bij 2 12-16-2021 Concept Groenbeleidsplan.pdf
Tekst van het document
Inrichting openbare ruimte
Bij de inrichting van de openbare ruimte worden de projectplannen getoetst aan de beschreven ambities. Deze inrichting moet integraal plaatsvinden en gedragen worden door de gehele organisatie.
Op weg naar een natuurvriendelijke gemeente
De gemeente stelt zich als doel de biodiversiteit te bevorderen. Dit betekent dat verschillende inrichtingsmogelijkheden bestaan om bovenstaande te bereiken. Soms kunnen eenvoudige maatregelen, zoals beplanten van boomspiegels, een belangrijk effect hebben op de biodiversiteit.
Waar richt de gemeente zich op?
De gemeente richt zich op het vergroten van de biodiversiteit bij beheer en inrichting. Soms is inrichting noodzakelijk om te komen tot een beheer dat ontwikkelingsmogelijkheden schept voor flora en fauna. Ook moeten barrières worden opgelost zodat fauna zich kan verplaatsen.
Boomspiegels
Een eenvoudige wijze om de biodiversiteit te
6
verhogen is om boomspiegels te beplanten. Ook wordt hierdoor de infiltratie van regenwater versterkt. Hierbij wordt beplanting gebruikt dat tegen droogte kan en aantrekkelijk is voor bijen, vlinders en andere insecten. Bij oudere bomen is dit niet altijd mogelijk omdat de kans groot is dat de beplanting verdroogt.
Groenparels
Groenparels zijn gebieden die opnieuw ontwikkeld worden en door hun inrichting bijdragen aan de biodiversiteit. Het heeft de voorkeur om deze groenparels zoveel mogelijk met elkaar te verbinden door groenstroken en bijenlinten. Binnen groenparels wordt ook gezocht naar mogelijkheden voor ijsvogel- en oeverzwaluwwanden. Indien de locatie het toelaat kunnen omgewaaide bomen met een kluit aan de waterkant blijven liggen. Deze kunnen een goede nestelplaats voor ijsvogels zijn.
Bijenlinten
Bijenlinten zijn van groot belang voor bijen en vlinders. Zij dragen in belangrijke mate bij aan een vergroting van de biodiversiteit voor bijen en vlinders. Andere soorten kunnen hierbij meeliften. De bijenlinten worden ingezaaid met een bloemrijk mengsel of er kunnen langbloeiende bollen worden geplant. Ook is een combinatie van beide mogelijk. Bij het inzaaien wordt rekening gehouden met streekeigen plantensoorten en groen dat bijdraagt aan een aantrekkelijke omgeving voor fauna. Zij kunnen tevens dienen als verbindingen tussen groenparels.
Wadi’s
Een wadi is een droge greppel waar regenwater in opgevangen wordt, zodat het kan infiltreren in de bodem. Het aanleggen van wadi’s is niet alleen belangrijk uit het oogpunt van waterhuishouding. Wadi’s zijn ook van belang voor fauna en flora en kunnen ook functioneren als verbinding.
Herstel duinrellen
Herstel van duinrellen draagt bij aan behoud en ontwikkeling van specifieke natuurwaarden en heeft ook een beeldbepalende en cultuurhistorische waarde. 33
6
Hoe willen we dit bereiken?
Bosplantsoen
Bosplantsoen kenmerkt zich door houtige beplanting dat éénmaal in de vijf jaar wordt afgezet en daarna weer uitloopt. Deze beplanting is van groot belang voor allerlei vogelsoorten en behoud en ontwikkeling van bosplantsoen is om deze reden van groot belang.
planmatig beheer. Op sommige plaatsen is de identiteit verzwakt en deze moet weer versterkt worden. In de Egmonden speelt dat door iepziekte en droogte uitval van bomen en andere beplanting is voorgekomen. Aandacht is erop gericht om deze beplanting zo veel mogelijk te herstellen en te vergroten.
Nestkastjes
Waar richt de gemeente zich op?
Het ophangen van nestkastjes geeft broedgelegenheid voor mussen, kool- en pimpelmezen, maar ook vleermuizen kunnen hiermee worden geholpen. Indien de stand van deze soorten toeneemt, kunnen zij ook helpen bij het preventief bestrijden van plagen zoals de eikenprocessierups. Deze dienen namelijk als voedsel. De gemeente wil elk jaar een aantal vogelkastjes ter beschikking stellen aan de inwoners van Bergen die deze in hun tuinen kunnen ophangen. Daarnaast kan de gemeente kastjes ophangen in de bomen van de hoofstructuur, vooral in de omgeving van eiken. Uitgangspunt is dat het onderhoud van de kastjes waar mogelijk door vrijwilligers wordt uitgevoerd. Bij nieuwbouw en renovatie kunnen nestelmogelijkheden worden opgenomen in gebouwen. Het gaat hierbij om soorten zoals huismus en gierzwaluw (natuur-inclusief bouwen).
6.5
Op weg naar een groene gemeente
De groene identiteit van de kernen staat onder druk door stedelijke vernieuwing en onvoldoende 34
De bestaande identiteit in de kernen moet behouden blijven met de lanen, linten en open ruimtes tussen de gebieden. Structurerende beplantingen in stand houden en waar mogelijk in de kernen versterken. Voor de biodiversiteit aansluiting zoeken met het strandwallenlandschap en omringende polders. Dit betekent het aanbrengen van streekeigen beplanting en het inzaaien met plantensoorten die in de omringende gebieden voorkomen. Dit kan per kern verschillen en hangt af van de grondsoort en het waterpeil. Bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken ook rekening houden met bestaande groene verbindingen en deze behouden of nieuwe verbindingen aanleggen. Het vaststellen van de lijst met monumentale bomen draagt hieraan bij.
Buurtgroen
Het buurtgroen wordt vormgegeven door de aanplant van bomen met bijzondere accenten en gaat in op de wensen van de bewoners. Door opvallende accenten door kleur en vorm op bijzondere en belangrijke locaties kan de beeldkwaliteit van het groen en de openbare ruimte versterkt worden. Ook wordt aandacht gegeven aan bomen die belangrijk zijn als voedselbron voor vlinders en bijen zoals Linde en Esdoorn. Deze
soorten hebben wel ruimte nodig en kunnen niet op elke locatie worden toegepast.
economie. Dit is een doelstelling uit het programma van de Rijksoverheid Nederland Circulair 2050.
Schapenbegrazing
Duurzaam groenbeheer
Door schapenbegrazing wordt het cultuurhistorisch element van de dorpen versterkt en hierdoor ook de beleving van de inwoners en de toeristen. De begrazing met schapen zal om deze reden worden gehandhaafd. Ook wordt schapenbegrazing ingezet voor bestrijden van de invasieve exoot Reuzenberenklauw. Door zonering en extensivering in de schapenbegrazing aan te brengen kan de biodiversiteit vergroot worden. Door genoemde maatregelen komen meer kruiden in bloei en kunnen zij dienen als voedselbron voor insecten.
Extensief maaibeheer
Het huidige extensieve maaibeheer in de gemeente is goed op orde. Naast het traditionele extensieve maaibeheer met een frequentie van één tot twee keer maaien per jaar worden ook delen volledig ecologisch onderhouden. Dit is gericht op de ontwikkeling van zoveel mogelijk biodiversiteit. Voor het vergroten van de biodiversiteit gaan we inzetten op sinusmaaien (speciale manier van gefaseerd maaibeheer) en het extensief maaien van gras met een breedte van 1,5 meter langs waterlopen, vijvers en bosschages. Exacte breedte hangt af van de locatie. Het laten staan van gras en kruiden rondom bomen in een gazon op een afstand van maximaal een halve meter draagt bij aan biodiversiteit. Indien deze zones éénmaal per jaar gemaaid worden is er ook minder kans op maaischade. Het maaibeeld wordt wel door deze wijze van maaien anders en dit dient goed gecommuniceerd te worden met de bewoners. Vrijkomend maaisel bij maaiwerkzaamheden wordt niet gezien als afvalstof maar als nieuwe grondstof. Voor het maaibeheer wordt gekeken naar lokaal hergebruik van maaisel dat duurzaam wordt ingezet. Op dit moment wordt het gebruikt als Bokashi (Bokashi is een methode waarbij organische stof wordt gefermenteerd zodat deze voor hergebruik geschikt is). In de toekomst zijn er mogelijk andere hergebruik mogelijkheden. Op deze wijze wordt bijgedragen aan de circulaire
6
Duurzaam groenbeheer wordt bereikt door de aanplant van bomen en ander groen op de juiste plaats. Dit wordt aangepast aan de ruimtelijke omstandigheden. Daarnaast is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.
6.6
Op weg naar een gezonde gemeente
De gemeente wil dat de bewoners voldoende gelegenheid hebben om zich te bewegen. Een groene en aantrekkelijke omgeving nodigt hiertoe uit evenals verbindingen naar het omringende landschap.
Waar richt de gemeente zich op?
De gemeente richt zich op uitbreiden van het groen door uitbreiding van parken, groenparels en verbindingen tussen deze gebieden. Daarnaast wordt door een combinatie van wegversmalling en aanbrengen van meer groen bewegen bevordert. Bij nieuwe ontwikkeling wordt de “Coolkit” gebruikt voor klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte. Daarnaast kan groen gebruikt worden ter bevordering van een water-robuuste omgeving door zowel infiltratie (aanvulling grondwater) als verdamping.
Koeltegebieden
Groengebieden zijn van belang voor verkoeling. Voor goed gebruik van deze gebieden dienen zij op loopafstand (200-330 m) van de bewoning te liggen. De gemeente vindt het van belang deze gebieden aan te leggen. De aanleg kan geschieden door mee te liften met andere ontwikkelingen in de openbare ruimte of kan als een zelfstandig project worden uitgevoerd.
Vergroening van schoolpleinen
Vergroening van schoolpleinen is van belang om kinderen uit te nodigen om te spelen en om hun belevingswereld te vergroten. De vergroening van schoolpleinen dient gestimuleerd te worden en de gemeente speelt hierbij een rol als facilitator. Ook worden financiële middelen hiervoor ter beschikking gesteld als eenmalige bijdrage voor het vergroenen van schoolpleinen. Het onderhoud van 35
6
Hoe willen we dit bereiken?
6
opvangen van de extreme regenbuien en lange droge perioden is een klimaatbestendige openbare ruimte nodig. Om te bepalen waar de noodzaak ligt is gekeken naar de klimaatatlas van HHNK. Op de site staan themakaarten met de effecten van de klimaatverandering. Voor Bergen is gekeken naar de thema’s wateroverlast, hitte en droogte. Zoals te zien op onderstaande kaart zijn er in de kern Bergen een aantal locaties donkerblauw. Dit zijn de locaties waar wateroverlast is bij regenbuien. De donkerblauwe gebieden zijn hoofdzakelijk gebieden in het buitengebied van de gemeente. schoolpleinen blijft bij de scholen zelf. Dit geldt ook voor de wijze van vergroening, zoals bijvoorbeeld volkstuinactiviteiten.
Natuurspeelplaatsen
Er wordt gestreefd om meer natuurspeelplaatsen aan te leggen om beweging en spelen in de natuur te bevorderen. Indien mogelijk in combinatie met de vergroening van schoolpleinen. Natuurtoestellen dienen er te zijn voor verschillende leeftijdsgroepen en bankjes en picknickplaatsen kunnen zorgen voor ontmoetingsplaatsen voor jong en oud. De plaatsing en functie van speeltoestellen dient in afweging te zijn met het beleid inzake spelen. Ook wordt integratie en afstemming met dit beleidsdeel nagestreefd.
Voedselbos
Vanuit de maatschappij wordt aandacht gevraagd voor het aanleggen van een voedselbos en pluktuinen. Uit oogpunt van gezondheid zoals meer beschikbaarheid van fruit en groenten wordt dit idee ondersteund. Daarnaast heeft het ook een educatief karakter om jongeren meer buiten te laten komen en leren ze meer over gezondheid en gezond eten. Gezien voornoemde redenen zal onderzocht worden of de aanleg van een voedselbos en pluktuinen tot de mogelijkheid behoort mede in relatie tot particuliere initiatieven. Bij het in kaart brengen van mogelijkheden zal zowel op wijkniveau als in het buitengebied eventuele opties worden bekeken. 36
Chemische bestrijdingsmiddelen
Het groen wordt natuurvriendelijk beheerd zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Ook bij het bestrijden van invasieve exoten als de Japanse Duizendknoop wordt ingezet op duurzame bestrijdingsmethoden. Bij bestrijden van invasieve exoten worden biologische of mechanische middelen ingezet. Naast het bestrijden door de gemeente worden ook burgers gewezen op hun verantwoordelijkheid voor het bestrijden van invasieve exoten in hun tuinen. Bij ondergrondse leidingen is bestrijding met elektriciteit (thermische lans) niet altijd mogelijk. In deze situaties worden alternatieve methoden gebruikt.
6.7
Wateroverlast bij regenbuien
Op weg naar een klimaatbestendige gemeente
Het klimaat in Nederland is aan het veranderen. Door deze verandering is er meer kans op wateroverlast, hitte en droogte. Extreem weer met langdurige hevige buien zorgt aan de ene kant voor wateroverlast. Aan de andere kant zorgen de langere droge perioden met hitte voor een tekort aan water en hittestress. In dit groenbeleidsplan gaan we in het bijzonder in op de maatregelen op het gebied van groen die kunnen bijdragen aan een klimaatbestendige gemeente.
Waar richt de gemeente zich op?
De gemeente heeft een belangrijke rol bij het beperken van de overlast door klimaatverandering. Dit door aanpassingen in de openbare ruimte om deze klimaatbestendig te maken. Voor het 37
Hittestress
6
Hoe willen we dit bereiken? Let op in winter met strooizout dat dan water niet opgevangen wordt in bufferlocaties, omdat dan zoutschade kan ontstaan aan beplantingen. Voor aanpassingen in het kader van klimaatverandering zet de gemeente Bergen in op: •
• • Binnen de gemeente Bergen is te zien dat de hittestress vooral aanwezig is langs de kust. Vooral kernen Camperduin, Bergen een Zee en Egmond aan Zee zijn gebieden met hittestress. Dit is ook terug te zien in het ontbreken van bomen en openbaar groen in die gebieden. Voor de gemeente Bergen geldt dat wateroverlast en hittestress op een paar lokale plekken aan de orde zijn. Het zijn vooral de gebieden in het buitengebied waar wateroverlast aanwezig is en de hittestress is lokaal aanwezig in de kernen langs de kust. De verwachting is dat er langere perioden van hitte en hevige regenbuien elkaar afwisselen. Om op gemeentelijk niveau de negatieve effecten van klimaatverandering te verminderen speelt het openbare groen een belangrijke rol. Binnen de openbare ruimte is het openbaar groen van groot belang om de effecten van klimaatverandering op te vangen. Door de gemeente Bergen wordt ingezet op volgende aspecten: • • •
Bufferen, infiltreren en vertraagd afvoeren regenwater; Voorkomen en minimaliseren hittestress; Toepassen klimaatbestendig groen.
Bufferen, infiltreren en vertraagd afvoeren van regenwater Het openbaar groen biedt ruimte om water op te vangen, te bufferen en vertraagd af te voeren. Groene wadi’s (greppels) zijn geschikt 38
voor opvangen en infiltreren van regenwater. Bij (her)inrichting van de openbare ruimte wordt regenwater zoveel mogelijk opgevangen en vastgehouden in een gebied. Regenwater wordt niet meer naar de riolering afgevoerd, maar op locatie gebufferd. Voor de realisatie moet verbinding komen tussen de verschillende vakgebieden en moeten projecten integraal worden opgepakt. Maatregelen integraal oppakken is van groot belang om de volgende redenen: •
• •
Vergroting van de beschikbare watervoorraad voor de bomen en de heesters. Hierdoor lopen de bomen en heesters minder droogteschade op en hebben ze een langere levensduur; Minder afvoer en minder kans op overstromingen (ontlasten rioolsysteem); Beleving bij inwoners van de gemeente. Laat regenwater zichtbaar weglopen;
• •
Omvormen van verhardingen naar groen. Onderzocht moet worden waar grote oppervlakten bestrating liggen die geen functie hebben of waar wateroverlast speelt en groen ingericht kan worden; Behouden en waar mogelijk uitbreiden van areaal openbaar groen; Verlaagde groenvakken toepassen voornamelijk op zandgronden; Vergroening van tuinen door met bewoners in gesprek te gaan. Stichting Steenbreek kan hierbij een rol spelen. De maatregelen om vergroting van de beschikbare watervoorraad te bewerkstellingen worden uitgewerkt bij herinrichting en nieuwbouw. De maatregelen die voortvloeien uit het GRP (gemeentelijk rioleringsplan), de kader richtlijn water, het bestuursakkoord water en de afspraken die gemaakt zijn in samenwerken in de waterketen Noord-Holland Noord zijn hierbij richtinggevend.
Voorkomen en minimaliseren hittestress
Verhardingen zorgen voor een hogere hittestress en groen brengt juist verkoeling. Het vervangen van verharding door groen heeft een positief effect op de hittestress. Binnen de gemeente is vooral hittestress aanwezig in de gebieden met veel verharding en gebouwen met platte daken (bedrijventerrein). Volgens de klimaatatlas van het HHNK zijn er binnen de gemeente mogelijkheden tot het vergroenen van daken. Vooral de platte daken op de bedrijventerreinen en van winkelcentra lenen zich hiervoor. De platte daken moeten wel constructief voldoende sterk zijn. Een combinatie van zonnepanelen en een groen dak is het meeste ideaal. Realisatiemogelijkheden hiertoe dienen te worden onderzocht.
6
Het vervangen van verharding door groen is in veel gebieden moeilijk te realiseren, omdat het ruimtegebruik in de openbare ruimte onder druk ligt. Voor aanbrengen van nieuw openbaar groen wordt gekeken naar aanvullen van de bestaande groenstructuur in de gemeente en bij nieuwe ontwikkelingen. Er zijn ook kansen voor het toepassen van innovatieve, niet grondgebonden groenconcepten, zoals dak- en gevelgroen en verhoogde parken. Ook kan vergroening van parkeerplaatsen een optie zijn. Op parkeervakken zelf zinvol als er overdag voldoende lichttoetreding is (grastegels of rasters met gras). Dit is afhankelijk van de locatie. Daarnaast is van belang om parkeerplaats te omzomen met groen of bomen op de parkeerplaats aan te brengen. De gemeente Bergen zet in op: • • • • •
Een afstand van 300 meter tot een koele plek; Koele plekken die aangenaam zijn om te verblijven van minimaal 200 m2; Belangrijke looproutes (winkelstraat, markt) voorzien van schaduw > 40%; Loopgebieden op buurtniveau voorzien van schaduw > 30%; Vergroening van de wijken voor afname luchttemperatuur.
Toepassen klimaatbestendig groen
Door de veranderingen in het klimaat is ook het toepassen van groen onderhevig aan nieuwe inzichten. Bij het toepassen van nieuw groen en het renoveren van bestaande groenelementen moet gekeken worden naar de klimaatbestendigheid van soorten. De gemeente Bergen zet in op: • • • •
Gebruik van, indien mogelijk, streekeigen beplanting; Aanplanten van droogtebestendige bomen, heesters en vaste planten; Aanplant van bomen zoveel mogelijk in het groen en niet in de bestrating; Monocultuur in het groen voorkomen om ziektes en plagen te voorkomen. 39
6
Hoe willen we dit bereiken? Ambities & doelstellingen:
Groei van het aantal bomen bij vooral herinrichtings- en nieuwbouwplannen Versterken van bomenareaal door het planten van bomen bij entrees en in de bomenstructuur Professionaliseren en verduurzamen van het boombeheer Laten participeren van bewoners en belangengroeperingen bij het boombeheer • •
Groen combineren met verlaagde plantvakken waar mogelijk. Creëren van groene parels met diverse microklimaten en verhoging van biodiversiteit.
Door veranderingen in het klimaat neemt de kans op ziekten en plagen in het groen toe. Een voorbeeld is de eikenprocessierups. Van belang zijn preventieve maatregelen zoals terughoudend zijn met planten van zomereiken (Quercus robur), toepassen van extensief maaibeheer en ophangen van nestkastjes.
Uitwerking klimaatbestendig groen
Bovenstaande maatregelen worden onderstaand nader uitgewerkt. Van belang is dat er koele plekken bestaan die op loopafstand van de bewoners liggen en voldoende schaduw aanwezig is in de loopgebieden. Voorgaande maatregelen dragen ook bij om de hittestress in gebouwen te verminderen. Hieruit volgt een drie-sporenbeleid namelijk een goede planning en ontwikkeling van de koelgebieden (spoor 1) en concrete en praktische inrichtingsmaatregelen (spoor 2). Het derde spoor houdt in dat voorgaande maatregelen een bijdrage leveren aan een hogere biodiversiteit. Om voorgaande sporen te bereiken dient inzichtelijk te worden gemaakt welke gebieden geschikt zijn voor koelte.
40
Biodiversiteit
Het derde spoor is biodiversiteit. Deze lift mee met de genoemde voorgaande maatregelen maar hebben ook hun eigen inrichtingsvoorwaarden zoals het aanplanten van bomen, heesters en (vaste) planten die aantrekkelijk zijn voor bijen en vlinders en het opheffen van barrières zodat ecologische verbindingen mogelijk zijn. Bij de koelgebieden dient aansluiting te worden gezocht bij de groenparels die van groot belang zijn voor de biodiversiteit. Ingezet wordt op robuuste groene en blauwe verbindingen. Koelgebieden
Praktische ontwerpoplossingen Biodiversiteit
Groenparels
6.8
Ecologische verbindingen
Monitoring ambities en doelstellingen
Voor het behalen van de ambities en de doelstellingen is het noodzakelijk om deze te monitoren. In het hierna aangegeven overzicht zijn de ambities en doelstellingen opgenomen met de wijze van monitoren.
Beschermen en beheren van monumentale bomen
Jaarlijks 1% klimaatbomen toevoegen aan areaal
Het groene karakter binnen en tussen de dorpen dient behouden te blijven en binnen de mogelijkheden versterkt te worden Het versterken van de beeldkwaliteit van het groen door opvallende accenten door kleur en vorm toe te passen op bijzondere en belangrijke locaties. Het uitgangspunt is dat groen behouden dient te blijven en waar mogelijk versterkt wordt. Indien groen moet verdwijnen dan wordt dit gelijkwaardig gecompenseerd. Voor het onderhoud van het openbaar groen geldt niveau B van de kwaliteitscatalogus openbare ruimte (KOR). Dit kwaliteitsniveau moet gemeente-breed behaald worden, waarbij minimaal 95% jaarlijks op beeld moet zijn.
Monitoring:
Jaarlijks overzicht van gekapte en geplante bomen (boommonitor) Plannen voor versterking per woonkern voorleggen aan gemeenteraad Dit is gerealiseerd door werken volgens Handboek bomen Burgerparticipatie van het domein BOR zoals inloopbijeenkomsten en enquêtes Opstellen lijst beschermwaardige bomen en deze vierjaarlijks actualiseren. Beheren op basis van de BVC en particuliere eigenaren informeren Jaarlijks vergelijken van het groenareaal en de resultaten kenbaar maken aan de gemeenteraad Groenstructuurkaart maken/ toepassen/hanteren en deze elke vier jaar actualiseren Jaarlijks toetsen van gerealiseerde projecten Jaarlijks vergelijken van het groenareaal en de resultaten kenbaar maken aan de gemeenteraad Elk jaar een gemeente-brede schouw uitvoeren van alle beheergroepen.
6
Wie:
Groentechnicus Beleidsmedewerker groen / groenbeheerder Groentechnicus Groentechnicus
Beleidsmedewerker groen / groentechnicus
Beleidsmedewerker groen / groenbeheerder Beleidsmedewerker groen / RO Beleidsmedewerker groen / groenbeheerder Beleidsmedewerker groen / groenbeheerder Groenbeheerder
41
6
Hoe willen we dit bereiken? Ambities & doelstellingen:
Duurzaam groenbeheer op basis van natuurlijke ontwikkeling en zonder ingrijpen met chemische middelen. Tevens uitvoering van het onderhoud met duurzaam materieel, zoveel mogelijk elektrisch en zonder uitstoot van C02. Er wordt naar gestreefd om binnen 3 jaar al het motorisch handgereedschap te vervangen door een elektrisch alternatief. Verdere uitbreiding van parken, recreatiegebieden en openbaar groen en uitbreiding gebruiksmogelijkheden. Per jaar streven naar 500 m2 extra openbaar groen. Bij nieuwbouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen geldt een richtgetal van 75 m2 groen per woning, zoals aangegeven in de Nota Ruimte van het Rijk. Verder geldt een richtgetal van één boom per vijf woningen die tot volle wasdom kan komen. Het groen wordt natuurvriendelijk beheerd zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Ook bestrijden van invasieve exoten wordt uitgevoerd op biologische of mechanische wijze. Stimulering vergroening van schoolpleinen. Waarbij jaarlijks één schoolplein vergroend gaat worden.
Behouden van aanwezig groen en verder versterken van de waarde(n) ervan voor de biodiversiteit. Bij ecologisch maaien werken volgens de richtlijnen van Kleurkeur van de Vlinderstichting. Deze maatregelen dragen bij aan een aantrekkelijke omgeving voor fauna, zoals vlinders en bijen. 12 kilometer aan gazonranden langs waterlopen en bosplantsoen omvormen naar extensieve randen die gefaseerd gemaaid worden. Doel is om jaarlijks 20% van deze randen om te vormen met een maximum van 80% van het totale areaal, omdat er ook locaties zijn waar dit niet gewenst is. Natuurvriendelijk inrichten van nieuwe gebieden (groenparels), waarbij uitgegaan wordt van minimaal twee groenparels per jaar. 42
Monitoring:
Jaarlijkse beoordeling van machines en materieel van de gemeente. In bestekken voorschrijven waar materieel aan moet voldoen
Wie:
Wijkbeheerder / groenbeheerder
Jaarlijks vergelijken van het groenareaal en de resultaten voorleggen aan de gemeenteraad Toetsen nieuwbouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen op het nieuwe areaal groen
Beleidsmedewerker groen / groenbeheerder / RO
Uitgangspunt en geborgd in bestekken en uitvragen
Beheerder groen
Beleidsmedewerker groen / groenbeheerder/RO
Jaarlijks budget ter beschikking stellen en monitoren welke schoolpleinen vergroend zijn. De resultaten voorleggen aan de gemeenteraad. Jaarlijks toetsen of aannemers werken volgens kleurkeur. Aannemers leveren een rapportage aan met de bevindingen.
Proces van uitvoering wordt ambtelijk afgestemd
Jaarlijks toetsen hoeveel gazonrand is omgevormd naar extensief beheer
Groenbeheerder
Groenbeheerder
Ambities & doelstellingen:
Monitoring:
Voor zover mogelijk het toepassen van streekeigen beplanting bij renovaties en nieuwe ontwikkelingen. Aanbrengen van meer variatie in het groen (soorten, vorm, seizoen en beleving). Groen dat moet verdwijnen wordt op gelijkwaardige wijze gecompenseerd. Behouden van de (beheer-) kwaliteit van het groen en handhaven en uitbreiden van het natuurvriendelijk beheren van het groen. Voor de biodiversiteit zetten we in op het vergroten van het groenbewustzijn en het stimuleren van bewonersinitiatieven. Bij renovaties en nieuwe ontwikkelingen gebruik van de Coolkit voor bepalen ontwerpoplossingen om hittestress te voorkomen. Bufferen, vertragen en infiltreren regenwater en bij nieuwe projecten klimaatadaptie onderdeel te maken van het ontwerp. Toepassen klimaatbestendig groen en verlagen van plantvakken, zodat afwatering naar de plantvakken mogelijk is. Tevens kijken naar mogelijkheden van vervanging stenen door groen. Inrichtingsmaatregelen, zoals koeltegebieden, moeten bijdragen aan vergroten van de biodiversiteit en verwijderen van barrières voor fauna. Opleiden eigen dienst voor niveau 1 en 2, 3 Bestendig Beheer en Ruimtelijke Ontwikkeling Wet natuurbescherming.
Toetsen beplantingsplannen
Jaarlijks 50 nestkastjes ophangen of uitgeven aan inwoners.
Ontwikkelen van een natuurwaardenkaart Toepassen sinusbeheer binnen de gemeente
Jaarlijks toetsen welke groenparels gerealiseerd zijn
Beleidsmedewerker groen / groenbeheerder
Jaarlijks een lijst bijhouden met (uitgegeven) nestkastjes
Toetsen beplantingsplannen Toetsen beplantingsplannen Opnemen in bestekken en uitvragen
6
Wie:
Wijkbeheerder bij ophangen nestkastjes in de openbare ruimte Beleidsmedewerker groen/(wijk)beheerder Beleidsmedewerker groen/(wijk)beheerder Beleidsmedewerker groen/RO Groenbeheerder/ wijkbeheerder
Maatregel opnemen
Groenbeheerder/ communicatie
Toetsen nieuwe plannen
Beleidsmedewerker groen/ Duurzaamheid/ Water
Jaarlijks toetsen
Rioolbeheerder
Jaarlijks toetsen welke plantvakken verlaagd zijn en het effect beoordelen
Beleidsmedewerker groen/ groenbeheerder
Toetsen plannen
Beleidsmedewerker/RO
Jaarlijks certificaten controleren van de buitendienst in personeelsdossiers. Toetsen of binnen drie jaar de natuurwaardenkaart opgesteld en in werking is Binnen areaal zoeken naar geschikte locaties en sinusbeheer opnemen in de bestekken
Groen- en wijkbeheerders Beleidsmedewerker groen Groenbeheerder
43
7
7
Financiële verantwoording
7.1 Waar wordt het geld aan besteed?
In hoofdstuk 6 is aangeven waarop ingezet gaat worden voor het uitvoeren van de ambities. Het reguliere onderhoud en de ambities kosten echter geld. In deze paragraaf wordt aangegeven welke bedragen noodzakelijk zijn om het onderhoud uit te voeren en de ambities uit te voeren.
Regulier groenonderhoud
Voor dit groenbeleidsplan zijn de budgetten en financiële middelen bepaald die nodig zijn voor het reguliere dagelijkse groenonderhoud. Het huidige groenonderhoud wordt voor een deel uitgevoerd door een eigen groendienst. Tevens worden diverse “specialistische” werkzaamheden uitgezet in de markt. Voor de begroting van 2021 zijn de volgende getallen opgenomen:
Groenbeheer (uitgezonderd maaien en begrazing)
Ingeleend personeel € 60.200,-Groot onderhoud € 174.000,-Onderhoud € 198.500,-Overige goederen en diensten € 50.000,-Advieskosten derden € 47.000,-Energie € 4.410,-Verzekeringen € 910,-Belastingen € 12.700,-Subsidies € 402,-Gazonmaaien € 100.000,-Totaal kosten groenonderhoud € 648.122,--
Maaien en begrazing
Schapenbegrazing Ecologisch maaien Overige kosten zoals toezicht
plaatsgevonden en het financiële gevolg daarvan is dat voor de komende jaren € 25.218,-- extra nodig is. Voor schapenbegrazing is een jaarlijkse verhoging noodzakelijk in verband met de jaarlijkse indexering. Deze jaarlijkse verhoging van 3% geldt ook voor het ecologisch en extensief maaien. Ten behoeve van de professionalisering en verduurzamen van het boombeheer dient voor de jaren 2022 t/m 2026 € 99.340,- ( inclusief bestek) ter beschikking worden gesteld om het achterstallig onderhoud op te lossen en wordt geadviseerd om het exploitatiebudget met dit bedrag te verhogen. In de volgende jaren worden de bomen planmatig gesnoeid op boombeeld. Voorgaande betekent dat de boomveiligheidscontrole (BVC) van vijf naar drie jaar gaat. Om deze BVC en de daaruit voortvloeiende maatregelen uit te voeren is externe inhuur noodzakelijk. De genoemde maatregelen leiden tot een volledig veilig en duurzaam bomenbestand.
Kosten ambities
In dit groenbeleidsplan zijn diverse ambities opgenomen. Niet alleen de ambities kosten geld, maar ook de monitoring is niet kosteloos. In onderstaand overzicht zijn de kosten voor de ambities en de monitoring opgenomen.
€ 26.290,-€ 49.198,-€ 25.000,--
Extensief maaibeheer / € 322.000,-Maaien watergangen Bij deze getallen moet de opmerking geplaatst worden dat het huidige budget voor ecologisch en extensief maaien en schapenbegrazing niet toereikend is om de kosten te dragen. Er heeft voor maaien een nieuwe aanbesteding 45
7
Financiële verantwoording
46
Ambities & doelstellingen: Eenmalige kosten: Groei van het aantal bomen bij vooral * herinrichtings- en nieuwbouwplannen. Versterken van bomenareaal door planten van bomen bij entrees en in de bomenstructuur. Uitgangspunt 50-60 bomen per jaar. Professionaliseren en verduurzamen van het boombeheer (inclusief opstellen bomenbestek) Laten participeren van bewoners n.v.t. en belangengroepering bij het boombeheer. Beschermen en beheren van particuliere monumentale bomen. Per boom vergoeding van € 60,-- per stuk. Komt ter besluitvorming bij de raad.
Jaarlijkse kosten: *
Jaarlijks 1% klimaatbomen toevoegen aan areaal. Het groene karakter binnen en tussen * de dorpen dient behouden te blijven en binnen de mogelijkheden versterkt. Door opvallende accenten door kleur * en vorm op bijzondere en belangrijke locaties wordt de beeldkwaliteit van het groen en de openbare ruimte versterkt. Het uitgangspunt is dat groen * behouden dient te blijven en waar mogelijk te versterken. Indien groen moet verdwijnen dan wordt dit gelijkwaardig gecompenseerd. Voor het onderhoud van het openbaar groen geldt niveau B van de kwaliteitscatalogus (KOR). Dit kwaliteitsniveau moet gemeentebreed behaald worden, waarbij minimaal 95% jaarlijks op beeld moet zijn.
€ 25.000,--
€ 10.000,--
€ 99.340,Jaar 2022 t/m 2026 n.v.t. € 13.024,-(Vergoeding 176 bomen * € 60,- = 10.560 ) Beheren 176 * € 11,- = € 1.936 (inclusief inspectie € 3 * 176 = 528)
* *
*
Kosten zijn opgenomen in de lopende begroting
* wordt meegenomen in budget voor projecten. ** afhankelijk van besluitvorming inzake overdracht bospercelen
Ambities & doelstellingen: Eenmalige kosten: Duurzaam groenbeheer op basis van natuurlijke ontwikkeling en zonder ingrijpen met chemische middelen. Tevens uitvoering van het onderhoud met duurzaam materieel, zoveel mogelijk elektrisch en zonder uitstoot van C02. Binnen 3 jaar moet al het motorisch handgereedschap vervangen zijn door een elektrisch alternatief. Verdere uitbreiding van parken, recreatiegebieden en openbaar groen en uitbreiding gebruiksmogelijkheden. Per jaar streven naar 500 m2 extra openbaar groen. * Bij nieuwbouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen geldt een richtgetal van 75 m2 groen per woning, zoals aangegeven in de Nota Ruimte van het Rijk. Tevens dient één boom per vijf woningen geplant te worden die tot volle wasdom kan komen. Het groen wordt natuurvriendelijk beheerd zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Ook bestrijden van invasieve exoten wordt uitgevoerd op biologische of mechanische wijze. Stimulering vergroening van schoolpleinen. Waarbij jaarlijks één schoolplein vergroend gaat worden. Behouden van aanwezig groen en verder versterken van de waarde(n) ervan voor de biodiversiteit. Voor ecologisch maaien werken volgens de richtlijnen van Kleurkeur van de Vlinderstichting. Deze maatregelen dragen bij aan een aantrekkelijke omgeving voor fauna, zoals vlinders en bijen.
7
Jaarlijkse kosten: € 2.500,--
€ 20.000,--
*
Kosten zijn opgenomen in de lopende begroting.
€ 7.500,-- per jaar. Is meegenomen in de maaibestekken. Er dient een extra bedrag van € 25.218,-- ter beschikking worden gesteld.
* wordt meegenomen in budget voor projecten.
47
7
Financiële verantwoording Ambities & doelstellingen: 12 kilometer aan randen gazon langs waterlopen en bosplantsoen omvormen naar extensieve randen die gefaseerd gemaaid worden. Doel is om jaarlijks 20% van deze randen om te vormen met een maximum van 80% van het totale areaal, omdat er ook locaties zijn waar dit niet gewenst is. Natuurvriendelijk inrichten van nieuwe gebieden (groenparels), waarbij uitgegaan wordt van minimaal twee groenparels per jaar. Jaarlijks 50 nestkastjes ophangen of uitgeven aan inwoners. Voor zover mogelijk het toepassen van streekeigen beplanting bij renovaties en nieuwe ontwikkelingen. Aanbrengen van meer variatie in het groen (soorten, vorm, seizoen en beleving). Groen dat moet verdwijnen wordt op gelijkwaardige wijze gecompenseerd. Behouden van de (beheer-)kwaliteit van het groen en handhaven en uitbreiden van het natuurvriendelijk beheren van het groen. Voor de biodiversiteit zetten we in op het vergroten van het groenbewustzijn en het stimuleren van bewonersinitiatieven. Bij renovaties en nieuwe ontwikkelingen gebruik van de Coolkit voor bepalen ontwerpoplossingen om hittestress te voorkomen. Bufferen, vertragen en infiltreren regenwater en bij nieuwe projecten klimaatadaptie
48
Eenmalige kosten:
Jaarlijkse kosten: € 3.500,--
€ 25.000,--
€ 1.250,-*
*
*
*
*
*
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
*
*
*
*
* wordt meegenomen in budget voor projecten.
Ambities & doelstellingen: Eenmalige kosten: Toepassen klimaatbestendig groen * en verlagen van plantvakken, zodat afwatering naar de plantvakken mogelijk is. Tevens kijken naar mogelijkheden voor vervanging stenen door groen. Inrichtingsmaatregelen, zoals * koeltegebieden, moeten bijdragen aan vergroten van de biodiversiteit en verwijderen van barrières voor fauna. Opleiden eigen dienst voor niveau 1, 2,3 Bestendig Beheer Wet natuurbescherming en Ruimtelijke Ontwikkeling. Ontwikkelen van een € 12.000,-natuurwaardenkaart Toepassen sinusbeheer binnen de gemeente Jaarlijkse monitoring op 1 doelsoort (groenparels) Vierjaarlijkse monitoring doelsoorten volledig (groenparels) Wijkgerichte projecten en initiatieven TOTAAL € 12.000,--
7
Jaarlijkse kosten: *
Opleidingsbudget BUCH
€ 4.500,-€ 3.500,-€ 4.600,-€ 6.500,-€ 25.000,-€ 246.290,--
Opmerking: bij bovenstaand bedragen voor maaien en begrazing met schapen dient rekening te worden gehouden met een jaarlijkse indexering van 3%.
49
Bijlage 1: Boomposters
50
51
52
Bijlage 1: Boomposters
53
Bijlage 2: Voorbeeld beeldmeetlatten
54
Bijlage 2: Voorbeeld Beeldmeetlatten
55
Bijlage 3: Informatie Coolkit Voor informatie over de Coolkit zie onderstaande link. Dit betreft een interactieve link welke u direct naar de website zal doorsturen.
https://klimaatadaptatienederland.nl/hulpmiddelen/overzicht/coolkit/
Bijlage 4: Gedragscode ‘soortbescherming voor de gemeenten’ van Stadswerk Voor informatie over de Gedragscode soortbescherming voor de gemeenten zie onderstaande link. Dit betreft een interactieve link welke u direct naar de website zal doorsturen.
https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/gedragscodes/overzicht-gedragscodes
56
Bijlage 5: Structuurkaarten Groen- bomenstructuurkaart - Bergen
57
Natuurstructuurkaart - Bergen
58
Groen- bomenstructuurkaart - Bergen aan Zee
59
Groen- bomenstructuurkaart - Bergen aan Zee
60
Groen- bomenstructuurkaart - Egmond aan Den Hoef
61
Groen- bomenstructuurkaart - Egmond aan Den Hoef
62
63
64
Groen- bomenstructuurkaart - Egmond binnen
65
Groen- bomenstructuurkaart - Egmond binnen
66
Groen- bomenstructuurkaart - Groet
67
Groen- bomenstructuurkaart - Groet
68
Groen- bomenstructuurkaart - Schoorl
69
Groen- bomenstructuurkaart - Schoorl
70
Bijlage 6: Aanwijscriteria Waardevolle solitaire bomen Monumentale leeftijd van minimaal 80 jaar
Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een boom of houtopstand. Het plantjaar van de boom of de stamdiameter wordt als criterium hiervoor gebruikt. Een boom wordt in de gemeente waardevol genoemd als het plantjaar meer dan 80 jaar geleden is, wat overeen komt is met een stamdiameter van meer dan 80 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld (uitgezonderd snelgroeiende soorten). Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 80 centimeter stamdiameter komt overeen met 250 centimeter stamomtrek.
Ecologische waarde voor aanwezige flora en fauna
Bomen en houtopstanden zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit en kunnen een belangrijke functie hebben voor het voortbestaan van bepaalde flora en fauna. Het gaat hierbij om een structurele functie voor een bepaalde dier- of plantensoort. Een kolonieboom van blauwe reigers bijvoorbeeld die al jarenlang zo wordt gebruikt. Of een groeiplaats voor een bijzondere korstmossoort, maretak of andere bijzondere plantensoorten. Het gaat hier om bomen waarbij na kap een andere boom de functie niet zomaar kan overnemen (en mitigerende maatregelen dus niet voldoende zouden zijn). Ecologisch waardevolle bomen zijn tenminste 50 jaar geleden aangeplant. Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 50 centimeter stamdiameter komt overeen met 160 centimeter stamomtrek.
Cultuurhistorische waarde
Specifieke bomen en houtopstanden kunnen onderdeel zijn van de lokale geschiedenis of een bepaalde cultuurhistorische betekenis hebben. Het meest bekend zijn de herdenkingsbomen die ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen zijn geplant. Ook bomen die onderdeel zijn van een beschermd stadsgezicht of monument hebben vaak grote cultuurhistorische waarde. Dit zijn bomen die onderdeel zijn van het ontwerp en het aanzicht van het stadsgezicht of monument bepalen. Denk bijvoorbeeld aan leilinden voor een monumentale boerderij. Onder cultuurhistorische eigenschappen vallen onder andere (maar niet uitsluitend): • Herdenkingsboom o Koningsboom o Geboorteboom o Verzetsboom o Ooggetuigeboom • Ensemble met historisch pand (conform Monumentenwet of Erfgoedverordening) • Beschermd stadsgezicht (conform Monumentenwet of Erfgoedverordening) Voor cultuurhistorisch waardevolle bomen geldt geen minimumleeftijd.
Dendrologische waarde
Bijzondere boomsoorten kunnen ook boomkundig (dendrologisch) gezien waardevol zijn. Denk aan een exotische boomsoort of een bijzondere kweekvorm of variëteit. Of er is sprake van een weinig voorkomende soort. Een boom of houtopstand is waardevol als bijzonderheid indien deze voor de leefomgeving van grote waarde is en bij kap niet makkelijk meer door herplant een nieuw exemplaar gerealiseerd kan worden. Dergelijke bomen komen weinig voor binnen de gemeente (maximaal 10 volwassen exemplaren) en kunnen dan ook zeldzaam genoemd worden.
71
Beeldbepalende waarde voor de openbaar toegankelijke leefomgeving of de herkenbaarheid op straat-, wijk- of dorpsniveau Een boom is beeldbepalend als deze voor de beeldkwaliteit van de leefomgeving van grote waarde is of als de boom een belangrijke positieve bijdrage levert aan het karakter en de herkenbaarheid op straat-, wijk‐ of dorpsniveau.
Bij particulieren staan de bomen vooral in voor‐ en zijtuinen. Ze spelen een grote rol in het straatbeeld van de gemeente, want de habitus (vorm van de boom) is zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied. Soms gaat het om bomen in achtertuinen die een beeldbepalende bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of straat. De boom of houtopstand is van een dusdanige omvang dat deze vanuit 1 windrichting beeldbepalend is voor de omgeving, of is vanuit alle windrichtingen beeldbepalend, dan speelt de omvang geen rol. Een bijzondere, opvallende of aansprekende locatie van de boom of houtopstand kan mede bepalend zijn voor opname op de waardevolle bomenlijst. Soms is de manier waarop een boom is geplant of is gegroeid, bijvoorbeeld ten opzichte van andere bomen, van invloed op de manier waarop een boom zich toont. In specifieke gevallen geldt dit ook voor bomen in groepen, waarbij niet zozeer de individuele boom, maar de groep als geheel van beeldbepalende waarde is. Zoals bij een groep van 2 of 3 bomen die tezamen 1 kroon vormen. Een boom heeft beeldbepalende waarde als deze tenminste 50 jaar geleden is aangeplant. Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 50 centimeter stamdiameter komt overeen met 160 centimeter stamomtrek.
71