bij 2021-03-18 Deelrapport 1-6 exploitatie_.pdf
Tekst van het document
Gemiddelde van de 7 musea
Publiek (Kranenburgh inclusief kunstuitleen) Educatie
34,2 % 11,2 %
27,4 % 6,3 %
Collectie (Kranenburgh exclusief curator en facilitair management) Wetenschap Bedrijfsvoering
5,9 %
17,3 %
0,0 % 28,2 %
1,1 % 41,8 %
Commerciële activiteiten
20,6 %
6,1 %
Totaal
100 %
100 %
Vrijwilligers, stageairs en overige onbetaalde krachten Publiek
47, 1 %
47,9 %
Educatie
14,7 %
26,6 %
Collectie
11,8 %
13,8 %
Wetenschap
0,0 %
0,0 %
Bedrijfsvoering
14,7 %
10,3 %
Commerciële activiteiten
11,8 %
1,4 %
Totaal
100 %
100 %
Personeel op loonlijst + freelancers
RaadSaam Erfgoedprojecten BMC Cultuur & Erfgoed
29
Kosten Kranenburgh voor Stichting Beeldende Kunst Bergen (S.B.K.) en KunstenaarsCentrumBergen (KCB) ● Stichting Beeldende Kunst Bergen (S.B.K.) en KunstenaarsCentrumBergen (KCB) maken gebruik van het museum (S.B.K. de helft van de winkel en KCB de 1e etage villa) en de organisatie (beide: facilitair, communicatie, verzekeringen, etc.). ● Aan S.B.K. worden jaarlijks vaste bijdragen in rekening gebracht voor huisvesting, communicatie en vast personeel van samen € 59.000. ● Daarnaast wordt aan S.B.K. jaarlijks de helft van de kosten van inhuur van personeel in rekening gebracht (2019: € 7.500 en 2020: € 5.000). De kosten die Kranenburgh in rekening brengt voor het verzorgen van de administratie, jaarrekening en kwartaalrapportage bedragen € 5.000 per jaar en maken vanaf 2019 onderdeel uit de kosten van inhuur van personeel (daarvoor ging het om uitbesteding, met ongeveer hetzelfde bedrag). ● Voor het gebruik door KCB worden de vaste kosten van Kranenburgh geschat op circa € 4.000 per jaar en 150 uren voor de organisatie tegen een prijs van €40,- per uur, samen € 10.000. Deze kosten worden niet in rekening gebracht bij KCB. Netto-kosten Kranenburgh voor Het Sterkenhuis ● De verantwoording van de exploitatie en de balans van Het Sterkenhuis is een integraal onderdeel van de verantwoording van Kranenburgh. Kranenburgh kent voor Het Sterkenhuis ook geen afzonderlijke administratie.
Wel is sprake van duidelijk gescheiden stromen van entreegelden, zijn er schenkingen en donaties die specifiek zijn verstrekt voor Het Sterkenhuis en houdt Kranenburgh op hoofdlijnen bij hoe de verschillende soorten baten en lasten kunnen worden toegerekend aan Het Sterkenhuis. ● Voor 2019 levert dit het volgende gecomprimeerde staatje op (lasten exclusief depot): Het Sterkenhuis Baten 2019 Lasten 2019 Saldo 2019 Baten uit entreegelden, educatie, winkel en € 8.251 donaties/schenkingen Personele lasten €2.723 Materiële lasten voor collectiebeheer, € 13.857 tentoonstellingen, activiteiten, winkel en publiciteit Kantooractiviteiten € 6.746 Totaal € 8.251 € 23.326 € 15.075 tekort
RaadSaam Erfgoedprojecten BMC Cultuur & Erfgoed
30
7. Invloed Coronacrisis op begroting 2020 Zoals bekend heeft de coronacrisis een enorme impact op de baten van musea, in de vorm van inkomsten uit in elk geval entreegelden, horeca, winkel en zaalverhuur. Sluiting en vervolgens gedeeltelijke opening heeft een grote invloed op het aantal bezoeken in 2020 en naar verwachting niet alleen in 2020, maar langer. Wie weet hoe lang het duurt voordat het bezoekaantal weer op het oude niveau komt? En wat gaat er nog komen aan eventueel hernieuwde lockdown? Wie het weet mag het zeggen. Kranenburgh heeft voor 2020 een begroting gemaakt die is geactualiseerd naar aanleiding van de coronacrisis. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het exploitatiesaldo van € 14.000 positief tot € 265.000 negatief. Voor deze actualisatie heeft het museum onder meer de volgende aannames gekozen: ● Het museum blijft na de sluiting in maart 2020 gesloten tot medio juni 2020. ● Het bezoekaantal en de overige inkomsten (entree, winkel, horeca) herstellen in de maanden juni t/m december gedeeltelijk tot 50% van de raming uit de oorspronkelijke begroting. ● De kosten voor tentoonstellingen, collectiebeheer en educatie veranderen niet. Stichting Kranenburgh tracht de geplande tentoonstelling "Roaring Twenties" met circa één à twee maanden op te schuiven, waardoor een deel van de kosten aan 2021 kan worden toegerekend.
● De kosten voor educatie veranderen evenmin, aangezien de verwachting is dat het volledige programma voor Cultuurcoaches kan worden uitgevoerd in de tweede helft van 2020. ● Op basis van de verwachte omzetdaling wordt de compensatie NOW (Noodfonds overbrugging werkgelegenheid) berekend op 49% van de loonkosten (januari 2020) voor maximaal 3 maanden. ● In juni 2020 is extra inzet nodig van medewerkers om de opening van de tentoonstellingen voor te bereiden. In verband hiermee nemen medewerkers geen vakantie op gedurende de periode dat het museum is gesloten vanwege de coronalockdown. ● In de maanden juni t/m augustus 2020 is sprake van extra inzet van betaalde oproepkrachten, omdat de inzet van vrijwilligers na de heropening pas weer geleidelijk op gang komt vanaf augustus 2020. ● De horeca doet tijdens de sluiting geen beroep op inhuur van personeel. ● De schoonmaak is tijdens de sluiting beperkt. Extra schoonmaak is nodig voor de opening van de tentoonstellingen. ● Een tegemoetkoming van € 4.000 wordt ontvangen uit de regeling TOGS (Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren). ● De huurkosten voor museum en depots veranderen niet. ● Er is sprake van extra kosten voor promotie opdat bezoekers weer naar het museum komen. Voor het jaar 2021 geeft Kranenburgh het volgende aan: ● Voor 2021 is verwachting dat aantal bezoekers beperkt zal blijven tot 40.000 op jaarbasis.
● Een deel van de vakantiedagen 2020 wordt pas opgenomen in 2021. RaadSaam Erfgoedprojecten BMC Cultuur & Erfgoed
31
8. Bevindingen vermogen Wij onderscheiden onze bevindingen over het vermogen naar bevindingen over: ● Financiële buffers ● Schuld ● Coronacrisis Bevindingen over de financiële buffers ● De positieve exploitatiesaldi worden gebruikt om het geheel van eigen vermogen en voorzieningen te kunnen vergroten. Daarmee worden buffers (eigen vermogen) gebouwd voor toekomstige tegenvallers die leiden tot negatieve exploitatiesaldi en reservoirs (voorzieningen) om te kunnen voldoen aan waarschijnlijke of vaststaande toekomstige verplichtingen waarvan per balansdatum niet bekend wat de omvang is of wanneer de verplichtingen ontstaan. 2 ● Kranenburgh onderscheidt de volgende buffers/reserves met bijbehorende doelen: Soort Doel Kranenburgh Weerstandsvermogen Algemene buffer Streven is een hoogte van 15% van de omzet (in 2019 € 1.687.177), afgerond € 253.000 Reserve Activa doelstelling Kunnen verrichten van uitgaven volgens het investeringsplan t/m 2023 Streven is een reserve van € 85.000 (excl. nieuw depot) Opbouwfonds tentoonstellingen Voorbereiden en bekostigen van tentoonstellingen Fondsen t.b.v. educatief atelier
Realisatie educatief atelier (artist-in-residence) Betreft gelden van particuliere fondsen, geworven in 2015 voor dit doel
Voorziening Onderhoud collectie
Bekostigen restauratie collectiestukken Eerste raming kosten (2017) van restauratie betreft € 50.000 ● In onze ogen is er veel voor te zeggen om het geheel van deze buffers/ reserves te beoordelen als een enkele buffer die kan worden gebruikt om in afzonderlijke jaren extra uitgaven te kunnen doen indien gezond cultureel-ondernemerschap daarom vraagt of om onvoorziene negatieve exploitatieresultaten te kunnen opvangen. 3 Uitzondering hierop vormen naar onze mening de Fondsen ten behoeve van het atelier. Het gaat hierbij immers om gelden die derden hebben verstrekt met een specifiek doel. We spreken dan per einde 2019 over een beschikbaar bedrag van € 258.613, ofwel 15,3% van de omzet (het totaal aan baten 2019).4
2
Formeel worden dotaties aan de voorziening Onderhoud collectie niet gedaan uit het exploitatiesaldo en worden ze verantwoord als last. In formele (jaarverslag-technische) zin gaat bij de toevoeging aan de voorziening Onderhoud collectie om een verplichte last voor noodzakelijk geacht onderhoud aan de collectie (eigen collectie en bruiklenen) en bij de voorziening zelf om vreemd vermogen. Wij tellen deze voorziening toch als eigen vermogen omdat er geen sprake is van een uitgewerkt meerjarig collectie-onderhoudsplan als basis voor harde afspraken tussen de collectie-eigenaren en het museum. In geval van nood kunnen deze middelen daarom zonder hercontractering worden ingezet voor urgente uitgaven. 4 De omzet in een bepaald jaar bestaat uit de som van alle baten (inclusief subsidies) en is gelijk aan de som van alle lasten. Exclusief voorziening Onderhoud collectie gaat het eind 2019 om € 212.530. Dat is 12,6% van de omzet over 2019. 3
RaadSaam Erfgoedprojecten BMC Cultuur & Erfgoed
32
● In de museale sector wordt 15% van de omzet gezien als een minimum voor een buffer die vrij inzetbaar is. Daarbij past overigens wat ons betreft de kanttekening dat een buffer van 15% van de omzet weliswaar armslag geeft voor het opvangen van ‘normale’ tegenvallers en ook enige ruimte voor ondernemen en innoveren, maar dat dit onverlet laat dat de subsidiegever de enige is die een vangnet kan bieden voor eventuele zware tegenvallers (waaronder de effecten van de coronacrisis) en eventuele aanleidingen voor een rigoureuze aanpassing van het verdienmodel. ● Grotere externe fondsen zoals de BankGiroLoterij stellen als voorwaarde voor het verlenen van bijdragen aan een museum dat sprake is van een gezonde bedrijfsvoering. In de praktijk betekent dit dat zij een positief eigen vermogen als voorwaarde stellen. Bevindingen over de schuld ● De schuld bestaat uit een lening die de gemeente in het voorjaar van 2013 aan Kranenburgh heeft verstrekt, voor de duur van 15 jaar. Deze is verstrekt voor de financiering van de inrichting en inventaris van Hoflaan 26. De condities van deze lening houden in dat de lening de eerste 5 jaar aflossingsvrij is en dat daarna aflossing plaatsvindt in 120 maandelijkse termijnen; de rentevoet bedraagt 3%. ● Kranenburgh is gesprekken met de gemeente begonnen over kwijtschelding van de schuld.
Het museum heeft nadat de eerste 5 jaar zijn verstreken in het voorjaar van 2018, vooruitlopend op nadere afspraken met de gemeente, ervoor gekozen om de aflossing en ook de rente niet meer af te dragen (afgezien van eerste termijn rente in 2018 die per ongeluk is betaald). ● De aflossing 2018 betreft niet het hele jaar, en gaat over de periode vanaf ergens in april 2018 en bedraagt € 21.000. De aflossing 2019 en volgende jaren bedraagt € 35.000. De niet afgedragen aflossing en rente verantwoordt Kranenburgh in zijn jaarrekening op de balans onder de post Crediteuren (eind 2019: € 67.010). ● Zoals is vermeld onder Exploitatie, Bevindingen over huisvesting en facilitaire zaken Hoflaan 26 heeft Kranenburgh door de afschrijvingen op de investeringsuitgaven voor inrichting en inventaris (bijna) voldoende geld om de lening volgens het afgesproken tempo af te kunnen lossen. Maar dan ontstaat wel de noodzaak om bij toekomstige herinvesteringen die nodig zullen zijn om de inrichting en inventaris op het oorspronkelijke kwaliteitsniveau te brengen wederom het geld dat daarvoor is benodigd te lenen.
● Indien de gemeente in 2013 de investeringsuitgave geheel voor eigen rekening zou hebben genomen, dan zou Kranenburgh hiervoor geen schuld hoeven te zijn aangegaan, geen afschrijvingen hebben hoeven te bekostigen uit de jaarlijkse exploitatie, maar idealiter wel een bestemmingsreserve (of voorziening) hebben gevormd ten laste van het exploitatieresultaat ● Bij kwijtschelding van rente en aflossing per april 2018 ontstaat een vergelijkbare positie voor Kranenburgh, met dien verstande dat de spaarpot dan de (geringe) rentebedragen over de eerste 5 jaar mist.
RaadSaam Erfgoedprojecten BMC Cultuur & Erfgoed
33
Bevindingen over de coronacrisis ● De coronacrisis laat duidelijk zien dat een eigen vermogen van 15% van de omzet een buffer kan vormen voor het opvangen van tegenvallers en voor het bieden van enige armslag voor cultureel en zakelijk ondernemen, maar niet voor het opvangen van catastrofes en voor grote wijzigingen in het verdienmodel. ● Voor de laatstgenoemde omstandigheden zal Kranenburgh als gemeentelijk museum en bij wijze van ultimum remedium - na zich te hebben ingespannen om andere mogelijkheden maximaal te benutten - moeten terugvallen op gemeentelijke hulp.
RaadSaam Erfgoedprojecten BMC Cultuur & Erfgoed
34