CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bij 2 BP St. Adelbertusweg 42 - Toelichting.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 05.: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42 Egmond-Binnen12.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2.3.5 Waterkwaliteit en riolering De ambitie van het Hoogheemraadschap is om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. In het plan is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Het waterschap adviseert om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Deze adviezen worden in het kader van de omgevingsvergunning meegenomen.

Planspecifiek Het aspect waterhuishouding staat de voorliggende ontwikkeling niet in de weg.

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42

4.3

Ecologie

4.3.1

Soortenbescherming

Voor de bescherming van diersoorten is de Wet natuurbescherming van toepassing. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van de Wet natuurbescherming. Voor de aanwezigheid van beschermde soorten is door Els & Linde BV te Hilversum ter plaatse een verkennend onderzoek gedaan (19.173, 5 mei 2019). De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 4 bij deze toelichting. Els & Linde concludeert aan de hand van haar locatiebezoek dat er voor de sloop van de bestaande opstallen en realisatie van de woningbouw geen ontheffing noodzakelijk is op grond van de Wet natuurbescherming. Het bestemmingsplan is daarmee uitvoerbaar.

4.3.2

Gebiedsbescherming

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen (extern) effect hebben op nabijgelegen natuurgebieden. De gebiedsbescherming in de Wet natuurbescherming vindt plaats via de Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden). Aantasting van deze gebieden als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is verboden. De planlocatie is niet gelegen in een Natura2000 gebied, zodat geen sprake is van directe gevolgen van de ontwikkeling voor een Natura2000 gebied. De planlocatie ligt wel op korte afstand van diverse Natura2000 gebieden. Dit betreffen: Eilandspolder: ca. 10 km afstand; Noordhollands Duinreservaat: ca 115 m afstand; Schoorlse Duinen: ca 9,0 km afstand, en; Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder: ca. 12,8 km afstand. Dit zijn gebieden waarin stikstofgevoelige habitattype voorkomen. Stikstofdepositie bestaat in gereduceerde vorm (NH3, ammoniak) en geoxideerde vorm (stikstofoxide, NOx). Beide vormen van stikstof kunnen worden omgezet tot de nutriënten ammonium (NH4) en nitraat (NO3). De extra aanvoer van deze voedingsstoffen kan vooral bedreigend zijn voor voedselarme habitattypen. Door de verrijking kan de vegetatie verruigen en kunnen kenmerkende soorten van schrale milieus verdwijnen. Daarnaast kan depositie van stikstof en dan vooral depositie van ammoniak, leiden tot een daling van de bodem-pH.

Door verzuring verdwijnen gevoelige soorten en neemt de soortenrijkdom en kwaliteit van zuurgevoelige habitattypen af. Voor de toetsing van de effecten is het van belang om vast te stellen of de kritische depositiewaarde (KDW) van de betreffende habitattypen wordt overschreden. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Een overschrijding van de KDW betekent niet direct dat dit leidt tot een daadwerkelijke verslechtering van de kwaliteit, dit is afhankelijk van lokale situatie, waarbij er sprake kan zijn van buffering ten aanzien verzuring of vermesting. Planspecifiek De van het plangebied afkomstige stikstofemissie als gevolg van de bouw- en gebruiksfase kunnen in potentie het Natura2000 gebied aantasten. Daarom is onderzoek naar de stikstofemissie en depositie verricht door Els & Linde uit Hilversum d.d. 31 maart 2021. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 5 bij deze toelichting. Voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase is een berekening met de AERIUS Calculator (versie 15 oktober 2020) uitgevoerd, welke geen rekening meer houdt met de vrijstellingen in het voormalige PAS. Els & Linde heeft in haar onderzoek voor de aanlegfase verschillende bouwwijzen berekend om de

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42 effecten daarvan in beeld te brengen. Els & Linde concludeert aan de hand van haar onderzoek dat ten opzichte van de huidige situatie in de gebruiksfase geen toename plaatsvindt van de stikstofdepositie. Voor de aanlegfase is er uitgegaan van sloop-nieuwbouw, waarbij is aangenomen dat het slopen en bouwrijp maken voor het gehele project in het eerste jaar wordt uitgevoerd en dat er ieder jaar twee woningen worden gebouwd. Uit de berekening blijkt dat in het eerste jaar een depositie van 0,04 mol N/ha ontstaat en in het tweede jaar een depositie van 0,02 mol N/ha. Er is een verhoging geconstateerd op grijze duinen kalkarm en kalkrijk. In de memo is beschreven dat deze verhogingen niet significant zijn ten opzichte van de doelstellingen van het Natura 2000-gebied. Dit is in overeenstemming met de vuistregel die is beschreven in de Handreiking Voortoets Stikstof van BIJ12. Dat betekent dat er geen significant effect is te verwachten. Daarmee is het project niet vergunningplichtig onder de Wet natuurbescherming en is het bestemmingsplan uitvoerbaar.

4.4

Cultuurhistorie en archeologie

4.4.1

Erfgoedwet

In de Erfgoedwet (2016) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. In het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Zuid' is de bescherming van archeologische waarden in het plangebied geregeld. Het plangebied kent in dat bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 3'. Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 27.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) geldt dat ter plaatse van de bestemming Waarde - Archeologie - 3 uitsluitend bouwwerken zijn toegestaan; 1.

met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; 2. met een oppervlakte van meer dan 500 m², waarvoor geen graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm uitgevoerd hoeven te worden of waarvoor geen heiwerkzaamheden uitgevoerd hoeven te worden. In dit bestemmingsplan is de archeologische bescherming van het moederplan overgenomen. Dit betekent dat bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning beoordeeld zal worden in hoeverre het bouwvoornemen in overeenstemming is met bovenstaande bouwregels. In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan kan worden opgemerkt dat de twee bouwvlakken vier woningen toestaan met een gezamenlijke grondoppervlakte van 336 m2.

4.4.2

Cultuurhistorische Nota Bergen 2009 - 2018

De nota beoogt richtinggevend te zijn voor het beleid op het gebied van de nog aanwezige, tastbare cultuurhistorische waarden in het landschap en in de dorpen. Het beleid heeft betrekking op de drie pijlers van de cultuurhistorie: archeologie, landschap en bebouwing. De hoofduitgangspunten van de gemeente zijn: naarmate de ontwikkelingslocatie een grotere cultuurhistorische waarde heeft, wordt de cultuurhistorie eerder in de besluitvorming betrokken; alle betrokkenen weten van te voren waar ze aan toe zijn;

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42 bij ruimtelijke ingrepen wordt niet alleen onderzocht welke archeologische, maar ook welke andere cultuurhistorische waarden in het geding zijn; Bergen is rijk aan cultuurhistorie. De cultuurhistorie is belangrijk voor de identiteit binnen de gemeente. Behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden van de gemeente Bergen zijn de hoofduitgangspunten in het cultuurhistorische beleid; cultuurhistorie betreft een zaak van de hele samenleving; toegankelijkheid en ontsluiting van de cultuurhistorie is voor bewoners en bezoekers; cultuurhistorie betreft het object in zijn omgeving, maar ook de omgeving als zodanig; de diverse kernen van Bergen hebben elk een eigen karakter of identiteit. De kernen staan niet los van het landschap, maar zijn daarin opgenomen. Het landschap heeft ook een identiteit. Tezamen vormen deze componenten de identiteit van Bergen. In de doelstelling en ambitie wordt geen hiërarchie van de componenten aangebracht, maar een gericht beleid op maat aangehouden. Het plangebied maakt deel uit van de binnenduinrand. De overgangen tussen de binnenduinrand en de polder gelden als uitermate bijzonder.

Het beleid is gericht op behoud van het contrast tussen het open landschap en de meer besloten duinrand en het respecteren, behouden en versterken van de historische structuren (dijken, infrastructuur, verkaveling) en de positionering van de oorspronkelijke agrarische bebouwing. Planspecifiek In de planopzet is rekening gehouden met de beleving van het landschap vanaf de Sint Adelbertusweg, die een belangrijke fietsverbinding naar de Binnenduinrand is.

4.5

Kabels en leidingen

In de nabijheid van het plangebied zijn geen aardgasleidingen, warmtetransportleidingen of hoogspanningsleidingen aanwezig waarmee rekening dient te worden gehouden.

4.6

Verkeer en parkeren

4.6.1

Verkeersafwikkeling

Het perceel wordt nu gebruikt voor stallingsdoeleinden bij woningen. Net als in de huidige situatie worden in de nieuwe situatie de woningen op het perceel ontsloten op de Sint Adelbertusweg. De Sint Adelbertusweg is verkeersveilig ingericht en in staat om de 33 voertuigbewegingen van het plan op te nemen (zie tabel). Er is uitgegaan van de CROW Publicatie 317 (2012). Voor de verkeersgeneratie is uitgegaan van matig stedelijk, rest bebouwde kom.

Woning

Aantal

Max v/et

Totaal

2 onder 1 kap

4

8,2

32,8

Totaal

4

4.6.2

33 (afgerond)

Parkeren

Voor het parkeren wordt conform het vigerende Parapluplan Parkeren getoetst aan de 'Notitie Ruimtelijk Parkeerbeleid 2009'. Vanuit dit beleid worden de CROW-normen van toepassing verklaard op nieuwe bebouwing en/of nieuwe functies. In de navolgende tabel is berekend wat de nieuwe parkeerbehoefte wordt voor het totale plan, uitgaande van rest bebouwde kom, weinig stedelijk.

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42

Woning 2 onder 1 kap

Aantal

Norm (gem)

Totaal

4

2,2

8,8

4

Totaal

9 (afgerond)

De ontwikkeling voldoet aan de regels omdat de parkeerplaatsen worden opgelost op eigen terrein.

4.7

Duurzaamheid

Initiatiefnemers hebben gelijk aan de gemeente een hoge duurzaamheidsambitie. De vier kavels zijn bestemd voor duurzame gasloze nul-op-de-meter- woningen. Momenteel wordt nog onderzocht of de woningen een collectieve warmtebron kunnen krijgen of individuele warmtepompen worden toegepast.

4.8

Spuitzone bestrijdingsmiddelen

Achter de gronden van het plangebied liggen deels gronden met de bestemming 'Natuur'. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Agrarisch gebruik van de gronden is derhalve niet toegestaan. Op de gronden vindt geen bespuiting met bestrijdingsmiddelen plaats. De andere gronden achter het plangebied hebben de bestemming 'Open Agrarisch Gebied'. De gronden met deze bestemming mogen worden gebruik voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Op deze gronden kan wel gespoten worden met bestrijdingsmiddelen.

Figuur 15: Gebruik gronden achter plangebied, links Natuur, rechts Open Agrarisch Gebied

Ruimtelijk kader Er bestaan geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42 boomgaarden waarin met gewasbeschermingsmiddelen kan worden gespoten en nabijgelegen woningen en daarbij behorende tuinen en andere gevoelige functies. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer opgenomen in haar uitspraak van 23 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ8308, wordt een afstand van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk geacht. Hierbij wordt gemeten vanaf de bestemmingsgrens: vanaf de bestemming die het telen van bollen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk maakt tot aan de grens van de bestemming die de woning(en) mogelijk maakt. Dit betekent dat ook tot tuinen een richtafstand moet worden aangehouden. Dit brengt echter niet met zich dat een kortere afstand in een bepaalde situatie niet redelijk zou kunnen zijn, indien aan die afstand een deugdelijke motivering ten grondslag is gelegd. Verder is het zo dat bollenteelt een lagere waarde aan neerslag kent dan fruitteelt. In bepaalde gevallen kan met een geringere afstand worden volstaan. Uit jurisprudentie (onder meer in de uitspraak van 30 maart 2016 in zaak nr.

201402301/3/R3) blijkt dat het aanhouden van een kortere afstand dan de richtafstand zorgvuldig moet worden onderzocht en goed moet worden onderbouwd. Daarbij gaat het om het aspect gezondheid/woon- en leefklimaat en om de milieuruimte voor agrarische bedrijvigheid waarmee zij hun bedrijfsactiviteiten kunnen uitoefenen. Verder is van belang dat richtafstanden alleen van toepassing zijn op nieuwe situaties. Dat houdt in; nieuwe woonbestemmingen of nieuwe bestemmingen waarmee de teelt van gewassen mogelijk wordt gemaakt waarbij gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen.

Milieu Voor agrarische bedrijven en tuinbouwbedrijven geldt dat zij op grond van het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen rekening dienen te houden met voorwaarden en beperkingen. De regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zijn de afgelopen jaren aangescherpt. Hierbij is van belang dat in artikel 3.78a, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer is vastgelegd dat in ieder geval een driftreductie moet worden bereikt van 75% (ten opzicht van een vastgelegde referentietechniek). Uit artikel 3.83, lid 5 van het Activiteitenbesluit volgt daarnaast een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij een windsnelheid groter dan 5 m/s.

Planspecifiek Ten noorden van de bouwlocatie is sprake van een bollenveld. Anders dan bijvoorbeeld bij fruitteelt waar regelmatig bestrijding nodig is, wordt bij dit type gewas maximaal twee tot drie keer per jaar laag bij de grond gespoten. Dit vindt alleen plaats wanneer het niet waait, omdat de bestrijdingsmiddelen anders niet effectief zijn. Er is derhalve nauwelijks sprake van spuitnevel. In Nederland is overwegend sprake van zuidwestenwind, wat positief is voor voorliggende situatie. De weinige keren dat er jaarlijks gespoten wordt zal daarom gebeuren bij een zeer lage windsnelheid waarbij de kans dat de wind in de richting van voorliggende woonbestemming waait kleiner is dan in tegenovergestelde richting. De afstand tussen de bestemming waar bollenteelt is toegestaan en de woonbestemming bedraagt 0 meter. De woonbestemming is in de bestaande situatie reeds aanwezig, waardoor de afstand niet wordt verkleind. Er worden slechts bouwvlakken toegevoegd binnen de bestaande woonbestemming. Zoals eerder gesteld zijn richtafstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties: nieuwe woonbestemmingen. Van een nieuwe woonbestemming is hier geen sprake. Gezien het voorgaande kan worden beoordeeld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op de woonbestemming.

Doordat de afstand tussen de woonbestemming en de agrarische gronden niet wijzigt is van een beperking van de bedrijfsvoering op de omliggende agrarische gronden geen sprake.

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Planmethodiek

Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BRK-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.

5.2

Toelichting op de planregels

De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) 5.2.1

Inleidende regels

In het hoofdstuk 'Inleidende regels' is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten" opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.

5.2.2

Bestemmingsregels

In het hoofdstuk 'Bestemmingsregels' zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar mogelijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen.

5.2.2.1 Groen De bestemming Groen is primair bestemd voor behoud van openheid. De gronden mogen niet worden gebouwd of worden ingericht als erf. Vergunningsvrij bouwen is daarmee op deze gronden niet toegestaan. 5.2.2.2 Wonen De bestemming 'Wonen' regelt de planologische rechten voor de vier woningen in dit plan. Hierbij is aansluiting bezocht bij het bestaande planologische beleid voor woonpercelen.

5.2.3

Algemene regels

In het hoofdstuk 'Algemene regels' worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42

5.2.3.1 Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. 5.2.3.2 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een aantal voorbeelden genoemd wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt beschouwd. 5.2.3.3 Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied. 5.2.3.4 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen.

Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden. Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens.

5.2.4

Overgangs- en slotregels

In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor legale bebouwing en legaal gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat kennis moet worden gegeven (ook via elektronische weg) van het voornemen een nieuw bestemmingsplan voor te bereiden. In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient voorts voor dit bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de volgende instanties: Provincie Noord-Holland Het bestemmingsplan voor Sint Adelbertusweg 42 geeft de provincie geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Het plan voor twee twee-onder-een-kap woningen heeft naar verwachting relatief weinig impact op de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. De werkelijke ruimtelijke impact is pas te beoordelen als het plan verder is uitgewerkt, zowel wat betreft de woningen als de tuinen. De bestemmingsplantekening biedt in ieder geval al een goede aanzet voor het borgen van ruimtelijke kwaliteit. Door het opnemen van de twee stroken tussen de woningen met de bestemming 'Groen' wordt rekenschap gegeven van het belang van doorzicht naar het achterliggende landelijk gebied. Hierdoor is de ruimtelijke kwaliteit van dit deel van de Sint Adelbertusweg op langere termijn gewaarborgd. Met de vergunningplicht voor werk in de bestemming 'Groen' wordt ook nog eens toegezien op het beperken van hoog opgroeiende beplanting die het doorzicht tussen de tweekappers zou kunnen belemmeren.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het hoogheemraadschap heeft te kennen gegeven akkoord te zijn met het bestemmingsplan, mits een tweetal tekstuele aanpassingen in de toelichting werden verwerkt, te weten dat aan de noordelijke perceelgrens een primaire watergang aanwezig is en de initiatiefnemers in de uitwerking van het plan rekening moeten houden met klimaatadaptatie.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Artikel 3.1.6 Bro bepaalt dat de toelichting in het ontwerpbestemmingsplan en het vastgestelde bestemmingsplan een beschrijving bevat van de wijze, waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Hieronder wordt nader ingegaan op de resultaten van de inspraak. Bewonersavond 13 februari 2020 Initiatiefnemer heeft op 1 februari 2020 een bewonersavond georganiseerd om buurtbewoners te informeren over de ontwikkeling en tips en suggesties op te halen. De avond is bezocht door verschillende bewoners van de Sint Adelbertusweg. De omwonenden hebben aangegeven het plan te ondersteunen. Nadien is bij de gemeente een reactie ontvangen van één van de bewoners, die eerder ook bij de bewonersavond aanwezig was en die tegenover de toekomstige woningen woont. Deze bewoner wil liever een verschuiving van het bouwvlak zodat zijn uitzicht vrij blijft. Hierover zijn initiatiefnemers met de bewoner in gesprek gegaan. Dit heeft niet geresulteerd in de wijziging van het plan. Gelet op de aanwezige groenstroken en gekozen stedenbouwkundige opzet ter borging van een ruimtelijke kwaliteit is er geen mogelijkheid tot het verschuiven van de woningen. Verder wordt opgemerkt dat met de huidige planologische bouwmogelijkheden op het perceel een vrij uitzicht al niet was gewaarborgd.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Sint Adelbertusweg 42

6.3

Economische uitvoerbaarheid

6.3.1

Exploitatieverplichting

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Deze verplichting is echter niet aanwezig als het totaal aan verhaalbare kosten minder bedraagt dan € 10.000,-. Gelet op de ontwikkeling op eigen terrein en de mogelijkheid om plankosten en kosten voor het wijzigen van de uitwegen via de legesverordening te vergoeden, is er geen verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1, van de Wro.

6.3.2

Planschade

Door een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, kan planschade voor omwonenden ontstaan. De gemeente heeft met de initiatiefnemer een verhaalsovereenkomst gesloten, waarmee de gemeente de risico’s en kosten van planschade bij de initiatiefnemer heeft belegd. Gelet op de ruimtelijke ontwikkeling waarbij een in ruimtelijk opzicht zwaardere functie wordt vervangen door een lichtere functie, wordt de kans op vergoedbare planschade als gevolg van de ontwikkeling door initiatiefnemer als gering aangemerkt.

Toelichting (vastgesteld)

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4494/documents/31887