CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bij 2021-03-18 Rapport Museum Kranenburgh RaadSaam.pdf

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 10.: Voorstel betreft het vaststellen van toekomstperspectieven museum Kranenburgh en de daarbij behorende begrotingswijzigingen17.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De ontwikkeling in de exploitatie (zie hierna) geeft immers geen zicht op ruimte om het eigen vermogen de komende jaren aan te vullen, ook niet zonder corona-crisis.

december ’20

23

Exploitatie als geheel In de periode vanaf 2016 is sprake van een afname van het financiële exploitatieresultaat na gemeentelijke subsidie, die zich met name heeft gemanifesteerd tussen 2017 en 2018. In de periode 2016 en 2017 was er exploitatiesaldo in de orde van grootte van € 130.000,- positief; in de periode van 2018 tot en met de pre-coronabegroting 2020 ligt het exploitatiesaldo op € 0,- of iets daarboven. Deze verslechtering die is opgetreden tussen 2017 en 2018 is voor bijna twee derde toe te rekenen aan een stijging van personeelslasten en voor ruim een derde aan een daling van de bijdragen van externe fondsen aan de lasten van tentoonstellingen. In meerjarig perspectief en structureel moet de oorzaak van de verslechtering echter vooral worden toegeschreven aan de verhoging van de inzet van ingehuurd personeel, de stijging van personeelslasten (de cao-stijging) en de kantoorkosten. De inzet van meer ingehuurd personeel (freelancers) wordt veroorzaakt door de druk van de concurrentie bij het trekken van bezoekers en de maatschappelijke normen voor collectiebeheer. (Kranenburgh heeft al driemaal zoveel vrijwilligers, stagiairs en andere onbetaalde krachten dan het gemiddeld van vergelijkbare kunstmusea).

De stijging van personeelslasten en de kantoorkosten betreffen kostenstijgingen die redelijkerwijs niet zijn te vermijden (aan te duiden als autonome kostenstijgingen) en die we dan ook bij alle vergelijkbare instellingen tegenkomen. Ze zullen onvermijdelijk na 2019 doorgaan. Deze autonome kostenstijgingen kunnen ook niet of nauwelijks worden opgevangen door andere inkomstenbronnen, zeker niet indien, zoals het geval bij Kranenburgh, de gemeentelijke subsidie al sinds 2013 niet groeit (met uitzondering van eenmalige beperkte aanvullingen in 2018 en 2019). De huidige exploitatie is daarom onhoudbaar. De komende jaren zal het exploitatiesaldo onvermijdelijk negatief worden en geleidelijk aan, door de autonome kostenontwikkelingen, steeds negatiever. De actuele problemen van collectiebeheer en depot komen hier nog bovenop. Kranenburgh heeft er overigens verstandig aan gedaan om de behoefte aan professioneel personeel op te vangen met freelancers en niet met personeel in eigen dienst, zolang de structurele middelen ontbreken om meer personeel in dienst te nemen. Kranenburgh beschikt niet over een jaarrekening op outputbasis, waarbij kosten zoveel mogelijk worden toegerekend aan output-’producten’ en overhead-onderdelen (waarbij deze worden voorzien van doelen en activiteiten, met een vertaling van activiteiten naar baten en lasten).

Kranenburgh beschikt evenmin over een meerjarenraming van de exploitatie. Het zicht op de exploitatiesituatie en -ontwikkeling is daarom beperkt. Wij hebben de moeite genomen om de begroting van Kranenburgh om te werken tot een output-begroting. Deze is opgenomen in de Deelrapportage 1. Exploitatie. Gemeentelijk subsidie De gemeentelijke exploitatiesubsidie (van structureel € 500.000,- en totaal € 510.000,- in 2019) is opvallend laag in verhouding tot de subsidie die vergelijkbare kunstmusea van hun gemeente ontvangen. Het verschil tussen de subsidie die Kranenburgh ontvangt en het gemiddelde van vergelijkbare musea ligt afgerond tussen € 1 en 1,5 miljoen per jaar. Vergelijkbare musea ontvangen dus 1 á 1,5 miljoen meer subsidie dan Kranenburgh ontvangt. Rekening houdend met het gegeven dat verschillen in vastgoed-eigendom de vergelijking kunnen vertekenen en de gemeente Bergen een aantal museale kosten voor haar rekening neemt buiten de subsidie (huisvesting Het Sterkenhuis, verzekering gemeentelijke collectie) december ’20

24

die bij andere musea vaak voor eigen rekening komen, zal het bedrag dichter bij de € 1 miljoen liggen dan bij de € 1,5 miljoen. Bij deze berekening hebben we rekening gehouden met de verschillen in grootte tussen de verschillende musea, door te rekenen met bedragen per bezoek. Uitgedrukt per bezoek ontvangt Kranenburgh € 8,50 aan structurele subsidie. Voor de vergelijkbare kunstmusea gaat het om een gemiddelde van € 35,-. Eigen inkomsten De eigen inkomsten (entreegelden, activiteiten, fondswerving, educatie, winkel, kunstuitleen, horeca, verhuur, sponsoring, schenkingen en bijdragen Stichting Beeldende Kunst Bergen (S.B.K.)) bedragen € 1.172.597,- (2019). Daarmee is de verhouding subsidie (voor educatie en exploitatie): eigen inkomsten 198%. Voor een culturele instelling is dit een hoog percentage. Uitgedrukt per bezoek bedragen de eigen inkomsten van Kranenburgh in 2018 € 16,-. Het gemiddelde van de groep van vergelijkbare kunstmusea realiseert in dat jaar € 15,- per bezoek. Rente en aflossing gemeentelijke lening Museum Kranenburgh vraagt de gemeente de lening die in 2013 is verstrekt voor de aanschaf van inrichting en inventaris kwijt te schelden. Het probleem voor Kranenburgh is echter niet zozeer dat de lening moet worden afgelost. Het museum kan die aflossing betalen.

Het echte probleem is volgens ons dat Kranenburgh na afschrijving van de inrichting en de inventaris van Hoflaan 26 niet meer in staat is te herinvesteren in een nieuwe inrichting en inventaris; het museum kan dan weliswaar de investering financieren uit zijn eigen vermogen, maar het kan de jaarlijkse kosten van de afschrijving van die nieuwe inrichting en inventaris niet inpassen in zijn financiële exploitatie. Wij ramen die jaarlijkse kosten op minimaal € 25.000,- vanaf het jaar 2028 (15 jaar na 2013; zie hierboven, onder Conclusies over huisvesting Hoflaan 26). Coronacrisis De coronacrisis is voor Museum Kranenburgh, evenals dat geldt voor alle musea, een catastrofe, die volledig losstaat van alle aanleidingen die hebben geleid tot onderzoek, maar de diverse problemen wel aanzienlijk vergroten. De werkelijke schade die de coronacrisis veroorzaakt kan alleen achteraf, dus terugblikkend, goed worden overzien en gekwantificeerd. Van belang is daarom om een heldere scheiding te houden tussen de problematiek die bestond bij de aanvang van de pandemie - het onderwerp van dit rapport en de aanvullende problematiek die wordt veroorzaakt door de coronacrisis.

december ’20

25

4. Antwoorden op de onderzoeksvragen We behandelen de onderzoeksvragen in de volgorde zoals ze zij zijn gesteld in onze opdracht. We herhalen steeds eerst de vraag en voegen daar onze reactie aan toe. Onderzoeksvraag collectiebeheer De onderzoeksvraag over het collectiebeheer luidt als volgt: In 2011 zijn middels een beheerovereenkomst de gemeentelijke kunst- en erfgoedcollectie in langdurige bruikleen gegeven aan Museum Kranenburgh. Daarbij is overeengekomen dat de gemeente de verzekeringskosten blijft betalen en dat het museum alle andere beheerkosten voor haar rekening neemt. Dit blijkt volgens het museum in de praktijk niet haalbaar; het museum ziet geen mogelijkheden de collectie op een aanvaardbaar niveau te beheren en te behouden. Aan de orde is de vraag wat een aanvaardbaar niveau van onderhoud is, waartoe de gemeente als eigenaar juridisch gehouden is en wat een passende gemeentelijke bijdrage is om deze bruikleennemer in staat te stellen het beheer naar behoren uit te voeren. Mogelijk zal de beheerovereenkomst hierop moeten worden aangepast.

Reactie onderzoeksvraag collectiebeheer Waartoe is de gemeente als eigenaar juridisch gehouden? De gemeente Bergen is juridisch eigenaar van een deel van de collecties van Museum Kranenburgh en de gehele collectie van Museum Het Sterkenhuis en is daarmee gehouden aan de bepalingen die in de Erfgoedwet zijn beschreven.3 De Erfgoedwet schrijft voor dat de eigenaar moet zorgen voor een goed beheer, adequate registratie, veiligheidszorg en adequate opvolging bij schades. De gemeente Bergen heeft met het eigendom van beide collecties dus een zorgplicht. Daarnaast is Museum Kranenburgh een geregistreerd museum dat zich heeft te houden aan de normen van het Nederlands Museumregister. Hierin staat beschreven dat een museum -als het gaat om de collectie- zich moet houden aan de volgende punten: het schrijven van een collectieplan en informatieplan, verantwoord afstoten, het doen van herkomstonderzoek, collectieregistratie en moet zorgen voor continuïteit in behoud en onderzoek. Om dit te kunnen doen gebruiken musea de SPECTRUM Standaard. SPECTRUM is de internationale standaardmethodiek die gebruikt wordt in de sector voor het beheren van een collectie. 4 Wat is een aanvaardbaar niveau van onderhoud? We hebben een analyse gemaakt van de vraagstukken van het collectiebeheer met hierin een nulmeting van de huidige situatie van het collectiebeheer.

Gekeken is naar de benodigde tijdsinzet die nodig is voor een verantwoord collectiebeheer voor de basiswerkzaamheden, de incidentele werkzaamheden en de inhaalslag.

3 4

Cultureel Erfgoed. Versie 31.08.2020 <https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/erfgoedwet> Spectrum. Versie 06.05.2020 < https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/spectrum>

december ’20

26

Uit deze analyse komt naar voren dat voor een verantwoord collectiebeheer (inclusief de inhaalslag die hiervoor nodig is) 5,4 fte nodig is: o Basiswerkzaamheden 0,95 fte; o incidentele handelingen 1,5 fte; o inhaalslag werkzaamheden kunstcollectie 2,8 fte; o begeleiding vrijwilligers inhaalslag werkzaamheden collectie Het Sterkenhuis 0,2 fte. Van de 5,4 fte is nu al 1,3 fte werkzaam bij Museum Kranenburgh. Dit betekent dat er nog 4,1 fte nodig is om de collectie op een verantwoorde manier te beheren en de inhaalslag te verwezenlijken. Wat is een passende gemeentelijke bijdrage om deze bruikleennemer in staat te stellen het beheer naar behoren uit te voeren? De gemeente moet zich aan de zorgplicht houden zoals geschreven in de Erfgoedwet. Dit betekent dat zij Museum Kranenburgh financieel in staat moet stellen om de afdeling Collectie met minimaal 1 fte te versterken. Dit is ten behoeve van het algehele collectiebeheer en voor de projectleiding van de inhaalslag. Daarnaast is er nog 3,1 fte nodig voor de inhaalslag en alle bijkomende werkzaamheden. Omdat de inhaalslag gefaseerd en misschien projectmatig opgepakt kan worden, zou dit verspreid kunnen worden over een projectperiode van 3 jaar.

Als wij voor 1 fte rekenen met lasten van € 70.000,- per jaar, betekent het voorgaande dus een structurele verhoging van de gemeentelijke exploitatiesubsidie met € 70.000,- en een incidentele verhoging van deze subsidie in 2021 met € 217.000,- (eenmalig, dan wel € 72.334,gedurende de jaren 2021, 2022 en 2023). Onderzoeksvraag depotproblematiek De onderzoeksvraag over de depotproblematiek luidt als volgt: De collectie wordt deels in een aantal gemeentelijke gebouwen bewaard en deels in een aantal commerciële depots. De gemeentelijke ruimten zijn onvoldoende geschikt als depot. De commerciële ruimten zijn dat wel, maar zijn ook kostbaar. Ook is sprake van een versnipperde depotsituatie, hetgeen uit oogpunt van efficiency onwenselijk is. Bureau Helicon heeft advies uitgebracht met oplossingen voor de korte termijn en voor de lange termijn. Nog niet duidelijk is wat de financiële consequenties zijn van de lange termijn oplossing. Aan dat inzicht is nu wel behoefte, zowel voor wat betreft de benodigde investering als voor wat betreft de gevolgen voor de exploitatie. Reactie onderzoeksvraag depotproblematiek We hebben een analyse gemaakt van de huidige depotsituatie, een programma van eisen opgesteld voor een depotsituatie die aan de landelijke museumnormen voldoet, denkbare oplossingsrichtingen in beeld gebracht en een voorkeursvariant aangewezen.

december ’20

27

Huidige situatie Kranenburg beheert verschillende collecties: kunstcollectie Museum Kranenburgh (2600 kunstwerken), erfgoedcollectie Museum Het Sterkenhuis (11.500 objecten) en een nietmuseale collectie (BKR en kunstuitleen). Kranenburgh beschikt momenteel over verschillende depots: commercieel depot bij Kortmann (10 m2; kunstcollectie), commercieel depot bij Imming (115 m2; overwegend kunstcollectie), depot Berkenlaan (erfgoedcollectie), een tijdelijk depot bij Bakker (BKRwerken) en het handlingsdepot in Museum Kranenburgh zelf. Uit onze analyse op basis van criteria van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) blijkt dat de depotsituaties ernstige tekortkomingen vertonen, zowel bouwkundig en qua klimatisering (Berkenlaan) als in het gebruik: te veel collectie op te weinig m2, te ver op afstand, te weinig werkruimten voor collectiebeheer en te duur (Kortmann en Imming). De depotsituatie is slecht voor de collectie en het collectiebeheer. Wanneer geen structurele verbetering wordt gerealiseerd, loopt Kranenburgh het risico uit het Museumregister te worden geschrapt. Dan kan ook de Museumkaart niet meer gehanteerd worden, hetgeen ernstig nadelig is voor bezoekersaantallen en inkomsten. Programma van eisen Op basis van de richtlijnen van de RCE hebben wij een programma van eisen opgesteld passend bij de collecties van Kranenburgh.

Kort samengevat is nodig: • 300 m2 voor de kunstcollectie Museum Kranenburgh met hoogwaardige klimatisering. • 120 m2 voor de erfgoedcollectie Museum Sterkenhuis, met beperkte klimatisering en voorzien van een grote werkruimte voor de vrijwilligers. • Totale behoefte aan depotvoorziening is dus 420 m2 op maximaal 15 minuten afstand. Oplossingsrichtingen Op basis van het programma van eisen hebben we verschillende oplossingsrichtingen bekeken waarbij we drie opties nader uitgewerkt hebben: Onderzochte oplossingsrichtingen Oppervl. Kostenindicatie* 1. Opknappen depot Berkenlaan (erfgoedcollectie) 120 m2 € 100.000,2 Nieuwbouw depot Boekelermeer (kunstcollectie) 300 m € 1.250.000,2. Nieuwbouw integraal depot Berkenlaan over 2 verdiepingen 420 m2 € 1.470.000,(sloop bestaand gebouw) 3. Nieuwbouw depot Berkenlaan (kunstcollectie) 300 m2 € 1.100.000,2 Alternatief erfgoeddepot (Slotkwartier Egmond aan Zee**) 120 m PM * Dit is exclusief aanvulling/ inrichting van de beide depots met gewenst meubilair (uitgaande van € 200,- per m2). ** Inhoudelijk zou dit een goed alternatief kunnen zijn, omdat het goed past in een concentratie/ Hotspot van erfgoedorganisaties. Wij hebben in het kader van onze opdracht geen mogelijkheid gehad te onderzoeken of op deze locatie daadwerkelijk de mogelijkheden zijn voor een erfgoeddepot.

december ’20

28

Hierbij maken wij de volgende kanttekeningen: • Beide collecties vragen om zeer uiteenlopende klimatiserings- en beveiligingsvoorzieningen. Ook vraagt het depot voor de erfgoedcollectie om goede werk- en ontmoetingsfaciliteiten van de erfgoedvrijwilligers. Optie 1 kent een gedifferentieerde aanpak waarbij optimaal rekening wordt gehouden met deze verschillen. • Optie 2 en 3 gaan uit van nieuwbouw op de locatie Berkenlaan. Deze nieuwbouw is in vergelijking tot optie 1 niet alleen duurder, maar ook worden bezwaren verwacht vanuit omwonenden. Naast de investeringslasten en kosten voor het eigenaarsonderhoud moet rekening worden gehouden met structurele gebouw gebonden lasten voor de gebruiker c.q. het museum: energie, verzekering, OZB, schoonmaak, gebruikersonderhoud en beveiliging. Indicatief kan voor de lasten van het eigenaarsonderhoud worden gerekend met € 13.000 per jaar (ca. 1% van de bouwwaarde) en voor de gebruikerslasten met een bedrag van € 15.000,- per jaar (ca. € 50,- per m2). Samenvattend brengt deze voorkeursoptie de volgende financiële gevolgen voor de gemeente met zich mee: Financiële gevolgen van voorkeursoptie

Structurele lasten

Eenmalige uitgaven* € 100.000,€ 1.250.000,-

Opknappen depot Berkenlaan (erfgoedcollectie) -Nieuwbouw depot Boekelermeer (kunstcollectie) -Eigenaarsdeel onderhoud € 13.000,Totaal gevolgen voor gemeente/eigenaar € 13.000,€ 1.350.000,Beheerslasten voor Kranenburgh/gebruiker € 15.000,*Dit is exclusief aanvulling/ inrichting van de beide depots met gewenst meubilair. Totdat er een nieuw depot is gerealiseerd moet Museum Kranenburgh/ gemeente Bergen rekening houden met de jaarlijkse huur van de huidige commerciële depots. Onderzoeksvraag aflossing van de gemeentelijke lening De onderzoeksvraag over de aflossing van de gemeentelijke lening luidt als volgt: In de (ver-)nieuwbouw van het museum is destijds geen investeringsruimte beschikbaar gesteld voor de inrichting. Het museum heeft toen een lening moeten afsluiten van € 350.000,- met 3% rente. De eerste vijf jaar was deze aflossingsvrij, maar deze termijn is inmiddels verstreken en bijgevolg wordt het museum geacht nu ook af te lossen. Het museum geeft aan hiertoe niet in staat te zijn en vraagt om kwijtschelding van de lening. Reactie onderzoeksvraag aflossing van de gemeentelijke lening Het probleem voor Kranenburgh is niet zozeer dat de lening moet worden afgelost. Het museum kan die aflossing betalen.

Het echte probleem is dat Kranenburgh na afschrijving van de inrichting en de inventaris van Hoflaan 26 niet meer in staat is te herinvesteren in een nieuwe inrichting en inventaris; het museum kan dan weliswaar de investering financieren uit zijn eigen vermogen, maar het kan de jaarlijkse kosten van de afschrijving van die nieuwe inrichting en inventaris niet inpassen in zijn financiële exploitatie. Wij ramen die jaarlijkse

december ’20

29

kosten op minimaal € 25.000,- vanaf het jaar 2028 (15 jaar na 2013; zie hierboven, onder Conclusies over huisvesting Hoflaan 26). Als we dit bedrag per 2028 omrekenen naar een bedrag per 2021, betekent het dat de kosten van afschrijving van de inrichting en inventaris (zijnde 15 jaren ad € 25.000,- ofwel € 375.000,-) kunnen worden omgeslagen over 22 jaar in plaats van 15 en daarmee uitkomen op € 17.000,- per jaar. Dit betekent ook dat Kranenburgh dit bedrag van € 17.000,- in de jaren tot de daadwerkelijke herinvestering zal moeten reserveren op de balans. Onderzoeksvraag verdeling verantwoordelijkheden onderhoud De onderzoeksvraag over de verdeling van de verantwoordelijkheden voor het onderhoud en luidt als volgt: Museum Kranenburgh maakt bezwaar tegen de onderhoudsverdeling tussen de gemeente als eigenaar van de museumaccommodatie en Kranenburgh als huurder. Dit geldt zowel voor het gebouw als de tuin. De demarcatie tussen wat voor rekening van de eigenaar (gemeente) moet komen en waar de gebruiker (museum) voor verantwoordelijk is, ligt nu naar de mening van het museum te veel bij de gebruiker. Een herziening van de huurovereenkomst wordt noodzakelijk geacht. Daarbij speelt ook dat zowel de gemeente als Museum Kranenburgh de ambitie heeft de gebouwen te verduurzamen.

Weliswaar is dit een afzonderlijke opgave die als zodanig buiten de scope van deze opdracht valt, maar waarmee wel rekening moet worden gehouden. Reactie onderzoeksvraag verdeling verantwoordelijkheden onderhoud De huidige verdeling voor Hoflaan 26 en Berkenlaan 2 sluit in beginsel aan bij de algemene maatschappelijke normen die gelden voor kantoorpanden. Voor Hoflaan 26 zijn de afspraken over het tuinonderhoud zelfs gunstig voor Kranenburgh. Voor Het Sterkenhuis neemt de gemeente zelfs alle kosten van onderhoud voor haar rekening. Voor zover het gaat om specifiek onderhoud van Hoflaan 26 en Berkenlaan 2 dat nodig is in relatie tot hun museale functie is de gemeente in de praktijk bereid zich hierin niet al te formeel op te stellen en bij haar onderhoud hiermee rekening te houden. Goed om bewust van te zijn is dat over upgrading van het vastgoed formeel niets is geregeld. Wij zien dit echter niet als een actueel knelpunt omdat dit niet afwijkt van de afspraken die gebruikelijk zijn tussen gemeenten en hun musea. Upgrading is feitelijk geen onderhoud en de (ver)nieuwbouw van Hoflaan 26 is tamelijk recent. De bestaande verantwoordelijkheidsverdeling stelt naar onze mening begrenzingen aan de ambitie van Kranenburgh om de gebouwen te verduurzamen. Het is immers zelden verstandig voor een huurder/gebruiken om te investeren in vastgoed dat in eigendom is van een ander.

Onderzoeksvraag subsidie versus overeenkomst van dienstverlening De onderzoeksvraag over subsidie versus overeenkomst van dienstverlening luidt als volgt: Een deel van het subsidiebedrag is geoormerkt voor het collectiebeheer. Nog even los van de vraag of dit bedrag reëel is, doet zich de vraag voor of hier sprake is van levering van diensten, op basis waarvan de vergoeding voor deze activiteit beter ondergebracht zou moeten worden in een overeenkomst van dienstverlening in plaats van in de subsidieovereenkomst. Deze vraag geldt ook voor de inzet van de cultuurcoaches op scholen. december ’20

30

Reactie onderzoeksvraag subsidie versus overeenkomst van dienstverlening Museum Kranenburgh ontvangt een structurele exploitatiesubsidie – tot nu toe € 500.000,voor het geheel van museale activiteiten en alles wat daarvoor nodig is, zoals huisvesting. Daarnaast ontvangt Kranenburg jaarlijks een specifieke subsidie voor het inzetten van cultuurcoaches (in 2019: ruim € 71.000,-). Dat kan het beeld opleveren dat Kranenburgh voor de gemeente een prijzige leverancier is van culturele activiteiten. Dit beeld vergt echter nuancering. In de eerste plaats komt een deel van de € 500.000,- direct weer terug bij de gemeente als huur die Kranenburgh betaalt voor het gebruik van Hoflaan 26: in 2019 bijna € 87.000,-. In de tweede plaats beheert Kranenburg een waardevolle kunstcollectie waarvan de gemeente eigenaar is. Kranenburgh doet dat feitelijk in opdracht van de gemeente en -anders dan de subsidierelatie tussen de gemeente en het museum doet vermoeden- niet zozeer omdat Kranenburgh daar ieder jaar weer om vraagt om dat te mogen doen. (Deze opdracht heeft de vorm van een overeenkomst tussen de gemeente en de stichting Museale collecties Kranenburgh van op 18 augustus 2011). Een vergelijkbare situatie speelt bij het beheer door Kranenburgh van de collectie van Stichting Noordhollands Kunstcentrum (NHKC).

Kranenburgh beheert de collectie van deze organisatie in opdracht van NHKC maar ook in opdracht van de gemeente. De gemeente heeft immers een rechtstreeks belang bij dit beheer vanwege de inbreng destijds van de verkoopopbrengsten van het toenmalige pand van NHKC. (Deze opdracht is vastgelegd in de vorm van overeenkomst tussen de stichting Museale collecties Kranenburgh en NHKC op 30 maart 2011). Dit betekent dat Kranenburgh een groot deel (meer dan driekwart) van zijn collectiebeheer feitelijk uitvoert in opdracht en niet zozeer op eigen verzoek. (Alleen het beheer van de eigen collectie gebeurt feitelijk op eigen verzoek). In termen van jaarlijkse kosten gaat het hierbij dus om een groot deel van de totale collectiebeheerkosten die in 2019 ruim € 175.000,bedroegen. (Driekwart daarvan is ruim € 130.000,-). Dit betekent dat van de huidige structurele € 500.000,- exploitatiesubsidie de netto-subsidie (min de huur) € 413.000,- bedraagt en daarvan meer dan € 130.000,- (meer dan 30%) feitelijk niet vergelijkbaar is met andere gemeentelijke subsidies. In de derde plaats voert Kranenburgh jaarlijks educatieve activiteiten uit die voor een groot deel uitdrukkelijk worden uitgevoerd op verzoek van de gemeente.

Kranenburgh ontvangt daarvoor jaarlijks een specifieke subsidie (in 2019: ruim € 71.000,-) en draagt in het geheel van educatieve activiteiten zelf eigen middelen bij (in 2019: ruim € 18.000,-). In theorie zouden de vergoedingen die de gemeente jaarlijks aan Kranenburgh verstrekt in juridische zin kunnen worden gesplitst in enerzijds een betaling voor diensten die op afspraak worden geleverd (een klant-leveranciersverhouding) en anderzijds een betaling op basis van een subsidiebeschikking die wordt verstrekt op basis van een aanvraag (een eenzijdige verhouding waarbij Kranenburgh de vragende partij is).

december ’20

31

Volgens ons zou een dergelijke splitsing in juridisch en fiscaal opzicht eerder nieuwe problemen opleveren dan ze een oplossing zijn voor de beeldvorming die bestaat bij de huidige subsidiestromen. Onze uitleg over het verkeerde beeld dat kan ontstaan bij deze subsidies en dat Kranenburgh niet een-op-een kan worden vergeleken met andere subsidieontvangers in de gemeente Bergen kan wel van toegevoegde waarde zijn. Onderzoeksvraag stakeholders van de Culturele Buitenplaats De onderzoeksvraag over de stakeholders van de Culturele Buitenplaats en luidt als volgt: Museum Kranenburgh brengt een aantal activiteiten samen onder de noemer Culturele Buitenplaats (kunstuitleen, Het Sterkenhuis, Kunst Centrum Bergen, museum). Voor al deze activiteiten gelden specifieke afspraken en beperkingen die contractueel zijn vastgelegd. Gekeken moet worden welke afspraken uit het verleden nog relevant zijn en hoe die zich verhouden tot de gewenste koers van Museum Kranenburgh, zowel vanuit het perspectief van de instelling als vanuit het perspectief van de gemeente. Voor wat betreft Het Sterkenhuis is daarbij een belangrijk aandachtspunt de vaste afspraken die zijn gemaakt in het kader van het legaat van de familie Van Reenen. Reactie onderzoeksvraag stakeholders van de Culturele Buitenplaats Museum Kranenburgh treedt naar onze mening goed naar buiten.

Het museum is outgoing, zoekt de verbinding met partners in het culturele veld, met maatschappelijke organisaties en met bedrijven. Het voldoet daarmee goed aan de opgave ‘Treed naar buiten en verbind!’ zoals die voor kleine en middelgrote musea wordt gezien in recente publicaties van onder andere de Museumvereniging en de Raad voor Cultuur. Wij zien de samenwerking tussen de verschillende collectie-eigenaren, de kunstenaars als aanbieders van kunst en Kranenburgh als museumexploitant als een sterke formule die zeker voortzetting verdient. Deze samenwerking vormt de basis voor het realiseren van diverse cruciale waarden: collectiewaarde, belevingswaarde, verbindende waarde en economische waarde. De relatie tussen Stichting Noordhollands Kunstcentrum (NHKC) en Kranenburgh is er een van eigenaar van een collectie en museum dat die collectie bewaart, beheert en exposeert. In bestuurlijk opzicht is er sprake van een relatie op betrekkelijk grote afstand. In organisatorisch en financieel opzicht er zelfs geen relatie. Voor beide partijen levert de relatie een duurzame meerwaarde er bestaat er alle aanleiding om deze voort te zetten. De relatie tussen Kranenburgh en KunstenaarsCentrumBergen (KCB) is intensiever. KCB zorgt jaarlijks voor het organiseren van verkooptentoonstellingen.

Kranenburgh voert ze voor KCB uit - tegen jaarlijkse kosten in de orde van grootte van € 10.000,- maar met gesloten beurzen. Deze verkooptentoonstellingen trekken uiteraard ook bezoekers en leveren daarmee culturele waarde, publiciteit en inkomsten op voor Kranenburgh die niet kunnen worden gekwantificeerd. Voor beide partijen levert de relatie een duurzame meerwaarde op en bestaat er alle aanleiding om deze voort te zetten. De relatie tussen de Stichting Beeldende Kunst Bergen en de Stichting Kranenburgh blijkt een toegevoegde waarde te hebben voor beide stichtingen en hun stakeholders.

december ’20

32

Uit de gesprekken met KunstenaarsCentrumBergen KCB en museum Kranenburgh is duidelijk geworden dat het verschil in ambitie en te bedienen publiek en achterban zorgt voor spanningen. Wij adviseren Kranenburgh daarom om aandacht te besteden aan het verbeteren van de relatie met het KCB. Door bijvoorbeeld het voeren van open gesprekken over spanningen die zijn ontstaan en de wijze waarop de toekomstige relatie optimaal kan bijdragen aan het gezamenlijk bereiken van maatschappelijke effecten. De verwevenheid tussen de Stichting Beeldende Kunst Bergen en de stichting Kranenburgh is groot, in bestuurlijke en financiële zin. Die verwevenheid veroorzaakt wel administratieve handelingen en verantwoordingsdocumenten die naar onze mening het zicht bemoeilijken op wat er werkelijk gebeurt, met name voor de gemeente als subsidieverstrekker maar ook voor andere externe en interne stakeholders. Het Sterkenhuis is een onderdeel van de stichting Kranenburgh dat in onze ogen meer aandacht verdient. De aandacht van de organisatie is vooral gericht op de kunstcollectie en Museum Kranenburgh en zeer beperkt op het erfgoed van Bergen en Museum Sterkenhuis. Dit staat overigens niet los van de beperkte personele capaciteit van Kranenburgh. De uitzonderingen betreffen het bedrag van minimaal € 40.000,- dat de gemeente beschikbaar stelt voor collectiebeheer.

Het is beter dat de gemeente voorziet in een totale exploitatiesubsidie die voldoende is voor alle functies die zij verlangt van Kranenburgh, zonder specifieke oormerken daarbinnen. De andere uitzondering is Stichting Beeldende Kunst Bergen (S.B.K). Uit oogpunt van eenvoud en transparantie geven wij in overweging S.B.K. te laten fuseren met stichting Kranenburgh.

december ’20

33

5. Aanbevelingen Bij onze adviezen onderscheiden wij drie mogelijke toekomstvarianten: 1. Gelijkblijvend ambitieniveau. 2. Hoger ambitieniveau: gebruik maken van de potentie. 3. Gelijkblijvend subsidieniveau. Elke toekomstvariant voorzien wij van: • Een beschrijving; • een set van adviezen die op grond van onze analyse bij variant van toepassing zijn; • de financiële randvoorwaarden; • de kansen en bedreigingen. Op basis van deze presentatie van toekomstvarianten beschikken het college van B&W en de gemeenteraad van Bergen over keuzemogelijkheden op basis waarvan zij de discussie kunnen voeren en hun besluitvorming kunnen plegen over de toekomst van Kranenburgh. Maar eerst formuleren wij in paragraaf 5.1 de adviezen die op alle varianten van toepassing zijn. Wij gaan in deze paragraaf tevens in op de bijzondere financiële gevolgen van een van deze adviezen. Aanbevelingen die los staan van de keuze toekomstvariant Relatie met het culturele veld Wij adviseren de culturele en zakelijke samenwerkingen met Stichting Noordhollands Kunstcentrum (NHKC), KunstenaarsCentrumBergen (KCB) en lokale en regionale kunstenaars voort te zetten. Het aanpassen van de bestaande afspraken inzake de Culturele buitenplaats vinden wij niet noodzakelijk, op twee uitzonderingen na.

Sommige van die afspraken hebben immers een goede reden gehad die nog steeds bestaat; voor andere geldt dat het beoogde effect niet opweegt tegen de transactiekosten van heronderhandelen. De uitzonderingen betreffen het bedrag van minimaal € 40.000,- dat de gemeente beschikbaar stelt voor collectiebeheer en de governance van Stichting Beeldende Kunst Bergen (S.B.K.). Wij adviseren de gemeente om Museum Kranenburgh te voorzien in een totale exploitatiesubsidie die voldoende is voor alle functies die zij verlangt van Kranenburgh, zonder specifieke oormerken daarbinnen. Wij adviseren te komen tot een fusie tussen stichting Kranenburgh en Stichting Beeldende Kunst Bergen (S.B.K.), mits daarvoor uit nader onderzoek blijkt dat, zoals wij denken, hieruit geen onoverkomelijke juridische en fiscale knelpunten gepaard gaan. Er ontstaat dan een museum met een bijzondere nevendoelstelling: het bevorderen van een spreiding van kunst onder de bevolking en van de positie van kunstenaars in Nederland. Deze fusie levert geen extra samenwerking of inhoudelijke meerwaarde op, de twee organisaties zijn eigenlijk al een organisatie. Wel geeft het een transparanter beeld van de bestuurlijke en financiële gang van zaken binnen Kranenburgh, voor alle externe en interne stakeholders. Een dergelijke fusie levert overigens ook bijzondere financiële gevolgen op (zie einde van deze paragraaf).

december ’20

34

Relatie met de gemeente Wij adviseren de gemeente om Kranenburgh te blijven voorzien van een bijdrage in de vorm van subsidie maar bij het maken van afwegingen over de hoogte daarvan wel te zorgen dat helder is dat de netto-subsidie vanwege de huurbedragen lager is dan de bruto-subsidie en dat een belangrijk deel van de netto-subsidie tot doel heeft om kunstcollecties van de gemeente en het NHKC te bewaren en beheren. Wij zien geen reden om de verdeling van de verantwoordelijkheden voor het onderhoud tussen de gemeente en het museum aan te passen. Wel adviseren wij om de fricties in onderlinge communicatie tussen de gemeente en Kranenburgh bespreekbaar te maken en onderling te zoeken naar mogelijkheden om die communicatie effectiever te laten verlopen. Wij adviseren de gemeente om te zoeken naar mogelijkheden voor Kranenburgh, die passen binnen de Omgevingswet en bij de belangen van omwonenden van Hoflaan 26, om zich als cultureel ondernemer verder te ontwikkelen, met meer verhuringen en publieksactiviteiten, ook in de avonduren.

Bestuursvorm Wij adviseren de Raad van Toezicht van stichting Kranenburgh om de bestaande bestuursvorm (het Raad-van-Toezicht-model) te behouden en in de praktijk zo te blijven invullen dat individuele leden van de Raad de directeur actief adviseren (en ondersteunen), op een wijze die het hem mogelijk blijft maken om als collectief goed toezicht te blijven uitoefenen op het bestuur van de directeur en de algemene gang van zaken in de organisatie. Sturingsinformatie Wij adviseren Kranenburgh om te gaan werken met een exploitatieopzet op outputbasis, waarbij kosten zoveel mogelijk worden toegerekend aan output-’producten’ en overheadonderdelen (waarbij deze worden voorzien van doelen en activiteiten, met een vertaling van activiteiten naar baten en lasten) en tevens met een meerjarenraming van de exploitatie. Korte termijn-maatregelen voor collectieopslag Maatregelen voor het blijvend oplossen van de depot-problematiek kosten tijd. Wij adviseren voor de korte termijn de volgende maatregelen te treffen: • Geef de collectie bij Imming meer ruimte ter voorkoming van schade; • pak de collectie bij Kortmann uit; • organiseer een eigen werkruimte voor de collectie bij minimaal een van de twee depots. • plaats alles wat geen collectie is niet meer in het depot op de Berkenlaan en creëer meer ruimte voor de Sterkenhuis collectie.

december ’20

35

Financiële gevolgen van een fusie van stichting Kranenburgh met Stichting Beeldende Kunst Bergen (S.B.K.) Een fusie tussen de stichting Kranenburgh en de Stichting Beeldende Kunst Bergen leidt tot een organisatie met een hogere omzet en een hoger vermogen dan de omzet en het vermogen van de huidige stichting. De omzet van de fusie-organisatie ligt € 237.000,- hoger dan die van de huidige stichting Kranenburgh en het vermogen ligt € 132.000,- hoger (op basis van de jaarrekening 2019). 5 Voor de extra omzet heeft de fusieorganisatie 15% van deze meeromzet nodig als extra vermogen, ofwel € 36.000,- om zijn eigen vermogen op het peil te houden van 15% van de omzet. Het overige deel van het huidige vermogen van S.B.K. kan dan vrijvallen voor een nieuw doel. Het gaat hierbij om een eenmalige vrijval van een bedrag van € 96.000,- (= € 132.000,- min € 36.000,-). Toekomstvariant Gelijkblijvend ambitieniveau Beschrijving Toekomstvariant ‘Gelijkblijvend ambitieniveau’ houdt een toekomstig Kranenburg in op basis van het huidige ambitieniveau. Het huidige ambitieniveau is dat van een middelgroot kunstmuseum met een bovenregionale, nationale uitstraling en een klein historisch museum met lokale en regionale betekenis. Het geheel vormt aanleiding om een (meerdaags) bezoek te brengen aan het fraaie kunstenaarsdorp Bergen. De bezoekersaantallen blijven op het huidige niveau, ca.

60.000 per jaar. Bij het gelijkblijvend ambitieniveau is de lijn gebaseerd op de minimale norm die gehaald moet worden als professioneel museum. Let wel het zou uiteraard wenselijk zijn om ook extra fte beschikbaar te stellen voor fondsenwerving en marketing, maar dit past in een groeiscenario. Vanwege deze norm voor een goed collectiebeheer van het museumregister (gekoppeld aan de museumkaart) is er wel voor gekozen om extra budget op te nemen voor collectiebeheer. Specifieke aanbevelingen Op basis van onze analyses passen bij deze variant de volgende specifieke adviezen, aanvullend op onze adviezen die losstaan van de variantenkeuze. Wij adviseren de gemeente om minimaal de volgende aanpassingen te plegen op het subsidieniveau: • Een jaarlijkse indexatie van de gemeentelijke subsidie in de orde van grootte van gemiddeld 2,5% (ofwel in 2021 € 13.000,-, jaarlijks licht oplopend, bij de subsidie in 2020 van € 520.000,-; dit is een prijsstijging en dus geen volumestijging van de subsidie). Het gaat hier niet om het inhalen van gemiste indexaties. Het gaat erom dat Kranenburgh zijn huidige ambitieniveau kan blijven realiseren (dat is gebaseerd op € 520.000 subsidie per jaar, ook al is € 20.000 daarvan formeel een incidentele toekenning).

De indexatie moet ertoe leiden dat Kranenburgh loon- en prijsstijgingen vanaf 2021 kan opvangen die voor het museum feitelijk niet beïnvloedbaar zijn. Feitelijke loon- en prijsstijgingen zullen per jaar verschillen, maar die 2,5% geeft aan wat op basis van het verleden een redelijk gemiddelde is.

5

Wij hebben de omzet (€ 237.000) berekend als het totaal van alle lasten (conceptjaarrekening 2019, nr 9 t/m 15).

december ’20

36

• • • • •

Vanaf 2021 structureel maken van de subsidie van € 20.000,- die Museum Kranenburgh in 2020 krijgt op zijn structurele exploitatiesubsidie van € 500.000,-. Vanaf 2021 een jaarlijks extra budget van € 23.000,- voor het borgen van het toekomstig huurders-onderhoud van Hoflaan 26. Dit bedrag in inclusief indexatie van onderhoudslasten en exclusief btw. Vanaf 2021 een jaarlijks extra budget van € 17.000,- voor het borgen van de toekomstige herinvestering in inrichting en inventaris van Hoflaan 26. Vanaf 2021 een jaarlijks extra budget van € 70.000,- voor het borgen van het collectiebeheer. Vanaf 2021 een eenmalig extra budget van € 217.000,- (dan wel € 72.334,- gedurende de jaren 2021, 2022 en 2023) voor het inhalen van achterstanden in het collectiebeheer.

Wij adviseren de gemeente om de depotproblematiek van Kranenburgh zo snel mogelijk op te lossen door: • Het pand Berkenlaan 2 geschikt te maken als depot voor de erfgoedcollectie (geschatte investering: € 100.000,-). • In Boekelermeer een nieuw depotgebouw te realiseren voor de kunstcollectie (geschatte investering: € 1.250.000,-). • Rekening te houden met jaarlijkse lasten voor het eigenaarsonderhoud door de gemeente van deze depotruimtes (geschatte jaarlast: € 13.000,-) en voor het beheer door Kranenburgh (geschatte jaarlast: € 15.000,-). Wij adviseren Museum Kranenburgh om: • Zijn profiel, binnen de huidige ambitie, aan te scherpen op het thema ‘kunstenaarsdorp Bergen’ en in het verlengde hiervan op het snijvlak van beeldende kunst en natuur & landschap, teneinde meer focus te realiseren binnen het collectiebeleid en het tentoonstellingsbeleid. • Beleid te ontwikkelen om meer bezoekers te trekken in Het Sterkenhuis. • Een deel van het huidige tijdelijk personeel in dienst te nemen, teneinde te komen tot gezonde verhouding tussen eigen en ingehuurd personeel.

Randvoorwaarden Dit betekent voor de gemeente per 2021 een structurele volume-verhoging van de subsidie van € 23.000,- + € 17.000,- + € 70.000,- = € 110.000,- ten opzichte van de € 520.000,- in 2020 – waarmee de structurele subsidie per 2021 een bedrag bedraagt van € 630.000,- – en een eenmalige volumeverhoging van € 217.000,-. Het betekent voor de gemeente daarnaast binnen enkele jaren een investeringsuitgave voor de depotvoorziening van € 1.300.000,- en een bijbehorende structurele vastgoed-beheerlast voor Kranenburgh van € 15.000,- en voor de gemeente zelf van € 13.000,-. Hier staat tegenover dat Kranenburgh door de fusie met Stichting Beeldende Kunst Bergen (S.B.K.) in staat moet worden geacht een eenmalig bedrag van € 96.000,- zelf in te brengen. Ook kan Kranenburgh het exploitatiesaldo mogelijk verbeteren met enkele tienduizenden euro’s door meer eigen inkomsten te verwerven indien de gevraagde vergunning kan worden december ’20

37

verleend en iets te besparen op energiekosten als gevolg van de gemeentelijke investering in zonnepanelen. De structurele volume-verhoging van de subsidie met € 110.000,- leidt bij Kranenburgh tot een even grote omzetverhoging en daarmee een extra behoefte aan eigen vermogen teneinde dit op 15% van de omzet te houden. Dit vraagt om een eenmalige toevoeging aan het eigen vermogen van € 16.500,-. Kranenburgh zou dit bedrag zelf kunnen opbrengen uit zijn exploitatie door bijvoorbeeld de extra fte voor collectiebeheer niet per 1 januari 2021 in te vullen maar per 1 maart 2021. Kansen Deze variant biedt de volgende kansen: • De maatschappelijke waarden die Kranenburgh toevoegt aan de gemeenschap blijft in de toekomst minimaal gelijk en kan nog licht stijgen, als Kranenburgh nog iets scherper weet te focussen op zijn kernwaarden. • De structurele subsidieverhoging zou lager kunnen uitvallen dan hierboven geraamd ingeval het mogelijk blijkt om de vergunning te verlenen die Kranenburgh heeft gevraagd voor uitbreiding van de mogelijkheden voor (het in beperkte mate) aanbieden van consumpties en alcoholhoudende dranken in het gehele museum inclusief het terras, onversterkte muziek op het terras, buitenconcerten en educatieve workshops vanuit de Educatieve Tuinkeet, en ingeval de energielasten van Kranenburgh inderdaad zouden verminderen door de gemeentelijke investering in zonnepanelen.

De kwantificering van deze beperkingen zal moeten gebeuren aan de hand van de financiële effecten die zich de komende periode van tenminste enkele jaren zullen openbaren. Wij verwachten dat het kan gaan om structureel enkele tienduizenden euro’s. Bedreigingen Deze variant gaat gepaard met de volgende bedreigingen: • De maatschappelijke potentie die Kranenburgh heeft wordt niet of nauwelijks benut. • Bestaande personele krapte in de organisatie van Kranenburgh blijft bestaan, bijvoorbeeld op het gebied van public relations & marketing en fondsenwerving. Ook blijft de cultuureducatie als geheel niet kostendekkend. • Bij onze analyse en adviezen hebben wij de coronacrisis buiten beschouwing gelaten. Deze crisis kan echter, buiten de aanzienlijke tijdelijke effecten, mogelijk ook structurele gevolgen met zich meebrengen. Toekomstvariant Hoger ambitieniveau: gebruik maken van de potentie Beschrijving Toekomstvariant Hoger ambitieniveau houdt een kunstmuseum in van belangwekkende nationale en mogelijk zelfs internationale betekenis, in de setting van Bergen als kunstenaarsdorp. In deze toekomstvariant kan het museum zich nog sterker profileren als culturele buitenplaats. De fraaie ligging van Bergen aan de kust, de natuur en het bijzondere licht vormen een inspiratiebron voor kunstenaars. Al vanaf de 19e eeuw heeft Bergen zich ontwikkeld als kunstenaarsdorp.

Nog steeds zijn in Bergen relatief veel kunstenaars actief. Denkbaar is dat Museum Kranenburgh zich in deze variant ontwikkelt tot een centrum dat december ’20

38

aantrekkingskracht uitoefent op kunstenaars om naar Bergen te komen. Niet meer in de zin zoals dat vroeger gebeurde met definitieve vestiging, maar door middel van bijzondere manifestaties en een artists in residence-programma. Op deze wijze zou Bergen een nieuwe impuls kunnen leveren als inspiratiebron en plek voor artistieke productie. Museum Kranenburgh heeft al in haar beleidsplan staan meer aandacht te willen schenken aan buitenkunst. Wij kunnen ons voorstellen dat het museum dit voornemen uitvergroot en komt tot een meerjarig internationale samenwerking en eventprogramma’s Bergen Buitenkunst. Waar bijvoorbeeld Terschelling en Vlieland zich profileren met de theater- en muziekmanifestaties Oerol en Into the Great Wide Open, zou Bergen zich kunnen profileren met een manifestatie Bergen Buitenkunst. Mogelijk kan dit uitgroeien tot een manifestatie zoals 6 Beaufort, een driejaarlijkse manifestatie met monumentale kunstwerken op verschillende plekken aan de Belgische kust. Een manifestatie Bergen Buitenkunst zal voor veel toeristen aanleiding kunnen geven om naar Bergen te komen. In deze toekomstvariant zorgen de investeringen eveneens voor een versterking van Het Sterkenhuis.

Daarbij zien we niet alleen een breed toegankelijke depot voor de collectie van Het Sterkenhuis maar aanvullend ook een professionele ondersteuning en een actieve exploitatie van het depot in de vorm van collectie-ateliers met goede faciliteiten voor de vrijwilligers. De gemeente kan deze versterking van Museum Het Sterkenhuis ook inzetten als onderdeel van een (nieuw te vormen) erfgoedcluster van verschillende cultuurhistorische organisaties in de gemeente. In dat geval kan Museum Kranenburgh zich helemaal focussen op moderne en hedendaagse kunst en kan Het Sterkenhuis verder tot bloei komen in een erfgoedsetting. Specifieke aanbevelingen Voor deze toekomstvariant zijn in de basis dezelfde specifieke adviezen van toepassing die we verstrekken bij de variant Gelijkblijvend ambitieniveau (aanvullend op onze adviezen die losstaan van de variantenkeuze).

Maar daarbovenop passen bij deze variant de volgende specifieke adviezen: Wij adviseren de gemeente om minimaal de volgende aanvullende aanpassingen te plegen op het subsidieniveau: • Een jaarlijks extra budget van minstens € 250.000,- voor het borgen van een manifestatie Bergen Buitenkunst; dit betreft de kosten van cofinanciering van honoraria aan kunstenaars, een gastcurator, een tijdelijke projectorganisatie, materiaalkosten, logies en voor publiciteitscampagnes; het gaat om cofinanciering van de helft van de lasten die wij in totaal ramen op € 500.000,-; de andere helft van de kosten zal Kranenburgh moeten bekostigen uit aanvullende sponsoring en fondswerving. • Een jaarlijks extra budget van circa € 75.000,- voor het borgen van de benodigde publiciteit (marketing en public relations); dit kan worden besteed aan materiële en/of personele lasten van publiciteit.

december ’20

39

•

Een jaarlijks extra budget van circa € 35.000,- voor het versterken van de organisatie van Museum Het Sterkenhuis, in de vorm van professioneel aansturen en begeleiden van de (vrijwilligers-)organisatie (0,5 fte schaal 10 museum-cao).

Wij adviseren Kranenburgh om meer kenniswaarde te realiseren door systematisch onderzoek, experiment en het bieden van een informatiefunctie over (de geschiedenis van) het museum, zijn collecties en de belangrijke stromingen daarin. Financiële randvoorwaarden Dit betekent voor de gemeente bovenop de extra kosten van toekomstvariant Gelijkblijvende ambitie een structurele volume-verhoging van de subsidie van circa € 360.000,-. Daarmee komt de structurele subsidie aan Kranenburgh uit op € 990.000,- (= € 630.000,- + € 360.000,-). De structurele volume-verhoging van de subsidie met € 360.000,- leidt bij Kranenburgh tot een even grote omzetverhoging en daarmee een extra behoefte aan eigen vermogen teneinde dit op 15% van de omzet te houden. Dit vraagt om een eenmalige toevoeging aan het eigen vermogen van € 54.000,-. Kranenburgh zou dit bedrag zelf kunnen opbrengen uit zijn exploitatie door bijvoorbeeld de helft van de kosten voor de manifestatie Bergen Buitenkunst 2,5 maand achter te laten lopen op de ontvangst van de € 250.000,- van de gemeente. Kansen Deze variant biedt de volgende kansen: • De maatschappelijke waarden die Kranenburgh toevoegt aan de gemeenschap worden in deze variant aanmerkelijk groter dan in variant Gelijkblijvende ambitie. • Wij denken dat het mogelijk is in deze variant de bezoekersaantallen verder te laten stijgen tot circa 75.000 per jaar of meer.

Die hogere bezoekersaantallen zullen dan vooral in de zomermaanden zijn. • Een dergelijke verdere profilering van Bergen als kunstenaarscentrum levert ook een directe economische waarde op, in de zin van lokale uitgaven aan eten, drinken, hotelovernachtingen en winkelen. • Er zal ook sprake zijn van een indirect economisch effect: de positieve klank die uitgaat van Bergen als kunstenaarsdorp zal nog sterker kunnen worden uitgedragen en daarmee ook weer verder bijdragen aan het bezoekmotief en aan een versterkt vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven. Bedreigingen Deze variant gaat gepaard met dezelfde bedreiging als die speelt bij de variant Gelijkblijvende ambitie: • Bij onze analyse en adviezen hebben wij de coronacrisis buiten beschouwing gelaten. Deze crisis kan echter, buiten de aanzienlijke tijdelijke effecten, mogelijk ook structurele gevolgen met zich meebrengen.

december ’20

40

Toekomstvariant Gelijkblijvend subsidieniveau Beschrijving De toekomstvariant Gelijkblijvend subsidieniveau houdt de handhaving in van het subsidieniveau dat in 2020 € 520.000,- bedraagt (waarvan € 20.000,- incidentele subsidie). Gezien onze analyse dat dit subsidieniveau in de toekomst niet houdbaar is bij een gelijkblijvend subsidieniveau, betekent deze variant dat Museum Kranenburgh en de gemeente hun ambities naar beneden moeten bijstellen. Let wel een gelijkblijvend subsidieniveau is niet hetzelfde als een gelijkblijvend ambitieniveau. Een gelijkblijvend ambitieniveau vereist immers een subsidie dat vanaf 2021 € 110.000,- hoger ligt, nog afgezien van de noodzaak om de achterstanden in het collectiebeheer en de depotproblematiek op te lossen. Deze variant levert minder ambitieuze tentoonstellingen op dan tot nu toe gebruikelijk, maar kan niettemin wel een versterking betekenen voor de samenwerking met de lokale kunstenaarsgemeenschap en verenigingen. KunstenaarsCentrumBergen (KCB) en Stichting Noordhollands Kunstcentrum (NHKC) hebben een sterk lokaal netwerk en krijgen in deze variant de ruimte om hun programmering uit te breiden en hun lokale relaties in te zetten.

Waar Museum Kranenburgh tot nu toe een professionele organisatie is met vrijwilligers die ondersteunen, staat de variant Gelijkblijvend subsidieniveau voor een Museum Kranenburgh dat een vrijwilligersorganisatie is, met enige professionele begeleiding. Die professionele begeleiding is met name gericht op het collectiebeheer en het management van de exploitatie, inclusief de coördinatie van vrijwilligers. Een minder ambitieus tentoonstellingsprogramma en een versoberde exploitatie gaan gepaard met een verminderde uitstraling van het museum. Waar Museum Kranenburgh nu nog een museum is met bovenregionale uitstraling is in deze variant sprake van een museum van lokale en regionale betekenis. Bijgevolg zullen ook de bezoekersaantallen afnemen. Wij denken dat bij deze variant rekening gehouden moet worden met een halvering van bezoekersaantallen. Een halvering van het aantal bezoekers betekent al snel een structurele derving van entreegelden van circa € 175.000,- (berekend als gemiddelde van de entreegelden in de periode 2016 – 2019). Daarbovenop moet rekening worden gehouden met een bijbehorende inkomstenderving uit de horeca en de winkel van ongeveer € 95.000. Deze bedragen komen bovenop de noodzaak van bezuinigen van € 110.000,- op de exploitatie die al bestaat bij het huidige bezoekersaantal.

In deze variant zien wij geen perspectief in pogingen om te komen tot meer zakelijke verhuringen en uitbreiden van de horeca door openstellen van het terras zowel overdag als ’s avonds en door ook te programmeren in de buitenruimte met muziekoptredens. Ook in de variant Gelijkblijvend subsidieniveau moet het depotvraagstuk worden opgelost. Passend bij deze variant kan de depotvoorziening voor het grootste deel inpandig worden gerealiseerd in het huidige auditorium/museumzaal in plaats van door nieuwbouw in

december ’20

41

Boekelermeer. Uiteraard wordt dan een grote multi-inzetbare zaal blijvend opgeofferd, wat de hele uitstraling en dynamiek van het museum zeer beperkt. Specifieke aanbevelingen Op basis van onze analyses passen bij deze variant de volgende specifieke adviezen, aanvullend op onze adviezen die losstaan van de variantenkeuze. Wij adviseren Kranenburgh om de volgende versoberingen in de exploitatie uit te voeren die het kostenniveau verlagen met € 360.000,-: • Een reorganisatie waarbij een groot deel van de professionele kernorganisatie wordt opgeheven. Voor zover er nog professionals in dienst zijn, zijn die belast met het collectiebeheer en het management van de exploitatie, inclusief de coördinatie van vrijwilligers. • Een versobering van het tentoonstellingsprogramma, waarbij in plaats van grootschalige en spraakmakende wisseltentoonstellingen de nadruk komt te liggen op vaste en semipermanente presentaties. Wij adviseren de gemeente om de depotproblematiek van Kranenburgh zo snel mogelijk op te lossen, maar wel op een wijze die aanmerkelijk minder kosten met zich meebrengt dat de oplossingen die we hebben geadviseerd in beide andere toekomstvarianten: • Het pand Berkenlaan 2 geschikt maken als depot voor de erfgoedcollectie (geschatte investering: € 100.000,-).

• De depotvoorziening voor de kunstcollectie inpandig realiseren in het huidige auditorium/museumzaal (geschatte investering: € 100.000,-). Financiële randvoorwaarden Dit betekent voor de gemeente dat zij kan volstaan met het structureel maken van het subsidieniveau 2020 van € 520.000,-. Het betekent voor de gemeente wel binnen enkele jaren een investeringsuitgave voor de depotvoorziening van € 200.000,-. Hier staat tegenover dat Kranenburgh door de fusie met Stichting Beeldende Kunst Bergen (S.B.K.) in staat moet worden geacht een eenmalig bedrag van € 96.000,- zelf in te brengen. Ook leidt de vergaande versobering van de exploitatie tot een verlaging van de omzet, van op termijn € 360.000,- en daarmee een lagere behoefte aan eigen vermogen (van € 54.000,-). Op termijn kan Kranenburgh daarom dit bedrag € 54.000,- eenmalig laten vrijvallen en daarmee bijvoorbeeld bijdragen aan de gemeentelijke investeringsuitgave. Kansen Deze variant biedt de volgende kans: • Deze variant is voor de gemeente in financiële zin verreweg de voordeligste.

december ’20

42

Bedreigingen Deze variant gaat gepaard met de volgende bedreigingen: • De maatschappelijke waarde die Kranenburgh tot nu toe biedt gaat voor een groot deel verloren. • Wij verwachten dat deze variant noodzakelijkerwijs leidt tot meer achterstalligheid in het onderhoud van de collectie en het ontstaan van achterstallig huurdersonderhoud in Hoflaan 26. • Deze variant leidt tot een onzekere toekomst voor Kranenburgh en mogelijk – of zelfs waarschijnlijk – een instabiel exploitatiemodel. De kans is groot dat de versoberingsmaatregelen die bij deze variant nodig zijn leiden tot een vicieuze cirkel: versobering leidt tot minder bezoekers, minder bezoekers leiden niet alleen tot minder entree-opbrengsten maar ook tot minder overige eigen inkomsten die ook weer kunnen leiden tot een nieuwe noodzaak tot snijden in kosten, et cetera. Het ontstaan van (meer) achterstalligheid in collectie en pand Hoflaan 26 versterken dit proces. Tot slot Op basis van onze algemene aanbevelingen in paragraaf 5.1 en de drie mogelijke toekomstvarianten zoals geschetst in de paragrafen 5.2, 5.3 en 5.4, kan de gemeente Bergen in overleg met Museum Kranenburgh keuzes maken voor de toekomst van het museum.

Deze keuzes en de analyses waarop onze aanbevelingen zijn gebaseerd staan echter geheel los van de corona-perikelen die natuurlijk ook hun invloed hebben op de continuïteit van het museum en zeker ook veel aandacht vragen van het museum en de gemeente. Evenmin is uit te sluiten dat de pandemie ook structurele gevolgen heeft voor de toekomst van musea in het algemeen en Kranenburgh in het bijzonder. Niettemin zijn wij van mening dat het waardevol is geweest om analyses over de pre-coronavraagstukken niet te vermengen met vragen over de mogelijke reacties op de coronavraagstukken.

december ’20

43

Colofon

Agnes Vugts Adviseur en mede-eigenaar van RaadSaam Erfgoedprojecten agnes@raadsaam-erfgoedprojecten.nl 06 42 128 906

Michelle van der Sluis Adviseur en mede-eigenaar van RaadSaam Erfgoedprojecten michelle@raadsaam-erfgoedprojecten.nl 06 23 589 465

Marco van Vulpen Partner Cultuur & Erfgoed marco.van.vulpen@bmc.nl 06 46 435 830

Toine van Helden Cultuur & Erfgoed, Financiën & Bedrijfsvoering toine.van.helden@bmc.nl 06 55 374 064

december ’20

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4480/documents/31098