CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 2021-02-18 BP Kamperkade 1 Natuurtoets.pdf

Commissie Bestemmingsplannen 18 februari 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 5.: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Kamperkade 1 Schoorl13.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Kamperkade 1

G&G-rapport 2019-27

Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Natuurtoets Kamperkade 1 Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

R. de Beer

2019

Opdrachtgever Provincie Noord-Holland

G&G-rapport 2019-27

Versie Concept Eindrapport

Datum 20 augustus 2019

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Natuurtoets Kamperkade 1

3

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding 1.1

Aanleiding en doel ................................................................................................... 4

1.2

Het plangebied......................................................................................................... 5

1.3

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

Methode 2.1

3

4

7

Habitattoets ............................................................................................................. 7

Projectbeschrijving

8

3.1.1 Beschrijving aanwezige biotopen .............................................................................. 8

3.2

4

Werkzaamheden en plansituatie........................................................................... 10

Habitattoets

12

4.1

Het Natura 2000-gebied ........................................................................................ 12

4.2

Effecten van het project ........................................................................................ 15

4.3

Gevoeligheid van de relevante soorten ................................................................ 18 4.3.1 Algemeen................................................................................................................. 18

4.4

Voortoets ............................................................................................................... 19 4.4.1 Significantie ............................................................................................................. 19 4.4.2 Effectbeoordeling .................................................................................................... 20 4.4.3 Conclusie Effectbeoordeling.................................................................................... 25

5

Samenvatting van de conclusies 5.1

26

Habitattoets ........................................................................................................... 26

6

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

27

7

Bijlagen

29

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

4

1

Inleiding 1.1

Aanleiding en doel De Provincie Noord-Holland bereidt de herbestemming en verkoop voor van een perceel aan de Kamperkade 1 in Schoorl. De locatie is gelegen in de gemeente Bergen, Provincie Noord-Holland. Het plangebied ligt naast Natura 2000-gebied Abtskolk en De Putten en in de buurt van Natura 2000-gebied Noordzee kustzone, Zwanenwater & Pettemerduinen en de Schoorlse Duinen. Provincie Noord-Holland heeft aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot opdracht gegeven om de nieuwe bestemming te toetsen aan de natuurwetgeving. Er wordt in het bijzonder gevraagd om een toetsing naar gevolgen voor het omliggende Natura 2000-gebied door de inrichting die mogelijk wordt gemaakt in het nieuwe bestemmingsplan. Er is eerder op het terrein reeds een gedeeltelijk ecologisch onderzoek verricht naar soortenbescherming (GROOT, 2019). Hierbij is ook een Voortoets op het gebied van gebiedsbescherming uitgevoerd.

Ligging van het plangebied Kamperkade 1 (rood omrand) en de nabijgelegen Natura 2000-gebieden Abtskolk & De Putten, Zwanenwater & Pettemerduinen, Noordzeekustzone en Schoorlse Duinen (alle met geel aangegeven).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

1.2

5

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het perceel is kadastraal bekend onder nummer Schoorl A 1558. In de kaart is tevens aangegeven hoe de locatie is gelegen ten opzichte van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In Figuur 2 is de precieze omgrenzing van het plangebied aangegeven en wordt de positie van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied Abtskolk en de Putten duidelijk gemaakt. Te zien is dat het bebouwde gedeelte van het perceel niet begrensd is als Natura 2000-gebied (ze zijn ‘geëxclaveerd’) maar de ‘zachte delen’ hier wel onder vallen.

Plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Abtskolk en de Putten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

6

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt aangegeven hoe de toetsing is uitgevoerd. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van het project dat getoetst moet worden. De habitattoets staat beschreven in hoofdstuk 4. Eerst wordt in §4.1 het Natura 2000-gebied beschreven en de daarin beschermde natuurwaarden. Hier wordt tevens het bekende of verwachte vóórkomen van deze waarden nabij of in het plangebied besproken. In §4.2 wordt aangegeven welke storende effecten zouden kunnen optreden bij het uitvoeren van het project, waarna in de volgende paragrafen de gevoeligheid van de relevante natuurwaarden voor de storende factoren wordt onderzocht en in een Voortoets de effecten van het project op de relevante natuurwaarden worden beoordeeld. Tenslotte worden in hoofdstuk 5 en 6 de conclusies op een rij gezet en wordt een literatuurlijst gepresenteerd. In de bijlages worden invoerwaardes en berekeningen t.b.v stikstofemissie gepresenteerd en wordt de huidige natuurwetgeving toegelicht.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

2

7

Methode 2.1

Habitattoets Alhoewel in de wet het begrip ‘habitattoets’ niet voorkomt, wordt dit begrip in de praktijk veel gebruikt. De habitattoets dient om vast te stellen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een nieuwe menselijke activiteit in en rondom een Natura 2000-gebied kan worden toegelaten. Meer concreet heeft de habitattoets de volgende twee oogmerken: ♣ Aannemelijk maken dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Het begrip ‘natuurlijke kenmerken’ moet worden gerelateerd aan de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied: ze hebben te maken met de ecologische functies. ♣ Aannemelijk maken dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten, niet optreedt. De toetsing is uitgevoerd aan de hand van beschikbare literatuur, meest afkomstig van het ministerie van EZ. De informatie uit de gebiedendatabase werd aangevuld met informatie uit het beheerplan dat leidend is bij het behalen van de gestelde instandhoudingsdoelstellingen. Tevens werd tijdens het veldbezoek aan het plangebied op 22 juli 2019 beoordeeld welke vegetaties aanwezig zijn in het plangebied, wat de kwaliteit hiervan is en zijn luchtfoto’s en recente foto’s van het plangebied bestudeerd, zie verder hoofdstuk 4.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

8

3

Projectbeschrijving In onderstaande paragrafen wordt een overzicht gegeven van de situatie die getoetst moet worden.

3.1.1

Beschrijving aanwezige biotopen In het planperceel heeft een totale grootte van 10.766 m². Het betreft een voormalige manege waarvan de bijgebouwen reeds zijn gesloopt i.v.m. een asbestsanereing. In het uiterste zuiden/westen is een vierkanten monumentale stolpboerderij aanwezig die is opgebouwd met bakstenen en een hoog gepunt dak met dakpannen. Het omliggende perceel bestaat voornamelijk uit verhardingen op de plekken van het vroegere erf waar allerlei opstallen hebben gestaan t.b.v. de voormalige manege. Het betreft betonnen delen, klinkers, stelconplaten en asfaltbedekking. In de noodoosthoek is een grote zandige vlakte aanwezig op de positie van de voormalige uitrenbak. Hier groeien droogteminnende pionierplanten en ruigteplanten zoals diverse meldes, Akkerdistel en Fioringras. Tussen de verhardingen groeien grassen, kruiden en ruigteplanten zoals Fioringras, Kruipende boterbloem, Zilverschoon, Akkerdistel en Akkermelkdistel. De vegetaties zijn zouttolerant of zelfs plaatselijk zoutminnend, hetgeen tot uiting komt in het voorkomen van vegetaties met Zilte rus. Aan de uiterste oostrand van het perceel is een aarden wal aanwezig met zeer veel Akkerdistel en met andere ruigte – en bermsoorten als Gewone berenklauw, Ridderzuring en Wilde pastinaak.

Verhardingen op een groot deel van het planperceel.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

9

Voormalige uitrenbak met pionierplanten.

Zilte vegetatie met Zilte rus.

Aarden wal met pastinaak en Akkerdistel.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

10

3.2

Werkzaamheden en plansituatie De plannen betreffen het wijzigen van de bestemming van het perceel. Momenteel heeft het gehele perceel nog de bestemming ‘Recreatie’ omdat het een voormalige manege betreft. Binnen de plannen wordt 2.500 m² bestemd als ‘Wonen’, het restant van het perceel krijgt de bestemming ‘Natuur’. Binnen de bestemming Natuur zijn geen bouwmogelijkheden. Binnen de bestemming Wonen wordt het bouwvlak beperkt tot de bestaande monumentale stolp. De maximale goot- en bouwhoogte van de stolpwoning bedraagt conform het huidige bestemmingsplan 3m respectievelijk 10m. Buiten het bouwvlak zijn aan-, uit- en bijgebouwen mogelijk met een maximaal gezamenlijk oppervlak van 75 m². Voor wat betreft de precieze plaatsing en omvang van het bouwvlak zal een wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen maar het ligt geheel in het uit het Natura 2000-gebied geëxclaveerde deel van het planperceel (zie Figuur 2). Er wordt voor de woonbestemming een begrenzing van 50 x 50 meter aangehouden. Omdat niet precies duidelijk is waar bebouwing wordt gesitueerd wordt in de wijzigingsbevoegdheid opgenomen dat het College van B&W toe kan staan de bestemmingsgrenzen te wijzigen waarbij de breedte van bestemming (in het verlengde van de Kamperkade) niet meer mag bedragen dan 50 meter en niet minder dan 30 meter. Dit laatste om te voorkomen dat een ruimtelijk ongewenste situatie zou kunnen ontstaan.

Voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is een besluit van het College van B&W nodig. Het is noodzakelijk deze toets uit te voeren omdat ruimtelijke plannen geen ruimte mogen bieden aan activiteiten waarvan op voorhand duidelijk is dat deze (significant) negatieve effecten kunnen hebben op relevante wetgeving (Wnb)waardoor de nodige vergunningen niet verkregen kunnen worden. Bij een plan met een hoger abstractieniveau, zoals het voorliggende bestemmingsplan, heeft zo’n toetsing een lager detailniveau dan bij een concreet project waarbij meestal gedetailleerde informatie omtrent uitvoering nodig is. Deze toets heeft dientengevolge meer het karakter van een ‘risico-inventarisatie’ voor latere invulling van plannen of besluiten en probeert aan te geven of aan de eerder genoemde planologische uitvoerbaarheidseis kan worden voldaan. Omdat het een risico-analyse betreft wordt ‘worst-case’ uitgegaan van sloop van de huidige stolp en volledige bebouwing van het bouwvlak. De huidige verhardingen worden alle verwijderd en het natuurdeel van het perceel wordt geheel vergraven en afgegraven om juiste voorwaarden te scheppen voor ideale (zilte?) natuurontwikkeling.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

11

Er wordt uitgegaan van uitvoering van het werk buiten het broedseizoen en in de gevoelige tijd voor de aangewezen waarden van het Natura 2000-gebied (september-april).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

12

4

Habitattoets Bij dit project wordt een habitattoets uitgevoerd voor Natura2000 gebied Abtskolk & De Putten omdat dit gebied grenst aan het plangebied en er mogelijk sprake zou kunnen zijn van een negatief effect van dit project. Vanwege de afscherming van de Noordzeekustzone van het plangebied door de Hondsbossche zeewering en een recent aangelegd duinlichaam tussen het plangebied en de Noordzeekustzone, de aard van de beschermde de waarden en de aard van het project kan geen sprake zijn van negatieve effecten op de Noordzeekustzone. Vanwege de afstand tot de Schoorlse Duinen (1,7 kilometer) en de Pettemerduinen (3,4 kilometer), de tussenliggende bebouwing en de aard van het project, kan geen sprake zijn van directe negatieve effecten op de Schoorlse Duinen en Pettemerduinen zoals licht, geluid en trilling. Vanwege het niet kunnen optreden van deze negatieve effecten wordt voor de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone, Zwanenwater & Pettemerduinen en Schoorlse Duinen geen verdere toetsing van dergelijke directe effecten uitgevoerd. Er zal in de toetsing wel gekeken worden naar toegenomen stikstofuitstoot en depositie door de plannen. Hierbij wordt gekeken naar rekenpunten gelegen in de Schoorlse Duinen.

4.1

Het Natura 2000-gebied Hieronder worden eerst de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Abtskolk & De Putten beschreven (informatie van Ministerie van EZ, gebiedendocument en het beheerplan) en wordt een overzicht gegeven van de doelen die gesteld zijn voor dit gebied t.a.v. beschermde waarden waarvoor het is aangemeld. Vervolgens wordt aangeven waar deze onder de Wnb beschermde waarden te verwachten zijn.

4.1.1

Natura 2000-gebied Abtspolder & De Putten Het aangewezen gebied maakt deel uit van de Zijpe-en Hazepolder en de Verenigde Harger- en Pettemerpolder. Het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied, er zijn dus geen beschermde habitattypen of habitatsoorten betrokken bij de instandhoudingsdoelen. De Zijpe-en Hazepolder is een droogmakerij die is drooggelegd aan het eind van de 16e eeuw. De polder is in afdelingen verdeeld vanwege hoogteverschillen tussen de delen van het drooggevallen land. Elke afdeling werd met een letter van het alfabet aangeduid en had voor bemaling zijn eigen windmolen. De Verenigde Harger- en Pettemerpolder is enkele tientallen jaren later

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

13

drooggelegd. De opening in de duinenrij tussen Petten en Camperduin is eind 16e eeuw definitief gedicht maar de Hondsbossche Zeewering is in zijn huidige vorm in 1870 gereed gekomen. Tengevolge van kleiwinning in de jaren vijftig en zeventig van de vorige eeuw zijn respectievelijk de plassen van De Putten en de Abtskolk ontstaan. Het gebied bestaat verder overwegend uit grasland. De Zijpe-en Hazepolder heeft een rechtlijnige verkaveling terwijl het slotenpatroon in de Verenigde Harger- en Pettemerpolder een minder regelmatig karakter heeft. Het Natura2000 gebied is 500 ha groot. Dit gebied is op 17 februari 2010 door de minister van LNV (nu EZ) definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. De beroepstermijn liep van 18 februari tot 1 april 2010. Inmiddels is het Ontwerp Natura 2000 beheerplan Kennemerland-Zuid 2015-2021 verschenen (PROVINCIE NOORD-HOLLAND, 2015). In Tabel 1 staan de soorten uit de Natura 2000-database. Er zijn geen relevante habitattypen opgenomen in de instandhoudingsdoelen van het gebied. Dwerggans is opgenomen in Bijlage I van de Vogelrichtlijn. Smient, Kolgans en Grauwe gans zijn andere geregeld voorkomende trekvogels waarvoor het gebied van betekenis is als broed-, rui- en/of overwinteringsgebied.

Relevante soorten in (gebied Abtskolk & De Putten, 500 ha) met van de vogels de status (b = broedvogel, n = nietbroedvogel).

Vogelrichtlijnsoortcode A042 A041 A043 A050

Soortnaam Dwerggans (Anser erythropus) - n Kolgans (Anser albifrons) – n Grauwe gans (Anser anser) – n Smient (Anas Penelope) – n

Instandhoudingsdoelen De instandhoudingsdoelen betreffen voor de soorten tenminste behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 20 vogels (Dwerggans), 1000 vogels (Kolgans), 600 vogels (Grauwe gans) en 1600 vogels (Smient). De hierboven genoemde aantallen betreffen een gemiddeld seizoenmaximum. Het gebied fungeert voor deze soorten als voedselgebied en rustgebied. De instandhoudingsdoelen moeten richting geven aan het uit te voeren natuurbeheer- en beleid. De situatie ten tijde van het publiceren van het aanwijzingsbesluit is bepalend voor wat onder 'behoud' moet worden verstaan en vanaf welk niveau 'uitbreiding' en 'verbetering' nagestreefd moet worden. Het belangrijkste deel van dit beheerplan beschrijft hoe de geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen (zie hierboven) kunnen (moeten) worden gerealiseerd. Het plan betreft de eerste beheerplanperiode. Het geeft een uitgebreid overzicht van de staat

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

14

Globale omgrenzing van het gebied met de meeste waarnemingen van de Dwerggans in de Harger en Pettemerpolder. bron:NDFF.

van de beschermde habitattypen en -soorten en hoe de doelen daaromtrent kunnen worden verwezenlijkt. Het zal in grote lijnen het beleid voor de komende jaren in het Natura 2000-gebied sturen.

4.1.2

Beschermde waarden in en bij het plangebied Informatie over de verspreiding en de aantallen van de soorten binnen het gebied komt uit het beheerplan, NDFF en het gebiedendocument. Recente gegevens over de aantallen vogels in zijn afkomstig van Sovon (zie Tabel 2). Het plangebied is daarnaast op 22 juli 2019 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende vegetaties/biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van relevante flora en fauna (voor zover waarneembaar). Vogels In de directe omgeving van het plangebied worden regelmatig Dwergganzen waargenomen. Het grootste aantal waarnemingen wordt gedaan op de weilanden die net ten oosten van ‘de Putten’ liggen. Hier zijn in de wintermaanden langere tijd groepen Dwergganzen aanwezig die vervolgens door veel mensen worden Relevante vogelsoorten in met instandhoudingsdoel en seizoensgemiddelde in de periode 2010 t/m 2016 (bron, SOVON). Soort Dwerggans Grauwe gans Kolgans Smient

Van der Goes en Groot

Doel 20 1000 600 1600

Seizoensgemiddelde 2010/2016 60 309 63 340

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

15

waargenomen en vanwege hun zeldzaamheid veel worden ingevoerd op relevante waarnemingensites en daarmee in de NDFF terecht komen. In Figuur 3 staat een globale omgrenzing van het gebied met de meeste waarnemingen van Dwerggans (NDFF2009-2019). In dit kaartje zijn waarnemingen direct op de wegen weggelaten omdat deze worden verondersteld afkomstig te zijn van waarnemers die de waarnemingen plotten op hun eigen positie. Kolgans, Grauwe gans en Smient worden met enige regelmaat in de directe omgeving van het plangebied aangetroffen. De verspreiding van deze ganzen is vergelijkbaar met die van de Dwerggans. De groepen ganzen met verschillende soorten trekken regelmatig samen met elkaar op. De in het gebied verblijvende ganzen, waaronder de Dwerggans, slapen op de grote meren in het Zwanenwater.

4.1.3

Aanwezige biotopen Tijdens het veldbezoek op 22 juli 2019 is een nauwkeurige beschrijving gemaakt van de aanwezige biotopen in het plangebied, zie hiervoor §3.1.1.

4.2

Effecten van het project Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden, ook in het aangrenzende Natura 2000-gebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van gebouwde objecten. Daarnaast zijn verstoringen mogelijk door bestaand gebruik.

4.2.1

Aanlegfase Oppervlakteverlies (Tijdelijk) oppervlakteverlies zou kunnen optreden wanneer bij de werkzaamheden delen van het plangebied vergraven zijn of benodigd materieel in het Natura 2000-gebied zou worden geplaatst. Verzilting Als gevolg van verzilting verandert de zoet-zout gradiënt en dit heeft gevolgen voor de grondwaterkwaliteit en dus de bodemvruchtbaarheid. Dit werkt weer door in randvoorwaarden voor aanwezige planten diersoorten en leidt uiteindelijk tot een verandering in de soortensamenstelling. Bij de ontwikkeling ‘natuur’ is het goed mogelijk dat ingezet gaat worden op een zilter milieu van het planperceel door afgraven van de grond en toelaten van zilt bodemwater uit de ondergrond. Dergelijke beheer ingrepen worden in de directe omgeving in de Harger- en Petemerpolder veel toegepast

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

16

Verdroging/Vernatting Vanwege afgraven van gronden of het opbrengen van zand t.b.v. bouwwerk kan plaatselijk van vernatting of verdroging sprake zijn. Mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. De oorzaken en gevolgen zijn bij deze storende factor zeer divers. Bij de uitvoer van werkzaamheden zijn allerhande mechanische effecten mogelijk door betreding, berijding en vergraving van terreindelen in en net naast het Natura 2000gebied. Hinder door geluid en trillingen Tijdens de aanlegfase kan bij sloop- en bouwwerkzaamheden (heien) alsmede bij het vergraven van het ‘natuurdeel’ hinderlijk geluid ontstaan. Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in de natuurlijke omgeving. Tijdens de werkzaamheden is in het gehele planperceel veelvuldig sprake van de aanwezigheid van mensen (arbeiders) in het Natura 2000-gebied en vlak daarnaast. Tevens zullen t.b.v. de bouw niet van nature thuishorende voorwerpen aanwezig zijn in en rond het Natura 2000-gebied (graafmachines, heistelling, mobiele kranen). Verzuring/vermesting Verzuring of vermesting van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx), ammoniak (NH3)).

Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. De belangrijkste bronnen van verzurende stoffen zijn de landbouw, het verkeer en de industrie. Tijdens de sloop en bouwwerkzaamheden en het vergraven van het terrein is allerhande materieel aanwezig met bijbehorende productie van stikstof. Het naastgelegen Natura 2000-gebied Abtskolk is hiervoor niet gevoelig maar in de Schoorlse Duinen liggen op ruime schaal stikstofgevoelige habitattypen. Door middel van een puntberekening moet duidelijk worden of bij de werkzaamheden sprake is van een substantiële projectbijdrage op vegetaties van de Schoorlse Duinen. Er wordt niet gerekend op vergelijkbare vegetaties in de Pettemerduinen omdat deze veel verder weg liggen.

4.2.2

Aanwezigheidsfase Oppervlakteverlies door de herbestemming/herinrichting verandert de indeling van het planperceel met daarbij optredende veranderingen van areaal.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

17

Hinder door geluid en trillingen Bewoners en huisdieren zorgen voor productie van geluid. Vanwege de beperkte reikwijdte en het samen optreden met aanwezigheid, wordt dit effect besproken bij ‘optische verstoring’. Licht Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Met name schemer- en nacht actieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. In de nieuwe inrichting van het woondeel is vanwege het ontwerp mogelijk een toename van (buiten) verlichting of vergrote ramen aan de orde waardoor toename van licht mogelijk is. Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in de natuurlijke omgeving. De nieuwe bewoners/gebruikers van de woonbestemming kunnen zorgen voor optische verstoring met daarbij samengaande productie van geluid. Bewuste verandering soortsamenstelling Er is sprake van bewust ingrijpen in de natuur door herintroductie van soorten, introductie van exoten, uitzetten van vis, inzaaien van genetisch gemodificeerde organismen etc.

In het geval van het beschreven project betreft het de nieuwe bewoning van het woondeel met mogelijke introductie van huisdieren (honden, katten) of het inzaaien van de tuin met gewassen die kunnen verspreiden in het omliggende gebied. Verzuring/vermesting Ook de gebruiksfase van de nieuwe woning kent stikstofemmissie in de vorm van (worst case) een gasaansluiting en verkeer aantrekkende werking. Wederom te berekenen op gevoelige habitattypen in de duinen.

4.2.3

Bestaand gebruik Het planperceel wordt momenteel extensief gebruikt/beheerd door een anti-kraakwacht. Voorafgaand daaraan hebben sloopwerkzaamheden van de bijgebouwen plaatsgevonden en daarvoor was het gehele terrein in gebruik als grote manege met uitrenbak.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

18

4.3

Gevoeligheid van de relevante soorten

4.3.1

Algemeen De gevoeligheid van een habitattype of vogelsoort voor een storende factor bepaalt of er negatieve gevolgen kunnen zijn voor dat type of die soort. In Tabel 3 is voor de aangewezen vogelsoorten de gevoeligheid aangegeven voor de storende factoren.

→http://www.synbiosys

.alterra.nl/natura2000/ effectenindicator.aspx

Hierbij is gebruik gemaakt van de ‘Effectenindicator’ van het ministerie van EZ←. In de tabel zijn de originele aanduidingen gezet, maar verderop in de voortoets wordt de eventuele beperkte werking van deze storende factoren besproken. Voor de soorten die gevoelig zijn voor een of meer factoren zouden er dus mogelijk negatieve gevolgen kunnen zijn van het project.

Gevoeligheid van de relevante soorten in dit deel van Natura 2000gebied Abtskolk & De Putten voor de verschillende storende factoren. Zie tekst. ng = niet gevoelig, G = gevoelig, ZG = zeer gevoelig, nvt = niet van toepassing.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

19

Verzuring en vermesting is uit de tabel weggelaten omdat de effecten op andere natuurwaarden en op een ander gebied ingrijpen, zie verder §4.4.2.1).

4.4

Voortoets Hieronder wordt een globale toets uitgevoerd en aldus nagegaan of een vergunning nodig is op grond van de Wnb. Dit gebeurt aan de hand van de hoofdvraag in Bijlage 4.7.2, of er een kans is op een significant verstorend effect. Gezien de grootte en ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden, de optredende storende factoren en de gevoeligheid van de soorten daarvoor (§4.3 en Tabel 3), is het in dit stadium al duidelijk dat het plan geen significante gevolgen kan hebben voor de natuurlijke kenmerken van het gebied, oftewel de instandhoudingsdoelen ervan. Er is dus zeker geen significant negatief effect. Hierboven wordt geconcludeerd dat er geen (significante) gevolgen zijn voor het Natura 2000-gebied Abtskolk & De Putten als gevolg van de aanleg en het gebruik van het project. In §4.4.2 e.v. zal met een gedetailleerde effectbeoordeling worden aangegeven wat de gevolgen van de nieuwe bestemming (kunnen) zijn.

4.4.1

Significantie In het kader van deze toetsing is uitgegaan van de door het Steunpunt Natura 2000 in mei 2010 gepubliceerde ‘Leidraad bepaling significantie’. Er is sprake van een significant effect als er als gevolg van het project effecten zijn waardoor de instandhoudingsdoelstellingen op de lange termijn niet gerealiseerd kunnen worden. Onder effecten worden verstaan verslechtering van habitats en kwaliteit leefgebied van soorten en verstoring van soorten. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort dan wel de kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, kan sprake zijn van significante gevolgen. Deze bepalingen kunnen anders liggen indien de afname minder dan de minimum-oppervlakte van het habitattype (1 are) is (er is dan per definitie geen sprake van een meetbare afname) of wanneer het effect opgevangen kan worden in de natuurlijke fluctuaties, door de veerkracht van het gebied. Verslechtering van habitattypen en het leefgebied van soorten treedt op wanneer in een bepaald gebied de door dit habitattype of leefgebied van soorten ingenomen oppervlak afneemt of wanneer de kwaliteit afneemt. Het gaat dan om de specifieke structuur, functies

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

20

en staat van instandhouding van typische soorten. Daarmee is nog niet gezegd dat elke verslechtering leidt tot een significant effect. Een significant effect op soorten kan optreden wanneer door het verstorend effect (of door het cumulatieve effect van dit en andere projecten) de instandhoudingsdoelstelling van een bepaalde populatie niet kan worden behaald. Van meetbare sterfte veroorzaakt door een project ten opzichte van natuurlijke sterfte is pas sprake indien de extra sterfte meer dan 1% van de natuurlijke jaarlijkse sterfte is. Strikt tijdelijke effecten zijn ook niet significant.

4.4.2

Effectbeoordeling Oppervlakteverlies Het perceel van ca. 10.000 m² kent nu een recreatieve bestemming met aanduiding ‘manege’. Binnen deze bestemming geldt een bouwvlak van ca. 5.300 m² dat volledig bebouwd mag worden (en in het verleden bebouwd was) ten behoeve van de manege. De bouwmogelijkheden nemen derhalve als gevolg van de bestemmingswijziging flink af (halveren) ten opzichte van de huidige bestemming. Als naar de huidige situatie ter plaatse wordt gekeken met alleen de stolp, zal de bebouwing toenemen, echter niet buiten het geëxclaveerd deel van het planperceel. Er zal dus geen permanent toegenomen ruimtebeslag zijn door nieuwe bebouwing op het areaal van het Natura 2000-gebied. Vanwege het verwijderen van verhardingen en ontwikkelen van het ‘natuurdeel’ zal tijdelijk, ook binnen begrenzing van het Natura 2000gebied, een bouwterrein ontstaan dat totaal niet geschikt is als leefgebied voor aangewezen vogelsoorten. Het huidige terrein met verhardingen, ruig grasland en zand is dat echter ook niet zodat geen negatief effect van tijdelijk areaalverlies aan de orde is. Verzilting Rond het planperceel is reeds op grote schaal sprake van verziltende beheersingrepen.

De beperkte verzilting door ontwikkeling van het natuurdeel zullen niet van invloed zijn op aantallen van de (voor verzilting gevoelige) Kolgans en Grauwe gans omdat het huidige terrein volstrekt ongeschikt is voor deze soorten en geen afname van leefgebied door verzilting mogelijk is. Verdroging /vernatting Het is mogelijk dat binnen het bouwvlak zand wordt opgebracht waardoor sprake is van zeer beperkte verdroging. dit effect is niet van invloed op de Dwerggans die gevoelig is voor deze storende factor omdat het bouwvlak, buiten Natura 2000-gebied, ook nu al volstrekt ongeschikt is voor de soort. De mogelijke vernatting van het

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

21

‘natuurdeel’ dor het afgraven is niet van belang omdat dit deel van het planperceel in de huidige situatie totaal ongeschikt is voor (voor vernatting gevoelige) Grauwe gans. Geluid en trilling Van de aangewezen vogelsoorten is alleen de Dwerggans gevoelig voor geluid en trillingen. Met name heiwerk en mogelijk het verwijderen en afvoeren van verhardingen kan tijdelijk zorgen voor geluid (en trillingen) waardoor Dwergganzen tijdelijk gedwongen zijn verder van het planperceel af te verblijven. Ter indicatie; als betonnen heipalen worden geslagen zal op ongeveer 100 meter afstand de geluidsbelasting onder de 75 dB (“hinderlijk”) dalen (zie bijvoorbeeld WWW.INFOMILL.NL). Er zal dus een tijdelijke verstoring zijn van 0,8 ha ofwel ongeveer 0,2 % van het totale Natura 2000-gebied. Een deel van dit ‘verstoorde gebied’ is door ‘optische verstoring van de Kamperkade reeds ongeschikt voor groepen ganzen en Smienten die vanwege optische verstoring altijd enige afstand houden van wegen zoals de Kamperkade (minimaal 50100 meter, zie Figuur 3). Het gebied is, zover nodig, groot genoeg om uit te wijken voor de vogels. De vogels zijn gewend verschillende delen van het gebied afwisselend te gebruiken. Door de tijdelijke verminderde graasdruk van ganzen kan de vegetatie herstellen.

Licht Bouwwerkzaamheden zullen tijdens reguliere werktijden worden uitgevoerd zonder gebruik van sterke bouwverlichting. In de gebruikfase is in de avonden mogelijk sprake van en kleine toename van licht door andere positie van ramen en (binnen)verlichting. Beperkte buitenverlichting is mogelijk maar een sterke lichtuitstraling van erfverlichting wordt vanwege het gebruik (wonen) niet verwacht. De betrokken ganzensoorten worden ’s avonds en ‘s nachts niet rond het planperceel verwacht omdat ze de nacht doorbrengen op gemeenschappelijke slaapplaatsen (in het Zwanenwater). De lichttoename is te gering om van belang te zijn voor Smient die wel in de nacht op grasland foerageert. Optische verstoring Geen van de aangewezen vogelsoorten is gevoelig voor optische verstoring. Een negatief effect als gevolg van optische verstoring is hierdoor uitgesloten. Optische verstoring naar het zuiden toe wordt daarnaast opgeheven door aanwezigheid van de Kamperkade waar vergelijkbare verstoring plaatsvindt. Naar het noorden toe zullen groepen vogels op sommige momenten (bijvoorbeeld ten tijde van werkzaamheden met graafmachines) verder weg voorkomen. De verstoring is vergelijkbaar met die van geluid (zie hierboven) en zal zelfs vaak tegelijkertijd optreden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

22

Optische verstoring in de gebruikfase van het ‘woondeel’ iets toenemen ten opzichte van de huidige situatie met de anti kraakwacht, maar zal minder zijn dan tijdens het voormalige gebruik als manege en ook verderaf gelegen zijn van de voor vogels geschikte gebieden. In de gebruikfase zal in het ‘natuurdeel’ optische verstoring niet meer aan de orde zijn. Dit deel van het planperceel ligt naar verwachting te dichtbij het ‘woondeel’ om gebruikt te gaan worden door ganzen en Smienten maar zal als buffer kunnen dienen waardoor ten noorden van het planperceel wel (iets) ruimere mogelijkheden voor deze vogels ontstaan. Mechanische effecten Tijdens de realisatiefase van het natuurdeel worden in het geheel geen van de betrokken vogels is het planperceel binnen het Natura 200-gebied verwacht. Gevolgen door mechanische effecten zijn niet mogelijk. Bewuste verandering samenstelling soorten Inrichting van de tuin zal naar verwachting geen invasieve plantensoorten of vijverplanten introduceren die in het zilte milieu en water van de omliggende polder voor plaagvorming kunnen zorgen. Bij de inrichting van het natuurdeel en het omliggende gebied rond het planperceel zullen eventuele honden uit het gebied geweerd moeten worden. Vanwege het agrarische gebruik (schapen) zal hier op worden toegezien.

Het natuurdeel is met adequate afrastering af te scheiden van het woondeel zodat negatieve gevolgen te voorkomen zijn. 4.4.2.1

Verzuring en vermesting Alle verbrandingsprocessen waarbij fossiele brandstoffen en hitte zijn betrokken, leveren door oxidatie van vrije stikstof uit de lucht de gebonden stikstofoxiden No2 of No3. Tevens komt soms ammoniak vrij. De gebonden stikstofmoleculen worden na verbranding luchtzijdig verspreid en slaan na verloop van tijd neer. De gebonden moleculen werken na het neerslaan vervolgens bodem verrijkend en soms verzurend. De vegetaties van de poldergebieden direct rond de kamperkade zijn niet gevoelig hiervoor maar verder weg gelegen duinen komen dergelijke stikstofgevoelige vegetaties wel voor. Om depositie van het project te berekenen wordt de rekentool ‘Aerius’ gebruikt met een aantal kanttekeningen. Vanwege een uitspraak van de RvS d.d. 23 mei 2019 kan niet meer gebruik gemaakt worden van de automatische vergunningverlening en berekende

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

23

drempelwaardes binnen deze tool. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000gebieden. In de berekening wordt de projectbijdrage op concrete rekenpunten exact berekend waarbij ook vegetaties of Natura 2000-gebieden op meer dan 3 km afstand betrokken worden. De depositie op de meest dichtbij zijnde posities van alle aangewezen stikstofgevoelige habitattypen in al de omliggende Natura 2000-gebieden wordt doorgerekend, om te onderzoeken of deze hoger is dan nul. Bij meerdere rekenpunten op ongeveer dezelfde afstand worden voor de zekerheid ook verder weg gelegen punten noordoostelijk doorgerekend i.v.m. heersende windrichting. De rekenpunten worden geprojecteerd nét voor de aanwezige habitattypen in de richting van het project en niet in het centrum van een door Aerius gebruikt hexagoon. Ook bij zeer nabij gelegen vegetaties is de rekentool niet bruikbaar. Habitattypen worden gezien de achtrgronddepositie van de Schoorlse Duinen (maximaal 1500 mol/ha/jaar, zie HTTP://GEODATA.RIVM.NL/GCN/) ‘stikstof gevoelig’ beschouwd met en KDW<2000 mol/ha jaar. KDW volgens VAN DOBBEN ET AL., 2012. Voor positie en berekende Habitattypen zie Bijlage 1. Als de projectbijdrage op een rekenpunt hoger is dan de berekende 0,00 mol/ha/jaar zijn mogelijk gevolgen te verwachten.

Bij de berekening van stikstofemissies zijn twee fasen te onderscheiden, de aanlegfase (bouw) en de gebruikfase (gebruik woning met aantrekking verkeer e.d.). De situatie met de hoogste uitstoot/depositie is mede bepalend voor de uiteindelijke gevolgen. Het is echter ook duidelijk dat tijdelijke (beperkte) gevolgen beter kunnen worden opgevangen binnen de natuurlijke fluctuaties van natuurgebieden en tegen dergelijke gevolgen makkelijker geschikt beheer te ontwikkelen is dan tegen een ‘eeuwig-voortdurend’

Rekenvoorbeeld met betrekking tot maximale te verwachten materiaalinzet en geproduceerde stikstof bij herinrichting Kamperkade in Schoorl.

Aantal

Dagen actief

Uur

1

25

200

0,5

350

3,3

0,001

115,5

1

25

200

0,5

100

2,6

0,001

26,0

Beton/cementpomp

1

20

160

0,6

35

0,36

0,001

1,2

Mobiele kraan

1

10

80

0,6

100

5,2

0,001

25,0

Heistelling

1

10

80

0,6

250

3,3

0,001

39,6

Hoogwerker

1

20

160

0,6

18

6,2

0,001

10,7

Kamperkade (geschat) Dumper of vrachtauto (op bouwplaats) Graafmachine

Draaitijd Vermogen Emissiefactor Omrekening Emissie factor (kw) (g/kw) gram-kilo (Kg Nox)

Totaal

Van der Goes en Groot

218,0

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

24

negatief effect, al is dat per jaar wat kleiner. Met name de uitkomsten voor de gebruikfase zijn derhalve van belang. Aanlegfase Het is in dit stadium zeer onduidelijk met wat voor stikstofemissies rekening gehouden moet worden bij herinrichting van het perceel. Omwille van het hogere abstractieniveau van de nieuwe planbestemming wordt met een ‘worst-case rekenvoorbeeld’ uitgegaan van de maximale materiële inzet die staat vermeld in Tabel 4. De verkeer aantrekkende werking van de aanlegfase bestaat uit transport van materialen en personen (bouwvakkers). Het verkeer is gemodelleerd tot het eerste knooppunt/aansluiting op de doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de N9. De bouwfase zal ongeveer een jaar in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet precies bekend is gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames. Voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking: ♣ Transport personeel: 5 ritten met licht verkeer per dag, gedurende een jaar. ♣ Transport materiaal: 1 rit met zwaar vrachtverkeer per dag, gedurende een jaar. De gemodelleerde emissie van verkeer (5,2 kg Nox/jaar) is opgeteld bij de inzet van mobiele werktuigen omdat Aerius bij een puntberekening geen combinatie van lijnvormige en vlakvormige bronnen accepteert.

Uit berekening van de invoerwaardes (zie Bijlage 2) blijkt dat de gemodelleerde emissies een projectbijdrage genereren van 0,00 mol/ha/jaar. Gebruikfase De stikstofemissie van de gebruikfase van project Kamperkade is veel duidelijker en preciezer te berekenen dan die tijdens de tijdelijke herinrichtingswerkzaamheden. Er wordt (worst-case!) uitgegaan van fossiele verwarming en een maximale verkeersgeneratie, gemodelleerd op de N9. De uitstoot komt dan op jaarlijks 3,59 kilo Nox en 1 kg NH3 (oudere vrijstaande bebouwing, emissiewaarden aerius 2016). De verkeersgeneratie komt voor vrijstaande woning, koop, niet stedelijk, buiten bebouwde kom op 8,9 vervoersbewegingen per dag (CROW, 2012). Uit berekening van de invoerwaardes (zie Bijlage 3) blijkt dat de gemodelleerde emissies een projectbijdrage genereren van 0,00 mol/ha/jaar.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

4.4.3

25

Conclusie Effectbeoordeling Het nieuw bestemmen van het planperceel Kamperkade kan geen effecten teweeg brengen die significante gevolgen hebben op het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Abtskolk & De Putten (en andere Natura 2000gebieden). Afhankelijk van de precieze uitvoer is een positief effect (verbetering natuurdeel, extra buffering in de gebruikfase) tot een zeer beperkt en tijdelijk effect (geluid bij uitvoer werkzaamheden) mogelijk.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

26

5

Samenvatting van de conclusies In deze natuurtoets is de herbestemming van een perceel aan de Kamperkade 1 in Schoorl getoetst aan de landelijke natuurwetgeving met betrekking tot Natura 2000. De effecten die door de nieuwe bestemming mogelijk gemaakt worden m.b.t. de herinrichting en het gebruik van het perceel zijn onderzocht. Hieronder staan de getrokken conclusies op een rij.

5.1

Habitattoets ♣ Door het overlagen van de asfaltverharding en het aanleggen van twee oversteekplaatsen kunnen negatieve effecten optreden op relevante natuurwaarden in Natura 2000-gebied Abtskolk & De Putten als gevolg van de volgende storende factoren: verstoring door geluid (en trillingen) en verzuring/vermesting. ♣ In de toets wordt aangetoond dat de genoemde storende factoren in dit geval niet leiden tot een significant negatief effect op relevante soorten waarvoor Natura 2000-gebied Abtskolk en De Putten is aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen komen niet in gevaar.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

6

27

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. COMPENDIUM VOOR DE LEEFOMGEVING: https://www.clo.nl/indicatoren/nl018916-vermestendedepositie CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. CROW, 2012. Kerncijfers parkeren en verkeersgeneratie. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. DOBBEN, H. F., R. BOBBINK, D. BAL EN A. VAN HINSBERG, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra rapport 2397, Alterra, Wageningen. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. GROOT,J. 2019. Sloop bijgebouwen Kamperkade 1 in Schoorl Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming. Groot Eco Advies 2019-035. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012.

Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HEUSDEN, W. VAN. 2017. Mooi werk, mooi wad, meer licht op duisternis. Programma naar een rijke Waddenzee. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zooddier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. JANSSEN, J.A.M. & J.H.J. SCHAMINÉE, 2003. Europese natuur in Nederland. Habitattypen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. JANSSEN, J.A.M. & J.H.J. SCHAMINÉE, 2004. Europese natuur in Nederland. Soorten van de Habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Utrecht. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland,

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

28

Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. KOFFIJBERG K., COTTAAR F. & VAN DER JEUGD H. 2005. Pleisterplaatsen van Dwergganzen Anser erythropus in Nederland. SOVONinformatierapport 2005/06. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen. KRIJGSVELD, K.L., R.R. SMITS & J. VAN DER WINDEN, 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels. Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Bureau Waardenburg bv, Vogelbescherming Nederland. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. MOLENAAR, J.G. DE, 2003. Lichtbelasting. Overzicht van de effecten op mens en dier. Alterra-rapport 778, Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte, Wageningen.

NEUMANN, F. & H.E. WOLDENDORP (RED.), 2003. Praktijkboek Habitattoets. Praktische leidraad voor de toepassing van natuurbeschermingswetgeving bij projecten in Nederland en Vlaanderen. Sdu Uitgevers, Den Haag. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. STEUNPUNT NATURA 2000. Leidraad bepaling significantie, nadere uitleg van het begrip ‘significante gevolgen’ uit de Natuurbeschermingswet. versie 27 mei 2010. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2013, 27 maart 2013. WINK, P., 2004. Jurisprudentie habitatrichtlijn. Artikel 6, tweede lid, Habitatrichtlijn. Meurs Juristen Nieuwsbrief 2(1): 3-4.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

29

7

Bijlagen

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Rekenpunten stikstofberekening Stikstofberekening herinrichting Kamperkade Stikstofberekening gebruikfase Kamperkade Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

Bijlage 1 Rekenpunten stikstofberekening

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

Bijlage 2 Stikstofberekening herinrichting Kamperkade

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Dit document bevat resultaten van een stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator. U kan dit document gebruiken voor de onderbouwing van depositie onder de drempelwaarde (0.05 mol/ha/j) in het kader van de Wet natuurbescherming, afhankelijk van de door u gekozen rekeninstellingen. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Hiermee is de depositie van de activiteit berekend en uitgewerkt. Op basis van de gekozen rekeninstellingen zijn de resultaten op Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in de Calculator. Voor meer toelichting verwijzen we u naar de websites pas.bij12.nl, www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositiekaart Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.

S3HRgcWDk5UB (27 juli 2019) pagina 1/7

Berekening voor eigen gebruik

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Van der Goes en Groot

Kamperkade 1, xxxx Schoorl

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Kamperkade

S3HRgcWDk5UB

Datum berekening

Rekenjaar

Rekeninstellingen

27 juli 2019, 15:36

2020

Berekend met eigen rekenpunten.

Tijdelijk project, startjaar

Duur in jaren

2020

1

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

NOx

223,20 kg/j

NH3

-

Natuurgebied

Bijdrage

-

-

herinrichting perceel

Situatie 1

S3HRgcWDk5UB (27 juli 2019) pagina 2/7

Berekening voor eigen gebruik Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

-

223,20 kg/j

S3HRgcWDk5UB (27 juli 2019) pagina 3/7

Berekening voor eigen gebruik Depositie natuurgebieden

Hoogste projectbijdrage

Hoogste projectbijdrage per natuurgebied

Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

S3HRgcWDk5UB (27 juli 2019) pagina 4/7

Berekening voor eigen gebruik Rekenpunten

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

Label

Positie

Projectdepositie

Totale depositie

Afstand tot dichtstbijzijnde bron

H2110

104668, 526728

0,00

788,20

1.808 m

H2120

104913, 526789

0,00

788,20

1.697 m

H2130A

104641, 526748

0,00

788,20

1.796 m

H2130B

104692, 526748

0,00

788,20

1.782 m

H2140A

105451, 526056

0,00

1.114,00

2.428 m

H2140B

104638, 526758

0,00

788,20

1.788 m

H2150

104802, 526765

0,00

788,20

1.740 m

H2180C

107635, 521873

0,00

1.338,00

7.042 m

H2190C

104194, 521335

0,00

1.090,00

7.197 m

S3HRgcWDk5UB (27 juli 2019) pagina 5/7

Berekening voor eigen gebruik Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Berekening voor eigen gebruik

NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

mobiele werktuigen

Situatie 1

Brandstof verbruik (l/j)

Bron 1 105206, 528546 223,20 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

4,0

0,0 NOx

223,20 kg/j

S3HRgcWDk5UB (27 juli 2019) pagina 6/7

Berekening voor eigen gebruik Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden verleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2016L_20180926_2a474e88d4 Database versie 2016L_20170828_c3f058f00f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

S3HRgcWDk5UB (27 juli 2019) pagina 7/7

Natuurtoets Kamperkade 1

Bijlage 3 Stikstofberekening gebruikfase Kamperkade

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Dit document bevat resultaten van een stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator. U kan dit document gebruiken voor de onderbouwing van depositie onder de drempelwaarde (0.05 mol/ha/j) in het kader van de Wet natuurbescherming, afhankelijk van de door u gekozen rekeninstellingen. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Hiermee is de depositie van de activiteit berekend en uitgewerkt. Op basis van de gekozen rekeninstellingen zijn de resultaten op Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in de Calculator. Voor meer toelichting verwijzen we u naar de websites pas.bij12.nl, www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositiekaart Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.

RTkvz1ZaubmW (27 juli 2019) pagina 1/7

Berekening voor eigen gebruik

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Van der Goes en Groot

Kamperkade 1, xxxx Schoorl

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Kamperkade

RTkvz1ZaubmW

Datum berekening

Rekenjaar

Rekeninstellingen

27 juli 2019, 15:39

2020

Berekend met eigen rekenpunten.

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

NOx

7,60 kg/j

NH3

1,00 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

-

-

gebruik perceel

Situatie 1

RTkvz1ZaubmW (27 juli 2019) pagina 2/7

Berekening voor eigen gebruik Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Wonen en Werken | Woningen

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

1,00 kg/j

7,60 kg/j

RTkvz1ZaubmW (27 juli 2019) pagina 3/7

Berekening voor eigen gebruik Depositie natuurgebieden

Hoogste projectbijdrage

Hoogste projectbijdrage per natuurgebied

Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

RTkvz1ZaubmW (27 juli 2019) pagina 4/7

Berekening voor eigen gebruik Rekenpunten

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

Label

Positie

Projectdepositie

Totale depositie

Afstand tot dichtstbijzijnde bron

H2110

104668, 526728

0,00

788,20

1.808 m

H2120

104913, 526789

0,00

788,20

1.697 m

H2130A

104641, 526748

0,00

788,20

1.796 m

H2130B

104692, 526748

0,00

788,20

1.782 m

H2140A

105451, 526056

0,00

1.114,00

2.428 m

H2140B

104638, 526758

0,00

788,20

1.788 m

H2150

104802, 526765

0,00

788,20

1.740 m

H2180C

107635, 521873

0,00

1.338,00

7.042 m

H2190C

104194, 521335

0,00

1.090,00

7.197 m

RTkvz1ZaubmW (27 juli 2019) pagina 5/7

Berekening voor eigen gebruik Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx NH3

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

Bron 1 105206, 528546 1,0 m 1,5 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie 7,60 kg/j 1,00 kg/j

RTkvz1ZaubmW (27 juli 2019) pagina 6/7

Berekening voor eigen gebruik Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden verleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2016L_20180926_2a474e88d4 Database versie 2016L_20170828_c3f058f00f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

RTkvz1ZaubmW (27 juli 2019) pagina 7/7

Natuurtoets Kamperkade 1

Bijlage 4 Huidige natuurwetgeving Bijlage 4.1 Wet Natuurbescherming (Wnb) De Wet Natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 4.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 4.2 Soortbescherming Bijlage 4.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en soorten genoemd in de Europese Vogelrichtlijn. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 4.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 5.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. Zoogdieren

DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZL

ZH

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Aardmuis

+

Bosmuis

+

+

+

+

+

+

Bunzing

+

+

+

+

+

+

Dwergmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Dwergspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Eekhoorn

+

Egel

+

+

Gewone bosspitsmuis

+

Haas

+

+

+

+

+

+

Hermelijn

+

+

+

+

+

+

Huisspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Konijn

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ondergrondse woelmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ree

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Rosse woelmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Steenmarter

+

Tweekleurige bosspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Veldmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Vos

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Wezel

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Wild zwijn Woelrat

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bastaardkikker

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bruine kikker

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Gewone pad

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Amfibieën en reptielen

Hazelworm Kleine watersalamander

+ +

+

+

+

+

Levendbarende hagedis Meerkikker

+ +

+

Van der Goes en Groot

+

+

+

+

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2019-27

Natuurtoets Kamperkade 1

Bijlage 4.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bijlage 4.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 4.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 4.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4465/documents/30886