CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 2021-01-26 BP Heereweg 198.pdf

Gemeenteraad 4 maart 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 13.: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Heereweg 198 Schoorl18.487 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoewel op grond van de jurisprudentie de situatie als woningen in de bebouwde kom moet worden beoordeeld, zal dat door de bewoners als buitengebied worden ervaren. Voor het buitengebied hanteert de wet de norm van 8 ouE/m3 . 2. De Wgv biedt de mogelijkheid aan gemeenten om eigen beleid te voeren voor de beoordeling van geurhinder. De wet acht in de bebouwdekomsituatie een maximumnorm van 8 ouE/m3 acceptabel. Deze norm kan de gemeente vastleggen in een geurverordening. De gemeente Bergen voert geen geurbeleid op basis van een geurverordening, maar zou, wanneer een geurverordening zou worden vastgesteld, deze norm wel kunnen hanteren. In dat geval zouden de woningen binnen de wettelijke norm vallen. 3. Er staan reeds verschillende woningen in de nabijheid van de schapenstal (zoals Heereweg 209) die eveneens hoger worden belast dan de 2 ouE/m3 die de wet als norm stelt. Ook eerder werd op het adres Heereweg 198 in de nabijheid van de schapenstal gewoond. Deze woningen ervaren/ervoeren in de praktijk geen geuroverlast, althans daarvan is de gemeente niets bekend. De omstandigheden werken op dit punt ook mee: de schapen zijn

29

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

alleen in de lammertijd in de stal aanwezig (ongeveer 2 maanden per jaar in het voorjaar). De rest van de tijd lopen de schapen buiten en wordt de stal niet voor het houden van dieren gebruikt. In de periode waarin de schapen in de stal worden gehouden zal de deur veelal dicht zijn vanwege de temperatuur in het vroege voorjaar. Op grond van deze situatie mag worden verondersteld dat de nieuwe woningen ook geen geurhinder zullen ervaren. Daarnaast is van belang in hoeverre de schapenhouderij beperkingen ondervindt van de komst van de nieuwe woningen. Doordat in de bestaande situatie al niet aan de geurnorm uit de Wgv kan worden voldaan, kan de schapenhouderij niet uitbreiden. In dat geval zou immers op grond van de wet de geurbelasting op bestaande woningen toenemen. De komst van extra woningen leidt niet tot een extra beperking voor de schapenhouderij. Op grond daarvan kan de conclusie worden getrokken dat er geen sprake is van schade voor de schapenhouderij. Conclusie Het aspect geurhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Er is op het punt van geurhinder geen sprake van een goed, maar wel een acceptabel woon- en leefklimaat. 3.2.10

Overig

Kabels en leidingen In het plangebied kan sprake zijn van nutsinfrastructuur zijnde de gebruikelijke huisaansluitingen betreffende gas, water, elektriciteit, kabel en/of telecom. In en direct rondom het plangebied zijn echter geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering voor het planvoornemen zouden kunnen opleveren. Parkeren Wat betreft het parkeren geldt dat er bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voldoende ruimte moet worden gereserveerd om dit op eigen terrein op te lossen. Op basis van de Parkeernomennota van de gemeente Bergen, 2014 kan bepaald worden wat de parkeerbehoefte is van het voornemen. Met het voornemen worden twee woningen, vier appartementen en een atelier/bedrijfsruimte mogelijk gemaakt. Voor het atelier/bedrijfsruimte kan uitgegaan worden van cijfers voor een bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief. Voor de twee woningen wordt uitgegaan van koop, twee-onder-een-kap en voor de appartementen huur, etage, midden/goedkoop. Het plangebied is gelegen in een matig stedelijk gebied in de schil van het centrum van Schoorl. In totaal komt de parkeerbehoefte hiermee op (0.9x3 + 1.8x2 + 1.2x4) 11,1 parkeerplaats. Omdat het atelier vooral op bepaalde momenten meer bezoekers trekt (bij bijvoorbeeld de opening van een expositie) worden in het plangebied meer parkeerplaatsen gerealiseerd om deze piekmomenten op te vangen.

Met het planvoornemen is uitgegaan van in totaal 23 te realiseren parkeerplaatsen in het plangebied. Hiermee worden de twee woningen en vier appartementen, de te realiseren atelierruimte, bedrijfsruimte en stallingsruimte in voldoende parkeergelegenheid voorzien. M.e.r.-verantwoording De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-beoordeling houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. De activiteiten die in het plangebied worden beoogd, overschrijden geen drempelwaarden in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Voor het bestemmingsplan is daarom de vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing. Bij wetswijziging van het Besluit m.e.r. per 7 juli 2017 moet (met terugwerkende kracht vanaf 16 mei 2017) een particulier of ondernemer een vormvrije m.e.r.-beoordeling middels een aanmeldnotitie bij het bevoegd gezag aanvragen. Aan de hand hiervan wordt beoordeeld of een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen zal hebben. Door het bevoegd gezag, in deze de gemeente, zal op grond van de aanmeldnotitie binnen 6 weken na indiening worden beslist of een milieueffectrapportage voor een planvoornemen moet worden opgesteld.

30

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

In het kader van het planvoornemen van voorliggend bestemmingsplan is namens initiatiefnemer een aanmeldnotitie bij de gemeente ingediend. Geadviseerd wordt om geen milieueffectrapport op te stellen. Ter zijner tijd wordt het bijbehorende m.e.r.-besluit als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Duurzaamheid Duurzaamheid van een gebied of in relatie tot een ruimtelijke ontwikkeling kan tot uitdrukking komen in de thema’s: kwaliteit van de leefomgeving, water, energie, mobiliteit, natuur/ecologie en milieu. Onder deze laatste kan onder meer het volgende worden verstaan: gezondheid, externe veiligheid, materiaalkeuze en hergebruik van materialen, duurzaam slopen, geluid, lucht en beheer/onderhoud van een gebied of gebouw. Er bestaat geen wettelijke verplichting om het thema duurzaamheid in bestemmingsplannen vast te leggen. Wel vormt het een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en daarmee een belangrijk aandachtspunt in het overheidsbeleid. Gemeenten streven in dat kader naar een duurzame (gebouwde) omgeving. Nieuwbouwplannen, zo ook het planvoornemen van dit bestemmingsplan, bieden kansen voor duurzaamheid. Bestemmingsplannen kunnen echter beperkt worden gehanteerd om duurzame energieaspecten te regelen. Voor eventuele ambitieuze duurzame energiedoelstellingen dienen dan ook extra instrumenten, zoals privaatrechtelijke overeenkomsten, ingezet te worden.

De plaatsing van zonnecollectoren en fotovoltaïsche cellen op daken in het plangebied is gewoon mogelijk binnen de regels van dit bestemmingsplan. DUURZAAM BOUWLOKET Voor vragen op het gebied van duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken kunnen inwoners en ondernemers van Noord-Holland Noord tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Bergen participeert hier in. Daarnaast heeft de gemeente Bergen haar eigen Duurzaamheidsbeleid (Zie paragraaf 3.1.4). Met het planvoornemen worden twee nieuwe woningen gebouwd. Deze woningen worden naar de huidige eisen van het Bouwbesluit gebouwd wat inhoudt dat deze woningen geen gasaansluitng mogen hebben. Om de woningen te voorzien van verwarming of mogelijkheden om te koken zullen duurzame middelen worden ingezet zoals bijvoorbeeld zonnecollectoren, zonneboiler of warmtepomp.

31

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

32

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische toelichting

Plansystematiek

Dit bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving van de regels en de verbeelding is aangesloten op de meest recente regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening en is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de digitale verplichtingen zoals die per 1 januari 2010 van kracht zijn. SVBP2012 De SVBP2012 bevat een aantal juridische regels die moeten worden opgevolgd. Voor de planregels betekent dit dat er sprake is van een aantal dwingend voorgeschreven begripsbepalingen, die worden neergelegd in artikel 1 aangaande de begrippen. Ook schrijft de SVBP2012 voor op welke wijze er invulling moet worden gegeven aan artikel 2 betreffende de wijze van meten. Vanwege het Bro geldt verder een formulering die ten aanzien van de anti-dubbeltelregel en het overgangsrecht eveneens in de planregels moet worden overgenomen. ANALOOG VS. DIGITAAL BESTEMMINGSPLAN De regels zijn zo opgesteld dat deze gebruikt kunnen worden in een analoog alsook in een digitaal bestemmingsplan. Op basis van de Wro is het digitaal vastgestelde bestemmingsplan leidend.

Als er een verschil bestaat tussen het analoge en digitale bestemmingsplan, is het digitale bestemmingsplan bepalend qua vormgeving en inhoud.

4.2

Toelichting op de regels

De hoofdstukindeling van de regels is op een standaardwijze opgesteld, namelijk: Hoofdstuk 1 - Inleidende regels ARTIKEL 1: BEGRIPPEN In artikel 1 van de regels zijn waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Een deel van deze begrippen is voorgeschreven in de SVBP2012. ARTIKEL 2: WIJZE VAN METEN De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is opgenomen in artikel 2. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels De bestemmingsregels in hoofdstuk 2 hebben betrekking op de in het bestemmingsplan gehanteerde bestemmingen en zijn artikelsgewijs in de regels opgenomen. De regels bestaan uit de volgende onderdelen: Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving is uitgegaan van een volledige opsomming van wat binnen een bestemming functioneel ten aanzien van het gebruik van de gronden is toegestaan. Soms kan het voorkomen dat verschillende functies of bestemmingen naast elkaar zijn toegelaten, soms als primaire bestemming en soms als ondergeschikte bestemming. Bouwregels De bouwregels bieden voor iedere bestemming het kader in hoeverre er ergens gebouwd mag worden. Er

33

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

zijn regels gesteld met betrekking tot het oprichten van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels kunnen eisen wat betreft maatvoering, oppervlakte- en inhoudsbepalingen en aantallen te plaatsen bouwwerken omvatten. Afwijken van de bouwregels Met het afwijken van de bouwregels wordt geregeld dat door het bevoegd gezag in voorkomende gevallen onder voorwaarden bij verschillende bestemmingen kan worden afgeweken van de eerder opgenomen bouwregels per bestemming. Specifieke gebruiksregels Met specifieke gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval tot strijdig met het in de bestemmingsomschrijving toegestane gebruik wordt gerekend. Afwijken van de gebruiksregels Met het afwijken van de gebruiksregels bestaat voor het bevoegd gezag de mogelijkheid om van de specifieke gebruiksregels af te wijken. Met dit bestemmingsplan is sprake van de volgende bestemmingen. ARTIKEL 3: TUIN De voortuinen grenzend aan openbaar gebied, behorende bij de woningen worden apart bestemd als Tuin. Alleen erf- en perceelafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van 1 meter, zijn hier toegestaan. Paardenbakken, bouwwerken voor mestopslag, tredmolens en onoverdekte zwembaden zijn uitgesloten. Hogere erf- en terreinafscheidingen mogen worden achter de voorgevelrooilijn (tot 2 meter).

Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning aan- en uitbouwen binnen de bestemming Tuin (bijvoorbeeld in de vorm van erkers en serres) te bouwen. ARTIKEL 4: WONEN De gronden bestemd als wonen zijn voor wonen en de daarmee voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Het vloeroppervlak voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mag niet groter zijn 25% van het totale vloeroppervlak van de woning. Ook is een atelier, expositieruimte, opslagruimte en stallingsruimte toegestaan ter plaatse vaan de aanduiding 'bedrijf' De hoofdgebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd, per bouwvlak is één hoofdgebouw toegestaan. Het oppervlakte van een hoofdgebouw mag maximaal 150 m2 zijn. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden' is aangegeven. Ook mag de bouwhoogte niet hoger zijn dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m). Het is mogelijk om aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen te plaatsen. Het gezamelijk oppervlakt mag niet meer dan 75 m2 bedragen. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen en overkappingen mag maximaal 5 meter bedragen.

Er mogen erf- en terreinafscheidingen worden geplaatst tot een hoogte van 1 meter voor de voorgevelrooilijn en tot 2 meter hoogte achter de voorgevelrooilijn. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Hoofdstuk 3 van de bestemmingsregels omvatten de algemene regels. De algemene regels gelden in het algemeen voor het gehele bestemmingsplan en staan min of meer los van de specifieke bestemmingsregels en worden om die reden altijd in een apart hoofdstuk opgenomen. ARTIKEL 7: ANTI-DUBBELTELREGEL De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning

34

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

voor het bouwen mag worden meegenomen. De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. ARTIKEL 8: ALGEMENE BOUWREGELS In de algemene bouwregels is geregeld dat de bouwgrenzen worden overschreden. Deze grenzen mogen tot 1,5 meter worden overschreden ten behoeve van tot gebouwen behorendende stoepen, stoeptreden, hellingbanen, funderingen en veranda's. Ook vallen ondergeschikte onderdelen van gebouwen erkers en hieronder (mits de oppervlakte niet meer dan 6 m2 bedraagt). ARTIKEL 9: ALGEMENE GEBRUIKSREGELS In de algemene gebruiksregels is een parkeerregeling opgenomen. Uit de regeling komt voort dat er ten minste 23 parkeervoorzieningen in het plangebied dienen te zijn. ARTIKEL 10: ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren. ARTIKEL 11: ALGEMENE WIJZIGINGSREGELS De algemene wijzigingsregels bieden de mogelijkheid om bestemmingen te wijzigingen ten behoeve van een overschrijdingen van bestemmingsgrenzen.

Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels ARTIKELEN 12 EN 13: OVERGANGSRECHT EN SLOTREGEL Overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht en de SVBP2012 zijn de overgangs- en slotregels in de afsluitende artikelen van de regels opgenomen.

4.3

Overige aspecten

Additionele voorzieningen In het bestemmingsplan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, verhardingen, bermen, geluidswerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke bij de bestemming inbegrepen zonder dat dit uitdrukkelijk wordt vermeld. Handhaving Het bestemmingsplan geeft de gewenste planologische situatie voor het plangebied aan. Bestemmingsplannen zijn bindend voor de overheid en de burger. Enerzijds kan de overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen, anderzijds vormt het bestemmingsplan een juridisch kader voor burgers waaruit deze kan afleiden wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, op de in eigendom zijnde dan wel de naastgelegen buurpercelen, in de directe woon- en leefomgeving.

4.4

Bestemmingsplanprocedure

In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen beschikbaar aan de besturen en diensten

35

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

van hogere overheden. Ook biedt de gemeente eventueel de mogelijkheid om een reactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan via inspraak. De gemeente geeft een reactie op mogelijke reacties die voor zover noodzakelijk worden verwerkt in de regels en verbeelding. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in de Staatscourant en op de website www.officielebekendmakingen.nl wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Dit gebeurt als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling.

Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Belanghebbenden zijn diegenen die tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hebben ingediend en diegenen die hebben aangetoond in redelijkheid niet in de mogelijkheid zijn geweest om een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.

36

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

5.1.1

Grondexploitatie

Op grond van artikel 6.12 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Wat onder een bouwplan moet worden verstaan, is in artikel 6.2.1 Bro aangegeven. Dit bestemmingsplan ziet toe op de functieomzetting van bedrijf naar wonen en het realiseren van nieuwe wooneenheden in de bestaande en nieuw op te richten bebouwing en betreft daarmee een bouwplan op grond van artikel 6.2.1 Bro onder a: "de bouw van één of meer woningen". Doel van een grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiele haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal, waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. 5.1.2

Onderzoeks- en plankosten

De kosten voor realisatie, alsook de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken, vanwege dit bestemmingsplan worden door de initiatiefnemer gedragen. De kosten voor de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding. 5.1.3

Planschade

Door het opstellen van dit nieuwe bestemmingsplan voor de betreffende gronden is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in planschade wordt ingediend. Diegenen die schade lijden door de bestemmingsplanherziening, omdat hun onroerend goed in waarde vermindert, kunnen de schade verhalen (voor zover deze redelijkerwijs niet voor de aanvrager behoort te blijven) wanneer dit boven de 2% van de waarde van het onroerend goed uitkomt. 5.1.4

Conclusie

Het kostenverhaal, evenals de afwenteling van de planschade, zal worden geregeld in een tussen de gemeente en de initiatiefnemer te ondertekenen afzonderlijke exploitatieovereenkomst. Op basis van deze overweging moet het planvoornemen van dit bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht. De exploitatiekosten zijn derhalve anderszins verzekerd. Een exploitatieplan op grond van de Grondexploitatiewet, als onderdeel van de Wro, is dan ook niet noodzakelijk. Voorgaande betekent dat dit bestemmingsplan niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Overleg ex. art. 3.1.1. Bro en inspraak

Het plan is voor overleg ex artikel 3.1.1 Bro verstuurd aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en provincie Noord-Holland. De reacties zijn in de bijlagen 'overlegreacties' bij deze toelichting opgenomen. Reactie prov. Noord-Holland: geen opmerkingen over het plan. Provincie wijst erop dat de verwijzing naar de Provinicale ruimtelijke verordening is verouderd. Naar aanleiding van deze opmerking is een paragraaf over de nieuwe Omgevingsverordening opgenomen. Reactie HHNK (zie ook bijlage 12): Het HHNK heeft geen opmerkingen over het plan.

37

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

Met het oog op het onderzoeken van het draagvlak voor dit bestemmingsplan heeft de initiatiefnemers de omwonenden die op het projectgebied uitkijken, gevraagd naar hun mening. Een kort verslag daarvan is in bijlage 13 opgenomen. Zonder uitzondering vinden de omwonenden het plan een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie. Het plan kan dan ook op draagvlak in de buurt rekenen. 5.2.2

Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan is na behandeling van de ingekomen overleg- en inspraakreacties ter inzage gelegd. in de periode van 13 november tot en met 25 december 2020. Binnen deze termijn konden belanghebbenden zienswijzen op het plan naar voren brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

38

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl vastgesteld

bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting

Heereweg 198 te Schoorl vastgesteld 28-12-2020

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

7

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

29

Bijlage 3

Asbestinventariatie

105

Bijlage 4

Aanvullend bodemonderzoek

139

Bijlage 5

Aanvullend ecologisch onderzoek

211

Bijlage 6

Kennisdocument Rugstreeppad

225

Bijlage 7

Aeriusberekening

249

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek

271

Bijlage 9

Geuronderzoek

299

Bijlage 10

Watertoets

313

Bijlage 11

Overlegreacite Prov. NH

319

Bijlage 12

Overlegreactie HHNK

323

Bijlage 13

Verslag buurtonderzoek

327

3

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

4

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

Bijlagen bij de toelichting

5

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

6

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek

7

Schoorl, Heereweg 198 Gemeente Bergen (NH.) Een Archeologisch Bureauonderzoek Steekproefrapport 2017-10/10

Schoorl, Heereweg 198 Gemeente Bergen (NH.) Een Archeologisch Bureauonderzoek Steekproefrapport 2017-10/10

Schoorl, Heereweg 198 Gemeente Bergen (NH.) Een archeologisch bureauonderzoek Een onderzoek in opdracht van Bügel Hajema Adviseurs bv Steekproefrapport 2017-10/10 ISSN 1871-269X Status: definitief auteur: , senior KNA-prospector (Actor registratienummer 92909010) autorisatie: senior KNA-archeoloog (Actor registratienummer 35453178)

De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.0 en BRL SIKB 4000. Dit onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef bv, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, Zuidhorn, december 2017 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk

050 - 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214

Inhoud Samenvatting 1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Locatie en administratieve gegevens 2. Bureauonderzoek 2.1 Bronnen 2.2 Fysische geografie 2.3 Archeologie 2.4 Historische geografie 3. Conclusies en advies Geraadpleegde literatuur, bronnen en kaarten Lijst van Figuren en Tabellen Appendix I: Archeologische periode-indeling

1 1 3 4 4 4 5 7 10

Samenvatting In opdracht van Bügel Hajema Adviseurs bv is door De Steekproef bv een bureauonderzoek gedaan voor een terrein aan de Heereweg 198 te Schoorl in de gemeente Bergen. Het onderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Volgens het bestemmingsplan ligt het plangebied in een zone met een dubbelbestemming archeologie. In het plangebied zullen twee woningen in de voormalige zuivelfabriek De Goede Verwachting worden verbouwd en er zullen appartementen aan de achterzijde worden bijgebouwd. In het vrijstaande bijgebouw wordt een atelier-/expositie-/ opslagruimte ingericht. Het omliggende terrein wordt heringericht waarbij parkeerplaatsen en groenvoorzieningen worden aangelegd. Het plangebied bestaat grotendeels uit de bebouwing van de voormalige zuivelfabriek De Goede Verwachting en ligt binnen de historische kern van het al in de middeleeuwen bewoonde Catrijp. Catrijp ligt op gevlakte of geëgaliseerde duinen waarop afgedekte vondstlagen uit de volle middeleeuwen en mogelijk ook uit de ijzertijd zijn aangetroffen. Dit is het geval op enkele honderden meters ten zuiden van het plangebied op een locatie met eenzelfde geomorfologische ligging die bovendien net als het plangebied in een historische kern en langs de Heereweg ligt.

Om deze reden geldt ook voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de ijzertijd tot en met de middeleeuwen. Indien dergelijke resten aanwezig zijn, zijn deze naar verwachting afgedekt door een door latere overstuiving afgezet zandpakket. Archeologische resten in het plangebied zullen bestaan uit door verrijking met archeologische resten, donker gekleurde zandlagen met daarin houtskool, aardewerk, verbrand bot en overige archeologische indicatoren. Voor het plangebied geldt dat onderzoek uitgevoerd moet worden indien de bodemingrepen meer dan vijftig vierkante meter bedragen en dieper reiken dan 35 centimeter beneden maaiveld. Het nieuw te bebouwen deel van het plangebied is volgens de gegevens op historische kaarten in het verleden waarschijnlijk niet bebouwd geweest. De bodem is hier naar verwachting dan ook nog grotendeels intact. Dit wordt bevestigd door de resultaten van in 2014 uitgevoerde boringen voor een milieukundig bodemonderzoek. De diepte van de bodemverstoring die hierbij is vastgesteld bedraagt maximaal veertig centimeter beneden het maaiveld.

Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door (senior KNA Prospector) Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen wordt aanbevolen om in elk geval binnen het deel van het plangebied waarop nog geen bebouwing aanwezig is en dat in de toekomst zal worden bebouwd (zie Figuur 2) archeologisch booronderzoek uit te voeren. Indien de bodemingrepen binnen de vrijstellingsgrens van vijftig vierkante meter vallen, is booronderzoek niet nodig. Mochten ook in overige delen van het plangebied bodemingrepen zijn voorzien die dieper reiken dan ongeveer veertig centimeter beneden het huidige maaiveld dan wordt aanbevolen om in deze zones booronderzoek te doen. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Bergen.

Figuur 1.

Schoorl, Heereweg 198. Het plangebied ligt binnen de rode cirkel. Eén vierkant op de kaart komt overeen met één vierkante kilometer. De kaart is noordgericht. Bron: Topografische Dienst Kadaster, Emmen [2017].

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.0 LS01) In opdracht van Bügel Hajema Adviseurs bv, vertegenwoordigd door de heer J.A. van der Ploeg, is door De Steekproef bv een bureauonderzoek uitgevoerd voor een terrein aan de Heereweg 198 te Schoorl in de gemeente Bergen (zie Figuur 1). Het onderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Volgens het bestemmingsplan ligt het plangebied in een zone met een dubbelbestemming archeologie. Binnen het plangebied zullen twee woningen in de voormalige zuivelfabriek De Goede Verwachting worden verbouwd en er zullen appartementen aan de achterzijde worden bijgebouwd. In het vrijstaande bijgebouw wordt een atelier-/expositie-/ opslagruimte ingericht. Het omliggende terrein wordt heringericht waarbij parkeerplaatsen en groenvoorzieningen worden aangelegd (zie Figuur 2). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Met een veldonderzoek kan dit verwachtingsmodel getoetst worden. Het doel van een dergelijk veldonderzoek is het vaststellen van de mate van gaafheid van het bodemprofiel en de aanwezigheid hierin van archeologische waarden.

Hierbij wordt gekeken naar de bodemopbouw en de mate waarin deze intact is en naar het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals bewerkt en verbrand vuursteen, aardewerk, bouwmateriaal, bot en houtskool.

1

Figuur 2.

Schoorl, Heereweg 198. De in het plangebied voorgenomen herinrichting van de voormalige zuivelfabriek met daarop rood omlijnd de nieuwbouw die zal plaatsvinden op een nu nog onbebouwd deel van het plangebied. Bron: Architectenburo Jan Kramer bv bna.

2

1.2 Locatie en administratieve gegevens (KNA 4.0 LS02) Het plangebied ligt tussen Groet en Catlijk, ten noordoosten van de Heereweg. Het terrein bestaat uit de opstallen van de voormalige zuivelfabriek De Goede Verwachting (zie Figuur 3), die deels tot woningen is ingericht. Het maaiveld ligt op ruim vijf meter boven NAP. Tabel 1.

Schoorl, Heereweg 198. Administratieve gegevens.

Provincie

Noord-Holland

Gemeente

Bergen

Plaats

Schoorl

Toponiem

Heereweg 198

Centrumcoördinaat plangebied 107,035/525,675 Bevoegde overheid

Gemeente Bergen

Opdrachtgever

Bügel Hajema Adviseurs bv

OM-nr.

4570436100

ISSNnr.

1871 - 269X

Steekproef projectcode

2017-10/10

Geomorfologische context

Vlakte van getijde-afzettingen

Beheer en plaats documentatie De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

Figuur 3.

Schoorl, Heereweg 198. De in het plangebied aanwezige voormalige zuivelfabriek De Goede Verwachting.

3

2. Bureauonderzoek 2.1 Bronnen Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is Archis3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Voor dit onderzoek is KLIC-melding 17G433364 gedaan om na te gaan waar eventuele leidingen en kabels in de grond liggen en een daarmee gepaard gaande verstoring in de grond te lokaliseren. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.0 LS04) In de periode na de ijstijden (het Holoceen) smolten de ijskappen en raakte het Noordzeebekken gevuld met water. Vanaf het moment van binnendringen van de zee in West-Nederland begon een natuurlijk proces van ophoging van de bodem door de afzetting van zeezand en zeeklei alsmede door veengroei. Veengroei vond plaats onder invloed van de stijgende grondwaterspiegel. De processen van sedimentatie van zand en klei en veengroei hielden vanaf 6000 vC min of meer gelijke tred met de doorgaande relatieve zeespiegelstijging.

Langs de Noordzeekust ontstonden door golfwerking en zeestromingen strandwallen die zijn opgebouwd uit zand uit het Noordzeebekken. Door de stijging van de zeespiegel schoof de kustlijn en de daarbij behorende strandwallen steeds verder naar het oosten op. Rond 4000 vC veranderde dit en werd de WestNederlandse kust, ondanks de doorgaande relatieve zeespiegelstijging, een aanwaskust. Vanaf die tijd vormden zich jongere strandwallen aan de zeezijde van oudere strandwallen. Achter de strandwallen lag een lagune waarin zand en klei werd afgezet en waarin veen kon groeien. De zee had toegang tot de lagune door een aantal zeegaten in de strandwallenkust. Het plangebied lag binnen het overstromingsgebied van het zeegat van Bergen. Dit zeegat strekte zich vanaf het gebied van het huidige Bergen overwegend in noordelijke richting uit. Door inbraken vanuit dit zeegat ontstond een waddengebied dat tweemaal per etmaal onder water liep. Ongeveer drieduizend jaar geleden raakte het zeegat van Bergen gesloten. Vanaf dit moment werd het Oer-IJ estuarium het belangrijkst voor de overstromingsdynamiek in het gebied. Ten oosten van het plangebied ligt een vlakte van getijde-afzettingen die tweemaal per etmaal overstroomde. Vanaf ongeveer 2000 vC raakte dit getijdegebied langzaam aan weer overgroeid met veen. Rond 900 AD ontstonden langs de huidige kustlijn de jonge duinen.

Hierbij zijn hoge kustduinen ontstaan. Het plangebied ligt ten oosten van dergelijke duinen in een gebied met afgegraven/geëgaliseerde duinen. De bodems bestaan in het plangebied uit lage enkeerdgronden. Dergelijke bodems worden gekenmerkt door een humusrijk bovendek van meer dan vijftig centimeter en door een grondwatertrap van III of lager. De grondwatertrap in het plangebied is II, hetgeen betekent dat het slecht ontwaterde bodems betreft met een gemiddeld laagste grondwaterstand van 50 tot 80 centimeter beneden maaiveld.

4

2.3 Archeologie (KNA 4.0 LS01, LS04) De nu nog bestaande strandwallen in het gebied zijn gevormd tussen 3000 en 500 jaar voor het begin van de jaartelling. Hierop kunnen derhalve al archeologische resten aanwezig zijn die dateren uit het neolithicum. In de wijde omgeving van het plangebied is bewoning aangetoond vanaf de vroege ijzertijd maar met name in de late ijzertijd en de Romeinse tijd. Zelfs uit het veengebied ten noorden van Bergen zijn vindplaatsen uit deze perioden bekend. In de loop van de Romeinse tijd vernatte het gebied en werd het minder geschikt voor bewoning. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente ligt het plangebied in een zone van de tweede categorie waarin archeologisch onderzoek is vereist bij bodemingrepen die groter zijn dan vijftig vierkante meter en die dieper reiken dan 35 centimeter beneden het maaiveld (zie Figuur 4). Volgens het Archis liggen rond het plangebied enkele eerder onderzochte gebieden. Het gaat hierbij voor een deel om bureauonderzoeken (zaaknummers 2070484100 en 2427905100). Zaaknummer 2070484100 betreft een bureauonderzoek uitgevoerd door de stichting Cultureel Erfgoed Noord-Holland. Hieruit afkomstige gegevens zijn gebruikt voor voorliggend rapport. Zaaknummer 2427905100 betreft een bureauonderzoek door Oranjewoud naar de effecten van peilbeheer.

Hier ten zuiden van ligt zaaknummer 3294849100 waar een booronderzoek is gedaan ten behoeve van de herinrichting van het duinrelsysteem. Hierbij zijn geen archeologische vindplaatsen aangetroffen. Het meest van belang voor de archeologische verwachting in het plangebied zijn de resultaten voor een enkele honderden meters ten zuiden van het plangebied uitgevoerd onderzoek (zaaknummer 2385559100). Dit onderzoeksgebied ligt net als het plangebied langs de Heereweg en op afgegraven/geëgaliseerde duinen. Hier is op de plaats van een riooloverstortput langs de Heereweg/hoek Smeerlaan archeologisch onderzocht. Ondanks het kleine oppervlak van twaalf vierkante meter bleek het advies van de gemeente om hier archeologisch onderzoek uit te voeren terecht. Op circa 90 centimeter onder maaiveld op 2,32 en 2,42 boven NAP is een laatmiddeleeuws sporenniveau aangesneden. Dit vlak bestond uit een wirwar van kleine spitse greppeltjes en paalkuilen, een deel van een sloot of wegberm langs de Heereweg en een mogelijke ingraving van een ondiepe waterput. De sporen tonen aan dat hier in de late middeleeuwen intensief geakkerd en mogelijk gewoond is. Deze bewoning zou behoord kunnen hebben tot de laatmiddeleeuwse buurtschap Bregtdorp. Tezamen met Aagtdorp, Hargen en Groet vormden deze buurtschappen wat we nu Schoorl noemen.

Het laatmiddeleeuwse sporenniveau ligt ingesloten tussen pakketten stuifzand. Dus zowel voor als na de bewoning is stuifzand afgezet op het terrein. Ook hieronder bevindt zich nog een oud oppervlak op 60 centimeter onder de laatmiddeleeuwse sporen. Op 1,70 meter boven NAP is een oud vegetatieniveau aangesneden. Dit kon niet verder worden onderzocht vanwege het snel toestromende grondwater. Ondanks de geringe oppervlakte heeft dit onderzoek aangegeven dat hier een goed geconserveerd sporenniveau uit de late middeleeuwen bewaard is gebleven. Hieronder kan nog een ouder, bijvoorbeeld vroegmiddeleeuws niveau verwacht worden. Dit dient bij ontgravingen in de toekomst zeker archeologisch onderzocht te worden. Hierbij gaat de speciale aandacht uit naar locaties langs oude wegen en binnen oude buurtschappen.

5

Figuur 4.

Schoorl, Heereweg 198. Uitsnede van de gemeentelijke beleidskaart. Het plangebied ligt binnen de rode cirkel.

Figuur 5.

Schoorl, Heereweg 198. Uitsnede van de Archis-kaart. Het plangebied is het gele vlak met zaaknummer 4570436100. De gele vlakken zijn onderzoeksmeldingen en de groene stip is een vondstmelding.

6

2.4 Historische geografie (KNA 4.0 LS03) Het plangebied ligt pal ten oosten van de binnenduinrand. Langs deze binnenduinrand lagen van oorsprong van noord naar zuid de bewoningskernen: Camp, Hargen, Groet, Catrijp, Bregtdorp, Buitenduin en Schoorl. Schoorl wordt al in de negende eeuw genoemd als Scoronlo. Het plangebied ligt van oudsher in de historische kern van Catrijp. Hier wordt in elk geval al gewoond vanaf de volle middeleeuwen. In Figuur 7 zijn van boven naar beneden uitsneden afgebeeld van de topografische kaarten uit 1877, 1950 en 1961. Het plangebied ligt op deze kaarten in de gele cirkel. Hierbinnen zijn telkens rood omlijnd de contouren van de huidige bebouwing afgebeeld zoals deze te zien zijn op de kaart uit 1961. Dit maakt duidelijk dat het nieuw te bebouwen terreindeel in het verleden waarschijnlijk niet bebouwd is geweest. Door Bodembelang bv zijn in 2014 boringen uitgevoerd voor een milieukundig bodemonderzoek in het plangebied. In en nabij de zone waarin nieuwbouw zal plaatsvinden zijn de boringen 3 en 14 geplaatst (zie Figuur 6). Deze zijn uitgevoerd tot een diepte van respectievelijk 3,5 en 3 meter beneden het maaiveld. De diepte van de bodemverstoring die hierbij is vastgesteld, bedraagt respectievelijk zestig en veertig centimeter beneden het maaiveld.

7

Figuur 6.

Schoorl, Heereweg 198. Boorpuntenkaart van het in 2014 door Bodembelang bv uitgevoerde milieukundige bodemonderzoek.

8

Figuur 7.

Schoorl, Heereweg 198. Het plangebied binnen de gele cirkel op uitsneden van de topografische kaarten uit 1877 (boven), 1950 (midden) en 1961 (onder). Hierbinnen is rood omlijnd de huidige bebouwing afgebeeld (1961).

9

3. Conclusies en Advies (KNA 4.0 VS07) Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.0 LS05) Het plangebied bestaat grotendeels uit de bebouwing van de voormalige zuivelfabriek De Goede Verwachting en ligt binnen de historische kern van het al in de middeleeuwen bewoonde Catrijp. Catrijp ligt op gevlakte of geëgaliseerde duinen waarop afgedekte vondstlagen uit de volle middeleeuwen en mogelijk ook uit de ijzertijd zijn aangetroffen. Dit is het geval op enkele honderden meters ten zuiden van het plangebied op een locatie met eenzelfde geomorfologische ligging die bovendien net als het plangebied in een historische kern en langs de Heereweg ligt. Om deze reden geldt ook voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de ijzertijd tot en met de middeleeuwen. Indien dergelijke resten aanwezig zijn, zijn deze naar verwachting afgedekt door een door latere overstuiving afgezet zandpakket. Archeologische resten in het plangebied zullen bestaan uit door verrijking met archeologische resten, donker gekleurde zandlagen met daarin houtskool, aardewerk, verbrand bot en overige archeologische indicatoren. Voor het plangebied geldt dat onderzoek uitgevoerd moet worden indien de bodemingrepen meer dan vijftig vierkante meter bedragen en dieper reiken dan 35 centimeter beneden maaiveld.

Het nieuw te bebouwen deel van het plangebied is volgens de gegevens op historische kaarten in het verleden waarschijnlijk niet bebouwd geweest. De bodem is hier naar verwachting dan ook nog grotendeels intact. Dit wordt bevestigd door de resultaten van in 2014 uitgevoerde boringen voor een milieukundig bodemonderzoek. De diepte van de bodemverstoring die hierbij is vastgesteld bedraagt maximaal veertig centimeter beneden het maaiveld. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) doo (senior KNA Prospector) Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen wordt aanbevolen om in elk geval binnen het deel van het plangebied waarop nog geen bebouwing aanwezig is en dat in de toekomst zal worden bebouwd (zie Figuur 2) archeologisch booronderzoek uit te voeren. Indien de bodemingrepen binnen de vrijstellingsgrens van vijftig vierkante meter vallen, is booronderzoek niet nodig. Mochten ook in overige delen van het plangebied bodemingrepen zijn voorzien die dieper reiken dan ongeveer veertig centimeter beneden het huidige maaiveld dan wordt aanbevolen om in deze zones booronderzoek te doen. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 & 5.11.

Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Bergen.

10

Geraadpleegde literatuur, bronnen en kaarten ANWB, 2005. Topografische Atlas Noord-Holland 1:25.000. ANWB bv, Den Haag. archeologieinnederland.nl Centraal Archeologisch Archief (CAA) en Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) [ARCHIS]. Kadata Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.0. College voor de Archeologische Kwaliteit (www.sikb.nl). Mulder, E.F.J. de & J.H.A. Bosch, 1982. Holocene Stratigraphy, Radiocarbon Datings and Paleogeography of Central and Northern North-Holland (The Netherlands). Mededelingen Rijks Geologische Dienst 36:3, 111-160. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003. De Ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Gemeente Bergen, Bestemmingsplan. Gemeente Bergen, Archeologische beleidskaart. 12 Provinciën, 2006/2007. Atlas van Topografische Kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. 12 Provinciën, 2005. Luchtfoto-Atlas Noord-Holland 1:14 000. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. 12 Provinciën, 2009. Topografische Atlas Noord-Holland 1:25000. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer Provincie Noord-Holland. Cultuurhistorische waardenkaart (https://maps.noordholland.nl/GeoWeb51HTML5/index.html?viewer=ilc). Stichting voor Bodemkartering, 1990. Bodemkaart van Nederland 1:50000.

Toelichting bij Kaartblad 19 west StiBoKa, Wageningen. Stichting voor Bodemkartering, 1981. Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50000. Kaartblad 19 west. StiBoKa, Wageningen. Uitgeverij Nieuwland, 2006. Grote Historische Topografische Atlas ±1894-1933. Noord-Holland 1 : 25 000. Uitgeverij Nieuwland, Tilburg. Vos, P. & S. de Vries. 2013. Paleogeografische Kaarten van Nederland, tweede generatie (versie 2.0). Op 11 april 2014 gedownload van www.archeologieinnederland.nl. Deltares,Utrecht Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1992. Grote Historische Provincie Atlas 1:25 000. Noord-Holland 1849-1859. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, Groningen. www.topotijdreis.nl

Lijst van Figuren en Tabellen Figuur 1:

Topografische kaart.

Figuur 2:

Het inrichtingsplan.

Figuur 3:

Foto van de voormalige zuivelfabriek.

Figuur 4:

Uitsnede van de gemeentelijke beleidskaart.

Figuur 5:

Uitsnede van de Archis-kaart.

Figuur 6:

Boorpuntenkaart van het eerder uitgevoerde milieukundig bodemonderzoek.

Figuur 7.

Uitsneden van historische topografische kaarten van 1877, 1950 en 1961.

Tabel 1: Administratieve gegevens van het plangebied.

Appendix I: Archeologische periode-indeling

paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B: mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat: neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B: bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:

ijzertijd: ijzertijd vroeg: tot 300.000 BP ijzertijd midden: 300.000 - 35.000 BP ijzertijd laat: 35.000 BP – 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP – 8.800 vC romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: 8.800 - 7.100 vC romeinse tijd midden A: 7.100 - 6.450 vC romeinse tijd midden B: 6.450 - 4.900 vC romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B: 5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC middeleeuwen: 4.900 - 4.200 vC middeleeuwen vroeg: 4.200 - 2.850 vC middeleeuwen vroeg A: 4.200 - 3.400 vC middeleeuwen vroeg B: 3.400 - 2.850 vC middeleeuwen vroeg C: 2.850 - 2.000 vC middeleeuwen vroeg D: 2.850 - 2.450 vC middeleeuwen laat: 2.450 - 2.000 vC middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B: 2.000 - 1.800 vC nieuwe tijd: 1.800 - 1.100 vC nieuwe tijd vroeg: 1.800 - 1.500 vC nieuwe tijd midden: 1.500 - 1.100 vC nieuwe tijd laat: 1.100 - 800 vC

Pleistoceen: Elsterien Saalien Weichselien

2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP

Holoceen:

10.000 BP - heden

vC.: nC: BP:

800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC 12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC 450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC 1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden

voor Christus na Christus Before Present; Present = 1950

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

28

bestemmingsplan Heereweg 198 te Schoorl

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

29

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Locatie: Heereweg 198 te Schoorl Projectnummer: 05 1002546

Opdrachtgever:

Opdrachtnemer/ Rapporteur: Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Auteur: Datum:

16 december 2014

Controle:

www.bodembelang.nl

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

Voorwoord

Bodem Belang B.V. is een onafhankelijk bedrijf in milieu-geotechnischonderzoek en is gevestigd in Winkel. Daarnaast zijn wij actief op het gebied van aardwarmte, sonderingen, bliksem en beveiligingsinstallaties. Wanneer Bodem Belang B.V. vanaf het begin bij uw bodem als partner betrokken is garanderen wij een duurzaam resultaat op het gebied van milieu, duurzame energie, funderingen en veiligheid.

www.bodembelang.nl

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

Pagina

Inhoudsopgave

1. Inleiding en doel 1.1 Indeling van de rapportage 2. Vooronderzoek 2.1 Ligging onderzoekslocatie 2.2 Gebruik onderzoekslocatie 2.3 Eerder uitgevoerd milieukundig bodemonderzoek 2.4 Onderzoekshypothese 3. Beschrijving veldwerk 3.1 Uitvoering 3.2 Waarnemingen bij uitvoering 3.2.1 Bodemopbouw 3.2.2 Grondwater 3.2.3 Zintuiglijke waarnemingen 3.2.4 Asbest 3.2.5 Afwijkingen van beoordelingsrichtlijn (BRL) 3.3 Analysestrategie 4. Chemische analyses 4.1 Analyseresultaten 4.2 Toetsingskader 4.3 Interpretatie analyseresultaten 4.3.1 Analyseresultaten grond en grondwater 5. Conclusies en aanbevelingen Bijlagen 1. Tekeningen 1.1 Topografische situatie 1.2 Luchtfoto onderzoekslocatie 1.3 Foto’s locatie 1.4 Situatieschets bodemonderzoek 2. Analysecertificaten 3. Toetsing analyseresultaten 4. Toetsingskader 5. Boorstaten en onafhankelijkheidsverklaring veldwerker

www.bodembelang.nl

1 1 2 2 2 3 3 4 4 4 4 4 5 5 5 6 7 7 7 7 7 8

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

1. Inleiding en doel

In opdracht van heeft Bodem Belang BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740 op de locatie Heereweg 198 te Schoorl. De aanleiding van het bodemonderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse. Tussen Bodem Belang en de opdrachtgever is er geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit van Bodem Belang zou beïnvloeden en/of de werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Bodem Belang is geen eigenaar van de te keuren grond. Tevens is de eigenaar van de grond geen zusterbedrijf of het moederbedrijf. 1.1 Indeling van de rapportage De rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 2: Beschrijft het uitgevoerde vooronderzoek. Hoofdstuk 3: Hierin worden de veldwerkzaamheden besproken. Hoofdstuk 4: Behandelt de resultaten van de analyse. Hoofdstuk 5: Maakt een samenvatting met conclusie en geeft aanbevelingen.

www.bodembelang.nl 1

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

2 Vooronderzoek.

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725. 2.1 Ligging onderzoekslocatie De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Heereweg 198 te Schoorl en is kadastraal bekend onder de gemeente Schoorl, sectie B, nummer 1718. De coördinaten van de onderzoekslocatie zijn: X = 107039 en Y = 525680. De topografische ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. Het oppervlak van het perceel en het onderzoeksgebied is 3102 m². 2.2 Gebruik onderzoekslocatie De locatie bevindt zich in de lintbebouwing tussen Groet en Catrijp in een agrarische omgeving. Op de locatie was van 1928 tot 1956 een zuivelfabriek "De Goede Verwachting"gevestigd. Daarna is er tot 2002 een internationaal transportbedrijf geweest. Op de historische kaart van 1971 is de huidige bebouwing te zien. Op de historische kaart van 1950 is de melkfabriek te onderscheiden. Het oostelijk gelegen pand ("De Goede Verwachting") is de voormalige melkfabriek en nu in gebruik als woning. De westelijk gelegen loods is in gebruik als opslag/atelier. Dit bodemonderzoek maakt deel uit van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor verbouwing / herinrichting op de onderzoekslocatie.

figuur 1: kaart 1880

figuur 2: kaart 1950

figuur 3: kaart 1971

www.bodembelang.nl 2

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

2.3 Eerder uitgevoerd milieukundig bodemonderzoek

In 2003 is op de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met de aanvraag van een bouwvergunning en ontwikkeling van het terrein (Verkennend Bodemonderzoek, Heereweg 198 te Schoorl, Unihorn BV, projectnummer 3523, d.d. 03-04-2003). Uit het onderzoek blijkt dat in het verleden twee ondergrondse dieseltanks aanwezig waren (10.000 en 6.000 liter) en een ondergrondse 3000 liter tank voor afgewerkte olie. De tanks zijn begin jaren '90 uit de grond verwijderd en afgevoerd. Tijdens het bodemonderzoek zijn ter plaatse van de voormalige dieseltanks geen verhogingen in grond en grondwater gemeten en ter plaatse van de voormalige afgewerkte olietank is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie in de grond aangetoond. Op het achterterrein is in de jaren '60-'70 freesasfalt als ophoogmateriaal toegepast. In deze puinverharding zijn sterke verhogingen aan minerale olie en asbest gemeten. Volgens gegevens van Bodemloket is er op de locatie een laad-, los- op- en overslagbedrijf aanwezig. 2.4 Onderzoekshypothese Voor de opzet van het onderzoek wordt uitgegaan van een strategie van een verdachte locatie. Ter actualisatie is vooralsnog de onderzoeksintensiteit gebruikt van een onverdachte locatie. tabel 3–Aantallen te verrichten boringen en te analyseren (meng)monsters op een onverdacht locatie als functie van de oppervlakte van de te onderzoeken locatie.

Oppervlakte locatie(ha)

boring(en) tot 0,5 m

0,30 - 0,40

10

boring(en) tot grondwater 2

boring(en) met peilbuis 1

Er zijn geen additionele boringen of peilbuizen geplaatst. Voor het bemonsteren van grondwater zijn de bestaande peilbuizen op de locatie gebruikt (uit: Verkennend bodemonderzoek, Unihorn, projectnummer 3523, d.d. 03-04-2003). De peilbuizen zijn gecontroleerd en afgepompt. De huidige peilbuizen PB1, PB2 en PB3 betreffen respectievelijk de peilbuizen PB21, PB1 en PB4 uit het onderzoek van Unihorn.

www.bodembelang.nl 3

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

3 Beschrijving veldwerk 3.1 Uitvoering Op 5 november 2014 heeft werknemer R. Pronk (geregistreerd veldwerker) van Bodem Belang BV het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform tabel 3 van NEN 5740. Tevens zijn op die dag de bestaande peilbuizen gecontroleerd, afgepompt en bemonsterd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002. Bodem Belang is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Eerland Certification BV onder certificaatnr. EC-SIK-20271 (VKB protocol 2001, 2002, 2003, & 2018). 3.2 Waarnemingen bij uitvoering 3.2.1 Bodemopbouw Voor alle boringen is gebruik gemaakt van een Edelmanboor. De bovengrond tot 1,0 meter min maaiveld (m-mv) bestaat uit overwegend zwak siltig, zwak humeus, matig fijn zand, donkerbruin / donkergrijs van kleur. Vanaf 1,0 m-mv is de samenstelling zwak siltig, matig fijn zand, lichtgrijs van kleur. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage 5. 3.2.2 Grondwater De grondwaterstand is aangetroffen in de peilbuizen PB1, PB2 en PB3 op respectievelijk 1,30, 1,32 en 1,22 m-mv. Tabel 1 Peilbuis en grondwatergegevens Peilbuis 1 2 3

Filterstelling in cm-mv 160-260 170-270 160-260

Grondwaterstand in cm-mv 130 132 122

pH EC in uS/cm 7,3 566 7,3 533 7,4 586

Troebelheid in FTU 11 116 82

Meetdatum 2014-11-05 2014-11-05 2014-11-05

De pH en EC (elektrisch geleidingsvermogen) zijn in het veld gemeten. De troebelheid komt overeen met licht troebel. De zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen in deze omgeving.

www.bodembelang.nl 4

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

3.2.3 Zintuiglijke waarnemingen Het voorterrein is grotendeels verhard met klinkers. Het achterterrein is tot maximaal 0,5 m-mv verhard met puin. Tijdens de veldwerkzaamheden is in de bovengrond plaatselijk zwak tot matig wortelhoudend materiaal geconstateerd. In de ondergrond, nabij de voormalige ondergrondse dieseltanks (boring 03), is op een diepte van 2,-2,2 m-mv een zwakke brandstofgeur waargenomen. Verder is de ondergrond over het algemeen zintuiglijk schoon. 3.2.4 Asbest Bij het in 2003 uitgevoerde bodemonderzoek is plaatselijk een sterke verhoging met asbesthoudend materiaal in de puinverharding aangetroffen. Bij de recent uitgevoerde asbestinventarisatie is gebleken dat er meer dan 35 m2 asbesthoudend materiaal in het te slopen pand is verwerkt. Gezien de eerder aangetoonde asbesthoudendheid van de puinverharding en de verwerkte asbesthoudende materialen in het te slopen pand is een asbest onderzoek conform NEN 5707/5897 noodzakelijk. 3.2.5 Afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn (BRL) De werkzaamheden zijn geheel conform het protocol 2001 en 2002 uitgevoerd.

www.bodembelang.nl 5

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

3.3 Analysestrategie

Op basis van de onderzoekshypothese en de in het veld waargenomen milieuhygiënische verontreinigingskenmerken zijn onderstaande monsters geselecteerd voor chemisch onderzoek: tabel 2 Overzicht monsterselectie en analyses grondmengmonsters Deellocatie

Mengmonster

voor terrein

MM1 bovengrond

achter terrein

MM2 bovengrond

gehele locatie

MM3 ondergrond

vml dieseltanks

steekbus ondergrond

Diepte(cm.-mv)

Grondsoort Zwak siltig, 01(0-50), zwak 02(8-50), humeus, 05(0-50), matig fijn 06(0-50), zand, 07(8-50), 08(8-50) grijsbruin Zwak siltig, 09(40-90), zwak 10(20-50), humeus, 11(0-50), matig fijn 12(0-50), zand, 13(5-50), 14(5-40) bruingrijs 01(90-140), Zwak siltig, 02(90-140), matig fijn 03(60-100), zand, 03(100-150), donkergrijs 03(150-200) Zwak siltig, 03(200-220) matig fijn zand

Bijzonderheden

Analyse

Geen bijzonderheden

NEN-5740-grond, lutum en organische stof

Zwak tot sterk puinhoudend

NEN-5740-grond, lutum en organische stof

Geen bijzonderheden

NEN-5740-grond, lutum en organische stof

Zwakke brandstofgeur

NEN-5740-grond, lutum en organische stof

tabel 3 Overzicht peilbuizen en analyses grondwatermonsters Deellocatie

Peilbuis

Voorterrein Vml dieseltanks Vml olieopslag

1 2 3

Filter in cm-mv 160-260 170-270 160-260

Waarneming

Analyse

geen bijzonderheden geen bijzonderheden geen bijzonderheden

NEN-5740-grondwater minerale olie en BTEXN minerale olie en BTEXN

Alle monsters zijn voorbehandeld volgens AS3000.

www.bodembelang.nl 6

Bodem Belang BV Zandloper 17 1731 LM Winkel Tel: 0224 531 274 Fax: 0224 531 915 info@bodembelang.nl SONDERINGEN MILIEUONDERZOEK SANERINGEN DUURZAME ENERGIE AARDWARMTE AARDINGEN BLIKSEMBEVEILIGING

4 Chemische analyses

4.1 Analyseresultaten De chemische analyses en bepalingen zijn uitgevoerd door Analytico Milieu BV welke door de Raad Van Accreditatie (RVA) is erkend. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 2. 4.2 Toetsingskader

Om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu, zijn de analyseresultaten getoetst aan de eisen zoals deze zijn neergelegd in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering (gewijzigd per 27 juni 2013). 4.3 Interpretatie analyseresultaten 4.3.1 Analyseresultaten grond en grondwater Mengmonster 1 (bovengrond voorterrein) In mengmonster 1 van de bovengrond zijn de gehalten kwik en lood aangetoond in gehalten die de achtergrondwaarden overschrijden. Mengmonster 2 (bovengrond achterterrein) In mengmonster 2 van de bovengrond overschrijden de gehalten koper en zink de betreffende interventiewaarden. De gehalten aan nikkel en lood overschrijden de tussenwaarden en de gehalten aan cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, minerale olie, PCB's en PAK overschrijden de betreffende achtergrondwaarden. Mengmonster 3 (ondergrond) In mengmonster 3 van de ondergrond zijn kwik en lood aangetoond in gehalten die de achtergrondwaarden overschrijden. Steekbusmonster boring 03 Het monster van boring 03 (2,0-2,2 m-mv) is voor wat betreft de geanalyseerde parameters BTEXN en minerale olie analytisch schoon. Grondwatermonsters In het grondwater uit peilbuis 01 (voorterrein) zijn molybdeen en xylenen gemeten in concentraties boven de streefwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4474/documents/30872