CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 28 11-01-2022 nota van zienswijzen.pdf

Algemene Raadscommissie 3 februari 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 4: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Dorp en Duin (woningbouwlocaties Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen)22.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van Zienswijzen Bestemmingsplan Veegplan Bergen 2020 / Dorp en Duin 2022

5 januari 2022

I.

Inleiding

Deze Nota van Zienswijzen behandelt de ingediende zienswijzen naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan Veegplan Bergen 2020. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal de naam worden aangepast in bestemmingsplan Dorp en Duin 2022. 1.

Aanleiding

De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om twee locaties voor woningbouw in de gemeente Bergen te realiseren. Het toevoegen van met name betaalbare woningen voor de inwoners van de Egmonden is in de gemeente Bergen één van de speerpunten van zowel de gemeenteraad als het college. In dit bestemmingsplan zijn de woninglocaties Egmond aan den Hoef Oost met maximaal 150 woningen en de Egmond Binnen Zuid met maximaal 100 woningen opgenomen. Daarnaast is het gebied Egmond aan den Hoef Noord in dit bestemmingsplan meegenomen. 2.

Procedure

2.1

Zienswijzen na ontwerp bestemmingsplan

Het ontwerp van het bestemmingsplan “Veegplan Bergen 2020” voor de gemeente Bergen heeft vanaf 30 oktober 2020 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan heeft de gemeente Bergen in overleg met de bewoners, de grondeigenaren, de provincie en andere belanghebbenden de woningbouwplannen nader uitgewerkt en fijn geslepen. Met de bewoners van Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen is een uitgebreid participatietraject gevolgd, onder andere via de interactieve Week van Egmond, enquêtes en informatieavonden. Daarnaast heeft een groot aantal onderzoeken op het gebied van woningbehoefte, verkeer, landschappelijke inpassing en milieu plaats gevonden om de keuzes nader te kunnen onderbouwen. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn 48 zienswijzen ingediend, onder meer door de provincie Noord-Holland, waarvan 25 unieke reacties. De zienswijzen zijn hierna samengevat, geclusterd en van een beantwoording voorzien (hoofdstuk II en III). Per onderwerp is aangegeven of de zienswijzen aanleiding geven tot aanpassing van het bestemmingsplan. Hoofdstuk IV bevat een samenvattend overzicht van de aanpassingen. In hoofdstuk V is een overzicht opgenomen van de indieners, met een beknopte aanduiding van hun zienswijzen. Daarbij is een nummering gevoegd, die verwijst naar de beantwoording van de zienswijzen in hoofdstuk III.

De persoonsgegevens (naam, adres, woonplaats) van personen zijn in verband met regelgeving over gegevensbescherming niet vermeld. Voor de locaties Egmond aan den Hoef Oost en Egmond Binnen Zuid heeft dit proces geleid tot overeenstemming over de ruimtelijke kaders voor duurzame, klimaatadaptieve en landschappelijk ingepaste woonwijken met betaalbare woningen voor de Egmonders. Deze ruimtelijke kaders zijn vastgelegd in dit bestemmingsplan. De locatie Egmond aan den Hoef Noord bleek tijdens het proces nog niet gereed voor een haalbaar woningbouwplan van maximaal 50 woningen. Voor deze locatie komt in het vastgestelde bestemmingsplan de bestemming Wonen uit het ontwerp bestemmingsplan te vervallen. De locatie behoudt de huidige agrarische bestemming, waarin ook bollenteelt mogelijk is.

Circa de helft van de zienswijzen was gericht tegen het plandeel Egmond aan den Hoef Noord. De zienswijzen ten aanzien uitzicht/aanzicht, landschappelijk inpassing, verkeer, alternatieve en gemeentelijk waren allen gericht op de woningbouwontwikkeling die hier zou plaatsvinden. Doordat ter plaatse niet langer sprake is van een woningbouwontwikkeling maar van agrarisch grondgebruik, wordt aan alle ingediende zienswijzen voor de deellocatie Egmond aan den Hoef Noord tegemoet gekomen.

II.

Ingediende zienswijzen

1.

Algemeen

1.1.

Burgerparticipatie 1.1.1 De participatie bij de ontwikkeling is gebrekkig geweest/heeft niet plaatsgevonden 1.1.2 Buurtbewoners zijn niet gehoord; er kan derhalve geen sprake zijn van een zorgvuldige afweging van belangen

1.2.

Vooroverleg 1.2.1 Er heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met de provincie (/ARO) en het Hoogheemraadschap

1.3.

Publicatie 1.3.1 De publicatie (aangaande o.a. de terinzagelegging) is gebrekkig geweest; de locatie is niet gepubliceerd in een huis aan huis courant 1.3.2 Het plan is (tijdelijk) niet zichtbaar geweest op ruimtelijkeplannen.nl, waardoor eenieder niet in de gelegenheid is gesteld om gedurende zes weken een zienswijze te kunnen indienen 1.3.3 De (gemeentelijke) bekendmaking is te miniem 1.3.4 Het plan is op een dusdanige wijze opgesteld dat het voor de gewone burger (leek) lastig is om zonder enige vorm van bijstand en/of ondersteuning mogelijke aannames of onjuistheden in het plan aan te duiden

1.4.

Algemeen 1.4.1 De naam “Veegplan Bergen 2020” is ontoereikend 1.4.2 Het plan had opgesplitst moeten worden per deel locaties, gezien de grote verschillen onderling (denk aan milieu, verkeer en voorzieningen) 1.4.3 Onduidelijk waarom het bestemming onder het regime van de Crisis- en herstelwet valt

1.5.

Het bestemmingsplan wijkt af van het gemeentelijke beleid 1.5.1 Het plan laat zich niet verenigen met de Structuurvisie Landelijk Gebied Gemeente Bergen, 2010; het aanleggen van woningen is een inbreuk op het uniek open uitzicht bij alle drie de beoogde bouwlocaties 1.5.2 Het plan is niet in lijn met het Landschapsontwikkelingsplan Bergen, aangezien grootschalige woningbouw niet bijdraagt aan een economisch gezond buitengebied.

1.6.

Het bestemmingsplan voldoet niet aan het Besluit ruimtelijke ordening 1.6.1. Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking ontbreekt/is niet juist toegepast 1.6.2 In de toelichting wordt op geen enkele wijze aangetoond waar de noodzaak van het woningbouwplan op rust 1.6.3 De behoefte aan woningen weegt volgens indieners niet op tegen het opofferen van beschermd natuurgebied

1.6.4

De woningbouwontwikkeling van 1.300 woningen in de naastgelegen gemeente Heiloo is niet meegenomen in de toelichting

1.7.

Het bestemmingsplan is in strijd met het provinciaal beleid 1.7.1 Het plangebied is in de Omgevingsverordening NH2020 aangewezen als beschermd bollengebied (BPL); er kan dus geen stedelijke ontwikkeling plaatsvinden 1.7.2 Het plan is in strijd met artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening en artikel 2 van de Uitvoeringsregeling regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkeling 1.7.3 Het plan is in strijd met artikel 15 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, omdat het bestemmingsplan geen motivering bevat waaruit blijkt dat rekening gehouden is met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 1.7.4 Het plan is in strijd met artikel 26b van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 1.7.5 Het plan besteedt onvoldoende aandacht aan de uitgangspunten uit/is in strijd met de Provinciale Structuurvisie; in de visie wordt aangegeven dat het open landschap behouden moet blijven en dat er zoveel mogelijk binnen stedelijk gebied gebouwd moet worden. Er is niet gemotiveerd waarom hiervan afgeweken kan worden

1.8.

Het bestemmingsplan is te globaal/ voldoet niet aan de eisen van de rechtszekerheid 1.8.1 Het plan zal substantieel aangevuld moeten worden voordat het kan worden vastgesteld, dit ontneemt belanghebbenden de mogelijkheid om op die punten een zienswijze in te kunnen dienen 1.8.2 De differentiatie in woningcategorieën c.q. -typen is niet duidelijk en/of verankerd; een onderbouwing over wat voor type woningen ontbreekt. Aangegeven wordt dat het om betaalbare woningen gaat, maar na een snel ‘rekensommetje’ lijkt het niet te gaan om betaalbare woningen, maar om landelijke (onbetaalbare) villa’s

1.9.

Het aspect verkeer en parkeren is onvoldoende onderbouwd 1.9.1 Het plan geeft onvoldoende onderbouwing om aan te nemen dat de additionele verkeerstoename niet leiden tot (ontsluitings)problemen op het lokale of provinciale wegennet 1.9.2 Het plan bevat geen toereikende parkeerregeling; er wordt onvoldoende rekening gehouden met de toenemende parkeerdruk

1.10.

Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen op basis van het ontwerpbestemmingsplan niet worden uitgesloten 1.10.1 Het neerdalen van stikstof zal negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstelling voor de kwalificerende soorten en habitattypen. Een stikstofberekening (op basis van bollenteelt en niet op basis van grazende koeien) dient gemaakt te worden voordat anders beweert kan worden 1.10.2 De bodemkwaliteit van de gronden is niet onderzocht. 1.10.3. De voorgenomen ontwikkeling doet afbreuk aan de natuur/NH Duinreservaat/ NNN. Onderzoek om dit te weerleggen ontbreekt

1.10.4 1.10.5

1.10.6 1.10.7

1.10.8

1.11.

1.12.

Water 1.11.1 1.11.2

De onderbouwing dat de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk doet aan beschermde soorten is niet onderbouwd/onderzocht Er is niet aangetoond dat voldaan kan worden aan het bepaalde in de Wet geluidhinder en/of voldaan kan worden aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat Het plan zal leiden tot geluidsoverlast, zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de aangrenzende teeltactiviteiten ten aanzien van de blootstelling aan gewasbeschermende middelen op de bollenteeltvelden In het plan is onvoldoende verwerkt dat de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling in beschouwing zijn genomen

De digitale watertoets ontbreekt De waterparagraaf is niet volledig

Compensatie bollenteelt 1.12.1. In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat er gronden zijn aangekocht om het verlies aan bollenconcentratiegebied te compenseren. Echter wordt geen melding gemaakt of deze gronden wel geschikt zijn voor bollenteelt

2.

Egmond aan den Hoef Noord

2.1.

Uitzicht/ aanzicht 2.1.1 Door het planvoornemen vervalt het vrije uitzicht vanaf het dorp (specifiek vanaf de Tiggellaan) richting het plangebied; het wordt niet wenselijk geacht om woningen te realiseren in het nu vrije uitzicht 2.1.2 Door het planvoornemen zal sprake zijn van uitzichtbelemmering en waardevermindering voor de woningen langs de Tiggellaan 2.1.3 Door het planvoornemen verdwijnt ‘groen’ 2.1.4 Het landelijk gebied gaat verloren

2.2.

Landschappelijke inpassing 2.2.1 De goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 12 meter wordt niet passend geacht bij de Tiggellaan en Zandweg; deze goot- en bouwhoogte is hoger dan de huidige dorpsrand 2.2.2 Het bouwen van maximaal 50 woningen staat een goede landschappelijke inpassing in de weg. Verzocht wordt dan ook om reeds in dit planologische stadium te borgen dat landschappelijk inpassing plaatsvindt middels daarop sturende randvoorwaarden via maatvoering en bestemmingsplanregels

2.3.

Verkeer 2.3.1 Door het voornemen neemt de verkeersdrukte dusdanig toe dat dit overlast zal veroorzaken bij omwonende. Onderbouwing om dit te weerleggen ontbreekt

2.4.

Alternatieven 2.4.1 Er kan beter gebouwd worden in de dorpskernen, op de aangewezen bouwlocaties, dan op de locatie Egmond aan den Hoef Noord 2.4.2 Het pleit voor een natuurlijke invulling van Egmond aan den Hoef Noord in plaats van woningbouw, omdat dit vanwege onteigening en inrichting als onaantrekkelijk wordt gezien voor woningbouw of enkel voor financieel draagkrachtige

2.5.

Gemeentelijke beleid 2.5.1 Het plan wijkt af van de structuurvisie Egmond aan den Hoef, waarin wordt gesteld dat geen woningbouw, maar een landschappelijke invulling wordt geschetst 2.5.2 Het plan is niet in lijn met de Structuurvisie Egmond aan den Hoef; Egmond aan den Hoef Noord wordt in Structuurvisie benadrukt als een waardevol gebied, waar men een prachtige landschappelijke doorkijk heeft richting de duinen en vanaf de Herenweg naar de Egmondermeer

3.

Egmond aan den Hoef Oost

3.1.

Waardevermindering/verslechtering woonplezier 3.1.1 Door het planvoornemen zal sprake zijn van een waardvermindering van de woningen langs het plangebied Egmond aan den Hoef Oost 3.1.2 Door het planvoornemen verslechtert het woonplezier en het vrije uitzicht vanuit het dorp

3.2.

Landschappelijk inpassing 3.2.1 De aangegeven goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 12 meter gaan de thans geldende hoogtes in het landelijk gebied van respectievelijk 5 en 8 meter ruim te boven 3.2.2 Door de bebouwingsmogelijkheden worden landschappelijke zichtlijnen in alle richtingen doorbroken en de enige landmark “de Abdij” aan het zicht onttrokken

3.3.

Verkeer 3.3.1 Een goede onderbouwing over de verkeersafhandeling ontbreekt

3.4.

Provinciaal beleid 3.4.1 Het plan is in strijd met artikel 8 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening; Egmond aan den Hoef Oost is aangewezen als aardkundig waardevol gebied

4.

Egmond Binnen Zuid

4.1.

Leefbaarheid en toegankelijkheid 4.1.1 Het toevoegen van 150 woningen geeft een te grote belasting op de leefbaarheid en toegankelijkheid van het dorp 4.1.2 Gesteld wordt dat, als er 150 woningen worden gebouwd, het onmogelijk is om de huidige ruimtelijke kwaliteit van het gebied in stand te houden 4.1.3 De algemene veiligheid wordt niet behandeld in de toelichting

4.2.

Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2.1 Voordat er buiten het stedelijk gebied wordt gebouwd, dient eerst gebouwd te worden in binnenstedelijk ruimte, waaronder de voetbalvelden/St. Adelbert

4.3.

Archeologie 4.3.1 Gezien de zeer nabije locatie van de Abdij is er een grote waarschijnlijkheid op archeologische waarde. Onderbouwing hoe dit aan te pakken, ontbreekt

4.4.

Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Er is niet langer sprake van bedrijfsactiviteiten aan de Guyotte van IJsselsteinlaan 34 en de Herenweg 256 4.4.2 Een aantal (agrarische) bedrijfslocaties (en hun uitbreidingsmogelijkheden) langs de Herenweg (14, 15A, 16, 18, 20 en 27) zijn niet meegenomen bij de toetsing aan het aspect bedrijven en milieuzonering.

4.5.

Eigendomssituatie 4.5.1 De provincie is niet bekend met de overeenkomst aangaande het perceel EMD02C 2473

4.6.

Beschermde vogels 4.6.1 In het plangebied Egmond-Binnen Zuid komt de Patrijs en Veldleeuwerik nog voor als broedvogel. Onderzoek naar eventuele nadelige gevolgen voor deze soorten ontbreekt.

4.7.

Verkeer 4.7.1 De onderbouwing ten aanzien van de verkeerstoename is onvoldoende onderbouwd 4.7.2 De Limmerweg is wegbestemd

4.8.

NAM-locatie 4.8.1 Een bodemonderzoek wordt noodzakelijk geacht vanwege het oostelijke gelegen boorpunt van de NAM 4.8.2 Er wordt in het ontwerpbestemmingsplan geen rekening gehouden met de NAMlocatie als milieuhinderlijke functie (milieucategorie 4.1)

4.9.

Geluid 4.9.1 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai ontbreekt 4.9.2 Over geluid van vliegtuigen wordt in dit plan weinig of niets vermeld en er worden in Egmond-Binnen geen metingen verricht

Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn als tijdig en ontvankelijk beschouwd. Conclusie De zienswijzen vormen geen aanleiding om van vaststelling van het bestemmingsplan af te zien. Wel hebben de zienswijzen geleid tot aanpassingen van het plan en bijbehorende stukken. Zie hierna in hoofdstuk III in en voor een samenvattend overzicht hoofdstuk IV.

III. Reactie op de zienswijzen Hierna wordt gereageerd op de inhoud van de zienswijzen en wordt aangegeven of, en op welke manier, deze aanleiding geven tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

1.

Algemeen

1.1. Burgerparticipatie Het gemeentebestuur heeft voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende tot geen informatie ingewonnen bij de bewoners van de aanleunende wijken en andere belanghebbende. Er is nimmer een bijeenkomst geweest waar belanghebbende en hun belangen zijn (aan)gehoord. Indieners zijn van mening dat het gemeentebestuur onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de Egmonders. Men had graag betrokken willen worden/inspraak willen hebben over zaken als 1) de plaatsing van de bouwvlakken 2) de type woningen en waar deze komen 3) de ruimtelijke kwaliteit 4) de doorkijken 5) de inrichting van het openbaar groen en 6) de ontsluiting van de plangebieden. Beantwoording: De drie locaties kennen een langdurige voorgeschiedenis en zijn al lange tijd onderwerp van vooroverleg (ook in het kader van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening). Hieronder is die voorgeschiedenis kort weergegeven. Egmond aan de Hoef Oost en Noord Er zijn voor deze locatie al reeds geruime tijd plannen voor woningbouw. In de Structuurvisie Landelijk gebied uit 2010 wordt de mogelijkheid voor woningbouw aan de oost- en noordrand van Egmond aan den Hoef al genoemd.

Daarnaast heeft in 2013 de provinciale Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) de plannen al besproken en geaccordeerd en zijn de plannen onderdeel van de gemeentelijke ontwikkelingsvisie Dorp en Duin (2014), waarover uitvoerig vooroverleg is geweest met de provincie en waarover uitvoerig is geparticipeerd. Ook zijn de plannen onderdeel van de gemeentelijke structuurvisie Egmond aan den Hoef (2016), waarover met de provincie vooroverleg is geweest en waarover uitvoerig is geparticipeerd. De ontwikkeling is opgenomen in de Bouwbegroting 2020 van de gemeente Bergen. Er is veel lokaal draagvlak voor de ontwikkeling. Zie hiervoor onder meer de zienswijze van de dorpsvereniging (ZW-0084) op de ontwerp Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. Daarnaast is over deze locatie door de gemeenteraad veelvuldig besloten en heeft over de oude plannen uitvoerige burgerparticipatie plaatsgevonden. Egmond Binnen Zuid Er zijn voor deze locatie al reeds geruime tijd plannen voor woningbouw. In de Structuurvisie Landelijk gebied uit 2010 wordt de mogelijkheid voor woningbouw aan de randen van Egmond aan Binnen al genoemd. Woningbouw op deze locatie is onderdeel van de dorpsvisie Egmond-Binnen 2017-2027, waarover geparticipeerd is met het dorp. Ook is specifiek voor deze locatie ‘Stedenbouwkundige visie Egmond-Binnen Zuid’ (2019) opgesteld.

De ontwikkeling is tevens als gevolg van een motie van de VVD en het CDA uit juli 2019 opgenomen in de Bouwbegroting Bergen 2020 en de Focusagenda op het Formatieakkoord. Er is voor de locatie veel lokaal draagvlak. Zie hiervoor onder meer de zienswijze van de dorpsvereniging (ZW-0023) en de zienswijze ingediend door SRO (ZW-0042) op de ontwerp Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. Daarnaast is op de

participatieavond voor raadsleden d.d. 15 september 2020 door drie raadsleden uit zowel de oppositie als de coalitie namens de gehele gemeenteraad gevraagd dit gebied uit het beschermingsregime te halen. Week van de Egmonden Om de mening van inwoners te polsen en input te krijgen voor de mogelijke nieuwbouwplannen, is van 29 juni tot en met 2 juli 2021 ‘De Week van Egmond’ georganiseerd. In de Week van Egmond zijn er verschillende activiteiten georganiseerd. Zo was er een babbelbox-roadshow, waarmee op verschillende plekken in Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen de stemming is gepeild. Ook stond er vier weken lang een online enquête uit waar mensen hun mening konden geven. En zijn er negen rondetafelgesprekken gevoerd en een viertal inloopavonden georganiseerd. In z'n algemeenheid kan geconcludeerd worden dat zowel het aantal ingevulde enquêtes als de opkomst tijdens 'De Week van Egmond' hoog lag. Met 765 ingevulde enquêtes en meer dan 1.000 betrokken inwoners, heeft een aanzienlijk deel van de Egmonders haar stem laten horen. De uitkomsten van ‘De Week van Egmond’ zijn meegenomen bij de verdere uitwerking van het bestemmingsplan. In Egmond-Binnen is groot draagvlak gebleken voor woningbouw op deze locatie. Bijna 600 inwoners vulden de enquête in en 90% gaf daarin aan “Zuid” een goede locatie te vinden. Ruim 300 mensen gaven aan een verhuiswens te hebben binnen het dorp.

Woningen voor starters zijn het meest gewenst. Hoewel de respons In Egmond a/d Hoef op de “Week van Egmond” lager was dan in Egmond Binnen, was deze ook zeker succesvol. Er reageerden meer mensen dan eerdere vergelijkbare processen (bijv. de omgevingsvisie). De uitkomst van de enquête en de gesprekken was dat er ook hier een groot draagvlak is (+/- 80%) voor bouwen op de betreffende locaties. Men vindt het belangrijk dat de woningen die gebouwd worden een impuls geven aan de leefbaarheid van de dorpen. Instrumenten voor de toewijzing is dan ook een belangrijk aandachtspunt. Informatieavonden oktober 2021 Op basis van de opgehaalde informatie uit de Week van Egmond heeft de gemeente Bergen in de zomer van 2021 de verdere uitwerking van de locaties opgepakt. Op 11 en 13 oktober 2021 heeft een terugkoppeling van de stand van zaken plaats gevonden tijdens een rondetafelgesprek met omwonenden en tijdens een algemene informatiebijeenkomst met inwoners uit het hele dorp. Duidelijk werd teruggegeven dat het type woningen en de prijsklasse zo gekozen moet worden dat goed wordt aangesloten bij de behoefte van Egmonders. Conclusie: In het voortraject heeft meerdere malen burgerparticipatie plaats gevonden. De uitkomsten van ‘De Week van Egmond’ en de informatieavonden in oktober 2021 zijn meegenomen bij de verder uitwerkingen van het bestemmingsplan. 1.2.

Vooroverleg Er heeft geen vooroverleg over het bestemmingsplan plaatsgevonden, zowel met de Provincie (/ARO) als het Hoogheemraadschap. Dit gaat in tegen de afspraken die provincie en gemeente met

elkaar hebben en is ook in strijd met de overlegverplichting uit artikel 3.1.1, lid 1, Besluit ruimtelijke ordening. Beantwoording: Inmiddels hebben meerdere overleggen/contactmomenten plaatsgevonden tussen de gemeente, de Provincie (/ARO) en het Hoogheemraadschap. Tot de vaststelling van het bestemmingsplan “Dorp en Duin 2022” zullen nog meerdere (inhoudelijke) overleggen met de Provincie (/ARO) en het Hoogheemraadschap plaatsvinden naarmate nog bepaalde concrete(re) keuzes worden gemaakt. Bepaalde concrete(re) keuzes zullen immers nog gemaakt moeten worden. Het gaat er bij de overlegverplichting van artikel 3.1.1 Bro immers over dat voldoende gelegenheid moet worden geboden om haar belangen en bezwaren naar voren te brengen. Alle overleggen en contactmomenten tezamen, bieden de Provincie (/ARO) en het Hoogheemraadschap voldoende mogelijkheden om hun belangen en bezwaren kenbaar te maken. Voorgeschiedenis Egmond aan de Hoef Oost en Noord Er zijn voor deze locatie al reeds geruime tijd plannen voor woningbouw. In de Structuurvisie Landelijk gebied uit 2010 wordt de mogelijkheid voor woningbouw aan de oost- en noordrand van Egmond aan den Hoef al genoemd.

Daarnaast heeft in 2013 de provinciale Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) de plannen al besproken en geaccordeerd en zijn de plannen onderdeel van de gemeentelijke ontwikkelingsvisie Dorp en Duin (2014), waarover uitvoerig vooroverleg is geweest met de provincie. Ook zijn de plannen onderdeel van de gemeentelijke structuurvisie Egmond aan den Hoef (2016), waarover met de provincie vooroverleg is geweest. Egmond Binnen Zuid Er zijn voor deze locatie al reeds geruime tijd plannen voor woningbouw. In de Structuurvisie Landelijk gebied uit 2010 wordt de mogelijkheid voor woningbouw aan de randen van Egmond aan Binnen al genoemd. Overleg Hoogheemraadschap Voor de plangebieden is op 22 juli 2021 de digitale watertoets ingevuld. Op 18 augustus 2021 Heeft het hoogheemraadschap per mail het watertoetsadvies verstuurd. In de periode juli tot en met december 2021 heeft meerdere malen digitaal en telefonisch overleg plaats gevonden met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (22 juli 2021, 22 december 2021). Daarnaast is er veel mailverkeer geweest tussen het hoogheemraadschap en het stedenbouwkundig bureau over de inhoud van de waterparagrafen. De opmerkingen en suggesties van het hoogheemraadschap zijn verwerkt in de ruimtelijke plannen.

Overleg provincie Zoals hierboven geschetst is de provincie uitvoerig betrokken in de ruimtelijke besluiten die toewerken naar dit bestemmingsplan. Daarna heeft het college van gedeputeerde staten niet alleen een zienswijze naar voren gebracht, maar heeft er ook - zowel op ambtelijk (3 keer) als op bestuurlijk niveau (1 keer) - diverse malen overleg plaatsgevonden. In de ambtelijke overleggen is consequent het standpunt herhaald dat de provincie geen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om haar bezwaren op, en belangen, bij het bestemmingsplan naar voren te brengen. Als enige van indieners van een zienswijze heeft het college van gedeputeerde staten ook nog de gelegenheid gekregen om voorafgaand op de vaststelling van het bestemmingsplan inhoudelijk te

reageren op manier waarop de provinciale zienswijze was verwerkt. Onder deze omstandigheden heeft het college van gedeputeerde staten zijn bezwaren voldoende naar voren kunnen brengen voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan en daarmee de provinciale belangen op een adequate wijze kunnen behartigen. Conclusie: De zienswijzen aangaande het vooroverleg leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Verdere (inhoudelijke) overleggen met de provincie (/ARO) en het Hoogheemraadschap zullen worden aangegaan. 1.3. Publicatie In de ingediende zienswijze wordt het standpunt ingenomen dat 1) de terinzagelegging onzorgvuldige/gebrekkig zou zijn geweest 2) het plan tijdelijk niet zichtbaar is geweest op ruimtelijkeplannen.nl 3) het plan niet gepubliceerd is in een huis aan huis courant 4) de naam ‘Veegplan’ ontoereikend is voor het planvoornemen en 5) de gemeentelijke bekendmaking te miniem was. Door de onduidelijkheden hebben belanghebbende niet de volle zes weken voor het schrijven van een zienswijze kunnen benutten; eenieder is niet in de gelegenheid gesteld om gedurende zes weken een zienswijze te kunnen indienen. Beantwoording: Bij de publicatie van het ontwerp bestemmingsplan zijn de wettelijke procedures gevolgd.

Er heeft een publicatie in de staatscourant en op de gemeentelijke website gestaan en het ontwerp plan is digitaal gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast heeft de gemeente Bergen een persbericht verspreid over de publicatie van het ontwerp bestemmingsplan, dat door meerdere media is gepubliceerd. Het ter inzage gelegde bestemmingsplan draagt de naam ‘Veegplan Bergen 2020’. De term ‘veegplan’ is de gebruikelijke term voor bestemmingsplannen waarbij meer dan een locatie wordt herbestemd en komt van het ‘bij elkaar vegen’ van verschillende initiatieven. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt voor de duidelijkheid de naam aangepast naar bestemmingsplan Dorp en Duin 2022. Niettemin zou in dit verband gesteld kunnen worden dat het grote aantal zienswijzen dat tegen het ontwerpbestemmingsplan is ingediend, er – anders dan sommige zienswijzen suggereren – niet op wijst dat belanghebbende op het verkeerde been zijn gezet en ten onrechte geen aanleiding hebben gezien om een zienswijze in te dienen. Het lijkt gezien het grote aantal dat toch voor velen voldoende duidelijk is geweest waarop het ontwerpbestemmingsplan betrekking heeft. Conclusie: De zienswijzen aangaande de publicatie leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Desalniettemin zal bij toekomstige publicatie van zaken aangaande de bestemmingsplanprocedure zorgvuldiger omgegaan worden met de wijze van publicatie c.q. de bekendmakingen daaromtrent. 1.4. Algemeen Het ontwerpbestemmingsplan gaat over een drietal deellocaties. Er zijn zo veel verschillen tussen de deellocaties (denk aan milieu, verkeer en voorzieningen), dat het naar inziens van de indieners beter was geweest om deze te scheiden in losse (bestemmings)plannen.

Daarnaast is het onduidelijk waarom het bestemmingsplan onder het regime van de Crisis- en herstelwet valt. Beantwoording: Het gehele plangebied is opgenomen in één bestemmingsplan omdat de deellocaties ondanks de verschillen, ook veel overeenkomsten kennen. Zo betreffen het gronden bestemd ten behoeve van agrarische doeleinden, direct grenzend aan de dorpskernen, die herontwikkeld worden tot woningbouwlocatie. Daarnaast hangt de woningbouwontwikkeling nauw samen met de ontwikkeling van het bollenconcentratiegebied. De genoemde verschillen ten aanzien van milieu (denk aan bodem, archeologie, natuur et cetera) en verkeer zijn wel per deellocatie onderzocht. Het bestemmingsplan zelf wordt derhalve niet gescheiden in losse (bestemmings)plannen, maar de onderzoeken wel. De kern van de Crisis- en herstelwet (Chw) is dat met nieuwe en/of aangepaste procedures doelgericht wordt gewerkt aan werkgelegenheid en duurzaamheid. In afdeling 6 van hoofdstuk 2 van de Chw is een regeling opgenomen voor de versnelde uitvoering van woningbouwprojecten. De bedoeling daarvan is om de bouwnijverheid als economisch vitale sector nog een extra stimulans te geven. Deze stimulans is gevonden in een vergaande stroomlijning en vereenvoudiging van besluitvormingsprocessen rond woningbouwprojecten.

Met de procedure voor het projectuitvoeringsbesluit (Afdeling 6 Versnelde uitvoering van bouwprojecten) wordt tijdelijk een versnelling aangebracht in de besluitvorming voor onder andere woningbouwprojecten, zoals onderhavig planvoornemen. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De naamgeving van het bestemminbgsplan is aangepast naar Veegplan Dorp en Duin. De resultaten van de onderzoeken aangaande aspecten als bodem, archeologie, natuur et cetera zijn per deellocatie onderzocht en verwerkt in het bestemmingsplan, waardoor de onderlinge verschillen voldoende in kaart zijn gebracht. 1.5 Het bestemmingsplan wijkt af van het gemeentelijk beleid 1.5.1 Het plan laat zich niet verenigen met de Structuurvisie Landelijk Gebied Gemeente Bergen, 2010 Het plan is in strijd met de Structuurvisie Landelijk gebied. Hierin staat omschreven als te behouden landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zijnde 1) de zichtbare ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap 2) de belevingselementen zoals openheid, doorzicht, duisternis en stilte en 3) de natuurlijke waarden zoals weidevogelgebieden en zilte vegetaties. Beantwoording: Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen als deelgebied Binnenduinrand-Zuid.

In de visie wordt de Binnenduinrand-Zuid gekarakteriseerd als een kleinschalig gevarieerd landschap met relatief veel beplantingssingels, dat de verbinding vormt tussen de duinen en de polders, waarbinnen een breed palet aan functies zorgvuldig is ingebed. Het streven is gericht op enerzijds het versterken van het groene en besloten karakter van de binnenduinrand en anderzijds het opheffen van ontsierende bebouwingsranden van bestaande woongebieden of recreatieterreinen. Door op strategische plekken in een robuuste groene setting nieuwe woningen toe te voegen kan de identiteit van het landschap in de Binnenduinrand-Zuid worden versterkt. De groene setting

dient daarbij niet te bestaan uit randbeplanting, maar een wezenlijk onderdeel te vormen van de structuur van het nieuwe woongebied. In de Structuurvisie Landelijk gebied staat concreet benoemd dat de harde bebouwingsranden van de kernen Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen verzacht moeten worden met kleinschalige bebouwingseenheden en forse beplanting; Er ontstaat een groene structuur waarin wordt gewoond en geen woongebied omzoomd door een groen element. Deze landschappelijke woningbouw dient ertoe te leiden dat de structuur van het landschap weer beter zichtbaar wordt. Het gaat daarbij om het onderscheid tussen een binnenduinrand met relatief veel opgaande beplanting ten opzichte van open polders. De uitgangspunten uit de Structuurvisie Landelijk Gebied zijn door vertaald in de Ruimtelijke inpassing per deellocatie. Vertrekpunt is om de woningbouw op natuurlijk wijze te verweven met het landschap. De uitbreidingen krijgen een dorpse en landelijke uitstraling met een link naar de bestaande dorpskern. Conclusie: In de Ruimtelijke inpassingen is voldoende aandacht besteed aan de Structuurvisie Landelijk Gebied en hoe het planvoornemen zich daarmee verenigd. De Ruimtelijke inpassingen worden door vertaald in het bestemmingsplan. Daarbij zal in de toelichting uitgebreider worden ingegaan op het gestelde gemeentelijk beleid uit de Structuurvisie Landelijk Gebied.

Hierdoor kan beter geconcludeerd worden dat het planvoornemen past binnen het gemeentelijke beleid. 1.5.2 Het plan is niet in lijn met het Landschapsontwikkelingsplan Bergen In het Landschapsontwikkelingsplan Bergen is de belangrijkste doelstelling als volgt omschreven “Het belangrijkste doel van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) is het behouden, versterken en ontwikkelen van de landschappelijke kwaliteit en samenhang van het buitengebied van de gemeente Bergen. Hierbij vormen de verschillen tussen de duinen, de binnenduinrandzone en de polder een belangrijk uitgangspunt. Het buitengebied dient daarbij vitaal, aantrekkelijk en economisch gezond te zijn. Het LOP sluit aan op de Structuurvisie Landelijk Gebied.” Door diverse indieners wordt gesteld dat grootschalige woningbouw niet bijdraagt aan een economisch gezond buitengebied. Daarnaast wordt in het Landschapsontwikkelingsplan Bergen duidelijk aangegeven dat het open polderlandschap een belangrijke bijdragen levert aan de identiteit van de gemeente Bergen. Beantwoording: Het plangebied is in het LOP gelegen in de binnenduinrand. De binnenduinrand vormt een fraaie overgangszone van de duinen naar het polderlandschap. Zij is gelegen op de oude strandwallen. In deze zone ligt de Heereweg / Herenweg. Zij vormt de vroeg Middeleeuwse ontginningsas van het Bergense landschap.

De binnenduinrand herbergt een groot aantal functies, zoals wonen, verblijfsrecreatie, recreatieve voorzieningen en in het zuidelijk deel ook agrarische functies, met een belangrijke plek voor de bollenteelt.

De uitgangspunten uit het Landschapsontwikkelingsplan zijn door vertaald in de Ruimtelijke inpassing per deellocatie. In de Ruimtelijke inpassing is voldoende aandacht besteed aan de LOP en hoe het planvoornemen zich daarmee verenigd. Conclusie: In de Ruimtelijke inpassingen is voldoende aandacht besteed aan het LOP en hoe het planvoornemen zich daarmee verenigd. De Ruimtelijke inpassingen worden door vertaald in het bestemmingsplan. Daarbij zal in de toelichting uitgebreider worden ingegaan op het gestelde gemeentelijk beleid uit het Landschapsontwikkelingsplan Bergen. Hierdoor kan beter geconcludeerd worden dat het planvoornemen past binnen het gemeentelijke beleid. 1.6. Het bestemmingsplan voldoet niet aan het Besluit ruimtelijke ordening Het planvoornemen dient getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hiertoe dient de behoefte aan de ontwikkeling kwantitatief en kwalitatief onderbouwd te worden. Wanneer de regionale ruimtevraag in beeld is, kan worden beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Toetsing aan de Ladder ontbreekt/is niet juist toegepast, aangezien in de toelichting op geen enkele wijze wordt aangetoond waar de noodzaak van het woningbouwplan op rust. Daarnaast zou de behoefte aan woningen volgens de indieners niet opwegen tegen de opoffering van beschermd natuurgebied.

Verder is bij de onderbouwing of er behoefte is aan de ontwikkeling, geen rekening gehouden met de woningbouwontwikkeling van 1.300 woningen in de naastgelegen gemeente Heiloo. Beantwoording: Door Bureau Stedelijke Planning is een ladderonderbouwing “Woningbouw Veegplan Bergen” uitgevoerd. Uit de ladderonderbouwing blijkt dat de woningbouwontwikkeling passend is binnen de geconstateerde woningbouwbehoefte in de periode 2021-2031 in het onderzoeksgebied. De eindconclusie is dat de woningbouwplannen voldoen aan de eisen van de Ladder. De geplande ontwikkeling is daarmee gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte. Conclusie: De uitgevoerde ladderonderbouwing zal worden verwerkt in het bestemmingsplan. Aan de hand van de ladderonderbouwing kan onderbouwd worden dat het planvoornemen voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening/aan de eisen van de Ladder. 1.7. Het bestemmingsplan is in strijd met het provinciaal beleid 1.7.1 Omgevingsverordening NH2020 Het plangebied is in de Omgevingsverordening NH2020, vastgesteld op 16 november 2020, aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL); er kan dus geen stedelijke ontwikkeling plaatsvinden buiten Stedelijk Gebied. Het gebied dient dan ook als waardevol landschap te worden beschermd. Hierin past geen woningbouw.

Beantwoording: De Omgevingsverordening NH2020 is in werking getreden nadat de procedure van onderhavig bestemmingsplan is gestart. Ten aanzien van het provinciale beleid is derhalve het voorgaande

beleidskader de “Provinciale Ruimtelijke Verordening” nog van kracht. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening” is het plangebied niet aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 1.7.2 Het plan is in strijd met artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening en artikel 2 van de Uitvoeringsregeling regionale afspraken Het plan is in strijd met artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening en artikel 2 van de Uitvoeringsregeling regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat vroegtijdige afstemming tussen provincie en gemeente over de woningbouwplannen niet heeft plaatsgevonden (regionale afstemming). In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt het volledig aan een ruimtelijke analyse van de locaties en een onderbouwing waarom juist hier woningbouw zou moeten plaatsvinden. De onderbouwing van de Ladder van duurzame verstedelijking geeft hier geen antwoord op. Bovendien geeft de planbeschrijving geen helder beeld van het kwalitatieve woningbouwprogramma van de locaties. Er wordt geen inzicht gegeven in hoe de woongebieden er mogelijk uit gaan zien. Beantwoording: Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een ladderonderbouwing opgesteld door Bureau Stedelijke Planning (BSP). Deze ladderonderbouwing is te vinden als bijlage bij de toelichting.

Het plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling (in casus meer dan 11 woningen) en derhalve is op grond van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) gelezen in samenhang met artikel 1.1. onder h van het Bro een verplichting tot een onderbouwing op grond van de ladder van duurzame verstedelijking (de laddertoets). Een laddertoets is bedoeld om te bezien of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door het bestemmingsplan vanuit beleid en behoefte past binnen de beleidskaders (zowel lokaal, regionaal als provinciaal) die hierover zijn opgesteld. Met de toets wordt aangetoond dat het plan voorziet in een behoefte binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied. Uit de ladderonderbouwing komen de volgende conclusies: Ladderruimte •

De 250 geplande woningen in Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost in de gemeente Bergen passen binnen de geconstateerde woningbehoefte van 386 woningen in de periode 2021-2031 het primair onderzoeksgebied. In het gehele onderzoeksgebied is er een geconstateerde woningbehoefte van 1.536 woningen in de periode 2021-2031.

•

Kwalitatief is er Ladderruimte voor 300 woningen in een (centrum)dorps woonmilieu. Dit biedt genoeg kwalitatieve ruimte voor de 250 woningen op de locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost.

•

Hierbij is nog geen rekening gehouden met een extra ‘overloop’ van woningvraag vanuit de MRA, enkel met de verwachte huishoudensgroei in de regio.

Samenvattend: voor de 250 geplande woningen in een (centrum)dorps woonmilieu op de locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost in de gemeente Bergen is op basis van de

vereisten van de Ladder voldoende behoefte aangetoond. Daarmee is sprake van een zorgvuldige ruimtelijke ordening. Mogelijkheden binnen bestaande stedelijk gebied Binnen het onderzoeksgebied zijn alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied geïnventariseerd. Hiervoor is uitgegaan van zachte planlocaties voor woningbouw met een woningprogramma van 12 of meer woningen. Dit zijn immers locaties die in principe in aanmerking komen voor toekomstige woningbouw. Binnen de zachte plancapaciteit is gezocht naar binnenstedelijke locaties in (centrum)dorpse woonmilieus. Alleen op deze locaties kan (mogelijk) een woonmilieu worden gerealiseerd zoals beoogd op de locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost. De locaties met een (centrum)dorps woonmilieu zijn binnen de woningmarkt te vinden in de gemeenten Bergen, Castricum, Langedijk, Schagen en Alkmaar (exclusief de stedelijke kern Alkmaar). Alle locaties zijn beoordeeld op geschiktheid en beschikbaarheid. Specifiek is geanalyseerd of dezelfde woningen als gepland op de locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost in een vergelijkbare woonomgeving kunnen worden gerealiseerd.

Uit analyse van mogelijke alternatieve locaties (zie 7.3 en Bijlage 1 van de rapportage ladderonderbouwing), blijkt dat de mogelijke alternatieve locaties geen alternatief bieden voor de locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost omdat: •

De alternatieve locaties niet dezelfde omgevingskwaliteiten bieden als de locaties EgmondBinnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost (aantrekkelijke groene en waterrijke woonomgeving);

•

een deel van de locaties biedt een duidelijk ander concept aan dat gericht is op een specifieke doelgroep;

•

de locaties onvoldoende ruimte bieden om het geplande woningbouwprogramma te realiseren;

•

de geplande woningen op de locaties bestaand aanbod vervangen.

Conclusie ontwikkeling Dorp en Duin Het plangebied biedt ruimte voor de ontwikkeling van 250 woningen in een (centrum)dorps woonmilieu. De combinatie van een (centrum)dorps woonmilieu met een aantrekkelijke woonomgeving op steenworp afstand van het dorpscentrum maakt deze locatie uniek. Elders in bestaand stedelijk gebied zijn de mogelijkheden voor ontwikkelingen op deze schaal en tijdsspanne nihil. De eindconclusie is dat de woningbouwplannen op de locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost voldoen aan de eisen van de Ladder. De geplande ontwikkeling is daarmee gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte. Regionale woningbouwafspraken De locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost zijn opgenomen in de laatst vastgestelde woningprogrammering Regio Alkmaar van maart 2021. Deze is behandeld in de vergadering van B en W op 15 juni 2021 en toegezonden aan de raad. Er is ook een programmering van oktober 2021 in de maak, waar de plannen eveneens zijn opgenomen. Maatschappelijke meerwaarde woningbouw Een belangrijke aanleiding voor dit plan is de toegevoegde waarde van woningbouw op de leefbaarheid van de Egmonden. De aanwezigheid van maatschappelijke voorzieningen is een

belangrijk onderdeel van de leefbaarheid in de kernen. In de gemeente Bergen is sprake van een groot woningtekort. Dit woningtekort draagt bij aan een mede door vergrijzing gedreven krimp, die vervolgens zorgt voor afnemend draagvlak voor voorzieningen. Het bouwen van nieuwe betaalbare woningen zal leiden tot een nieuwe aanwas van jongeren en gezinnen die derhalve zullen bijdragen aan het in stand houden van het maatschappelijke voorzieningenniveau. In de notitie “Bergense Behoefte” is het huidige draagvlak voor de voorzieningen in beeld gebracht. Als aanvulling op de technische onderbouwing van de ladder is een doorrekening gemaakt om het effect van de nu bekende projecten in de Egmonden op deze voorzieningen door te rekenen. Uit deze doorrekening blijkt dat het toevoegen van de woningen zorgt voor het behouden en vergroten van het draagvlak van voorzieningen. De doorrekening in de vorm van de “Notitie maatschappelijke meerwaarde woningbouw” is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Conclusie: De uitgevoerde ladderonderbouwing is verwerkt in het bestemmingsplan. Aan de hand van de ladderonderbouwing is onderbouwd dat het planvoornemen voldoet aan artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening en artikel 2 van de Uitvoeringsregeling regionale afspraken.

1.7.3 Het plan is in strijd met artikel 15 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Het plan is in strijd met artikel 15 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, omdat het bestemmingsplan geen motivering bevat waaruit blijkt dat rekening gehouden is met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Daarmee wordt niet voldaan aan de ruimtelijke kwaliteitseisen zoals neergelegd in artikel 15 van de PRV. Beantwoording: Het plangebied maakt onderdeel uit van het ensemble Noord-Kennemerland van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De Leidraad beschrijft het ensemble aan de hand van drie provinciale kernwaarden: de landschappelijke karakteristiek, openheid en ruimtebeleving en de ruimtelijke dragers. In de Ruimtelijke inpassingen zijn per deellocatie de uitgangspunten geformuleerd welke recht doen aan de drie kernwaarden van het landelijk gebied. Daarbij zijn tevens de ontstaansgeschiedenis van het ensemble en van de provinciale structuren betrokken. Op basis van de Leidraad kan gesteld worden dat de ruimtelijke kwaliteit gebaat is bij: •

Het behouden/ versterken van de karakteristieke samenhang tussen de weg, beplanting, bebouwing, erven en landgoederen.

•

Ingrepen aan of langs de Herenweg versterken de regionale betekenis en de karakteristiek van de lijn.

•

Intensivering van de bebouwing en van de recreatieve functie van de Herenweg bouwt voort op deze karakteristieke samenhang en het groene karakter en verstrekt deze.

•

Houd de resterende doorzichten vanaf de Herenweg op de polders en bollenvelden intact.

Voor de beide locaties Egmond Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost zijn aparte rapportage opgesteld waarin de ruimtelijke en landschappelijke inpassing uitgebreid is onderbouwd en getoetst aan de ambities en ontwerpprincipes uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (bijlage, “Ruimtelijke inpassing Egmond Binnen Zuid” en “Ruimtelijke inpassing Egmond aan den Hoef Oost, Ordito BV). Uit de opgestelde rapportages kan geconcludeerd worden dat de planvoornemens in lijn zijn met de ambities en ontwikkelprincipes uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

De ruimtelijke uitgangspunten, afgestemd met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, zijn vastgelegd in dit bestemmingsplan. Met name het behoud van de landschappelijke hoofdstructuur, het bestaande en nieuwe watersysteem en de nieuwe in het landschap passende hoofdgroenstructuur zijn door het opnemen van passende bestemmingen als Groen en Water juridisch geborgd. Conclusie: De Ruimtelijke inpassing is door vertaald in het bestemmingsplan. Daarbij is in de toelichting en de rapportages “ruimtelijke inpassing Egmond Binnen Zuid” en “ruimtelijke inpassing Egmond aan den Hoef Oost” (bijlagen bij de toelichting) ingegaan op het beleid uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Hierdoor kan beter geconcludeerd worden dat het planvoornemen past binnen dit provinciale beleid. 1.7.4 Het plan is in strijd met artikel 26b van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Het plan is in strijd is met artikel 26b van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, omdat het plangebied is aangewezen als bollenteeltconcentratiegebied. Beantwoording: In de PRV hebben onderdelen van het plangebied de aanduiding ‘Bollenconcentratiegebied’. Binnen dit gebied is op grond van artikel 26b, tweede lid, van de PRV niet toegestaan dat een bestemmingsplan de vestiging of uitbreiding van een bollenteeltbedrijf onmogelijk maakt. Het bestemmingsplan is niet strijdig met deze bepaling uit de PRV.

De locatie Egmond aan den Hoef Noord blijft de bestemming ‘Agrarisch’ behouden en reeds daarmee zijn eventuele uitbreidingsmogelijkheden niet onmogelijk gemaakt. De locatie Egmond aan den Hoef Noord biedt namelijk nog mogelijkheden tot verdere uitbreiding van permanente bollenteelt omdat niet alle gronden worden gebruikt voor de permanenten bollenteelt. Tevens wordt met het bestemmingsplan permanente bollengrond gecompenseerd buiten het plangebied. De gemeente draagt zorg voor compensatie van het verlies aan bollenconcentratiegebied ter plaatse van de locaties Egmond aan den Hoef Oost (ca. 4,5 ha) en Egmond Binnen Zuid (ca. 3,6 ha). De ontwikkelaar is verplicht gronden geschikt te maken voor de permanente bollenteelt voordat een omgevingsvergunning kan worden afgegeven. Tevens is deze compensatieverplichting ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst. De compensatie vindt plaats binnen het bollenconcentratiegebied op gronden die nog niet geschikt zijn voor permanente bollenteelt. Voor deze compensatie is geen planologische wijziging vereist omdat agrarische bestemmingen binnen de gemeentegrenzen ook permanente bollenteelt toestaan, mits de locatie is gelegen binnen het bollenconcentratiegebied. Met dit plan ontstaat een verplichting tot het geschikt maken van 8,1 hectare voor de permanente bollenteelt.

De ontwikkelaar heeft zowel een planologische verplichting, als een contractrechtelijke verplichting tot het compenseren van gronden geschikt voor de bollenteelt. Daarmee is de compensatie voldoende geborgd en bestaat geen strijdigheid met de PRV. Het plan maakt de vestiging van een nieuw bollenteeltbedrijf voor permanente bollenteelt of de uitbreiding van een bestaand bollenteeltbedrijf in dit gebied niet onmogelijk. Voor de huidige grond voor permanente bollenteelt die met het plan verdwijnt wordt een compensatieplicht buiten het plangebied in het leven geroepen.

Conclusie: De gemeente Bergen heeft bindende afspraken gemaakt om elders in de gemeente in totaal 8,1 ha gronden om te zetten in bollengrond. De totale oppervlakte aan geschikte bollengronden in het bollenconcentratiegebied blijft op gelijk. 1.7.5. Onvoldoende aandacht voor de uitgangspunten uit de/in strijd met de Provinciale Structuurvisie In de door de Provinciale Staten van Noord-Holland vastgestelde Structuurvisie Noord-Holland 2040 wordt aangegeven dat het open landschap behouden moet blijven en dat er zoveel mogelijk binnen stedelijk gebied gebouwd moet worden. Er is niet gemotiveerd waarom hiervan afgeweken kan worden. Beantwoording: De Structuurvisie Noord Holland 2040 is inmiddels vervangen door de Omgevingsvisie NH2050. Met betrekking tot wonen en werken is het volgende beschreven in de Omgevingsvisie NH2050: “Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt.” Het planvoornemen voorziet in woningbouw op locaties aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden.

Door woningbouw toe te voegen, voorziet het voornemen in het in balans trekken van de vraag- en aanbod van de woningbehoefte, op een bovendien duurzame wijze. Het planvoornemen past zodoende binnen de gestelde ambities in de Omgevingsvisie NH2050. Desalniettemin dient op basis van de Provinciale Ruimtelijke Verordening de nut en noodzaak buiten stedelijk gebied duidelijk te zijn. In artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening wordt gesteld dat: 1. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. In punt 1.6 en 1.7.2 wordt hier nader op ingegaan. Conclusie: De zienswijzen aangaande de Provinciale Structuurvisie leiden niet direct tot aanpassing van het bestemmingsplan. Indirect worden wel wijzigingen aangebracht aangaande de nut en noodzaak door middel van een nadere onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. In punt 1.6 en 1.7.2 is hier reeds nader op ingegaan. 1.8. Het bestemmingsplan is te globaal/ voldoet niet aan de eisen van de rechtszekerheid 1.8.1 Het plan dient nog substantieel aangevuld te worden Het plan is een canvas en dermate onvolledig dat het ter inzage leggen van een ontwerp in dit stadium onzorgvuldig wordt geacht.

Nu is immers al duidelijk dat het plan substantieel zal moeten worden aangevuld voordat het kan worden vastgesteld. Dat ontneemt belanghebbenden de mogelijkheid om op die punten een zienswijze in te dienen.

Beantwoording: In de rechtspraak van de Afdeling is uitdrukkelijk vooropgesteld dat in algemene zin de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan daarin wijzigingen kan aanbrengen ten opzichte het ontwerp. Slechts indien de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, dient volgens de rechtspraak van de Afdeling de wettelijke procedure opnieuw te worden doorlopen. Bij wijzigingen of aanvullingen van louter de toelichting bij een bestemmingsplan zal volgens de Afdeling in principe van een wezenlijk ander plan ten opzichte van het eerdere ontwerp geen sprake kunnen zijn (omdat de toelichting geen deel uitmaakt van het plan). Dit betekent dat op basis van de rechtspraak van de Afdeling veel ruimte bestaat om de plantoelichting voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve bestemmingsplan aan te vullen of te wijzigen. Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is het definitieve bestemmingsplan ten gunste van omwonende en belanghebbend veranderd. Zo blijft ter plaatse van Egmond aan den Hoef Noord het open landelijk gebied behouden en wordt deze ingezet als bollenconcentratiegebied. De gronden blijven daarbij de vigerende agrarische bestemming behouden.

Het deelgebied EgmondBinnen Zuid is daarnaast verkleind, waarna ter plaatse nog 100 woningen gerealiseerd worden in plaat van de eerder beoogde 150 woningen. Ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan is voor de overgebleven gebieden de bestemming Wonen verkleind en is veel meer ruimte opgenomen voor de groen- en waterstructuur via de bestemmingen Groen en Water. Ook is op enkele plaatsen de maximale bouwhoogte verlaagd. De aanpassingen betekenen een nadere detaillering van de plannen en zijn naar aard en omvang niet zodanig groot dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld. Door de nadere detaillering worden derden (niet-indieners) niet in hun belangen geraakt. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 1.8.2 De differentiatie in woningcategorieën c.q. -typen is niet duidelijk en/of verankerd Uit de toelichting is niet te achterhalen wat voor woningen er gerealiseerd gaan worden. Aangegeven wordt dat er betaalbare woningen worden gebouwd, maar dit is niet verankerd. Daarnaast is door verschillende indieners, woonachtig in de kern Egmond-Binnen, de rekensom gemaakt dat: De locatie ten zuiden van Egmond-Binnen Zuid circa 62.000 m2 bedraagt. Dit betekent circa 400 m2 per woning. Zelfs wanneer de helft van de ruimte opgaat aan openbare voorzieningen, blijft er 200 m2 per betaalbare woning over.

Het lijkt derhalve niet om betaalbare woningen te gaan. Beantwoording: Uitgangspunt voor de nieuwbouwplannen is en blijft het realiseren van betaalbare woningen. Hiertoe is in de nadere uitwerking, ruimte gecreëerd voor zowel starterswoningen als vrije kavels, voor zowel collectief als privaat opdrachtgeverschap, waardoor een gevarieerde woonvelden ontstaan. Daarnaast zal de betaalbaarheid en bereikbaarheid voor inwoners uit de Egmonden op verschillende manieren worden geborgd. Daarvoor zijn zowel regels opgenomen in het bestemmingsplan als afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. Zo is binnen de

bestemming ‘Wonen’ de navolgende specifieke gebruiksregel opgenomen ten aanzien van woningbouwcategorieën: a. minimaal 50% van het aantal woningen voldoet aan de categorie sociale huurwoning en/of sociale koopwoning met inachtneming van de in de Doelgroepenverordening 2020 of diens rechtsopvolger opgenomen instandhoudingstermijn; b. minimaal 25% van het aantal woningen voldoet aan de categorie middeldure huurwoning en/of middeldure koopwoning met inachtneming van de in de Doelgroepenverordening 2020 of diens rechtsopvolger opgenomen instandhoudingstermijn. Conclusie: Er worden regels opgenomen in het bestemmingsplan om toewijzing en prijzen van de woningen te waarborgen. 1.9. Het aspect verkeer en parkeren is onvoldoende onderbouwd Het plan geeft onvoldoende onderbouwing om aan te nemen dat de additionele verkeerstoename niet leiden tot (ontsluitings)problemen op het lokale of provinciale wegennet. Daarnaast wordt ten aanzien van verkeer alleen gesproken over autobereikbaarheid en parkeernormen; de bereikbaarheid van voorzieningen per fiets, voet of OV nergens genoemd. Ook bevat het plan geen toereikende parkeerregeling; er wordt onvoldoende rekening gehouden met de toenemende parkeerdruk voor de dorpen. Beantwoording: Door Goudappel is een verkeersonderzoek uitgevoerd.

Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is in dit onderzoek beoordeeld of het extra verkeer als gevolg van de ontwikkelingen afgewikkeld kan worden op het omliggende wegennet. Over het algemeen kunnen de omliggende wegvakken van de ontwikkellocaties het extra verkeer als gevolg van de ontwikkelingen goed afwikkelen binnen de huidige omvang. Voor de meeste wegvakken is geen aanpassing benodigd om een verkeersveilige afwikkeling mogelijk te maken na realisatie van de ontwikkeling. Enkel ter plaatse van de Limmerweg is een aanpassing benodigd om de kwaliteit van de verkeersafwikkeling te waarborgen. Op basis van de te verwachten knelpunten binnen de huidige vormgeving is het advies om de Limmerweg ter hoogte van Egmond-Binnen Zuid te betrekken bij de bebouwde kom en het profiel hierbij aan te sluiten. Parkeren dient zoveel mogelijk te geschieden op eigen terrein/binnen het plangebied. Bij de berekening voor het aantal benodigde parkeerplaatsen is uitgegaan van de maximale parkeergeneratie per woning conform de ‘Nota Parkeernormen Bergen 2020’. De parkeerbehoefte is vervolgens geborgd middels een regeling in het bestemmingsplan; in de planregels is opgenomen dat bij de oprichting van een gebouw of het veranderen van het gebruik het perceel zodanig ingericht moet worden dat voldaan kan worden aan de parkeernormen zoals opgenomen in het gemeentelijk parkeerbeleid.

In het definitieve ontwerp voor de woningbouwlocaties is voldoende ruimte beschikbaar om de benodigde parkeerbehoefte binnen het plangebied op te vangen. De parkeerdruk voor de dorpen neemt derhalve niet toe. Conclusie: De toelichting zal op dit onderdeel worden aangevuld met de resultaten uit het verkeersonderzoek. De zienswijzen ten aanzien van parkeren leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

1.10.

Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen op basis van het ontwerpbestemmingsplan niet worden uitgesloten 1.10.1 Het neerdalen van stikstof zal negatieve effecten hebben Verwacht wordt dat het neerdalen van stikstof een negatief effect zal hebben op de instandhoudingsdoelstelling voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit stikstofgevoelige delen in het nabijgelegen Natura 2000-gebied. De onderbouwing om dit te weerleggen ontbreekt. Beantwoording: Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn – gedurende de aanleg- en gebruiksfase geen rekenresultaten met een toename hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op de omliggende Nederlandse Natura 2000-gebieden zijn berekend ten opzichte van de huidige situatie. Dit komt doordat met deze ontwikkeling een einde komt aan het huidige agrarisch gebruik, zowel fysiek als planologisch. Uit het bovenstaand volgt dat een maximale invulling van de in het bestemmingsplan opgenomen ontwikkelingsmogelijkheden niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige overbelaste Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Er bestaat aldus de zekerheid dat significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten.

Conclusie: De resultaten van de stikstofberekeningen worden verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. Hierdoor kan in de toelichting van het bestemmingsplan weerlegd worden dat het planvoornemen een negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelstelling voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit stikstofgevoelige delen in het nabijgelegen Natura 2000gebied. 1.10.2 De bodemkwaliteit van de gronden is niet onderzocht De bodemkwaliteit van de plangebieden is niet onderzocht. Onduidelijk is of de bodemkwaliteit ter plaatse voldoende is voor woningbouw. Beantwoording: Door Aeres Milieu B.V. is een verkennend bodemonderzoek per deellocatie uitgevoerd met als doel het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. De resultaten van dit bodemonderzoeken geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (woningbouw). Conclusie: De uitgevoerd bodemonderzoeken per deellocatie zullen verwerkt worden in het bestemmingsplan, waardoor in de toelichting van het bestemmingsplan onderbouwd wordt dat de bodemkwaliteit ter plaatse voldoende is voor het beoogde gebruik (wonen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4662/documents/33917