bij 4. Nota zienswijzen concept mobiliteitsplan.pdf
Tekst van het document
Mocht dit uiteindelijk leiden tot specifieke voorstellen of realisatie, dan zal hier altijd voor worden geparticipeerd met inwoners/omwonenden. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 18 – Z24 201611 – Reactie inwoner omgeving Hoflaan (Bergen) Samenvatting. De indiener uit in deze zienswijze waardering voor het uitgebreide mobiliteitsplan en richt zich specifiek op het voorstel om het gebied rond de Ruïnekerk verkeersarm te maken. Het idee om verkeer langs de kerk en het huis met de pilaren te verbieden en het gebied exclusief toegankelijk te maken voor wandelaars wordt gesteund. Dit zou zowel de veiligheid als de uitstraling van het gebied verbeteren, vooral gezien de huidige onoverzichtelijke verkeerssituatie rondom het beeld van Roland Holst, waar auto's, fietsers en voetgangers elkaar vaak in de weg zitten. Daarnaast wordt opgemerkt dat het vermijden van doorgaand verkeer vanaf de kerk naar de Hoflaan de rust voor de bewoners van de Hoflaan zou bevorderen, aangezien er nu regelmatig te snel wordt gereden door het goede zicht op de Hoflaan. Voor toeleveranciers wordt een tijdslot, bijvoorbeeld tot 10:00 uur 's ochtends, voorgesteld, zoals gebruikelijk in andere steden en dorpen. Het verkeer door de Kerkstraat richting het Plein zou volgens de indiener wel mogelijk kunnen blijven. Beantwoording. Het college bedankt de inwoner voor de positieve reactie.
De beantwoording van Zienswijze 4 – Z24 199144 geeft inhoudelijk al meer informatie over het voornemen om in de directe omgeving van de Ruïnekerk de kansen te benutten om wegen autovrij te maken en een voetgangersgebied te creëren. Het voorstel van de indiener over een tijdslot voor toeleveranciers wordt niet overgenomen in het mobiliteitsplan. Het college stelt in het mobiliteitsplan dat we binnen de gemeente Bergen met relatief kleine kernen te maken hebben en hier geen proactieve houding in nemen, maar vooral aansluiten bij initiatieven vanuit de regio. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 19 – Z24 201743 – Reactie inwoner Bergen Samenvatting. De zienswijze op het concept Mobiliteitsplan van de gemeente Bergen waardeert het plan als een duidelijke en richtinggevende basis voor nieuw beleid, met veiligheid en gezondheid
als prioriteiten. Er is lof voor de beleidskeuze om de snelheid op stroomwegen aan te passen naar 30 km/uur op plekken met onvoldoende ruimte voor 50 km/uur, mits de inrichting wordt aangepast. Dit zal de verkeersveiligheid en leefbaarheid verbeteren, zoals op de Duinweg/Heereweg tussen Bergen en Groet, wat autoverkeer naar de N9 kan verplaatsen. De indiener maakt echter enkele kanttekeningen: 1. Provinciale weg Castricum-Egmond ad Hoef: Deze is ontworpen voor 100 km/uur, wat niet past bij het beleid. Er wordt gepleit voor een herinrichting naar 60 km/uur om oversteekbaarheid en geluidsoverlast te verbeteren. 2. Fietsnetwerk: De ontbrekende schakel tussen Bergen en Heiloo wordt onterecht als recreatief aangeduid en zou onderdeel van het hoofdfietsnetwerk moeten zijn. 3. Nesdijk: Hier wordt 30 km/uur aanbevolen in plaats van 50 km/uur, ondanks aanwezige fietspaden, om sluipverkeer te verminderen en oversteken veiliger te maken. 4. Voetpaden in verblijfsgebieden: Het ontbreken van voetpaden wordt als oncomfortabel ervaren, vooral voor ouderen. Ongevallendata zouden kunnen bepalen of dit daadwerkelijk problematisch is. 5. Jan Oldenburglaan: De geplande parkeergarage ontsluiting verhoogt verkeersdruk en belemmert een autovrije inrichting, in strijd met de doelen van het plan. 6.
Kleine opmerkingen: Suggesties voor 45-graden trottoirbanden om fietsongevallen te verminderen en snelheidsremmers bij kruisingen met langzaam verkeer. De zienswijze benadrukt de noodzaak van consistente inrichting met beleidsdoelen en vraagt om verdere verfijning van het plan op bovengenoemde punten. Beantwoording. Het college zal de opmerkingen van de indiener per punt behandelen. 1. De provinciale weg tussen Castricum en Egmond aan den Hoef is tijdens de analyse van de huidige situatie duidelijk naar voren gekomen en het kruispunt met de Sint Adelbertusweg is in het laatste thema (lokale knelpunten) van het mobiliteitsplan ook concreet opgenomen als knelpunt. Het college zal zich inzetten om de samenwerking op te zoeken met de provincie Noord-Holland zodat het kruispunt van de provinciale weg met de Sint Adelbertusweg beter en veiliger wordt ingericht. Dit kan ook haalbaar zijn met korte termijn maatregelen. 2. De ontbrekende schakels zijn niet per definitie ingetekend als missende recreatieve schakels. Na realisatie van potentiële fietsverbindingen zullen de verbindingen worden opgenomen in het netwerk en worden getoetst aan de gestelde eisen van de verschillende typen die zijn gespecificeerd in het fietsbeleidsplan (Pak de Fiets, 2016). 3. Het college houdt de opgenomen redenatie aan voor het implementeren van de GOW30 in het wegennetwerk van de gemeente Bergen.
Dit is het invoeren van 30 km/uur op de zogenaamde gebiedsontsluitingswegen waar gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer niet van elkaar kunnen worden gescheiden. Zoals wordt gesteld in het plan zal er door middel van monitoring worden gekeken of ongewenste effecten optreden op andere (parallelle) routes zodat er zo nodig aanvullende maatregelen kunnen worden opgenomen. 4. Het college heeft eisen opgenomen in het mobiliteitsplan voor infrastructuur van voetgangers zodat de belangen van voetgangers maar ook minder valide personen bij herinrichtingsplannen of bij het aanleggen van een nieuwe woonwijk al serieus worden meegenomen in de ontwerpfase. Ongevallencijfers worden hierin ook meegenomen. 5. Het project om de verblijfskwaliteit in de Jan Oldenburglaan te verbeteren zal gekoppeld worden aan de verdere herinrichting van het centrum van Bergen. Op deze manier wordt er integraal gekeken naar de wensen op het gebied van verblijfskwaliteit en kunnen effecten tegen elkaar worden afgewogen. 6. De laatste twee suggesties (trottoirbanden van 45 graden en snelheidsremmers op gebiedsontsluitingswegen) worden overwogen bij herinrichtingen of als de maatregelen worden
gevraagd vanwege een verkeersonveilige wegsituatie. Dit wordt niet specifiek opgenomen in het mobiliteitsplan. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 20 – Z24 201753 – Reactie BIZ Bergen Samenvatting. De ondernemersvereniging BIZ Bergen benadrukt dat het belang van ondernemers centraal moet staan in het mobiliteitsplan voor het centrum van Bergen, omdat zij essentieel zijn voor een levendig winkelgebied. Bergen heeft een vergrijzende bevolking, waardoor veel inwoners afhankelijk zijn van de auto voor dagelijkse activiteiten. Het behoud van parkeervoorzieningen dichtbij winkels en een goede toegankelijkheid voor mensen met beperkte mobiliteit zijn daarom van groot belang. Het plan moet daarnaast een balans vinden tussen auto’s en fietsen, waarbij zowel brede trottoirs als veilige fietspaden bijdragen aan een leefbaar centrum. Het stimuleren van openbaar vervoer, met regelmatige en toegankelijke verbindingen, kan de afhankelijkheid van auto’s verminderen, vooral voor ouderen. Tegelijkertijd blijft geluidsoverlast in het centrum een probleem. Sportieve rijders veroorzaken hinder met snel rijden, hard optrekken en driften. Oplossingen zoals drempels, wegversmallingen en betere handhaving kunnen dit verminderen. De ondernemers maken zich ook zorgen over de economische impact van een autoluw beleid, dat omzetdalingen kan veroorzaken doordat bezoekers uitwijken naar locaties met betere parkeervoorzieningen.
Dit probleem is al zichtbaar rond de Ruïnekerk en op de Jan Oldenburglaan, waar ondernemers omzetverlies rapporteren tijdens afsluitingen. Het is cruciaal om toegankelijkheid en economische vitaliteit in balans te brengen, met bijvoorbeeld beter parkeerbeheer en kortparkeervoorzieningen dicht bij winkels. Bergen aan Zee wordt genoemd als een belangrijk onderdeel van de bezoekersstroom naar Bergen. Hoewel het stimuleren van fietsen naar het strand positieve effecten kan hebben, mag dit niet ten koste gaan van het centrumbezoek. Door Bergen in te richten als overstapplaats, met transferia en een goed georganiseerde kustbus, kan deze stroom beter worden geregeld. Ook wordt een combikaart voorgesteld die parkeerkosten combineert met korting op openbaar vervoer. De BIZ benadrukt dat het essentieel is om al deze factoren mee te nemen bij de verdere ontwikkeling van het mobiliteitsplan, om zowel de belangen van ondernemers als de leefbaarheid van het centrum van Bergen te waarborgen. Beantwoording. In de uitvoeringsagenda van het mobiliteitsplan neemt het college een participatietraject op voor de inrichting van de omgeving Ruïnekerk als voetgangersgebied. Ook de BIZ Bergen is welkom om te participeren. Het mobiliteitsplan geeft verder aan dat principes als effecten op bereikbaarheid en de algehele parkeersituatie van belang zijn bij de uitwerking.
Het college is het dan ook eens met de stelling dat het van belang is om een evenwicht te vinden in de toegankelijkheid van Bergen en de leefbaarheid van Bergen. Naast het participatietraject zet het college zich in voor het behoud van de kustbus naar Bergen aan Zee en het beter communiceren van de verschillende bestaande transferium opties in de gemeente. Het voorgestelde Scholtenterrein is op dit moment niet beschikbaar als plek voor een eventueel transferium. De overige suggesties op gebied van toegankelijkheid, leefbaarheid en geluidsoverlast neemt het college mee in de uitvoering van het mobiliteitsplan. Ook staat het grotendeel van de suggesties als uitgangspunt opgenomen in het mobiliteitsplan zelf. Voor parkeerbeheer wijst het college op het vigerende parkeerbeleidsplan (2021) van de gemeente Bergen. Het mobiliteitsplan heeft raakvlak op het parkeerbeleid met de thema’s overstappunten en parkeren voor toeristen en vitale kernen, maar ook de uitgangspunten van het parkeerbeleid blijven staan.
Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 21 – Z24 201801 – Reactie inwoner gemeente Bergen Samenvatting. De zienswijze complimenteert het mobiliteitsplan als mooi en helder, maar geeft enkele aandachtspunten mee ter verbetering: 1. Veilige route door de duinen: De wens van inwoners van Schoorl voor een veilige fietsroute door de duinen, aansluitend op de Postweg naar het centrum, is niet meegenomen. Dit kwam naar voren in een enquête die is uitgezet door Schoorl Community. 2. Trends: Het plan richt zich te veel op landelijke trends zoals deelauto’s, die weinig relevant zijn voor de gemeente. In plaats daarvan is er een lokale trend van (jong) volwassenen die thuis wonen, wat leidt tot meer druk op parkeerplaatsen door huishoudens met meerdere auto’s. 3. Parkeren: Het plan besteedt onvoldoende aandacht aan de effecten op parkeren. Veel mensen zoeken eerst gratis parkeerplaatsen, wat leidt tot meer verkeersbewegingen in woonwijken en dorpscentra. 4. Fietsparkeren en oplaadpunten: Het ontbreken van bewaakte fietsparkeerplaatsen en voldoende oplaadpunten voor elektrische fietsen is een gemis in het mobiliteitsplan. De zienswijze benadrukt de noodzaak van meer focus op lokale behoeften en parkeervoorzieningen. Beantwoording. Het college behandelt de opmerkingen van de indiener per punt. 1. De wens van de indiener is duidelijk en ook door het college overwogen.
Echter is de keuze gemaakt om de gehele Duinweg, dus ook tussen Schoorl Centrum en de Postweg, veiliger te maken voor de fiets. Dit is een bestaande verbinding waar het college voorstelt om de weg te categoriseren als GOW30. Daarbij komt dat de provincie de Duinweg ook ziet als aan schakel in de Doorfietsroute. In de uitvoeringsagenda wordt daarom ook een project opgenomen om samen met de provincie te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de Duinweg veiliger te maken voor fietsers. 2. Het mobiliteitsplan van de gemeente Bergen fungeert als een beleidsplan waar al het bestaande beleid, zoals het parkeerbeleid (2021) en de nota parkeernormen 2020) van de gemeente Bergen, onder komt te hangen. Het mobiliteitsplan heeft uiteraard raakvlak op het parkeerbeleid met de thema’s overstappunten en parkeren voor toeristen en vitale kernen, maar ook de uitgangspunten van het parkeerbeleid blijven staan. 3. Zie beantwoording punt twee. 4. Het college gaat in het thema ‘overstappunten en parkeren voor toeristen’ in op bewaakte fietsenstallingen en is voornemens een pilot op te starten om dit te verkennen. Het fietsbeleidsplan van de gemeente Bergen (Pak de Fiets, 2016) stelt verder dat het college niet actief inzet op het plaatsen van elektrische oplaadpunten voor elektrische fietsen. Dit wordt alleen gedaan als er een specifieke behoefte is op bepaalde plekken.
Vooralsnog is dit niet het geval. De actieradius van elektrische fietsen is enorm toegenomen en mocht het toch nodig zijn om de accu op te laden zijn er mogelijkheden bij restaurants of hotels. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 22 – Z24 201804 – Reactie LTO Noord-afdeling Kennemerland-Zaanstreek Samenvatting. De LTO Noord-afdeling Kennemerland-Zaanstreek heeft met belangstelling kennisgenomen van het concept-Mobiliteitsplan van de gemeente Bergen en waardeert de aandacht die daarin wordt besteed aan landbouwverkeer, met name binnen thema 5: ‘Aanvullende speerpunten en aanpak lokale knelpunten’. Ze benadrukken dat een goede en veilige doorstroming
van landbouwverkeer essentieel is voor een gemeente met een groot en divers landelijk gebied, zoals Bergen. LTO Noord spreekt haar waardering uit voor de ondersteuning van de gemeente bij het streven om de Ring Alkmaar opnieuw open te stellen voor landbouwverkeer. Tijdens de renovatie van de Leeghwaterbrug werd de Ring tijdelijk opengesteld, wat leidde tot een merkbare verbetering in verkeersveiligheid en doorstroming doordat landbouwvoertuigen niet meer door stedelijke en dorpskernen hoefden te rijden. Het niet continueren van deze openstelling wordt gezien als een gemiste kans. LTO Noord roept op tot een gezamenlijke lobby om wegbeheerders te overtuigen van de voordelen van heropening. Daarnaast merkt LTO Noord op dat het Mobiliteitsplan geen overzicht bevat van de routes die landbouwverkeer momenteel gebruikt. Een dergelijke routekaart is volgens hen belangrijk om inzicht te krijgen in de verkeersbewegingen en om deze routes te betrekken bij discussies over wegcategorisering, herinrichting van wegen en snelheidsremmende maatregelen. Ze benadrukken dat deze aspecten direct van invloed zijn op de doorstroming en veiligheid van landbouwverkeer. LTO Noord verzoekt de gemeente om een routekaart op te nemen met wegen die door landbouwverkeer worden gebruikt en bij de verdere planvorming rekening te houden met de specifieke kenmerken en wensen van landbouwvoertuigen.
Ze wijzen erop dat dit cruciaal is om een veilige doorstroming van het landbouwverkeer in de toekomst te waarborgen, vooral als deze wegen worden heringericht of van wegcategorie worden veranderd. De LTO Noord heeft een bijlage toegevoegd waarin kenmerken van landbouwvoertuigen (incl. afmetingen) en inrichtingseisen van wegen waar landbouwvoertuigen op aanwezig zijn, zijn opgenomen. Tot slot biedt LTO Noord aan om hun reactie mondeling toe te lichten en zien zij uit naar een reactie van de gemeente Bergen op hun verzoeken en suggesties. Beantwoording. Het college is te spreken over het feit dat de LTO de tijd heeft genomen om 1) deel te nemen in het participatieproces en 2) een zienswijze in te dienen op het concept mobiliteitsplan. Zoals aangemerkt in de zienswijze gaat het college in overleg met de gemeente Alkmaar en overige regionale partijen om de ontheffing van landbouwverkeer op de ringweg van Alkmaar te heroverwegen. De LTO geeft verder aan dat ze een routeoverzicht voor het landbouwverkeer in de gemeente Bergen missen in het mobiliteitsplan. Het college wil benadrukken dat landbouwverkeer een plek heeft gekregen in het mobiliteitsplan en dat onder andere de wegencategorisering ook geldt voor landbouwvoertuigen. Landbouwvoertuigen zullen vooral aanwezig zijn op de polderwegen.
In de wegencategorisering zijn deze wegen aangegeven als de erftoegangswegen buiten de bebouwde kom waar een snelheidsregime geldt van 60 km/uur (ETW60). De polderwegen moeten daarom toegankelijk blijven voor landbouwvoertuigen en goed worden ontsloten. Zoals de LTO aangeeft is het vanwege verkeersveiligheids- en doorstromingsredenen niet wenselijk om landbouwvoertuigen door stedelijke en dorpskernen te laten rijden. Dit moet dan ook zoveel mogelijk worden voorkomen. Bij reconstructies en herinrichtingen van wegen worden ontwerpeisen van alle aanwezige verkeersdeelnemers meegenomen, dus ook voor landbouwverkeer. Dit geldt ook bij de voorgestelde implementatie van de GOW30. Een routekaart voor landbouwverkeer is om de genoemde redenen overbodig. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 23 – Z24 201947 – Reactie inwoner omgeving Schoutsakker (Schoorl) Samenvatting. De indiener benadrukt dat het concept beleidsplan veel aandacht geeft aan veiligheid en bereikbaarheid, wat positief is. Er wordt echter een aandachtspunt ingebracht voor de situatie op de Schoutsakker in Schoorl. Deze straat voldoet niet aan de inrichtingseisen van een 30 km-zone, wat leidt tot verkeersonveiligheid en overlast. Aandachtspunten en aanbevelingen:
▪
Borden aan de verkeerde kant geplaatst. De 30 km/u-borden staan links van de weg, terwijl plaatsing aan de rechterzijde mogelijk en gewenst is. Dit kan eenvoudig aangepast worden. ▪ Geen snelheidsremmende maatregelen. De straat oogt als een 50 km-weg door het ontbreken van visuele en fysieke snelheidsremmers. Dit ontmoedigt automobilisten om zich aan de snelheid te houden. ▪ Overmatig verkeer en foutparkeren. De straat wordt intensief gebruikt als sluiproute en parkeerlocatie voor bezoekers en personeel van nabijgelegen vakantieparken, wat zorgt voor onnodige verkeersdruk en foutparkeren. ▪ Onveilige situatie voor fietsers, vooral kinderen. De straat is een belangrijke fietsroute voor schoolgaande kinderen, aangezien andere wegen als onveilig worden gezien. Dit vraagt om extra aandacht voor de inrichting van de Schoutsakker als veilige fietsroute. Voorstellen: ▪ Plaats de borden correct aan de rechterzijde van de weg. ▪ Voeg halverwege de straat een herhalingsbord toe. ▪ Neem snelheidsremmende maatregelen om de straat visueel in te richten als 30 km-zone. ▪ Overweeg éénrichtingsverkeer vanaf de Voorweg, wat zorgt voor minder verkeer en meer veiligheid. Aanvullend: Er wordt gevraagd om de plannen voor de herinrichting van de nabijgelegen Idenslaan te overwegen. Hier is sprake van eenzelfde aandachtspunt, waarbij verduidelijking van de 30 kmzone belangrijk is. Beantwoording.
Zie beantwoording Zienswijze 6 – Z24 200397 voor wat betreft de inrichting, de suggestie voor het eenrichtingsverkeer en de veronderstelde parkeeroverlast. Het college benadrukt dat het mobiliteitsplan gaat over het de gehele gemeente en dus ook over het gehele gemeentelijke wegennetwerk. Specifieke op- en aanmerkingen over straten en bebording in deze straten zullen niet worden opgenomen in het mobiliteitsplan. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 24 – Z24 201951 – Reactie inwoners omgeving Hoeverweg (Egmond aan den Hoef) Samenvatting. De indiener vraagt aandacht voor de onveilige verkeerssituatie op de Hoeverweg (N512) tussen de gemeentegrens met Alkmaar en de rotonde bij de Kalkovensweg in Egmond aan den Hoef. De weg wordt dagelijks intensief gebruikt door bewoners en bezoekers, maar kampt met ernstige problemen die de veiligheid in gevaar brengen. Zo is de verlichting ontoereikend, waardoor het zicht in de avond en nacht slecht is, en wordt de maximumsnelheid van 80 km/u vaak overschreden, wat leidt tot gevaarlijke situaties en ongevallen. De wisselende snelheidslimieten en configuratie van de rijbanen zorgen bovendien voor verwarring. Het inhaalverbod op de Hoeverweg wordt regelmatig genegeerd, wat bijdraagt aan risicovolle situaties zoals spookrijden. Daarnaast zijn de oversteekplaatsen bij de Kolonel Sneepweg en Hoeverweg 15 bijzonder gevaarlijk door slecht zicht en complexe inrichting. Bewoners hebben moeite om veilig de weg op te komen vanuit hun uitritten vanwege de hoge snelheden en beperkte zichtlijnen. Het fietspad naast de weg is eveneens onveilig door grote snelheidsverschillen tussen fietsers en bromfietsers. De indiener benadrukt dat politiecijfers een stijging van ongevallen tonen, wat de ernst van de situatie onderstreept. Ook de gemeente heeft eerder erkend dat de Hoeverweg onveilig is.
Om de veiligheid te verbeteren, wordt dringend verzocht om maatregelen zoals betere verlichting, veiligere oversteekplaatsen, verlaging van de maximumsnelheid en verscherpte handhaving. De indiener vraagt deze punten op te nemen in het gemeentelijke mobiliteitsplan en door te sturen naar Provinciale Staten.
Beantwoording. Het college ziet de Hoeverweg als belangrijke schakel in het wegennetwerk van de gemeente Bergen. De weg is echter in eigendom en beheer van de provincie Noord-Holland, waardoor een inhoudelijke reactie vanuit het college op alle aangegeven punten niet wenselijk is. De provincie Noord-Holland is de aangewezen instantie om inhoudelijke reacties te geven op suggesties, verbeterpunten en overige feedback die gaan over hun wegen. Het college verwijst de indiener door naar de provincie Noord-Holland om verder in gesprek te gaan over de voorgestelde maatregelen op de N512. In het mobiliteitsplan heeft het college opgenomen dat de verbinding Kolonel Sneepweg een belangrijke ontbrekende schakel is in het fietsnetwerk. Een voorwaarde voor het realiseren van de verbinding is dat de provincie een verbeterde oversteekmogelijkheid voor de fietser op de Hoeverweg realiseert. Dit is waar het college zich in de uitvoering van het mobiliteitsplan voor in gaat zetten. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 25 – Z24 201970 – Reactie inwoners omgeving Negen Nessen (Bergen) Samenvatting. De zienswijze van Vereniging De Negen Nessen en de Commissie Bergen Oost op het concept mobiliteitsplan Bergen 2025 benadrukt dat het plan te algemeen blijft en concrete keuzes en maatregelen mist. Hoewel men het samenhangende perspectief op mobiliteit waardeert, wordt het mobiliteitsplan meer gezien als een leidraad dan een actiegericht plan. Belangrijke zorgen en voorstellen zijn: 1. Dijk- en landwegen: de vereniging en de commissie pleiten voor een eenduidige visie en maatregelen op dijk- en landwegen. Het gebrek aan duidelijke oplossingen voor sluipverkeer en knelpunten op smalle wegen, zoals de Zuidlaan, wordt genoemd. Men stelt voor deze wegen voor doorgaand verkeer af te sluiten. 2. Onveilige kruising Churchilllaan-Landweg: De verkeersdrukte en onveiligheid op deze kruising vragen om concrete maatregelen zoals snelheidsbeperkingen, een rotonde of cameratoezicht. 3. Veilige fietsinfrastructuur: Er wordt gepleit voor een gescheiden snelfietspad op de Churchilllaan, zodat de Zuidlaan in de Negen Nessen een wandelpad blijft, veilig voor kinderen en voetgangers. 4. Zuidlaan als wandelpad: De Zuidlaan moet geen onderdeel van het fietsnetwerk worden vanwege veiligheidsrisico's door snel fietsend verkeer zoals e-bikes.
Dit is volgens de vereniging in strijd met de uitgangspunten van het mobiliteitsplan, die voetgangers en kwetsbare groepen prioriteren. 5. Ontsluitingswegen en verkeersdruk: De huidige ontsluitingswegen (Kogendijk en Bergerweg) zijn onvoldoende, en alternatieve toegangswegen en parkeerhubs worden voorgesteld. Een autoluw centrum wordt bepleit. De vereniging herhaalt eerdere input en roept op om deze aandachtspunten concreet te verwerken in het mobiliteitsplan. Zij benadrukken het belang van een uitvoeringsagenda en wensen een participatieproces waarin bewonersideeën daadwerkelijk worden vertaald naar maatregelen. Beantwoording. Het college beantwoordt de zienswijze per aangegeven voorstel. 1. Voor wat betreft het standpunt van het college op dijk- en landwegen (of wel polderwegen), zie beantwoording zienswijze Z24 201475. 2. Het kruispunt van de Chruchilllaan met de Landweg is vanuit de analyse die het college heeft uitgevoerd voor het opstellen van het mobiliteitsplan niet als (verkeersveiligheids-)knelpunt naar voren gekomen. De analyse is gebaseerd op de huidige inrichting, ongevallencijfers, snelheidsstatistieken en de knelpuntenlijst uit de enquête. Het college ziet daarom ook geen
reden om maatregelen te treffen op dit kruispunt. Wanneer de wegen in aanmerking komen voor groot onderhoud (bijv. in combinatie met rioolonderhoud) of wanneer er door nieuwbouw reden voor is, wordt het kruispuntvorm geëvalueerd en zo nodig heroverwogen. 3. Voor wegontwerp volgt het college de inrichtingseisen van het CROW en bestaand beleid zoals het fietsbeleidsplan (Pak de Fiets, 2016). De Churchilllaan is gecategoriseerd als ETW waar het niet nodig wordt geacht om vrij-liggende fietsvoorzieningen te realiseren. 4. Voor wat betreft het standpunt van het college over de Zuidlaan, zie beantwoording zienswijze Z24 201318/Z24 201477. 5. In de thema’s ‘overstappunten en parkeren voor toeristen’ en ‘vitale kernen’ zijn de uitgangspunten op gebied van transferia en autoluwe centra opgenomen. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 26 – Z24 202136 – Reactie recreatiepark Carpe Diem (Groet) Samenvatting. De indieners van deze zienswijze waarderen het initiatief van het mobiliteitsplan, met name de verlaging van de maximumsnelheid naar 30 km/uur op de Heereweg in Schoorl en Groet. Echter, ze benadrukken dat het onveilig is om de Heereweg in Camperduin als GOW 50 te behouden, en pleiten voor een herinrichting naar GOW 30 met fietsers op de rijbaan. De volgende suggesties worden verder meegegeven: 1. Algemene indruk. Het plan bevat te veel vage termen en mist concrete, meetbare gegevens. Cijfers, zoals verkeersintensiteit, zouden moeten worden opgenomen om plannen beter te onderbouwen. 2. De kernen. Het is positief dat voetgangers in de centra prioriteit krijgen, maar de kern Groet wordt niet specifiek benoemd, wat leidt tot ondergeschikte aandacht voor voetgangers. Groet, net als andere kernen (bijv. Egmond en Bergen aan Zee), moet apart worden beschreven. 3. Toerisme en verkeersoverlast. Er wordt onvoldoende onderscheid gemaakt tussen dagtoeristen en verblijfstoeristen. Dagtoeristen veroorzaken de meeste verkeers- en parkeeroverlast, terwijl verblijfstoeristen minder hinderlijk zijn. Maatregelen zoals een motorverbod, decibelpalen en betaald parkeren in Groet worden voorgesteld om de verkeersdruk te verminderen. 4. Visie en technologie.
Het rapport mist een langetermijnvisie voor mobiliteit in 2040. Innovatieve oplossingen zoals moderne verkeerstechnologie, betere transferia en openbaar vervoer (bijv. trams) worden onvoldoende besproken. De huidige infrastructuur is analoog en niet toekomstbestendig. Hoewel het mobiliteitsplan een stap in de goede richting is, gaat het volgens de indieners niet ver genoeg. Het plan mist lef, visie en meetbaarheid en moet concretere maatregelen bevatten om overlast, onveiligheid en vervuiling effectief te verminderen. Beantwoording. De eerste algemene suggestie van de indieners om de Heereweg in Camperduin (het wegvak tussen de kruising Heereweg/Hargergat en de rotonde op de kruising Heerweg/Hargerstrandweg/Hondsbosscheweg) aan te wijzen als GOW30 met fietsers op de rijbaan neemt het college niet over. Het college heeft als standpunt ingenomen dat op bestaande wegen, waar het scheiden van langzaam verkeer zoals fietsers en gemotoriseerd verkeer niet mogelijk is, de snelheid wordt verlaagd naar 30 km/uur, conform de richtlijnen voor GOW30. Op het betreffende wegvak beschikken fietsers echter over een aparte voorziening en zijn zij daardoor gescheiden van gemotoriseerd verkeer. Om deze reden is het toegestaan dat gemotoriseerd verkeer hier een maximumsnelheid van 50 km/uur hanteert. Het college geeft verder per gegeven suggestie antwoord. 1.
Het mobiliteitsplan betreft een inventarisatie, een visie en een beleidsuitwerking aan de hand van thema’s. Gestelde beleidsuitgangspunten zijn gebaseerd op landelijke richtlijnen en op de
uitgevoerde inventarisatie. Cijfers als intensiteiten, ongevallen en snelheden zijn meegenomen in de inventarisatie. 2. De beleidsuitgangspunten in het mobiliteitsplan gelden voor alle dorpskernen in de gemeente Bergen. Het specifiek opnoemen van bepaalde dorpskernen in het mobiliteitsplan is gedaan vanuit het geven van voorbeelden en het benadrukken van urgentie voor aanpak van problematiek. 3. De beleidsuitgangspunten voor toeristen gelden voor in basis voor elke type toerist. Dit neemt niet weg dat er voor verblijfstoeristen alternatieven (parkeer-)voorzieningen beschikbaar zijn, meestal op het eigen terrein van de recreatie-/vakantieparken. Verder onderscheid ziet het college niet noodzakelijk. De voorgestelde maatregelen op gebied van overlast van gemotoriseerd verkeer zijn opgenomen in het mobiliteitsplan, waarbij het college benadrukt dat beleidsstukken zoals het parkeerbeleid (2021) leidend blijven als het specifieke beleidsonderwerpen betreft. 4. Binnen de uitvoering van projecten volgend uit het mobiliteitsplan volgt het college de trends en ontwikkelingen op het gebied van innovatieve oplossingen en past dit waar nodig toe. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 27 – Z24 202138 – Reactie PWN Samenvatting. PWN waardeert de mogelijkheid om input te geven op het mobiliteitsplan van gemeente Bergen. PWN erkent het belang van de voorgestelde thema’s, vooral gezonde en duurzame mobiliteit en voorzieningen voor toeristen, en biedt constructieve feedback op enkele punten: 1. Wandelen: PWN benadrukt de groeiende behoefte aan wandelmogelijkheden, vooral korte ommetjes vanaf de voordeur. Dit kan helpen de druk op het duingebied te verminderen door routes langs dorpsranden en polders te ontwikkelen. 2. Fietsen: PWN ondersteunt nieuwe verbindingen binnen het recreatieve fietsnetwerk om drukte in de duinen te verlichten en de recreatieve mogelijkheden in de regio te vergroten. PWN uit bezwaren tegen een fietspad tussen Bergen aan Zee en Egmond aan Zee vanwege de grote natuurbelangen in dit waardevolle en beschermde Natura 2000-gebied. Dit stiltegebied is cruciaal voor biodiversiteit en klimaatadaptatie, waarbij dynamisch kustbeheer nodig is om de zeewering te versterken. Verharding is daarom onwenselijk. In plaats daarvan steunt PWN behoud en aanpassing van de bestaande North Sea Cycle Route, samen met andere partijen, om toegankelijkheid te waarborgen ondanks uitdagingen zoals overstuivend zand. 3.
Toeristische overstappunten en parkeren: PWN steunt plannen voor OV- en fietstransferia, betere fietsenstallingen en hoogwaardige OV-verbindingen om toeristen te stimuleren de auto minder te gebruiken. Hoewel PWN nog geen duurzaamheidsbeleid voor recreatievervoer heeft, sluit deze aanpak aan bij hun visie. PWN ziet samenwerking met de gemeente als essentieel en kijkt uit naar verdere stappen in dit proces. Beantwoording. Het college benadrukt dat het aanbieden van wandelmogelijkheden in het duingebied nauw verbonden is met routes langs en door de dorpsranden en polders, zoals beschreven in het voetgangersnetwerk van het mobiliteitsplan. Tegelijkertijd erkent het college dat korte ommetjes vanaf de voordeur voor veel inwoners ook in het duingebied zullen plaatsvinden. Daarnaast begrijpt het college de argumenten van PWN om nieuwe fietsverbindingen in het duingebied te vermijden. Dit standpunt is bekend. Het mobiliteitsplan heeft het behoud van de bestaande North Sea Cycle Route door de duinen van de gemeente Bergen als een belangrijk speerpunt.
Ten slotte spreekt het college zijn waardering uit voor de intentie van PWN om bij de ontwikkeling van duurzaamheidsbeleid voor recreatievervoer aansluiting te zoeken bij het mobiliteitsbeleid van de gemeente Bergen. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 28 – Z24 202142 – Reactie Adviesraad Sociaal Domein Samenvatting. De Adviesraad Sociaal Domein heeft haar zienswijze opgesteld op basis van ervaringen met het mobiliteitsbeleid en input van inwoners met mobiliteitsbeperkingen. De ASD heeft sinds het BUCH-onderzoek naar inclusie contact onderhouden met inwoners en organisaties, vooral via het Platform van de Egmonden, en merkt dat de belangen van mensen met beperkingen vaak samenlopen met die van fietsers. Hoewel de raad actief betrokken is geweest bij discussies en presentaties, betreurt ze dat de visie van ervaringsdeskundigen onvoldoende is opgenomen in het mobiliteitsplan. De ASD pleit in het algemeen voor scherpere toelichting op beleid rondom auto's en praktische oplossingen, zoals langer groen licht voor mensen met mobiliteitsbeperkingen. De belangrijkste adviezen uit de zienswijze zijn: 1. Vermeld de visie, die de grondslag vormt voor dit beleid. De visie van ervaringsdeskundigen komt onvoldoende naar voren in het mobiliteitsplan. 2. Laat beleidsmedewerkers kennisnemen van het VN-verdrag gehandicapten. 3. Betrek ervaringsdeskundigen bij nieuw opstellen van beleid. Het betrekken van ervaringsdeskundigen bij beleid kan bijdragen aan praktische oplossingen en kostenbesparing op lange termijn. 4. Maak ook op beleidsniveau werk van Integraal Beleid.
Onderzoeken en beleid binnen verschillende domeinen (sociaal, mobiliteit, veiligheid) lijken vaak los van elkaar te staan, terwijl samenwerking grote voordelen biedt. 5. Laat de samenstellers/onderzoekers van beleid met inwoners afstemmen over de keuzes in het beleid, over het proces en over de evaluatie. 6. Maak een implementatieplan nadat het mobiliteitsplan is goedgekeurd. De Adviesraad Sociaal Domein heeft de belangengroep "Iedereen doet mee in de Egmonden” gevraagd om punten aan te kaarten zodat er handen en voeten gegeven kan worden aan hun eigen advies. De punten vanuit de belangengroep komen overeen met de ingediende zienswijzen Z24 196837 en Z24 199215, maar zijn apart van elkaar ingediend. De aanvullende aanbevelingen komen neer op: 1. De belangengroep heeft de afgelopen jaren deelgenomen aan heel wat bijeenkomsten om dacht te vragen voor inwoners met een beperking. 2. De belangengroep voelt hun deelname niet als vanzelfsprekend en ziet de auto en het toerisme als sterk vertegenwoordigd. In de communicatie vanuit de gemeente en de beleidsmedewerkers zou veel meer aandacht besteed kunnen worden aan de belangen van fietsers en mensen met een beperking in mobiliteit. En vooral dat in een vergrijzende gemeente die doelgroep sterk toeneemt. Scootmobiels en rollators zullen er veel meer zijn. En naar we hopen, in de toekomst, ook weer meer kinderwagens. 3.
Bevindingen uit enquêtes over bijvoorbeeld strand, OV, en veiligheid staan los van elkaar, wat inefficiënt is. Integratie van deze inzichten in beleid zou tijd en frustratie besparen. 4. Veel ongemakken, zoals obstakels op stoepen, kunnen eenvoudig worden opgelost met betere mentaliteit en aandacht voor onderhoud, zoals gesnoeide struiken en beter stoepbeheer. 5. De belangengroep mist aandacht voor de doelgroep op de website van de gemeente. Het VNverdrag Handicap en andere relevante informatie zouden beter zichtbaar moeten zijn. 6. Er is onduidelijkheid over de status van het Landelijk Inclusie Akkoord in Bergen. Het lijkt - naar mening van de belangengroep - niet volledig verwerkt in het Integraal Beleidskader Sociaal
Domein. In Castricum is dit wel apart uitgewerkt. De groep wil samenwerken om dit te verbeteren. 7. De locatie van gehandicaptenparkeerplaatsen in Egmond aan Zee is onpraktisch en onveilig. De werkgroep wil samenwerken om deze situatie te verbeteren. 8. Veel invalidentoiletten voldoen niet aan praktische behoeften. Vroege betrokkenheid van ervaringsdeskundigen, zoals bij De Schulp, kan kosten besparen en betere oplossingen bieden. Deze zienswijzen benadrukken het belang van inclusie, integrale samenwerking en praktische verbeteringen om mobiliteit in de gemeente Bergen toegankelijker te maken voor alle inwoners. Beantwoording. Het college ziet dat de adviezen naast het mobiliteitsplan ook gaan over de integrale werkwijze van de verschillende beleidsmedewerkers binnen de gemeente Bergen. De beantwoording in deze nota van zienswijzen zal specifiek ingaan op de adviezen in het licht van het concept mobiliteitsplan. Het college behandelt de opmerkingen van de ASD per punt. 1. Het college heeft de ASD en de belangengroep ‘iedereen doet mee in de Egmonden’ actief betrokken in alle fasen van de opstelcyclus. Het college is van mening dat het concept mobiliteitsplan hierdoor sterkt rekening houdt met mensen met mobiliteitsbeperkingen door onder andere in te zetten op het creëren van een veilige en inclusieve gemeente.
In de visie (visie: waar dragen we met mobiliteit aan bij?, pagina 20) stelt het college dat de openbare weg voor iedereen op een zorgeloze manier toegankelijk moet zijn (ook voor kwetsbare groepen zoals ouderen en kinderen). 2. Het VN-verdrag gehandicapten is bekend bij de medewerkers van de gemeente Bergen. Het concept mobiliteitsplan geeft duidelijk aan hoe de inclusie van inwoners met een beperking wordt bevorderd. Het college wil de ASD betrekken in de werkgroep verkeer (aanvullende speerpunten, pagina 56). In de werkgroep verkeer wordt de ASD gevraagd om een inclusiviteitstoets uit te voeren op plannen en projecten in de openbare ruimte van de gemeente Bergen. 3. Zoals bij punt één al aangegeven is de ASD en de belangengroep ‘iedereen doet mee in de Egmonden’ actief betrokken in alle fasen van de opstelcyclus. 4. In het algemeen vindt er integrale afstemming plaats in het opstellen van nieuw beleid. Dit is ook het geval geweest bij het opstellen van het mobiliteitsplan. Zowel intern als extern zijn er met experts uit verschillende beleidsterreinen gesprekken gevoerd om te komen tot het voorliggende concept. 5. Inwoners, belangenverenigingen en andere partners worden actief betrokken bij de uitvoering van de verschillende voorgenomen projecten uit de uitvoeringsagenda. Dit is in lijn met het participatie beleid en de participatie verordening van de gemeente Bergen. 6.
Het college neemt een uitvoeringsagenda op in de uiteindelijke versie van het mobiliteitsplan. De agenda heeft niet ter inzage gelegen, zoals gesteld in het concept mobiliteitsplan. Het college behandelt de opmerkingen van de belangengroep ‘Iedereen doet mee in de Egmonden’ per punt. 1. Geen toelichting nodig. 2. De insteek van het mobiliteitsplan is om meer aandacht te geven aan fietsers en voetgangers, inclusief mensen met een beperking. Zoals al eerder aangegeven wil het college de ASD en de belangengroep ‘Iedereen doet mee in de Egmonden’ betrekken in de werkgroep verkeer. 3. Het college staat altijd open voor feedback en zal de verbeterpunten meenemen. 4. Het betrekken van de belangenvereniging in de werkgroep verkeer zal helpen om de aangegeven punten te verbeteren en in te toekomst te voorkomen. 5. Het college staat altijd open voor feedback en zal de verbeterpunten meenemen. 6. Het college is momenteel niet voornemens het Landelijk Inclusie Akkoord (LIA) specifiek uit te werken. Dit is geen wettelijke verplichting. De gemeente Bergen voldoet met het integraal beleidskader aan de eisen vanuit het LIA.
7. Geen toelichting nodig, zie beantwoording van punt 4. 8. Geen toelichting nodig. De suggesties voor de invalidentoiletten zullen worden doorgezet naar de verantwoordelijke medewerkers. Conclusie. De zienswijze heeft geen aanpassing van het concept mobiliteitsplan tot gevolg.
Zienswijze 29 – Z24 202941 – Reactie provincie Noord-Holland Samenvatting. De provincie waardeert de uitgebreide en goed onderbouwde visie van het mobiliteitsplan, inclusief de focus op fietsverkeer en verkeersveiligheid. De zienswijze van de provincie Noord-Holland over het mobiliteitsplan van de gemeente Bergen bevat de volgende kernpunten 1. Fietsveiligheid en categorisering: ▪ Ondersteuning voor het streven naar veilige infrastructuur voor fietsers op 50 km/uur wegen. De voorkeur gaat uit naar vrijliggende fietspaden (GOW50) of volledige ETW30. GOW30 wordt gezien als een minder ideale oplossing. ▪ Verzoek om de categorisering van provinciale wegen (N510, N511, N512) aan te passen volgens provinciale classificatie. 2. Verkeershandhaving: verzoek om verkeersveiligheid structureel op te nemen in de veiligheidsdriehoek en het Integraal Veiligheidsplan. 3. Projectenlijst: sommige projecten uit het mobiliteitsplan zijn niet opgenomen in het regionale subsidieprogramma, terwijl andere projecten zoals de Eeuwigelaan wel in het subsidieprogramma staan maar niet in het mobiliteitsplan van Bergen. De provincie vraagt om toelichting. 4. Fietsnetwerk: verzoek om het fietsnetwerk af te stemmen op provinciale typologieën (doorfietsroutes, recreatieve routes, etc.) en samenwerking om tracés en verbeterplannen nader uit te werken. 5.
Fietsen in de duinen en OV naar de kust: ▪ Belang van samenwerking met PWN en Staatsbosbeheer voor recreatieve fietsroutes door de duinen. ▪ Vragen over hoe de OV-verbinding naar Egmond zich verhoudt tot de subsidie voor de kustbus naar Bergen en de nieuwe OV-concessie. 6. Provinciale investeringsstrategie: de N511 (Egmond-Bergen) is opgenomen in het INHi als categorie duinweg met focus op verkeersveiligheid en fietsen. De provincie wil hierover verder beleid ontwikkelen in samenwerking met de gemeente. De provincie biedt aan om in overleg te treden met de gemeente om hun reactie nader toe te lichten en samen te werken aan de verdere uitverwerking van het mobiliteitsplan. Beantwoording. Het college behandelt de opmerkingen van de provincie Noord-Holland per punt. 1. Het doet het college goed om te horen dat de provincie Noord-Holland achter de verkeersveiligheidsaanpak van de gemeente Bergen staat. De implementatie van de GOW30 is zorgvuldig gedaan, waar het college heeft gekeken naar de functie, het gebruik en de vorm van de verschillende wegen. Op de wegen waar de GOW30 wordt toegepast is het geen optie (voornaamste reden is ruimtegebrek) om vrij liggende fietspaden aan te leggen. Ook is het geen optie om de wegen te categoriseren als erftoegangsweg vanwege de functie van de wegen als gebiedsontsluitingsweg.
De wegen moeten de functie behouden om onder andere de bereikbaarheid van de verschillende dorpskernen te waarborgen. De vraag van de provincie Noord-Holland om de categorisering van de provinciale wegen correct over te nemen in het mobiliteitsplan zal het college in overleg met de provincie Noord-Holland behandelen.
2. Het college zet zich op gebied van verkeersveiligheid, naast inrichting en educatie, ook in op verkeershandhaving. In het mobiliteitsplan komt dit terug in het thema ‘veilig samen op weg’ (kansen en aandachtspunten, pagina 31) en bij het thema ‘aanvullende speerpunten’ (gedragsbeïnvloeding door educatie en handhaving, pagina 55). Het onderwerp verkeersveiligheid is daarnaast ook opgenomen in het Integraal Veiligheidsplan gemeente Bergen 2024-2027 en is daarmee in beeld bij veiligheidsdriehoek. In de werkgroep verkeer sluit de politie aan om verkeersveiligheid en overige verkeerszaken integraal te bespreken. 3. Het college neemt alle voorgenomen infrastructurele projecten van de komende jaren op in een uitvoeringsagenda, concreet als uitvoeringsproject of als studieproject. De agenda is niet ter inzage gelegd, dus het kan kloppen dat niet alle projecten bekend zijn bij de provincie NoordHolland. Dit geldt dus ook voor de herinrichting van de Eeuwigelaan en voor de ambities van het college op doorfietsroutetracés zoals de Duinweg. Voor de invoering van de GOW30 gaat het college op een aantal wegen verder onderzoek doen naar welke maatregelen er wenselijk zijn. Daarna zal de provincie Noord-Holland benaderd worden voor afstemming op het gebied van het benutten van subsidiekansen. 4.
Het voorstel van de provincie Noord-Holland om bij de eerstvolgende herziening van de gemeentelijke en provinciale fietsnetwerkkaarten in gesprek te gaan over mogelijke wijzigingen in de netwerken neemt het college aan. De huidige terminologie van het fietsnetwerk uit het fietsbeleidsplan (Pak de fiets, 2016) blijft leidend. Het college wil concreet met de provincie Noord-Holland om tafel om samen een studieproject te starten naar de provinciale doorfietsroutes binnen de gemeente Bergen. Dit komt terug in de uitvoeringsagenda van het mobiliteitsplan. 5. Het college neemt het standpunt in om de recreatieve fietspaden door het duingebied van de gemeente Bergen te behouden. PWN heeft een eigen zienswijze ingediend op het concept mobiliteitsplan, waarin ze ingaan op dit standpunt. Voor wat betreft het openbaar vervoer in de gemeente Bergen neemt het college het standpunt in om de bestaande buslijnen te behouden en op een aantal plekken juist te versterken. Dit geldt specifiek voor de lijnen 166 (naar Bergen Plein) en 165 (naar Egmond aan Zee). Het college zal zich inzetten voor het doortrekken van lijn 166 naar Bergen aan Zee in de zomerperiode zonder overstap op een afzonderlijke kustbus en het versterken van de directe lijnvoering van lijn 165 naar Egmond aan Zee gekoppeld aan het realiseren van transferia/overstappunten.
Hoe dit zich verhoudt tot de subsidie die de provincie geeft voor de (kust)bus naar Bergen moet zich blijken in het verder uitwerken van plannen zoals het Regionaal Mobiliteitsprogramma en de nieuwe ov-concessie Noord West Noord-Holland. 6. In de uitvoeringsagenda verwijst het college naar het programma van de INHi en zoekt graag de samenwerking op. Conclusie. De zienswijze leidt op de volgende punten tot aanpassing van het concept mobiliteitsplan: ▪ De provinciale wegen worden conform de categorisering van de provincie overgenomen in de wegencategorisering van de gemeente Bergen (pagina’s 29 en 30 en bijlage 1. Categorisering wegen 2025). Hierin benadrukt het college dat de provinciale wegen maar ook de rijkswegen binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Bergen mogelijk onderhevig zijn aan veranderingen die worden doorgevoerd door de provincie Noord-Holland of Rijkswaterstaat. Dit valt buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente Bergen. ▪ Op pagina 55 wordt de laatste alinea onder het kopje ‘gedragsbeïnvloeding door educatie en handhaving’ aangepast naar ‘Tot slot speelt handhaving een cruciale rol bij het confronteren van weggebruikers met de geldende verkeersregels. Hierbij zijn we afhankelijk van de inzet van de politie.
Verkeersveiligheid maakt deel uit van het Veiligheidsplan van de gemeente Bergen 2024-2027 en valt daarmee ook binnen de aandacht van de veiligheidsdriehoek. Binnen de
gemeente vindt regelmatig overleg plaats met de politie, waarbij de handhavingsinzet wordt besproken en geëvalueerd.’.
Zienswijze 30 – Z24 202943 – Reactie Motorrijders Actie Groep Samenvatting. De indiener waardeert dat zij in deze fase van het Mobiliteitsplan mogen meedenken en complimenteert de presentatie en toon van het plan. Er zijn enkele opmerkingen: ▪ Motorparkeerplaatsen Het initiatief om een motorparkeerplaats in Egmond aan Zee te realiseren wordt positief ontvangen en verdient navolging elders. ▪ Stereotypering van motorrijders. Er wordt bezwaar gemaakt tegen de formulering op pagina 53 over "te hard rijdende auto’s en geluidsoverlast door motoren." Deze beschrijving is onnodig stigmatiserend en onvoldoende genuanceerd. Het wordt voorgesteld om deze zin te vervangen door "te hard rijdende en geluidsoverlast veroorzakende motorvoertuigen" omdat geluidsoverlast niet exclusief door motorrijders wordt veroorzaakt. ▪ Campagne tegen geluidsoverlast. De voorgestelde campagne om motorrijders bewuster te maken van geluidsoverlast wordt als eenzijdig en stigmatiserend ervaren. Er wordt voorgesteld om aan te sluiten bij de bestaande campagne "Te luid geluid is uit," die gericht is op alle vormen van geluidsoverlast door motorvoertuigen. Deze campagne is kosteloos beschikbaar, effectief, en visueel opvallend. ▪ Negatieve beeldvorming.
De zienswijze benadrukt dat het Mobiliteitsplan vrijwel niemand negatief neerzet, behalve motorrijders, die herhaaldelijk worden geassocieerd met geluidsoverlast. Dit leidt tot onterecht negatieve beeldvorming over deze groep, vergelijkbaar met hoe stigmatisering van andere groepen kan plaatsvinden. Het wordt voorgesteld om meer zorg te besteden aan een evenwichtige representatie, om polarisatie te vermijden en de perceptie van motorrijders te verbeteren. De indiener roept op om de tekst en toon van het rapport aan te passen, met aandacht voor evenwicht en nuance, zodat een bredere groep zich erkend en rechtvaardig behandeld voelt in het mobiliteitsbeleid. Beantwoording. Het is niet de bedoeling van het college om een eenzijdig negatief beeld van motorrijders te schetsen. De klachten vanuit inwoners rondom geluidsoverlast gaan over gemotoriseerd verkeer in het algemeen. Het college zal op dit gebied aanpassingen doorvoeren in het mobiliteitsplan om de gevraagde evenwicht en nuance aandacht te geven. De campagne tegen geluidsoverlast wordt als project opgenomen in het mobiliteitsplan. Verdere uitwerking volgt binnen dit project. Conclusie.
De zienswijze leidt op de volgende punten tot aanpassing van het concept mobiliteitsplan: ▪ op pagina 54 herschrijft het college de laatste alinea onder het kopje ‘Geluidsoverlast’ naar ‘Inwoners binnen de gemeente ervaren regelmatig hinder van motorvoertuigen, waaronder motoren, bijvoorbeeld wanneer er snel wordt opgetrokken of hard wordt gereden. Hoewel het verminderen van deze overlast een uitdaging is, zet de gemeente in op handhaving en gedragsbeïnvloeding (zie volgende thema) om een prettige balans te vinden voor alle weggebruikers.’. ▪ op pagina 55 herschrijft het college de zin ‘zoals te hard rijdende auto’s en geluidsoverlast door motoren’ naar ‘zoals geluidsoverlast en onveiligheid door hard rijdende motorvoertuigen.
3. Ambtshalve aanpassingen Naast de wijzigingen die voortvloeien uit de voorgaande hoofdstukken, is gebleken dat er nog enkele ambtshalve aanpassingen nodig zijn. Deze staan hieronder opgesomd. ▪
Op pagina 51 en pagina 52 corrigeert het college ‘Jan Oldenburgerlaan’ naar ‘Jan Oldenburglaan’.
▪
Het fietsnetwerk uit het vigerende fietsbeleidsplan (Pak de Fiets, 2016) wordt één op één overgenomen in het mobiliteitsplan. Concreet worden de aanpassingen doorgevoerd op pagina 38, waarin de juiste afbeelding van het fietsnetwerk en het netwerktype ‘aanvullend fietsnetwerk (vult het fietsnetwerk aan om dit netwerk voldoende fijnmazig te maken)’ wordt opgenomen. In het concept was het fietsnetwerk niet correct overgenomen vanuit het fietsbeleidsplan.