bij 5 Memo ruimtelijke inpassing Duinweg 58-60 Schoorl.pdf
Tekst van het document
Memorandum inpassing Duinweg 60/58ZA
2
memorandum: inpassing Duinweg 60/58ZA opdrachtgever: fam Kraakman / fam van Hees datum: 10072023 ©2023 BDKL - niet voor publicatie ir Aart Bergsma bnt/bnsp Bureau de Klare Lijn stedenbouw & landschapsarchitectuur m 06 47 165 167 e bdkl@bdkl.nl
Memorandum inpassing Duinweg 60/58ZA Aanleiding 4 Veranderend landschap 6 Analyse 12 Inpassing 14 Bijlage 18
3
Aanleiding 58ZA 60
4
Aagtdorp, links de Postweg aan de duinvoet, rechts de slingerende Duinweg.
Memorandum bij opmerkingen ARKcie Provincie Noord Holland
Initiatief
Dit memorandum is reactie op de vragen vanuit de ARK, de achterliggende ontwerpopgave welke aan de basis lag van het advies van de erfconsulenten van Mooi Noord Holland. Het volgende is aangegeven:
De planuitwerking beslaat een gezamenlijke herontwikkeling van Duinweg 58ZA en 60 waarvoor eerder diverse plannen zijn gemaakt. In onderling overleg en in participatie met de buren is, mede in samenwerking met gemeente Bergen en de erfconsulenten van Mooi Noord Holland, tot een inrichtingsplan gekomen.
Hoe wordt rekenschap gegeven van de historie en ruimtelijke kenmerken van deze plek, in relatie tot de omgeving? Als antwoord wordt nu verwezen naar het al eerder aangeleverde en door ons beoordeelde advies van de ervenconsulent. We zien daarin weliswaar een aantal historische kaartjes onder elkaar, maar welke betekenis deze hebben voor en hoe ze doorwerken in de opzet en kwaliteit van het plan is niet helder. Als het gaat om een ruimtelijke analyse verwachten we ook uitspraken over zichtlijnen, ruimtelijke begrenzing, openheid versus beslotenheid etc. Daar wordt weinig of niets over gezegd. Graag zien we dus een aangescherpte historische en ruimtelijke onderbouwing. Dat hoeft niet in een compleet aangepast advies van de ervenconsulent, maar mag ook in een korte notitie. Daarnaast horen we graag meer over aard en omvang van de verharding in de huidige situatie, om deze beter te kunnen vergelijken met de nieuwe situatie.
Het plan betreft de sloop en herontwikkeling van diverse stallen en schuren, het splitsen van de stolp op nr 60 en de planologische inpassing van een woning op nr 58ZA. Bij deze ontwikkeling zullen de manegepaarden van de tegenoverliggende manege Poelenburgh verhuizen en wordt de bestemming van bedrijf (paardenhouderij met bedrijfswoning) omgezet naar wonen, met drie extra woningen en max 5 privé-stallen. Deze worden separaat van de manege opgezet en vallen binnen de hobby-boer regeling. De aanliggende weilanden blijven in gebruik als weidegang voor de paarden. Het plan voor het boerenerf wordt in samenhang met Duinweg 58ZA ontwikkeld, waar op termijn sloop en nieuwbouw is voorzien. Voor deze vernieuwde opzet is met de gemeente en initiatiefnemers een anterieure overeenkomst 5 gesloten.
Duinweg 60
Veranderend landschap
6
Gemeenschappelijke akkers op de geestgronden. Rondom deze akkers ontstond de eerste lintbebouwing en gehuchten. Beeld rond 1910, de duinen nog ‘kaal’.
Landschappelijke context Het plangebied bevindt zich in de binnenduinrand van Schoorl dat onderdeel uitmaakt van het Bijzonder provinciaal landschap Noord-Kennemerland. Het landschap bestaat uit een brede zone van strandwallen en -vlakten en een aantal kleinere droogmakerijen. Het landschap heeft als gevolg van de kustvormende processen een noord-zuid gerichte opbouw. Het bestaat uit hoger gelegen, zandige strandwallen, afgewisseld met lage, nattere strandvlakten. De noord-zuid gerichte strandwallen zijn nog steeds herkenbaar in het landschap. Door het kronkelige verloop van de wegen over de strandwallen en de bebouwing met vrij veel beplanting is het landschap kleinschalig en meer besloten dan op de strandvlakten. De strandwal langs de duinen heeft samen met de duinzoom een kleinschalig landschap van afwisselend open en beboste ruimten, hagen, singels en bebouwing. Het gebied wordt in de Leidraad
Landschap en Cultuurhistorie gewaardeerd om de volgende kwaliteiten: • • • • •
De zichtbare ontwikkelingsgeschiedenis in het landschap De openheid, doorzichten, duisternis en stilte van het landschap De natuurlijke waarden zoals duinrellen, weidevogelgebieden en zilte vegetaties De aanwezige historische structuurlijnen zoals het Noord-Hollandsch kanaal, de verkavelingsstructuren, dijken en vaarten. De aanwezige cultuurhistorische objecten zoals molens, stolpboerderijen, kloosters, kolonie-huizen en het WOII-erfgoed.
De landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing van de herontwikkeling wordt hierna in cultuurhistorisch en ruimtelijk perspectief geplaatst.
7
Dezelfde plek, ruim honderd jaar later. De vergraven geestgronden zijn nu in gebruik als paardenweide voor manege Poelenburg. De kale duinen inmiddels begroeid met bos.
Landschappelijke veranderingen De laatste eeuw is het landschappelijk en stedenbouwkundig beeld van Schoorl en Aagtdorp flink veranderd. In de periode daarvoor waren de occupatiepatronen betrekkelijk eenvoudig: op de scheidslijn tussen de droge -en veilige- duinen en natte strandvlakte settelde men zich rond de geestgronden. Op deze met duinzand overstoven vlakten werd geboerd. Kleine tuinderijen en akkers, gecombineerd met veeteelt op de grazige weiden op de strandvlakte en kleinschalige bebouwing bepaalden toen het beeld. Mettertijd verdichtte de los verspreid staande bebouwing zich tot lintbebouwing zoals aan de Duinweg en de Heereweg en in kleine buurtschappen als Aagtdorp. Gelijktijdig met de verdichting van de linten veranderde ook het landschap. De voorheen kale duinen werden begin vorige eeuw beplant met bos om het stuivende zand vast te leggen. Veelal dennen die voor productiehout dan wel in de mijnbouw werden gebruikt, maar ook de stichting van heerlijkheden en jachtgebieden voor de aristocratie vonden hier een plek. Duinweg 46. Kleine arbeiderswoningen en tuinderijen in de binnenduinrand. 8
Duinweg 50, voor de sloop en nieuwbouw omstreeks 1910, oude ansichtkaart.
Duinweg 50, bouw omstreeks 1915, beeld 1983 - regionaal beeldarchief
De landschappelijke dynamiek veranderde en de binnenduinrand kenmerkte zich meer en meer door lommerrijke bossen, van oudsher al een gewilde plek waar de gegoede burgerij uit de steden haar buitenhuizen en landgoederen ontwikkelden. Vele kleinschalige agrarische bebouwing werd mede door de technische vooruitgang en schaalvergroting in de landbouw omgevormd tot woonhuis of gesloopt en vervangen door grotere woonhuizen en buitens. Iets zuidelijker van Aagtdorp ontwikkelde zich in Bergen het villapark Meerwijk, een van de eerste projectmatige dorpsontwikkelingen. Geïnitieerd door tegelhandelaar Arnold Heystee die 5 jonge architecten de opdracht gaf 17 villa’s te ontwerpen. Zodoende ontwikkelde zich de ‘Bergense School’ een van de Amsterdamse school afgeleide architectuurstroming die zich laat kenmerken door gebogen rieten kappen, houten geveldelen en bijzondere metselverbanden. Waar Bergen een zekere lokale architectuurstroming ontwikkelde is dat voor Schoorl en Aagtdorp anders. Typerend is dat in de lintbebouwing zich een rijk gevarieerd architectonisch beeld heeft ontwikkeld, veelal op particulier Kleinschalige tuinderijen, zicht vanaf het duin naar Poelenburg, omstreeks 1930
Duinweg 61, ook wel ‘huize Jaap’ en de voormalige woning van de familie van Hees. Met onmiskenbare Art Deco invloeden uit begin vorige eeuw. 9
Villapark Meerwijk, ook omstreeks 1915, begin van de Bergense School
Vrijstaande villa’s en pensions in de binnenduinrand.
initiatief. Elk met een eigen individuele expressie en in verschillende bouwstijlen die goed de tijdsgeest weerspiegelen. Deze zogenoemde tijdsdiepte is kenmerkend voor de autonome ontwikkeling van de langgerekte dorpen in de binnenduinrand en bepaalt in hoge mate de ruimtelijke kwaliteit. In de kaartreeks is de dorpsontwikkeling goed te zien. Waar in 1850 de kleinschalige arbeiderswoningen en tuinderijen het beeld bepalen zet vanaf 1910 een landschappelijke verdichting in door bosaanplant en de ontwikkeling van grotere woningen en boerderijen. Rond deze periode werden ook diverse duinen afgegraven waarbij het zand in de industrie werd gebruikt (oa door glasblazerijen in Engeland) maar ook als ophoogzand en bij het dempen van grachten in Alkmaar. Zo ontstond ook de nu karakteristieke vlakke afzanding waarop de boerderij Hazendaal (1925) in een voor deze periode klassieke bouwstijl werd gebouwd, op de plek van eerdere bebouwing die is gesloopt.
1850
1910
1980
2002
10
Bosaanplant door de Heidemij rond de vorige eeuwwisseling zorgde voor een behoorlijke landschappelijke transformatie. In de luwte is het prettig toeven. In de kaartreeks is het ontstaan van dichte lintbebouwing, woonwijken en het opkomen van complexen met recreatiewoningen te zien. De afzanding rond Hazendaal blijft relatief leeg en vrij van bebouwing, tot 1995 wordt er geboerd. De bevolkingsgroei van de dorpen zette zich voort, waarbij op gegeven moment de –naoorlogse- bouw van woningen projectmatig werd opgepakt en versnelde. De diverse woonwijken tussen de oude kenmerkende occupatiepatronen van de lintbebouwingen zijn daar het resultaat van. De seriematige bouw maakt dat de architectonische diversiteit afnam. Na 1980 stokt de dorpsontwikkeling weer door een meer restrictief beleid. De open ruimten in de bebouwingslinten worden beschermd als cultuurhistorisch waardevolle geestgronden en de bos- en duingebieden kennen vanuit hun natuurfunctie een behoudend regime. De open ruimte is tegenwoordig in gebruik als weidegang voor manege van Poelenburgh, na het opheffen van
de melkveehouderij in boerderij Hazendaal. De oude koeienstallen zijn reeds verbouwd. Binnen de linten blijft het hele proces van vernieuwing, de iedere keer terugkomende cyclus van sloop en nieuwbouw, steeds weer voor nieuwe input zorgen. Wat dat betreft is de voorgenomen herontwikkeling op zich een logische volgende stap in dit proces waarbij, met respect voor het bestaande, nieuwe elementen worden toegevoegd. De tijdsdiepte komt tot uiting in verschillende bouwstijlen, elk kenmerkend voor de betreffende bouwperiode. De toevoeging van nieuwe bebouwing verdient dan ook aandacht, een moderne vertaling van klassieke vormen – schuren naast de stolp- is daarbij een logische voortzetting van de individuele ontwikkelingen in het lint.
11
Analyse
De afzanding is een van de spaarzame open ruimten langs de Duinweg. Het is een bijzonder gegeven in de historische landschappelijke ontwikkeling en dient dan ook conform de kernkwaliteiten van het BPL behouden en herkenbaar te blijven. Door het vergraven van de geestgronden liggen de woningen aan de Postweg nu duidelijk hoger dan de open ruimte. Van het historische geomorfologische/aardkundige profiel is door de afgraving niks meer over, er is een scherpe landschappelijke overgang ontstaan die op zichzelf weer een waardevolle cultuurhistorische karakteristiek oplevert. De Postweg vormt de scheidslijn met het duinmassief. Vanuit het zuidwesten gezien is een mooi diagonaal doorzicht over de vergraven zandvlakte mogelijk. Dit open zichtveld maakt de landschappelijke ontwikkeling hier heel expliciet ‘leesbaar’ en dient behouden te blijven. Ontwikkelingen op het boerenerf dienen zodoende compact te blijven om dit doorzicht, ook bezien vanuit de naastliggende vrijstaande woningen (in omgekeerde richting) te behouden. Langs de noordzijde van de open ruimte ligt een verwilderde boomgaard (achter Duinweg 50, familie van Hees). In deze lage, vlakke en wat natte open ruimte ligt een groene enclave met vrijstaand woonhuis en achterliggend arbeidershuis (nr 62 resp 62za). Oorspronkelijk gebouwd in 1900, nog voor
12
Links bebouwing aan de Postweg, uitzicht over de vergraven geestgronden. Door de vergraving is een onnatuurlijk scherpe scheidslijn ontstaan.
Recent verbouwde vrijstaande woning nr 62, het achterliggende arbeidershuisje is niet zichtbaar.
de boerderij, maar recent verbouwd en gemoderniseerd. De boerderij is de eerstvolgende vrijstaande bebouwing op een karakteristiek boerenerf. De dubbelstolp met woonhuis is een waardevol bebouwingselement, overigens geen monument, en typisch voor zijn bouwperiode. Helaas is de boerderij niet zo heel goed zichtbaar door de wat doorgeschoten haag aan de voor- en zijkant van het perceel, dat wordt met het inrichtingsplan hersteld. Na het boerenerf verdicht het profiel langs de Duinweg en liggen vrijstaande woningen op grote kavels op afstand van de weg, verstopt achter dichte bosschages. Voor de later nieuw te bouwen woning Duinweg 58ZA wordt ditzelfde principe aangehouden, waardoor het geen concurrentie aangaat met de dubbelstolp. Het maakt dat de boerderij, met een aanpast erfinrichtingsplan, de beeldbepalende bebouwing en sfeerbepaler blijft en daarmee het agrarische karakter van deze bijzondere plek onderstreept.
Zichtlijnen, door het erf compact te houden is de visuele impact beperkt.
Doorkijk richting de verwilderde boomgaard achter het te dicht begroeide boerenerf waarvan alleen de verbouwde stal met wolfseind zichtbaar is.
13
Inpassing
14
De huidige inritten van nr 60 resp 58ZA, deze vervallen en worden samengevoegd tot een gemeenschappelijke inrit op de erfgrens. De bebouwing van 58ZA ligt verstopt achter een dichte bossage.
D 2472
D 2941
56
weide
D 2297
1392,8m2
8
D 2173
A /Z 58
weide Du inw eg
Door de ervenconsulent is advies gegeven over de hiërarchie m.b.t. het ensemble van bebouwing, de locatie van de vrijstaande nieuwe woning, de aangepaste entree van het voorhuis/stolpboerderij en de tweede ontsluiting. Uitgangspunt is een versterking van het huidige erf waarbij wordt aangesloten bij de kenmerkende, traditionele indeling van bebouwing: een (stolpwoning) voor op het erf, een onbebouwd voorerf en bijgebouwen op het achtererf. Zowel de entree als de nieuwe woning krijgt een sobere en eenvoudige vormgeving. Uitgangspunt is het gebruik maken van streekeigen beplanting. (zie ook de bijlage)
wonen w-2(c)
De boerderij Hazendaal (1925) heeft momenteel een bedrijfswoning in het voorhuis en ook de oude stallen zijn reeds verbouwd. Dit blijft uiteraard behouden. In het kwadrant van de dubbelstolp– het nog niet verbouwde gedeelte – zijn twee extra woningen voorzien, met een nieuwe entree aan het achtererf. Door de inpassing van de twee woningen in de stolp dient de entree van zowel de bedrijfswoning als de nieuwe woningen te worden aangepast en vindt er een kleine tuingerichte uitbouw aan de achterzijde plaats.
handhaven bestaande rijbak 20x40
vb vb
1497,8m2
tuin wonen w-2(c)
60c 1042,8 m2
60/by y /b 60
60a 60b
Het perceel wordt kadastraal herverkaveld maar als een samenhangend erf ingericht. De bedrijfsbestemming – paardenhouderij- komt te vervallen. De oude stallen (in gebruik bij de tegenoverliggende manege Poelenburg, eveneens van fam Kraakman) en loods worden gesloopt. Ter plekke wordt een nieuw te bouwen woning gerealiseerd, opgebouwd uit twee schuurachtige elementen in een moderne architectuur. Er wordt een nieuwe stal/veldschuur gebouwd met maximaal 5 paardenboxen die dan binnen de hobbyboerregeling vallen. De nieuwe stallen behoren bij de woning(en) op het erf en niet meer bij de manege. De bestaande paardenbak blijft gehandhaafd.
60
62/ZA
60
15
D 2742
r
D 2126
D 2741
Du inwe g
Opvallend gegeven is de verdraaiing van de oriëntatie van bebouwing op het erf. Waar de boerderij, als hoofdgebouw, gericht is op de Duinweg ligt de overige, ondergeschikte, erfbebouwing georiënteerd op de verkaveling van de afzanding. Dit principe blijft gehandhaafd, de nieuwe bebouwing blijft binnen de bestaande achter-rooilijn en parallel aan het landpad en heeft zodoende geen impact op de bestaande zichtlijnen over de open ruimte. Doer de nieuwe opzet ontstaat zelfs een beter doorzicht en meer transparantie gezien vanaf de Duinweg.
vb
58/ZA
0 62
12 7
50 m
8
1392,8m2 D 2173
A /Z 58
Du inw eg
weide
wonen w-2(c)
vb
58/ZA handhaven bestaande rijbak 20x40
1497,8m2
tuin wonen w-2(c)
60c 1042,8 m2
60/by y /b 60
60a 60b
16 60
Erfinrichtingsplan
60
vb vb
Het plan is zo opgezet dat sloop en nieuwbouw in balans is. De footprint van oud en nieuw is nagenoeg gelijk (356m2 bestaand/te slopen opstallen versus circa 368m2 nieuwbouw). Qua terreinverharding is er een lichte toename op het erf, circa 90m2, waar tegenover staat dat het landpad geextensiveerd wordt en er inmiddels een drietal poelen zijn gegraven. De gebakken klinkers op het erf worden uiteraard hergebruikt bij de inrichting van het erf. De typische onregelmatige blokvorm van het erf blijft behouden, ook de kenmerkende verdraaiing van oriëntatie blijft. Deze verdraaiing zorgt voor een informele binnenruimte, waar parkeren een plek kan vinden en een beeldbepalende boom (1e orde) de ruimte aankleedt. De nieuw te bouwen vrijstaande woning is compact en heeft een kleinere footprint dan de huidige samengestelde volumes, er ontstaat zo meer transparantie op het erf. Voor de nieuw te bouwen vrijstaande woning is gekozen voor samengestelde schuurelementen, beide met een dwarskap ten opzichte van de Duinweg, waarbij zo veel mogelijk transparantie naar het achterliggende weiland (afzanding) en bosrand wordt nagestreefd. De nieuwbouw is zo veel mogelijk opzij geschoven waardoor het gemeenschappelijk erf meer ruimte krijgt. Onder de nieuwe vrijstaande woning wordt een parkeerkelder aangelegd. Vanwege de hellingbaan verschuift de inrit van het erf naar de zijkant van het perceel.
Hierdoor ontstaat ook voldoende ruimte om parkeren voor de nieuwe woningen informeel in te passen. De nieuwe woningen in de stolp krijgen een eigen opgang en voordeur aan het erf, het gemeenschappelijk ‘pleintje’. De nieuwe stal met paardenboxen, in de vorm van een veldschuur, is langs het af te waarderen landpad geprojecteerd. De tuin van de boerderij wordt daartoe iets verkleind. Dit bijgebouw kan gebruikt worden voor het hobbymatig houden van maximaal 5 paarden. Als sprake is van een hobbyboer mag de oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 1% bedragen van de bij de hobbyboer in gebruik zijnde gronden met een maximum van 300 m². In het onderhavige geval is sprake van 3,7 hectare grond. Het houden van maximaal 5 paarden in een bijgebouw is passend binnen de hobbyboerregeling.
De inritten van Duinweg 60 en 58ZA worden vanuit verkeerstechnische eisen samengevoegd in een nieuwe gezamenlijke oprit die op de erfgrens is gelegen. Daarbij kunnen de grote bomen aan de bestaande entree behouden blijven. De huidige inrit van 58ZA, gelegen aan de noordwestzijde van het perceel, komt te vervallen. Zo ontstaat een overzichtelijker situatie. Met het vervallen van die inrit ontstaat de mogelijkheid voor een nieuwe tweede inrit aan de zuidzijde van het perceel van Duinweg 60. Hier lag voorheen ook een dam, die wordt dan weer in ere hersteld. De huidige inrit ten zuiden van nr 62 komt voor gemotoriseerd verkeer te vervallen, het pad wordt afgewaardeerd. Het is van belang dat deze nieuwe inrit een onderdeel van het erf gaat uitmaken. Dit gebeurt door de inrit tegen het perceel aan te leggen en aan de buitenzijde van een bomenrij zonder ondergroei te voorzien. Zo wordt de klassieke erfbeplanting aangevuld en compleet gemaakt. De tweede inrit blijft ondergeschikt aan de hoofdentree van het erf. Bij grote evenementen op de manege kan het weiland nog steeds incidenteel als tijdelijke parking gebruikt worden. De hoge haag langs de voorzijde van de boerderij perceel wordt gesnoeid, de boerderij wordt zo weer stralend middelpunt op het erf. De voortuin is klassiek in zijn eenvoud; grasveld met enkele solitairen (fruit)bomen.
Op de erfgrens met nr 58AZ wordt een gemixte haag aangeplant met diverse inheemse soorten.
17
Bijlage Adviezen erfconsulenten Mooi Noord Holland Uit het advies van de erfconsulenten zijn de volgende karakteristieken van het Bergens boerenerf opgetekend: 1. Het erf heeft een onregelmatige blokvorm. In de loop der tijd is de erfvorm iets gewijzigd. 2. De greppel of duinrel die normaliter langs één of meer zijdelingse erfgrenzen lopen ontbreken hier, maar zijn er misschien ook nooit geweest. 3. Karakteristiek is dat de bebouwing parallel staat aan de zijdelingse perceelsgrens. Hier is de boerderij parallel aan de weg gebouwd. Het bijgebouw staat wel parallel aan de zijdelingse perceelsgrens 18 4. Traditionele indeling van het erf: (stolp)woning staat voor op het erf. De boerderij is normaal gesproken vanaf de openbare weg de blikvanger. Hier blokkeert de hoge haag langs het voorerf het vrije zicht op de boerderij grotendeels. Het voorerf is vaak onbebouwd en bepaalt het karakteristieke, groene vooraanzicht van het erf. De bijgebouwen staan op het achtererf. Op erven in de binnenduinrand staat vaak een hagen langs de voorzijde van het voorerf en die het voorerf van de weg scheidt. Het voorerf is representatief ingericht, maar vaak was er alleen een eenvoudig graslandje voor b.v. jongvee. Het achtererf is functioneel ingericht. 5. Erfranden met bomenrijen en hakhout of windsingels.
Zo’n bomenrij is aan de onderzijde vrij open, men kijkt onder de kruinen en tussen de stammen door. Op de grens van de weg en het voorerf staat vaak een geschoren haag. 6. De bijgebouwen staan meestal achter of schuin achter de boerderij en staan gelijk aan of achter de achtergevelrooilijn. De oprit ligt vaak in het
verlengde van het bijgebouw en daarom bestaat er geen zichtlijn over de oprit naar het achterliggende landschap. 7. Typisch is streekeigen erfbeplanting. Karakteristiek voor deze omgeving is het houthakbosje. Op dit erf treffen we naar streekeigen beplanting ook hoge hagen aan van Portugese laurier. Deze bieden wel beschutting maar zijn niet streekeigen. Advies ervenconsulent In het advies maakt de ervenconsulent onderscheid tussen de adviezen die gelden als randvoorwaarden voor uitvoering van de bouwplannen (bindende adviezen) en de aanvullende maatregelen die de eigenaar kan nemen voor een verdere kwaliteitsverbetering van erf, omgeving en natuur (niet-bindende adviezen). Hier volgen de bindende adviezen, gebaseerd op een eerdere inrichtingsschets. Bindende adviezen voor landschappelijk inpassing 1. Om een gezamenlijk ensemble van bebouwing te realiseren wordt geadviseerd om de nieuwe woning naar voren te halen zodat deze meer een eenheid vormt met de stolpboerderij. Eventueel zouden de volumes van de nieuwe woningen ten opzichte van elkaar verschoven kunnen worden. Hieraan is gehoor gegeven, waarbij de hellingbaan voor de parkeerkelder onder de woning als maatgevend wordt aangehouden. 2. Verwijder het parkeren langs de zijdelingse erfgrens. Parkeren is aan de achterzijde opgelost, buiten het zicht. 3.
De oplossingsrichting voor de nieuwe inrit wordt gevonden in het uitruilen van een inrit. De bestaande tweede inrit ten zuidwesten van het perceel wordt opgeheven en daarvoor in de plaats mag een nieuwe inrit gemaakt wordt aan de linkerzijde van het perceel. Wel is het van belang dat deze nieuwe inrit een onderdeel van het erf gaat uitmaken door de inrit tegen het perceel aan te leggen en aan de buitenzijde van een bomenrij te voorzien. Dit advies is overgenomen 4. De huidige inrit moet de hoofdentree blijven, daar moet het accent op liggen. De tweede inrit moet ondergeschikt en secundair zijn. Zo onop-
vallend mogelijk, bijvoorbeeld inrichten met klinkers, grastegels of grind. Deze suggestie is overgenomen, het pad wordt uitgevoerd als ‘karrenspoor’. 5. Met het realiseren van de tweede inrit moet de bestaande (tweede) inrit, het landpad, komen te vervallen. De verharding van het pad wordt verwijderd, het pad blijft alleen in gebruik als paardenpad tussen de verschillende weides 6. Houd de bestaande inrit zoals deze is met een informele parkeerruimte op het erf. Het erf kent geen vaste parkeervakken, die zijn informeel opgenomen in de erfverharding van gebakken klinkers. 7. Erfafscheidingen langs de voorerfrand en als erfafscheiding van de diverse tuinen bestaan uit lage hagen (max 1m hoogte) De voortuin wordt opnieuw ingericht, met lage hagen rondom, waarbij de boerderij en het voorhuis vanaf de weg weer goed zichtbaar zijn. De lage haag komt ook de verkeersveiligheid van de inrit ten goede 8. Er is geen erfafscheiding tussen huisnr. 60 en 60 b, of eventueel kan deze bestaan uit een eenvoudig laag hek van gaas. Waarvan akte 9. Op de erfafscheiding aan de oostelijke zijerfgrens wordt een zgn. struweelhaag geplant bestaande uit inheemse streekeigen soorten. Een haag als afscheiding is hier niet karakteristiek. Wordt overgenomen 10. De achtererfgrens blijft open. De achterzijde is gericht op de weiden en paardenbak en open van structuur 11.
Houd de nieuwe entree van de stolpboerderij sober en eenvoudig Wordt overgenomen 12. Parkeren voor het hoofdhuis vindt plaats op het achtererf in de veldschuur. De tweede inrit (landpad) geeft daar toegang toe. Wordt overgenomen Niet-bindende adviezen voor nog meer kwaliteit 1. Geadviseerd wordt om een asymmetrische kapschuur te maken waar deels paardenboxen in ondergebracht worden en deels het parkeren in opgelost kan worden. Wordt overgenomen, is nadere uitwerking architectuur 2. Voor de nieuwe woning wordt geadviseerd een eenvoudig, schuurachtig volume te realiseren met een simpele en sobere vormgeving. Wordt overgenomen, is nadere uitwerking architectuur, waarmee een duidelijk contrast tussen oud en nieuw wordt nagestreefd om zo tijdsdiepte aan de plek toe te
3. 4. 5. 6.
7.
voegen Geadviseerd wordt om de huidige bomenrij/haag langs de erfgrens uit te dunnen. Wordt overgenomen De tweede inrit zou uitgevoerd kunnen worden met een landhek. Wordt overgenomen Niet teveel pronk en sier in de voortuin, houd het rustig. Gebruikelijk voor de voortuin is gras met een enkele solitaire boom of heester. Wordt overgenomen Indien er beplanting wordt vervangen of toegevoegd, valt aan te bevelen om gebruik te maken van streekeigen beplanting. Streek eigenbeplanting ondersteunt het karakter van het landschap en zorgt voor ecologische waarde. Een volledig overzicht hiervan staat in de ervenhandboeken van Landschap Noord-Holland. Het veehouderserf is beschreven in het handboek voor de gemeente Bergen. Wordt overgenomen Stimuleer de biodiversiteit op het erf: probeer (inheems) soorten te selecteren die naast de sierwaarde ook waardevol zijn voor insecten, vogels en andere fauna. Zaai een stukje tuin in met een vlinder- en bijen-mengsel, hang nestkasten in de bomen en plaats een insectenhotel. Wordt overgenomen, er zijn inmiddels verschillende poelen gegraven in de weilanden, om de wateroverlast aldaar ietwat te verlichten en, en passant, een ecologische 19 meerwaarde te ontwikkelen.
20