bij 6 11-01-2022 archeologische bureauonderzoek Egmond Binnen Zuid.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Egmond-Binnen Zuid te Egmond-Binnen (gemeente Bergen)
AM21325
RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Egmond-Binnen Zuid te Egmond-Binnen (gemeente Bergen) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum
: AM21325 : Concept (versie 1) : 2214-5656 : 21 september 2021
Opdrachtgever
: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze
Opsteller rapport Paraaf
: drs. D. Hagens | L. Kruithof MSc. | drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Redactie Paraaf
: drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Vrijgave Paraaf
: drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
4002 + 4003
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Pagina | 2
AM21325
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 6 1.
INLEIDING................................................................................................................................................................................................................. 7
2.
WERKWIJZE .............................................................................................................................................................................................................. 9 2.1
3.
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................... 9 BUREAU-ONDERZOEK ....................................................................................................................................................................................... 10
3.1
Landschappelijke situatie - geomorfologie .......................................................................................................................................... 10
3.2
Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 14
3.3
Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 14
3.4
Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 16
3.5
Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 18
4.
VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 21
5.
AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 25
LITERATUURLIJST ............................................................................................................................................................................................................... 26
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6
Topografische ligging onderzoeksgebied Archeologische gegevens cf. Archis 3 Beleidskaart Archeologische verwachtingen gemeente Bergen Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart
Pagina | 3
AM21325
SAMENVATTING In augustus 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Egmond-Binnen Zuid te EgmondBinnen (gemeente Bergen). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft de (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouwwoningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen (2013) in een donkerblauwe zone. Binnen het Veegplan Bergen (2020) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. Het plangebied bevindt zich op (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd.
Deze hoger gelegen strandwallen vormden een geschikte vestigingslocatie voor landbouw samenlevingen. De zandige bodem was makkelijk te bewerken en de (oude) duinen vormden relatief droge locaties tussen de zee en het ten oosten gelegen veenmoeras. In de omgeving en op de dezelfde strandwallen zijn meerdere archeologische monumenten bekend waar nederzettingsresten en cultuurlagen zijn aangetroffen uit zowel de ijzertijd en Romeinse tijd. Voor het plangebied geldt daarom een hoge verwachting voor zowel nederzettings- als begravingsresten uit de periode late bronstijd – ijzertijd als nederzettingsresten uit de Romeinse periode. Het plangebied ligt aan de Herenweg ten zuiden van de historische kern van Egmond-Binnen. Egmond-Binnen kent een nederzettingsgeschiedenis die teruggaat tot tenminste de vroege middeleeuwen (8e eeuw). Vanaf het begin van de 10e eeuw verschuift de kern in oostelijke richting. In en rondom de huidige kern zijn meerdere archeologische monumenten bekend waar nederzettingsresten en cultuurlagen zijn aangetroffen uit zowel de ijzertijd en Romeinse tijd en ook uit de vroege en de late middeleeuwen. Ook in het zuidoosten grenzend aan het plangebied is een monument van hoge archeologische waarde bekend. Uit historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste omstreeks 1800 onbebouwd was en in gebruik als weiland.
Gezien de ligging direct bij een monument waar bewoningssporen uit de vroege en late middeleeuwen werden aangetroffen, wordt aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit de vroege tot en met de late middeleeuwen. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Archeologische vondsten en bewoningssporen kunnen bij een intact bodemprofiel van een eerdgrond en vlakvaagronden worden verwacht vanaf de onderzijde van de A-horizont. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo’n plaggendek in goede toestand worden aangetroffen. Bij vlakvaaggronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de hoge grondwaterstand (GWT IV) kunnen organische resten slecht bewaard blijven.
Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek wordt duidelijk dat het plangebied in een dynamisch gebied ligt. Het plangebied ligt (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. Voor het plangebied geldt een (middel)hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de periode laat-neolithicum tot en met late middeleeuwen. Ten tijde van het Pagina | 4
AM21325
opstellen van dit rapport is de diepte van de toekomstige bodemverstoring binnen het plangebied niet bekend. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte van tenminste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. Omwille van bovenstaande informatie wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit kan plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveaus vast te stellen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Bergen), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn.
Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
Pagina | 5
AM21325
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer
: AM21325
OM-nummer
: 5105043100
Soort onderzoek
: Bureauonderzoek
Adres onderzoekslocatie
: Egmond-Binnen Zuid te Egmond-Binnen
Toponiem
: Herenweg te Egmond-Binnen
Gemeente
: Bergen
Provincie
: Noord-Holland
Kadastrale registratie
: Egmond-Binnen, sectie C, nummers 2473, 2478 en 2857
Coördinaten
: Centrum
105.614; 511.756
NW:
105.479; 511.816
NO:
105.803; 511.897
ZW:
105.484; 511.593
ZO:
105.734; 511.670
Oppervlakte
: Circa 6,1 ha
Huidig locatie gebruik
: Akkerland
Aanleiding onderzoek
: Bestemmingsplanwijziging
Opdrachtgever
: Ordito
Bevoegde overheid
: Gemeente Bergen
Opslag documentatie en materiaal
: Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te Castricum/E-depot
Datum uitvoering
: Augustus 2021
Pagina | 6
AM21325
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Egmond-Binnen Zuid te Egmond-Binnen
Gemeente
: Bergen
Oppervlakte
: Circa 6,1 ha
Huidig gebruik van de locatie
: Akkerland
Toekomstig gebruik
: Nieuwbouwwoningen
Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft de (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouwwoningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen (2013) in een donkerblauwe zone. Binnen het Veegplan Bergen (2020) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt (Bijlage 3).1
Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.
Plangebied Het plangebied ligt aan de Herenweg, aan de zuidoostelijke rand van de bebouwde kom van Egmond-Binnen. De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. Momenteel is het plangebied in gebruik als akkerland. In het noord wordt het plangebied begrenst door de Kruiskroft, in het oosten en zuiden door akkerland en in het westen door de Herenweg.
1 Beleidskaart Archeologische verwachtingen gemeente Bergen, 2013.
Pagina | 7
AM21325
Figuur 1. Topografische ligging van het plangebied. Het plangebied is weergegeven met het rode kader. (Bron: PDOK-viewer)
Pagina | 8
AM21325
2. WERKWIJZE 2.1
Inleiding
Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.
Archeologische bronnen •
Archeologische Monumentenkaart (AMK)
•
Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)
•
Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen
•
Archeologische verwachtingenkaart van de provincie Noord-Holland
•
Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)
Bodem- en geomorfologische kaarten •
Bodemkaart (Alterra)
•
Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis2)
•
Geolandschappelijke eenheden (provincie Noord-Holland)
•
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)
Historische kaarten •
Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)
•
Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)
•
Moderne topografische kaart (tot 2020)
De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst. De Stichting historisch Egmond, is op 17 augustus 2021 per e-mail gecontacteerd met de vraag met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.
Pagina | 9
AM21325
3. BUREAU-ONDERZOEK 3.1
Landschappelijke situatie - geomorfologie
De omgeving van het plangebied ligt op de overgang van het duinen- en strandwallengebied naar jonge aanwas.2 Het plangebied ligt in een landschappelijk gebied dat tijdens het Holoceen (circa 11.700 tot nu) is gevormd en dat sterk samenhangt met de relatieve zeespiegelstijging. Dit landschap bestaat uit het huidige strand, strandwallen, -vlakten en de duinen die aan de oostzijde van het strand in Noord- en Zuid-Holland voorkomen3 en jonge aanwas. Tijdens het Weichselien (circa 115.000 – 11.700 jaar geleden) werd in West Nederland een dik pakket zand afgezet. Dit zand wordt dekzand genoemd. Aan het einde van het Weichselien en in het Holoceen werd het klimaat warmer en vochtiger en smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen. Hierdoor steeg de relatieve zeespiegel snel. Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging en zee-inbraken in het Atlanticum (circa 8.000 – 5.000 jaar geleden), werden dikke pakketten afzettingen gevormd. Tijdens het Atlanticum bestond de kust van Nederland uit een uit een serie Waddeneilanden met ertussen zeegaten. 4 De zeegaten bestonden uit zandbanken en -platen. Als gevolg van meerdere fase van snelle zeespiegelstijging werden deze banken en platen geleidelijk geërodeerd waardoor de kustbarrière steeds verder landinwaarts kwam te liggen (Figuur 3).
Vanaf 5.000 jaar geleden (Subboreaal) nam de relatieve zeespiegelstijging af en werden grote hoeveelheden zandige sedimenten aangevoerd vanuit de Noordzee en grotere rivieren. Hierdoor verzanden en sloten de zeegaten en ontstond er een gesloten strandwalkust. Achter de duinen verzoette het milieu en vond er op zeer grote schaal veenvorming plaats. Dit veen wordt het Hollandveen Laagpakket genoemd en behoort tot de Nieuwkoop Formatie (Figuur 4). Op enkele plaatsen blijven er openingen in het strandwallensysteem. Hierdoor bleven rivieren afwateren in het achterland. Een van deze openingen bevindt zich ter hoogte van Beverwijk en Heemskerk, het Oer-IJ estuarium. Als gevolg van overstromingen vanuit zee werd een laag mariene klei afgezet op het veen. De zee had een sterke invloed op het Oer-IJ estuarium. Hierdoor ontstond er een geulsysteem waarin vooral zandige sedimenten zijn afgezet. De afzettingen is onderdeel van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk). Na het dichtslibben van de verbinding met zee werd alleen tijdens extreme weersomstandigheden en overstromingen zand afgezet. Dit gebeurde tot in de vroege middeleeuwen. Na het dichtslibben van het estuarium vernatte het en vond er veenvorming plaats. De progradatie van de kust duurde tot circa 2.500 jaar geleden (Subatlanticum).
Door de grote aanvoer van zand ontstond er een kustbarrière van maximaal 6 – 10 kilometer breed. De kustbarrière bestond uit strandwallen die parallel aan de kust liggen, afgewisseld met lager gelegen strandvlakten en die is bedekt met lage duinen (Oude Duinen, Naaldwijk Formatie: Schoorl Laagpakket). Op de strandwallen kwam nauwelijks vegetatie voor, waardoor grootschalige verstuiving optrad. Hierdoor ontstonden er op de strandwallen (oude) duinen. De ontwikkeling van de strandwallen duurde tot plaatselijk in de Romeinse tijd. De snelheid van de relatieve zeespiegelstijging nam nog verder af vanaf circa 2.000 (Vroeg-Subboreaal) af. Hierdoor werd er minder zand aangevoerd vanuit de Noordzee. Door golfwerking werden de oude strandwallen geërodeerd.
2 Rensink et al., 2019. 3 Berendsen 2005. 4 Stouthamer 2020, 254.
Pagina | 10
AM21325
Het vrijgekomen zand werd door de wind afgezet op de jonge duinen (hoge paraboolduinen). De afzettingen zijn onderdeel van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl. In de middeleeuwen vond er opnieuw duinvorming plaats, waarbij hoge kustduinen werden gevormd. Begin 20e eeuw zijn de strandwallen op grote schaal afgegraven. Hierdoor zijn grote delen van de Oude Duinen afgegraven. 5 Ook het veen in de strandvlakten is vaak afgegraven voor enerzijds turfwinning en om de grond geschikt te maken voor de bollenteelt. Grote delen van de Oude Duinen zijn afgegraven en omgespit waardoor eventuele archeologische vindplaatsen vanaf het neolithicum zijn verdwenen. Volgens de geologische kaart komt ter plaatse van het plangebied in de bodem zeeklei op duin- en strandzand voor (Na10).6 Deze afzettingen zijn onderdeel van het Laagpakket van Walcheren op Laagpakket van Schoorl en/of Zandvoort en behoren tot de Formatie van Naaldwijk. Volgens de geomorfologische kaart (Bijlage 4) ligt het plangebied op een vlakte die is ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen (code 2M92).
Volgens de Geolandschappelijke eenhedenkaart van de provincie Noord-Holland ligt het plangebied op de overgang strandwallen - getijden.7 Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, Bijlage 6) is duidelijk te zien dat het plangebied zichtbaar lager ligt dan de kustduinen (direct) ten westen van het plangebied. Ook is de binnendelta-vlakte, ten oosten van het plangebied, duidelijk te herkennen als een verlaging in het landschap. Als gevolg van de aanwezige bebouwing is het reliëf ter hoogte van het plangebied afgevlakt. De maaiveldhoogte in het plangebied varieert tussen de 0,86 en 2,10 meter +NAP. Het plangebied loopt globaal gezien in oostelijke richting af.
5 Barends et al., 2010. 6 Geologische overzichtskaart van Nederland, 2010. 7 https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=archeologische_verwachtingen Pagina | 11
AM21325
Figuur 2. Ontwikkeling van de strandwallen (Stouthamer 2020, 244).
Pagina | 12
AM21325
Figuur 3. Paleogeografische ontwikkeling van het plangebied (Bron: Deltares). De omgeving van het plangebied is weergegeven met de rode ster. Het plangebied lag A) rond 5.500 voor Chr. en B) rond 3.850 voor Chr. in de landschappelijke eenheid ‘buitenwater’, C) rond 500 voor Chr. En D) 800 na Chr. lag het op een (laag) duin.
Pagina | 13
AM21325
3.2
Landschappelijke situatie - bodem
Volgens de bodemkaart (Bijlage 5) worden in het plangebied vlakvaaggronden gevormd in leemarm en zwak lemig fijn zand (code Zn21) verwacht.
Vlakvaaggronden komen voor op zandgronden in jonge polders of uitgestoven laagten en/of tot nabij het grondwater afgegraven terrein waarin weinig bodem heeft plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied komen deze gronden voor op de vlaktes die zijn ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen. Deze gronden hebben een donkergrijze of grijsbruine bovengrond en ligt direct op de natuurlijke ondergrond met bestaande uit flets geel, wit of lichtgrijs zand dat leemarm tot zwak lemig. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap IV. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand ondieper dan 40 centimeter beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt tussen de 80 en 120 centimeter beneden maaiveld. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.
3.3
Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht
De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Egmond-Binnen. De nederzetting Egmond-Binnen is in de vroege middeleeuwen ontstaan. Oorspronkelijk was sprake van een nederzetting met de naam Hallum of Hallem. Vanaf de 10e eeuw komt de huidige naam in zwang. De naam Halle verwijst naar de oorspronkelijke nederzetting die bij de Adelbertusput lag. Deze lag aan het andere uiteinde van de Sint Adelbertusweg, ten westen van de huidige kern van Egmond-Binnen. Hier zou omstreeks 740 Adelbert van Egmond zijn gestorven. Op de plaats werd kort na zijn dood een houten kapel gebouwd en in de vroeg 12e eeuw een tufstenen kerkje.8
Nadat de Dirk I, de eerste graaf van Holland, omstreeks 925 de beenderen van de heilige Adelbert naar de kerk van Hallem had gebracht, circa anderhalve kilometer oostelijker, werd de plaats Egmond genoemd. In 922 (overgeleverd in een 13e-eeuws document) is sprake van Ekmunde. In dat jaar 922 geeft de Frankische koning Karel de Eenvoudige de kerk van Egmond met al het bijbehorende grondbezit in leen aan Dirk I, de eerste graaf van Holland. 9 Eind 10e eeuw is sprake van Egmunda. Begin 16e eeuw wordt het Egmond Binnen genoemd. Dit ter onderscheiding van de andere dorpen Egmond aan den Hoef en Egmond aan Zee. De toevoeging Binnen verwijst naar de ligging (land)inwaarts. De herkomst van de naam Egmond is onzeker. Vermoedelijk is het gerelateerd aan de ligging aan de ‘monding’ (mond) van een voormalig zeegat tussen Egmond en Bergen (Oer-IJ). Eg verwijst mogelijk naar de waternaam Egge of het Germaanse Agjô.10 Deze waterloop, een zijtak van de Rekere of mogelijk het IJ, stroomde ooit de zee in maar hiervoor is nooit bewijs gevonden.11
8 www.historischegmond.nl/egmond-binnen. 9 www.historischegmond.nl/egmond-binnen. 10 Van Berkel en Samplonius 2006, 120. 11 www.historischegmond.nl/egmond-binnen.
Pagina | 14
AM21325
Egmond-Binnen werd vooral bekend door de Sint-Adelbertabdij, een klooster en abdij. Het is de oudste abdij van Nederland en werd in de 10e eeuw opgericht. Het klooster heeft een wezenlijke rol gespeeld in de oorlog tussen de Hollanders en de WestFriezen en later over een groot gebied van West-Friesland. Tussen de 10e en 13e eeuw werden meerdere Hollandse graven begraven in de abdij. IN 1572 werd de abdij verwoest. Pas in 1935 was de nieuwbouw van de nieuwe abdij gereed. Op het oorspronkelijke abdijterrein, op circa 300 meter ten noordoosten van het plangebied, werden tijdens archeologisch onderzoek niet alleen sporen van de Buurtkerk en de Abdij en van bewoning uit die periode aangetroffen, maar ook nederzettingsresten uit de Romeinse periode (zie ook paragraaf 3.4). Het plangebied ligt ten zuiden van de historische kern van Egmond-Binnen en ligt binnen dezelfde geest (Noord-Bakkum) als het latere Egmond. De overdijking van de smalle strandvlakte naar de strandwal bij Limmen door de Zanddijk vond begin 12 e eeuw plaats. Echter moest de jonge duinvorming toen nog beginnen. Tijdens archeologisch onderzoek werden overstoven vroegmiddeleeuwse akkers blootgelegd. Het gehele gebied lijkt dus op een herontginning.
De systematische verkavelingsstructuur bij Egmond, tussen de Herenweg en de Limmerweg verwijst naar een ‘ontginningsgeest’.12 Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd door de Duitse bezetters een schijnvliegveld gebouwd in de Vennewaterspolder. Deze lag tussen Egmond-Binnen en Limmen. 13 Het is niet bekend of binnen of in de onmiddellijke omgeving van het plangebied oorlog gerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden. Dit is dus niet uit te sluiten.
Figuur 4. Uitsnede van de luchtfoto uit 1945 van de RAF. Op de kaart zijn meerdere kraters van bommeninslagen te herkennen in met name het oostelijke deel van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: www.library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf, vlucht 101, foto 3095). 12 www.cultureelerfgoed.nl (Agrarische landschappenkaart). 13 Van Blankenstein 2006, 95.
Pagina | 15
AM21325
3.4
Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden
Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting: categorie 3 (Bijlage 3). In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter) zijn volgens de gegevens uit Archis3 meerdere archeologisch monumenten en meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 2). Monumentnummer 1.882 Op circa 300 meter ten noordoosten van het plangebied ligt een terrein met sporen van een kerk en van bewoning. Tijdens onderzoek (opgraving) naar de Buurtkerk en de Abdij (1920-1924, 1938, 1941, 1947-1948) zijn op het abdijterrein ook Romeinse bewoningssporen vastgesteld; greppels, huisplattegronden en spiekers. Het aardewerk is voornamelijk in de 2de - 3de eeuw te dateren. Het terrein levert in wetenschappelijk opzicht een belangrijke bijdrage aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied. Er bevinden zich goed geconserveerde resten in de ondergrond. Monumentnummer 4.664 Terrein met sporen van bewoning direct ten zuidoosten van het plangebied. De vindplaats is gelegen op een oud duintje, dat later lijkt te zijn afgetopt (mogelijk als gevolg van verstuiving). Aan de flanken is veen aangetroffen. Een deel van het oude oppervlak is opgenomen in de bouwvoor, die in dikte varieert van 0,3 tot 0,45 meter. Er is geen duidelijke cultuurlaag te onderscheiden.
Mogelijk zijn de diepste sporen nog aanwezig. Op dit terrein bevinden zich redelijk geconserveerde sporen van bewoning die in wetenschappelijk opzicht een belangrijke bijdrage leveren aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied. Het terrein ligt op een zogenaamde geest en is, gezien het geringe aantal scherven, mogelijk in de middeleeuwen als akker in gebruik geweest. De abdij van Egmond ligt op dezelfde geest. Tijdens een veldkartering en booronderzoek in 1993 werd op 200-320 meter ten zuidoosten van het huidige plangebied handgevormd aardewerk uit de late ijzertijd-Romeinse tijd gevonden, Badorf en gedraaid aardewerk uit de vroege middeleeuwen en kogelpot en Pingsdorf aardewerk uit de (late) middeleeuwen (zaakidentificatie 3238148100, 3239209100 en 3237857100).14 Tijdens een archeologische begeleiding in 2013 door RAAP werd aan de zuidkant van het AMK-terrein, op 250 meter ten zuiden van het huidige plangebied, een akkercomplex uit de late bronstijd tot vroege ijzertijd en de late ijzertijd gevonden, bestaande uit enkele greppels, kuilen en paalkuilen. Akkers waren waarschijnlijk omzoomd met greppels en er werd gebruik gemaakt van een eergetouw bij het ploegen van de akkers. Naast aardewerk uit deze periode vond men twee fragmenten verbrand menselijk bot afkomstig uit een kuil.
De overige werkputten binnen dit AMK-terrein hebben vrijwel geen vergelijkbare vondsten opgeleverd. De reden daarvoor is dat die langs de huidige perceelgrenzen zijn aangelegd (hier werd de leiding aangelegd en vond de archeologische begeleiding plaats) en daarom in grote mate sprake was van recente verstoringen/sloten (zaakidentificatie 2415196100).15 Monumentnummer 11.032 Op circa 420 meter ten noordwesten van het plangebied ligt een terrein met sporen van bewoning uit verschillende perioden. Er zijn drie cultuurlagen aanwezig die van elkaar gescheiden zijn door schone zandlagen. Het terrein levert in wetenschappelijk opzicht een belangrijke bijdrage aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied en dient derhalve behouden te blijven. Monumentnummer 13.942 14 Soonius 1995 (RAAP rapport 73). 15 De Groot 2015 (RAAP rapport 2933).
Pagina | 16
AM21325
Historische kern van het dorp Egmond-Binnen op circa 370 meter ten noorden van het plangebied. Het betreft de handelsterp Hallum. De begrenzing van deze historische kern is bepaald op grond van de historische kaart uit 1849-1859, schaal 1:25.000. De archeologische waarde van historische kernen bestaat uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bouwhistorische resten en archeologische sporen en voorwerpen. Samen bevatten zij een veelheid aan historische informatie over de ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern. Onderzoeken en vondstmeldingen binnen het plangebied Zaakidentificatie 2116840100 In 2006 werd door NMF Erfgoedadvies een bureauonderzoek uitgevoerd. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy. Zaakidentificatie 2112482100 In 2006 werd door NMF Erfgoedadvies een bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt in het zuidelijk deel van het onderzoek van NMF Erfgoedadvies. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy. Zaakidentificatie 2288164100 In 2010 werd door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt in het centrale deel van het onderzoek van RAAP. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy. Zaakidentificatie 2398657100 In 2013 werd door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek uitgevoerd.
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de realisatie van een gesloten wateraanvoersysteem. Het plangebied ligt in het noordelijk deel van het onderzoek van RAAP. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
Zaakidentificatie 2261296100 In 2009 werd door RAAP een archeologische begeleiding uitgevoerd voor een omvangrijk gebied. Het omvat het westelijk van Egmond-Binnen gelegen buitengebied. Een strook in het noordelijke deel van het huidige plangebied valt hier binnen. Dit deelgebied F werd echter niet onderzocht.
Zaakidentificatie 3063260100
Omschrijving Registratie archeologische vondstmelding in 2001 van keramiek (baksteen) en complexen uit de nieuwe tijd. Het onderzoeksgebied van RAAP heeft betrekking op een locatie vanaf 825 meter ten oosten van het plangebied.
3004105100
Registratie archeologische vondstmelding in 1985 van keramiek (Paffrath: steelpan, Proto-steengoed, kogelpot, grijsbakkend gedraaid aardewerk, Pingsdorf geelwitbakkend), metaal en complexen uit de vroege middeleeuwen D tot nieuwe tijd vroeg. De vondsten zijn gedaan tijdens het rooien van het land tussen 1985 en1995. In begin jaren '90 is het land circa twee meter omgezet. Waarschijnlijk komen de vondsten hier vandaan. Het is niet bekend of het terrein geheel is omgezet. De vindplaats ligt in het zuidwestelijke deel van het plangebied (perceel 2473)
Tabel 1: Overzicht van Archismeldingen binnen het plangebied.
Pagina | 17
AM21325
Zaakidentificatie 4547781100
2947975100
Afstand Circa 150 m
Soort onderzoek AB door Hollandia
Omschrijving Tijdens dit onderzoek is aardewerk (Paffrath, Andenne, kogelpot) en metaal
ten N van het
Archeologie BV in
(messchede) uit de Romeinse tijd tot late middeleeuwen A.
plangebied
2017
Circa 320 m
Archeologische
ten W van het
inspectie in 1994
Vondst van Pingsdorf aardewerk uit de middeleeuwen
plangebied 2377678100
Circa 290 m
AB door
Vondst van een vroegmiddeleeuwse akker-/cultuurlaag, dierlijk bot, steen,
ten N van het
Cultuurcompagnie
bouwmateriaal, aardewerk en metaalvondsten uit de periode late
plangebied
Noord-Holland in
middeleeuwen – nieuwe tijd
2012 2415196100
Circa 350 m
AB door RAAP in
Vondst fragmenten handgevormd aardewerk en dierlijk bot (late bronstijd-
ten ZO van het
2013
vroege ijzertijd en late ijzertijd)
plangebied Tabel 2: Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 500 meter rond het plangebied.
3.5
Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal
In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 5)16 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied ligt ten zuiden van de historische kern van EgmondBinnen en maakt deel uit van een onbebouwd veld dat staat aangegeven als de Vennen Waters Polder. Westelijk grenzend aan het plangebied is de oude uitvalsweg Herenweg al te zien. Deze weg loopt vanuit de oude kern van Egmond-Binnen richting Bakkum en Castricum. Ook de Hogeweg, direct ten zuiden van het plangebied, en de Limmerweg, die door het plangebied loopt, zijn al bestaande wegen. Het plangebied ligt binnen enkele grote percelen die een enigszins andere vorm hebben dan in de huidige situatie. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)17 behorende bij het minuutplan, is het perceel in het westelijke deel als bouwland in gebruik. Alle andere percelen zijn als weiland in gebruik. Op de kaarten uit 1880, 1930 en 1950 (Figuur 6) is een grotendeels gelijke situatie te zien. Het plangebied is onbebouwd en is nu geheel als weiland in gebruik. Aan de Herenweg en aan de Limmerweg is sporadisch bebouwing aanwezig. Op de kaart uit 1980 blijkt de bebouwingskern van Egmond-Binnen geleidelijk aan te zijn uitgebreid in zuidelijke richting. Aan met name de westzijde van de Herenweg is meer bebouwing gerealiseerd.
Vanuit de Limmerweg is een zijweggetje ingetekend die door het plangebied loopt. Het plangebied is verder onbebouwd en als weiland in gebruik. Het plangebied blijft onbebouwd en wordt als bouwland in gebruik genomen. Het zuidwestelijke perceel (nummer 2473) wordt later als weiland in gebruik genomen. In het oosten grenzend aan het plangebied is deze eeuw een gaswinningslocatie gerealiseerd.
16 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Egmond-Binnen, sectie C, blad 1. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 17 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 18
AM21325
Figuur 5. Uitsnede van het kadastraal minuutplan uit 1811-1832, met in het rood bij benadering het plangebied aangegeven (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Pagina | 19
AM21325
Figuur 6. Uitsneden van historische kaarten uit de perioden 1880, 1930, 1950 en 1980. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: www.topotijdreis.nl).
Pagina | 20
AM21325
4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabij gelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Van oudsher vestigde de mens zich op de overgang van nat naar droog (gradiëntzones). Ten tijde van de jager-verzamelaars was de omgeving van het plangebied bewoonbaar. Er is geen tot onvoldoende informatie voorhanden over de aan- of afwezigheid van een dergelijke gradiëntzone in of nabij het plangebied. Op basis hiervan kan er derhalve geen nader gespecificeerde archeologische verwachting voor de periode gegeven worden. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum tot mesolithicum worden onderaan in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf deze perioden heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden.
Als gevolg van de zeespiegelstijging in het vroeg- en midden neolithicum vernatte de omgeving van het plangebied en lag de omgeving van het plangebied in een waddenlandschap. Dergelijke milieus zijn niet geschikt voor bewoning. Alleen op zandige oeverwallen van getijdengeulen kan sprake zijn geweest van gunstige bewoningsomstandigheden. Op basis hiervan geldt er lage verwachting voor de periode vroeg- tot midden neolithicum. Het plangebied bevindt zich op (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. Deze hoger gelegen strandwallen vormden een geschikte vestigingslocatie voor landbouw samenlevingen. De zandige bodem was makkelijk te bewerken en de (oude) duinen vormden relatief droge locaties tussen de zee en het ten oosten gelegen veenmoeras. Perioden waarin de strandwal bewoond was, worden gekenmerkt door (flauwe) grijsbruinkleuring ten gevolge van humusaanrijking. In de omgeving en op de dezelfde strandwallen zijn meerdere archeologische monumenten bekend waar nederzettingsresten en cultuurlagen zijn aangetroffen uit zowel de ijzertijd en Romeinse tijd (zie paragraaf 3.4). In het zuidoosten grenzend aan het plangebied bevindt zich een monument van hoge archeologische waarde bekend (monumentnummer 4.664).
Het betreft een terrein, gelegen op een (afgetopte) duin waar bewoningssporen en mogelijk begravingsresten bekend zijn uit de late bronstijd en een akkercomplex uit de late bronstijd tot de vroege ijzertijd en bewoningssporen uit de late ijzertijd – Romeinse tijd. De Herenweg (huidige N512), de westelijke begrenzing van het plangebied, verwijst dan ook naar een legerweg en handelsroute die een Romeinse oorsprong zal hebben. Voor het plangebied geldt daarom een hoge verwachting voor zowel nederzettings- als begravingsresten uit de periode late bronstijd – ijzertijd als nederzettingsresten uit de Romeinse periode. Resten worden onder de bouwvoor tot in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, botresten, natuursteen of gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Herenweg ten zuiden van de historische kern van Egmond-Binnen. Egmond-Binnen kent een nederzettingsgeschiedenis die teruggaat tot tenminste de vroege middeleeuwen (8e eeuw) als sprake is van Hallum. Deze kern ligt ten westen van de huidige kern, op circa 1 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Vanaf het begin van de 10e eeuw verschuift de kern in oostelijke richting en raakt de huidige naam Egmond in zwang.
Pagina | 21
AM21325
Deze kern ligt op circa 210 meter ten noorden van het plangebied. In en rondom de huidige kern zijn meerdere archeologische monumenten bekend waar nederzettingsresten en cultuurlagen zijn aangetroffen uit zowel de ijzertijd en Romeinse tijd en ook uit de vroege en de late middeleeuwen (zie paragraaf 3.4). Ook in het zuidoosten grenzend aan het plangebied is een monument van hoge archeologische waarde bekend (monumentnummer 4.664). Het betreft een terrein, gelegen op een (afgetopte) duin waar bewoningssporen bekend zijn van een akker/tuin en nederzettingsresten uit de vroege en/of late middeleeuwen evenals nederzettingsresten uit de late bronstijd, ijzertijd – Romeinse tijd. Een deel van het oude oppervlak is opgenomen in de bouwvoor, die in dikte varieert van 0,3 tot 0,45 meter. Er is geen duidelijke cultuurlaag te onderscheiden. Mogelijk zijn de diepste sporen nog aanwezig. De abdij van Egmond ligt op dezelfde geest. Uit historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste omstreeks 1800 onbebouwd was en in gebruik als weiland. In de 19e eeuw was een zuidwestelijk deel als bouwland in gebruik. Gezien de ligging direct bij een monument waar bewoningssporen uit de vroege en late middeleeuwen werden aangetroffen, wordt aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit de vroege tot en met de late middeleeuwen.
Het kan namelijk niet uitgesloten worden dat niet enkel sprake is van een akkercomplex. Op basis van de afwezigheid van historische bebouwing of cultuurhistorische elementen op historisch kaartmateriaal geldt er een lage verwachting voor de periode nieuwe tijd. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Archeologische vondsten en bewoningssporen kunnen bij een intact bodemprofiel van een eerdgrond en vlakvaagronden worden verwacht vanaf de onderzijde van de A-horizont. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo’n plaggendek in goede toestand worden aangetroffen.
Als gevolg van een mogelijke ontgraving van de strandwallen zullen mogelijk archeologische vondsten zullen verstoord zijn geraakt en niet meer in situ aanwezig zijn. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij vlakvaaggronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de hoge grondwaterstand (GWT IV) kunnen organische resten slecht bewaard blijven.
Pagina | 22
AM21325
Periode Laat-paleolithicum -
Landschap Zandlandschap
Verwachting Onbekend
mesolithicum
Verwachte kenmerken vindplaats Resten van kampementen,
Diepteligging sporen In de oorspronkelijke bodem
fragmenten vuursteen, natuursteen, gebruiksvoorwerpen
Vroeg-neolithicum -
Waddengebied
Laag
midden-neolithicum Laat-neolithicum-
Strandwal
Middelhoog
midden-bronstijd
Late bronstijd –
Strandwal
Hoog
Romeinse tijd
Nederzettingsresten, fragmenten
In de oorspronkelijke bodem, in de top
aardewerk, natuursteen,
van het Laagpakket van Wormer
gebruiksvoorwerpen
(Formatie van Nieuwekoop)
Nederzettings-begravingsresten,
Onder de bouwvoor tot in de top van de
fragmenten aardewerk, natuursteen,
strandwal
gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten Vroege
Strandwal
Hoog
Cultuurlaag, funderingsresten,
middeleeuwen –
natuursteen, fragmenten aardewerk,
late middeleeuwen
gebruiksvoorwerpen, sporen van
Nieuwe tijd
Strandwal
Laag
Onder bouwvoor
agrarische activiteiten, restanten wegen/paden
Tabel 3: Archeologische verwachting per periode
Bodemverstoring Voor zover bekend is het plangebied in de recente perioden onbebouwd gebleven en na 1980 grotendeels als bouwland in gebruik genomen. Mogelijk is verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen). In de gegevens bij een vondstmelding binnen perceel 2473 in het zuidwestelijke deel van het plangebied (zaakidentificatie 3004105100) wordt melding gemaakt dat in het begin van de jaren negentig het terrein circa twee meter is omgezet. Het is niet bekend of het terrein geheel is omgezet. Uit bestudering van laat 20e -eeuwse topografische kaarten blijkt dat in 1963 een maaiveldhoogte staat aangegeven van 2,3 meter +NAP ter plaatse van de noordelijke rand van het plangebied en 0,8 meter +NAP voor een locatie direct oostelijk van de Limmerweg. De huidige maaiveldhoogte ter plaatse van deze locatie bedraagt in de huidige situatie 1,88 meter +NAP. Een verschil van 0,42 meter. Het plangebied loopt echter in oostelijke richting af tot 0,92 meter +NAP. Deze laatstgenoemde hoogte correspondeert met de huidige maaiveldhoogte aldaar. Er lijkt zodoende nauwelijks tot geen sprake van afgravingen. Dat neemt niet weg dat er wel sprake is geweest van omzetting.
Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 21 juli 2021) zijn binnen het westelijk en centrale deel van het plangebied meerdere kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd (Figuur 7). In het zuidwestelijk deel (perceelnummer 2473) zijn waterleidingen aanwezig van het PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland.
Pagina | 23
AM21325
Figuur 7. Klic-melding van het plangebied (Bron: www.kadaster.nl).
Pagina | 24
AM21325
5. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek wordt duidelijk dat het plangebied in een dynamisch gebied ligt. Het plangebied ligt (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. Voor het plangebied geldt een (middel)hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de periode laat-neolithicum tot en met late middeleeuwen. Ten tijde van het opstellen van dit rapport is de diepte van de toekomstige bodemverstoring binnen het plangebied niet bekend. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte van tenminste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. Omwille van bovenstaande informatie wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit kan plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveaus vast te stellen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Bergen), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
Pagina | 25
AM21325
LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: ‘De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, de, H./ J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, H.J.A., 2011: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio’s, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Gemeente Bergen, 2013: Beleidsnotitie Archeologie Gemeente Bergen-NH, Bergen. Groot, de, R.W./ C.N.
Kruidhof, 2015: Graven door een agrarisch landschap uit de Brons- en IJzertijd: wateraanvoerproject 'EgmondZuid', gemeenten Castricum & Bergen; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding (protocol Opgraven), Weesp (RAAP rapport 2933). Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. Soonius, C.M., 1999: Woningbouwlocaties Tuitjenhorn en Warmenhuizen, gemeente Harenkarspel; een Aanvullende Archeologische Inventarisatie. RAAP-rapport 475. Stichting RAAP, Amsterdam. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Soonius, C.M., 1995: Herinrichtingsgebied Bergen-Egmond-Schoorl. Een archeologische kartering, inventarisatie en waardering, Amsterdam (RAAP rapport 73). Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 14 West eb 19 West, Wageningen. Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht. Pagina | 26
AM21325
Vos, P.L./de Vries S., 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.
Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl
RCE, Archis3, zoeken & vinden)
www.bagviewer.kadaster.nl
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)
www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Kadastraal minuutplan
www.cultureelerfgoed.nl
Bronnen en kaarten
https://geoapps.noord-holland.nl
Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland
www.historischegmond.nl
Stichting Historisch Egmond
www.pdok.nl
Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017), kadaster
www.ruimtelijkeplannen.nl
Bestemmingsplan
www.topotijdreis.nl
Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland
Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN3 en AHN4 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra 2009: Bodemkaart van Nederland,
schaal 1:50.000,
blad 19 West, Wageningen
UR
(Geraadpleegd via
UR
(Geraadpleegd
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra
2019:
Geomorfologische
kaart
van
Nederland,
schaal
1:50.000,
Wageningen
via
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Gemeente Bergen, 2013: Beleidskaart Archeologische verwachtingen gemeente Bergen, Bergen. Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal
1:
1:50
000
(2019).
Wageningen,
Wageningen
Environmental
Research
(geraadpleegd
via
https://legendageomorfologie.wur.nl/).
Pagina | 27
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied
AM21321
Bijlage 1: Topografische ligging onderzoeksgebied
N
AM21325 Egmond-Binnen Egmond-Binnen Zuid
Plangebied Achtergrond: TOP10 NL (nov 2016), AHN3 hillshade
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Schaal
aeres milieu
Bijlage 2 Archeologische gegevens cf. Archis 3
AM21321
Bijlage 2: Archeologische gegevens cf. Archis 3 AM21325 Egmond-Binnen Egmond-Binnen Zuid
Vondstlocaties
Complextype Depot
Visserij Infrastructuur Infrastructuur Scheepvaart (infrastructuur of scheepswrak)
Slagveld
Schaal
Complex onbepaald
Onderzoeksmeldingen Onderzoeksmeldingen
Graf (-veld)
Brug
Nederzetting
Vliegtuigwrak
Cultus / Heiligdom
Industrie / Nijverheid
Versterking of versterkte nederzetting Agrarische productie en voedselvoorziening Landbouw
(Water-) Molen Grondstofwinning
Archeologische Monumentenkaart Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Plangebied
N
aeres milieu
Bijlage 3 Beleidskaart Archeologische verwachtingen gemeente Bergen
AM21321
Bijlage 3: Gemeentelijke Archeologische (beleids)kaart AM21325 Egmond-Binnen Egmond-Binnen Zuid Schaal
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Plangebied
N
aeres milieu
Bijlage 4 Overzicht geomorfologische kaart
AM21321
Bijlage 4: Geomorfologische kaart Plangebied
Geomorfologie
AM21325 Egmond-Binnen Egmond-Binnen Zuid
N
Schaal
Binnendelta-vlakte Binnendelta-welvingen
Kustduinen met bijbehorende vlakten en laagten Strandwal Vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen water
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Getij-kreekbedding, zee-erosiegeul
aeres milieu
Bijlage 5 Overzicht bodemkaart
AM21321
Bijlage 5: Bodemkaart
N
AM21325 Egmond-Binnen Egmond-Binnen Zuid Schaal
Bodemkaart
Vlakvaaggronden Kalkhoudende zandgronden
Moerige gronden
Kalkhoudende duinvaaggronden
Moerige eerdgronden
Kalkhoudende vlakvaaggronden
Enkeerdgronden
Zeekleigronden
Hoge zwarte enkeergronden
Knippige poldervaaggronden
Kalkhoudende enkeergronden
Algemene onderscheidingen
Kalkloze zandgronden
Bebouwing
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
Plangebied
aeres milieu
Bijlage 6 Reliëfkaart
AM21321
Bijlage 6: Reliëfkaart AM21325 Egmond-Binnen Egmond-Binnen Zuid Plangebied
N
Schaal
AHN (meter NAP)
v1.0_17- 8 - 2021_LKr
.