CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 4 2021-09-23 bijlagen toelichting Bestemmingsplan Zomerdijkje 13a Egmond aan den Hoef.pdf

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 15: Voorstel betreft het vaststellen Bestemmingsplan Zomerdijkje 13a Egmond aan den Hoef27.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlagen bij toelichting

43/235

44/235

Bijlage 1

45/235

Stikstofonderzoek

MEMO Van

:

M.A. Bulthuis

Project

:

Egmond aan den Hoef – Zomerdijkje 13a

Opdrachtgever :

Klaver Agrarisch Vastgoed

Datum

:

13-01-2021

Aan

:

--

CC

:

--

Betreft

:

berekening stikstofdepositie

1.

Inleiding

In opdracht van is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de sloop, aanleg- en exploitatiefase van woningen, waarbij rekening is gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van diesel aangedreven materieel. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. In het kader van het bestemmingsplan Egmond aan den Hoef – Zomerdijkje 13a is er nog geen expliciete aandacht besteed aan het aspect stikstofdepositie. Het voorliggende onderzoek voorziet hierin. Binnen het bestemmingsplan Egmond aan den Hoef – Zomerdijkje 13a wordt een voormalig agrarisch bedrijfsperceel omgezet naar een woonperceel. In de huidige situatie bevindt zich een bedrijfswoning, een stal, een loods en een schuur op het perceel. De bestaande bedrijfswoning zal in gebruik worden genomen. Daarnaast bestaat het voornemen om een extra woning op het perceel toe te voegen. Deze extra woning wordt ter plaatse van de agrarische bebouwing (loods, stal, schuur) gerealiseerd. Om de aanleg van de extra woning mogelijk te maken dient de agrarische bebouwing te worden gesloopt. Met dit plan worden geen wijzigingen aangebracht in de wegenstructuur.

In figuur 1 is de voorgenomen inrichting van het plangebied weergegeven. 2.

AERIUS-Calculator en uitgangspunten

2.1

AERIUS, release 15 oktober 2020

Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 2 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Het plangebied ligt in de nabijheid van het Noordhollands Duinreservaat. 2.2

Exploitatiefase

Voor het project wordt uitgegaan van gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de vrijstaande woningen.

20200675

blz. 1

Op basis van twee vrijstaande woningen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 17 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381). Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de N512. Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype Aantal wooneenheden Vrijstaand 2.3

2

Kencijfer CROW per

Verkeersgeneratie per etmaal

8,2

16,4

Sloop- en Aanlegfase

Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de sloopfase van de agrarische bedrijfsgebouwen wordt uitgegaan van 5 8-urige werkdagen (40 uur). Gedurende deze 40 uur worden machines (Stage IV 130-560 kW, 30L) ingezet ten behoeve van de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen. Dit komt neer op een dieselverbruik van 1.200 L voor de sloop. 2. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 80 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Dit zijn 20 verkeersbewegingen voor de woning en 60 voor het vervoer van materiaal en materieel. Voor het vervoer van personeel zijn er 2 verkeersbewegingen per etmaal. 3. De aanlegfase is te splitsen in de voorbereiding-/grondwerk en de bouwfase. Gedurende voorbereiding/grondwerk vinden de grondwerkzaamheden plaats voor de aanleg van de woning. Het gaat hier om de aanleg van de funderingen, rioleringen, bekabeling, wegen en bestrating. Gedurende de bouwfase vindt de daadwerkelijke constructie van de woning plaats. 4.

Het materieel dat wordt ingezet gedurende het voorbereiding-/grondwerk heeft een dieselverbruik van 10 liter per uur. Voor de voorbereiding-/grondwerk worden er gedurende 40 uur materieel ingezet voor de fundering, riolering, bekabeling, wegen en bestrating. Dit komt neer op 400 L diesel voor het voorbereiding/grondwerk van de woning. Het dieselverbruik gedurende de bouwfase is gespecificeerd in tabel 2. Het dieselverbruik gedurende de bouwfase is hoger, aangezien er wordt uitgegaan van de inzet van meerdere machines tegelijk. Voor de voorbereiding-/grondwerk wordt uitgegaan van de inzet van één machine tegelijk. 5. Het aantal uren dat materieel stationair draait bedraagt 30% van de gehele inzetduur van het dieselmaterieel. Het aantal stationaire draaiuren in de sloopfase bedraagt 12 uren. Gedurende de voorbereiding-/grondwerk draait het materieel 12 uur stationair en gedurende de bouwfase draait het materieel 5 uur stationair. Tabel 2: uitgangspunten berekening dieselverbruik bouwfase activiteit

klasse

bouwfase

stage IV, 75-130 kW

dieselverbruik [liter/uur] Extra woning 15

uren/dag

aantal dagen/ unit

totaal dieselverbruik [liter]

8

2

240

Omdat de machines verspreid over het bouwterrein worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied.

20200675

blz. 2

3.

Resultaat en conclusie

In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn in dezelfde berekening meegenomen. De aanleg- en exploitatiefase zullen elk nog in hetzelfde jaar plaatsvinden. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Figuur 1:

20200675

Voorgenomen inrichting plangebied

blz. 3

Figuur 2:

20200675

Broninvoer AERIUS-calculator met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden

blz. 4

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RpxnmquWgXpv (13 januari 2021) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

Zomerdijkje 13a, 1934 CT Egmond aan den Hoef

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Egmond aan den Hoef Zomerdijkje 13a

RpxnmquWgXpv

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

13 januari 2021, 13:35

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Resultaten

Resultaten

10,63 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

NOx

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

.

Situatie 1

RpxnmquWgXpv (13 januari 2021) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Verkeer aanlegfase Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bron 2 Exploitatiefase Verkeer Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

1,74 kg/j

Bron 3 Machines aanlegfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

8,36 kg/j

RpxnmquWgXpv (13 januari 2021) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 1 Verkeer aanlegfase 106196, 514958 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

80,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Bron 2 Exploitatiefase Verkeer 106189, 514955 1,74 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

17,0 / etmaal NOx NH3

1,74 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RpxnmquWgXpv (13 januari 2021) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Resultaten

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

STAGE IV, 130 <= Sloop kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)

1.200

12

10,8 NOx NH3

4,98 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 130 <= VoorbereidingkW < 300, bouwjaar /grondwerk 2014 (Diesel)

400

12

10,8 NOx NH3

2,42 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

240

5

5,1 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

Omschrijving

Bron 3 Machines aanlegfase 106761, 514842 8,36 kg/j < 1 kg/j

Bouwfase

RpxnmquWgXpv (13 januari 2021) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RpxnmquWgXpv (13 januari 2021) pagina 6/6

56/235

Bijlage 2

57/235

Stikstofberekening

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RmwdZs6Wd2Q5 (24 maart 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

ODNHN

Zomerdijkje 13a, 1934 CT Egmond aan den Hoef

Omschrijving

AERIUS kenmerk

333201 Beide fasen Anders

RmwdZs6Wd2Q5

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

24 maart 2021, 16:06

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Resultaten

Resultaten

10,56 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

NOx

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

.

Situatie 1

RmwdZs6Wd2Q5 (24 maart 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Verkeer aanlegfase Anders... | Anders...

< 1 kg/j

2,20 kg/j

Bron 3 Machines aanlegfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

8,36 kg/j

RmwdZs6Wd2Q5 (24 maart 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx NH3

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Resultaten

Bron 3 Machines aanlegfase 106761, 514842 8,36 kg/j < 1 kg/j

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

STAGE IV, 130 <= Sloop kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)

1.200

12

10,8 NOx NH3

4,98 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 130 <= VoorbereidingkW < 300, bouwjaar /grondwerk 2014 (Diesel)

400

12

10,8 NOx NH3

2,42 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

240

5

5,1 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

Omschrijving

Bron 1 Verkeer aanlegfase 106196, 514958 0,0 m 0,000 MW Continue emissie 2,20 kg/j < 1 kg/j

Bouwfase

RmwdZs6Wd2Q5 (24 maart 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RmwdZs6Wd2Q5 (24 maart 2021) pagina 5/5

Bijlage 3

63/235

Stikstofberekening

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de berekende stikstofbijdragen op eigen gedefinieerde rekenpunten. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RW8s13nsbuhS (24 maart 2021) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

ODNHN

Zomerdijkje 13a, 1934 CT Egmond aan den Hoef

Omschrijving

AERIUS kenmerk

333201 Beide fasen rekenpunten

RW8s13nsbuhS

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

24 maart 2021, 16:04

2021

Berekend met eigen rekenpunten

Totale emissie

Situatie 1

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

NOx

10,63 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Niet van toepassing

Niet van toepassing

.

Situatie 1

RW8s13nsbuhS (24 maart 2021) pagina 2/7

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Verkeer aanlegfase Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bron 2 Exploitatiefase Verkeer Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

1,74 kg/j

Bron 3 Machines aanlegfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

8,36 kg/j

RW8s13nsbuhS (24 maart 2021) pagina 3/7

Resultaten

Rekenpunten

Resultaten

Situatie 1

Label

Positie

Situatie 1

Afstand tot dichtstbijzijnde bron

Noord

106716, 519413

0,00

4.411 m

N-O

108916, 518095

0,00

3.818 m

Oost

110234, 515025

0,00

3.405 m

Zuid

105970, 510565

0,00

4.272 m

West

102217, 514912

0,00

3.518 m

RW8s13nsbuhS (24 maart 2021) pagina 4/7

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 1 Verkeer aanlegfase 106196, 514958 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

80,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Bron 2 Exploitatiefase Verkeer 106189, 514955 1,74 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

17,0 / etmaal NOx NH3

1,74 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RW8s13nsbuhS (24 maart 2021) pagina 5/7

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Resultaten

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

STAGE IV, 130 <= Sloop kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)

1.200

12

10,8 NOx NH3

4,98 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 130 <= VoorbereidingkW < 300, bouwjaar /grondwerk 2014 (Diesel)

400

12

10,8 NOx NH3

2,42 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

240

5

5,1 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

Omschrijving

Bron 3 Machines aanlegfase 106761, 514842 8,36 kg/j < 1 kg/j

Bouwfase

RW8s13nsbuhS (24 maart 2021) pagina 6/7

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RW8s13nsbuhS (24 maart 2021) pagina 7/7

Bijlage 4

71/235

Quickscan flora en fauna

Quickscan Wet natuurbescherming

Zomerdijkje 13A te Egmond aan den Hoef Rho adviseurs

Projectadviseur Ruth van den Herik MSc

Kwaliteitscontrole Nick Kroese BSc

ruth@habitus.nl 0172-204060

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de

Rapportage Alex Zuijdervliet BSc

opdrachtgever) en onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend

Documentcode RHOA2020-37-QS1-V2

uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze privacyverklaring is hier te vinden.

In opdracht van Rho adviseurs Contactpersoon opdrachtgever dhr. C. Tasma

Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.

Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 78391385 / Btw-nummer: NL861372669B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894

Opleverdatum 11 januari 2021

https://habitus.nl

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

2

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING EN ONDERZOEK 4

2.

PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 6

3.

RESULTATEN 7

4.

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 14

5.

MAATREGELEN 15

BRONVERMELDING

BIJLAGEN

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

3

1. INLEIDING & ONDERZOEK 1.1 Aanleiding

1.3 Criteria

Deze toetsing wordt aangevraagd voor een bestemmingsplanwijziging.

Er

dient

daarom

Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:

•

Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige

onderzocht te worden of met de voorgenomen

ecologen met een hbo of wo opleiding op

(ruimtelijke)

ecologisch gebied, zoals, (toegepaste) biologie,

ontwikkeling

sprake

is

van

overtreding van de geldende natuurwet en -regelgeving.

•

dierecologie of bos -en natuurbeheer. Het

onderzoek

is

uitgevoerd

door

een

onafhankelijk adviesbureau. Habitus verklaart Indien na het onderzoek geen overtredingen

hierbij geen enkel belang te hebben bij de

worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de

uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere

ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.

vaste medewerker de ethische gedragscode

Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.

• •

ondertekend en beloofd hiernaar te handelen. Het onderzoek voldoet aan onze eigen procesen kwaliteitseisen Bekijk deze hier. Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon) of zo lang

1.2 Doel en centrale vraag

dit realistisch is, gezien de ecologie van de

Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dat een ecologisch onderzoek is verricht.

•

betreffende soort(en). Voor het opsporen, vangen (met toegestane vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing

In

dit

rapport

wordt

een

voorgenomen

aanwezig.

ontwikkeling getoetst aan de Wet natuurbescherming. De centrale vraag luidt:

1.4 Werkwijze

Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met

De werkwijze is te vinden in Bijlage 4.

de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming

(Wnb)

of

het

provinciaal

beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?

Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: zicht op de te slopen oude schuur (kijkrichting oost).

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

4

1.5 Reikwijdte

1.5.3 Provinciaal beleid

Onderstaand is beschreven aan welke wetten,

Daarnaast

artikelen en aan welk beleid de voorgenomen

beschermde gebieden, beschermd via de Wet

ontwikkeling wordt getoetst in dit rapport.

Ruimtelijke Ordening. Het betreft gebieden die

wordt

getoetst

aan

provinciaal

in de Verordening Ruimte zijn aangewezen als 1.5.1 Soortbescherming

Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan overige

Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit de

beleidsgebieden wordt in principe niet getoetst.

Wet natuurbescherming:

Tenzij dit specifiek overeengekomen is.

•

3.1

Vogelrichtlijn(soorten) Habitatrichtlijn(soorten)

Indien uit de toetsing naar voren komt dat er

•

3.5

•

3.10 Andere soorten

mogelijk sprake is van een overtreding, dan

•

1.11 Zorgplicht

is veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij

In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In

valt te denken aan een soortgericht onderzoek

Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De

(soortbescherming),

vrijgestelde soorten zijn opgenomen in Bijlage 3.

Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming).

Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld bij

Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg

ruimtelijke ontwikkelingen, want door de vrijstelling

op dit onderzoek. Zie Bijlage 11 voor een

is er geen kans op het overtreden van de Wet

processchema.

natuurbescherming.

Bij

(éénmalige)

een

NNN-toetsing

of

activiteiten

vindt wel een effect beoordeling plaats, omdat de vrijstelling dan niet geldt. Indien van toepassing worden wel altijd maatregelen voorgesteld om

Kader Omgevingswet (Ow) Naar verwachting zal in de nabije toekomst de Omgevingswet (Ow) met de huidige Wet natuurbescherming verweven worden (Rijksoverheid, 2020). De exacte datum van invoering is echter nog niet bekend. Meer informatie over hoe dit voor flora- en fauna-activiteiten geregeld wordt, is hier te vinden.

1.5.2 Gebiedsbescherming Voor aan

gebiedsbescherming de

volgende

wordt

onderdelen

van

getoetst de

Wet

natuurbescherming:

• Natura 2000-gebieden (Wnb artikel 2.7, dit

Het bevoegd gezag is in de regel de provincie. Provincies regelen in de omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit gelden. Dit zal in het aanvullingsbesluit Natuur worden geregeld.

rekening te houden met de vrijgestelde soorten.

wordt vanaf 2021 de Omgevingswet met de artikelen 2.4 en 4.1).

• Bijzondere nationale gebieden. In de Omgevingswet die in gaat op 2021 betreft dit: artikel 7.8 lid 2 Bkl.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

5

2. PLANGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie

2.2 Werkzaamheden en planning

Het plangebied ligt aan het Zomerdijkje 13a te Egmond aan den Hoef en is gelegen in de provincie

In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:

Noord-Holland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit schuren, woonhuizen met tuinen, intensief beheerd grasland, erfwegen en

1. sloop agrarische gebouwen; 2. bouw woning.

verharding.

Een kaart van het plangebied is weergegeven in Bijlage 5.

De omgeving van het plangebied bestaat uit akkers, agrarisch grasland, struweel, (brede) sloten en

Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 6) wordt verwacht dat er sterke trillingen en

wegen. De werkzaamheden beperken zich tot de agrarische gebouwen in het plangebied.

harde geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de uitvoerings- en gebruiksfase extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt mogelijk gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst. Er zal water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er wordt mogelijk in het water of langs de oever gewerkt. Er wordt (bouw)materiaal opgeslagen in het projectgebied. Er kunnen zanddepots ontstaan.

Legenda Plangebied Onderzoeksgebied

De opdrachtgever is voornemens om zo spoedig mogelijk te starten met de sloop van de agrarische gebouwen en aaneensluitend te starten met de bouw van de woning. De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van dit vooronderzoek nog niet bekend. Dit is mede afhankelijk van de vergunningverlening.

Algemene opmerking: In dit rapport maken we onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied wat onderzocht is tijdens het veldbezoek en tevens het gebied tot waar de effecten van de ingreep kunnen reiken. Figuur 1: het plangebied is rood omrand en het onderzoeksgebied is blauw omrand (PDOK, 2020). Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

6

3. RESULTATEN

3.1 Beschermde gebieden In Tabel 1 zijn de afstanden van het plangebied tot de beschermde gebieden in de provincie NoordHolland benoemd. In Figuur 2 op de volgende pagina, is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de beschermde gebieden. Tabel 1: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden Beschermd gebied

Afstand tot plangebied (in meters)

Natura 2000-gebied*: 'Noordhollands Duinreservaat' Dit gebied is gevoelig voor stikstofdepositie.

1.804

Natuurnetwerk Nederland

1.118

*In Bijlage 7 is de ingevulde effectenindicator te vinden (Ministerie van Economische Zaken, 2017). Daar is ook meer informatie opgenomen over habitatsoorten en -typen.

Binnen het plangebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Binnen het plangebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN). Alle Natura 2000-gebieden binnen vijf kilometer worden beoordeeld of tot zo ver de verwachtte effecten reiken.

Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebied verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand.

Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: de smalle afwateringssloot heeft een vrij brede oever met veel oeverplanten (kijkrichting zuidoost).

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

7

3.1.2 Effecttoetsing NNN

Legenda

Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 1.118 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNN-

Plangebied

gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.

Beschermde gebieden Natuurnetwerk Nederland

In provincie Noord-Holland is er geen sprake van externe werking. Negatieve effecten worden daarom

Natura 2000-gebied

uitgesloten. 3.1.3 Effecttoetsing (stikstof)depositie Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied 'Noordhollands Duinreservaat' ligt op 1.804 meter. Gezien de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden met habitattypen die gevoelig zijn voor stikstof, zijn depositie-effecten mogelijk. Door de aard van de activiteit kan een depositie-effect van stikstof momenteel (vanwege het voormalige PAS) niet vooraf uitgesloten worden.

Figuur 2: ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (PDOK, 2020; provincie Noord-Holland, 2020). 3.1.1 Effecttoetsing Natura 2000-gebieden In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage 7) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebied ‘Noordhollands

Duinreservaat’

worden

veroorzaakt

door

oppervlakteverlies;

versnippering;

verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied ook geen habitatsoorten of (niet-)broedvogelsoorten verwacht, zoals de gevlekte witsnuitlibel en nauwe korfslak. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

8

3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 21 september 2020 voorafgaand aan het veldbezoek. Het velden het bureau-onderzoek zijn verricht door deskundige ecologen, namelijk Isabelle Bense MSc en Alex Zuijdervliet BSc. Op onze website zijn alle cv's opgenomen van onze collega's om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek op 24 september 2020 was het droog, circa 14 graden, bewolkt en stond er een windkracht van circa 5 Bft vanuit de richting zuidwest. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling. Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. In Tabel 2 op de volgende pagina is te zien welke soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8.

Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 9.

Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: in het plangebied zijn losliggende materialen opgestapeld tussen ruigte (kijkrichting west). Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

9

Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Toelichting op Tabel 2:

Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.

In deze tabel staan enkel de soorten

Resultaten

waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9. Daar

is

een

nadere

Toetsing aan de Wnb

Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek

a/m/ vm

Te verwachten functies

Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied

Werkzaamheid1

Kans op overtreding Wnb2

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

m, vm

n

• •

Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen binnen het plangebied tijdens het veldbezoek. Er is een oud nest van een vermoedelijk een merel aangetroffen in het plangebied en in de schuur meerdere nesten van boerenzwaluw, zie Figuur 3. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw wordt verwacht, omdat geschikte bebouwing aanwezig is. Oeverzwaluw kan zich vestigen indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april t/m juni in de vorm van zanddepots en afgravingen. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen zich vestigen op bouwterreinen en kunnen broeden in hopen afval of bouwmateriaal. De volgende biotopen zijn aanwezig: bebouwing, intensief beheerd (gras)land, open, in verbinding staand water, ruigte, struweel en verharding algemeen. Zie Tabel 3 op pagina 12 voor voorbeelden van vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden in bomen en bosschages en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 5.1.1 voor de te nemen maatregelen voor vogels.

1, 2

Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4

•

Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.

onderbouwing

te vinden over waarom een soort of

• •

beschermde functie is uitgesloten.

•

•

Legenda Tabel 2: a = beschermde functie aangetroffen

Artikel 1.11

Huismus

a, m, vm

n, fl

Nestfunctie: er worden werkzaamheden aan oude schuren verricht (sloop). Tijdens de inwendige inspectie van de schuur is een (oud) nest aangetroffen van vermoedelijk huismus (zie Bijlage 10). Er zijn meerdere geschikte openingen aanwezig voor huismus die leiden naar nestgelegenheid in de schuur, zoals onder de bitumen golfplaten, dakgoten en open gaten in de schuur. Hoewel tijdens het veldbezoek geen huismussen zijn waargenomen, zijn er huismussen rond de projectlocatie aangetroffen binnen 150 meter, waardoor vestiging op korte termijn (binnen de houdbaarheid van dit rapport) niet uitgesloten kan worden. Daarnaast zijn huismussen niet altijd aanwezig waardoor één veldbezoek buiten de broedperiode te beperkt is om huismus uit te sluiten. Funtionele leefomgeving: binnen het plangebied zijn tuinen, struweel, ruigte en braakliggend terrein aanwezig. Aangrenzend aan het plangebied bevindt zich struweel, hagen en tuinen. Deze biotopen kunnen onderdeel uitmaken van de functionele leefomgeving van de huismus. Struweel en hagen kunnen dienen als schuilplaats, braakliggend terrein als zandige stukjes (zandbad) en tuinen als drinkfunctie. Bij de erven zijn tuinen met beplanting aanwezig met bessen en vruchten. Tevens is vee aanwezig in de directe omgeving dat zorgt voor voedselaanbod door het aantrekken van insecten van achtergelaten voedselresten en omgewoeld weiland voor regenwormen.

Hoewel het zwaartepunt van deze functie buiten het plangebied ligt en intact blijft, wordt verstoring door sterke trilling en harde geluiden verwacht.

1, 2

Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4 en Vogel met een jaarrond beschermd nest

Steenuil

m, vm

n, r

Er is een geschikte rust-, verblijf- en/of nestplaats aanwezig in de oude schuur voor de steenuil. Geschikte openingen geven toegang naar een verhoogd, houten plateau. Op het plateau zijn hoekjes en nissen aangetroffen waar de steenuil kan broeden. Er zijn op het plateau geen sporen, zoals veren of braakballen, aangetroffen. Sporen zijn echter niet altijd zichtbaar aanwezig. Daarnaast is de omgeving geschikt door de aanwezigheid van een open landschap met een relatief afwisselend korte en verruigde vegetatie. Er zijn houten hekwerken paaltjes aanwezig in de directe omgeving. Hier kan steenuil gebruik van maken als zitpunt om vanaf te jagen. Tevens is vee aanwezig in de directe omgeving dat zorgt voor voedselaanbod door het aantrekken van insecten van achtergelaten voedselresten en omgewoeld weiland voor regenwormen. Dit biedt een gevarieerd aanbod van prooien, zoals muizen en regenwormen. Hoewel steenuil niet in de bureaustudie naar voren komt, kan de aanwezigheid van steenuil niet worden uitgesloten door geschiktheid van het biotoop.

1

Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4 en Vogel met een jaarrond beschermd nest

m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk Verblijfplaatsen n = nest (vogels) r = rust- of verblijfplaats Overig en omgeving fl = functionele leefomgeving (o.a. huismus)

en/of

¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2

De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

10

Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Toelichting op Tabel 2:

Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.

In deze tabel staan enkel de soorten

Resultaten

waarvoor een overtreding verwacht wordt

Toetsing aan de Wnb a/m/ vm

Te verwachten functies

Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied

Werkzaamheid1

Hier hebben we voor gekozen om de

Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek

Kans op overtreding Wnb2

leesbaarheid van het rapport te vergroten.

Rugstreeppad

vm

z, w, v

De aanwezigheid van rugstreeppad kan uitgesloten worden volgens het Kennisdocument rugstreeppad (BIJ12, 2017), omdat in het plangebied: • geen geschikte combinatie van habitats aanwezig is (zomer-, voortplantings- én winterverblijfplaatsen);

1, 2

Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4

óf een effect niet uitgesloten kan worden.

De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9. Daar

is

een

nadere

HR-soort

Vestiging van rugstreeppad is mogelijk, omdat: • de dichtstbijzijnde waarneming (20 mei 2016) van rugstreeppad bekend is op 1.700 meter van het plangebied tussen bollenvelden; • er geen wezenlijke barrières aanwezig zijn tussen deze locaties en het plangebied; • er een geschikte combinatie van biotopen kan ontstaan tijdens de werkzaamheden.

onderbouwing

te vinden over waarom een soort of beschermde functie is uitgesloten. Steenmarter

m, vm

n, r

De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Er is geschikt biotoop aanwezig, namelijk geschikte openingen die toegang geven tot de oude schuur. Er zijn diverse sporen aangetroffen van vermoedelijk een steenmarter, zoals uitwerpselen en gebroken kippen-eieren (zie foto's Bijlage 10). Er zijn meerdere kleine, beschutte ruimtes gevonden zoals kruipruimtes. Deze plaatsen kunnen dienen als geschikte nestelplek. Negatieve effecten op verblijfplaatsen kunnen daarom niet worden uitgesloten. Effecten op essentieel foerageergebied zijn uitgesloten wegens het ontbreken van werkzaamheden buiten het plangebied.

1, 2

Artikel 3.10 lid 1, 2

Hermelijn

m, vm

n, r

De hermelijn kan in verscheidene natuurterreinen voorkomen, zoals in duinen of kleinschalig cultuurlandschap met een afwisseling van bijvoorbeeld graslanden en houtwallen. Rommelige hoekjes met losliggende materialen kunnen als verblijfplaats dienen. Deze biotopen zijn aanwezig. Er is een waarneming uit 2018 bekend op circa 500 meter van het plangebied. De omgeving is geschikt als jachtgebied.

1, 2

Artikel 3.10 lid 1, 2

Bunzing

m, vm

n, r

De bunzing komt voor op terreinen met een afwisseling van sloten en greppels, weilanden, akkers en bosschages. Geschikte verblijfplaatsen bevinden zich in kleinschalige landschapselementen, zoals takkenhopen, holle bomen en boomwortels. Hoewel genoemde voorbeelden niet aangetroffen zijn tijdens het veldbezoek, kunnen verblijfplaatsen van de bunzing ook niet uitgesloten worden door de geschiktheid van het biotoop.

1, 2

Artikel 3.10 lid 1, 2

Wezel

m, vm

n, r

Wezels kunnen in verscheidene landschappen (macrohabitats) worden aangetroffen, waarin de voorkeur uitgaat naar structuurrijke en/of geen accidenteerde terreinen met een afwisseling van bos en veld. Daarin wordt een combinatie van min of meer dichte structuren zoals ruigten, hoog gras- of rietland, bosjes en/of houtwallen betrokken (het microhabitat). Deze habitats zijn aanwezig. In de kleinschalige landschapselementen in het plangebied kunnen verblijfplaatsen van wezel aanwezig zijn, negatieve effecten op verblijfplaatsen kunnen daarom niet worden uitgesloten.

1, 2

Artikel 3.10 lid 1, 2

Legenda Tabel 2: m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk Verblijfplaatsen n = nest (zoogdieren) z = zomerverblijfplaats w = winterverblijfplaats v = voortplantingsverblijfplaats r = rust- of verblijfplaats

¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2

De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

11

Tabel 3: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest Legenda Plangebied

Aanwezige biotopen

Beschrijving biotoop

Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):

Bebouwing

gebouwen, zoals woonhuizen en schuren

spreeuw, holenduif, kauw, zwarte roodstaart, merel, boerenzwaluw

Intensief beheerd (gras)land

gewasteelt, voedselrijk grasland

scholekster, graspieper, kievit

Open, in verbinding staand water

sloot

fuut, meerkoet, knobbelzwaan, canadese gans

Ruigte

kruidenvegetatie (>50%)

graspieper, patrijs, fazant, tjiftjaf, winterkoning, roodborst, zwartkop

Struweel

struiken, zonder bomen/boomlaag

fitis, grasmus, heggenmus, tuinfluiter, kneu, braamsluiper, tjiftjaf, winterkoning, roodborst, zwartkop

Verharding algemeen

straatbetegeling, asfalt, paden, erfverharding

n.v.t.

Onderzoeksgebied

Waarnemingen Nest (vogels*) Nest (huismus) Sporen (steenmarter) Nest (boerenzwaluw) Nestkast (zangvogels)

Biotopen Weiland met vee (huismus, steenuil) Houten hekwerk (steenuil) Struweel (vogels*) Verhoogde plateau (steenuil) Intensief beheerd grasland (vogels*) Open, in verbinding staand water (vogels*) Ruigte (FL huismus, vogels*, bunzing, wezel) Losliggende materialen (hermelijn, bunzing, wezel) Functionele leefomgeving (huismus) Pannendak (N huismus, vogels*) Bebouwing (vogels*) Toegang object (steenmarter, steenuil, vogels*)

Vogels* = vogels zonder jaarrond beschermd nest, FL = functionele leefomgeving, N = nest

Figuur 3: kaart met het plangebied, biotopen waar diersoorten in verwacht worden en relevante waarnemingen. Omdat er geen relevante waarnemingen zijn in het zuidelijk deel van het plangebied, is gekozen dit weg te laten voor het vergroten van de leesbaarheid. Alleen biotopen waar beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, zijn weergegeven in deze figuur. In Tabel 3 wordt per biotoop beschreven welke broedvogels er kunnen voorkomen. Dit is echter slechts een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. Rugstreeppad kan zich vestigen indien er tijdens de werkzaamheden geschikt biotoop ontstaat, zoals zandhopen en kleine wateren door bijvoorbeeld bandensporen. De beplanting in tuinen, ruigte en hagen kunnen deel uitmaken van de functionele leefomgeving van huismus. Steenmarter kan aanwezig zijn in de oude schuur, omdat er verblijfplaatsen mogelijk zijn in de kruipruimte. Een verblijfplaats van steenuil is mogelijk in de oude schuur door een verhoogd, houten plateau met geschikte toegangsopeningen. De losliggende materialen kunnen als verblijfplaatsen dienen voor hermelijn, bunzing en wezel en in de ruigte voor bunzing en wezel.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

12

3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. Planten De volgende plantensoorten zijn binnen het plangebied aangetroffen: behaard knopkruid, grote klaproos, behaard vingergras, Canadese fijnstraal, gewone paardenbloem, grote brandnetel, riet, Engels raaigras, ridderzuring, krulzuring, teunisbloem spec., grote weegbree, zwarte nachtschade, hemelsleutel, witte dovenetel, heermoes, zachte ooievaarsbek, oever-/ moerasbies, sterrenkroos spec., harig wilgenroosje, haagbeuk, akkerdistel, gele lis, bijvoet, stinkende gouwe, aarmunt, gewoon biggenkruid, zwanenbloem, veenwortel, es, haagliguster en diverse uitheemse tuinplanten. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen bedreigde planten van de Rode Lijst aangetroffen. Dieren In het plangebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. Deze worden hieronder per biotoop benoemd. Grasland In het grasland kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: haas, woelrat en gewone pad. Bosschage In de bosschages kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: egel, gewone bosspitsmuis, gewone bosmuis en bruine kikker.

Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: richting de brede waterloop is de oever smal met intensief, beheerd grasland (kijkrichting zuidoost).

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

13

4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN

4.1 Conclusie

Zie paragraaf 5.1 voor informatie over hoe om te gaan met soorten waarvoor geen onderzoek benodigd

De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag: Is

de

voorgenomen

ontwikkeling

Wet

natuurbescherming

(Wnb)

dienen

genomen

worden

te

is, maar waarvoor wel maatregelen benodigd zijn. In Bijlage 11 is een stroomschema te vinden waarin

in

strijd

met

of

het

provinciaal

beleid?

met

uitvoering

voor

de

soort-

de

of

gebiedsbescherming En

welke gestart

uit

de

de vervolgstappen zijn opgenomen met een indicatieve doorlooptijd.

vervolgstappen kan

worden?

4.2 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten en gebieden Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie

Hieronder volgt een antwoord op de centrale vraag. In tabel 4 is de conclusie samengevat. De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting in strijd met het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming. Er kunnen namelijk nesten van huismus en 'vogels zonder jaarrond beschermd nest' op de planlocatie aanwezig zijn. Verblijfplaatsen van steenmarter, hermelijn en steenuil kunnen eveneens aanwezig zijn op de planlocatie. Daarnaast kan rugstreeppad zich in de toekomst vestigen, als er geen voorzorgsmaatregelen worden genomen. De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting in strijd met het onderdeel gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming. Verder zijn de plannen niet in strijd met provinciale gebiedsbescherming.

(mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.

• Huismus: nesten en functionele leefomgeving. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden door het uitvoeren van minimaal twee veldbezoeken in de periode april t/m 20 juni.

• Rugstreeppad: zie Tabel 2 voor de functies. Indien voldaan kan worden aan de maatregel 5.1.3 onder de paragraaf ‘rugstreeppad’, is nader onderzoek niet benodigd. Zo niet, dan dient nader onderzoek verricht te worden naar de voortplantingsfunctie in de periode half april t/m eind juli. Echter zijn winterverblijfplaatsen redelijkerwijs niet te onderzoeken.

• Steenuil: dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden door het uitvoeren van minimaal vier veldbezoeken in de periode 1 februari t/m 30 april, waarbij er minimaal 1 maand zit tussen het eerste en het laatste bezoek.

• Steenmarter, hermelijn, bunzing, wezel: dit onderzoek dient voor steenmarter bij

Tabel 4: Samenvatting conclusie

Soort(groep)/gebied Vogels zonder jaarrond beschermd nest

Maatregel

Onderzoek

x

Huismus

Overig/opmerking zie paragraaf 5.1.1

voorkeur verricht te worden in de voortplantingsperiode, welke globaal loopt van maart tot juli (Bouwens, 2017). Tijdens deze periode dienen gedurende zes weken cameravallen opgehangen worden op de mogelijke verblijfslocaties (schuur). Voor hermelijn en bunzing

x

zie paragraaf 4.2

dient onderzoek uitgevoerd te worden bij voorkeur in mei tot en met augustus. Voor wezel

(x)

zie paragraaf 4.2 en 5.1.2

dient het onderzoek bij voorkeur uitgevoerd te worden in mei tot en met augustus. Hier

Steenuil

x

zie paragraaf 4.2

Steenmarter, hermelijn, bunzing, wezel

x

zie paragraaf 4.2

Natura 2000 stikstofdepositie

x

zie paragraaf 4.2

Rugstreeppad

x

worden zes weken camera's en buizen met lokstof in het gebied geplaatst en elke 2 a 3 weken verplaatst voor een vlakdekkend beeld van het plangebied.

• Er is een aeriuscalculatie benodigd om te bepalen of er depositie-effecten optreden.

x = maatregel of onderzoek is benodigd, (x) = onderzoek is enkel benodigd als de maatregelen niet uitgevoerd kunnen worden.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

14

5. MAATREGELEN Maatregel 2: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een

Algemene opmerking: Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn genomen en/of (indien aan de orde) een ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wél mogelijk zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 5.4.

Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in:

• 5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10); • 5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11); • 5.3 Bovenwettelijke maatregelen.

Daarnaast wordt in paragraaf 5.4 besproken wat u kunt doen bij een wijziging van de ontwikkeling of wanneer de gegeven adviezen niet passen in de uitvoering of planning. 5.1 Maatregelen beschermde soorten Er zijn maatregelen nodig voor de volgende beschermde soorten: vogels, huismus, rugstreeppad, noordse woelmuis en waterspitsmuis

ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog doorgang vinden. Let op: in de aangegeven broedperiode is er veelal een grote kans op het aantreffen van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is vooraf niet te geven. Oeverzwaluw Voorkom vestiging van oeverzwaluw door in de periode april t/m juni steilwanden te voorkomen (in de vorm van zanddepots en afgravingen). Of zorg voor geleidelijke overgangen met een minimale verhouding van 1:3 óf dek de zandhopen af met een stevig zeil. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart Vogelsoorten zoals de witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen en broeden in hopen afval of bouwmateriaal. Als de soort tot broeden komt op het terrein is het nest beschermd en zal hier rekening mee gehouden moeten worden. Maatregel: voorkom vestiging van deze soorten door in de broedperiode (globaal van half maart t/m eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het plangebied. Of dek de bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil of doek. 5.1.2 Rugstreeppad (vestiging voorkomen) Maatregel 1: voorkom dat er in de periode april t/m eind augustus ondiepe wateren ontstaan of zorg

5.1.1 Vogels zonder jaarrond beschermd nest Voorkom vernietiging van vogelnesten óf een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd.

dat deze direct gedempt worden. Denk hierbij aan regenplassen en bandensporen. Deze maatregel is enkel toepasbaar om nieuwe vestiging in geschikt voortplantingsbiotoop te voorkomen. Maatregel 2: voorkom dat er in de periode april t/m eind november nieuwe zomer- en/of winterverblijfplaatsen ontstaan, zoals hopen vergraafbaar zand, bouwmateriaal (bijv. puin), hopen houtafval of stenen. Verwijder dit direct uit het plangebied. Indien het niet mogelijk is om aan deze maatregelen te voldoen, dan dient nader onderzoek verricht te worden, zie paragraaf 4.2.

Maatregel 1: verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode van de aanwezige soorten. Op basis van het veldbezoek waarin we op aanwezige vogelsoorten hebben gelet én op basis van de aanwezige biotopen, verwachten wij dat de broedperiode loopt van half februari t/m half oktober. Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

15

5.2 Zorgplichtmaatregelen In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden óf dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. Hieronder volgt de strategie om met deze soorten om te gaan, zie kader.

Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn hier voorbeelden van. In paragraaf 3.3 zijn per biotoop de zorgplichtsoorten opgenomen die in het plangebied verwacht worden.

Indien niet voldaan kan worden aan de strategie in bovenstaand kader, dan zijn de volgende maatregelen minimaal benodigd om nadelige gevolgen te voorkomen. 5.2.1 Zoogdieren In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:

• Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.

• Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst.

• Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen,

Toelichting op de afbeelding

zoals bosschages en ruigtes.

Impressie plangebied: zicht op het woonhuis, tuin en gazon

• Zorg dat er voldoende dekking aanwezig blijft van bosschages voor bijvoorbeeld de egel en

(kijkrichting zuid).

diverse muizensoorten. Plant nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

16

5.2.2 Amfibieën In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende

•

in de nieuwbouw voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele)

maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:

spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals

• Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek

aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer

buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

• Werk bij voorkeur in september of oktober in de oever of watergang. Werk bij voorkeur niet in de oever of het water bij temperaturen beneden de 10 graden. Neem contact op met een

In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om

•

informatie beschikbaar ter inspiratie. Denk aan de huismus als er een vogelschroot wordt geplaatst. Doe dit dan ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden.

ecoloog om negatieve effecten te voorkomen als niet aan (één van) beide maatregelen voldaan

Via Stichting de witte mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een

kan worden.

goedwerkend model. Mussenflats (te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt.

5.3 Bovenwettelijke of aanvullende maatregelen Dit rapport is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het rapport wordt dus in principe geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast

Nieuwe aanplant of vegetatie-ontwikkeling

•

Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten, vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten. Kies bij aanplant voor streekeigen

zijn er vaak ecologische kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om

soorten van autochtoon materiaal. Vermijd daarnaast te allen tijde de aanplant van invasieve

ook daar aandacht aan te geven.

•

exoten, zoals japanse duizenknoop, watercrassula en grote waternavel. Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren en deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang in de vegetatie. Deze rand

Biodiversiteit

is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren. Spontane ontwikkeling is de

Wil je met een onafhankelijke en herhaalbare meting weten hoe het met de biodiversiteit gesteld

eenvoudigste manier. Indien toch voor inzaaien wordt gekozen, dan dient bij voorkeur gekozen te

is in jouw plangebied? En wil je daarnaast aanbevelingen om gericht maatregelen te nemen die

worden voor biologisch zaad van inheemse kruiden met een regionale herkomst.

de biodiversiteit verhogen? Vraag ons dan om een Quickscan Biodiversiteit uit te voeren! Met de Quickscan Biodiversiteit wordt aantoonbaar gemaakt wat de huidige biodiversiteit is. Bij een vervolgmeting kan de bijdrage dan objectief worden bepaald. Vraag de projectadviseur gerust om de folder of om meer informatie.

Erf in het buitengebied

•

Bevestig een steenuilenkast aan een van de solitaire bomen of aan een nieuw gebouw in het plangebied. De steenuil is een beschermde soort die baat heeft bij door mensen geplaatste nestkasten. Voorkom kans op inregenen. Zorg voor voldoende nestruimte en zorg dat er een kleine uitloopmogelijkheid is voor de juvenielen (Vivara natuurbeschermingsproducten, 2020).

5.3.1 Ecologische kansen Binnen het plangebied zijn de volgende ecologische kansen of mogelijkheden aanwezig: Nieuwbouw

•

Raadpleeg de 'checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden bij nieuwbouw.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

17

5.4 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies? De adviezen in dit rapport zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de voorgenomen ontwikkeling zoals aangeleverd door de opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het plangebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt. Vervolgstappen niet inpasbaar? Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een ontheffing benodigd. Dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een deskundig ecoloog met kennis van de betreffende soorten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4574/documents/32602