bij 21 11-01-2022 waterparagraaf Egmond aan den Hoef Noord.pdf
Tekst van het document
Overzicht waterhuishouding Egmond aan den Hoef Noord
Overzicht waterhuishouding Egmond aan den Hoef Noord
Aeres Milieu Projectnummer
: AM21327
Status rapport
: Definitief (versie 1)
Datum
: 3 januari 2022
Opdrachtgever
: Ordito Nieuwstraat 87 5126 CC Gilze
Opgesteld door
: L. De Graaff, MSc.
Paraaf
:
Gecontroleerd door
: ing. T.K.P.G. Thijssen
Paraaf
:
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2
AM21327
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4
2.
WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM ..............................................................................................................................................................7 2.1.
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................7
2.2.
Watersystemen ...............................................................................................................................................................................................7 Grondwater .................................................................................................................................................................................................... 7 Oppervlaktewater......................................................................................................................................................................................... 9 Waterkeringen ........................................................................................................................................................................................... 10 Afval- en hemelwater .............................................................................................................................................................................. 10 Randvoorwaarden HHNK nieuwe ontwikkelingen ........................................................................................................................... 11
3.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................... 12
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart ............................................................................................................................................................... 13 Bijlage 2: Geraadpleegde literatuur ......................................................................................................................................................................... 15
Pagina | 3
AM21327
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu het huidig waterhuishoudkundige systeem in kaart gebracht voor de agrarische landbouwpercelen ten noorden van de woonkern Egmond aan den Hoef. Het plangebied is grotendeels onverhard en hoofdzakelijk in gebruik voor agrarische doeleinden. Binnen het plangebied is westelijk een woning en agrarisch pand aanwezig. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 1. Adres onderzoekslocatie
: Egmond aan den Hoef Noord
Gemeente
: Bergen
Hoogheemraadschap
: Hollands Noorderkwartier
Kadastrale registratie
: Egmond-Binnen, sectie E, nrs. 622, 816, 823, 1084, 1131, 1451, 1562, 1564, 1565, 1620 (ged.) 1805, 1806, 1842, 1858, 1859, 1861 en 1862
Oppervlakte
: circa 46.500 m2
Peil maaiveld
: +1,0 tot +2,7 m NAP
Peil grondwater
: +0,5 m NAP
Afbeelding 1.: Globale begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd).
Pagina | 4
AM21327
Aanleiding De aanleiding voor het onderzoek is het in kaart brengen van het waterhuishoudkundige systeem, zodat bij mogelijke ontwikkelingen in de toekomst het bestaande watersysteem en de huidig van toepassing zijnde randvoorwaarden reeds inzichtelijk zijn.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal, waterschaps- naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem, zie ook bijlage 3. Het provinciaal beleid van Noord-Holland is in de Watervisie 2016-2021 opgenomen.
De Watervisie 2021 is een zelfbindend, strategisch beleidsdocument voor de waterschappen. De Watervisie beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 en biedt een doorkijkje naar 2040. De visie dient bovenal werkbaar te zijn voor zowel de provincie als haar (water-) partners: de 11 waterschappen, Rijkswaterstaat, gemeenten en andere relevante stakeholders. De Watervisie 2021 wordt geschreven in de geest van de Omgevingswet, met duidelijke keuzes, korte en bondige formuleringen en draagvlak van de (water-)partners in onze omgeving. De provincie wil vanuit de wateropgaven een positieve bijdrage leveren aan het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de leefomgeving, onder meer voor ruimtelijke ordening, economie, natuur en milieu. Ten slotte vraagt de Omgevingswet om een bepaalde mate van flexibiliteit in werkwijze, en het in een vroeg stadium samenwerken met partijen die ruimtelijke plannen opstellen. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer.
Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Pagina | 5
AM21327
Voor het beheer heeft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aanvullende regels opgesteld. De Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bevat regels voor het beheer, het gebruik en het onderhoud van waterstaatswerken, zoals waterkeringen en watergangen. De regels hebben tot doel watersystemen in stand te houden en waterstaatswerken goed te laten functioneren. Daarvoor zijn in de keur verplichtingen en verbodsbepalingen opgenomen. Op grond van de keur zijn binnen de begrenzing van het waterstaatswerk en de beschermingszone bepaalde handelingen verboden. Voor werkzaamheden die plaats vinden binnen deze zones moet contact gezocht worden met het hoogheemraadschap. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden of bestemmingswijzigingen moet hiervoor een watervergunning aangevraagd worden. De gemeente Bergen heeft een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), waarin het beleid ten aanzien van vuil- en regenwater is vastgelegd overeenkomstig met het beleid van het hoogheemraadschap. Voor zover bekend is het GRP 2016-2020 nog steeds het geldend beleid binnen de gemeente. Volgens dit beleid wil de gemeente zich klaar maken op de verwachte klimaatverandering en wateroverlast binnen de gemeente minimaliseren. Hierbij wordt sterk ingespeeld op het scheiden van het rioolstelsel en het afkoppelen van woningen en gebouwen.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het waterhuishoudkundige systeem beschreven met in hoofdstuk 3 enkele algemene aandachtspunten en randvoorwaarden om te komen tot een duurzame ontwikkeling.
Pagina | 6
AM21327
2. WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM 2.1.
Inleiding
Het plangebied ligt in ten noorden van de woonkern Egmond aan de Hoef nabij het Noord Hollands Duinreservaat. Aan de zuidzijde grenst het gebied aan de Tiggellaan en aan de westzijde aan de Herenweg (N511). Ten noorden liggen woningen met tuin aan de Zandweg en ten oosten zijn agrarische landbouwpercelen aanwezig. Momenteel is het gebied in gebruik als agrarisch landbouwgrond, (volks)tuinen en grasland. In het westelijk deel is een woning met loods aanwezig. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. Het plangebied ligt ten oosten van het duingebied dat het binnenland beschermd tegen de Noordzee. Hierdoor kent het plangebied een lichte helling die afloopt in oostelijke richting. Het hoogste punt ligt nabij de Herenweg en heeft een hoogteligging van 2,7 m +NAP. Vanaf dit punt loopt het plangebied geleidelijk af naar circa 1,0 m +NAP in het oosten. De Herenweg ligt hoger dan het plangebied en heeft een gemiddelde hoogteligging van circa 3,2 m +NAP. De Tiggellaan loopt af in oostelijke richting van 3,0 m +NAP naar 1,1 m +NAP. Afbeelding 2 geeft de genoemde hoogteverschillen weer.
Afbeelding 2: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (bron: AHN Nederland)
2.2.
Watersystemen
De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afvalen hemelwater. Hieronder zijn deze aspecten kort beschreven.
Grondwater Grondwateroverlast kan voor grote problemen zorgen en veel schade aanrichten aan woningen. Om grondwateroverlast te voorkomen dient er voldoende ontwateringsdiepte gerealiseerd te worden. Bij een ontwikkeling mag ook geen grondwateroverlast ontstaan naar de (directe) omgeving. De gemeente Bergen adviseert een minimale ontwateringsdiepte van 0,7 meter voor wegen en bebouwing (vanaf vloerpeil) en 0,5 meter voor groen (tuinen, plantsoenen, parken). Van de onderzoekslocatie is diverse informatie verzameld bij o.a. het Dinoloket, provincie Noord-Holland, HHNK, bodemdata Nederland en ons eigen archief. Pagina | 7
AM21327
De onderzoekslocatie ligt volgens de geomorfologische kaart van Nederland op een vlakte van getij afzettingen. Deze morfologie is gevormd door de wisselwerking van de Noordzee en is uiteindelijk ingedamd door het duingebied ten westen van het plangebied. Hier heeft zich naar verwachting een lage enkeerdgrond gevormd met leemarm en zwak lemig fijn zand. Op basis van bodemgegevens uit het Dinoloket kan een verwachte bodemopbouw worden vastgesteld. Deze is schematisch weergegeven in tabel 1. Hieruit blijkt dat er een matig fijne zandlaag aan het oppervlak zal liggen dat is afgezet door de zee. Lokaal kan er een fijne zandige toplaag aanwezig zijn dat eolisch is afgezet vanaf het duingebied. Onder de toplaag ligt de Formatie van Naaldwijk met Laagpakket van Wormer en de Laag van Bergen. In dit pakket wisselen zandige kleilagen en zwak siltige zandlagen elkaar af. Vanaf circa 30 m-mv. gaat de bodem over in een matig grove zandlaag die gevormd is door zeeafzettingen. Diepte [m-mv.]
Lithostratigrafie
Lithologie
0-3,5
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket
Zand, matig fijn tot zeer grof, schelphoudend, kalkrijk
van Zandvoort 3,5-31,0
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket
Klei, siltig tot zandig; zand, zeer fijn tot matig fijn, kleiig tot siltig, kalkrijk
van Wormer, Laag van Bergen 31,0-32,5
Formatie van Kreftenheye
Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
32,5-45,5
Eem Formatie
Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot zandig, lokaal schelphoudend
Tabel 1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Binnen plangebied is geen peilbesluit vastgesteld (zie afbeelding 3) waardoor de inrichting van de waterhuishouding vooral wordt bepaald door de bestaande maaiveldhoogtes, de grondsoort en de grondwaterstand. Op basis van grondwatermeetgegevens in de omgeving wordt de gemiddelde grondwaterstand binnen het plangebied ingeschat op circa 0,5 m +NAP en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) op circa 0,8 m +NAP. Hierdoor is er reeds een ontwateringsdiepte van 1,9 meter in het westelijke deel aanwezig en 0,2 meter in het oostelijk deel. Lokaal kan de grondwaterstand verschillen, door de aanwezigheid van (on)doorlatende bodemlagen. Binnen het plangebied zijn geen langdurige grondwaterstandmetingen bekend. Afhankelijk van de geplande ontwikkeling kan om een beter inzicht te krijgen in de lokale grondwaterfluctuatie een (kortlopend) grondwatermeetnet opgezet worden. Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied.
Pagina | 8
AM21327
Afbeelding 3: Uitsnede aanduiding peilgebieden Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Oppervlaktewater Ter plaatse van het plangebied is divers oppervlaktewater aanwezig. Langs de Tiggellaan ligt een secundaire watergang (code: OAF-Q-112496) met beschermingszone. Deze watergang stroomt onder enkele duikers door en voert het water af naar de primaire watergang ten zuidoosten van het plangebied. De secundaire watergang heeft twee vertakkingen binnen het plangebied om de percelen te ontwateren. Daarnaast ligt in het westelijk deel van het plangebied een overige watergang. Bij deze tertiaire watergang is ook een beschermingszone aanwezig (voor o.a. het benodigde onderhoud). Het dempen van watergangen dient één op één gecompenseerd te worden door het graven van nieuw oppervlaktewater. Voor het plaatsen en verwijderen van kunstwerken of werkzaamheden binnen, aan of nabij de watergangen is een vergunning noodzakelijk van het hoogheemraadschap. Afhankelijk van of als de maatregel een normatieve wijziging betreft, zou er zelfs een projectplanprocedure aan gekoppeld kunnen zijn. Alleen met expliciete toestemming van het Hoogheemraadschap is het toegestaan om hemelwater van verhard oppervlak direct (via eventuele voorzuivering) te lozen op het oppervlaktewater.
Afbeelding 4: Uitsnede Legger oppervlaktewater 2021 van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Pagina | 9
AM21327
Waterkeringen Binnen het plangebied zijn geen primaire of regionale waterkeringen aanwezig. Wel is (zuid)oostelijk van het plangebied een regionale waterkering aanwezig. Rondom deze waterkering is een beschermingszone aanwezig, deze zone ligt deels binnen het plangebied, zie afbeelding 5. Voor werkzaamheden of een bouwvoornemen in deze zone is toestemming van het hoogheemraadschap noodzakelijk zodat de waterveiligheid gewaarborgd blijft.
Afbeelding 5: Uitsnede Legger Waterveiligheid van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Afval- en hemelwater Binnen het plangebied is momenteel één woning aanwezig. Deze woning is net als de noordelijk aanwezige woningen aan de Zandweg aangesloten op het gemengd rioolstelsel van de gemeente. De woonwijk ten zuiden van het plangebied is aangesloten op een gescheiden rioolstelsel. De gemeente stelt dat bij nieuwbouw een gescheiden rioolstelsel aangelegd wordt zodat schoon hemelwater niet wordt getransporteerd naar de RWZI. Momenteel is het plangebied bijna geheel onverhard en kan het hemelwater lokaal infiltreren en overtollig water afgevoerd worden door het aanwezige oppervlaktewater. Bij de aanleg van nieuw verhard oppervlak zal het hemelwater versneld tot afvoer komen en vergroot de kans op wateroverlast. Het niet aankoppelen en lokaal verwerken van hemelwater compenseert deze toename, mits de juiste milieuhygiënische maatregelen worden getroffen (zie ook hoofdstuk 3). Bij nieuwe ontwikkelingen dient hemelwater, afkomstig van ‘schoon’ afvoerend oppervlak, waar mogelijk, ter plaatse verwerkt te worden. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden (Omgevingsloket).
Pagina | 10
AM21327
Randvoorwaarden HHNK nieuwe ontwikkelingen Het uitgangspunt van het hoogheemraadschap (en de gemeente) is hydrologisch neutraal bouwen. Voor de toename in verharding dient gecompenseerd te worden. Vanuit het hoogheemraadschap wordt geadviseerd om de compensatie in het vrij afwaterende gebied in alternatieve vorm te realiseren. Dit dient te gebeuren volgens de beleidsregels zoals deze beschreven 'Compensatie verhardingstoename en alternatieve vormen van waterberging' (registratienummer 14.38137) van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De totale compensatie is afhankelijk van het verhard oppervlak in het planvoornemen en er dient gerekend te worden met een bui van 69 mm. Indien de benodigde waterschijf middels verbreding van het oppervlaktewater ingepast wordt, is het van belang dat hier als gevolg daarvan deze geen extra aantrekkende werking van grondwater vanuit de duinen ontstaat. Voor deze locatie dient rekening gehouden te worden met het feit dat deze watergang heel dichtbij het duinmassief ligt (ca. 280 meter verderop ligt het maaiveld 17 meter hoger!). Water stroomt van hoog naar laag (de stroomsnelheid is afhankelijk van het drukverschil) en gaat altijd de weg van de minste weerstand (ook ondergronds!). Wanneer er grond wordt afgegraven, wordt de weerstand verlaagd en kan grondwater makkelijker afstromen.
Vanuit HHNK willen we voorkomen dat deze watergang een drainerende functie krijgt op de duinen als gevolg van de verbreding en dat het averechts zal gaan werken. Bijkomend effect is dan dat er zelfs wateroverlast in de hand wordt gewerkt, omdat de watergang sneller vult met drangwater uit de duinen. De voorkeur gaat dus uit naar een hemelwaterverwerking op alternatieve wijze. De alternatieve compensatie wordt uitgevoerd van duurzame toekomstbestendige materialen. Naar de toekomst toe kan de werking geborgd blijven, doordat de voorziening goed en veilig bereikbaar is en het onderhoud in de openbare ruimte kan worden uitgevoerd. Dimensionering en werking moet robuust zijn en niet te onderhouds-/ verstoppingsgevoelig. Indien een ontwikkeling plaatsvindt, dient het hoogheemraadschap op voorhand betrokken te worden bij de locatie waar en op welke wijze invulling gegeven zal worden aan de hemelwatercompensatie (dus oplossingsrichting en waar deze komt/ komen + korte motivatie en locatieduiding). Bij het definitieve bouwplan dient de uiteindelijke hemelwatervoorziening opgenomen te zijn. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen naar het oppervlaktewater.
Pagina | 11
AM21327
3. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Afkoppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •
Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met EPDM rubber.
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen i.v.m. verwering.
•
Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat zoals het reinigen van voertuigen of het schoonmaken, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening te laten stromen of naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd zodat geen vervuiling in de bodem infiltreert of op oppervlaktewater wordt geloosd.
Auto poetsen dient dus bij voorkeur ter plaatse van daarvoor geschikte voorzieningen zoals een carwash plaats te vinden. Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen. Pagina | 12
AM21327
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart
Pagina | 13
AM21327
Pagina | 14
AM21327
Bijlage 2: Geraadpleegde literatuur Wet- en regelgeving •
Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020, Gemeente Bergen;
•
Waterprogramma 2016-2021, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;
•
Keur en Legger, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;
•
Watervisie, provincie Noord-Holland, 2016-2021;
•
Provinciale Milieuverordening, Noord-Holland;
•
Landelijke Handreiking Watertoets;
•
Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;
•
Nationaal Bestuurakkoord Water, 2003 en actueel 2008;
•
Waterwet;
•
Het Nationaal Waterplan, 2016-2021;
•
Kader Richtlijn Water;
•
Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.
Overige literatuur •
Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006;
•
Ruimtelijke plannen Nederland;
•
Kaarten provincie Noord-Holland en HHNK.
Internet •
www.dewatertoets.nl
•
www.bergen-nh.nl
•
www.hhnk.nl
•
www.noord-holland.nl
•
www.dinoloket.nl
•
www.ahn.nl
•
www.pdok.nl
Pagina | 15
AM21327