CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 4 2021-10-14 C Toelichting BP Villa de Haaf.pdf

Algemene Raadscommissie 25 november 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 7: Voorstel betreft het bestemmingsplan Villa de Haaf Bergen en het beeldkwaliteitsplan de Oude Haaf Bergen vast te stellen11.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina | 27

worden getroffen wordt door de provincie een ontheffing afgegeven. Het foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied maakt slechts een klein deel uit van een veel groter foerageergebied en is geen 'essentieel' deel van het leefgebied. De vleermuizen kunnen derhalve uitwijken. Er zijn geen verblijvende beschermde zoogdieren waargenomen in of bij de bebouwing van het plangebied. Vanwege het ontbreken van verblijven wordt geen negatieve gevolgen verwacht. Voor de verblijvende vleeruizen in het plangebied wordt een ontheffing aangevraagd. Er is geen reden om aan verlening van de ontheffing te twijfelen. Derhalve staat de vereiste ontheffing voor het plan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.

Gebiedsbescherming In de uitgevoerde Aeriusberekening zijn twee fases te onderscheiden, de aanlegfase (bouw) en de gebruikfase (gebruik ontwikkelde gebied na afloop van de aanlegfase inclusief aantrekking verkeer e.d.). De situatie met de grootste stikstofemissie/depositie is uiteindelijk bepalend voor de gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Aanleg en gebruik komen niet naast elkaar voor. De situatie met de hoogste projectbijdrage is bepalend voor de te verwachten gevolgen op Natura 2000-gebieden. Voor de berekening zijn de effecten ingeschat op de meest dichtbij zijnde stikstofgevoelige habitattypen. Het betreft diverse aangewezen (en in rekentool Aerius aangegeven) habitattypen in het "Noordhollands Duinreservaat". De stikstofemissies tijdens de aanlegfase zijn toe te wijzen aan twee bronnen. Het betreft verkeersaantrekkende werking en het gebruik van mobiele werktuigen op de bouwsite. De aanlegfase zal ongeveer een jaar in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet bekend is, is gedeeltelijk gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames. Hierbij is wel uitgegaan van de inzet van materieel van stageklasse IV/V of nieuwer. Bij de berekening met betrekking tot geruik is uitgegaan van vier vrijstaande woningen, welke gasloos en zonder andere stookinstallaties zijn aangelegd.

Van emmissie is hierdoor geen sprake en alleen de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking is derhalve berekend. De conclusies uit de effectbeoordeling stikstof luiden als volgt: De maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van de woningen is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. De hoogste bijdrage van het project betreft de tijdelijke inzet en het tijdelijke effect van mobiele werktuigen. Deze tijdelijke effecten zijn vaak gemakkelijker op te vangen door de natuurlijke fluctuaties binnen het natuurgebied of eventueel herstelbeheer, dan effecten van permanente activiteiten. In de gerealiseerde bebouwing wordt door het afzien van stookinstallaties in de bebouwing (vrijwel) geen stikstof meer geëmitteerd.

De transitie van oude bebouwing met zekere uitstoot van stikstof naar de beoogde bebouwing in dit project draagt daarmee bij aan de gewenste permanente daling van stikstof op kwetsbare natuurgebieden. Volledigheidshalve wordt hierbij opgemerkt dat het stikstofdepositieonderzoek als uitgangspunt de realisatie van maximaal 4 woningen had. Inmiddels is dit aantal verlaten en

Mees Ruimte & Milieu | Villa de Haaf

Pagina | 28

worden maximaal 3 woningen gerealiseerd. Dit heeft echter geen invloed op de conclusies uit het onderzoek. 4.10.3 Conclusie Het aspect ecologie staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.

4.11

Duurzaamheid

4.11.1 Algemeen De gemeente Bergen verstaat het volgende onder duurzaamheid: een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren van projecten die is gericht op het bevorderen van een aantrekkelijke en leefbare omgeving om in te wonen, werken en recreëren voor nu en in de toekomst. De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan deze definitie. Duurzaamheid is in het kader van de ontwikkeling een ambitie op zowel gebiedsniveau als gebouwniveau. Bij de uitwerking van het plan is het beheersbaar houden van de energielasten voor de gebruiker een belangrijk onderdeel. 4.11.2 Relatie tot ontwikkeling Duurzaamheidsbeleid en EPC-norm Nieuwbouw biedt kansen voor de reductie van de CO2-uitstoot, het opwekken van duurzame energie en het slim omgaan met water. Om maatregelen ten behoeve van duurzaamheid te bevorderen kunnen alle inwoners en initiatiefnemers in de regio Noord-Holland Noord voor informatie over maatregelen terecht bij het Duurzaam Bouwloket. Het Bouwbesluit stelt ook eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Met de voorgenomen woningbouw wordt voldaan aan de geldende EPC-norm. Tevens worden de woningen gasloos gebouwd. Omgaan met hemelwater In de planontwikkeling wordt rekening gehouden met het infiltreren en afkoppelen van hemelwater.

Er wordt geen hemelwater afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. 4.11.3 Conclusie De definitie van duurzaamheid blijft altijd uitgangspunt bij het implementeren van ambities in het project. Het doel is daarbij niet een woning met een zo laag mogelijk EPC-norm. De ambitie is het flexibele woongenot in het gebied en de woning tegen zo beheersbaar mogelijk lasten voor de huidige en toekomstige gebruikers en bewoners.

4.12

(vormvrije) M.e.r.-beoordeling

4.12.1 Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht.

Mees Ruimte & Milieu | Villa de Haaf

Pagina | 29

In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. 4.12.2 Relatie tot het plan De ontwikkeling omvat de realisatie van drie woningen in plaats van één gebouw met een maatschappelijke bestemming. Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aanmeldnotitie en m.e.r.-beoordelingsbesluit Op 18 maart 2020 is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is aanmeldnotitie is op 21 januari 2021 ingediend ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Het bevoegd gezag heeft op XXX bepaald dat een milieueffectrapportage gelet op de aard en omvang van het project en de daarmee gepaard gaande milieugevolgen niet nodig is en dat kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De aanmeldnotitie mer daarin opgenomen de vormvrije m.e.r.-beoordeling van 18 maart 2020 is opgenomen in bijlagen bij 9 van deze toelichting.

Mees Ruimte & Milieu | Villa de Haaf

Pagina | 30

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Inleiding

De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar bevat een uitleg van de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende gedachten en onderzoeken die hebben geleid tot de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied.

5.2

Planopzet

Het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en uit de regels. Deze elementen zijn direct bindend en vormen o.a. de toetsingsgrond voor een aanvraag om omgevingsvergunning. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van de onderhavige toelichting, die niet bindend is. Bij het opstellen van de regels is rekening gehouden met de Wet ruimtelijke ordening. Om te voorkomen dat de planregels niet mogelijk maken wat achteraf gezien toch eigenlijk wel aanvaardbaar is bevat het bestemmingsplan de nodige flexibiliteit, zoals deze binnen de gemeente Bergen gehanteerd wordt. Denk hierbij aan de mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders om 10% af te wijken van genoemde hoogtematen. Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 en de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen 2012. Leeswijzer bestemmingsregels De bestemmingsregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. In de inleidende regels zijn in artikel 1 de definities van de verschillende in het bestemmingsplan gebruikte begrippen opgenomen en in artikel 2 de wijze van meten. De wijze van meten geeft aan hoe de oppervlakte, inhoud, bouwhoogte e.d. van een bouwwerk moet worden bepaald. Deze regels zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Het tweede hoofdstuk bevat de bestemmingsregels voor 'Groen', 'Tuin' en Wonen-2' .

In deze regels zijn het toelaatbare gebruik van gronden en bouwwerken aangegeven (doeleindenomschrijving) en zijn diverse bepalingen inzake het bouwen opgenomen. Middels een bouwvlak wordt aangegeven waar de hoofdbebouwing zich mag bevinden. Er zijn diverse specifieke aanduidingen opgenomen voor de bestemmingen. Artikel 3 Groen De in het plan opgenomen groenstroken, met bomen, hebben de bestemming Groen gekregen. Op deze gronden zijn geen gebouwen toegestaan. Daarnaast zijn aan de weerszijden van de woningen groenbestemmingen opgenomen om de doorzichten naar het achterliggende landgoed te behouden. Artikel 4 Tuin Binnen de bestemming 'Tuin' zijn alleen erf- en perceelafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van 1 m zijn toegestaan. De gronden met de bestemming Tuin mogen niet gebruikt worden voor paardenbakken, mestopslag en zwembaden. Gelet op de stedenbouwkundige structuur van het plangebied en de omgeving en de criteria voor beeldkwaliteit uit beeldkwaliteitsplan, is het ongewenst dat voor de nieuw te realiseren woningen mogelijkheden bestaan om aan de zijkanten van de woningen vergunningvrij aan- of uit te bouwen. Om die reden is tussen de kavels voorzien in een smalle strook met de bestemming 'Tuin'.

In de bouwregels is opgenomen dat deze gronden niet beschouwd mogen worden als 'erf' in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. Vergunningsvrij bouwen aan weerszijden van de toekomstige woningen is derhalve niet mogelijk. Mees Ruimte & Milieu | Villa de Haaf

Pagina | 31

Artikel 5 Wonen-2 (W-2) Op de bouwvlakken is een maximale bouwhoogte aangegeven, (maximale bouwhoogte (m)) voor het bestaande pand in het plangebied. De maximale nok- en goothoogte van de nieuw te bouwen woningen is eveneens op de verbeelding opgenomen. Daarnaast geldt voor de woningen dat deze voorzien moeten worden van een zadeldak, waarbij een verplichte dakhelling geldt. De bebouwing in het plangebied dient te allen tijde te voldoen aan de beeldkwaliteitscriteria uit het beeldkwaliteitsplan. Het voldoen aan deze criteria is als bouwregel opgenomen. Tot slot zijn in artikel 5.4 specifieke gebruiksregels opgenomen.

Artikel 6 Waarde - Archeologie 3 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 3 waardevol gebied is gehanteerd voor het gehele plangebied dat een hoge tot zeer hoge archeologische verwachtingswaarde heeft. In dit archeologisch regime dient bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 40 cm en met een omvang van 500 m² of groter met de aanwezigheid van archeologische waarden rekening gehouden te worden. Bouwen op deze gronden is verboden voor bouwwerken groter dan 500 m². Hiervan kan worden afgeweken indien door middel van een archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Hetzelfde geldt voor een aantal werken en werkzaamheden. Verder geldt een omgevingsvergunning plicht indien grondroerende werkzaamheden op een bepaalde diepte worden uitgevoerd Overige regels Het derde hoofdstuk bevat algemene regels die gelden voor alle in het plangebied voorkomende bestemmingen. De antidubbeltelregel (artikel 7) is opgenomen conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. In artikel 8 zijn de voor het plan geldende algemene bouwregels en gebruiksregels opgenomen. Deze bepalingen gelden voor alle in het plan opgenomen bestemmingen. De artikelen 9 en 10 bevatten algemene afwijkingsrespectievelijk algemene wijzigingsregels. In het vierde hoofdstuk zijn de overgangs- en slotregels opgenomen.

In dit hoofdstuk is onder andere bepaald hoe om te gaan met het gebruik en het bouwen voor thans nog aanwezige functies die niet in overeenstemming zijn met het plan. Deze regels volgen uit de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In de slotbepaling is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald: het bestemmingsplan 'Villa de Haaf te Bergen'.

Mees Ruimte & Milieu | Villa de Haaf

Pagina | 32

Hoofdstuk 6 uitvoerbaarheid 6.1

Economische en maatschappelijke

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaarheid van het plan. Een tweede bepaling omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van plankosten. In principe dient bij vaststelling van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van afdeling '6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan besloten worden geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. In voorliggend plan wordt/is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar van de gronden, waardoor de grondexploitatiekosten anderszins verzekerd is.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Voorbereidingsfase (participatie) Door de initiatiefnemers van de voorgenomen ontwikkeling is een uitgebreid participatieproces met de omgeving van het plan doorlopen. Dit participatieproces heeft plaatsgevonden in vier bijeenkomsten in de periode maart 2018 t/m oktober 2019. Uitkomsten participatie maart 2018 t/m oktober 2019 Als gevolg van het participatieproces is besloten om de huidige aanwezige villa op het perceel grotendeels te behouden en drie nieuwe kavels toe te voegen. Hierbij is ervoor gekozen om twee kavels aan de westkant van de huidige te behouden villa te realiseren en een kavel aan de oostkant, zodat meer afstand tot de naastgelegen stolpboerderij behouden kan worden. Daarnaast is met de omwonenden uitvoerig gesproken over de goot- en nokhoogte van de nieuwe woningen evenals de massa en vormgeving van de nieuwe woningen. Dit heeft een plaats gekregen in het beeldkwaliteitsplan dat voor onderhavige ontwikkeling is opgesteld en wat onderdeel uitmaakt van de (bouw)regels van dit bestemmingsplan. Aanvullende participatie 2020 In 2020 heeft een laatste sessie plaatsgevonden, waaruit is voortgevloeid dat in plaats van vier, drie woningen in totaal worden gerealiseerd (functiewijziging Oude Haaf naar woning en de realisatie van twee nieuwe woningen). Hierdoor wordt meer ruimte en afstand tussen de woningen binnen en rondom het plangebied gerealiseerd.

Het uitgebreide verslag van het participatieproces is opgenomen in bijlage 10 van deze toelichting.

Mees Ruimte & Milieu | Villa de Haaf

Pagina | 33

6.2.2 Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan doorloopt de in de Wro opgenomen formele bestemmingsplanprocedure. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd. Gedurende deze periode heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. 6.2.3 PM

Vaststellingsfase

Mees Ruimte & Milieu | Villa de Haaf

Pagina | 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4591/documents/33411