CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 3. 2021-05-11 Verkennend bodemonderzoek Zuidlaan.pdf

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 12.: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Monnet Nes Bergen14.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BIJLAGE 3 Verkennend bodemonderzoek en nader asbest-onderzoek van ‘APS - Milieu BV‘ d.d. september 2018, projectcode R18-B653 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

APS - Milieu B.V.

Tappersweg 12E 2031 ET Haarlem Tel.: (023) 538 51 91 info@apsmilieu.nl www.apsmilieu.nl

Verkennend bodemonderzoek + asbest in grond R18-B653 Zuidlaan 59 Bergen

Opdrachtgever: Midvast BV Wielingenstraat 26A 1078 KL Amsterdam september 2018 NL52 RABO 0175 8032 77 NL44 INGB 0002 0722 15 KvK Haarlem: 34123303 BTW nr: 815463844B01

APS - Milieu B.V.

Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1 Doel en opzet van het onderzoek................................................................................. 6 2 Vooronderzoek ................................................................................................................... 7 2.1 Historie ........................................................................................................................ 7 2.2 Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................ 9 2.3 Hypothese en strategie verkennend bodemonderzoek............................................... 10 2.4 Hypothese en strategie verkennend asbestonderzoek................................................ 11 3 Uitvoering ......................................................................................................................... 12 3.1 Veldwerk verkennend bodemonderzoek ................................................................... 12 3.2 Veldwerk verkennend asbestonderzoek .................................................................... 13 3.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................

14 4 Analyseresultaten ............................................................................................................. 15 5 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................ 16 6 Betrouwbaarheid............................................................................................................... 17

Bijlage 1. Topografische kaart............................................................................................. 18 Bijlage 2. Kadastrale kaart................................................................................................... 20 Bijlage 3. Locatietekening met boorpunten / inspectiegaten............................................... 22 Bijlage 4. Boorstaten ........................................................................................................... 24 Bijlage 5. Toetsingskader .................................................................................................... 28 Bijlage 6. Referenties .......................................................................................................... 36 Bijlage 7. Monsternemingplan asbestonderzoek ................................................................. 38 Bijlage 8. Monsternameformulier asbestonderzoek ............................................................ 41 Bijlage 9. Foto’s .................................................................................................................. 44 Bijlage 10. Analysecertificaten ........................................................................................... 46

2

APS - Milieu B.V.

Samenvatting Soort onderzoek Aanleiding tot het onderzoek

verkennend bodemonderzoek NEN-5740 + asbest in grond NEN-5707 eigendomsoverdracht

Projectcode

R18-B653

Opdrachtgever

Midvast BV

Adres opdrachtgever

Wielingenstraat 26A

Woonplaats en postcode

1078 KL Amsterdam

Locatiebenaming

Zuidlaan 59 te Bergen

Locatieadres

Zuidlaan 59

Locatie plaats en postcode

1862 AM Bergen

Kadastrale aanduiding Coördinaten

sectie B, nummer 1121, gemeente Bergen NoordHolland X: 108531 / Y: 521465

Oppervlakte onderzoekslocatie

1.805 m2

Te onderscheiden deellocaties

01. gehele onderzoekslocatie

Aantal boringen en peilbuizen Datum veldwerk

12 waarvan 1 afgewerkt met een peilbuis + 10 inspectiegaten asbest 6 augustus en 4 september 2018

Datum watermonsters

4 september 2018

Aantal analyses

4x standaardpakket grond 3x asbest in grond 1x standaardpakket grondwater Visueel en analytisch geen asbest aangetroffen

Aanwijzingen asbest Aangetroffen verontreinigingen

Conclusies en aanbevelingen

Bovengrond, zand, 0-0,5 m-mv, plaatselijk bijmengingen (puin, baksteen, plastic): licht verontreinigd met PAK, lood en/of zink; Ondergrond, zand, 0,8-2 m-mv: niet verontreinigd; Grondwater: niet verontreinigd. - Nader onderzoek is niet noodzakelijk; - Milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is geen belemmering voor een omgevingsvergunning

3

APS - Milieu B.V.

1 Inleiding In augustus/september 2018 heeft APS-Milieu in opdracht van Midvast BV te Amsterdam een verkennend bodemonderzoek + asbest in grond onderzoek uitgevoerd op de locatie Zuidlaan 59 te Bergen. Het onderzoek is uitgevoerd conform BRL SIKB 2000, protocol 2001 plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, protocol 2002 het nemen van grondwatermonsters en protocol 2018 locatieinspectie en monsterneming van asbest in bodem. APS-Milieu verklaart dat er geen andere relaties bestaan met de opdrachtgever van het bodemonderzoek anders dan die van opdrachtgever versus opdrachtnemer. Onderstaande verklaren de veld- en/of rapportagewerkzaamheden conform de geldende normen en onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd. Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:

Dhr. G. Baars APS Milieu B.V. VB-028

Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:

Ing. J.J. de Vlieger APS Milieu B.V. VB-028

Rapportage 2000 Naam: Onderzoeksbureau: Ondertekening:

Mevr. W. Berrevoets APS-Milieu B.V.

Rapportage vrijgegeven door: Naam: Ing. J.J. de Vlieger Onderzoeksbureau: APS Milieu B.V. Certificaatnummer: VB-028 Ondertekening:

4

APS - Milieu B.V.

De aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de aanvraag van een bouw- of sloopvergunning in het kader van de gemeentelijke Bouwverordening (Woningwet). Het doel van een bodemonderzoek in het kader van de Woningwet is het vaststellen of de locatie geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Een dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd als verkennend bodemonderzoek volgens de NEN-5740, waarbij het vooronderzoek dient te voldoen aan het verminderde basisniveau volgens de NEN-5725. De onderzoekslocatie wordt bepaald door de bouwlocatie. In geval van een woonbestemming dient ook de eventuele tuin bij het huis te worden onderzocht. Omdat ter plaatse sprake is van een gesloopt gebouw en tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden puin in de grond is aangetroffen, is tevens een verkennend onderzoek asbest conform de NEN-5707 uitgevoerd.

5

APS - Milieu B.V.

1.1 Doel en opzet van het onderzoek Doel van een verkennend bodemonderzoek is: • Bepalen of er al dan niet van bodemverontreiniging sprake is, conform de Wet Bodembescherming. • Eventueel bepalen of er een nader onderzoek gewenst is naar de ernst van de bodemverontreiniging. • Eventueel verkrijgen van een eerste indicatie van de verspreiding van de verontreiniging, zonodig door heranalyse van afzonderlijke monsters. De opzet van een verkennend onderzoek omvat de volgende fasen: • • • • • • • • •

Vaststellen van het (juridische) kader van het onderzoek. Verrichten van (historisch) vooronderzoek naar mogelijke verontreiniging. Verrichten van vooronderzoek naar geohydrologie en bodemopbouw. Opstellen van hypothese en onderzoeksstrategie voor het bodemonderzoek. Uitvoering veldwerk (boringen, peilbuizen en bemonsteringen). Uitvoering laboratoriumanalyses in een erkend RvA geaccrediteerd laboratorium. Interpretatie van de resultaten van het onderzoek. Toetsing van hypothese en strategie. Eventueel herhalen van (enkele van) de voorgaande fasen als de hypothese en strategie niet toereikend blijken te zijn geweest. • Bepalen of er sprake is van bodemverontreiniging, en indicaties geven over de verspreiding ervan. • Eventueel bepalen of nader onderzoek gewenst is. • Rapportage en eindbespreking.

6

APS - Milieu B.V.

2 Vooronderzoek 2.1 Historie De ligging van de locatie is aangegeven op de topografische kaart (bijlage 1) en tevens op een kadastrale tekening (bijlage 2). Ook zijn er foto's gemaakt van het onderzochte terrein (bijlage 9). Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2009, strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. De onderzoekslocatie ligt in Bergen in de provincie Noord-Holland. Het perceel staat kadastraal bekend onder de aanduiding B, 1121 van de gemeente Bergen Noord-Holland. Het perceel is eigendom van Beleggingsmaatschappij Meester Cornelis Bv. De oppervlakte van het perceel bedraagt 1.805 m2. De omschrijving van het kadastrale object is ‘Wonen Erf –Tuin’. In de omgeving is voornamelijk sprake van woningen en tuinen. Momenteel is het perceel onbebouwd en braakliggend. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn snoeiwerkzaamheden uitgevoerd om de locatie begaanbaar te maken. Bij de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD) zijn gegevens opgevraagd van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie en de ligging van (historische) bodembedreigende activiteiten (bijvoorbeeld ondergrondse tanks). Ook is het Bodemloket geraadpleegd.

Uit de verzamelde informatie blijkt dat ter plaatse van de locatie mogelijk een ondergrondse huisbrandolietank aanwezig is (geweest); de plaatsings- en saneringsdatum zijn onbekend. Verder zijn ter plaatse van de locatie geen (historische) bodembedreigende activiteiten bekend. In 2005 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: Verkennend bodemonderzoek Landweg/Monnet Nes, Bergen, Lankelma Ingenieursbureau, kenmerk 05.10281/TM, 20 september 2005. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van het huidige adres Zuidlaan 59 in verband met de aanvraag van een bouwvergunning. Op het terrein is in 2005 een oude boerderij aanwezig. Er is sprake van een ongesaneerde olietank. De tank is tijdens het onderzoek niet aangetroffen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de bovengrond (0-0,5 m-mv [meter minus maaiveld]) licht verontreinigd is met zink en PAK. In de ondergrond (0,5-4 m-mv) en het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetroffen.

7

APS - Milieu B.V.

In de omgeving van de onderzoekslocatie (<25 meter) zijn de volgende (historische) bodembedreigende activiteiten en uitgevoerde bodemonderzoeken bekend: • Bergen – Noord, Bergen Wegfundering/wegverharding met puin, periode onbekend. Indicatief en asfaltonderzoek Bergen-Noord te Bergen, Kwinfra Milieu, kenmerk 15058rapv2, 18-11-2015, i.v.m. locatieontwikkeling/bestemmingswijziging. De bovengrond is licht verontreinigd met kobalt, minerale olie en PAK. De ondergrond is sterk verontreinigd met PAK, matig met minerale olie en licht met kobalt en lood. Het grondwater is licht verontreinigd met dichlooretheen. Asbest is niet aangetroffen. Het asfalt is plaatselijk teerhoudend. • Landweg – voormalige nummer 20 (B1314), Bergen Ondergrondse huisbrandolietank, periode onbekend. Verkennend onderzoek Landweg 20, BK Ingenieurs, kenmerk M00.0366, 19-012001. De grond blijkt licht verontreinigd met EOX; het grondwater is licht verontreinigd met chroom. Verkennend onderzoek Landweg 20, BK Ingenieurs, kenmerk M02.0035, 25-032002, i.v.m. bouwvergunning. De grond blijkt niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom en matig met minerale olie. Na herbemonstering blijkt het grondwater niet verontreinigd met minerale olie (23-04-2002). Verkennend onderzoek – voormalig nummer 20 te Bergen, Grondslag, kenmerk 6901, 25-05-2011, i.v.m. omgevingsvergunning.

De grond ter plaatse van een demping blijkt licht verontreinigd met PAK. De overige grond en het grondwater zijn niet verontreinigd. Asbest is visueel en analytisch niet aangetroffen. • Monnet-Nes, Bergen Indicatief onderzoek De 9 Nessen, ProCensus, kenmerk 10.231, 19-12-2003, i.v.m. civieltechnisch werk. De grond blijkt licht verontreinigd met minerale olie en EOX. Het grondwater is niet onderzocht. Verkennend onderzoek ter plaatse van diverse oevers in de gemeente Bergen, HB Adviesbureau, kenmerk 14HB0776, 19-12-2014, i.v.m. bestemmingswijziging / locatieontwikkeling. De grond blijkt licht verontreinigd met PAK. Het grondwater is niet onderzocht. Verder zijn er in de omgeving van de onderzoekslocatie (<25 meter) geen (historische) bodembedreigende activiteiten en/of uitgevoerde bodemonderzoeken bekend. Uit de bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart Gemeente Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard en Heiloo (LievenseCSO, documentcode 14M1136.RAP001, januari 2017) blijkt dat de bovengrond (0-0,5 m-mv) en de ondergrond (0,5-2 m-mv) in de ontgravingsklasse ‘landbouw en natuur’ worden ingedeeld. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als ‘verdachte locatie’ worden beschouwd vanwege de eventuele (voormalige) aanwezigheid van de ondergrondse huisbrandolietank en de aangetroffen lichte verontreinigingen met PAK.

Daarnaast kan de locatie als ‘asbest-verdacht’ worden beschouwd vanwege de gesloopte bebouwing. 8

APS - Milieu B.V.

2.2 Bodemopbouw en geohydrologie Het maaiveld van de locatie ligt op circa 0,2 -NAP. De locatie juist ten oosten van het drinkwaterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied van Bergen. In onderstaande tabel is de regionale bodemopbouw op de locatie tot circa 35 m-mv (meter minus maaiveld) aangegeven. Bodemopbouw Diepte (m-mv) 0–5

Formatie Formatie van Kreftenheye

16 – >35

Eem Formaite

Samenstelling Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, grof en fijn zand, met weinig kleiig zand en een spoor klei en grind

bron: Dinoloket

De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt beïnvloed door de aanwezigheid van oppervlaktewater nabij de locatie.

9

APS - Milieu B.V.

2.3 Hypothese en strategie verkennend bodemonderzoek Aan de hand van een vooronderzoek (uitgevoerd volgens de NEN-5725) worden deellocaties benoemd waarvoor verschillende hypothesen gelden met betrekking tot de (mogelijke) bodembelasting. In de onderstaande tabel worden de deellocaties en de daarvoor geldende aannames (aard en voorkomen van de verontreiniging) nader uitgewerkt. Omdat tijdens voorgaand onderzoek lichte verontreinigingen met PAK in de grond zijn aangetroffen, is voor de locatie de hypothese “verdachte diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)” gesteld. Deze hypothese wordt gesteld als er uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie mogelijk diffuse bodembelasting heeft plaatsgevonden met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Hierbij valt te denken aan ophooglagen. Er wordt op deze deellocaties verontreiniging in de grond en/of het grondwater verwacht met bepaalde stoffen. Wanneer de ondergrondse huisbrandolietank wordt gelokaliseerd, wordt de hypothese “verdacht met plaatselijke bodembelasting waarvan de kern (ondergrondse opslagtank) bekend is (VEP-OO)” gesteld. De onderzoeksstrategie is gericht op de volgende onderdelen van de tankinstallatie: tank, vulpunt en ontluchting, leidingen en koppelingspunten van leidingen aan de tank.

Er wordt op deze deellocaties verontreiniging in de grond en/of het grondwater verwacht met bepaalde stoffen. De subhypothese “kleinschalig” is van toepassing op kleinere locaties (<1 ha) of op grotere locaties als deze kleinschalig zijn verkaveld, bebouwd zijn en/of een sterk wisselend gebruik kennen. Overzicht van deellocaties en gevolgde strategie code LOCA

LOCB*

deellocatie Gehele onderzoekslocatie

Ondergrondse huisbrandolietank

strategie NEN5740-VED-HE-NL toplaag ondergrond freatisch grondwater (met peilbuis) NEN5740-VEP-OO

schaal 1805 m2

≤5.000 l

boringen

analyses

10 2 1 1

2 1 1 1 (tank) 1 (vulpunt/ontluchting) 1 (tank) 1 (vulpunt/ontluchting)

1 *Onderzoek bij de tank wordt alleen uitgevoerd wanneer deze wordt gelokaliseerd.

10

APS - Milieu B.V.

2.4 Hypothese en strategie verkennend asbestonderzoek Aan de hand van de in het historisch onderzoek verzamelde gegevens en de uitgevoerde terreininspectie is voor de locatie een hypothese opgesteld met betrekking tot de mogelijke bodembelasting met asbesthoudend materiaal. De hypothese “verdachte bovengrond diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld” wordt gesteld als er uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie mogelijk diffuse bodembelasting heeft plaatsgevonden met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Hierbij valt te denken aan: • ophooglagen en stortingen van asbestverdacht puin dan wel asbestverdachte grond of baggerspecie; • bodem met restanten asbestverdacht materiaal door onzorgvuldige sloop/onderhoud van gebouwen; • bodem met restanten asbesthoudend of asbestverdacht granulaat; • bewerkte bodem na plaatselijk of oppervlakkige bodembelasting door brand-, explosie-, stormschade, verwering/uitspoeling, enz; Omdat op de locatie sprake is van een gesloopte boerderij is voor deze onderzoeksstrategie gekozen. De subhypothese “kleinschalig” is van toepassing op kleinere locaties (<1 ha) of op grotere locaties als deze kleinschalig zijn verkaveld, bebouwd zijn en/of een sterk wisselend gebruik kennen. Na het stellen van deze hypothese voor de locatie werd een onderzoeksstrategie gekozen teneinde de hypothese te kunnen toetsen.

In de onderstaande tabel worden de deellocaties en de daarvoor geldende aannames (aard en voorkomen van de verontreiniging) nader uitgewerkt. Overzicht van deellocaties en gevolgde strategie code

deellocatie

strategie

schaal

LOCA

gehele onderzoekslocatie

NEN-5707 verdacht gaten tot 0,5 m-mv boringen tot ongeroerde laag*

1.805 m2

*In combinatie met verkennend onderzoek NEN5740

11

gaten/ boringen

analyses

10 2

2 -

APS - Milieu B.V.

3 Uitvoering 3.1 Veldwerk verkennend bodemonderzoek Het veldwerk bestond uit het uitvoeren van boringen, het plaatsen van een peilbuis en het nemen van grond- en grondwatermonsters. Van alle boringen zijn boorbeschrijvingen gemaakt conform de NEN-5104, welke zijn opgenomen in bijlage 4. Het veldwerk stond gepland voor 06-08-2018. Op locatie bleek dermate veel begroeiing aanwezig dat uitvoering van het veldwerk niet mogelijk was. Op 06-08-2018 is uitsluitend een peilbuis geplaatst op de rand van de locatie. Het overige veldwerk is na verwijdering van het gros van de begroeiing op 04-09-2018 uitgevoerd. Uit de boorbeschrijvingen blijkt dat de bodem op de locatie tot de verkende boordiepte van 2,7 m-mv uit zand bestaat. Ter plaatse van boring 12 bestaat de bodem van 0,5 tot 1 m-mv uit klei en veen. In de bovengrond zijn, tot maximaal 0,8 m-mv, plaatselijk bijmengingen met puin en ander bodemvreemd materiaal aangetroffen. Het grondwater is een maand na plaatsing van het filter bemonsterd. In het veld is de grondwaterstand ingemeten en zijn de geleidbaarheid, de pH en de troebelheid van het grondwater bepaald. De monsters zijn gekoeld getransporteerd en opgeslagen. In de onderstaande tabellen zijn de veldwerkgegevens, evenals de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Overzicht van boringen, peilbuizen en zintuiglijke waarnemingen Boring* 01

diepte boring (m-mv) 2,70

datum 6-8-2018 6-8-2018 4-9-2018 4-9-2018 4-9-2018

van - tot (m-mv) 0,16 - 0,60 1,80 - 2,70 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

waarnemingen

matig puinhoudend laagjes klei 02 0,50 sporen puin 03 0,50 resten wortels 04 0,50 zwak puinhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend 05 0,50 4-9-2018 0,00 - 0,50 zwak puinhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend 06 0,50 4-9-2018 0,00 - 0,50 sporen puin 07 0,50 4-9-2018 0,00 - 0,50 sporen puin 08 2,00 4-9-2018 0,00 - 0,50 zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, sporen roest, resten wortels 4-9-2018 0,50 - 0,80 zwak puinhoudend, sporen roest 09 0,50 4-9-2018 0,00 - 0,50 zwak puinhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend, resten hout 10 0,50 4-9-2018 0,00 - 0,50 resten wortels 11 0,50 4-9-2018 0,00 - 0,50 resten wortels 12 2,00 4-9-2018 0,00 - 0,50 brokken baksteen, brokken plastic, matig puinhoudend, resten wortels 4-9-2018 0,50 - 0,70 sporen roest *Per abuis is één boring minder uitgevoerd dan het protocol (NEN5740, strategie VED-HE-NL) voorschrijft.

12

APS - Milieu B.V.

Overzicht grondwatermonstername peilbuis 01

van - tot (m-mv) 1,70 - 2,70

grondwaterstand (m-mv) 0,90

EC (µS/cm) 1063

pH 7,6

Troebelheid (NTU) 5,52

datum 4-9-2018

3.2 Veldwerk verkennend asbestonderzoek Ten behoeve van de visuele inspectie werd de onderzoekslocatie met een oppervlakte van 1.805 m2 opgedeeld in rasters van 1 bij 1 meter. De inspectie is uitgevoerd op een droge, zonnige, halfbewolkte dag. Meer dan de 25% van de onderzoekslocatie was begroeid. De inspectie-efficiëntie wordt derhalve geschat op 50-70%. Bij de inspectie werden op het maaiveld geen stukjes asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het veldwerk t.b.v. het verkennend onderzoek bestond op 04-09-2018 uit het graven van 10 inspectiegaten van 30 cm lang, 30 cm breed en circa 50 cm diep. Hieruit werden per inspectiegat monsters genomen van ongeveer 2 tot 10 kg. De monsters zijn samengesteld tot drie veldmengmonster en aan het laboratorium aangeboden. Tevens zijn er twee boringen geplaatst tot 2 m-mv. In het opgeboorde materiaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de onderstaande tabellen zijn de veldwerkgegevens, evenals de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Overzicht van inspectiegaten, boringen en zintuiglijke waarnemingen Inspectiegat/ boring 03 04

diepte (m-mv) 0,50 0,50

datum 4-9-2018 4-9-2018

van - tot (m-mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

05

0,50

4-9-2018

0,00 - 0,50

06 07 08

0,50 0,50 2,00

4-9-2018 4-9-2018 4-9-2018

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

09

0,50

4-9-2018 4-9-2018

0,50 - 0,80 0,00 - 0,50

10 11 12

0,50 0,50 2,00

4-9-2018 4-9-2018 4-9-2018

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

4-9-2018

0,50 - 0,70

13

waarnemingen resten wortels zwak puinhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend sporen puin sporen puin zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, sporen roest, resten wortels zwak puinhoudend, sporen roest zwak puinhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend, resten hout resten wortels resten wortels brokken baksteen, brokken plastic, matig puinhoudend, resten wortels sporen roest

APS - Milieu B.V.

3.3 Laboratoriumonderzoek De in het veld genomen monsters zijn volgens het onderstaande schema ter analyse aangeboden aan een door de RvA geaccrediteerd laboratorium. Eventueel zijn grondmonsters gecombineerd tot mengmonsters. Bij grondwateronderzoek worden in verband met verschillende soorten analyses, voorgeschreven wijze van bemonstering en conservering, soms meerdere monsters uit een filter genomen. Overzicht van uitgevoerde analyses en samenstelling mengmonsters grond code

omschrijving

M01

Bovengrondmonster boring 12, zand, matig puinhoudend, brokken baksteen, brokken plastic Mengmonster bovengrond westelijk terreindeel, zand, zwak puin- en baksteenhoudend

MM02

deelmonsters (traject in m-mv) 12 (0,00 - 0,50)

MM03

Mengmonster bovengrond oostelijk terreindeel, zand, plaatselijk sporen puin

MM04

Mengmonster ondergrond, zand

VMM01

Veldmengmonster boring 12, zand, matig puinhoudend, brokken baksteen, brokken plastic Veldmengmonster bovengrond westelijk terreindeel, zand, plaatselijk zwak puin- en baksteenhoudend

VMM02

VMM03

Veldmengmonster bovengrond oostelijk terreindeel, zand, plaatselijk zwak puin- en baksteenhoudend

04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 08 (0,80 - 1,30) 08 (1,30 - 1,80) 12 (1,00 - 1,50) 12 (1,50 - 2,00) 12 (0,00 - 0,50)

analyse pakket Standaard pakket incl. lutum en organische stof Standaard pakket incl. lutum en organische stof

Standaard pakket incl. lutum en organische stof

Standaard pakket incl. lutum en organische stof

Asbest in bodem conform NEN 5898

04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50)

Asbest in bodem conform NEN 5898

Filterdiepte (m -mv) 1,70 - 2,70

analyse pakket

Asbest in bodem conform NEN 5898

Overzicht van uitgevoerde analyses grondwater code

omschrijving

WM02

Grondwatermonster peilbuis 01

14

Standaardpakket grondwater

APS - Milieu B.V.

4 Analyseresultaten De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn in de onderstaande tabellen getoetst aan de meest recente versie van de AW2000- en interventiewaarden uit de circulaire bodemsanering, waarbij de gemeten waarde zijn omgerekend volgens het gehalte organisch stof en kleidelen (lutum). Het toetsingskader is bij dit rapport opgenomen als bijlage 5. Tevens zijn de analyseresultaten getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) om een indicatie te krijgen van de bodemfunctieklasse en de hergebruikmogelijkheden van de grond. Voor een volledig overzicht van de gemeten waarden wordt verwezen naar de analysecertificaten in bijlage 10. Overschrijdingstabel grondmonsters, toetsing grond volgens Wbb en Bbk code M01

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50

MM02

0,00 - 0,50

MM03 MM04 VMM01 VMM02 VMM03

0,00 - 0,50 0,80 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

>AW

>T

>I

Lood (0,07) PAK 10 VROM (-) Zink (0,29) Lood (0,18) PAK 10 VROM (0,09) PAK 10 VROM (0,02) Asbest is niet detecteerbaar (<1,0 mg/kg ds) Asbest is niet detecteerbaar (<1,0 mg/kg ds) Asbest is niet detecteerbaar (<1,0 mg/kg ds)

-

BBK monsterconclusie Altijd toepasbaar

-

Klasse industrie

-

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

Overschrijdingstabel grondwatermonsters, toetsing grondwater volgens Wbb code WM02

Traject (m-mv) 1,70 - 2,70

>S

>T

>I

-

-

-

15

APS - Milieu B.V.

5 Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek NEN5740 De matig puinhoudende bovengrond ter plaatse van boring 12 (zand, traject 0-0,5 m-mv), waarin brokken baksteen en plastic zijn aangetroffen, is licht verontreinigd met lood en PAK. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse ‘altijd toepasbaar’. De zwak puin- en baksteenhoudende bovengrond van het westelijk terreindeel (MM02, zand, traject 0-0,5 m-mv) is licht verontreinigd met zink, lood en PAK. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse ‘industrie’. De bovengrond van het oostelijk terreindeel (MM03, zand, traject 0-0,5 m-mv) waarin plaatselijk sporen puin zijn aangetroffen, is licht verontreinigd met PAK. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief in gedeeld in de klasse ‘altijd toepasbaar’. De ondergrond (MM04, zand, traject 0,8-2 m-mv) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief in gedeeld in de klasse ‘altijd toepasbaar’. Het grondwater (peilbuis 01) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. De hypothese verdacht wordt op basis van de aangetroffen lichte verontreinigingen bevestigd. Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond maximaal licht verontreinigd is.

Verkennend asbestonderzoek NEN5707 In de onderzochte grondmengmonsters VMM01 t/m VMM03 (bovengrond, 0-0,5 m-mv, bijmengingen: puin, baksteen, plastic) is asbest niet detecteerbaar. De hypothese verdacht wordt verworpen. Op basis van onderhavig verkennend bodemonderzoek asbest kan gesteld worden dat de locatie vrij is van verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten is nader onderzoek niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan worden dat de milieuhygiënisch kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.

16

APS - Milieu B.V.

6 Betrouwbaarheid Bodemonderzoeken worden door APS-Milieu op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de daartoe bestaande normen (protocollen) en gangbare inzichten. Indien in opdracht van de klant, en eventueel in overleg met het bevoegde gezag, is afgeweken van de gangbare normen en/of protocollen van onderzoek, dan wordt dit in de rapportage uitdrukkelijk vermeld. APS-Milieu aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de gevolgen die deze afwijkingen kunnen hebben voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van het onderzoek. Alle door de veldwerker uitgevoerde metingen (locatietekening, grondwaterstanden, laagdikte, enz.) zijn alleen van toepassing op het bodemonderzoek en kunnen niet dienen als basis voor exacte maatvoering van een bouwproject en/of andere doeleinden. Maar ook indien conform de protocollen wordt gewerkt blijven er enige beperkingen van kracht, met betrekking tot de betrouwbaarheid van de resultaten van dit onderzoek. a. Kwaliteit van het vooronderzoek Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd op basis van een vooronderzoek. Een dergelijk vooronderzoek bestaat uit het verzamelen van (historische) gegevens over de locatie, een inspectie van de locatie en verzamelen van gegevens over bodemopbouw en hydrologie. Indien belangrijke feiten over de locatie niet worden achterhaald, bestaat de kans dat de hypothese en de strategie van het onderzoek niet voldoen.

Het onderzoek geeft dan onvoldoende informatie en is dus minder bruikbaar of betrouwbaar. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van onvolledig of onjuist opgegeven informatie in het kader van het vooronderzoek. b. Restrisico De monsterdichtheid welke de protocollen voorschrijven heeft tot gevolg dat kleine verontreinigingskernen kunnen worden gemist. Dit beperkte restrisico wordt aanvaardbaar geacht, omdat de kosten van bodemonderzoek anders te hoog zouden oplopen. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor dergelijke normale restrisico’s. c. Veroudering De onderzoeksresultaten vormen slechts een momentopname. De resultaten en conclusies kunnen verouderen door drie oorzaken: • Er wordt nieuwe verontreiniging toegevoegd aan de locatie. • Bestaande verontreiniging is mobiel en verspreidt zich verder. • De normstelling door de overheid verandert. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van veroudering van de rapportage. 17

APS - Milieu B.V.

Bijlage 1. Topografische kaart

18

Omgevingskaart

Klantreferentie: R18-B653

0m

125 m

625 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object BERGEN (N.H.) B 1121 Zuidlaan 59, 1862 AM BERGEN NH CC-BY Kadaster.

Schaal 1: 12500

APS - Milieu B.V.

Bijlage 2. Kadastrale kaart

20

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: R18-B653

276 1

2769

2770 Mo

N et nn

es

2

1

30 24

R GA 1/

28 24 29 24

21 11

48 24

2431 53 14

2432

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 24 juli 2018 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

5m

15

25 m

Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

BERGEN (N.H.) B 1121

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

APS - Milieu B.V.

Bijlage 3. Locatietekening met boorpunten / inspectiegaten

22

M

tne on

Ne

s

2 1

d

vel

s gra

07

06

01

08

02

03 05 onderzoekslocatie 09

04

10

La

11

nd we g

12

ld sve

id Zu

gra

laa

n

voormalige bebouwing

14 15

LEGENDA

LOCATIETEKENING datum:

augustus 2018 nummer: R18-B653 locatie: Zuidlaan 59 Bergen Opdrachtgever:

Midvast B.V.

peilbuis boring (diep) boring (ondiep) boring (gestuit)

schaal: 0

m

1:500 10

inspectiegat asbest 0-punt

APS - Milieu B.V.

Bijlage 4. Boorstaten

24

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

Boring:

01

Boring:

02

X: Y: Datum: GWS:

108493,31 521478,60 6-8-2018 120

X: Y: Datum:

108498,90 521479,53 4-9-2018

0

50

1

0

braak

-16

Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindig, grijsbruin, Graven

2 9 -60

3 4

-75 -85

100

Zand, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

1 -50

50

Klei, sterk siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

5

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, grijsbruin, Graven

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin, Zuigerboor 6 -180

200

250

Zand, matig fijn, zwak siltig, laagjes klei, donkergrijs, Zuigerboor

7

8 -270

Boring:

03

Boring:

04

Datum:

4-9-2018

Datum:

4-9-2018

0

0

gras

2 1 -50

50

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, neutraal grijsbruin, Graven

0

gras

-50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend, neutraal grijsbruin, Graven

2 1 50

Boring:

05

Boring:

06

Datum:

4-9-2018

Datum:

4-9-2018

0

0

gras

-50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend, neutraal grijsbruin, Graven

MM01 1 50

Projectnaam: Zuidlaan 59 Bergen Projectcode: R18-B653

0

0

Zand, kleiïg, zwak humeus, sporen puin, neutraal, Graven

2 1 50

-50

Boring:

07

Boring:

08

Datum:

4-9-2018

Datum:

4-9-2018

0

0

0 Zand, kleiïg, zwak humeus, sporen puin, neutraal, Graven

2 1 -50

50

0

gras

-50

Zand, kleiïg, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, sporen roest, resten wortels, donkergrijs, Graven

1 50 2 -80

100

150

Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor handmatig

3

4

5 200

-200

Boring:

09

Boring:

10

Datum:

4-9-2018

Datum:

4-9-2018

0

0 MMO1 1

-50

50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend, resten hout, neutraal grijsbruin, Graven

0

0

-50

50

11

Boring:

12

Datum:

4-9-2018

Datum:

4-9-2018

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, neutraal grijsbruin, Graven

2 1 50

gras

-50

0

gras

-50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken baksteen, brokken plastic, matig puinhoudend, resten wortels, licht grijsbruin, Graven

6 1 50 2

-70

3 -100

100

150 5

Projectnaam: Zuidlaan 59 Bergen Projectcode: R18-B653

Klei, zwak siltig, sporen roest, licht roestgrijs, Edelmanboor Veen, sterk kleiïg, donker bruingrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig

4

200

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, licht grijsbruin, Graven

2 1

Boring:

0

Zand, kleiïg, matig humeus, zwak puinhoudend, sporen roest, Edelmanboor

-200

APS - Milieu B.V.

Bijlage 5. Toetsingskader

28

APS - Milieu B.V.

Toetsingskader bodemverontreiniging De kwaliteit van de bodem wordt getoetst aan streef/AW2000- en interventiewaarden. De toetsing betreft enerzijds de grond (landbodem) of het sediment (waterbodem), en anderzijds het grondwater. Voor grond/sediment moeten deze waarden worden gerelateerd aan de zogenaamde standaardbodem. Dit is een bodem met 10% organisch stof (humus) en 25% kleideel (lutum). Deze bodemcomponenten hebben namelijk de eigenschap verontreinigingen vast te leggen, en hun verspreiding te verhinderen. De gemeten concentraties aan verontreiniging moeten dan ook altijd teruggerekend worden naar standaardbodem aan de hand van de aan deze bodem bepaalde gehalten lutum en humus. Hiervoor zijn standaardformules in gebruik. Voor grondwater geldt een dergelijke omrekening niet. De Streefwaarden/AW2000 worden afgeleid en vastgesteld binnen het INS-proces. De Interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering (VROM 2013). Streefwaarde/AW200 (S/AW200-waarde) De streefwaarde/AW2000 wordt voor Organische stoffen gesteld op een honderdste deel van de MTR (maximaal toelaatbaar risico) van de betreffende stof. Voor metalen wordt de streefwaarde/AW2000 bepaald door de Natuurlijke achtergrondconcentratie op te tellen bij een honderdste deel van de MTR voor het betreffende metaal.

In de praktijk treden in door menselijk handelen beïnvloede bodemlagen overschrijdingen op tengevolge van langdurige diffuse belasting. In die gevallen is sprake van lokaal verhoogde “achtergrondwaarden”. Door veel gemeenten worden deze momenteel geïnventariseerd en wettelijk vastgelegd. Voor het saneringscriterium van oude verontreinigingen (voor 1987) zijn de achtergrondwaarden de ondergrens voor de saneringsdoelstelling. Ook voor grondverzet is de achtergrondwaarde en niet de streefwaarde doorslaggevend. Een verontreiniging boven de streefwaarden wordt “licht” genoemd. Tussenwaarde (T-waarde=(I+S)/2) De tussenwaarde, dat is de helft van de som van streef/AW2000- en interventiewaarde, speelt een rol in een aantal toetsingen. Indien bij een verkennend onderzoek een concentratie boven de tussenwaarde wordt gemeten, is er doorgaans aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Verkennend onderzoek dient slechts om de aan- of afwezigheid van verontreiniging aan te tonen. Bij verontreiniging boven de tussenwaarde wordt de kans reëel geacht dat bij nader onderzoek concentraties boven de interventiewaarde worden vastgesteld. Verder speelt de tussenwaarde een rol bij de risicoanalyses van een urgentiebepaling. Een verontreiniging boven de tussenwaarde wordt “matig” genoemd.

29

APS - Milieu B.V.

Interventiewaarde (I-waarde) De interventiewaarde is een concentratie waarbij er potentiële risico’s kunnen optreden voor de volksgezondheid of de ecologie. Het gaat hier dus om een risico grenswaarde. Een verontreiniging boven de interventiewaarde wordt “sterk” genoemd. Bij meer dan 10 × de interventiewaarde spreekt men vaak van een “zeer sterke verontreiniging”. Indien meer dan 25 m3 grond, of meer dan 100 m3 bodemvolume met grondwater, ernstig is verontreinigd, spreekt men bij oude verontreinigingen (bedoeld wordt meestal van vóór 1987) van een “ernstig geval van bodemverontreiniging”. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor een aantal stoffen zijn geen interventiewaarden vastgesteld, maar “indicatieve niveaus van ernstige verontreiniging”. Dit is het geval als er nog geen betrouwbare meetvoorschriften voorhanden zijn, of als de risicobeoordeling van de stof nog onvoldoende is getoetst. Ernst en urgentie van gevallen van bodemverontreiniging Met het in werking treden van de Wet Bodembescherming (Wbb) in 1987 is een onderscheid gemaakt tussen “bestaande gevallen van bodem verontreiniging” en “nieuwe gevallen van bodemverontreiniging”. Voor nieuwe gevallen kent de wet een duidelijke regeling: deze moeten worden opgeruimd (zorgplicht). Dit betekent dat de oude situatie moet worden hersteld, voor zover dat redelijkerwijze technisch mogelijk is (ALARA-principe).

Soms is de oude situatie vastgelegd middels een “nulsituatieonderzoek”. Voor oude (“bestaande”) gevallen is een speciale regeling ontworpen, de “saneringsregeling Wbb”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen “ernstige” en “niet-ernstige” gevallen van verontreiniging. Er is sprake van een ernstig geval als er meer dan 25 m3 bodem boven de interventiewaarde is verontreinigd, of indien het grondwater van 100 m3 bodemvolume boven de interventiewaarde is verontreinigd. Pas als er sprake is van een ernstig geval, moet er op enig tijdstip gesaneerd worden. Vervolgens wordt de urgentie van het geval beoordeeld. Dit gebeurt middels een risicoanalyse voor mens, natuur en verspreiding. Indien een geval urgent is, wordt een saneringstijdstip opgelegd. Saneringsdoelstelling Nieuwe gevallen van verontreiniging moeten op grond van de wet teruggesaneerd worden naar de oude situatie. Soms is deze vastgelegd in een zogenaamd “nulsituatie onderzoek”. In andere gevallen wordt verondersteld dat de lokale achtergrond de oorspronkelijke situatie was. Oude gevallen van verontreiniging moesten tot voor kort teruggesaneerd worden naar multifunctionele (schone) bodem, tenzij de kosten hiervan veel te hoog dreigden op te lopen. In dat geval kon de verontreiniging ook “ingepakt” worden (IBC: Isoleren, beheersen en controleren).

In het kader van de zogenaamde BEVER-operatie verschuift het beleid naar “functioneel saneren”: de bodem moet worden teruggesaneerd zodat ze geschikt is voor de voorgenomen gebruiksfunctie. Hierbij moet wel worden aangetekend dat als de functie later wijzigt, aanvullende sanering noodzakelijk kan worden. De minimale terugsaneerwaarden bij functionele saneringen worden vastgesteld op basis van risicoanalyses.

30

APS - Milieu B.V.

Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie

% ds % ds

M01 2018128995 12 0,00 - 0,50 3,5 7,6 12-9-2018 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD

Index

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,014 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002

-0,01

<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001

METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<3 4,9 8,4 76 <1,5 <0,2 40 0,055 61

<5 9,7 14,0 136 <1,1 <0,2 91 (6) 0,072 85

-0,06 -0,39 -0,17 -0,01 -0 -0,03

OVERIG Gloeirest Droge stof Lutum Organische stof (humus)

% (m/m) ds % m/m % %

96 86,2 7,6 3,5

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C21 Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<3 <35 <5 5,8 <11 6,2 <6

6 (6) <70 10 (6) 16,6 (6) 22 (6) 17,7 (6) 12 (6)

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,05 0,06 0,25 0,4 0,19 0,16 0,14 0,091 0,098 0,11

<0,04 0,06 0,25 0,4 0,19 0,16 0,14 0,091 0,098 0,11 1,5

-0 0,07

-0,02

0

Index

0,014 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0036 0,0036 <0,001

-0,01

<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0019 0,0019 <0,001

<3 6,9 16 180 <1,5 0,31 52 0,086 100

<4 13,4 25 308 <1,1 0,43 115 (6) 0,110 134

-0,06 -0,33 -0,1 0,29 -0 -0,01

94,1 83,2 8,0 5,3

86,0

31

MM02 2018128995 04, 05, 08, 09 0,00 - 0,50 5,3 8,0 12-9-2018 Overschrijding Achtergrondwaarde Meetw GSSD

-0 0,18

83,0

<3 58 6,7 11 22 12 <6

4 (6) 109 12,6 (6) 21 (6) 42 (6) 23 (6) 8 (6)

<0,05 0,19 0,62 1,2 0,84 0,49 0,46 0,28 0,35 0,39

<0,04 0,19 0,62 1,2 0,84 0,49 0,46 0,28 0,35 0,39 4,9

-0,02

0,09

APS - Milieu B.V.

Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie

% ds % ds

MM03 2018128995 02, 03, 07, 11 0,00 - 0,50 5,8 9,3 12-9-2018 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD

Index

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,0084 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001

-0,01

<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001

METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

3,2 5,2 9,3 48 <1,5 <0,2 21 0,052 26

6,3 9,4 13,9 78 <1,1 <0,2 43 (6) 0,065 34

-0,05 -0,39 -0,17 -0,11 -0 -0,03

OVERIG Gloeirest Droge stof Lutum Organische stof (humus)

% (m/m) ds % m/m % %

93,6 83,2 9,3 5,8

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C21 Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<3 <35 10 <5 <11 7,3 <6

4 (6) <42 17 (6) 6 (6) 13 (6) 12,6 (6) 7 (6)

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,05 0,054 0,29 0,58 0,28 0,19 0,2 0,12 0,18 0,16

<0,04 0,054 0,29 0,58 0,28 0,19 0,2 0,12 0,18 0,16 2,1

-0 -0,03

-0,03

0,02

Index

<0,025 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004

0,01

<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001

<3 <4 <5 <20 <1,5 <0,2 <20 <0,05 <10

<7 <8 <7 <33 <1,1 <0,2 <54 (6) <0,05 <11

-0,05 -0,42 -0,22 -0,18 -0 -0,03

99,4 76,9 2,0 0,70

83,0

32

MM04 2018128995 08, 08, 12, 12 0,80 - 2,00 0,70 2,0 12-9-2018 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD

-0 -0,08

77,0

<3 <35 5,4 <5 <11 <5 <6

11 (6) <123 27,0 (6) 18 (6) 39 (6) 18 (6) 21 (6)

<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05

<0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,35

-0,01

-0,03

APS - Milieu B.V.

---------< 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -

Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW

IND

I

0,04

0,5

1

15 35 40 140 1,5 0,6 0,15 50

35 39 54 200 88 1,2 0,83 210

190 100 190 720 190 4,3 4,8 530

190 100 190 720 190 13 36 530

190

190

500

5000

40

40

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

mg/kg ds

0,02

METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Kwik Lood

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

mg/kg ds

PAK PAK 10 VROM

mg/kg ds

33

1,5

WO

6,8

APS - Milieu B.V.

Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie

AROMATISCHE VERBINDINGEN BTEX (som) Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN CKW (som) 1,3-Dichloorpropaan 1,1-Dichloorpropaan Dichloorpropaan Dichloorpropanen (0,7 som, 1,1+1,2+1,3) cis + trans-1,2-Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,2-Dichloorpropaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride

WM02 4-9-2018 1,70 - 2,70 12-9-2018 Voldoet aan Streefwaarde Meetw GSSD

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,9 <0,2 <0,2 <0,2

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<1,6 <0,2 <0,2

<0,2 <0,1 <0,2

<0,1 <0,1 <0,1 <0,21 <0,1 <0,1 <0,1 <0,77(2,14)

<0,1 <0,1 <0,42

Index

-0 -0,03 -0,01 0

-0,02

-0

0,42

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,1

<0,14 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1(14) <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1

METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<2 <3 <2 <10 <2 <0,2 <20 <0,05 <2

<1 <2 <1 <7 <1 <0,1 <14 <0,04 <1

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C21 Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<10 <50 <10 <10 <15 <10 <10

7(6) <35 7(6) 7(6) 11(6) 7(6) 7(6)

PAK Naftaleen PAK 10 VROM

µg/l -

<0,02

<0,01 <0,00020(11)

34

0,01 0,01

0 -0,01 0,01 -0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,02

-0,24 -0,22 -0,23 -0,08 -0,01 -0,05 -0,06 -0,04 -0,23

-0,03

0

APS - Milieu B.V.

---------< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -

Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S

S Diep

Indicatief

I

AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,2 4 7 0,2 6

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Dichloorpropaan cis + trans-1,2-Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,8 0,01 0,01 0,01 6 0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01

METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

20 15 15 65 5 0,4 50 0,05 15

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

µg/l

50

600

PAK Naftaleen

µg/l

0,01

70

30 150 1000 70 300 150

35

80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5

0,7 2,1 1,3 24 3,6 0,06 200 0,01 1,7

100 75 75 800 300 6 625 0,3 75

APS - Milieu B.V.

Bijlage 6. Referenties

36

APS - Milieu B.V.

Literatuur: 1. Leidraad Bodembescherming, volgens meest recente aflevering/ ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij, afleveringen t/m 2000. 2. Circulaire bodemsanering (VROM 2013). 3. Bodemonderzoek Milieuvergunning en BSB, met protocol voor gecombineerd onderzoek/-’s Gravenhage: SDUuitgeverij, mei 1994. 4. Protocol nulsituatie-bodemonderzoek Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks/ dr ir J.A.W. Nieuwkoop, drs A. Schouten - ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij, oktober 1995. 5. Protocol voor het Oriënterend Onderzoek naar aard en concentratie van verontreinigende stoffen en de plaats van voorkomen van bodemverontreiniging/ F.P.J. Lamé, R.Bosman - ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij, mei 1994. 6. Nader onderzoeksrichtlijn Ernst, Urgentie en Tijdstipbepaling /Tauw Milieu b.v., Grontmij, Chemielinco, in opdracht van VROM- ’s Gravenhage: SDU-uitgeverij november 1997. 7. Protocol voor het Nader Onderzoek (deel 1) naar de aard en concentratie van verontreinigende stoffen en de omvang van bodemverontreiniging/ F.P.J. Lamé, R. Bosman - ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij, mei 1994. 8. Richtlijn voor het Nader Onderzoek (deel 1) voor specifieke categorieën van bodemverontreiniging/N.G. van der Gaast e.a.- ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij 1995. 9. Regeling bodemkwaliteit, Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397, houdende regels voor. de uitvoering van de kwaliteit van de bodem.

Van toepassing zijnde normen bij bodemonderzoek: NEN 5104 NEN 5119 NEN 5706 NEN 5709 NVN 5725 NEN 5707 NEN 5897 NEN 5740 NPR 5741 NEN 5742 NEN 5743 NEN 5744 NEN 5745 NEN-EN-ISO 5667-3 NEN-EN-ISO 5667-11 NEN-EN-ISO 5667-14 NEN-EN-ISO 5667-18 NEN 5766:2003

Geotechniek, Classificatie van onverharde grondmonsters. Geotechniek - Boren en monsterneming in grond Richtlijnen voor de beschrijving van zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van milieukundig bodemonderzoek Bodem, Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Bodem - Leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond Bodem, Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek Bodem, Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch-chemische bodemkenmerken Bodem, Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van bepaling van vluchtige verbindingen Bodem, Monsterneming van grondwater ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen en fysisch-chemische eigenschappen Bodem, Monsterneming van grondwater ten behoeve van vluchtige verbindingen Richtlijn voor de conservering en behandeling van watermonsters Richtlijn

voor monsterneming van grondwater Richtlijn voor de kwaliteitsborging van monsterneming en -behandeling van water dat wordt gebruikt voor milieuonderzoek Richtlijn voor monsterneming van grondwater op verontreinigde terreinen Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek

Protocollen ten behoeve van het veldwerk 1. 2. 3.

protocol 2001 versie 3.2; Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (SIKB, 12-12-2013) protocol 2002 versie 4; nemen van grondwatermonsters (SIKB, 12-12-2013) protocol 2018 versie 3.1: locatie- inspectie en monsterneming van asbest in bodem (SIKB, 12-122013)

37

APS - Milieu B.V.

Bijlage 7. Monsternemingplan asbestonderzoek

38

Monsternemingplan asbestonderzoek Projectgegevens projectnummer projectnaam locatie opdrachtgever doel onderzoek uitvoeringsdatum uitvoerende organisatie en projectleider uitvoerende veldwerker(s) locatiegegevens oppervlakte omschrijving deelgebieden omschrijving vegetatie / verharding hypothese verwachte concentratie asbest opmerking: veldwerk visuele inspectie Inspectiegaten

boringen

maken veldwerkschets maken foto’s monsterneming opmerking:

R18-B653 Zuidlaan 59 Bergen Idem Midvast BV Aantonen wel/niet asbest 4 september 2018 APS-Milieu J. de Vlieger J. de Vlieger 1.805 m2 n.v.t. Begroeid met struiken, wel recent boorlocaties vrijgemaakt. verdacht op basis van aangetroffen puin < 100 mg/kg d.s.

rasterafstand 1 meter aantal: 10 omvang: 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m (l x b x d) bemonsteren: ja aantal: 2 diepte: 2 m-mv bemonsteren: ja ja ja ja

Revisiedatum 12-10-2017

instructies monsterneming grond

monsterneming plaatmateriaal verpakking grondmonster verpakking monster plaatmateriaal codering grondmonster codering monster plaatmateriaal aanlever monsters aan laboratorium

per inspectiegat circa 2 kg monstermateriaal met een maximale korrelgrootte van 20 mm, in totaal dient 10 kg (droog)monstermateriaal verzameld te worden wegen gevonden plaatmateriaal per soort en per sleuf, eventueel een kleine hoeveelheid plaatmateriaal meenemen ter analyse in 10 liter emmer voorzien van een blauwe deksel en een duidelijk zichtbare waarschuwing ‘voorzichtig bevat asbest’ dubbel verpakt in plastic zakken voorzien van duidelijk zichtbare waarschuwing ‘voorzichtig bevat asbest’ VMM01, VMM02 enz. P1, P2 enz monsters zoals bovenstaand verpakt en gecodeerd voorzien van analyse opdrachtformulier voor de koelkast plaatsen waar deze door de koerier worden opgehaald omstreeks 16:00 uur RPS asbest in grond conform NEN 5898 materiaalanalyse conform NEN 5896

tijdstip koerier laboratorium soort analyse grond soort analyse plaatmateriaal benodigde materialen en veiligheidsmiddelen Materialen plastic zeil, schop, hark, zeven met een diameter van 31,5 mm en 20 mm, grondboor minimaal 12 cm, monsterschep van minimaal 10 cm lang en 5 cm breed, meetlint, meetwiel, piketpaaltjes, afsluitbare emmers met waarschuwing, hersluitbare plastic zakken met waarschuwing, werkwater van drinkwaterkwaliteit, weegschaal, markeerlint, plakband, plattegrond van de locatie Veiligheid overall, veiligheidslaarzen, handschoenen, CROW-132, verbandtrommel, oogspoeldouche, brandblusser, vochtpercentage minimaal 10 % indien verwachte concentratie >100 mg/kg d.s.: ook decontaminatie-unit en eventueel p3 overdrukmasker, volgelaatsmasker Kwaliteitscontrole naam datum handtekening projectleider J. de Vlieger 04-09-2018

monsternemer

Bijlagen

J. de Vlieger

04-09-2018

kaartje ligging/ toegang locatie kaartje indeling deelgebieden kaartje vindplaats asbest verdacht materiaal kaartje sleuven, gaten, en boringen

Revisiedatum 12-10-2017

APS - Milieu B.V.

Bijlage 8. Monsternameformulier asbestonderzoek

41

Veldwerk asbestonderzoek Projectgegevens projectnummer projectnaam locatie opdrachtgever doel onderzoek uitvoeringsdatum uitvoerende organisatie projectleider uitvoerende veldwerker(s)

R18-B653 Zuidlaan 59 Bergen Idem Midvast BV Aantonen wel/niet asbest 4 september 2018 APS-Milieu J. de Vlieger J. de Vlieger

Locatiegegevens locatie ingedeeld in Nee deelgebieden zo ja, ingedeeld o.b.v. N.v.t. welke criteria? omstandigheden visuele inspectie rasterafstand 1m neerslag <10 mm tijdstip 9.15 uur licht Zonnig/half bewolkt zicht > 50 meter zichtbaarheid maaiveld > 25%; vegetatie vegetatie verwijderd Ja, > 25% inspectie-efficiëntie (%) 50%-70% aangetroffen materiaal Geen vochtmetingen (%) 12% Resultaten visuele inspectie Asbestinspectiegaten Geen asbestverdacht materiaal aangetroffen 03 t/m 12 vindplaats asbest aangeven op tekening

Revisiedatum 13-03-2013

Resultaten overige veldwerkzaamheden gaten aantal: 10 omvang: 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m (l x b x d) bemonsterd: ja grondsoort: zand bijzonderheden: Sleuven n.v.t. boringen aantal: 2 omvang: Ø 12 cm bemonsterd: ja grondsoort: zand/klei bijzonderheden: Mengmonstersamenstelling + VMM01: 12 (0-0,5 m-mv), barcode R900010820 VMM02: 04+05+09+11 (0-0,5 m-mv), barcode R900010819 barcodes VMM03: 03+06+07+08+10 (0-0,5 m-mv), barcode R900010818

aanleveren aan RPS soort analyse Asbest in grond conform NEN5898 afwijking van VKB protocol Nee 2018 of van NEN 5707 foto’s Ja bijzonderheden sleuven, gaten, en boringen op tekening aangeven Kwaliteitscontrole: de veldwerker verklaard het werk onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd. naam datum handtekening projectleider J. de Vlieger 04-09-2018

monsternemer

Bijlagen:

J. de Vlieger

04-09-2018

kaartje ligging/toegang locatie kaartje indeling deelgebieden kaartje vindplaats asbest verdacht materiaal kaartje sleuven, gaten, en boringen foto’s

Revisiedatum 13-03-2013

APS - Milieu B.V.

Bijlage 9. Foto’s

44

APS - Milieu B.V.

45

APS - Milieu B.V.

Bijlage 10. Analysecertificaten

46

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix

R18-B653 Zuidlaan 59 Bergen

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

2018128995/1 06-Sep-2018 12-Sep-2018/08:11 A,B,C 1/2

Grond (AS3000) 1

2

3

4

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

86.2

83.2

83.2

76.9

Eenheid

Analyse Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

3.5

5.3

5.8

<0.7

Gloeirest

% (m/m) ds

96.0

94.1

93.6

99.4

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

7.6

8.0

9.3

<2.0

S

% (m/m)

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

40

52

21

<20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

0.31

<0.20

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

3.2

<3.0

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

8.4

16

9.3

<5.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.055

0.086

0.052

<0.050

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

4.9

6.9

5.2

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

61

100

26

<10

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

76

180

48

<20

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

6.7

10.0

5.4

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

5.8

11

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

<11

22

<11

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

6.2

12

7.3

<5.0

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

58

<35

<35

Minerale olie

S

Zie bijl.

Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4486/documents/31546