CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 10 Archeologisch onderzoek Groet Korhoendersweg 2 - versie 1.1.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 9: Voorstel betreft het Bestemmingsplan Korhoendersweg 2 Groet vast te stellen6.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transect-rapport 3943 Groet, Korhoendersweg 2 Gemeente Bergen (NH) Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO)

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Colofon Titel Rapportnummer

Groet, Korhoendersweg 2. Gemeente Bergen (NH). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Transect-rapport 3943

Auteur

N. Magdelijns

Versie

Versie 1.1

Datum

15-03-2022

Projectnummer

22010082

Onderzoeksmelding

5183899100

Opdrachtgever

Visser & Van Dam Postbus 7 1850 AA Heiloo

Uitvoerder

Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Bevoegde overheid Deskundige bevoegde overheid Beheer en plaats documentatie Omslagafbeelding

Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector

Gemeente Bergen NMF Erfgoedadvies Nog niet beoordeeld De omgeving van het plangebied op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl.

Datum 15-03-2022

Paraaf

ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

T: 030-7620705

E: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van Visser & Van Dam heeft Transect b.v. in maart 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Korhoendersweg 2 te Groet (gemeente Bergen). De aanleiding voor het onderzoek is het voornemen om een appartementencomplex met eenentwintig woningen te realiseren. Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning. Het archeologisch onderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied zich bevindt op de overgang van een duingebied naar een zeekleigebied. In de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum was dit een getijdengebied, waardoor het onbewoonbaar was. Daarom heeft het plangebied een lage verwachting op archeologische resten uit deze periode. Vanaf de Bronstijd waren de strandwallen en Oude Duinen bewoonbaar. Vanaf de Late Bronstijd is de omgeving echter bedekt geraakt met veen, dat in de Late Middeleeuwen is ontgonnen.

Daarom zou er theoretisch gezien een hoge verwachting zijn op archeologische resten uit de periode Vroege tot Midden Bronstijd en een lage verwachting voor de periode Late Bronstijd – Vroege Middeleeuwen. Vanwege het ontbreken van historische bebouwing binnen het plangebied en de ligging in een bouw- en weiland is er een lage verwachting op archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt echter in een vlakte die is ontstaan door afgraving of egalisatie van duinen of strandwallen. Uit een geologische boring in de buurt en het Actueel Hoogtebestand Nederland blijkt dat dit het geval is. Hierdoor is het duinzand en ook een gedeelte van de strandafzettingen verdwenen. Daarnaast is een groot deel van het plangebied verstoord door de bouw en sloop van de voormalige school, waardoor de top van het strandzand zeker ter plaatse van de voormalige school ook verstoord is. Daarom is er ook een lage verwachting voor de periode Vroege tot Midden Bronstijd. Advies Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning voor realisatie van een appartementencomplex. De precieze diepte van de funderingen is nog niet bekend. Op basis van het archeologisch onderzoek blijkt dat sprake is van een lage archeologische verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum – Neolithicum en Late Bronstijd – Nieuwe Tijd.

Theoretisch gezien is er een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Vroege – Midden Bronstijd. Gezien de bestaande verstoringen in het plangebied kan deze verwachting echter worden bijgesteld naar laag. Daarom adviseert Transect b.v. om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Bergen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Ongeacht het advies en het besluit van de gemeente willen wij de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden graag wijzen op de wettelijke plicht om eventuele toevalsvondsten direct te melden bij de bevoegde overheid (conform Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Dit kan bij de gemeente Bergen of direct bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

Inhoud 1.

Aanleiding.............................................................................................................................. 4

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek ............................................................. 5

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied ................................................................... 6

4.

Consequenties toekomstig gebruik ....................................................................................... 8

5.

Beleidskader .......................................................................................................................... 9

6.

Landschap, geomorfologie en bodem ................................................................................. 10

7.

Archeologische verwachtingen en bekende waarden ........................................................ 12

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen ............................................... 14

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting ..................................................................... 19

10.

Conclusies en advies............................................................................................................ 21

11.

Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................... 22

Bijlage 1.

Archeologische periode-indeling voor Nederland (conform ABR) ...................................... 24

Bijlage 2.

Luchtfoto ............................................................................................................................. 25

Bijlage 3.

Toekomstige situatie ........................................................................................................... 26

Bijlage 4.

Gemeentelijke beleidskaart ................................................................................................ 27

Bijlage 5.

Geomorfologie .................................................................................................................... 29

Bijlage 6.

Maaiveldhoogte .................................................................................................................. 30

Bijlage 7.

Bodem ................................................................................................................................. 32

Bijlage 8.

Archeologische waarden en onderzoeken .......................................................................... 33

Bijlage 9.

Bekende verstoringen ......................................................................................................... 34

Bijlage 10. Bouwtekeningen voormalige school ................................................................................... 35

3

1. Aanleiding In opdracht van Visser & Van Dam heeft Transect b.v.1 in maart 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Korhoendersweg 2 te Groet (gemeente Bergen). De aanleiding voor het onderzoek is het voornemen om een appartementencomplex met eenentwintig woningen te realiseren. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1685 m 2. Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergen heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Hiervoor geldt bij bodemingrepen met een omvang van meer dan 500 m2 en dieper dan 40 cm -Mv een archeologische onderzoeksplicht. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen kunnen eventuele archeologische resten met de geplande ingrepen worden aangetast. Hierom is archeologisch vooronderzoek nodig om inzicht te krijgen of en in hoeverre de werkzaamheden van invloed zijn op de archeologische waarde in het plangebied.

1

Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

4

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Om de archeologische waarde van het plangebied te kunnen bepalen is een bureauonderzoek (BO) uitgevoerd. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Aan de hand van beschikbare informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik binnen en rondom het plangebied, wordt de kans bepaald dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Het resultaat van het archeologisch bureauonderzoek is een rapport met een conclusie voor wat betreft het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen bodemingrepen. Aan de hand hiervan wordt een advies voor eventuele vervolgstappen geformuleerd. Met het rapport kan de bevoegde overheid een beslissing nemen in het kader van de vergunningverlening. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de aan- of afwezigheid, diepteligging, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1).

In dit kader is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit diverse voorhanden historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Deze informatie is aangevuld met relevante informatie uit achtergrondliteratuur. Een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in hoofdstuk 11.

5

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Plaats

Groet

Toponiem

Korhoendersweg 2

Gemeente

Bergen

Provincie

Noord-Holland

Kaartblad

14C

Perceelnummer(s)

SCH01 – F – 1291

Centrumcoördinaat

106.543 / 526.473

Oppervlakte plangebied

Circa 1685 m2

Binnen het archeologisch onderzoek is onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de bodemingrepen worden uitgevoerd. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied, in een straal van circa 500 m, dat bij het onderzoek wordt betrokken om tot een beter inzicht te komen in de landschappelijke, archeologische en (cultuur)historische situatie in het plangebied. Het plangebied ligt aan de Korhoendersweg 2 te Groet (gemeente Bergen) en maakt kadastraal gezien deel uit van perceel SCH01 sectie F nummer 1291. Aan de westzijde is het plangebied begrensd door de Gruttoweg. In het noorden grenst het plangebied aan de Korhoendersweg en aan de oostzijde aan het perceel van Korhoendersweg nr. 4. Ten zuiden van het plangebied ligt het perceel van Molenpad 4a. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1685 m 2. Ten tijde van het archeologisch vooronderzoek bestaat uit plangebied uit een grasveld met een bomenrij eromheen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en bijlage 2.

6

Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart. Bron topografische kaart: www.pdok.nl.

7

4. Consequenties toekomstig gebruik Planvorming

Nieuwbouw appartementencomplex

Aard bodemverstoringen

Graafwerkzaamheden

Verstoringsoppervlakte

ca. 660 m2

Verstoringsdiepte

Onbekend

In het plangebied bestaat het voornemen om een appartementencomplex te realiseren. Hierin zullen eenentwintig woningen komen (bijlage 3). Het appartementencomplex zal een oppervlakte hebben van circa 660 m2. De exacte diepte van de graafwerkzaamheden is nog niet bekend. De toekomstige gebruiker zullen de bewoners van de woningen zijn. De ontwikkelingen hebben naar verwachting geen invloed op het waterpeil.

8

5. Beleidskader Onderzoekskader

Bestemmingsplanwijziging

Beleidskader

Archeologische beleidskaart gemeente Bergen

Onderzoeksgrens

500 m2 en 40 cm -Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die naar verwachting in januari 2023 in werking zal treden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergen ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting (bijlage 4). Hiervoor geldt bij bodemingrepen met een omvang van meer dan 500 m2 en dieper dan 40 cm -Mv een archeologische onderzoeksplicht.

9

6. Landschap, geomorfologie en bodem Geologie

Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort

Geomorfologie

Vlakte ontstaan door afgraving of egalisatie van duinen of strandwallen

Maaiveldhoogte

1,3-2,0 m +NAP

Bodem

Vlakvaaggronden of lage enkeerdgronden

Grondwatertrap

II of II*

Landschap Het plangebied ligt in het Hollands kustgebied (Berendsen, 2005). Dit gebied omvat het huidige strand, alle strandwallen, -vlakten en de duinen die aan de oostzijde van het strand voorkomen. Het ontstaan van dit gebied hangt samen met de zeespiegelstijgingen, die reeds vanaf het begin van het Holoceen (circa 10000 jaar geleden) het gebied sterk hebben beïnvloed. Vanaf toen stond het kustgebied onder invloed van een sterke zeespiegelstijging. De kust bestond uit een lagune die werd afgeschermd van de zee door een serie zandbanken en -platen. Tussen deze banken en platen lagen een aantal zeegaten: getijdegeulen waardoor zeewater de lagune in kon stromen. Door de alsmaar stijgende zeespiegel werd de lagune met bijbehorende wadden, geulen en banken geleidelijk landinwaarts verplaatst. Dit stopte toen vanaf circa 3000 v. Chr. de stijging van de zeespiegel in snelheid afnam. Hierdoor kon de kust zich in combinatie met een toegenomen sedimentaanvoer vanuit de zee en de rivieren uitbouwen. De zandbanken groeiden zodoende aaneen en vormden een strandwal met aan de zeezijde een strand. De meeste zeegaten raakten daarbij verzand (Hijma, 2010). Dit aanhoudende proces leidde tot een uitbouw van de kust, waardoor een afwisseling van strandvlaktes en -wallen elkaar opvolgden en een gesloten kust ontstond.

De strandvlaktes werden gevormd tijdens rustige perioden door een geleidelijke aanwas van zand. De hoger gelegen delen op het strand raakten daarbij geleidelijk begroeid en lokaal ontstonden enkele duinen. Het strand liep daarbij alleen bij springtij onder water. In perioden met toegenomen stormen werd zand vanuit zee op de strandvlakte geworpen, waardoor langs de kustlijn een strandwal ontstond (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort). Het strand, dat achter de strandwal kwam te liggen werd afgesloten van de zee. De laaggelegen gebieden achter de strandwallen veranderden in grote getijdenbekkens waarin getijdenafzettingen werden afgezet vanuit het Zeegat van Bergen, een onderbreking in de kustlijn. De getijdenafzettingen behoren tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer. Door het ontbreken van begroeiing op de strandwallen ontwikkelden zich door verstuiving één tot twee meter hoge duinen, die geologisch gezien tot de Oude Duinen wordt gerekend (Zagwijn en Van Staalduinen, 1975; Van der Valk, 1995; Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl). Rond 1000 v.Chr. was het Zeegat van Bergen volledig dichtgezand en door strandwallen afgesloten. Hierdoor kon het gebied achter de strandwallen niet meer goed afwateren en trad veenvorming op (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). Rond 1100 na Chr.

ontstond het Zijper zeegat en drong de zee via het afwateringssysteem van de Rekere het gebied wederom binnen. Hierbij werden grote delen van het veen afgedekt met klei (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren). In de 13e eeuw werd de Rekere afgedamd en werd het gebied op grote schaal ontgonnen. In dezelfde periode trad in versterkte mate kustafslag op, waardoor de strandwallen werden afgebroken. Het zand spoelde aan en werd landinwaarts geblazen. Op deze manier vormden zich aan de kust de Jonge Duinen (Zagwijn en Van Staalduinen, 1975; eveneens Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl). De eerste aanzet vond reeds plaats in de Vroege Middeleeuwen, maar de duinvorming was het sterkst in de loop van de Middeleeuwen. Het oude kustlandschap van strandwallen en oude duinen raakte daarbij begraven onder een dik pakket 10

duinzand. Deze verstuiving verliep gefaseerd en startte in de Late Middeleeuwen (rond 1100-1200 na Chr.; Jelgersma e.a., 1970; Jonge Duinen Ia en Jonge Duinen Ib). De tweede fase (in 1300-1600) van duinvorming leidde tot de vorming van hoge duinen, met name in de omgeving van Bergen, Petten en Castricum. Na 1600 stabiliseerden de duinen zich en trad uitsluitend lokaal verstuiving op (Berendsen, 2005). Lithologie en geologie Ongeveer 60 m ten oosten van het plangebied, aan het Molenpad, is een geologische boring opgenomen in het DinoLoket (bron: www.dinoloket.nl). In deze boring bestaat de bovenste 60 cm uit zwak siltige klei die vervolgens tot 3,3 m -Mv overgaat in matig fijn zand. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort. Hieronder ligt wederom zwak siltige klei tot 4,1 m -Mv uit de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren. Tot 4,25 m -Mv ligt vervolgens veen uit de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket. Vervolgens is tot 8,4 m -Mv sterk siltige klei aangetroffen met daaronder tot tenminste 8,7 m -Mv matig fijn zand, beiden uit de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer (boring B14C0201; 106620 , 526440 (RD)). Geomorfologie en maaiveldhoogte Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied.

Direct ten noorden van het plangebied ligt een vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen (kaartcode 2M92; bijlage 5). Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4; bijlage 6) is te zien dat het plangebied zich bevindt op de overgang van de hoge kustduinen ten zuidwesten ervan en het ontgonnen zeekleilandschap ten noordoosten ervan. Binnen een groot deel van dit grensgebied hebben afgravingen van duinzand plaatsgevonden (Ten Broeke, 2021). Verwacht wordt dan ook dat binnen het plangebied een deel van het oorspronkelijke pakket duinzand is afgegraven. Uit de geologische boring valt op te maken dat tenminste het duinzand inderdaad is afgegraven. Binnen het plangebied zelf is te zien dat het maaiveld aan de randen hoger ligt dan in het centrale deel (1,8-2,0 m +NAP ten opzichte van 1,3-1,4 m +NAP). Het lagere deel komt overeen met de locatie van een oud schoolgebouw. Met de sloop van het gebouw zal het maaiveld gedeeltelijk zijn afgegraven. Bodem en grondwater Op de bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied (bijlage 7). Op basis van de gegevens uit de omgeving komen in het plangebied waarschijnlijk vlakvaaggronden (kaartcode Zn21) of lage enkeerdgronden voor (kaartcode EZg30). Bij een vlakvaagrond is sprake van een humusarme tot matig humeuze weinig donker gekleurde bovengrond van circa 15 tot 50 cm dik.

Bovengronden dikker dan 30 cm zijn meestal ontstaan door diepere grondbewerkingen voor de bloembollenteelt. Hierbij zijn de gronden tot circa 50 cm diepte doorgespit of -geploegd, waardoor vrij homogene bovengronden zijn ontstaan. Lage enkeerdgronden worden gekenmerkt door een humusrijk bovendek van meer dan vijftig centimeter, dat door plaggenbemesting is ontstaan. De grondwatertrap in het plangebied is waarschijnlijk II of II*. Dit wijst op een gemiddeld hoogste grondwaterstand boven 40 cm -Mv en een gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 50 en 80 cm Mv. De asterisk (*) duidt op aanpassingen van de grondwaterstand door de mens. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden dat anorganische resten goed in de bodem geconserveerd kunnen zijn gebleven. Voor wat betreft organische resten moet het voorbehoud worden gemaakt, dat door schommelingen in de grondwaterstand en door oxidatie (als gevolg van een lage grondwaterstand) deze kunnen zijn gedegradeerd.

11

7. Archeologische verwachtingen en bekende waarden Wettelijk beschermde monumenten

Nee

AMK-terreinen

Niet binnen plangebied

Archeologische waarden

Niet binnen plangebied In de omgeving van het plangebied mogelijk Bronstijd – Nieuwe Tijd

Archeologische verwachtingen Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergen ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting (bijlage 4). Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van Oude en Jonge Duinen in het gebied. De Nederlandse kuststrook werd namelijk al vanaf het Vroege Neolithicum bewoond, met name de strandwallen. De oudste bekende bewoningssporen in de omgeving van het plangebied dateren echter uit de Bronstijd (De Feijter, 2009). Bekende waarden binnen het plangebied Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status en is ook niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Binnen het plangebied zijn vooralsnog geen vondsten bekend en onderzoeken uitgevoerd. Bekende waarden in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn binnen een straal van 500 m meerdere archeologische onderzoeken bekend (bijlage 8). Deze worden hieronder besproken. • Circa 150 m ten zuiden van het plangebied ligt een terrein van hoge archeologische waarde (AMKterrein 13867). Dit betreft de historische kern van het dorp Groet. Hier worden sporen van bewoning verwacht uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd.

• Ongeveer 190 m ten noorden van het plangebied bevindt zich een terrein van archeologische waarde (AMK-terrein 10628; Groeterpolder/Vaalderweg). Dit betreft het restant van een dijk die is aangelegd rond 1200 en is te relateren aan de ontginning van het gebied. • Circa 200 m ten zuidwesten van het plangebied, aan de Heereweg 244-246, is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. De bodem is tot een diepte van minimaal 90 cm -Mv verstoord. In één boring is een restant van een podzol aangetroffen. Er zijn geen archeologische indicatoren gevonden (onderzoeksmelding 2043527100; Jelsma, 2003). • Ongeveer 200 m ten zuiden van het plangebied, aan de Heereweg 255, is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Uit het bureauonderzoek bleek een hoge verwachting vanaf de Bronstijd, aangezien het gebied vóór de Bronstijd in een getijdengebied lag. Uit het booronderzoek bleek dat de bodemopbouw tot circa 1,2 m -Mv verstoord is. De verstoringslaag gaat scherp over in de C-horizont. Dit betreft tot tenminste 3,0 m -Mv Jong Duinzand van het Laagpakket van Schoorl (onderzoeksmelding 4816199100; Ten Broeke, 2021). • Circa 315 m ten noordwesten van het plangebied, aan de Hargerweg, is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat de diepere ondergrond bestaat uit kwelderafzettingen uit het Laagpakket van Wormer.

Deze worden afgedekt door rietveen, waar geen veraarde of geoxideerde bovenlaag is waargenomen. Een bewoningsniveau wordt daarom niet verwacht. Het veen wordt afgedekt door kleiige dekafzettingen die in de Late Middeleeuwen zijn afgezet. In het zuiden is hierop nog een laag duinzand afgezet. Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten zijn niet aangetroffen (onderzoeksmelding 2453630100; Van der Zee, 2014).

12

•

•

Vanaf ongeveer 330 m ten zuiden van het plangebied, in de Schoorlse Duinen, is een bureauonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat ter plaatse van de strandwallen met duinen een hoge verwachting geldt voor de periode Neolithicum – Nieuwe Tijd. In het duinzand kunnen humeuze vondstlagen aanwezig zijn die kunnen duiden op bewoning vanaf het Neolithicum. Deze worden verwacht op circa 5,0-6,1 m +NAP (onderzoeksmelding 4618291100; Kroes, 2018). Ongeveer 425 m ten westen van het plangebied ligt een terrein van hoge archeologische waarde (AMK-terrein 13866). Dit betreft de historische kern van het dorp Hargen. Hier worden sporen van bewoning verwacht uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd.

In de omgeving van het plangebied nog weinig vindplaatsen bekend. Uit de beschikbare informatie valt af te leiden dat het plangebied in een duinzandgebied ligt, buiten de historische kern van Groet. Het duinzandgebied was vanaf de Bronstijd bewoonbaar. Het gebied is in de Late Middeleeuwen ontgonnen. Zodoende is de verwachting dat in het plangebied in ieder geval sporen en resten van een laatmiddeleeuws ontginningslandschap aanwezig kunnen zijn. Over complexen en type vindplaatsen uit de prehistorie is zodoende voor wat betreft de regionale context weinig te zeggen. In de directe omgeving van het plangebied hebben afgravingen van het duin plaatsgevonden, waardoor de bodemopbouw verstoord kan zijn. Daar waar het duinzand intact is, worden archeologische resten vanaf het Neolithicum verwacht op circa 5,0-6,1 m +NAP.

13

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historische bebouwing

Nee, pas in 1980

Historisch gebruik

Weiland en bouwland

Huidig gebruik

Grasveld

Bekende verstoringen

Voormalige school

Historische situatie Het plangebied ligt circa 150 m ten noorden van de historische kern van Groet. Hier vond in ieder geval vanaf de Late Middeleeuwen bewoning plaats. In de Middeleeuwen liep ten oosten van het dorp de getijdegeul de Rekere, die in verbinding stond met het Zeegat van Zijpe. Vanwege toenemende wateroverlast werden in de 12e en 13e eeuw dijken aangelegd in het gebied. Zo werd in de 12e eeuw de Oude Dijk aangelegd, ter plaatse van de huidige Vaalderweg, op de overgang van de drogere strandwallen en duinen naar het nattere gebied ten oosten daarvan (bron: kaart ‘Leven met Water’ RCE). Wanneer het gebied rond Groet precies is ontgonnen, is niet bekend. Een goed beeld van de historische ontwikkeling van het plangebied in de Nieuwe Tijd kan verkregen worden aan de hand van historische kaarten (figuren 2-8). Op het Kadastrale Minuutplan uit 18111832 is het plangebied onbebouwd (figuur 2). Volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels is het westelijk deel van het plangebied in gebruik als weiland en het oostelijk deel als bouwland. Er staat nog geen bebouwing in de directe omgeving van het plangebied. Dit blijft hetzelfde tot ongeveer het jaar 1950 (figuur 4). Het plangebied is dan volledig in gebruik als weiland. De dorpskern van Groet wordt langzamerhand naar het noorden uitgebreid tussen 1950 en 1971 (figuren 5 en 6).

Vanaf 1994 staat er een gebouw in het plangebied en ligt er een woonwijk omheen (figuur 7). Het gebouw betreft de voormalige Petrusschool. Volgens de bouwvergunning uit het Regionaal Archief Alkmaar is echter al in 1980 een vergunning verleend voor de bouw van een school en is deze school in 1994 herbouwd na een brand. De school is na 2015 gesloopt en het plangebied ligt momenteel braak. Militair erfgoed Volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed ligt het plangebied binnen de verdedigingslinie van de Atlantikwall uit de Tweede Wereldoorlog. Deze bestaat uit een linie van bunkers en andere gevechtsopstellingen langs de kust. In de directe omgeving van het plangebied zijn hiervan geen resten bekend (bronnen: www.ikme.nl; www.tracesofwar.com). Volgens de Kaart van Verdedigingswerken in Nederland zijn er geen aanwijzingen voor resten van strijd of verdedigingswerken bekend (bron: landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart). Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied bestaat momenteel uit een grasveld met een bomenrij eromheen. In hoeverre nog archeologische vondsten en/of sporen in het plangebied aanwezig zijn, hangt af van de mate van intactheid van de bodem. Daarom worden hieronder de factoren besproken die van invloed kunnen zijn op de bodemopbouw: •

De voormalige bebouwing in het plangebied heeft de bodemopbouw in het plangebied gedeeltelijk aangetast. De voormalige school, gesloopt in 2019-2020, had een oppervlakte van circa 552 m2. De nieuwe bebouwing overlapt voor circa 350 m2 met het oude gebouw (bijlage 9). De voormalige school was gefundeerd op heipalen en betonbalken (bron: Bouwdossier Regionaal Archief Alkmaar). Het betreffen 97 houten palen met een lengte van 13 meter en een diameter van 28 cm. De funderingsbalken zijn aangelegd op circa 0,7 m -Mv (bijlage 10). Uit het AHN blijkt dat het maaiveld ter plaatse van het voormalige schoolgebouw circa 40-70 cm lager ligt dan aan de randen van het plangebied. 14

•

Volgens het BodemLoket hebben in het plangebied geen saneringen plaatsgevonden (bron: www.bodemloket.nl). Volgens de geomorfologische kaart en het DINOloket ligt het plangebied in een vlakte die is ontstaan door afgraving of egalisering van duin- en strandafzettingen. Dit blijkt ook uit het Actueel Hoogtebestand Nederland.

Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl.

15

Figuur 3. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1900. Bron: www.topotijdreis.nl.

Figuur 4. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1950. Bron: www.topotijdreis.nl.

16

Figuur 5. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1962. Bron: www.topotijdreis.nl.

Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1971. Bron: www.topotijdreis.nl.

17

Figuur 7. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1994. Bron: www.topotijdreis.nl.

Figuur 8. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 2015. Bron: www.topotijdreis.nl.

18

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Archeologische verwachting

Laag

Periode

Paleolithicum – Nieuwe Tijd

Complextypen

N.v.t.

Stratigrafische positie

N.v.t.

Diepteligging

N.v.t.

Archeologische verwachting en periode Het plangebied ligt op de overgang van een duingebied naar een zeekleigebied. In de periode LaatPaleolithicum – Neolithicum was dit een getijdengebied, waardoor het onbewoonbaar was. Daarom heeft het plangebied een lage verwachting op archeologische resten uit deze periode. Vanaf de Bronstijd waren de strandwallen en Oude Duinen bewoonbaar. Vanaf de Late Bronstijd is de omgeving echter bedekt geraakt met veen, dat in de Late Middeleeuwen is ontgonnen. Daarom zou er theoretisch gezien een hoge verwachting zijn op archeologische resten uit de periode Vroege tot Midden Bronstijd en een lage verwachting voor de periode Late Bronstijd – Vroege Middeleeuwen. Het plangebied ligt echter in een vlakte die is ontstaan door afgraving of egalisatie van duinen of strandwallen. Uit een geologische boring in de buurt blijkt dat dit waarschijnlijk het geval is. Hierdoor is het duinzand en ook een gedeelte van de strandafzettingen verdwenen. Daarnaast is een groot deel van het plangebied verstoord door de bouw en sloop van de voormalige school, waardoor de top van het strandzand zeker ter plaatse van de voormalige school ook verstoord is. Daarom is er ook een lage verwachting voor de periode Vroege tot Midden Bronstijd.

Vanwege het ontbreken van historische bebouwing binnen het plangebied en de ligging in een bouwen weiland is er een lage verwachting op archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Stratigrafische positie, diepteligging en aanwezigheid Eventuele archeologische resten zouden worden verwacht in de top van de strandafzettingen en het duinzand. Indien het duinzand intact zou zijn, zouden archeologische resten worden verwacht op circa 5,0-6,1 m +NAP. Omdat het gebied is afgegraven en er een groot gebouw heeft gestaan met funderingsbalken op 70 cm -Mv en heipalen met een lengte van 13 m, worden er geen archeologische resten verwacht.

19

Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel

1

Archeologische verwachting Datering

Laag

2 3 4 5

Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid, conservering

N.v.t. N.v.t. Oude Duinen zouden worden verwacht op circa 5,0-6,1 m +NAP. Aantasting door gebouwfunderingen -

6 7 8

Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen

Paleolithicum – Nieuwe Tijd

Reden Afgraving gebied, verstoring, ontbreken historische bebouwing

Afgraving van duin- en strandafzettingen

Onbekend N.v.t. • •

Aantasting door gebouwfunderingen Afgraving van duin- en strandafzettingen

20

10. Conclusies en advies Conclusie Het plangebied ligt op de overgang van een duingebied naar een zeekleigebied. In de periode LaatPaleolithicum – Neolithicum was dit een getijdengebied, waardoor het onbewoonbaar was. Daarom heeft het plangebied een lage verwachting op archeologische resten uit deze periode. Vanaf de Bronstijd waren de strandwallen en Oude Duinen bewoonbaar. Vanaf de Late Bronstijd is de omgeving echter bedekt geraakt met veen, dat in de Late Middeleeuwen is ontgonnen. Daarom zou er theoretisch gezien een hoge verwachting zijn op archeologische resten uit de periode Vroege tot Midden Bronstijd en een lage verwachting voor de periode Late Bronstijd – Vroege Middeleeuwen. Vanwege het ontbreken van historische bebouwing binnen het plangebied en de ligging in een bouwen weiland is er een lage verwachting op archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt echter in een vlakte die is ontstaan door afgraving of egalisatie van duinen of strandwallen. Uit een geologische boring in de buurt en het Actueel Hoogtebestand Nederland blijkt dat dit het geval is. Hierdoor is het duinzand en ook een gedeelte van de strandafzettingen verdwenen.

Daarnaast is een groot deel van het plangebied verstoord door de bouw en sloop van de voormalige school, waardoor de top van het strandzand zeker ter plaatse van de voormalige school ook verstoord is. Daarom is er ook een lage verwachting voor de periode Vroege tot Midden Bronstijd. Advies Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning voor realisatie van een appartementencomplex. De precieze diepte van de funderingen is nog niet bekend. Op basis van het archeologisch onderzoek blijkt dat sprake is van een lage archeologische verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum – Neolithicum en Late Bronstijd – Nieuwe Tijd. Theoretisch gezien is er een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Vroege – Midden Bronstijd. Gezien de bestaande verstoringen in het plangebied kan deze verwachting echter worden bijgesteld naar laag. Daarom adviseert Transect b.v. om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Bergen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Ongeacht het advies en het besluit van de gemeente willen wij de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden graag wijzen op de wettelijke plicht om eventuele toevalsvondsten direct te melden bij de bevoegde overheid (conform Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Dit kan bij de gemeente Bergen of direct bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

21

11. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. • www.ahn.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.topotijdreis.nl • www.bodemloket.nl • www.pdok.nl • www.bagviewer.kadaster.nl • www.dans.easy.knaw.nl • www.dinoloket.nl • www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.hisgis.nl • www.ikme.nl • https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Leven%2Dmet%2DWater • www.tracesofwar.com • www.explosievenopsporing.nl • www.landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart Literatuur Berendsen, H.J.A., 2005. De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie, Assen. Broeke, E.M. ten, 2021. Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Heereweg 255 te Groet, Doetinchem (Econsultancy-rapport 12366.001). Feijter, I. de, 2009. Bergen, Schoorl-kernen en buurtschappen. Bestemmingsplan, Rotterdam. Hijma, M.P., 2010. From river valley to estuary: the early-mid Holocene transgression of the RhineMeuse Valley, the Netherlands, Netherlands Geographical Studies, Issue 389, Utrecht. Jelgersma, S., 1970. The coastal dunes of the western Netherlands; geology, vegetational history and archeology, Mededelingen van de Rijks Geologische Dienst 21. Jelsma, J., 2003.

Een Verkennend Archeologisch Onderzoek in de Gemeente Bergen (N.H.). Groet, Heereweg 244-246, Zuidhorn (De Steekproef-briefrapport 2003-09/05). Kroes, R.A.C., 2018. Plangebied Schoorlse Duinen te Schoorl, gemeente Bergen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, Weesp (RAAP-rapport 3418). Valk, L. van der, 1995. Geology and sedimentology of Late Atlantic Sandy, wave-dominated deposits near The Hague (South-Holland, the Netherlands): a reconstruction of an early prograding coastal sequence. Mededelingen van de Rijks Geologische Dienst 57. Zagwijn, W.H. & C.J. van Staalduinen (red.), 1975. Toelichting bij de geologische overzichtskaarten van Nederland, Haarlem. Zee, R.M. van der, 2014. Twee locaties aan de Hargerweg, Groet (gemeente Bergen). Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, Amersfoort (ADC-rapport 3701).

22

Lijst van afbeeldingen Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart. Bron topografische kaart: www.pdok.nl. ............................................................................................................................................ 7 Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl. ..................................................................................................... 15 Figuur 3. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1900. Bron: www.topotijdreis.nl. ............................................................................................................................... 16 Figuur 4. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1950. Bron: www.topotijdreis.nl. ............................................................................................................................... 16 Figuur 5. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1962. Bron: www.topotijdreis.nl. ............................................................................................................................... 17 Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1971. Bron: www.topotijdreis.nl.

............................................................................................................................... 17 Figuur 7. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1994. Bron: www.topotijdreis.nl. ............................................................................................................................... 18 Figuur 8. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. ............................................................................................................................... 18

23

Bijlage 1. Periode

Archeologische periode-indeling voor Nederland (conform ABR) Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late-Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd Vroege-Nieuwe Tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

24

Bijlage 2.

Luchtfoto

25

Bijlage 3.

Toekomstige situatie

26

Bijlage 4.

Gemeentelijke beleidskaart

27

28

Bijlage 5.

Geomorfologie

29

Bijlage 6.

Maaiveldhoogte

30

31

Bijlage 7.

Bodem

32

Bijlage 8.

Archeologische waarden en onderzoeken

33

Bijlage 9.

Bekende verstoringen

34

Bijlage 10.

Bouwtekeningen voormalige school

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5108/documents/40995