CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 15 Herenweg-Banweg Bergen_Archeologisch onderzoek.pdf

Gemeenteraad 24 oktober 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 8: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Herenweg-Banweg Bergen9.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureau voor Archeologie Rapport 1392 Herenweg-Banweg, Egmond aan den Hoef, gemeente Bergen (NH.): een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 1392. Herenweg-Banweg, Egmond aan den Hoef, gemeente Bergen (NH.): bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

auteur:

I.S.J. Beckers (KNA senior prospector)

autorisatie:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

2 november 2023

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2022121301

Provincie

Noord-Holland

Gemeente

Bergen (NH.)

Plaats

Egmond aan den Hoef

Toponiem

Herenweg-Banweg

Centrum locatie (m RD)

105.680; 517.280 (x; y)

Omvang plangebied

2.590 m2

Omvang onderzoeksgebied booronderzoek 2.590 m2 Kadastrale gegevens

kadastrale gemeentenaam: Bergen Noord-Holland, sectie: F, nummer: 609 kadastrale gemeentenaam: Egmond-Binnen, sectie: E, nummer: 492

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

5467933100 (ABU); 5467941100 (ABO)

Soort onderzoek

bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Opdrachtgever

Ad Fontem Ruimtelijk Advies

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie

Kaartblad

19A

(RO) kader onderzoek

Bestemmingsplanwijziging

Periode van uitvoering veldwerk

Dinsdag 31 oktober 2023

Bevoegde overheid

Gemeente Bergen (NH.)

Deskundige namens bevoegde overheid

NMF Erfgoed Dhr. I. Vossen

Versie van het rapport

1

Beheerder en plaats van documentatie

Provinciaal Depot voor Archeologie Huis van Hilde Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

4

Figuur 1: Ligging van het plangebied (rood; achtergrond: PDOK).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4 5 6

Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.....................................................................................................10 1.1 Doelstelling en vraagstelling...............................................................10 Bureauonderzoek......................................................................................12 2.1 Methode..............................................................................................12 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................12 2.3 Huidige situatie...................................................................................13 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................14 2.5 Historische situatie..............................................................................16 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................16 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................17 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................18 Booronderzoek..........................................................................................20 3.1

Inleiding..............................................................................................20 3.2 Methode..............................................................................................20 3.3 Resultaten met geologische interpretatie............................................21 3.4 Archeologische interpretatie................................................................22 Conclusie...................................................................................................23 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................23 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................24 Advies........................................................................................................25 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid......................25 Literatuur...................................................................................................26 Figuren......................................................................................................28 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................53

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

6

Lijst met Figuren 1: Ligging van het plangebied (rood; achtergrond: PDOK)........................... 4 2: Luchtfoto actueel (Nationaal Georegister)................................................ 28 3: Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek, onderbroken lijn (achtergrond: PDOK)................................................................................ 29 4: Archeologische beleidskaart gemeente Bergen (Cultuurcompagnie Noord-Holland 2013)................................................................................ 30 5: Concept bestemmingsplan. De twee bouwvlakken zijn met de rode lijnen aangegeven. Bron: Verniers 2022................................................... 31 6: Geologische overzichtskaart 2021 (TNO-GDN 2021)............................... 32 7: Geologische kaart Almaar (Rijks Geologische Dienst 1987)..................... 33 8: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.................................... 34 9: Bodemkaart (Eilander, Vos, en Wagenaar 1994)...................................... 35 10: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019)............................................... 36 11: Ligging van het plangebied (zwarte cirkel) op de kaart van Dou uit 1665 (Dou 1665)...............................................................................................

37 12: Reconstructietekening uit 1900 van de Cosmas en Damianuskapel en de situatie rond 1571 (Bruinvis 1900)....................................................... 38 13: Aquarel uit 1738 van de Cosmas en Damianuskapel (Boomkamp 1738)........................................................................................................ 38 14: Aquarel van de Cosmas- en Damianuskapel uit ongeveer 1785 (Tavernier 1785)....................................................................................... 39 15: Gedigitaliseerde kadastrale minuutkaart (HisGis 2010)............................ 40 16: Kadastrale minuut gemeente Bergen, sectie F, blad 1 (Kadaster 18111832). Rechtsonder de (moeilijk leesbare) functie van het gebouw op de plek van perceel 3............................................................................... 41 17: Bonneblad, 261-538-BERGEN-1879 (Kadaster)...................................... 42 18: Topografische kaart, 19A-1950-Alkmaar / Bergen / Heiloo (Topografische Dienst)............................................................................. 43 19: Topografische kaart, 19A-1971-Alkmaar / Bergen / Heiloo (Topografische Dienst)............................................................................. 44 20: Topografisch kaart 2012...........................................................................

45 21: Archeologische terreinen, vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021).......................................... 46 22: Luchtfoto van 11 april 1945 (RAF 1940-1945).......................................... 47 23: Boorpuntenkaart. De profielkuil is bij boorpunt 3 gegraven...................... 48 24: Foto van boring 6..................................................................................... 49 25: Profielkuil. De donkergrijze, opgebrachte puinlaag is aan de oppervlakte zichtbaar. Dit rust op een lichtgrijze (eveneens opgebrachte) zandlaag en vervolgens op ene bruingrijze, omgewerkte grondlaag. Onderaan het profiel zijn baksteenspikkels zichtbaar............. 50 26: Getekende boorprofielen in schematische noord-zuid doorsnede............ 51 27: Advieskaart.............................................................................................. 52 Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

7

Lijst met Tabellen 1: Aardwetenschappelijke waarden.............................................................. 15 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 500 m van het plangebied........................................................................ 18

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

8

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase uitgevoerd voor de bouw van drie woningen aan de Herenweg-Banweg te Egmond aan den Hoef. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. In het plangebied worden drie woningen gebouwd. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Het plangebied ligt ter hoogte van het voormalige Zeegat van Bergen. In de periode tussen 1500 en 500 voor Christus is het Zeegat verzand en ontstaat een aaneengesloten duinenrij langs de Noord-Hollandse kust. Waarschijnlijk is sindsdien sprake geweest van continue duinvorming. Het plangebied wordt, na de vorming van de duinen in de Bronstijd bewoonbaar. In de ondergrond van het plangebied kunnen archeologische waarden uit de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn, waarschijnlijk in overstoven toestand.

Het gebied is in de Vroege Middeleeuwen in cultuur genomen en sindsdien zal de duinvorming enigszins getemperd zijn. In de 13e eeuw wordt ten oosten van het plangebied de Cosmas en Damianuskapel gesticht. De Romaans-Gotische kapel was een bedevaartsoord en waarschijnlijk is naast de kapel een kerkhof geweest. De kapel is na de Reformatie in gebruik genomen als woning en school en is in 1865 afgebrand en gesloopt. Het plangebied is vanaf de 19e eeuw achtereenvolgens in gebruik geweest als bosland, boomgaard en tuingrond. Rond 1971 is het zuiden van het plangebied een parkeerterrein. In het plangebied zijn zes boringen gezet tot ongeveer 300 cm onder het maaiveld. Het booronderzoek is aangevuld met een profielkuil. Hieruit blijkt dat de ondergrond van het plangebied bestaat uit een duin- op strandwalzand. In het zuiden van het gebied is hierin een vegetatieniveau aanwezig op 205 cm onder het maaiveld. Op dit niveau kunnen nog archeologische waarden uit de Bronstijd tot en met de Romeinse tijd verwacht worden. De kalkloze top van het duinzand ontbreekt in een groot deel van het plangebied. Waarschijnlijk is de top van het duinzand omgewerkt om het gebied geschikt te maken als tuingrond. De bovengrond bestaat uit een bouwvoor, op een ongeveer 20 cm dikke laag opgebrachte grond, op een omgewerkte grond laag die tot 65 a 115 cm -mv reikt.

Bureau voor Archeologie adviseert om in de zuidpunt van het plangebied een maximale verstoringsdiepte van 175 cm -mv te hanteren. Als dieper gegraven wordt dan 175 cm-mv, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Afhankelijk van de geplande verstoring kan gekozen worden voor een karterend booronderzoek, inventariserend veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek of een archeologische begeleiding. In de rest het plangebied worden geen archeologische waarden verwacht. Bovenstaande vormt een selectieadvies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (gemeente Bergen) een Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

9 selectiebesluit nemen over de daadwerkelijk omgang met eventueel aanwezige archeologische resten binnen het plangebied. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Bergen (NH.).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

10

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase uitgevoerd voor de bouw van drie woningen op een perceel tussen de Herenweg en de Banweg te Egmond aan den Hoef. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Tijdens de verkennende fase wordt de aard en intactheid van het bodemprofiel bepaald. Op basis daarvan kunnen kansarme zones worden uitgesloten en eventuele kansrijke zones kunnen worden geselecteerd voor eventueel vervolg onderzoek. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

1

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

11 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

Booronderzoek: 7.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

8.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

Eindoordeel: 9.

10.

Indien (mogelijk) archeologische resten aanwezig zijn: a)

Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?

b)

Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische resten?

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

12

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. In aanvulling hierop is contact geweest met de Historische Kring Egmond. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardwetenschappelijke, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. Het plangebied ligt in de gemeente Bergen in Noord-Holland in de plaats Egmond aan den Hoef. De locatie ligt tussen de Herenweg en de Banweg, naast de Banweg nummer 1 en de Herenweg nummer 99. Het plangebied is 82 m lang en 50 m breed en heeft een omvang van 2.590 m2. Het plangebied omvat twee kadastrale percelen. Het zuidelijke perceel heeft nummer 492 en ligt in sectie E van de kadastrale gemeente Egmond-Binnen. Het noordelijk perceel heeft nummer 609 en ligt in sectie F van kadastrale gemeente Bergen (Noord-Holland). Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Herenweg en aan de zuidwestzijde door het bewoonde perceel van Banweg 1. De zuidgrens wordt gevormd door de Banweg. Ten oosten van het plangebied ligt het bewoonde perceel van de Banweg 1z. Ten noorden van het plangebied bevindt zich het perceel van Herenweg 99. Om voldoende informatie over aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen (figuur 3).

2 3

SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

13 Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2013 valt het plangebied in een zone waar archeologisch onderzoek verplicht is bij projecten met een oppervlakte groter dan 500 m2 en die dieper dan 40 cm -mv reiken (figuur 4).4 Ontwerp c.q. inrichtingsplan De beoogde ingreep bestaat uit de verwijdering van de oppervlakteverhardingen en de bouw van drie woningen in het gebied. De bouwtekeningen van de woningen zijn nog niet gemaakt, maar wel is een concept-bestemmingsplan gemaakt waar twee bouwvlakken op staan. Eén bouwvlak ligt aan de noordzijde van het plangebied parallel aan de Herenweg. Daar komen twee woningen. Een ander bouwvlak komt aan de zuidkant langs de Banweg en is geschikt voor één woning (figuur 5). Waarschijnlijk zal het overige deel van het plangebied in gebruik worden genomen als erf en tuin. Aard en omvang van de toekomstige verstoring Waarschijnlijk zullen de nieuwe woningen gefundeerd worden ‘op staal’. Ter plaatse van de nieuwe funderingsbalken zal tot ongeveer 80 cm -mv gegraven worden. De aanleg van nieuwe nutsvoorzieningen gaat gepaard met een aanlegdiepte van maximaal 150 cm onder het maaiveld.

Milieutechnische condities In het Bodemloket van de omgevingsdienst Noord-Holland Noord is een rapport gemaakt van een verkennend bodemonderzoek dat op de locatie is uitgevoerd. In het noorden van het gebied is aan het maaiveld een laag licht asbesthoudend puingranulaat aangetroffen. In het gebied zijn plaatselijke verontreinigingen van minerale olie, PCB en PAK aanwezig. De verontreinigingen zijn licht en daarom is geen sanering noodzakelijk.5 Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied is niet bekend. Informatie over de grondwaterstanden kan worden afgeleid uit de grondwatertrap op de bodemkaart. De grondwatertrap is I tot II* Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand ondieper staat dan 20 cm -mv en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand staat tussen 50 en 80 cm -mv. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.

2.3

Huidige situatie Bebouwing en functie In het plangebied staat geen bebouwing.

4 5

Cultuurcompagnie Noord-Holland 2013 https://odnhn.nazca4u.nl/Rapportage/viewerLookUp/Geolocator.aspx

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

14 Bodemgebruik Het zuidelijke deel van het plangebied is in gebruik als parkeerterrein. Dit gedeelte is verhard met stelconplaten. In het noorden van het plangebied bevindt zich een groot grasveld met in het midden daarvan een rechthoekige betonplaat. Dit is een voormalige wasplaats voor voertuigen. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan Landelijk Gebied-Zuid, dat op 1 oktober 2014 door de gemeente Bergen (NH) is vastgesteld (NL.IMRO.0373.BPG09000landgebzui-C003). In het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 500 m2 waarbij de bodem dieper dan 40 cm -mv wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.6

2.4

Aardwetenschappelijke waarden De aardwetenschappelijke gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Duinen en strandwallen', in de landschapszone strandvlakten.7 Het plangebied ligt in het Kennemerland in het westelijke deel van Noord-Holland. Na de laatste ijstijd kwam de relatief warme periode waarin we nu leven, het Holoceen. Door de temperatuurstijging en daarmee gepaarde smelt van de gletsjers stijgt de zeespiegel aan het begin van het Holoceen sterk. Dit heeft tot gevolg dat de toen droogliggende Noordzee steeds meer volloopt en de kustlijn naar het oosten verschuift. Het plangebied ligt in het Zeegat van Bergen, een laag gebied met een riviermonding waarvan de voorgangers van de Overijsselse en de Utrechtse Vecht, de Gelderse IJssel en de Veluwse beken de bovenloop vormen.8 Ongeveer 5.000 jaar geleden wordt meer zand aangevoerd naar de Noordzee en ontstaan stabiele strandwallen langs de kustlijn. De vooroeverafzettingen en strandafzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Zandvoort binnen de Formatie van Naaldwijk. Op de strandwallen ontstaan door verstuiving duinenrijen. De duinafzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Schoorl. De kustlijn verplaatst zich sinds het ontstaan van stabiele strandwallen in westelijke richting. In de periode tussen 2.750 en 1.500 voor Christus verzandt het Zeegat van Bergen.

De riviermonding verplaatst richting het noorden, naar de huidige Waddenzee (de rivier de Vlie).9 Rond 1.500 voor Christus ligt het plangebied ter hoogte van een wadvlakte dat later een kweldergebied voor de kust wordt. Deze wad- en kwelderafzettingen zijn vervolgens bedekt met duinafzettingen. Vanaf het ontstaan van de duinen is het gebied aantrekkelijk voor bewoning. Na bewoningsfases hebben soms weer verstuivingsfases plaatsgevonden waardoor de bewoningsresten kunnen zijn bedekt door een laag (herstoven) duinzand.10

6 http://www.ruimtelijkeplannen.nl 7 Rensink e.a. 2015 8 Vos e.a. 2018 9 Vos e.a. 2018 10 Haartsen 2009 Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

15 Volgens de Geologische Kaart van Nederland is in het plangebied een pakket Jong Duinzand op Oud Duinzand aanwezig (figuur 7).11 Dit betekent dat de verstuivingen in het gebied in ieder geval tot de Late Middeleeuwen moeten zijn doorgegaan. Volgens het model van het Dinoloket is het pakket Jong Duinzand (Laagpakket van Schoorl) ongeveer vier meter dik.12 Het gebied ligt aan de oostelijke flank van een duinenrij. Ten westen van de Herenweg komen relatief hoge duinen voor. Waarschijnlijk is een laag Jong Duinzand in het westen van het plangebied afgezet. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) loopt het maaiveld in het plangebied af richting het oosten. Langs de Herenweg ligt het maaiveld op ongeveer 4 m boven NAP. Bij de oostelijke punt van het plangebied ligt het maaiveld op ongeveer 2,6 m boven NAP (figuur 8). Op de digitale Bodemkaart van Nederland maakt het plangebied deel uit van een zone met lage enkeerdgronden, ontwikkeld in leemarm en zwak lemig fijn zand (figuur 9).13 Dit bodemtype komt voor in een strook duinland tussen Bergen en Egmond. De humeuze bovengrond is ongeveer 60 cm dik en rust op kalkrijk duinzand. De bodem is relatief diep omgespit voor tuinbouw of de bollenteelt.14 Het AHN laat zien dat er een groot verschil is in het reliëf tussen de duinen ten westen van de Herenweg, en de weilanden ten oosten van de Herenweg.

Volgens de geomorfologische kaart waren ter hoogte van het plangebied mogelijk ook duinen aanwezig en het terrein staat daarom als afgegraven/geëgaliseerd aangeduid (figuur 10) Bron

Situatie plangebied, omschrijving

Geologie (figuren 6 en 7)

Geologische Kaart van het Koninkrijk van Nederland:15 • sg: Zandige strand en vooroeverafzettingen op getijdengeulafzettingen (Laagpakket van Zandvoort op Laagpakket van Walcheren-g) Geologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000: 16 • S2: Jonge Duin- en strandzanden op Oude Duin- en strandzanden

AHN (figuur 8)

Het maaiveld in het plangebied ligt tussen 2,6 m en 4 m NAP.

Bodemkunde (figuur 9)

Bodemkaart 1 : 50 000:17 • Eerdgronden, Lage enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (EZg21-II*)

Geomorfologie (figuur 10)

Geomorfologische kaart 1 : 50 000:18 • Vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen vervlakt of ontstaan door afgraving en/of egalisatie (M92E)

Tabel 1: Aardwetenschappelijke waarden.

11 Rijks Geologische Dienst 1987 12 http://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen 13 Alterra 2014 14 Rosing e.a. 1995 15 TNO-GDN 2021 16 Rijks Geologische Dienst 1987 17 Alterra 2014 18 Maas e.a. 2019 Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

16

2.5

Historische situatie De plaatsnaam Wimmenum komt al in de 11e eeuw na Christus voor. Het lag langs de Herenweg, de weg die de Vroegmiddeleeuwse plaatsen Bergen en Egmond met elkaar verbindt.19 Omstreeks 1230 wordt langs de Banweg een kapel gesticht ter ere van de heilige Cosmas. In 1357 wordt de kapel hersticht door Graaf Hugo van Egmond en gewijd ter ere van de heiligen Cosmas en Damianus. Deze heiligen worden vereerd als geneesheren en de kapel wordt een bedevaartsoord voor zieken die hoopten op genezing. Veel van de gelovigen nemen als talisman stukken steen van de muren van de kapel mee. De middeleeuwse kapel is een Romaans-Gotisch bouwwerk met een koor in het westen en een schip in het oosten. Na de Reformatie wordt het koor in gebruik genomen als woonhuis en het schip als school.20 De kapel moet ten noorden van de Banweg gelegen hebben, iets ten oosten van het plangebied (figuur 11). Op diverse tekeningen zien we de kapel geleidelijk veranderen. •

Op een reconstructie van de situatie uit 1571 lijkt sprake van een dak met leien (figuur 12)

•

Op de aquarel uit 1738 is het dak van het koor vervangen door riet (figuur 13). Een deel van het koor lijkt te zijn uitgebroken.

•

De aquarel van 1785 is zeer gedetailleerd en we zien duidelijk dat het pand deels ruïneus begint te worden (figuur 14). Wellicht komt dat door de pelgrims die nog steeds langs komen en stukken steen van het pand meenemen. Aan de westzijde is een houten aanbouw aanwezig.

De kapel is in 1865 afgebrand en daarna gesloopt. Op de kadastrale minuutkaart van begin 19e eeuw is de kapel herkenbaar (figuren 15 en 16). De oorspronkelijk aanwijzende tafel geeft de functie van het gebouw aan maar het is moeilijk leesbaar (zie detail bij figuur 16). Volgens de gedigitaliseerde tafels van HisGIS staat er ‘schuithuis’. Volgens ons is gezien het bekende gebruik ‘t schoolhuis logischer. Het stuk land tussen de Banweg en de Herenweg, daar waar het plangebied ligt, is het landgebruik bos. Op de Bonnekaarten uit de periode tussen 1879 en 1920 is het perceel afgebeeld als bosland of boomgaard (figuur 17). Op de topografische kaarten van 1950 en 1961 zijn ten zuidwesten en ten noorden van het plangebied woningen afgebeeld (figuur 18). Het plangebied zal in deze periode als tuingrond gebruikt zijn. Op de topografische kaart van 1971 is in het zuiden van het plangebied een weg gekarteerd (figuur 19); vermoedelijk is dit deel van het plangebied sindsdien als parkeerplaats gebruikt. Het plangebied is altijd onbebouwd gebleven.

2.6

Mogelijke verstoringen In het noorden en zuiden van het plangebied zijn plaatselijk oppervlakteverhardingen aangebracht. Waarschijnlijk reikt een eventuele verstoring tot ongeveer 30 cm onder het maaiveld. Het is mogelijk dat het gebied gediepploegd is om het geschikt te maken voor bollenteelt.

19 Husken 2006 20 Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

17

2.7

Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, vondstlocaties en onderzoeken staan weergegeven in figuur 21 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig. Het plangebied ligt wel net ten oosten van de Atlantikwall de Duitse verdedigingslinie langs de Noordzeekust.21 Op een luchtfoto van 11 april 1945 zijn geen verdedigingswerken of bomkraters in het plangebied zichtbaar (figuur 22). In het gebied zijn nog weinig archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het meest relevant voor het plangebied is een proefsleuvenonderzoek ter hoogte van de voormalige Cosmas en Damianuskapel direct ten oosten van het plangebied. Dit onderzoek is in 1987 uitgevoerd. Hierbij werd alleen los puin gevonden en het blijkt dus dat de funderingen van de kapel moeten zijn uitgebroken. Rondom de kapel werden grafresten verwacht maar dit gebied is niet onderzocht door het aanleggen van proefsleuven. Archeologische terreinen 10774: Bergen, Het Woud, Banweg/Schooltuin, Terrein van hoge archeologische waarde Dit AMK terrein ligt 25 m richting het oosten.

Terrein met sporen van een in of voor 1357 een kapel gesticht die gewijd was aan Cosmas en Damianus. Na de Hervorming is de kerk in gebruik geweest als school. In 1865 is het gebouw afgebrand. Verwacht wordt dat in de ondergrond nog archeologische sporen bewaard zijn die een bijdrage leveren aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied. 10788: Bergen, Wimmenum, Kromme Dijk/Driehuizerweg, Terrein van hoge archeologische waarde Dit AMK terrein ligt 421 m richting het zuidoosten. Terrein met redelijk geconserveerde sporen van bewoning uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd op twee parallel lopende strandwallen. De meest westelijke is het best ontwikkeld. De sporen zijn afgedekt door zowel Oud als Jong Duinzand. Het gebied ligt ingesloten tussen de voor bollenteelt diep omgezette percelen. Aangezien deze in wetenschappelijk opzicht een belangrijke bijdrage leveren aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied dienen dit terrein in principe behouden te blijven. Onderzoeken (inclusief eventuele vondsten) 2.112.490.100: Bergen (NH), Bergen, Duingebied (en strand), bureauonderzoek Onderzoek 10 m ten westen van het plangebied, uitgevoerd in 2006. De gemeente Bergen is in 2004 gestart met een algemene herziening van de bestemmingsplannen. In dit kader is het bureauonderzoek verricht voor het bestemmingsplangebied "Duingebied (en strand)".

Het doel van het bureauonderzoek is om aan te geven hoe bij eventuele werkzaamheden in voldoende mate rekening gehouden kan worden met de archeologische aspecten in het bestemmingsplangebied. Daartoe worden voor het gehele gebied archeologieregimes vastgesteld, waarin uitspraken worden gedaan over de noodzaak voor archeologisch onderzoek bij nieuwe ontwikkelingen in het gebied. 2.116.840.100: Bergen (NH), Bergen, Landelijk Gebied Zuid, bureauonderzoek Het plangebied ligt in het onderzoeksgebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in Wimmenum en omgeving nog veel archeologische waarden verwacht kunnen worden. Ten oosten van het plangebied heeft de Cosmas en Damianus kapel gestaan en mogelijk kan rondom de kapel een grafveld aanwezig zijn. De archeologieregimes uit de 21 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

18 beleidskaart van 2013 worden zoveel mogelijk overgenomen voor het bestemmingsplan. 22 2.132.287.100: Bergen (NH), Bergen, Herenweg, booronderzoek Onderzoek 70 m ten zuidwesten van het plangebied, uitgevoerd in 2006. In het kader van de reconstructie van de N511 wordt door RAAP Archeologisch Adviesbureau een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Op grond van het ontbreken van (duidelijke) aanwijzingen voor de aanwezigheid van waardevolle archeologische resten binnen de verstoringsdiepte van de te graven sloten wordt ten aanzien van het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. Vondsten overig Geen

Tabel 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 500 m van het plangebied. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.23

2.8

Gespecificeerde verwachting Het plangebied lag ter hoogte van het Zeegat van Bergen. In de periode tussen 1.500 en 500 voor Christus is het Zeegat verzand en is het gebied deel gaan uitmaken van een duinenrij langs de Noord-Hollandse kust. Waarschijnlijk is sindsdien sprake geweest van continue duinvorming. Het plangebied wordt, na de vorming van de duinen in de Bronstijd bewoonbaar. In de ondergrond van het plangebied kunnen archeologische waarden uit de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn, waarschijnlijk in overstoven toestand. Het gebied is in de Vroege Middeleeuwen in cultuur genomen en sindsdien zal de duinvorming enigszins getemperd zijn. In de 13e eeuw wordt ten oosten van het plangebied de Cosmas en Damianuskapel gesticht. De Romaans-Gotische kapel was een bedevaartsoord en waarschijnlijk is naast de kapel een kerkhof geweest. De kapel is na de Reformatie in gebruik genomen als woning en school en is in 1865 afgebrand en gesloopt. Het plangebied is sinds het begin van de 19e eeuw achtereenvolgens in gebruik geweest als bosland, boomgaard en tuingrond. Rond 1971 is het zuiden van het plangebied als parkeerterrein in gebruik genomen. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.

Datering

In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. 2.

Complextype

Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen.

22 Husken 2006 23 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

19 3.

Omvang

Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de landbouwsamenlevingen kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.

Diepteligging

Waarschijnlijk is het gebied in gebruik geweest als bouwland of tuingrond en daarom wordt een relatief dikke (60 cm of meer) humeuze bovengrond verwacht. Vanaf deze diepte tot in de top van de strandafzettingen (ongeveer 4 meter onder het maaiveld) kunnen archeologische waarden uit de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. Eventuele sporen uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd bevinden zich direct onder de humeuze bovengrond. 5.

Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

Een archeologisch niveau uit de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen is waarschijnlijk nog goed bewaard aanwezig onder een laag duinzand. De conservering is matig tot goed naar gelang de ligging ten opzichte van de grondwaterspiegel. Het potentiële archeologische niveau uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd is waarschijnlijk deels vergraven. 6.

Locatie

In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. 7.

Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):

Uiterlijke kenmerken: Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beer- en/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door ploegwerkzaamheden ook in de bouwvoor of (als deze aanwezig is) bouwlanddek aanwezig zijn. Uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd worden resten gerelateerd aan de Cosmas en Damianus-kapel verwacht, bijvoorbeeld resten van bijgebouwen of grafresten. Prospectiekenmerken: Archeologische resten uit de periode Bronstijd-Vroege Middeleeuwen kenmerken zich door de aanwezigheid van een archeologische laag. Dit is een doorwerkte laag bestaande uit het oorspronkelijke sediment dat is vermengd met archeologische indicatoren zoals bot-, houtskool- en aardewerkfragmenten. Daarnaast moet rekening worden gehouden met humeuze ontkalkte bodemlagen (ook zonder archeologische indicatoren) die kunnen wijzen op overstoven loopvlakken. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd manifesteren zich als een sporenniveau. 8.

Mogelijke verstoringen

Door het gebruik van het gebied als bouwland en tuingrond kunnen archeologische waarden zijn vergraven.

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

20

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,24 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de gegevens van de verkenning wordt de aard en intactheid van de bodemopbouw gecontroleerd en kan de verwachting worden verfijnd. Tevens wordt zo inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd.

Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden.

3.2

Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor (tot ongeveer 1,5 m onder het maaiveld), 4 cm zuigerbuis (1,5-2,3 m onder het maaiveld) en 2 cm guts (diepere lagen).

Aantal boringen:

Zes

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot zo diep mogelijk in het duin/strandzand. Ver onder de grondwaterspiegel loopt het zand uit het boormateriaal en is het niet meer mogelijk om te boringen dieper door te zetten.

Verspreiding van de boorpunten: De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst. Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een stuk worteldoek. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd.

24 SIKB 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

21 Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.25 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand van het AHN.26 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 30 oktober 2023 door I.S.J. Beckers (KNA Senior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld.27 Het plan van aanpak is voorgelegd aan en goedgekeurd door de deskundige van de bevoegde overheid (email Dhr. I. Vossen, NMF Erfgoedadvies, 17 oktober 2023). Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3. In de emailreactie op het Plan van Aanpak werd het graven van een profielkuil aanbevolen als in het gebied een verstoorde bovengrond werd aangetroffen. Dit was het geval en daarom is naast boring 3 een profielkuil gegraven tot ongeveer 50 cm onder het maaiveld.

3.3

Resultaten met geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in figuur 23 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in figuur 26. Het grondwater stond tijdens het onderzoek op ongeveer 150 cm onder het maaiveld. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende lagen of pakketten worden onderscheiden, van onder naar boven: 1: Duin-/Strandzand De ondergrond van het gebied bestaat uit lichtgrijs tot grijs zeer fijn zand. In de basis van dit pakket zijn schelpfragmenten aanwezig en in de top van het pakket komen roestvlekken voor. Het grootste deel van het pakket is kalkrijk. In boring 5 is de bovenste 30 cm van het pakket kalkarm en in boring 6 de bovenste 50 cm van het pakket kalkloos. De top van het pakket ligt tussen 65 en 115 cm -mv (311 en 201 cm NAP). De basis van het pakket bevat schelpresten en dit wordt daarom geïnterpreteerd als een laag strandwalzand. Dit gaat naar boven toe geleidelijk over in duinzand. Het pakket wordt gerekend tot het Laagpakket van Zandvoort binnen de Formatie van Naaldwijk. In het duinzand is geen overgang van Oud naar Jong Duinzand herkenbaar. 2: Vegetatieniveau In boring 6 is op 205 cm -mv een laag matig humeus en donkergrijs zand aangetroffen (figuur 24). Deze laag bevat enkele takjes en is 20 cm dik.

De laag rust op en wordt afgedekt door duin-/strandzand. Het betreft hier een vegetatieniveau; een niveau dat enige tijd aan de oppervlakte heeft gelegen 25 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 26 Kadaster en PDOK 2014 27 Beckers 2023 Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

22 voordat het niveau weer is overstoven. 3: omgewerkte grond Pakket 1 gaat scherp naar boven toe over in pakket 3. Pakket 3 is 40 tot 105 cm dik bestaat uit zwak tot matig humeus zand. De kleur is (donker)bruingrijs tot donkergrijs. In de profielkuil zijn in deze laag baksteenfragmenten aangetroffen (figuur 25). Het pakket heeft een heterogene opbouw en is grijs gevlekt. De top van het pakket ligt tussen 10 en 25 cm -mv (356 en 271 cm NAP). Laag 3 wordt geïnterpreteerd als een laag omgewerkte grond. Waarschijnlijk is dit ontstaan door het gebruik van het gebied als tuingrond. 4: opgebrachte grond In boring 5 en in de profielkuil werd boven het heterogene pakket 3 een 15 cm dikke, lichtgrijze zandlaag aangetroffen. Deze laag wordt afgedekt door laag 5. Het betreft hier een laag ophogingszand, gerelateerd aan de naastgelegen parkeerplaats. 5: bouwvoor Laag 5 is opgebouwd uit matig humeus, donkergrijs zand en bevindt zich direct onder het maaiveld. Het pakket is 10 tot 25 cm dik. In de boringen 3 en 4 en de profielkuil bevat de laag veel baksteenfragmenten en is de laag matig grindig. Laag 5 wordt geïnterpreteerd als de recente bouwvoor. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er zijn geen vondsten verzameld.

3.4

Archeologische interpretatie De ondergrond van het plangebied bestaat in de basis uit strandwalzand en in de top uit duinzand. In het zuidwesten van het gebied is daarin een vegetatieniveau aangetroffen op 205 cm onder het maaiveld. Hoewel in deze laag geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, blijkt uit de aanwezigheid van deze laag dat het gebied tussen twee fases van verstuivingen bewoonbaar moet zijn geweest. Dit niveau kan daarom archeologische waarden bevatten. Eventuele archeologische waarden kunnen uit de Bronstijd tot en met de Romeinse tijd dateren.28 Omdat in veel onderzochte locaties de kalkloze top van het duinzand ontbreekt, is dit niveau verstoord geraakt. Waarschijnlijk is in het gebied diep geploegd om het geschikt te maken voor een gebruik als tuingrond. De top van het duinzand is verstoord geraakt tot een diepte variërend tussen ongeveer 65 en 115 cm onder het maaiveld. In de bovengrond worden daarom geen archeologische waarden meer verwacht. In delen van het plangebied is boven de laag omgewerkte grond nog een lichtgrijze zandlaag (boring 5) of een grindige of puinrijke verhardingslaag (boringen 3 en 4) opgebracht. Als in het zuidwesten van het plangebied een maximale verstoringsdiepte van 175 cm -mv (205 cm -mv aangevuld met een ‘ veiligheidsmarge’ van 30 cm) kan het plangebied vrijgegeven worden voor de voorgenomen ontwikkeling.

28 Het niveau ligt relatief diep en daarom worden geen archeologische waarden uit de Middeleeuwen en de Nieuwer tijd op dit niveau verwacht.

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

23

4

Conclusie

4.1

Conclusie Bureauonderzoek 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

In het gebied worden drie woningen gerealiseerd. De woningen zullen waarschijnlijk gefundeerd worden ‘op staal’ met een vergravingsdiepte bij de nieuwe funderingen van ongeveer 80 cm onder het maaiveld. 2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

Het gebied ligt aan de oostelijke rand van het duinengebied tussen Bergen en Egmond. De ondergrond van het plangebied bestaat uit duin- en strandwalzand op vooroever- en geulafzettingen van het Zeegat van Bergen. Beide worden tot het Laagpakket van Zandvoort binnen de Formatie van Naaldwijk gerekend. Volgens de digitale Bodemkaart van Nederland komen in het plangebied lage enkeerdgronden voor, gekenmerkt door een ongeveer 60 cm dik humeus dek ontstaan door vermenging van de bovengrond. 3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

Het gebied is in gebruik geweest als boomgaard en tuin. Waarschijnlijk is de bovengrond omgewerkt. Het plangebied is later in gebruik genomen als parkeerplaats voor voertuigen. Door het aanbrengen van oppervlakteverharding kan een verstoring van de bovengrond hebben plaatsgevonden. 4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

De Herenweg is een vroegmiddeleeuwse weg. De Banweg vormt de oude grens tussen de gebieden van Bergen en Egmond. In het omringende gebied ontstond het buurtschap Wimmenum. Het plangebied lag direct ten westen van de Cosmas en Damianuskapel uit de 13e en 14e eeuw. Het plangebied is in de laatste twee eeuwen achtereenvolgens in gebruik geweest als boomgaard, tuingrond en parkeerplaats voor voertuigen. 5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

Het terrein van de Cosmas en Damianuskapel (25 m ten oosten van het plangebied) is aangewezen als AMK-terrein. Uit een proefsleuvenonderzoek op deze locatie blijkt dat de funderingen van de kapel verwijderd zijn. 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

Het plangebied is vanwege de ligging in het duinengebied vanaf de Bronstijd bewoonbaar geweest. Een eventuele archeologische vindplaats uit de Bronstijd tot en met de Middeleeuwen is waarschijnlijk door een laag duinzand bedekt geraakt. In de bovengrond van het plangebied kunnen archeologische waarden uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd worden verwacht gerelateerd aan het buurtschap Wimmenum en de naastgelegen kapel. De in het gebied te verwachten resten bestaan uit resten van een agrarische nederzetting/boerenerf en mogelijke resten van begravingen.

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

24

4.2

Conclusie Booronderzoek 7.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

De ondergrond van het plangebied bestaat uit een pakket duin- op strandwalzand (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort). In het zuiden van het gebied is een vegetatieniveau aangetroffen op 205 cm -mv te midden van het duinzand. De kalkloze top van het duinzand ontbreekt in een groot deel van het plangebied. Waarschijnlijk is de top van het duinzand omgewerkt om het gebied geschikt te maken als tuingrond. 8.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

In het zuiden van het plangebied kunnen vanwege de aanwezigheid van een vegetatieniveau archeologische waarden uit de Bronstijd tot en met de Romeinse tijd aanwezig zijn. Dit niveau ligt op 205 cm onder het maaiveld. Eindoordeel: 9.

Indien (mogelijk) archeologische resten aanwezig zijn: a)

Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?

De graafwerkzaamheden ten behoeve van de nieuwe woningen zullen niet tot in het vegetatieniveau reiken. Eventuele archeologische resten zullen in situ bewaard blijven. b)

Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische resten?

Als toch dieper dan 175 cm -mv verstoord zal worden kan door middel van een karterend booronderzoek inzicht verkregen worden in de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. 10.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Vervolgonderzoek wordt vooralsnog niet nodig geacht. Als toch in het zuiden van het plangebied in de geselecteerde zone dieper gegraven gaat worden dan 175 cm -mv is een karterende fase noodzakelijk. Afhankelijk van de geplande verstoring kan gekozen worden voor een karterend booronderzoek, proefsleuvenonderzoek of archeologische begeleiding.

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

25

5

Advies Bureau voor Archeologie adviseert om in de zuidpunt van het plangebied een maximale verstoringsdiepte van 170 cm -mv te hanteren. Als dit mogelijk is, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Afhankelijk van de geplande verstoring kan gekozen worden voor een karterend booronderzoek, inventariserend veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) of een archeologische begeleiding. In de rest van het plangebied worden geen archeologische waarden verwacht en kan vrijgegeven worden voor de voorgenomen ontwikkeling. Bovenstaande vormt een selectieadvies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (gemeente Bergen) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijk omgang met eventueel aanwezige archeologische resten binnen het plangebied. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Bergen (NH.).

5.1

Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid Dit rapport is door Bureau voor Archeologie nog niet ter goedkeuring aangeleverd bij bevoegde overheid. Over de resultaten van het onderzoek heeft geen inhoudelijke afstemming met de bevoegde overheid plaatsgevonden.

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

26

6

Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2018. ‘AHN3’. Digitale Hoogtekaart. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. Alterra. 2014. ‘Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, digitale en landsdekkende versie’. Wageningen. Beckers, I.S.J. 2023. ‘Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek Herenweg-Banweg, Egmond aan den Hoef, gemeente Bergen (NH.)’. Utrecht. Boomkamp, G. 1738. ‘Cosmus [Cosmas] en Damianus kapel te Wimmenum’. https://www.regionaalarchiefalkmaar.nl/collecties/beelden/beelden-2/ detail/30ff0d57-a5ad-40f4-b458-e1debbaab2ea. Bosch, J.H.A. 2008. ‘Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2’. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. Bruinvis, C.W. 1900. ‘Twee tekeningen van de kapel van de HH Cosmas en Damianus te Noord-Wimmenum. Boven de kapel in 1571 en onder in 1740.’ https://www.regionaalarchiefalkmaar.nl/collecties/beelden/beelden2/detail/02f870cb-9229-4eda-a885-21676bcce29c. Cultuurcompagnie Noord-Holland. 2013. ‘Beleidsnotitie Archeologie Gemeente Bergen-NH 2013’. Gemeente Bergen. Dou, Johannes. 1665. ‘Territorii Bergensis accuratissima descriptio’. Joan Blaeu. Noord Hollands Archief. https://proxy.archieven.nl/0/FE3526F8FB8E11DF9E4D523BC2E286E2. Eilander, D.A., G.A. Vos, en K. Wagenaar. 1994. ‘Bodemkaart van Nederland, Schaal 1:50.000, Blad 19 West Alkmaar’.

Wageningen: DLO-Staring Centrum. Haartsen, A. 2009. ‘Ontgonnen verleden: Regiobeschrijvingen provincie NoordHolland’. Rapport DK nr. 2009/dk116-G. Ede: Ministerie van LNV, directie IFZ/Bedrijfsuitgeverij. HisGis. 2010. ‘HisGis’. http://www.hisgis.nl. Husken, S. 2006. ‘Bureauonderzoek naar de archeologische w aarde van het bestemmingsplangebied Landelijk Gebied Zuid, gemeente Bergen’. SCENH-rapport cultuurhistorie 21. Wormer. Kadaster. 1811. ‘Kadastrale Minuten’. 1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. ———. ‘Bonnebladen’. http://www.kadaster.nl/web/artikel/producten/Bonnebladen.htm. Kadaster, en PDOK. 2014. ‘AHN2 en 3 - WCS service’. http://nationaalgeoregister.nl. Maas, G.J., W.M. van der Meij, S.P.J. van Delft, en A.H. Heidema. 2019. ‘Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart Nederland 1:50.000 (2019), achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand’. Wageningen: Wageningen Environmental Research. http://legendageomorfologie.wur.nl/. Nationaal Georegister. ‘Luchtfoto Beeldmateriaal RGB 25cm en 8cm WMTS’. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/ metadata/c82a783a-9a58-4761-a809-b4c5d90dcd35. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut. PDOK. ‘TOP25raster WMS’. Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK).

https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/ows. RAF. 1940. ‘Wageningen UR GeoPortal: RAF aerial photographs’. 1945. Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

27 http://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf. Rensink, E., H.J.T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken, en B.I. Smit. 2015. ‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld’. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd. Rijks Geologische Dienst. 1987. ‘Geologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000, Blad 19 West Alkmaar’. Rijswijk: Europeesch Cartografisch Instituut. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2016. ‘Kaart van verdedigingswerken, alle linies en stellingen’. https://landschapinnederland.nl/bronnen-enkaarten/militaire-landschapskaart. ———. 2017. ‘Rijksmonumentenregister’. Cultureelerfgoed.nl. https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister. ———. 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Data Archiving and Networking Services. ‘e-depot voor de Nederlandse archeologie’. http://www.edna.nl. Rosing, H., G.G.L. Steur, W. Heijink, H. de Bakker, O.H. Boersma, en C. Hamming. 1995. ‘Bodemkaart van Nederland 1:50000 : toelichting bij de kaartbladen blad 9 West Texel (gedeeltelijk), 14 West Medemblik, blad 14 Oost Medemblik, 15 West Stavoren (Noordhollands gedeelte), blad 19 West Alkmaar’. Wageningen: SC-DLO. http://edepot.wur.nl/117856. SIKB. 2018. ‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.1’. SIKB.

https://www.sikb.nl/doc/BRL4000/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %20versie%204_1.pdf. Stichting RAAP. 2017. ‘Indicatieve Kaart Militaire Waarden (IKME)’. Tavernier, H. 1785. ‘De kapel van Cosmas en Damianus te Noord-Wimmenum’. https://hdl.handle.net/21.12102/640D7FFCFB8F11DF9E4D523BC2E286 E2. TNO-GDN. 2021. ‘Geologische kaart van het koninkrijk der Nederlanden’. TNO Geologische Dienst Nederland. Topografische Dienst. ‘Topografische kaarten 1927-1995’. Emmen: Staat der Nederlanden. Verniers, L. 2022. ‘Aangevuld advies archeologie bij “Bestemmingsplanwijziging Bergen Herenweg en Banweg”; Memo NMF-2022-343-LV’. NMF Erfgfoed. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts, en J. Bazelmans. 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam: Prometheus.

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

28

Figuren

Figuur 2: Luchtfoto actueel (Nationaal Georegister).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

29

Figuur 3: Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek, onderbroken lijn (achtergrond: PDOK).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

30

Figuur 4: Archeologische beleidskaart gemeente Bergen (Cultuurcompagnie NoordHolland 2013).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

31

Figuur 5: Concept bestemmingsplan. De twee bouwvlakken zijn met de rode lijnen aangegeven. Bron: Verniers 2022.

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

32

Figuur 6: Geologische overzichtskaart 2021 (TNO-GDN 2021).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

33

Figuur 7: Geologische kaart Almaar (Rijks Geologische Dienst 1987).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

34

Figuur 8: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

35

Figuur 9: Bodemkaart (Eilander, Vos, en Wagenaar 1994).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

36

Figuur 10: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

37

Figuur 11: Ligging van het plangebied (zwarte cirkel) op de kaart van Dou uit 1665 (Dou 1665).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

38

Figuur 12: Reconstructietekening uit 1900 van de Cosmas en Damianuskapel en de situatie rond 1571 (Bruinvis 1900).

Figuur 13: Aquarel uit 1738 van de Cosmas en Damianuskapel (Boomkamp 1738).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

39

Figuur 14: Aquarel van de Cosmas- en Damianuskapel uit ongeveer 1785 (Tavernier 1785).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

40

Figuur 15: Gedigitaliseerde kadastrale minuutkaart (HisGis 2010).

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

41

Figuur 16: Kadastrale minuut gemeente Bergen, sectie F, blad 1 (Kadaster 1811-1832). Rechtsonder de (moeilijk leesbare) functie van het gebouw op de plek van perceel 3.

Bureau voor Archeologie Rapport 1392

Egmond aan den Hoef Herenweg-Banweg

42

Figuur 17: Bonneblad, 261-538-BERGEN-1879 (Kadaster).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5111/documents/41964