CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 2021-06-08 eindrapp bestuursopdracht beheersmaatregelen kostenontw SD.pdf

Algemene Raadscommissie 8 juni 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 2: Voorstel betreft kennis te nemen van het eindrapport bestuursopdracht kostenontwikkeling Sociaal Domein en de bijbehorende begrotingswijziging vast te stellen31.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Eindrapport Bestuursopdracht Beheersmaatregelen Kostenontwikkeling Sociaal Domein Opgesteld door de projectgroep namens de BUCH-werkorganisatie

mei 2021

Inhoud Executive summary – Samenvatting ............................................................................................. 4 Hoofdstuk 1. Inleiding .................................................................................................................. 7 1.1 Algemeen ...................................................................................................................................... 7 1.2 Leeswijzer...................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2. Autonome en niet-autonome ontwikkelingen ........................................................ 10 2.1 Autonome ontwikkelingen - niet beïnvloedbaar ........................................................................ 10 2.2 Niet-autonome ontwikkelingen - beïnvloedbaar ........................................................................ 12 2.3 Opvallend in jeugdhulp en onderwijs ......................................................................................... 14 Hoofdstuk 3. Rijksinkomsten versus uitgaven ............................................................................. 16 3.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................

16 3.2 Rijksinkomsten versus realisatie 2017-2020 ............................................................................... 17 3.3 Vergelijking rijksinkomsten versus kosten huishoudelijke verzorging ....................................... 18 Hoofdstuk 4. Bevolkingssamenstelling ........................................................................................ 20 4.1 Samenstelling van de gemeente Bergen .................................................................................... 20 4.2 Voorzieningen ............................................................................................................................. 21 Samenvattend beeld ......................................................................................................................... 21 Hoofdstuk 5. Monitoring ............................................................................................................ 22 5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 22 5.2 Managementinformatie en -monitoring..................................................................................... 22 5.3 Plan van aanpak en planning ......................................................................................................

22 5.4 Korte termijn beheersmaatregelen ............................................................................................ 23 5.5 Lange termijn beheersmaatregelen en doorontwikkeling monitoring ...................................... 24 Hoofdstuk 6. Conclusies ............................................................................................................. 25 6.1 Toegang tot Jeugdhulp................................................................................................................ 25 6.2 Indeling van de Jeugdhulp .......................................................................................................... 25 6.3 Conclusies diepte-analyse jeugdhulp Bergen ............................................................................. 25 6.4 Tot slot over jeugdhulp ............................................................................................................... 28 6.5. Conclusies diepte-analyse Wmo Bergen.................................................................................... 28 6.6 Grote lijnen uit hoofdstuk demografische ontwikkelingen ........................................................ 30 6.7 Conclusies uit hoofdstuk Rijksinkomsten versus uitgaven nieuwe taken 2017-2020 ................

30 6.8 Conclusies uit hoofdstuk Monitoring .......................................................................................... 31 6.9 Communicatie ............................................................................................................................. 31 6.10 Algemeen .................................................................................................................................. 32 Bijlagen ..................................................................................................................................... 33 Bijlage 1. Diepte-analyse Jeugdhulp – Gemeente Bergen ............................................................. 34 mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 2

1.

Jeugdhulp Algemeen ................................................................................................................. 35

2.

Ambulante jeugdhulp ............................................................................................................... 42

3.

Jeugdhulp met Verblijf .............................................................................................................. 50

4.

Gedwongen kader (Gecertificeerde Instellingen) ..................................................................... 60

5.

Crisishulp – Ambulante Spoedhulp (ASH) ................................................................................. 65

6.

Jeugdzorg+ ................................................................................................................................ 67

Bijlage 2. Diepte-analyse Wmo 2015 – Gemeente Bergen ............................................................ 69 1.

Eigen bijdrage............................................................................................................................ 69

2.

Begeleiding individueel en dagbesteding ................................................................................. 69

3.

Zorg in natura zinvolle dag invulling ......................................................................................... 71

4.

Zorg in natura zelfstandig thuis wonen/individuele begeleiding ............................................. 74

5.

Pgb zinvolle dag invulling .......................................................................................................... 76

6.

Wmo Huishoudelijke ondersteuning ........................................................................................ 77

7.

Overige voorzieningen Wmo .................................................................................................... 80

Bijlage 3. Met de programmabegroting 2021 vastgestelde korte termijn beheersmaatregelen ..... 82 1.

Zicht en grip op cliënt- en kostenontwikkeling ......................................................................... 82

2.

Effectiviteit en doelmatigheid van ingezette ondersteuning ................................................... 82

3.

Afstemming en samenwerking externe partners ..................................................................... 82

4.

Data-gedreven werken en monitoring...................................................................................... 83

Bijlage 4. Overzicht monitoring korte termijn maatregelen ......................................................... 84

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 3

Executive summary – Samenvatting Achtergrond In onze huidige maatschappij genieten wij van een enorme welvaart tegenover de omstandigheden van nog maar enkele generaties geleden. Gelukkigerwijs leidt dit er veelal toe dat mensen ouder worden en wij dus langer en meer van onze (groot)ouders, buren en andere verwanten kunnen genieten en samen langer herinneringen kunnen maken. Door de welvaart en betere leefomstandigheden kunnen wij eerder vroegtijdig passende hulp en ondersteuning vragen dan vroeger. Zowel bij zorgaanbieders als gemeenten, die hier samen en op complementaire terreinen op eigen wijze uitvoering aan geven. Hiertegenover staat dat de samenleving ook meer welvaart gerelateerde aandoeningen ervaart. Zowel bij jeugdigen als bij ouderen hebben we vaker te maken met fysieke en mentale aandoeningen, waarvoor hulp, zorg of ondersteuning gevraagd wordt. Onze maatschappij verandert door de welvaart in samenstellingen en is steeds individueler gericht geraakt. Er zijn oneindig veel keuzes en hierdoor wordt opgroeien en ouder worden vaker als complex ervaren. Het aantal jeugdigen in jeugdhulp neemt in Bergen jaarlijks toe. Met name in de leeftijd tussen 10 en 12 jaar zien we de afgelopen jaren een toename. Dit terwijl het aantal jeugdige inwoners in Bergen in totaliteit afneemt. Daarnaast is er sprake van een op handen zijnde dubbele vergrijzing.

De verwachting hierbij is dat dit zal leiden tot een stijging in het aantal Wmo-aanvragen en hiermee kosten voor maatschappelijke ondersteuning in Bergen. Dit verwachte effect is meegenomen in de uitwerking van de voorgestelde lange termijn beheersmaatregelen.

Ontwikkelingen in het sociaal domein Het aantal vragen voor hulp, zorg en ondersteuning aan gemeenten neemt hierdoor toe. Daarnaast neemt de intensiteit en complexiteit van zorgvragen toe. Bovendien is de gemeente voor inwoners ook steeds beter (in de wijk) te vinden. Deze situatie zorgt er voor dat de kosten voor gemeenten hiermee enorm stijgen. Dit is een onwenselijke ontwikkeling. Het landelijke beeld is, dat gemeenten hierdoor zelfs de begroting niet meer sluitend krijgen. Zowel het Rijk als zorgverzekeraars en ook gemeenten zijn zich hiervan terdege bewust en het onderwerp vormt een vrijwel dagelijks agendapunt binnen veel gremia en overlegtafels.

Toekomstbestendig zorgstelsel in Bergen Om er voor te zorgen dat de inwoners van de gemeente Bergen hun vragen kunnen blijven stellen voor hulp, zorg en ondersteuning die zij nodig hebben, is er een bestuursopdracht geformuleerd om een analyse en adviesrapport op te stellen voor te nemen maatregelen om zorg te dragen voor een toekomstbestendig zorg-, hulp- en ondersteuningsstelsel in Bergen. De bestuursopdracht is in verschillende fasen opgesplitst; het formuleren en implementeren van beheersmaatregelen voor de korte termijn ‘quick wins’, het opstellen van een data-analyse en het formuleren en implementeren van beheersmaatregelen voor de lange(re) termijn, zogenoemde longterm wins’. Het college heeft bij de programmabegroting 2021 binnen de beleidskaders de korte termijn maatregelen vastgesteld. De medewerkers van de BUCH-werkorganisatie voeren de implementatie hiervan uit.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 4

Integraal beleidskader Samenleven in Bergen In de gemeente Bergen wordt gewerkt vanuit een missie en visie voor het domein SamenLeven in de BUCH-werkorganisatie. Voor dit eindrapport gelden dezelfde uitgangspunten, die zijn vastgelegd in integraal beleidskader van het domein SamenLeven, dat gebaseerd is op deze missie en visie.

De missie van het domein SamenLeven: We zetten in op een samenleving waarin het welzijn van onze inwoners centraal staat en waarin inwoners zich bij elkaar betrokken voelen. Daar waar nodig faciliteert de gemeente dat inwoners ondersteuning vinden/krijgen, zodat zij zoveel mogelijk zelfredzaam worden of blijven en eigen regie kunnen voeren over hun leven.

Deze visie bestaat uit vijf uitgangspunten: 1. zelfredzaamheid en eigen regie 2. preventie en vroeg signalering 3. integraal werken en maatwerk 4. ruimte aan maatschappelijke initiatieven 5. experimenteren

Projectgroep jeugdhulp en Wmo Medio 2020 is er een bestuursopdracht geformuleerd om uitvoering te geven aan de wens van de gemeenteraad en het college van Bergen om te kijken naar wat er binnen de reikwijdte van de gemeentelijke invloed- en handelingssfeer mogelijk is om te werken aan een zo toekomstbestendig mogelijk stelsel in ons sociaal domein. De leden in deze projectgroep hebben een verkenning en onderzoek gedaan en een analyse gemaakt over de bewegingen van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning in Bergen. Vanuit systemen zijn cijfers gehaald en samengesteld, beleidsrapportages betrokken, financiële ontwikkelingen bekeken, gesprekken gevoerd met de projectgroep, beleids- en uitvoeringscollega’s, partners, zorgaanbieders, de Adviesraad Sociaal Domein (ASD), het management team van de BUCH-werkorganisatie, de stuurgroep en de gemeenteraad. Er is zowel BUCH-breed als in de individuele gemeente onderzoek gedaan.

Eindrapport en beheersmaatregelen Alle input samen heeft geleid tot dit eindrapport, waarin de analyse is opgenomen en conclusies getrokken zijn en aanbevelingen zijn gedaan. Binnen de programmabegroting 2021 heeft het college binnen de geldende beleidskaders de korte termijn beheersmaatregelen vastgesteld. Vanuit de volgende vier denkrichtingen is de projectgroep aan de slag gegaan: - Data gedreven werken en monitoring; - Zicht op cliënt- en kostenontwikkeling; - Effectiviteit en doelmatigheid van ingezette ondersteuning; - Afstemming en samenwerking met externe partners. Er is een analyse gemaakt en er zijn conclusies en aanbevelingen geformuleerd voor mogelijk te nemen beheersmaatregelen met effect op lange(ere) termijn. De conclusies en aanbevelingen over mogelijke maatregelen zijn vertaald in een raadsvoorstel. In de conceptfase is advies van de Adviesraad Sociaal Domein (ASD), namens inwoners, en vanuit de stuurgroep meegenomen. De eindversie van de rapportage en maatregelen wordt ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 5

Kennisgeving aan de gemeenteraad De gemeenteraad maakt keuzes uit de voorgestelde maatregelen en wordt gevraagd kennis te nemen van het eindrapport. Het is wenselijk in het vervolg hierop een implementatieplan te schrijven en hierbij een communicatieplan te voegen, waarin het perspectief en eventuele veranderingen voor de inwoner wordt verwoord en de wijze waarop de omgeving hierover wordt geïnformeerd.

Wat merkt wie van de gekozen maatregelen? Maatregelen die geformuleerd zijn, kunnen effect hebben op bedrijfssystemen en -processen binnen de BUCH-werkorganisatie. Ook zullen zij effect hebben op de uitvoering van beleid en het werken met inwoners. Andere maatregelen kunnen bijvoorbeeld effect hebben op de werkwijze van partners in het voorliggend veld, preventieve aanbieders en ook op de samenwerking met en het leveren van die ondersteuning door zorgaanbieders. Daarnaast wordt er in de volgende contractronde gekeken naar de huidige wijze van regionale inkoop van zorg, hulp en ondersteuning en of deze nog steeds de beste keuze is. In het algemeen wordt bij vrijwel alle maatregelen ingezet op intensivering van de samenwerking met de omgeving en de relatie met elkaar. In de implementatiefase kunnen inwoners merken dat er iets verandert in de werkwijze van de gemeente en haar partners. Voorop staat dat inwoners, ondanks deze maatregelen, de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben.

De verwachting voor Bergen Echter, ook met de verwachte tijdelijke en structurele (financiële) bijdragen en oplossingen vanuit het Rijk voor het sociaal domein blijft het in Bergen een uitdaging om de ontwikkelingen voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning te beheersen en om te buigen naar wenselijke effecten en een passende financiële situatie. Het vraagt continue regie en bijsturing. Kwalitatieve hulp, zorg en ondersteuning moet immers duurzaam en betaalbaar bij kwetsbare inwoners van de gemeente Bergen kunnen worden ingezet.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 6

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Algemeen Gemeenten zijn op een zeer breed terrein verantwoordelijk voor ondersteuning aan inwoners door het beschikbaar stellen van diverse sociale (voorliggende en beschikte) voorzieningen, zoals jeugdhulp, begeleiding, dagbesteding of hulp bij het huishouden. Het landelijke beeld is, dat bijna elke gemeente een aanhoudende kostenstijging signaleert voor met name beschikte jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Het aantal inwoners dat gebruik maakt van dergelijke voorzieningen neemt toe, maar ook de zorgzwaarte en de duur. Een flink aantal gemeenten geeft aan dat er substantieel meer wordt uitgegeven aan jeugdhulp dan dat zij ontvangen voor deze taken. Inmiddels heeft er onderzoek plaatsgevonden naar de kosten die gemeenten maken voor jeugdhulp. Op basis van een onderzoek door AEF is duidelijk het er landelijk een structureel tekort voor jeugdhulp is van € 1,7 miljard. Het AEF-onderzoek gaat uit van € 1,5 miljard dat niet-beïnvloedbaar is door gemeenten binnen het bestaande stelsel. Het Rijk erkent inmiddels dat het tekort 1,5 miljard euro is en dat dit structureel lijkt op basis van het AEF-onderzoek. Het is nog niet duidelijk of de bij de Septembercirculaire beschikbaar gestelde 1 miljard voor jeugdhulp voor 2019 tot en met 2021 (400mln. in 2019, 300mln. in 2020 en 300mln. in 2021) structureel wordt voortgezet.

Onlangs is bekend gemaakt dat het kabinet aanvullend op de eerdere incidentele middelen nog eens 613 miljoen incidenteel beschikbaar stelt voor jeugdhulp 2021. Het structureel beschikbaar stellen van extra middelen laat het huidige demissionaire kabinet over aan het nieuwe kabinet. Daarbij zal tegelijkertijd een aantal landelijke maatregelen worden doorgevoerd die het huidige jeugdhulpstelsel moeten verbeteren. Eventuele aanpassingen in het stelsel zullen op z’n vroegst vanaf 2023 stapsgewijs gaan leiden tot kostenreductie. Bovendien leidt herijking van het gemeentefonds, waarvan de invoering is opgeschoven naar 1 januari 2023, voor Bergen vooralsnog tot extra nadelen. Op 22 april 2021 is duidelijk geworden dat het kabinet in 2021 €613 mln. (waarvan €493 mln. vrij besteedbaar incidentele middelen en €120mln. Voor specifieke uitkeringen) beschikbaar stelt aan gemeenten voor het oplossen van de acute problemen in de jeugdzorg. Met dit geld komt er o.a. ruimte om de crisiscapaciteit in de jeugd-ggz uit te breiden en wachttijden aan te pakken. Daarnaast is afgesproken dat gemeente en het Rijk aan de slag gaan met maatregelen om de structurele houdbaarheid van de invoering van de Jeugdwet te verbeteren. Het geld komt bovenop de eerder toegezegde €300 mln. Voor 2021. Ook ontvingen gemeenten eerder in totaal €95,5 mln.

Uit steunpakketten voor jongeren in het kader van corona, om laagdrempelige mentale ondersteuning te bieden, sociale activiteiten mogelijk te maken en kwetsbare doelgroepen te ondersteunen. Samen gaat het dus om ruim €1 mld. Gemeenten voelen een zodanige financiële urgentie, dat zij het kabinet hebben gevraagd het lopende onderzoek naar uitgavenontwikkeling te bespoedigen. Hierover wordt in mei de (bindende) uitspraak verwacht van de arbitragezaak tussen de VNG en het Rijk. Voor de gemeente Castricum geldt de landelijke trend van kostenstijgingen ook en daarom is het noodzakelijk maatregelen te treffen om kosten beheersbaar te krijgen en waar mogelijk te stabiliseren, om te buigen of terug te dringen. In mei 2020 hebben de vier colleges van de BUCH-gemeenten aan het Domein Samenleven van de BUCH-werkorganisatie de bestuursopdracht gegeven om per BUCH-gemeente:

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 7

Een financiële- en inhoudelijke analyse uit te voeren naar de kostenstijgingen voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt op welke factoren de gemeente invloed heeft en op welke minder of geen. 1. Een overzicht van beheersmaatregelen (inclusief inschatting van risico’s, financiële (en personele) impact) op korte en op lange(re) termijn te ontwikkelen. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de uitgaven, maar ook naar de mogelijkheden aan de inkomstenkant: a. De korte termijn beheersmaatregelen worden meegenomen in de begroting van 2021; b. De lange(re) termijn beheersmaatregelen worden gepresenteerd bij de Kadernota van juni 2021; 2. Een systematiek op te zetten voor het monitoren van de effecten van de gekozen beheersmaatregelen, zodat bestuurders tijdig inzicht hebben en indien nodig kunnen bijsturen. Met dit eindrapport bieden we u het resultaat aan van de voor uw gemeente uitgevoerde bestuursopdracht. Zowel met de reeds bij de begroting voor 2021 vastgestelde korte termijn beheersmaatregelen als de aanvullende mogelijke lange termijn maatregelen die met dit eindrapport worden aangeboden, beogen we meer voorspel- en beheersbaarheid van de kosten voor jeugdhulp maatwerkvoorzieningen en maatschappelijke ondersteuning. Aan de beheersing van kosten liggen veel factoren ten grondslag.

De gemeente heeft op een beperkt deel van deze factoren invloed. Wat we vooral zien is dat er nog een grote investering te doen is voor preventie en het versterken van het voorliggend veld, het strakker sturen op diverse zaken en het anders organiseren van zorg. Inzetten op preventie is niet nieuw. Het accent heeft sinds de decentralisatie vooral gelegen op het organiseren van de jeugdhulp. In diverse landelijke onderzoeken komt de inzet op preventie als belangrijke maatregel naar voren. In dit rapport worden ook rond dit thema een aantal beheersmaatregelen beschreven. Hierbij is ons centrale uitgangspunt dat iedere inwoner (kind of volwassene) die hulp c.q. zorg nodig heeft een beroep kan blijven doen op de gemeente. Iedere inwoner heeft ten slotte recht op een perspectief en zo nodig passende zorg, hulp of ondersteuning. Dit betekent dat gemeenten, ook in geval van een forse volumestijging van het aantal cliënten, geen zorg of hulp willen ontzeggen aan inwoners die dat echt nodig hebben. Tegelijkertijd gaan wij door met onze transformatieopgave binnen het sociaal domein en met onze strategie om de kosten te beheersen en om te buigen. Onderstaand vindt u de leeswijzer bij deze rapportage. Het bestaat uit een beschrijvend deel over ontwikkelingen en trends, taken en inkomsten en diepteanalyses, monitoring en voorlopige conclusies.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 ‘Autonome en niet-autonome ontwikkelingen’ zijn de ontwikkelingen sinds 2015 beschreven, die van invloed zijn geweest op de vraag- c.q. kostenontwikkelingen binnen de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning in deze periode. In hoofdstuk 3 ‘Rijksinkomsten versus uitgaven nieuwe taken 2017-2020’ zijn de ontwikkelingen beschreven in de periode 2015-2020 van de door het Rijk aan de gemeenten beschikbaar gestelde financiële middelen voor jeugdhulp en de maatschappelijke ondersteuning.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 8

In hoofdstuk 4 ‘Bevolkingssamenstelling en diepteanalyse sociaal domein’ wordt de maatschappelijk sociale situatie van de gemeente afgezet tegen het landelijke beeld en in de bijlagen volgt een uitgebreide analyse van de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning in de gemeente, gevolgd door een diepere analyse in de definitieve rapportversie. Hoofdstuk 5 ‘Monitoring’ omvat de wijze waarop de gemeente de effecten van de gekozen beheersmaatregelen gaan monitoren en welke planning hierbij past. Tenslotte staan in hoofdstuk 6 ‘Conclusies’ voorlopige conclusies, die volgen uit het uitvoeren van de bestuursopdracht.

In de bijlagen zijn opgenomen: -Bijlage 1: De diepte-analyse jeugdhulp; -Bijlage 2: De diepte-analyse Wmo; -Bijlage 3: De met de programmabegroting 2021 vastgestelde korte termijn beheersmaatregelen -Bijlage 4: Overzicht monitoring korte termijn maatregelen

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 9

Hoofdstuk 2. Autonome en niet-autonome ontwikkelingen De oorzaken van de stijgende uitgaven binnen het sociaal domein kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën; autonome ontwikkelingen die te maken hebben met wetswijzigingen en demografische ontwikkelingen en zogenaamde niet-autonome ontwikkelingen. Op autonome ontwikkelingen heeft de gemeente weinig tot beperkt invloed. Daarnaast zijn er oorzaken te benoemen waar de gemeente wél invloed op heeft; o.a. beleidskeuzes, inkoopmodellen, inrichting van de toegang en werkwijzen en samenwerking met zorgaanbieders en verwijzers.

2.1 Autonome ontwikkelingen - niet beïnvloedbaar De jeugdwet is een openeinde regeling Gemeenten zijn verplicht om jeugdigen, die een beroep doen op jeugdhulp, na zorgvuldig onderzoek en afweging, deze jeugdhulp te bieden. Er kunnen meer oorzaken zijn waardoor de vraag naar jeugdhulp toeneemt. Het is aan gemeenten om op zoek te gaan naar de oorzaken van die toename. In die zin wordt Jeugdwet ook wel een ‘open einde’-rgeling genoemd. Gemeenten hebben echter wel de verplichting om het gebruik van ondersteuning vanuit de Jeugdwet te monitoren en te beheersen. Hierbij geldt tevens dat de gemeente verantwoordelijk is voor een alternatieve oplossing wanneer zij er niet in slaagt deze hulpvraag bij een van de andere zorgwetten (Wlz of Zvw) onder te brengen.

Stopzetten eigen bijdrage jeugdhulp Bij invoering van de Jeugdwet per 1 januari 2015 was het mogelijk om een eigen bijdrage op te leggen bij het toekennen van jeugdhulp. Door een aanpassing van de Jeugdwet is deze mogelijkheid per 1 januari 2016 vervallen. Vanuit het Rijk is hiervoor compensatie geboden, maar deze is niet voldoende om het wegvallen van de ouderbijdrage geheel op te vangen. Daarnaast is er mogelijk sprake geweest van een aanzuigende werking door het stopzetten van de eigen bijdrage.

Verlengde Jeugdhulp tot en met 23 jaar Verlengde jeugdhulp is jeugdhulp, die in specifieke situaties ingezet kan worden voor jeugdigen van 18-23 jaar. Jeugdigen kunnen aanspraak maken op verlengde jeugdhulp onder bepaalde voorwaarden. Dit betekent dat gemeenten door deze verlengingsmogelijkheid mogelijk meer cliënten bedienen en sommige jeugdigen langer gebruik blijven maken van de jeugdhulp. Een oorzaak kan zijn, dat de problematiek van de jongere nog te zwaar is om hem te laten doorstromen naar bijvoorbeeld maatschappelijke ondersteuning of beschermd wonen.

Verlengde pleegzorg tot 21 jaar Sinds juli 2018 is wettelijk bepaald dat Pleegzorg standaard tot 21 jaar kan worden geïndiceerd in plaats van de daarvoor geldende leeftijd van 18 jaar. De gedachte hierachter is, dat jeugdigen de kans moeten krijgen om langer gebruik te maken van de hulp en ondersteuning van het gezin en de pleegzorgaanbieder.

Overige wettelijke verwijzers niet zijnde de gemeente In de Jeugdwet zijn diverse ander verwijzers (huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, gecertificeerde instellingen, rechters, officieren van Justitie) opgenomen, die mogen verwijzen naar geïndiceerde jeugdhulp buiten de gemeente om. Hierdoor heeft de gemeente weinig tot geen grip op deze toegang maar moet zij hiervoor wel betalen. Voor Bergen geldt, dat in 2020 ongeveer 60% is verwezen door verwijzers buiten de gemeente om. Om zoveel mogelijk grip te krijgen op de verwijzingen door externe verwijzers, zal de gemeente zich moeten inspannen om samenwerkingsafspraken te maken en relaties op te bouwen.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 10

Stijgende aantallen en toenemende zorgzwaarte/duur van de zorg Gelijk aan het landelijke beeld zien we ook in Bergen de aantallen jeugdigen, die een beroep doen op jeugdhulp, toenemen. Er lijkt een relatie te zijn met veranderingen in de opvoeding, problematisering en medicalisering, laagdrempelige toegang, echtscheidingen en sociale media. De complexiteit van ondersteuningsvragen en Multi probleemsituaties lijken toe te nemen.

Transitie Wmo 2015 Bij de transitie in 2015 zijn taken van de toenmalige AWBZ overgeheveld naar de Wmo. Deze overheveling is landelijk gepaard gegaan met verschuivingen in cliëntaantallen en zorgzwaarte per cliënt. Door het overhevelen van deze taken is het aantal cliënten in de Wmo verdrievoudigd. Doordat de “oud”-AWBZ-cliënten een complexere zorgbehoefte hadden dan “oud”-Wmo-cliënten, is ook de gemiddelde complexiteit van zorgbehoeften van cliënten in de Wmo als geheel toegenomen.

Demografische ontwikkelingen Bij de toename van de complexiteit in de zorgvraag voor maatschappelijke ondersteuning speelt ook de demografische ontwikkeling een rol. Een deel van de stijging aan de genoemde complexere zorgvraag kan verklaard worden door ‘dubbele vergrijzing’. Inwoners blijven langer leven en dus langer gebruik maken van Wmo-voorzieningen. Bovendien is er sprake van een toestroom door extramuralisering vanuit de Zvw; mensen blijven langer thuis wonen. Ook wordt er een hogere indicatiedrempel ervaren bij cliënten die vanuit de Wmo zouden moeten doorstromen naar de Zvw/Wlz.

Reële kostprijs Wmo en Jeugdhulp De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële kostprijs voor diensten in het kader van de Wmo is per juli 2017 ingevoerd. Op basis hiervan moeten (loon)kostenontwikkelingen in de tarieven worden meegenomen. Doordat ook bepaalde cao’s zijn aangepast (verhoogd), heeft dit geleid tot een verhoging van de tarieven huishoudelijke ondersteuning en begeleiding. Ook voor diensten in het kader van de Jeugdwet geldt, dat gemeenten een reële prijs dienen te betalen voor het uitvoeren van die dienstverlening. Om die reden worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd. De tarieven voorzien nu ook in het dekken van de prijscompensatie voor inflatie/stijgende lonen. Tegelijkertijd zien we in de afgelopen jaren weinig tariefdifferentiatie binnen de jeugdhulp, waardoor kleine zelfstandigen met een lagere overhead veelal hetzelfde tarief ontvangen als grotere aanbieders.

Invoering abonnementstarief eigen bijdrage Wmo Vanaf 2019 betalen inwoners met een Wmo-maatwerkvoorziening een vaste eigen bijdrage van maximaal € 19,00 per maand in plaats van de oorspronkelijke inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Deze 19 euro geldt niet per voorziening, maar is een enkel maandbedrag voor alle Wmovoorzieningen die men afneemt. Gezinnen zijn door het Rijk bovendien vrijgesteld van eigen bijdrage. Hierdoor is het voor inwoners (met hogere inkomens) aantrekkelijker geworden om een (extra) Wmo-voorziening aan te vragen, terwijl deze inwoners dit voorheen zelf organiseerden –of niet, omdat ze de bijdrage niet wilden of konden betalen. Vanaf 2019 zien we vooral een toenemende instroom bij huishoudelijke ondersteuning. Daarbij nemen de inkomsten uit eigen bijdrage af en de kosten toe. Sinds 1 januari 2020 geldt het abonnementstarief ook voor algemene voorzieningen en daarmee voor Schoonmaakondersteuning. Hierdoor is het aantal aanvragen enorm toegenomen. Minima zijn door de gemeente uitgezonderd van het abonnementstarief en betalen geen eigen bijdrage.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 11

2.2 Niet-autonome ontwikkelingen - beïnvloedbaar Onder de beïnvloedbare aspecten vallen bijvoorbeeld afbakening van de Jeugdwet, een ‘open house’ (aanbod creëert vraag) inkoopstrategie, zicht op het voorliggende/preventieve veld, grip op regionale afspraken met zorgaanbieders, complexe casussen, inzicht in en late declaraties van zorgaanbieders, het gebruikte dienstverleningsmodel, laagdrempeligheid van de lokale toegang, het monitoren van dure cliënten, de samenwerking met huisartsen en andere verwijzers.

Afbakening en monitoren Jeugdwet Zoals bij de autonome ontwikkelingen is beschreven, is de Jeugdwet een zogenaamde ‘open einde’regeling. Dat ontneemt gemeenten niet van de taak om trends en ontwikkelingen binnen de Jeugdwet te onderzoeken en te monitoren. De Jeugdwet is zeer open en vrij omschreven, waardoor een duidelijke afbakening wat wel en niet onder de Jeugdwet valt, veelal ontbreekt. Het is aan gemeenten om hier in samenwerking met het Rijk een slag in te gaan maken. De verwachting is dat een heldere afbakening zal leiden tot een afname van jeugdigen in de jeugdhulp en daarmee een afname van kosten.

Inkoopmodellen en -strategieën Door de open house constructie: andere en meer aanbieders Sinds het zorgstelsel in 2015 gewijzigd is, leveren steeds meer aanbieders zorg in de gemeente. Zij vertegenwoordigen een steeds hoger bedrag aan uitgaven voor zorg en ondersteuning. Hoewel deze zorgaanbieders soms zorgen voor een vernieuwend en (beter) passend aanbod, wordt hierdoor ook regelmatig nieuwe en/of extra vraag gecreëerd. De gemeente kan hierop sturen via haar inkoopstrategie, kwaliteitseisen en inkoopmodel. Zo is de gemeente voor een groot deel van de jeugdhulp in de afgelopen jaren overgegaan naar het ‘open house’ inkoopmodel. Binnen deze vorm van inkopen kunnen zorgaanbieders een contract afsluiten met de gemeente wanneer zij voldoen aan een aantal basisvereisten. Sinds die tijd hebben zij te maken met een flinke toename van (kleine) zorgaanbieders. Deze toename aan zorgaanbieders maakt het voor contractmanagers lastig om de contracten te beheersen, te controleren en (bij) te sturen. Nieuwe (kleine) zorgaanbieders kunnen een nieuw, beter passend aanbod met zich meebrengen naar de gemeente, maar dit kan ook leiden tot een toename van de vraag. Deze hoeveelheid zorgaanbieders zorgt ook voor een hogere administratieve last van het ambtelijk apparaat.

Hoge uitgaven voor kleine groep cliënten Een groot deel van het budget voor jeugdhulp wordt gebruikt door een relatief klein aantal cliënten. Voor deze kleine groep wordt de meest intensieve jeugdhulp ingezet. Gebleken is, dat deze cliënten meestal worden doorverwezen via een gecertificeerde instelling. De gemeente heeft geen invloed op het feit dat cliënten deze zorg nodig hebben. De gemeente heeft wel invloed op de wijze waarop zij wil omgaan met jeugdhulp aan deze groep. Zo kan de gemeente meedenken over een traject en de vormen van jeugdhulp die hierbij passen. Ook kan de gemeente bekijken in hoeverre het mogelijk is om trajecten in te korten of (sneller) minder intensieve jeugdhulp in te zetten (afschalen). Binnen de Wmo is dit minder relevant.

Inzicht in kosten door late declaraties zorgaanbieders Het declaratiegedrag van zorgaanbieders heeft op zichzelf geen direct gevolg voor de hoogte van de kosten (zorg is immers reeds geleverd). aar wanneer aanbieders zich niet voldoende houden aan de declaratie afspraken zorgt dat er voor, dat de gemeente geen tijdig inzicht heeft in afwijkingen in haar financiële prognoses. Daarbij veroorzaakt het met terugwerkende kracht nog declareren over voorgaande jaren afwijkingen ten opzichte van financiële prognoses. mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 12

Integraal dienstverleningsmodel De BUCH-gemeenten werken met een integraal dienstverleningsmodel voor jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en ondersteuning vanuit de Participatiewet. Er zijn 8 sociaal teams die in 4 gemeenten wijkgericht werken. Veel gemeenten in Nederland willen de stap maken naar meer integraal werken. Binnen de BUCH gebeurt dit al sinds de start van de decentralisaties. De belangrijkste netwerkpartners voor het uitvoeren van de preventieve opdracht en het wijkplan maken ook integraal onderdeel uit van de sociaal teams. Landelijk gezien lopen de BUCH-gemeenten hierin absoluut voorop. Hierdoor is een groot deel van de preventieve en algemene voorzieningen al in een gezamenlijk netwerk georganiseerd. Autonome ontwikkelingen veroorzaken een toename van het aantal vragen voor de sociaal teams. Ook stijgt de vraag steeds verder. Het aantal vragen stijgt ook doordat er laagdrempelig wordt gewerkt, medewerkers zichtbaar zijn in de wijk en doordat zij veel inzetten op vroegsignalering. De werkvoorraad en caseload lopen hierdoor op. Het doen van goed onderzoek, voor het nemen van een besluit over wel of geen beschikte zorg toekennen, kan hierdoor in het gedrang komen. Door de grootte van de werkvoorraad neemt de tijdsdruk op casussen toe.

De wijze waarop wij onze laagdrempelige toegang hebben georganiseerd en ons ruimhartige dienstverleningsmodel zorgen er onder andere voor dat kosten toenemen. De snelste manier om een casus af te handelen is dan ook door de aanvraag toe te kennen. Daarbij heeft een aantal medewerkers in de sociaal teams een hulpverlenende achtergrond. Voor hen is het verlenen van hulp natuurlijker dan het weigeren van een voorziening of doen van een afwijkend voorstel bij de vraag en de verwachting van de inwoner. Belangrijk hierin is de juiste afwegingen te blijven maken door vragen te stellen. Hoort de vraag wel bij de gemeente thuis? Wat kan de inwoner en zijn netwerk zelf doen om het probleem op te lossen of te verkleinen? Het is daarom van belang dat de werkdruk bij de ambtelijke organisatie niet te hoog is en er gewerkt wordt aan de kwaliteit bij de medewerkers, zodat onderzoek gedegen kan worden uitgevoerd. De inwoner moet passende ondersteuning krijgen, maar er moet ook tijd zijn om een afwijzing te onderbouwen, de expertise van derden te raadplegen, of voor het starten van een bezwaarprocedure. Dit vraagt ook om doorlopende scholing van medewerkers, bijvoorbeeld als het gaat om het stellen van kaders of het inzetten op eigen kracht van de inwoner.

Inzetten op preventie en algemene voorzieningen De toename van het aantal vragen leidt ertoe dat de focus verschuift van preventief werken naar het afhandelen van deze vragen. Dit terwijl er een wens is juist meer aan preventie toe te komen. De sociaal teams worden in 2021 doorontwikkeld, waarbij het nog gerichter inzetten van preventieve mogelijkheden voor inwoners centraal staat. De opdracht van de sociaal teams gericht op preventie, in samenwerking met netwerkpartners, wordt helder omschreven. In de subsidieafspraken kan hierop ook gerichter worden gestuurd. De medewerkers in de sociaal teams worden meer vrijgemaakt voor hun preventieve taak. Er wordt ingezet op de kwaliteiten van medewerkers, er eerder bij zijn waar het de inwoner betreft en meer preventieve en algemene voorzieningen inzetten. Het is belangrijk om per wijk inzichtelijk te maken welke preventieve en algemene voorzieningen er zijn, zodat elke medewerker over dezelfde informatie beschikt en het voor de inwoner niet uitmaakt op welke manier hij bij het sociaal team terecht komt.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 13

Relatie met huisartsen en praktijkondersteuners Huisartsen en praktijkondersteuners zijn belangrijke partners voor gemeenten. Zij behoren tot de grootste verwijzers naar geïndiceerde jeugdhulp en zijn ook voor de Wmo een belangrijke netwerkpartner. De samenwerking tussen de sociaal teams en de huisartsen loopt in het ene team heel goed en kan in het andere team structureel beter. De meeste sociaal teams werken met vaste contactpersonen voor huisartsen en praktijkondersteuners. Sommige sociaal teams hebben hun spreekuur in of vlakbij de huisartsenpraktijk georganiseerd. In een enkel sociaal team zet de gemeente zelf een praktijkondersteuner in om direct te kunnen begeleiden of behandelen van een hulpvraag. Meer grip op de samenwerking tussen huisartsen, praktijkondersteuners en sociaal teams is dan ook wenselijk. Hierbij is het idee gebruik te maken van de ervaring in de sociaal teams waar dit nu al wenselijk verloopt. Er moet structurele samenwerking komen tussen alle 8 sociaal teams en de huisartsenpraktijken. Hierbij is ook de inzet van meer praktijkondersteuners gewenst om vragen van inwoners direct af te vangen en niet door te laten groeien tot een zwaardere en duurdere hulpvraag. Dit vraagt investeringen in tijd en geld dat zich naar verwachting, op basis van de goede voorbeelden, zal uitbetalen. Inwoners kunnen hierdoor sneller en tegen lagere kosten geholpen worden.

Relatie met gecertificeerde instellingen Net als huisartsen zijn de gecertificeerde instellingen belangrijke verwijzers naar jeugdhulp. We zien dat de GI’s met name de duurdere traject verwijzen. Jeugdigen waarover de GI de regie heeft, zijn doorgaans complexer en daarmee duurder. Het is dan ook van groot belang dat gemeenten meer investeren in de relatie met de GI’s en dat er beter wordt samengewerkt. Er liggen voornamelijk kansen in de afstemming over de lokale mogelijkheden en preventieve inzet in het geval jeugdhulp kan worden afgebouwd.

2.3 Opvallend in jeugdhulp en onderwijs Op het gebied van jeugdhulp en onderwijs speelt er een aantal opvallende zaken. Hieronder worden mogelijke oorzaken en inefficiënte werkwijzen toegelicht.

Wederzijdse verantwoordelijkheden De rollen en (financiële) verantwoordelijkheden/kaders van het onderwijs en van de gemeente zijn op dit moment te onduidelijk. Er worden veel vragen gesteld over de wederzijdse (wettelijke) onderwijsondersteunings- en jeugdhulpverplichtingen en over hoe hierin kan worden samengewerkt. Regelmatig vragen scholen ondersteuning vanuit het jeugdhulpbudget van gemeenten aan, terwijl de verantwoordelijkheid voor de bekostiging bij het onderwijs ligt. Het beleid hierover kan duidelijker en er zijn nu geen afspraken over cofinanciering. Bovendien kan de regionale samenwerking tussen het onderwijs en gemeenten versterkt worden.

Jeugd- en gezinswerkers in het PO De jeugd- en gezinswerkers in het primair onderwijs worden bekostigd uit het budget van de BUCHgemeenten en is hiermee lokale inzet. De inzet van jeugd- en gezinswerkers in het voortgezet onderwijs was tussen 2014 en2017 vormgegeven in een pilot. In 2018 is deze pilot omgezet naar een structureel meerjarenproject. Hierin is vastgelegd, dat in 2020 de laatste middelen, ter hoogte van € 37.500, vanuit het samenwerkingsverband voor de regio Alkmaar werden toegekend. Vanaf 2021 dragen de betrokken gemeenten de volledige kosten zelf.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 14

Ontheffing leerplicht De vrijstelling van onderwijs wordt verleend aan kinderen, die geen (reguliere vorm van) onderwijs kunnen volgen. Een dergelijk verzoek van ouders wordt door de GGD-arts beoordeeld en afgestemd met het samenwerkingsverband (dit betreft een beperkt aantal kinderen). Als er onderwijstijd moet worden verminderd (vanwege inzet van zorg of van tijdelijke aard), stemt de school dit af met de onderwijsinspectie. Binnen de leerplicht bestaat ook een andere vorm, namelijk die van gedeeltelijke ontheffing. Het verzuim is dan geoorloofd, mits er wordt gewerkt aan een plan met passende inzet van onderwijs en/of zorg. Soms is er sprake van problematiek, waarvoor eerst hulpverlening nodig is om vervolgens weer tot leren te kunnen komen. Scholen zijn alleen verplicht ongeoorloofd verzuim te melden. Leerplicht is onderdeel van de sociaal teams en er is dan ook regelmatig uitwisseling op casusniveau met de jeugdconsulenten van de gemeente over deze kinderen/leerlingen. In de regio is recent een evaluatie gedaan bij zorgboerderijen die met ‘Buitengewoon Leren’ werken. In deze setting is het geven van het vereiste onderwijs goed geborgd. Stichting Ronduit verzorgt in afstemming met het samenwerkingsverband in de regio een onderwijsprogramma. Dit blijkt in de praktijk goed te lopen.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 15

Hoofdstuk 3. Rijksinkomsten versus uitgaven 3.1 Aanleiding en doel De nieuwe taken voor jeugdzorg en Wmo (-begeleiding en persoonlijke verzorging) die gemeenten per 2015 vanuit het Rijk overgeheveld hebben gekregen, gingen gepaard met een korting op het oorspronkelijke budget. Voor alle vormen van jeugdhulp binnen de decentralisatie jeugdzorg samen gold een korting volgens besluit van kabinet Rutte II. In 2015 was dit een korting van € 120 miljoen, in 2016 € 300 miljoen en vanaf 2017 geldt een structurele korting van € 450 miljoen. Op een macrobudget van circa € 3,6 miljard betekent dit over de achtereenvolgende jaren een korting van ongeveer 3,5%, 8,5% respectievelijk 12,5%. De laatste jaren is gebleken dat het landelijke macrobudget, dat gemeenten toebedeeld krijgen via het gemeentefonds, niet toereikend is. Veel gemeenten zien de kosten alleen maar toenemen in het sociaal domein, wat niet in verhouding staat tot de inkomsten die gemeenten ontvangen van het Rijk. Dit wordt wederom voor de jeugdhulp bevestigd in het in december gepubliceerde rapport van AEF. Hierin wordt aangegeven, dat kosten zijn gestegen van 3,6 miljard euro in 2015 tot 5,4 tot 5,6 miljard euro in 2019. Het rijksbudget bedroeg 3,8 miljard euro. Het gemeentelijk tekort over 2019 bedroeg tussen de 1,6 en 1,8 miljard euro.

Dit geeft aanleiding om in grote lijnen na te gaan of dit beeld ook voor de gemeente Bergen geldt. Dit is niet bedoeld om de gehele algemene uitkering tot in detail na te rekenen en ter discussie te stellen. Het is wel bedoeld om een globaal beeld te krijgen. Hier wordt gekeken naar ‘nieuwe’ taken voor jeugd en Wmo (-begeleiding vanuit de AWBZ) die vanaf 2015 naar de gemeenten zijn toegekomen. Vanaf 2015 werd de uitkering voor deze taken via een integratie uitkering verstrekt, wat als een aparte uitkering wordt benoemd. Vanaf 2019 is deze uitkering geïntegreerd in de algemene uitkering. Tevens wordt weergegeven hoe de toename in kosten voor de huishoudelijke hulp zich verhoudt tot de extra ontvangen rijksinkomsten. Onlangs is bekend geworden dat de herijking van het gemeentefonds wederom is uitgesteld tot 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere of de financiering van jeugdzorg toereikend is. Het is van belang dat er helderheid is over de financiële afspraken met en positie van gemeenten alvorens tot de invoering van een nieuw verdeelmodel over te gaan, zodat hiermee, bij de wijze van invoering, rekening kan worden gehouden.

Medio 2020 en begin dit jaar zijn de eerste voorlopige resultaten van de herijking bekend gemaakt, gebaseerd op inwonersaantallen, nog uitgaand van de cijfers uit 2017. Dit kan er toe leiden dat gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo per inwoner minder uitkering ontvangen voor het sociaal domein. Het is ook nog niet duidelijk of de bij de Septembercirculaire beschikbaar gestelde 1 miljard voor 2019 tot en met 2021 (400 mln. in 2019, 300 mln. in 2020 en 300 mln. in 2021) structureel beschikbaar wordt gesteld. Het structureel beschikbaar stellen van extra middelen laat het huidige demissionaire kabinet over aan het nieuwe kabinet. Het Rijk erkent inmiddels dat het tekort 1,7 miljard euro is dat structureel is op basis van het AEFonderzoek. De verwachting is dat voor in mei 2021 duidelijk wordt in hoeverre het bedrag van 300 miljoen structureel beschikbaar wordt gesteld. Op 22 april 2021 is intussen duidelijk geworden dat het kabinet in 2021 €613 mln. (waarvan €493 mln. vrij besteedbaar incidentele middelen en €120 mln. specifieke uitkeringen) beschikbaar stelt aan gemeenten voor het oplossen van de acute problemen in de jeugdzorg. Met dit geld komt er o.a. ruimte om de crisiscapaciteit in de jeugd-ggz mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 16

uit te breiden en wachttijden aan te pakken. Daarnaast is afgesproken dat gemeente en het Rijk aan de slag gaan met maatregelen om de structurele houdbaarheid van de invoering van de Jeugdwet te verbeteren. Het geld komt bovenop de eerder toegezegde €300 mln. Voor 2021. Ook ontvingen gemeenten eerder in totaal €95,5 mln. Uit steunpakketten voor jongeren in het kader van corona, om laagdrempelige mentale ondersteuning te bieden, sociale activiteiten mogelijk te maken en kwetsbare doelgroepen te ondersteunen. Samen gaat het dus om ruim €1 mld. In mei 2021 volgt er een advies voor de formatietafel met de mix van middelen en maatregelen die nodig is om het volledige tekort structureel te dekken. Eventuele aanpassingen in het stelsel zullen op z’n vroegst vanaf 2023 stapsgewijs gaan leiden tot kostenreductie. Pas in het nieuwe regeerakkoord komt er duidelijkheid over structurele compensatie gepaard met aanpassingen in het stelsel. In dit hoofdstuk staat in paragraaf 3.2 een globaal inzicht in de rijksinkomsten 2017-2020 van de nieuwe taken voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning en de inschatting van de gerealiseerde kosten van deze nieuwe taken. Paragraaf 3.3 geeft inzicht in de toegenomen kosten voor de huishoudelijke hulp versus de extra ontvangen rijksinkomsten.

3.2 Rijksinkomsten versus realisatie 2017-2020 Vanaf 2015 tot en met 2018 zijn de middelen voor de nieuwe jeugdhulp en Wmo-taken verstrekt als integratie uitkering. Een integratie uitkering is een gespecificeerd deel van het gemeentefonds dat gebruikt wordt om onder gemeenten te verdelen op een manier die afwijkt van de algemene uitkering. Dit instrument wordt gebruikt om grote herverdelingseffecten op te vangen. Een integratie uitkering is een tijdelijke uitkering die binnen een bepaalde periode wordt overgeheveld naar de algemene uitkering. Vanaf 1 januari 2019 zijn de middelen onderdeel geworden van de algemene uitkering. Deze middelen worden nu via de maatstaven van de algemene uitkering verdeeld. In de BUCH-gemeenten is er voor gekozen de rijksinkomsten te vergelijken met de uitgaven vanaf 2017, aangezien er beperkt toegang is tot de administraties van de afzonderlijke gemeenten van voor de ambtelijke fusie. Bovendien ontstaat het knelpunt vanaf 2018. Wij hebben geprobeerd de kosten voor de nieuwe jeugdhulp- en Wmo-taken zo goed mogelijk inzichtelijk te maken. Het is echter niet mogelijk om een exacte toerekening van de kosten te maken, aangezien oude en nieuwe taken door elkaar heen kunnen lopen en binnen de BUCHwerkorganisatie geen tijd schrijven over de tijdsbesteding per wet wordt toegepast.

Bovendien worden de uitvoeringslasten van de BUCH-werkorganisatie op basis van een vooraf vastgestelde verdeelsleutel over de vier gemeenten verdeeld. De inschatting van de gerealiseerde kosten nieuwe jeugdhulp- en Wmo-taken is als volgt tot stand gekomen:  Dit zijn de daadwerkelijke geboekte kosten inclusief uitvoeringskosten in een boekjaar (inclusief reserveringen of nog te verwachte declaraties over dat boekjaar in een volgend boekjaar), waarbij is ingeschat welk deel betrekking heeft gehad op de nieuwe taken. Met daarbij de volgende kanttekeningen;  Declaraties over oude jaren die pas na afsluiting jaarrekening bekend zijn geworden, zijn in het nieuwe boekjaar opgenomen;  Op de geboekte kosten zijn de risicovereveningsbedragen, ontvangen of betaald aan andere BUCH-gemeenten, in mindering gebracht (indien van toepassing);  De kosten per onderdeel jeugd en Wmo zijn inclusief de doorbelasting van directe personeelslasten, de indirecte overhead is apart als overhead weergegeven; mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 17

De overhead van indirecte personeelslasten, ICT en huisvesting, zijn globaal ingeschat op basis van ongeveer €60.000,- per fte. vermenigvuldigd met het jaarlijks aantal toegerekende fte. aan de jeugdhulp- en Wmo-taakvelden. Dit om globaal weer te geven wat deze kosten bedragen en ook wat meegerekend moet worden indien een vergelijking wordt gemaakt met de rijksinkomsten.

In onderstaande tabel wordt weergegeven wat de inkomsten van het Rijk zijn (op basis van overzichten vanuit PAUW) voor de nieuwe jeugdhulp- en Wmo-taken voor de jaren 2017 tot en met 2020. Ook wordt weergegeven wat de schatting is van de gerealiseerde kosten in de boekjaren 2017 tot en met 2019. Voor 2020 is uitgegaan van de bij de 2e firap aangepaste begrotingscijfers. De conclusie is dat dit beeld aansluit bij het landelijk beeld. Kosten versus uitkering nieuwe taken jeugd en Wmo boekjaren 2017-2020.

Bergen- bedragen x € 1.000,-

kosten jeugd excl. overhead overhead uitkering nieuwe taken jeugd verschil

2017 3.540 560 3.980 -120

2018 3.910 560 4.080 -390

2019 5.200 630 4.050 -1.780

2020 5.590 800 4.340 -2.050

kosten Wmo nieuwe taken excl. overhead overhead uitkering nieuwe taken Wmo verschil

2.350 310 3.840 1.180

2.120 310 4.080 1.650

2.480 280 4.250 1.490

2.430 320 4.700 1.950

Totale kosten nieuwe taken jeugd en Wmo Totale uitkering nieuwe taken jeugd en Wmo

6.760 7.820 1.060

6.900 8.160 1.260

8.590 8.300 -290

9.140 9.040 -100

verschil uitkering versus kosten ( - = nadeel)

3.3 Vergelijking rijksinkomsten versus kosten huishoudelijke verzorging Sinds de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2019 zijn de kosten van de huishoudelijke hulp enorm toegenomen. Het Rijk stelt structureel 145 miljoen euro op macroniveau beschikbaar ter compensatie. Dit bedrag is bedoeld om de aanzuigende werking en de inkomstenderving te dekken. De VNG heeft eerder gezegd, dat het Rijk de extra kosten volledig moet compenseren en moet bijpassen als de 145 miljoen euro onvoldoende blijkt te zijn. Het Rijk biedt tot nu toe geen aanvullende compensatie, terwijl de VNG aangeeft dat volgens gemeenten nu al duidelijk is, dat de 145 miljoen euro onvoldoende is. Dit bedrag is aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor gemeente Bergen betreft dit circa: € 207.000. De onderstaande grafiek geeft weer hoe de kostenstijging er voor de huishoudelijke hulp in de gemeente Bergen uitziet en hoe dit zich verhoudt tot de ontwikkeling van de rijksinkomsten van de afgelopen jaren 2017 tot en met 2019. Voor 2020 is uitgegaan van de bij de 2e firap aangepaste begrotingscijfers. De kosten voor huishoudelijke hulp zijn inclusief de salarislasten en overhead (op dezelfde wijze berekend als reeds eerder vermeld bij nieuwe taken jeugd en Wmo).

De rijksinkomsten 2018 zijn gebaseerd op de integratie uitkering Wmo en voor 2019 op het cluster huishoudelijke verzorging afkomstig uit de algemene middelen. Er vanuit gaand dat deze inkomsten niet alleen voor huishoudelijke hulp zijn. Van oorsprong bestonden deze inkomsten namelijk grotendeels uit huishoudelijke verzorging en voor een deel uit middelen voor onder andere subsidieregelingen AWBZ en specifieke uitkeringen Wvg. In onderstaande tabellen wordt daarom niet ingegaan op het verschil tussen de inkomsten en mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 18

de kosten. Wel kan geconcludeerd en zichtbaar gemaakt worden, dat dat de toename in de kosten voor de huishoudelijke hulp in verhouding tot de extra ontvangen rijksinkomsten veel meer is gestegen.

Gemeente Bergen stijging kosten HH versus stijging uitkering

1.000.000

stijging uitkering tov t-1 stijging kosten HH tov t-1

0 2019

2020

2020-2018

stijging kosten HH tov t-1

Bergen - bedragen x € 1.000,kosten HH Integratieuitkering WMO/cluster wmo HH Bergen - bedragen x € 1.000,stijging kosten HH tov t-1 stijging uitkering tov t-1

mei 2021

stijging uitkering tov t-1

2018 1.602 2.387 2019 60 272

2019 2020 1.663 2.513 2.660 2.923 2020 2020-2018 851 911 263 535

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

% 57% 22%

pagina 19

Hoofdstuk 4. Bevolkingssamenstelling In dit hoofdstuk wordt aangeven hoe de gemeente Bergen zich verhoudt tot het gemiddelde van de gemeenten in Nederland in het sociaal domein. Hierna wordt (in de definitieve rapportage) een samenvatting van bevindingen gegeven over een diepere analyse die is uitgevoerd voor zowel de jeugdhulp als de maatschappelijke ondersteuning. In bijlage 1 is een uitgebreide analyse opgenomen over jeugdhulp in Bergen. In bijlage 2 is een uitgebreide analyse opgenomen over maatschappelijke ondersteuning in Bergen. In bijlage 3 is een overzicht van de korte termijn beheersmaatregelen opgenomen, die met de begroting 2020 zijn vastgesteld. In bijlage 4 is de monitoring van de korte termijn beheersmaatregelen te vinden.

4.1 Samenstelling van de gemeente Bergen De gemeente Bergen is een kleurrijke strand-, duin- en kunstenaarsgemeente met de kernen Bergen, Schoorl, Egmond Binnen, Egmond aan den Hoef en Egmond aan Zee in een duin- en bosrijke omgeving waardoor deze kernen aan elkaar worden verbonden. Voor dit adviesrapport is gekeken naar de kenmerken van de inwoners van de gemeente Bergen in relatie tot het sociaal domein in vergelijkbare gemeenten, waarbij gekeken wordt naar de mate van stedelijkheid, karakter en de gemeentegrootte.

Demografie In relatie tot o.a. het sociaal domein heeft Bergen de demografische samenstelling:  Minder jongere inwoners (<50 jaar) en meer oudere inwoners (>50 jaar);  Iets minder werkzame beroepsbevolking;  Iets hoger opgeleiden;  Iets meer eenouderhuishoudens;  Meer inwoners ouder dan 75 jaar;  Minder ouderen die zelfstandig wonen.

Levensstijl en gezondheid In levensstijl en gezondheid is het volgende beeld in Bergen zichtbaar:  Gemiddelde levensverwachting;  Hogere sociale samenhang;  Bewegen meer en hebben minder overgewicht;  Minder chronische aandoeningen;  Meer wijkverpleging en hogere kosten per persoon;  Minder huisartsenzorg, maar hogere kosten per persoon;  Hogere kwetsbaarheid;  Hogere ‘samenkracht’ (meer mantelzorg, lidmaatschap sportclub en minder eenzaamheid);  Minder inwoners met een zorgwekkende situatie;  Hoger percentage gelukkige inwoners;  Hogere tevredenheid met hun leven bij 75 jaar en ouder.

Jeugd Rond Jeugd in Bergen is het beeld als volgt:  Minder jongeren in de jeugdhulp;  Laag absoluut verzuim (niet naar school);  Gemiddeld relatief verzuim (lessen verzuimt); mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 20

 

Minder verwijzingen Halt; Minder achterstandsleerlingen en werkloze jongeren.

4.2 Voorzieningen In relatie tot de demografische samenstelling zou verwacht kunnen worden dat er een relatief hogere druk op het sociaal domein ligt en er meer voorzieningen nodig zijn dan in gemeenten waar relatief meer jongeren wonen en de gemeente een meer stads karakter zou hebben. Dit lijkt echter niet het gevel, wat het beeld van gebruikte voorzieningen laat zien:  Minder huishoudens met voorzieningen per domein;  Minder voorzieningen per huishouden;  Minder jongeren met Jeugdzorg-trajecten;  Gemiddeld aantal inwoners met een WMO voorziening;  Minder ondersteuning thuis (WMO voorziening);  Minder inwoners met beschermd wonen;  Minder inwoners met een bijstandsuitkering;  Minder re-integratievoorzieningen.

Wmo-score Vanuit Wmo-cliënt ervaringsonderzoek blijkt er een lagere score te zijn op:  aansluiting op behoefte (score op de stelling: de ondersteuning die ik krijg, past bij mijn behoefte);  eigen regie (score op de stelling: door de ondersteuning die ik krijg, kan ik de dingen beter doen die ik wil);  zelfredzaamheid (score op de stelling: door de ondersteuning die ik krijg, kan ik mij beter redden);  bijdrage aan kwaliteit van leven (score op de stelling: door de ondersteuning die ik krijg, heb ik een betere kwaliteit van leven).

Samenvattend beeld Bergen is een kleurrijke gemeente met relatief meer volwassenen en minder jeugdigen dan andere vergelijkbare gemeenten. Inwoners hebben een gezondere levensstijl en kennen een hogere sociale betrokkenheid. Er zijn minder jeugdhulptrajecten nodig en er wordt minder vaak een voorziening ingezet. Er is ook sprake van cliënten met intensieve zorg; hier geldt de 20/80-regel; 20% van de cliënten zorgt voor 80% van de kosten. Verbetering is altijd mogelijk; ondersteuning mag nog beter aansluiten op behoefte, zelfredzaamheid en eigen regie en mede hierdoor de ervaren van kwaliteit nog verder vergroten. Het aantal jongeren dat in Bergen jeugdhulp ontvangt neemt toe. In de leeftijd tussen 10 en 12 jaar blijven jeugdigen gemiddeld langer jeugdhulp ontvangen dan in andere gemeenten. Hiermee nemen ook de totale kosten voor jeugdhulp in Bergen toe. Dit terwijl het aantal jeugdige inwoners in Bergen in totaliteit afneemt. Daarnaast is er sprake van een op handen zijnde dubbele vergrijzing. De verwachting hierbij is dat dit zal leiden tot een stijging in het aantal Wmo-aanvragen en hiermee kosten voor maatschappelijke ondersteuning in Bergen. Dit verwachte effect is meegenomen in de uitwerking van de voorgestelde lange termijn beheersmaatregelen.

mei 2021

Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Bergen

pagina 21

Hoofdstuk 5. Monitoring 5.1 Algemeen De BUCH-werkorganisatie implementeert een aantal beheersmaatregelen ter verbetering van de efficiëntie en effectiviteit van werkprocessen binnen het sociaal somein. Hiermee wil de BUCHwerkorganisatie een duurzame kostenreductie binnen dit domein realiseren. Ter ondersteuning van dit proces heeft de BUCH-werkorganisatie het plan gemaakt om managementinformatie voor monitoring en sturing van de effecten van deze maatregelen te verbeteren. Daarnaast speelt een bredere behoefte om de interne informatievoorziening in de hele keten te stroomlijnen en de kwaliteit ervan te verbeteren. Gegevensanalyses zijn nu vaak te omslachtig en vergen onnodig veel tijd. De BUCH-werkorganisatie wil dit proces graag vereenvoudigen en beter helpen ondersteunen door inzet van het BI-platform Cognos Analytics (verder: Cognos).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4608/documents/31678