bij 4. Legestarieventabel Bergen 2025.pdf
Tekst van het document
€ 97,40
b.
wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:
€ 53,70
c.
het verlenen van toestemming om een in onderdeel a bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander:
€ 53,70
Paragraaf 3.4
Organiseren evenement
Artikel 3.6
a.
Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25 van de Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023 (evenementenvergunning), als het betreft: een regulier-evenement, eerste aanvraag: € 175,60
b.
een regulier-evenement, tweede aanvraag en meer:
€ 101,00
c.
een aandacht-evenement:
€ 426,50
d.
een risico-evenement:
€ 606,50
e.
een melding voor het organiseren van een evenement dat voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023: een kennisgeving voor een incidentele festiviteit als bedoeld in artikel 4.3 Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023: Organiseren markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor een terugkerende markt of braderie, per dag:
€ 0,00
f. Artikel 3.7
Paragraaf 3.5
Standplaatsen
Artikel 3.8
Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot het innemen van een standplaats voor de verkoop van waren op een weekmarkt: Overige administratieve dienstverlening markt [Gereserveerd]
Artikel 3.9
€ 24,20
€ 73,10
€ 337,50
Artikel 3.10
a.
Losse standplaatsen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023: voor een dag:
€ 40,50
b.
voor een week:
€ 62,10
c.
voor een maand:
€ 122,90
d.
voor een half jaar:
€ 205,50
e.
voor een jaar:
€ 412,20
Paragraaf 3.6
Huisvestingswet 2014 en Wet goed verhuurderschap
Artikel 3.11 t/m 3.18
[Gereserveerd]
Paragraaf 3.7
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
Artikel 3.19
Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een € 337,50 aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag Als een aanvrager zijn aanvraag om een vergunning, ontheffing, 100% melding of beschikking als bedoeld in voorgaande paragrafen intrekt, bestaat aanspraak op teruggaaf van de op grond van het betreffende artikel verschuldigde leges.
Artikel 3.19a
Aldus besloten door de raad van de gemeente Bergen in de openbare raadsvergadering van donderdag 12 december 2024.
mr. J.G.S. (Janne) Pijnenborg griffier
M.J.P. (Marjan) van Kampen- Nouwen waarnemend voorzitter
Bijlage 1: Tarieven 2025 MOOI Noord-Holland adviseurs omgevingskwaliteit. Bijlage 2: UAV 2012 Staatscourant 2012 nr. 1567 Bijlage 3 Definitie kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Bijlage 1 Tarieven 2025 MOOI Noord-Holland adviseurs omgevingskwaliteit
Bijlage 2
UAV 2012 Staatscourant 2012 nr. 1567 [Beschikbaar via https://wetten.overheid.nl/BWBR0031190/2012-03-01]
Bijlage 3 Definitie kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is: a. een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. b. Een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vallen onder de artikel 2.46a sub c grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit’, tenzij de activiteit valt binnen de volgende categorieën. Dan is het een artikel 2.46a sub b kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit’:
1.
Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; b. de oppervlakte niet meer dan 150 m2;
2.
Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-spoorweg-, water- of luchtverkeer) wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50m2;
3.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50m2;
4
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ongeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
5
een antenne-installatie, mist niet hoger dan 40 meter;
6
een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling (de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit of mechanische energie door verstoking van een brandstof, waarvan de warmte nuttig gebruikt wordt, anders dan voor de productie van elektriciteit);
7
het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
8
het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;
9
het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de vigerende wet- en regelgeving aan een bestaande woning gestelde eisen; b. de bewoning niet in strijd is met de regels gesteld in Omgevingswet c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was
10.
ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10 voor een termijn van ten hoogte 10 jaar;