bij 3 Inkomenseffect Rapportage Bergen - versie 0.2.pdf
Tekst van het document
Inkomenseffect Rapportage Zaffier Gemeente Bergen
Opdrachtgever Gemeente XXXX
Opdrachtgever Gemeente Bergen Datum Juli 2024 Auteurs Michelle Ellens Marijke Bos KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting................................................................................................................................. 3 1. Inkomenseffecten ...................................................................................................................... 5 1.1. Introductie op de inkomenseffecten .................................................................................... 5 1.1.1. Voorbeeldhuishoudens ................................................................................................ 5 1.1.2. Opbouw totaal inkomen ............................................................................................... 5 1.1.3. Uitgaven ....................................................................................................................... 7 1.1.4. Uitgangspunten ............................................................................................................ 7 1.1.5. Kanttekening ................................................................................................................ 9 1.2. Resultaten inkomenseffecten ........................................................................................... 10 1.2.1.
Alleenstaande ............................................................................................................ 10 1.2.2. Alleenstaande met zorgvraag .................................................................................... 12 1.2.3. Alleenstaande ouder met kinderen van 3 en 5 jaar ................................................... 13 1.2.4. Alleenstaande ouder met kinderen van 5 en 14 jaar ................................................. 14 1.2.5. Alleenstaande ouder met kinderen van 14 en 16 jaar ............................................... 15 1.2.6. Paar zonder kinderen ................................................................................................. 16 1.2.7. Paar met kinderen van 3 en 5 jaar ............................................................................. 17 1.2.8. Paar met kinderen van 5 en 14 jaar ........................................................................... 18 1.2.9. Paar met kinderen van 14 en 16 jaar ......................................................................... 19 1.2.10. Alleenstaande AOW-leeftijd ..................................................................................... 21 1.2.11. Alleenstaande AOW-leeftijd met zorgvraag ............................................................. 22 1.2.12.
Paar AOW-leeftijd .................................................................................................... 23 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 24 Bijlage 2. Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 25 Bijlage 3. Uitsplitsing gemeentelijke bijdragen ............................................................................ 37
1
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare inwoners die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om inwoners te stimuleren om zoveel mogelijk zelfstandig hun levensonderhoud te voorzien. Inwoners van de gemeente Bergen met een laag inkomen kunnen van verschillende lokale – naast de landelijke – regelingen gebruikmaken. Samenwerkingsverband Zaffier heeft KWIZ gevraagd om de effecten te onderzoeken die deze regelingen hebben op de inkomens van minima voor alle zes gemeenten. Het voorliggende rapport geeft inzicht in de gemeente Bergen. Inkomenseffect Rapportage (IER) We berekenen voor twaalf verschillende voorbeeldhuishoudtypen met zes verschillende inkomensniveaus hoeveel zij maandelijks aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen kunnen ontvangen. Het gaat om inkomens van 100, 110, 120, 130 en 150 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), en voor langdurige minimahuishoudens. Meer specifiek gaat het om de effecten van het vergaren van meer inkomen (bijv. vanuit een bijstandssituatie). Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud1.
Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting). Tenslotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Leeswijzer In de samenvatting worden de belangrijkste bevindingen uiteengezet. Hoofdstuk 1 van deze rapportage geeft inzicht in de inkomenseffecten; de invloed van het landelijke en gemeentelijke beleid op de inkomenssituatie van minimahuishoudens. In bijlage 1 staat een overzicht van de gemeentelijke regelingen. In de tweede bijlage worden de volledige begrotingen getoond. De laatste bijlage geeft inzicht in de maandelijkse gemeentelijke bijdrage voor de verschillende regelingen per huishouden bij een (langdurig) inkomen van 100 procent Wsm.
1 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en
adviseert over financiën van huishoudens.
2
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Samenvatting In de samenvatting staan de belangrijkste bevindingen vanuit de Inkomenseffect Rapportage weergegeven. Effect van (maximaal) gebruik gemeentelijke regelingen Huishoudens die van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaken waar zij recht op hebben, hebben daardoor logischerwijs een groter budget over aan het einde van de maand dan huishoudens die van geen enkele regeling gebruikmaken. Dit effect is het grootst voor gezinnen; door de samenstelling van hun huishouden kunnen zij namelijk de meeste vergoedingen vanuit de regelingen ontvangen. Een aantal voorbeeldhuishoudens uit deze rapportages zouden zonder de maximale bijdrage van de gemeente, maandelijks geld tekort komen na het doen van alle uitgaven (dat wil zeggen: zowel de basisuitgaven als een bedrag dat wordt uitgegeven aan sociale participatie). Dit geldt op bijstandsniveau voor alleenstaanden met een zorgvraag (zowel niet-AOW als AOWgerechtigden), paren zonder kinderen en paren met kinderen van 5 en 14 of 14 en 16 jaar. Het valt verder op dat alleenstaanden met een zorgvraag, bij zowel een inkomen van 100 als bij een inkomen van 110 procent Wsm, mét alle gemeentelijke regelingen niet voldoende inkomen hebben om alle uitgaven te bekostigen.
Alle overige voorbeeldhuishoudens, bijvoorbeeld de huishoudens met AOW’ers, hebben bij elk inkomen voldoende budget om zowel de basis- als de participatie uitgaven te bekostigen. Huishoudens die langdurig een minimuminkomen hebben tot 120 procent Wsm, kunnen onder voorwaarden gebruik maken van de individuele inkomenstoeslag. Dit betekent dat het budget voor de voorbeeldhuishoudens onder de AOW-leeftijd op 100, 110 en 120 procent Wsm in sommige gevallen verruimd kan worden, afhankelijk van het type huishouden, met € 38 tot € 54 per maand. Overigens is het zo dat het maximale bedrag dat minima vanuit de toeslagen van het Rijk kunnen ontvangen (onder andere huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget) hoger is dan het maximale bedrag van de gemeentelijke regelingen. Dit is ook in andere gemeenten het geval. Conclusie De gemeentelijke regelingen bieden (extra) financiële bestedingsruimte. Voor sommige huishoudens is dat noodzakelijk om maandelijks rond te kunnen komen. Daarnaast is het belangrijk dat minima ook van de landelijke toeslagen gebruikmaken waar zij recht op hebben. Voor deze rapportage is verder de aanname gedaan dat de huishoudens gebruikmaken van alle gemeentelijke regelingen. In de praktijk is echter de ervaring dat huishoudens van enkele, of soms van geen, regelingen gebruikmaken.
Het is belangrijk om te realiseren dat het budget na alle uitgaven in werkelijkheid vaak lager zullen uitvallen dan in deze rapportage is weergegeven. Financiële verschillen tussen inkomen op bijstandsniveau of een hoger inkomen tot 150% Wsm In hoeverre loont het financieel gezien om (meer) te gaan werken? Dit hangt van een aantal factoren af: huishoudsamenstelling, de nieuwe inkomenshoogte en daarmee het (verliezen van het) recht op gemeentelijke regelingen en de eventuele afname van landelijke toeslagen. In de volgende punten worden deze effecten verduidelijkt: • Voor de gemeentelijke regelingen geldt dat bij een inkomen boven 100 procent Wsm, het recht op kwijtschelding vervalt. Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm vervalt het recht op collectieve zorgverzekering, de regeling Maatschappelijke Participatie, de vergoeding van de ouderbijdrage en het Jeugdfonds Sport en Cultuur (inclusief zwemlesregeling). Van hoe meer regelingen een huishouden gebruik kan maken, hoe groter het bedrag is dat het huishouden kan ‘verliezen’ indien het inkomen stijgt. • Voor de landelijke toeslagen geldt dat deze afnemen bij een hoger inkomen, behalve bij alleenstaande ouders. De toeslagen dalen bij paren (met en zonder kinderen) eerder én sneller in vergelijking met alleenstaanden.
Bij alleenstaande ouders met kinderen tot en met 12 jaar zien we dat het bedrag aan landelijke toeslagen toeneemt door belastingvoordeel. 3
Gemeente Bergen
•
Versie 0.2
Tenslotte krijgen huishoudens die vanuit de bijstand aan het werk gaan, te maken met werkgerelateerde kosten, waardoor hun uitgaven iets stijgen. Voor alleenstaande ouders komen hier de kosten voor kinderopvang bij (al krijgen ze daar via de kinderopvangtoeslag weer een (groot) deel van terug).
In combinatie met elkaar zorgen bovenstaande ontwikkelingen ervoor dat: • Werken er altijd voor zorgt dat het maandelijkse budget hoger is dan in de bijstand. • Bij het niet gebruiken van de gemeentelijke regelingen: alle huishoudens een hoger maandelijks budget overhouden, bij elke inkomensstijging (van 110 tot 150 procent Wsm). In dit geval zorgt een hoger inkomen altijd voor een hoger maandbudget, hoewel paren met kinderen van 14 en 16 en alleenstaanden met een zorgvraag nog steeds geld te kort komen. • Bij het gebruiken van alle gemeentelijke regelingen: bijna alle huishoudens zónder kinderen houden een hoger maandelijks budget over, bij elke inkomensstijging (van 110 t/m 150 procent Wsm). Dit geldt niet bij paren met de AOW-leeftijd; er vindt een terugval in budget plaats van 120 naar 130 procent Wsm. Bij de alleenstaande ouders en paren met kinderen zien we daarentegen dat het maandelijkse budget niet altijd toeneemt bij een hoger inkomen. Bij enkele huishoudens is hier sprake van wanneer het inkomen van 100 naar 110 procent stijgt (de alleenstaande ouder met kinderen van 3 en 5 jaar en alleenstaande ouders met kinderen van 14 en 16 jaar). Bij vijf van de zes huishoudtypes met kinderen zien we dat het maandelijkse budget afneemt ten opzichte een inkomen van 120 procent Wsm, wanneer het inkomen stijgt naar 130 procent Wsm en in sommige gevallen tevens 150 procent Wsm.
Dit is tevens het moment waarop de huishoudens het recht op de meeste gemeentelijke regelingen verliezen. Voor huishoudens met kinderen geldt dus dat een hoger inkomen niet altijd zorgt voor een hoger maandbudget. Conclusie Wanneer huishoudens alle gemeentelijke regelingen ontvangen, loont werken tegen een hoger inkomen bijna altijd2. Door het wegvallen van het recht op gemeentelijke regelingen, al dan niet in combinatie met een afname van toeslagen vanuit het Rijk, loont het voor huishoudens met kinderen niet altijd om te gaan werken tegen een hoger loon 3. Tot slot is het zo dat bijna alle huishoudens die vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon van 1104, 120, 130 of 150 procent Wsm maandelijks voldoende budget hebben om zowel de basisuitgaven als de uitgaven voor sociale participatie te bekostigen, met én zonder de gemeentelijke regelingen. De enige uitzonderingen hierop zijn de alleenstaanden (onder de AOW-leeftijd) met een zorgvraag; ondanks het gebruik van de gemeentelijke regelingen komen zij nog steeds geld te kort (zowel bij 100 als 110 procent Wsm).
2 Dit geldt niet van 100 procent Wsm naar 110 procent Wsm voor alleenstaande ouders met kinderen van 3
en 5, alleenstaande ouders met kinderen van 14 en 16. Alleenstaanden met een zorgvraag hebben nog steeds te weinig budget. 3 Dit geldt voor vijf van de zes huishoudtypes met kinderen (uitgezonderd alleenstaande ouders met kinderen van 14 en 16). 4 Dit geldt niet voor alleenstaande ouders met kinderen van 3 en 5 en alleenstaande ouders met kinderen van 14 en 16.
4
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1. Inkomenseffecten 1.1. Introductie op de inkomenseffecten In deze paragraaf bespreken we de onderzoeksmethode en aannames van de Inkomens Effectrapportage (IER). Hierbij geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden in dit rapport.
1.1.1. Voorbeeldhuishoudens We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2024 voor de volgende twaalf huishoudtypen: Huishoudtypen Niet AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • alleenstaande met een zorgvraag; • alleenstaande ouder met twee kinderen (3 en 5 jaar); • alleenstaande ouder met twee kinderen (5 en 14 jaar); • alleenstaande ouder met twee kinderen (14 en 16 jaar); • paar zonder kinderen; • paar met twee kinderen (3 en 5 jaar); • paar met twee kinderen (5 en 14 jaar); • paar met twee kinderen (14 en 16 jaar). AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • alleenstaande met een zorgvraag; • paar. Inkomenshoogte We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120, 130 en 150 procent wettelijk sociaal minimum (Wsm). Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan drie jaar een inkomen van 100 procent Wsm hebben (langdurige minima).
1.1.2. Opbouw totaal inkomen Het totale inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit: • •
•
netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag; o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting. gemeentelijke minimaregelingen.
Gebruik en effect van gemeentelijke minimaregelingen In deze rapportage berekenen wij de inkomenseffecten van de verschillende huishoudens wanneer zij gebruikmaken van alle beschikbare gemeentelijke regelingen. In de praktijk is de ervaring echter dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid zal het budget na alle uitgaven waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Ter vergelijking geven wij daarom ook de inkomenseffecten weer wanneer de voorbeeldhuishoudens van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken.
5
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Specificatie gemeentelijke minimaregelingen 5 In onderstaande tabel is weergegeven welke regelingen in de begrotingen van de voorbeeldhuishoudens zijn verwerkt. Tabel 1.1.1 Gemeentelijke minimaregelingen 2024 Regelingen opgenomen in begrotingen
Inkomensgrens 2024
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
100% Wsm
Individuele inkomenstoeslag
Drie jaar of langer 120% Wsm
Collectieve zorgverzekering
120% Wsm
Maatschappelijke Participatie
120% Wsm
Vergoeding ouderbijdrage
120% Wsm
Jeugdfonds Sport en Cultuur
120% Wsm
Vergoeding Zwemles
120% Wsm
Regelingen niet opgenomen in begrotingen Bijzondere bijstand
120% Wsm6
Studietoeslag
Specifieke doelgroep
Computerregeling voor kinderen
120% Wsm op datum aanvraag
Een aantal regelingen wordt niet opgenomen in de begrotingen en bij de inkomenseffecten: • De bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voor komt. • De studietoeslag is niet opgenomen in de begrotingen omdat deze regeling een specifieke doelgroep kent, namelijk studenten met een lichamelijke of psychische beperking, die niet in staat zijn naast hun studie te werken. • De computerregeling voor kinderen is niet meegenomen in de begrotingen omdat deze regeling eens per vijf jaar kan worden aangevraagd en het geen structurele bijdrage is. Om inzichtelijk te maken in hoeverre de opbouw van gemeentelijke bijdrage verschilt per huishouden, is in bijlage 3 per huishouden weergegeven welke en hoeveel gemeentelijke vergoedingen zij maandelijks kunnen ontvangen bij een inkomen op 100 procent Wsm.
5 In bijlage 1 staan de voorwaarden en vergoedingen per regeling beschreven. 6 In het geval van een aantal specifieke kostensoorten wordt een inkomensgrens van 110 procent Wsm
gehanteerd.
6
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.1.3. Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar: • • • • •
vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten7 en verzekeringen; reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; werkgerelateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding; kosten voor sociale participatie. Dit kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten (bijvoorbeeld een keer naar de bioscoop of naar het terras), met andere woorden: dit is het bedrag waardoor mensen mee kunnen doen8.
Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op normbedragen en berekeningen van het Nibud. Deze zijn terug te vinden in de begrotingen per huishoudtype in bijlage 2.
1.1.4. Uitgangspunten Voor de inkomenseffecten doen we de volgende aannames. Algemeen • De huishoudens maken van alle lokale regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag. Eveneens ontvangen ze alle landelijke toeslagen waar ze recht op hebben. Daarnaast doen we de aanname dat huishoudens geen schulden hebben. • Voor de uitgaven wordt uitgegaan van gemiddelden per huishoudtype. Dit betekent dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven. • Het vermogen van de huishoudens ligt binnen de grenzen van de Participatiewet 9; • De voorbeeldhuishoudens wonen in een huurwoning. We gaan uit van € 603 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 660 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Bergen. • We gaan er vanuit dat de voorbeeldhuishoudens geen recht hebben op de individuele inkomenstoeslag omdat zij geen langdurige minima zijn. Om inzicht te geven in de situatie wanneer huishoudens wél langdurig een minimuminkomen hebben, geven we zowel in het resultatenhoofdstuk als in de bijlage de bijdragen van de individuele inkomenstoeslag weer in de tabellen.
• Huishoudens met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger hebben te maken met werkgerelateerde kosten. Huishoudens met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm, en huishoudens die de AOW-leeftijd hebben bereikt maken, gezien hun situatie, deze kosten niet. Gemeentelijke regelingen • Voor de collectieve zorgververzekering is gerekend met gebruik van het Univé Gemeentepakket Compleet, waar (onder andere) het eigen risico en de eigen bijdrage
7 De kosten voor water zijn gebaseerd op de tarieven van PWN. Gegevens over het gemiddelde gebruik per
huishoudtype zijn afkomstig van Waternet. De kosten voor gas en elektriciteit zijn gebaseerd op de tarieven van maatschappij Essent, pakket Groene Stroom en Aardgas, 1 jaar vast. 8 Voor deze kosten is eveneens uitgegaan van het normbedrag dat het Nibud per huishoudtype hanteert. 9 Die vermogensgrens is € 15.150 voor paren, een gezin of alleenstaande ouder en € 7.575 voor een alleenstaande.
7
Gemeente Bergen
•
•
• •
Versie 0.2
voor huishoudelijk hulp in wordt vergoed. Dit is het meest gekozen pakket binnen de collectieve zorgverzekering in de gemeente. De regeling Maatschappelijke Participatie biedt verschillende vergoedingen voor de participatie van inwoners. De maximaal te ontvangen vergoedingen van deze regeling zijn berekend per huishoudtype. De volgende vergoedingen zijn hierin opgenomen: o Kinderen: € 10 voor een bezoek aan bioscoop, theater, festival, dierentuin, concert of attractiepark. o Volwassenen: € 150 voor sport of cultuur en € 10 voor een bezoek aan bioscoop, theater, festival, dierentuin, concert of attractiepark. o Volwassenen AOW: € 30 Wonenplus abonnement. Vanuit het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn er verschillende vergoedingen beschikbaar voor culturele en sportieve activiteiten. Voor kinderen (0 t/m 17 jaar) is gekozen om de vergoedingen voor sport door te rekenen, aangezien dit in de gemeente veruit het meest wordt gekozen. We rekenen met een gemiddeld verstrekt bedrag van € 41710 voor sport. Voor de vergoeding zwemles is de aanname gedaan dat een kind van 5 jaar een jaar lang zwemles heeft bij zwembad De Beeck. Ouders met kinderen kunnen aanspraak maken op een vergoeding voor de ouderbijdrage. Wij rekenen voor kinderen € 49 (maximaal vergoed de gemeente € 50) door als vergoeding, omdat dit de ouderbijdrage is die we standaard verrekenen in methode.
Ouders met kinderen op de middelbare school ontvangen een vergoeding van € 125.
Opvang, BSO en peuterspeelzaal • Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Voor alleenstaande ouders met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger zal het 3-jarig kind naar de dagopvang gaan en het 8-jarige kind naar de BSO zodat de ouder kan werken. Daarbij gaan we uit van de volgende uren en tarieven: o Inkomen van 110 en 120 procent Wsm: 20 uur dagopvang per week (3-jarige) tegen een tarief van € 10,25 (maximum uurtarief volgens de VNG 2024), twee dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarig kind tegen een tarief van € 9,12 (maximum uurprijs 2024). o Inkomen van 130 en 150 procent Wsm: 30 uur dagopvang per week (3-jarige) tegen een tarief van € 10,25 (maximum uurtarief volgens de VNG 2024), drie dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarig kind tegen een tarief van € 9,12 (maximum uurprijs 2024). • Bij een paar met twee kinderen met een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. We gaan ervan uit dat deze huishoudens geen dagopvang en BSO nodig hebben, omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding.
• Voor de 3-jarige kinderen die niet naar de dagopvang gaan, gaan we ervan uit dat hij/zij twee ochtenden per week (2*4 uur) naar de peuterspeelzaal gaat voor sociale ontwikkeling. Dit geldt dus voor de kinderen uit een eenoudergezin met een huishoudinkomen van 100 procent Wsm, en voor alle 3-jarige kinderen in een gezin met twee volwassenen. De ouderbijdrage wordt bepaald per inkomensniveau, de prijzen van de VNG worden gehanteerd. Zorgkosten11 • Bij de personen die een zorgvraag hebben, zijn extra kosten doorgerekend voor reiskosten naar het ziekenhuis of specialist, de maximale eigen bijdrage voor medicatie én reserveringskosten voor onder andere maaltijdvoorziening (alleen voor alleenstaanden), dieetkosten, waskosten en personenalarmering. Huishoudelijke hulp wordt vergoed vanuit de (collectieve) zorgverzekering;
10 Gebaseerd op het Jaarverslag van 2023. 11 Het is mogelijk om via de Inkomstenbelasting gebruik te maken van de Tegemoetkoming specifieke
zorgkosten. In dit rapport is hier geen rekening mee gehouden.
8
Gemeente Bergen
•
Versie 0.2
Voor de personen die geen gebruik (kunnen) maken van de collectieve zorgverzekering (huishoudens met een inkomen boven 120 procent Wsm), doen we de aanname dat ze een reguliere zorgverzekering hebben afgesloten, waarbij we een gemiddelde voor het premiebedrag nemen van zes grote zorgverzekeraars. Voor de AOW’ers en personen met een hoge zorgvraag maken we de aanname dat zij een uitgebreider zorgpakket afsluiten dan de andere voorbeeldhuishoudens, waarbij eveneens met een gemiddeld premiebedrag wordt gerekend. In deze verzekering wordt de eigen bijdrage Wmo vergoed. Het eigen risico is niet mee verzekerd.
1.1.5. Kanttekening Bij een doorrekening die gestoeld is op een aantal aannames, behoort ook een kanttekening. De uitgaven betreffen de minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om in bepaalde kosten te kunnen voorzien. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks meer (of minder) uitgeeft dan de (norm)bedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden een ander bedrag per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. Individuele situaties kunnen daarom afwijken van de begrotingen zoals opgenomen in deze rapportage.
9
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2. Resultaten inkomenseffecten In deze paragraaf gaan we per voorbeeldhuishouden in op het effect van inkomensverhoging; wat gebeurt er als iemand vanuit de bijstand gaat werken? Daarbij kijken we naar het budget dat maandelijks overblijft na het doen van de basisuitgaven en uitgaven voor participatie. Daarnaast is de invloed van het gebruik van gemeentelijke regelingen te zien. In bijlage 2 staan de volledig begrotingen per voorbeeldhuishouden.
1.2.1. Alleenstaande
Budget na uitgaven: alleenstaande Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 545 € 545
€ 600 € 358 € 358
€ 400 € 202
€ 200
€ 128 € 15
€ 73
€ 260
€ 132
€0 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Alleenstaanden hebben na hun basisuitgaven voldoende geld over om uit te geven aan participatie; als zij gebruikmaken van alle regelingen én ze besteden maandelijks het normbedrag van € 117 aan participatie dan hebben zij € 128 over (excl. IIT). Zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen hebben zij € 15 over na alle uitgaven, inclusief participatie uitgaven. Verder zorgt werken vanuit de bijstand tegen een loon van 110 procent Wsm en hoger ervoor dat het maandelijkse budget van alleenstaanden stijgt (toename € 4). Hier is zowel sprake van wanneer alleenstaanden geen regelingen gebruiken, als wanneer zij alle regelingen gebruiken. Leeswijzer tabel: het huishouden heeft inkomsten uit uitkering of werk, aangevuld met maximale landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Hiervan trekken we de uitgaven af; basisuitgaven en uitgaven voor sociale participatie. Dit leidt uiteindelijk tot een resterend maandbudget. De onderste regel laat zien hoeveel budget overblijft als het huishouden van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen12 Individuele inkomenstoeslag Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven (excl. IIT) Budget na alle uitgaven (incl. IIT) Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
12 Exclusief IIT.
10
100% 1.284 482 113 38 1.634 117 128 166
110% 1.412 482 58 38 1.704 117 132 170
120% 1.541 482 58 38 1.704 117 260 298
130% 1.669 477 0 0 1.671 117 358 358
150% 1.926 407 0 0 1.671 117 545 545
15
73
202
358
545
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Uitgelicht: voorbeeldcasus van een alleenstaande Bijstandsuitkering Hilda is alleenstaand. Zij krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.284 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij heeft maandelijks recht op € 482 aan toeslagen van het Rijk. Voor Hilda bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Hilda rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 113 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, korting op de collectieve zorgverzekering, individuele inkomenstoeslag en een vergoeding vanuit de Maatschappelijke Participatie. Naast deze inkomsten heeft zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 1.634 per maand en uitgaven voor participatie van € 117 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houdt zij maandelijks nog € 128 over (excl. IIT). Stel dat Hilda langdurig een inkomen heeft op 100 procent Wsm, dan kan zij ook de vergoeding uit de individuele inkomenstoeslag ontvangen. In dat geval houdt zij aan het eind van de maand € 166 over. Maakt zij echter van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan heeft ze minder te besteden; Hilda houdt dan € 15 over in haar maandbegroting. 110 procent Wsm Als Hilda werk krijgt tegen een loon van 110 procent Wsm, dan stijgt haar netto-inkomen naar € 1.412 per maand.
Zij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 482 per maand. Het recht op de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen vervalt, maar Hilda behoudt het recht op de andere regelingen. Haar uitgaven stijgen licht door werkgerelateerde kosten die zij nu moet maken. In totaal houdt zij, na alle uitgaven, maandelijks € 132 over (excl. IIT). Stel, Hilda maakt helemaal geen gebruik van de gemeentelijke regelingen, dan houdt zij € 73 per maand over.
11
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.2. Alleenstaande met zorgvraag
Budget na uitgaven: alleenstaande chronisch ziek niet AOW Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT) € 368 € 368
€ 400
€ 181 € 181
€ 200
€ 116 € 58
€€ -12
€ -16 € -70 € -200
€ -129 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Alleenstaanden met een zorgvraag hebben tot en met een inkomen van 110 procent Wsm niet voldoende budget om alle maandelijkse uitgaven (incl. uitgaven op het gebied van participatie) te kunnen betalen. Ook het gebruiken van alle gemeentelijke regelingen (excl. IIT) waar de alleenstaande recht op heeft, zorgt er niet voor dat hij rond kan komen. Dit heeft te maken met de extra kosten waar dit huishouden mee te maken krijgt, vanwege de zorgvraag die de alleenstaande heeft. Een alleenstaande met een zorgvraag en een inkomen tussen 110 en 150 procent Wsm heeft een hoger budget na het doen van alle uitgaven dan in de bijstandssituatie. Hoewel de landelijke toeslagen dalen, de gemeentelijke regelingen wegvallen en de uitgaven (werkgerelateerde kosten) toenemen is dit niet zodanig dat dit dus leidt tot een lager budget. Het maandelijkse budget blijft toenemen tussen 110 en 150 procent Wsm.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen13 Individuele inkomenstoeslag Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven (excl. IIT) Budget na alle uitgaven (incl. IIT) Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
13 Exclusief IIT.
12
100% 1.284 482 113 38 1.778 117 -16 22
110% 1.412 482 58 38 1.848 117 -12 26
120% 1.541 482 58 38 1.848 117 116 154
130% 1.669 477 0 0 1.848 117 181 181
150% 1.926 407 0 0 1.848 117 368 368
-129
-70
58
181
368
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.3. Alleenstaande ouder met kinderen van 3 en 5 jaar
Budget na uitgaven: alleenstaande ouder (3 en 5) Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT) € 956 € 956
€ 1.000 € 800
€ 727 € 599
€ 600
€ 593
€ 687 € 687
€ 541
€ 407 € 400
€ 340
€ 200 €0 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Een alleenstaande ouder met twee kinderen van 3 en 5 jaar heeft zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen, maandelijks voldoende geld om alle uitgaven inclusief uitgaven op het gebied van participatie te kunnen doen. Een bijstandsgerechtigde die van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaakt, heeft € 259 meer te besteden dan een bijstandsgerechtigde die van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt. Voor alleenstaande ouders met twee kinderen loont het bij gebruik van de gemeentelijke regelingen op 110 procent Wsm niet om te gaan werken (€ 6 lager budget). Dit komt voornamelijk door het wegvallen van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen in combinatie met een stijging van de uitgaven (met name door de werkgerelateerde kosten). Ook is er een terugval te zien bij inkomens tot 130 procent ten opzichte van 120 procent. Dit komt door het wegvallen van de overige gemeentelijke regelingen. De landelijke toeslagen stijgen door belastingvoordeel. Waar een alleenstaande ouder op bijstandsniveau € 1.401 van het Rijk ontvangt, is dat bij 150 procent Wsm € 1.466.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen14 Individuele inkomenstoeslag Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven (excl. IIT) Budget na alle uitgaven (incl. IIT) Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
14 Exclusief IIT.
13
100% 1.284 1.401 259 48 2.120 225 599 647
110% 1.412 1.442 186 48 2.222 225 593 641
120% 1.541 1.448 186 48 2.222 225 727 775
130% 1.669 1.454 0 0 2.211 225 687 687
150% 1.926 1.466 0 0 2.211 225 956 956
340
407
541
687
956
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.4. Alleenstaande ouder met kinderen van 5 en 14 jaar
Budget na uitgaven: alleenstaande ouder (5 en 14) Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 1.000 € 799 € 799
€ 800 € 565
€ 600 € 431
€ 418 € 400
€ 531 € 531
€ 369
€ 235 € 200
€ 148
€0 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Een alleenstaande ouder met kinderen van 5 en 14 jaar heeft na de basisuitgaven nog voldoende budget over voor participatie uitgaven van € 250. Wanneer hij van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaakt houdt hij dan nog € 418 over in de bijstandssituatie (excl. IIT). Zonder de gemeentelijke regelingen is dat € 148, een verschil van € 270. In alle voorbeeldsituaties loont het voor dit huishoudtype om vanuit de bijstand te gaan werken tegen een loon van 110 procent Wsm of hoger. Er is een terugval te zien tussen een inkomen tot 120 procent (budget € 565) en 130 procent (budget € 531). Op dit punt wordt het wegvallen van de gemeentelijke regelingen niet voldoende gecompenseerd door de toename in het inkomen.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen15 Individuele inkomenstoeslag Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven (excl. IIT) Budget na alle uitgaven (incl. IIT) Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
15 Exclusief IIT.
14
100% 1.284 1.498 270 48 2.384 250 418 466
110% 1.412 1.539 196 48 2.466 250 431 479
120% 1.541 1.545 196 48 2.466 250 565 613
130% 1.669 1.551 0 0 2.439 250 531 531
150% 1.926 1.562 0 0 2.439 250 799 799
148
235
369
531
799
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.5. Alleenstaande ouder met kinderen van 14 en 16 jaar
Budget na uitgaven: alleenstaande ouder (14 en 16) Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 1.000 € 782 € 782
€ 800 € 600 € 401
€ 400 € 200
€ 177
€ 386
€ 514
€ 526 € 526
120% Wsm
130% Wsm
€ 364
€ 235
€0 100% Wsm
110% Wsm
150% Wsm
Een alleenstaande ouder met kinderen van 14 en 16 jaar heeft na de basisuitgaven nog voldoende budget over voor participatie uitgaven van € 250. Wanneer de alleenstaande ouder van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaakt, houdt hij nog € 401 over in de bijstandssituatie (excl. IIT). Zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen is dat € 177. Bij gebruik van gemeentelijke regelingen loont het voor de alleenstaande ouder niet om te gaan werken tegen een inkomen tot 110 procent Wsm. Het inkomen loopt dan namelijk terug van € 401 naar € 386. In de andere situaties loont het voor dit huishoudtype wel om vanuit de bijstand te gaan werken. De landelijke toeslagen blijven al die tijd gelijk; de toeslagen (€ 1.606) zijn bij een inkomen van 100 procent Wsm net zo hoog als bij een inkomen van 150 procent Wsm.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen16 Individuele inkomenstoeslag Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven (excl. IIT) Budget na alle uitgaven (incl. IIT) Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
16 Exclusief IIT.
15
100% 1.284 1.606 224 48 2.462 250 401 449
110% 1.412 1.606 150 48 2.532 250 386 434
120% 1.541 1.606 150 48 2.532 250 514 562
130% 1.669 1.606 0 0 2.499 250 526 526
150% 1.926 1.606 0 0 2.499 250 782 782
177
235
364
526
782
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.6. Paar zonder kinderen
Budget na uitgaven: paar zonder kinderen Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 500
€ 444 € 444 € 289
€ 300 € 147
€ 108 € 100
€ -100
€ 315 € 315
€ 172
€ 31
€ -83 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Paren zonder kinderen hebben na de basisuitgaven genoeg geld over om te voldoen aan het normbedrag voor de uitgaven van participatiekosten (€ 191) als zij van alle gemeentelijke regelingen gebruik zouden maken. Als dit huishouden in een bijstandssituatie van geen enkele regeling gebruik zou maken dan leidt dit tot een tekort van € 83 per maand na het doen van zowel basis als participatie uitgaven. De gemeentelijke regelingen zijn dus essentieel voor deze huishoudens indien zij alle kosten willen bekostigen in de bijstandssituatie. Werkaanvaarding vanuit de bijstand tegen een loon van 110 procent Wsm en hoger levert het paar extra geld op. Het dalen van de toeslagen, wegvallen van de gemeentelijke regeling en de stijging van de uitgaven (dit zijn de werkgerelateerde kosten) worden voldoende gecompenseerd door de inkomensstijging.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen17 Individuele inkomenstoeslag Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven (excl. IIT) Budget na alle uitgaven (incl. IIT) Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
17 Exclusief IIT.
16
100% 1.834 625 190 54 2.351 191 108 162
110% 2.017 625 117 54 2.421 191 147 201
120% 2.201 583 117 54 2.421 191 289 343
130% 2.384 476 0 0 2.354 191 315 315
150% 2.751 238 0 0 2.354 191 444 444
-83
31
172
315
444
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.7. Paar met kinderen van 3 en 5 jaar
Budget na uitgaven: paar met kinderen (3 en 5) Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 1.000 € 800 € 597
€ 600
€ 496 € 496
€ 457
€ 417
€ 582 € 582
€ 353
€ 400 € 213 € 200
€ 99
€0 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Een paar met twee kinderen van 3 en 5 jaar heeft in alle voorbeeldsituaties maandelijks geld over na het doen van de basis- en participatie uitgaven. Logischerwijs leidt het gebruiken van de gemeentelijke regelingen tot een hoger maandbudget dan het niet gebruiken van de regelingen. Dit verschil loopt op tot € 318 op bijstandsniveau. Werken vanuit de bijstand levert ook steeds een hoger budget op voor deze huishoudens. Werken tegen een loon van 120 procent Wsm levert echter meer budget op dan werken tegen 130 of 150 procent Wsm, als een paar met twee kinderen van 3 en 5 jaar gebruikmaakt van alle regelingen. Het toegenomen inkomen uit werk compenseert op dit moment niet voldoende voor het wegvallen van de gemeentelijke regelingen. Het maandbudget tussen 120 en 130 procent Wsm neemt af met € 101. Bij 150 procent Wsm is het maandbudget € 15 lager dan bij een inkomen van 120 procent Wsm. Als dit huishouden van geen enkele gemeentelijke regelingen gebruik zou maken, dan levert (meer) werken stapsgewijs ook meer budget op.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen18 Individuele inkomenstoeslag Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven (excl. IIT) Budget na alle uitgaven (incl. IIT) Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
18 Exclusief IIT.
17
100% 1.834 1.224 318 54 2.659 300 417 471
110% 2.017 1.224 244 54 2.729 300 457 511
120% 2.201 1.181 244 54 2.729 300 597 651
130% 2.384 1.074 0 0 2.662 300 496 496
150% 2.751 812 0 0 2.681 300 582 582
99
213
353
496
582
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.8. Paar met kinderen van 5 en 14 jaar
Budget na uitgaven: paar met kinderen (5 en 14) Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 1.000 € 800 € 600 € 406 € 400
€ 266
€ 226
€ 400 € 400 € 295 € 295
€ 152
€ 200 € 11 €0 € -200
€ -102 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Paren met twee kinderen van 5 en 14 jaar hebben na hun basisuitgaven voldoende geld over om uit te geven aan participatie. Als zij gebruikmaken van alle regelingen én ze besteden maandelijks het normbedrag van € 325 aan participatie, dan hebben zij op bijstandsniveau € 226 over. Zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen komt dit huishouden € 102 te kort in de bijstandssituatie. In dit geval zijn zij dus afhankelijk van de gemeentelijke regelingen om maandelijks rond te komen. Omdat dit huishouden bij een inkomen van 110 en 120 procent Wsm € 255 kan ontvangen vanuit de gemeente, merken zij ook het effect als deze bijdrage wegvalt. Wanneer dit huishouden een inkomen krijgt van 130 of 150 procent Wsm, dan levert dit een lager budget op dan werken tegen 120 procent Wsm (indien dit huishoudens dus gebruikmaakt van alle gemeentelijke regelingen). Tegelijkertijd levert werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm wél meer op dan het hebben van een bijstandsuitkering voor dit huishouden.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen19 Individuele inkomenstoeslag Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven (excl. IIT) Budget na alle uitgaven (incl. IIT) Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
19 Exclusief IIT.
18
100% 1.834 1.321 328 54 2.933 325 226 280
110% 2.017 1.321 255 54 3.003 325 266 320
120% 2.201 1.278 255 54 3.003 325 406 460
130% 2.384 1.171 0 0 2.936 325 295 295
150% 2.751 910 0 0 2.936 325 400 400
-102
11
152
295
400
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.9. Paar met kinderen van 14 en 16 jaar
Budget na uitgaven: paar met kinderen (14 en 16) Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 1.000 € 800 € 600 € 345
€ 400 € 204
€ 165
€ 200
€ 408 € 408 € 279 € 279
€ 136
€0 € -4 € -200
€ -118 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Bij een paar met twee kinderen en 14 en 16 is opnieuw een duidelijk verschil te zien tussen het volledig gebruik van gemeentelijke regelingen en het niet gebruiken van gemeentelijke regelingen. Bij het volledig gebruiken van de regelingen heeft dit huishouden € 165 aan budget over in een bijstandssituatie. Als dit huishouden echter geen enkele regeling gebruikt, maar wél alle basisuitgaven en participatie uitgaven doet dan komt hij maandelijks € 118 in het rood. Bij de hogere inkomenscategorieën worden de verschillen stapsgewijs kleiner. Omdat dit huishouden in de bijstandssituatie maximaal € 282 kan ontvangen vanuit de gemeente, merkt het paar ook het effect als deze bijdrage wegvalt (bij een inkomen van 130 procent Wsm). Werken tegen een hoger loon, levert niet altijd stapsgewijs meer budget op voor huishoudens die het maximale gemeentelijke bedrag ontvangen. Het budget is wél voor ieder hoger inkomen (tot 150 procent Wsm) hoger dan in de bijstandssituatie. Voor de huishoudens die van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken, en dus dit bedrag ook niet ‘verliezen’ ziet het plaatje er anders uit; voor hen levert werken tegen een hoger loon wél stapsgewijs meer budget op. Tegelijkertijd hebben de huishoudens die geen gebruik maken van de regelingen bij de laagste inkomens (100 en 110 procent Wsm) te weinig budget om rond te komen.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen20 Individuele inkomenstoeslag Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven (excl. IIT) Budget na alle uitgaven (incl. IIT) Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
20 Exclusief IIT.
19
100% 1.834 1.406 282 54 3.032 326 165 219
110% 2.017 1.406 209 54 3.102 326 204 258
120% 2.201 1.363 209 54 3.102 326 345 399
130% 2.384 1.256 0 0 3.035 326 279 279
150% 2.751 1.018 0 0 3.035 326 408 408
-118
-4
136
279
408
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Uitgelicht: voorbeeldcasus van een paar twee kinderen (14 en 16 jaar) Bijstandsuitkering Sam en Rosanne hebben twee kinderen van 14 en 16 jaar en ze krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.834 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Ze hebben maandelijks recht op € 1.406 aan toeslagen van het Rijk, bestaande uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag. Tot slot kunnen ze een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 282 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, de vergoeding vanuit de Maatschappelijke Participatie, vergoeding ouderbijdrage en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Naast deze inkomsten hebben zij natuurlijk verschillende uitgaven: basisuitgaven van € 3.032 per maand en uitgaven voor participatie van € 326 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houden zij maandelijks € 165 over. Maakt dit gezin echter van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan komen zij € 118 te kort. 120 procent Wsm Als Sam of Rosanne werk krijgt tegen een loon van 120 procent Wsm, dan stijgt het nettoinkomen van het huishouden naar € 2.201 per maand. De landelijke toeslagen zijn gedaald naar € 1.363 aan toeslagen van het Rijk per maand.
Het recht op de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is vervallen, maar ze behouden het recht op de andere minimaregelingen, een totaalbedrag van € 209 per maand. De uitgaven stijgen licht door werkgerelateerde kosten die zij nu moeten maken. In totaal houdt dit voorbeeldhuishouden, na alle uitgaven, maandelijks € 345 over. Maakt dit gezin van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan houden zij maandelijks € 136 over. 130 procent Wsm Als Sam of Rosanne weer een hoger inkomen krijgt, in dit geval van 130 procent Wsm, dan stijgt het netto-inkomen van het huishouden naar € 2.384. De landelijke toeslagen dalen verder en komen uit op € 1.256 per maand. Het gezin kan daarbij geen aanspraak meer maken op de gemeentelijke regelingen. Aan het eind van de maand heeft het gezin in deze situatie een budget van € 279. Dit is lager dan bij een inkomen tot 120 procent Wsm die gebruik maakt van alle gemeentelijke regelingen.
20
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.10. Alleenstaande AOW-leeftijd
Budget na uitgaven: alleenstaande AOW-leeftijd Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 1.000 € 800 € 573 € 573
€ 600 € 400 € 257 € 200
€ 284
€ 345
€ 452
€ 473 € 473
120% Wsm
130% Wsm
€ 391
€ 142
€0 100% Wsm
110% Wsm
150% Wsm
Een alleenstaande die de AOW-leeftijd heeft bereikt, heeft in alle voorbeeldsituaties maandelijks geld over na het doen van de basis- en participatie uitgaven. Logischerwijs leidt het gebruiken van de gemeentelijke regelingen tot een hoger budget dan het niet gebruiken van de regelingen, dit verschil loopt op tot € 115 op bijstandsniveau. Een alleenstaande AOW’er met een inkomen tussen 110 en 150 procent Wsm heeft een hoger budget na het doen van alle uitgaven dan een alleenstaande AOW’er met een inkomen van 100 procent Wsm. Hoewel de landelijke toeslagen (en de gemeentelijke regelingen) dalen is dit niet zodanig dat dit dus leidt tot een lager budget dan in de bijstand.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
21
100% 1.426 483 115 1.656 111 257
110% 1.568 483 61 1.656 111 345
120% 1.711 447 61 1.656 111 452
130% 1.853 386 0 1.656 111 473
150% 2.139 201 0 1.656 111 573
142
284
391
473
573
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.11. Alleenstaande AOW-leeftijd met zorgvraag
Budget na uitgaven: alleenstaande chronisch ziek AOW-leeftijd Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 900 € 700 € 429 € 429
€ 500 € 300 € 113
€ 140
€ 201
€ 308
€ 329 € 329
120% Wsm
130% Wsm
€ 247
€ 100 € -100
€ -2 100% Wsm
110% Wsm
150% Wsm
Een alleenstaande AOW’er met een zorgvraag maakt meer zorgkosten dan een alleenstaande AOW’er zonder zorgvraag. Bij een inkomen van 100 procent Wsm heeft een alleenstaande met zorgvraag dan ook (net) niet voldoende budget voor het bekostigen van de basisuitgaven en de uitgaven voor participatie zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen (€ 2 te kort). Een inkomen van 110 procent Wsm of hoger leidt voor deze huishoudens tot een groter budget dan in een bijstandssituatie. De afname van het bedrag aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen is kleiner dan het verschil in inkomsten/uitkering. Daarnaast heeft dit huishouden in al deze gevallen aan het eind van de maand budget over.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
22
100% 1.426 483 115 1.800 111 113
110% 1.568 483 61 1.800 111 201
120% 1.711 447 61 1.800 111 308
130% 1.853 386 0 1.800 111 329
150% 2.139 201 0 1.800 111 429
-2
140
247
329
429
Gemeente Bergen
Versie 0.2
1.2.12. Paar AOW-leeftijd
Budget na uitgaven: paar AOW-leeftijd Geen gebruik gemeentelijke regelingen
Volledig gebruik gemeentelijke regelingen (excl. IIT)
€ 1.000 € 800
€ 678 € 678
€ 600 € 400
€ 324 € 221
€ 200
€ 464
€ 459 € 459
120% Wsm
130% Wsm
€ 342
€ 202
€ 26 €0 100% Wsm
110% Wsm
150% Wsm
Paren die de AOW-leeftijd hebben bereikt, hebben op bijstandsniveau voldoende inkomsten om alle maandelijkse uitgaven (incl. uitgaven op het gebied van participatie) te kunnen betalen. Als zij van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken dan houden zij maandelijks nog € 26 over. Wanneer paren met AOW-leeftijd gebruikmaken van alle gemeentelijke regelingen, dan is er tussen 120 procent Wsm en 130 procent Wsm een (minimale) daling in het maandbudget van € 5. In dit geval wordt de daling van de landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen niet voldoende gecompenseerd door een stijging in het inkomen.
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
23
100% 1.932 633 195 2.360 179 221
110% 2.126 616 122 2.360 179 324
120% 2.319 563 122 2.360 179 464
130% 2.512 486 0 2.360 179 459
150% 2.898 319 0 2.360 179 678
26
202
342
459
678
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen Tabel B1.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Bergen Regeling
Inkomensgrens t.o.v. Wsm 2024
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
100% Wsm
Bijzondere bijstand
120% Wsm
Individuele inkomenstoeslag
Drie jaar of langer tot 120% Wsm
Collectieve zorgverzekering
120% Wsm
Maatschappelijke Participatie
120% Wsm
Ouderbijdrage school
120% Wsm
Computerregeling schoolgaande kinderen
120% Wsm
Jeugdfonds sport en cultuur
120% Wsm
Zwemles (onderdeel van JF)
120% Wsm
(Maximaal) bedrag Tarieven afvalstoffenheffing, waterschapsbelasting en rioolheffing zijn gedeeltelijk afhankelijk van huishoudgrootte. Situatieafhankelijk Alleenstaande: € 458 Alleenstaande ouder: € 580 Paren: € 644 Univé Compleet Premie: € 230 Bijdrage gemeente: € 45 Kosten: € 185 Kinderen: max. € 60 per jaar Volwassenen: max € 325 per jaar Basisonderwijs: € 100 Voortgezet: € 125 MBO: € 200 € 600 (eens per 5 jaar) Het gemiddelde bedrag voor een sportvergoeding is € 417. € 592 voor zwembaden Hoornse Vaart en De Hout. € 800 voor zwembaden De Beeck en Loos.
24
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Bijlage 2. Financieel maandoverzicht In deze bijlage staat per huishoudtype het financieel maandoverzicht. De tabellen geven een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven, bij gebruikmaking van alle landelijke en lokale regelingen. De bedragen die horen bij de huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven zijn afkomstig van het Nibud. Tabel B2.1 Alleenstaande, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Langdurige minima 100% Wsm
Inkomsten Netto-inkomen incl. VT
1.284
1.412
1.541
1.669
1.926
1.284
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk
359 123 482
359 123 482
359 123 482
354 123 477
284 123 407
359 123 482
Totaal inkomsten
1.766
1.894
2.023
2.146
2.333
1.766
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke belastingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
603 152 63 54 230 23 20 183 305 0 1.634
603 152 63 54 230 23 20 183 305 70 1.704
603 152 63 54 230 23 20 183 305 70 1.704
603 152 63 54 165 23 20 215 305 70 1.671
603 152 63 54 165 23 20 215 305 70 1.671
603 152 63 54 230 23 20 183 305 0 1.634
132
190
319
475
662
132
54
0
0
0
0
54
45 0 13 113
45 0 13 58
45 0 13 58
0 0 0 0
0 0 0 0
45 38 13 151
Budget inclusief regelingen gemeente
245
249
377
475
662
283
Normbedrag sociale participatie Budget na alle uitgaven
117 128
117 132
117 260
117 358
117 545
117 166
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
15
73
202
358
545
15
Categorie
Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke Participatie Totaal regelingen gemeente
25
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Tabel B2.2 Alleenstaande met zorgvraag, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Langdurige minima 100% Wsm
Inkomsten Netto-inkomen incl. VT
1.284
1.412
1.541
1.669
1.926
1.284
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk
359 123 482
359 123 482
359 123 482
354 123 477
284 123 407
359 123 482
Totaal inkomsten
1.766
1.894
2.023
2.146
2.333
1.766
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke belastingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Medicijnen Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
603 152 63 54 230 23 35 21 291 305 0 1.778
603 152 63 54 230 23 35 21 291 305 70 1.848
603 152 63 54 230 23 35 21 291 305 70 1.848
603 152 63 54 198 23 35 21 323 305 70 1.848
603 152 63 54 198 23 35 21 323 305 70 1.848
603 152 63 54 230 23 35 21 291 305 0 1.778
-12
47
175
298
485
-12
54
0
0
0
0
54
45 0 13 113
45 0 13 58
45 0 13 58
0 0 0 0
0 0 0 0
45 38 13 151
Budget inclusief regelingen gemeente
101
105
233
298
485
139
Normbedrag sociale participatie Budget na alle uitgaven
117 -16
117 -12
117 116
117 181
117 368
117 22
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
-129
-70
58
181
368
-129
Categorie
Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke Participatie Totaal regelingen gemeente
26
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Tabel B2.3 Alleenstaande ouder met kinderen van 3 en 5 jaar, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Langdurige minima 100% Wsm
Inkomsten Netto-inkomen incl. VT
1.284
1.412
1.541
1.669
1.926
1.284
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
396 123 0 186 696 1.401
396 123 41 186 696 1.442
396 123 47 186 696 1.448
396 123 52 186 696 1.454
396 123 64 186 696 1.466
396 123 0 186 696 1.401
Totaal inkomsten
2.685
2.854
2.988
3.123
3.391
2.685
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke belastingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs en peuterspeelzaal BSO en dagopvang Zwemles Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
660 248 63 74 230 29 17 0 52 32 267 448 0 2.120
660 248 63 74 230 29 4 45 52 32 267 448 70 2.222
660 248 63 74 230 29 4 45 52 32 267 448 70 2.222
660 248 63 74 165 29 4 67 52 32 299 448 70 2.211
660 248 63 74 165 29 4 67 52 32 299 448 70 2.211
660 248 63 74 230 29 17 0 52 32 267 448 0 2.120
Budget exclusief regelingen gemeente
565
632
766
912
1.181
565
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke Participatie Vergoeding ouderbijdrage Jeugdfonds Sport en Cultuur Vergoeding zwemles Totaal regelingen gemeente
74 45 0 15 4 70 52 260
0 45 0 15 4 70 52 186
0 45 0 15 4 70 52 186
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
74 45 48 15 4 70 52 308
Budget inclusief regelingen gemeente
824
818
952
912
1.181
873
Normbedrag sociale participatie Budget na alle uitgaven
225 599
225 593
225 727
225 687
225 956
225 648
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
340
407
541
687
956
340
Categorie
27
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Tabel B2.4 Alleenstaande ouder met kinderen van 5 en 14 jaar, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Langdurige minima 100% Wsm
Inkomsten Netto-inkomen incl. VT
1.284
1.412
1.541
1.669
1.926
1.284
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
396 123 0 226 753 1.498
396 123 41 226 753 1.539
396 123 47 226 753 1.545
396 123 52 226 753 1.551
396 123 64 226 753 1.562
396 123 0 226 753 1.498
Totaal inkomsten
2.782
2.951
3.085
3.220
3.488
2.782
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke belastingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs BSO Zwemles Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
660 248 75 74 230 29 74 0 52 53 306 583 0 2.384
660 248 75 74 230 29 74 12 52 53 306 583 70 2.466
660 248 75 74 230 29 74 12 52 53 306 583 70 2.466
660 248 75 74 165 29 74 18 52 53 338 583 70 2.439
660 248 75 74 165 29 74 18 52 53 338 583 70 2.439
660 248 75 74 230 29 74 0 52 53 306 583 0 2.384
Budget exclusief regelingen gemeente
398
485
619
781
1.049
398
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke Participatie Vergoeding ouderbijdrage Jeugdfonds Sport en Cultuur Vergoeding zwemles Totaal regelingen gemeente
74 45 0 15 15 70 52 270
0 45 0 15 15 70 52 196
0 45 0 15 15 70 52 196
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
74 45 48 15 15 70 52 318
Budget inclusief regelingen gemeente
668
681
815
781
1.049
716
Normbedrag sociale participatie Budget na alle uitgaven
250 418
250 431
250 565
250 531
250 799
250 466
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
148
235
369
531
799
148
Categorie
28
Gemeente Bergen
Versie 0.2
Tabel B2.5 Alleenstaande ouder met kinderen van 14 en 16 jaar, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
150% Wsm
Langdurige minima 100% Wsm
Inkomsten Netto-inkomen incl. VT
1.284
1.412
1.541
1.669
1.926
1.284
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
396 123 266 821 1.606
396 123 266 821 1.606
396 123 266 821 1.606
396 123 266 821 1.606
396 123 266 821 1.606
396 123 266 821 1.606
Totaal inkomsten
2.890
3.018
3.146
3.275
3.531
2.890
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke belastingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
660 248 87 74 230 29 140 56 296 642 0 2.462
660 248 87 74 230 29 140 56 296 642 70 2.532
660 248 87 74 230 29 140 56 296 642 70 2.532
660 248 87 74 165 29 140 56 328 642 70 2.499
660 248 87 74 165 29 140 56 328 642 70 2.499
660 248 87 74 230 29 140 56 296 642 0 2.462
Budget exclusief regelingen gemeente
427
485
614
776
1.032
427
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Maatschappelijke Participatie Vergoeding ouderbijdrage Jeugdfonds Sport en Cultuur Totaal regelingen gemeente
74 45 0 15 21 70 224
0 45 0 15 21 70 150
0 45 0 15 21 70 150
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
74 45 48 15 21 70 272
Budget inclusief regelingen gemeente
651
636
764
776
1.032
699
Normbedrag sociale participatie Budget na alle uitgaven
250 401
250 386
250 514
250 526
250 782
250 449
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
177
235
364
526
782
177
Categorie