen

>AW

>T

>I

MM01

0,0 – 0,5

Zand

-

Co, Hg, Pb, PAK

-

-

MM02

01, 02, 05, 06, 08, 09, 10, 11, 12, 13 03, 04, 07

0,0 – 0,5

Zand

Co, Hg, Pb, Zn, PAK

-

-

MM03 MM04

07, 09 03

0,5 – 1,5 0,5 – 0,8

Zand Zand

PAK Co, Pb, Min. Olie

-

Zink, PAK

MM05

03

0,8 – 1,2

Klei

Zwak baksteenhoudend, sterk grindhoudend Matig baksteen houdend -

PAK

Zink

-

Verklaring >AW >T >I Zware metalen PAK Min. olie

: geen overschrijdingen : concentratie  Achtergrondwaarde : concentratie  Tussenwaarde : concentratie > Interventiewaarde : kobalt (Co), kwik (Hg), lood (Pb) en zink (Zn) : polycyclische aromatische koolwaterstoffen : minerale olie

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 11

4.3

Grondwater

De analyse- en toetsingsresultaten van het grondwater zijn opgenomen in bijlage 5. Uit de toetsingsresultaten blijkt dat het grondwater licht verontreinigd is met zink.

4.4

Asfalt

In onderstaande tabel is per asfaltkern de laagopbouw beschreven en zijn de analyse- en toetsingsresultaten weergegeven. Tevens staat in de kolom “PAK-houdend op basis van GCMS” beschreven in welk mengmonster de bepaalde laag is getoetst. Voor de complete constructieopbouw met diktes van de lagen wordt verwezen naar het analysecertificaat in bijlage 6. Het analysecertificaat van de analyses PAK in asfalt is opgenomen in bijlage 3. Uit de constructieopbouw blijkt dat het asfalt ter plaatse van de onderzoekslocatie vrij homogeen van opbouw is. Gemiddeld is een asfaltdikte van circa 10 cm aangetroffen. Uitgaande van deze dikte komt bij verwijdering van het totale oppervlak circa 60 m3 (circa 150 ton) asfalt vrij. Tabel 6. Resultaten asfaltonderzoek Boring

Dikte asfaltkern (mm)

Soort asfaltbeton – laagdikte (mm), proef 77,1.

PAK-houdend op basis van PAK-marker, proef 77,2 (>250 ppm)

PAK-houdend op basis van GCMS

Toetsing Besluit bodemkwaliteit, hergebruik. (75 mg/kg ds)

01

105

02

105

03

104

DAB 0/11 OB STAB 0/16 DAB 0/11 OB GAB 0/32 DAB 0/11 OB GAB 0/32

Nee (Asf01) Nee (Asf01) Nee (Asf01) Nee (Asf02) Nee (Asf02) Nee (Asf02) Nee (Asf03) Nee (Asf03) Nee (Asf03)

18 (MMasf01) 18 (MMasf01) 18 (MMasf01) 18 (MMasf01) 18 (MMasf01) 18 (MMasf01) 18 (MMasf01) 18 (MMasf01) 18 (MMasf01)

Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet

60 5 40 57 6 42 54 4 46

Verklaring OB : Oppervlakbehandeling DAB : Dicht asfaltbeton STAB : Steenslag asfaltbeton GAB : Grind asfaltbeton

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 12

5.

CONCLUSIES EN ADVIES

Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten kan een oordeel worden gegeven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie. De zintuiglijk zwak baksteenhoudende ondergrond ter plaatse van boring 03 is sterk verontreinigd met zink en PAK en licht verontreinigd met kobalt, lood en minerale olie. De zintuiglijk zwak baksteenhoudende bovengrond is licht verontreinigd met kobalt, kwik, lood, zink en PAK. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met kobalt, kwik, lood, zink en PAK. De zintuiglijk schone ondergrond bestaande uit zand is licht verontreinigd met PAK. De zintuiglijk schone ondergrond bestaande uit klei is matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. De aangetoonde verontreinigingen zijn deels te relateren aan de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. De aanwezige asfaltverharding is niet teerhoudend en komt in aanmerking voor hergebruik. Gezien de aangetoonde verontreinigingen wordt de hypothese onverdacht niet bevestigd. In verband met de aangetoonde sterke verontreinigingen met zink en PAK in de grond en de voorgenomen herontwikkeling van de locatie is een nader bodemonderzoek overeenkomstig de NTA5755 benodigd.

Middels de uitvoering van een nader bodemonderzoek kan bepaald worden of op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarbij meer dan 25 m³ grond boven de interventiewaarde verontreinigd is.

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 13

6. [1]

[2] [3] [4]

REFERENTIES NEN 5740/A1:2016 nl, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Publicatiedatum: februari 2016. NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek Publicatiedatum: oktober 2017. Besluit BodemKwaliteit (Bbk) op 1 januari 2008 is de eerste fase van het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. CROW publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt.

Rapport: 19205-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek Natteweg 9 te Bergen 14

BIJLAGE 1.

REGIONALE LIGGING EN SITUATIETEKENING

BIJLAGE

Regionale ligging

Locatie:

Natteweg 9 te Bergen

Titel:

Verkennend bodemonderzoek

Opdrachtgever:

De Haaf Vastgoed B.V.

Projectnr:

19205

BIJLAGE 2.

BOORSTATEN MET ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN

BIJLAGE

Pagina 1 / 4

Boring:

01

Boring:

02

Datum:

23-1-2020

Datum:

23-1-2020

Boormeester:

M. Verploegen

Boormeester:

M. Verploegen

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

Opmerking:

Asfalt

0

1 - 0020361AM

0 13

2 - 3459074AA 50

50

asfalt

0

Asfaltboor, Asfalt Zand, matig grof, neutraalbeige, Edelmanboor

1 - 0020362AM 3 - 3459076AA

50

0 10 20 50

asfalt Asfaltboor, Asfalt Matig baksteenhoudend, Asfaltboor, Gebroken baksteen Zand, matig grof, neutraalbeige, Edelmanboor

Boring:

03

Boring:

04

Datum:

23-1-2020

Datum:

23-1-2020

Boormeester:

M. Verploegen

Boormeester:

M. Verploegen

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

GWS: Opmerking:

120 Asfalt

0

1 - 0020363AM

0 10

2 - 3458955AA 50

50 3 - 3414198AA 100

80

4 - 3414194AA 120

150

5 - 3459348AA 170

6 - 3459357AA 200

200

asfalt

Zand, matig grof, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donker beigebruin, Edelmanboor Zand, matig grof, matig humeus, matig baksteenhoudend, zwak houthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Enkele baksteen Klei, sterk zandig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

Projectnaam: Natteweg Projectcode: 19205

0

0

Asfaltboor, Asfalt

1 - 3458950AA 50

50

bosschage Zand, matig fijn, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, zwak wortelhoudend, neutraal beigebruin, Edelmanboor

Pagina 2 / 4

Boring:

05

Boring:

06

Datum:

23-1-2020

Datum:

23-1-2020

Boormeester:

M. Verploegen

Boormeester:

M. Verploegen

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

0

0

bosschage

50

50

0

0

Zand, zeer fijn, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

1 - 3458899AA

50

50

Boring:

07

Boring:

08

Datum:

23-1-2020

Datum:

23-1-2020

Boormeester:

M. Verploegen

Boormeester:

M. Verploegen

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

GWS:

110

0

50

0

1 - 3459065AA 2 - 3459064AA

50

100

Zand, matig fijn, zwak kleiïg, neutraalgrijs, Edelmanboor

3 - 3414197AA 100

grind Zand, matig fijn, sterk humeus, sterk grindhoudend, sterk wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

25

Zand, matig fijn, neutraalgrijs, Edelmanboor

4 - 3459069AA 150

150

Zand, matig fijn, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

5 - 3459068AA 190

200

6 - 3414184AA 230

250

7 - 3458906AA

260

Zand, matig fijn, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig veenhoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

Projectnaam: Natteweg Projectcode: 19205

0

0

bosschage Zand, matig fijn, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 - 3457668AA 50

bosschage Zand, matig fijn, sterk humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor

1 - 3459310AA

50

Pagina 3 / 4

Boring:

09

Boring:

10

Datum:

23-1-2020

Datum:

23-1-2020

Boormeester:

M. Verploegen

Boormeester:

M. Verploegen

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

GWS:

100

0

0

bosschage

50

Zand, matig fijn, matig humeus, zwak wortelhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

100

Zand, matig fijn, zwak humeus, neutraalgrijs, Edelmanboor

1 - 3459060AA 50 2 - 3459035AA 100

0

0

bosschage Zand, matig fijn, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 - 3459070AA 50

50

Zand, matig fijn, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

3 - 3457723AA 150

150

Zand, matig fijn, licht grijsbeige, Edelmanboor

4 - 3457721AA 200

200

Boring:

11

Boring:

12

Datum:

23-1-2020

Datum:

23-1-2020

Boormeester:

M. Verploegen

Boormeester:

M. Verploegen

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

0

0

50

Projectnaam: Natteweg Projectcode: 19205

gazon

50

0

0

Zand, matig fijn, zwak humeus, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

1 - 3457714AA

50

gazon Zand, matig fijn, zwak humeus, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

1 - 3457728AA 50

Pagina 4 / 4

Boring:

13

Datum:

23-1-2020

Boormeester:

M. Verploegen

Referentievlak:

maaiveld

0

0

50

Projectnaam: Natteweg Projectcode: 19205

gazon Zand, matig fijn, zwak humeus, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

1 - 3457715AA 50

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

BIJLAGE 3.

TOETSINGSKADER

BIJLAGE

Toelichting toetsingskader bodemonderzoek De verkregen analyseresultaten van het bodemonderzoek zijn conform het huidige overheidsbeleid getoetst aan de streefwaarde voor grondwater en interventiewaarden bodemsanering, zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering 2013 (geldend vanaf 1 juli 2013) en de toetsingswaarden zoals vastgelegd in het Besluit bodemkwaliteit (geldend vanaf 24 mei 2016) en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit (geldig vanaf 30 november 2018).

Circulaire bodemsanering 2013 De toetsingswaarden uit de circulaire bodemsanering 2013 dienen voor de beoordeling van de chemische kwaliteit van grond en grondwater waarbij de onderstaande categorieën worden onderscheiden. ≤ achtergrond-/streefwaarde (niet verontreinigd)

:

Betreft het ijkpunt voor de milieukwaliteit op lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem.

≥ achtergrond-/streefwaarde (licht verontreinigd)

:

Geeft aan wanneer de milieukwaliteit, waarbij risico’s voor het ecosysteem verwaarloosbaar zijn, wordt overschreden

> tussenwaarde (matig verontreinigd)

:

Formeel heeft de tussenwaarde geen status in de Circulaire bodemsanering 2013. De tussenwaarde wordt gebruikt als toetsingskader voor de noodzaak tot het verrichten van nader onderzoek naar de aard en omvang van een aangetoonde verontreiniging. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek dient te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grond betreft dit het rekenkundig gemiddelde van de AW-waarde en de I-waarde van een verontreinigde stof. Voor grondwater betreft dit het rekenkundig gemiddelde van de S-waarde en de I-waarde van een verontreinigende stof.

> interventiewaarde (sterk verontreinigd)

:

Betreft overschrijding van het verontreinigingsniveau waarbij formeel middels nader onderzoek vastgesteld dient te worden of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Indien de interventiewaarde wordt overschreden is sprake van een vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant.

Bodemtypecorrectie De achtergrondwaarden en interventiewaarden voor grond zijn bodemtype-afhankelijk en gebaseerd op standaardbodem met lutum percentage van 25% en een organisch stof percentage van 10%. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar de standaardbodem.

Een geval van ernstige verontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof (uitgezonderd asbest) de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m 3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m 3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. In bijlage 2 zijn dergelijke gevoelige situaties beschreven in stap 1 van het saneringscriterium. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Voor specifieke situaties kan het bevoegd gezag in overleg treden met het RIVM.

Spoedeisendheid geval van ernstige verontreiniging Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Artikel 37 Wbb heeft tot doel vast te stellen of sprake is van een zodanig risico bij het huidig of toekomstig gebruik dat spoedig moet worden gesaneerd. Risico’s hebben een directe relatie met gebruik van de bodem en daarmee met de functie. Als aan het gebruik binnen de aanwezige of toekomstige functie onaanvaardbare risico’s zijn verbonden, staat voorop dat maatregelen zo snel mogelijk moeten worden genomen. Sanering van een verontreiniging is spoedeisend wanneer bij een geval van ernstige verontreiniging actuele humane, ecologische, en/of verspreiding risico’s aanwezig zijn. Als hulpmiddel bij het berekenen van de risico’s van een bodemverontreiniging wordt gebruik gemaakt van het computermodel Sanscrit dat beschikbaar is via www.sanscrit.nl.

Als op grond van artikel 37 Wbb is vastgesteld dat niet met spoed hoeft te worden gesaneerd, geldt geen termijn voor het uitvoeren van een sanering. Er kunnen wel (langjarige) beheermaatregelen worden opgelegd, bijvoorbeeld als monitoring van de verspreiding van een grondwaterverontreiniging gewenst is. Dat betekent dat sanering van het geval van ernstige verontreiniging veelal plaatsvindt als nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwactiviteiten of herinrichting van een locatie of gebied, daartoe aanleiding geven. Als er op of in een ernstig verontreinigde bodem bouwactiviteiten plaatsvinden waardoor de verontreiniging wordt verminderd of verplaatst, is op grond van artikel 28 Wbb melding verplicht aan het bevoegd gezag. Er moet een (deel)saneringsplan worden opgesteld of een melding worden gedaan in het kader van het Besluit uniforme saneringen (BUS; art. 39b lid 3 Wbb) voordat de beoogde handelingen worden uitgevoerd. Er gelden specifieke procedures voor goedkeuring van het (deel)saneringsplan en om vast te stellen dat de BUS-melding in overeenstemming is met het BUS. Verder wordt opgemerkt dat de zorgplicht zoals vastgelegd in artikel 13 van de Wet bodembescherming van toepassing is op (nieuwe) bodemverontreinigingen die zijn ontstaan na 1 januari 1987.

Dit houdt in dat (direct) maatregelen dienen te worden genomen om de ontstane bodemverontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken.

Toetsingskader asbest Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met gehalten aan asbest boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen; concentratie serpentijn + 10x concentratie amfibool), onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Op basis van het Milieuhygiënisch saneringscriterium bodem, protocol asbest opgenomen in bijlage 3 van de circulaire dan te worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de bodemverontreiniging met asbest. Opgemerkt wordt dat bij asbest in (water)bodem, grond en baggerspecie alleen over ‘verontreiniging’ wordt gesproken als de interventiewaarde wordt overschreden. Het protocol is alleen van toepassing op historische asbest verontreinigingen (die zijn voor 1993 ontstaan) in (water)bodem, grond en baggerspecie, die niet op basis van de zorgplicht gesaneerd dienen te worden. Bij het aantreffen van puin in de grond is de bodem asbestverdacht (brief IL&T 26 januari 2017), asbestonderzoek bij puin(resten) en is een onderzoek conform de NEN5707 dan wel NEN5897 benodigd. Indien uit een verkennend bodemonderzoek NEN5707/NEN5897 een gehalte aan asbest < de helft van de interventiewaarde wordt aangetoond, dan is de verwachting dat geen asbest boven de interventiewaarde aanwezig is op de locatie.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.

Tijdelijk handelingskader PFAS. Met ingang van 29 november 2019 is het (geactualiseerde) Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie van kracht. De analyseresultaten PFAS dienen hieraan getoetst worden. Het handelingskader is gericht op het aantreffen in het milieu van de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). Deze stoffen behoren tot de stofgroep poly- en perfluoralkylstoffen (stofgroep PFAS), een stofgroep die uit ruim 6000 stoffen bestaat. PFAS worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS aangetoond dat ze toxisch zijn, voor de meeste PFAS moet dit nog onderzocht worden. Door het wijdverbreide gebruik van PFAS wordt PFAS in Nederland, en breder in Europa, inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen. In het handelingskader zijn o.a. toepassingsnormen opgenomen met betrekking tot het hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.

Dit houdt onder meer in dat bij afvoer van grond vanaf de onderzoekslocatie naar een erkende verwerker/acceptant deze aanvullend onderzocht dient te zijn op PFAS-verbindingen. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau zijn opgenomen in de onderstaande tabel (gehalten in µg/kg d.s.). PFAS

PFOA

PFOS

GenX

Toepasbaar op land

< 0,8 0,8 - < 3 >3

< 0,8 0,8 - < 7 >7

< 0,9 0,9 - < 3 >3

<3 >3

Vrij m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden Wonen en industrie, Landbouw en natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde Reiniging of stort

Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10% organische stof) geen bodemtypecorrectie te worden toegepast. Indien specifieke beleidsregels van een gemeente van toepassing zijn dan dienen de verkregen PFAS resultaten hier eveneens aan getoetst te worden.

Toetsingskader Besluit en Regeling bodemkwaliteit Kwaliteitsklassen grond of baggerspecie. Teneinde een uitspraak te kunnen doen over de indicatieve verwerkingsmogelijkheden van vrijkomende grond en/of baggerspecie worden de verkregen analyseresultaten indicatief getoetst aan het vigerende Besluit- en Regeling bodemkwaliteit. De achtergrondwaarden en maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklassen Wonen en Industrie voor de bodem waarop grond of baggerspecie wordt toegepast zijn weergegeven in tabel 1 van Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. De maximale waarden voor de kwaliteitsklassen A en B voor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam waarop grond of baggerspecie wordt toegepast zijn opgenomen in tabel 2 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. De te onderscheiden generieke kwaliteitsklassen van de grond of baggerspecie zijn weergegeven in onderstaand overzicht. Kwaliteitsklasse wonen

:

Indien deze de achtergrondwaarden overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen niet overschrijdt.

Kwaliteitsklasse industrie

:

Indien deze de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse industrie niet overschrijdt.

Kwaliteitsklasse A

:

Indien deze de achtergrondwaarden overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A niet overschrijdt.

Kwaliteitsklasse B

:

Indien deze de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse B (= interventiewaarde) niet overschrijdt.

Grond of baggerspecie die de interventiewaarden overschrijdt, wordt niet in een kwaliteitsklasse ingedeeld. Artikel 4.10.2. Vaststellen kwaliteitsklassen bodem 1. Voor het vaststellen van de kwaliteitsklasse van de bodem wordt een correctie op de gemeten gehalten voor lutum en organisch stof uitgevoerd volgens de rekenregels in onderdeel III van bijlage G van de regeling. 2.

De bodem wordt uitgedrukt in de kwaliteitsklasse wonen, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de achtergrondwaarden overschrijden, maar niet de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen.

3.

De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen, indien ten opzichte van de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen: a. bij meting van ten minste 7 stoffen maximaal 2 stoffen verhoogd zijn; b. bij meting van ten minste 16 stoffen maximaal 3 stoffen verhoogd zijn; c. bij meting van ten minste 27 stoffen maximaal 4 stoffen verhoogd zijn; d. bij meting van ten minste 37 stoffen maximaal 5 stoffen verhoogd zijn.

4.

Een verhoging als bedoeld in het tweede lid bedraagt per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen voor die stof, vermeerderd met de daarvoor geldende achtergrondwaarde en de gehalten van alle verhoogde stoffen de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse industrie niet overschrijden.

5.

De bodem wordt uitgedrukt in de kwaliteitsklasse industrie, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen overschrijden, maar niet de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie.

Artikel 4.10.3: Vaststellen kwaliteitsklassen van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam 1. Voor het vaststellen van de kwaliteitsklasse van de bodem onder oppervlaktewater wordt een correctie op de gemeten gehalten lutum en organisch stof uitgevoerd volgens de rekenregels in onderdeel III van bijlage G van de regeling. 2.

De bodem of oever van een oppervlaktewater wordt uitgedrukt in kwaliteitsklasse A, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de achtergrondwaarden overschrijden, maar niet de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A.

3.

De bodem onder oppervlaktewater wordt uitgedrukt in kwaliteitsklasse B, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A overschrijden, maar niet de maximale waarden voor kwaliteitsklasse B.

Artikel 4.11.1: Maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie 1. Tabel 1 van bijlage B van de regeling. bevat de maximale waarden voor: a. het verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel; b. het verspreiden van baggerspecie in zoet oppervlaktewater; c. het verspreiden van baggerspecie in zout oppervlaktewater, en d. het tijdelijk opslaan van baggerspecie op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is. 2.

Bij de toetsing aan de maximale waarden, bedoeld in het eerste lid, onder c, mogen de gehalten van de gemeten stoffen voor ten hoogste twee niet-prioritaire stoffen hoger zijn dan de maximale waarden, waarbij de verhoging per stof ten hoogste 50 % ten opzichte van de maximale waarde voor verspreiding van baggerspecie in zout water bedraagt.

3.

De stoffen behorend tot de groep van de PCB’s zijn uitgezonderd van het tweede lid.

Artikel 4.12.1 Maximale emissiewaarden bij grootschalige toepassingen 1. Bij grootschalige toepassingen als bedoeld in artikel 63 van het besluit, overschrijdt de emissie van de grond of baggerspecie niet: a. de maximale emissiewaarden, bedoelt in tabel 1 van bijlage B, indien het toepassing op of in de bodem betreft; b. de maximale emissiewaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, indien het toepassingen op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam betreft. 2.

Aan het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt voldaan, indien de rekenkundig gemiddelde gehalte aan gemeten stoffen in de grond of baggerspecie de emissietoetswaarden, bedoeld in tabel 1 van bijlage B niet overschrijden.

3.

Aan het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt voldaan, indien: a. de rekenkundig gemiddelde gehalten van de gemeten stoffen in de grond of baggerspecie de emissietoetswaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, niet overschrijden of b. de toepassing zich onder het waterniveau bevindt en is gelegen binnen het beheergebied van de waterkwaliteitsbeheerder waarvan de baggerspecie afkomstig is.

BIJLAGE 4.

ANALYSE- EN TOETSINGSRESULTATEN GROND

BIJLAGE

Project

19205-Natteweg

Certificaten

993187

Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 3.0.0

Toetsdatum: 30 januari 2020 16:18

Monsterreferentie

6218656

Monsteromschrijving

MM01 01 (12-50) 02 (20-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

2.8

10

Lutum

% (m/m ds)

1.1

25

%

88.2

88.2

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

22

85

@

190

555

920

cadmium (Cd)

mg/kg ds

< 0.2

< 0.23

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

7.2

25

1.7 AW(WO)

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

10

20

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.14

0.20

1.3 AW(WO)

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

56

87

1.7 AW(WO)

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4

<8

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

38

88

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 88

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

0.24

0.24

anthraceen

mg/kg ds

0.09

0.09

fluoranteen

mg/kg ds

0.5

0.5

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

0.27

0.27

chryseen

mg/kg ds

0.37

0.37

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

0.23

0.23

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.27

0.27

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.23

0.23

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

0.21

0.21

mg/kg ds

2.4

2.4

1.6 AW(WO)

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0025

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0025

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0025

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0025

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0025

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0025

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0025

mg/kg ds

0.005

< 0.018

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Toetsoordeel monster 6218656:

Pagina 1 van 5

Overschrijding Achtergrondwaarde

Pagina 2 van 5 Monsterreferentie

6218657

Monsteromschrijving

MM02 03 (10-50) 04 (0-50) 07 (0-25)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

5.7

10

Lutum

% (m/m ds)

2.3

25

%

87.7

87.7

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

57

210

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.2

0.29

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

6.1

21

1.4 AW(WO)

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

15

27

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.2

0.28

1.9 AW(WO)

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

180

260

5.3 AW(IND)

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

8

23

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

84

180

1.3 AW(WO)

140

430

720

mg/kg ds

52

91

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

0.44

0.44

anthraceen

mg/kg ds

0.16

0.16

fluoranteen

mg/kg ds

0.91

0.91

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

0.46

0.46

chryseen

mg/kg ds

0.61

0.61

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

0.39

0.39

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.43

0.43

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.32

0.32

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

0.31

0.31

mg/kg ds

4.1

4.1

2.7 AW(WO)

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0012

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0012

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0012

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0012

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0012

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0012

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0012

mg/kg ds

0.005

< 0.0086

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Toetsoordeel monster 6218657:

Pagina 2 van 5

Overschrijding Achtergrondwaarde

Pagina 3 van 5 Monsterreferentie

6218658

Monsteromschrijving

MM03 07 (50-100) 07 (100-150) 09 (50-100) 09 (100-150)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

1.0

10

Lutum

% (m/m ds)

1.0

25

%

84.9

84.9

@

Droogrest droge stof

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4591/documents/33413